Arbeid en inkomen

Cijfers - Arbeid

Het aantal banen in Nederland groeit al drie jaar flink. In 2017 kwamen er 207 duizend bij, de grootste toename sinds 2008. Daarmee kwam het totaal op 10,2 miljoen, waarvan 8,1 miljoen werknemersbanen en 2,1 miljoen banen van zelfstandigen. In vergelijking met 1995 is het aantal banen met 27 procent toegenomen. Het aandeel zelfstandigenbanen is gedaald van 21 procent naar 20 procent.

Ruim een kwart van de banen is te vinden in het openbaar bestuur, het onderwijs en de zorg. In de zakelijke dienstverlening kwamen in 2017 de meeste banen erbij. Het ging vooral om uitzendbanen. De meeste zelfstandigen werken in de zakelijke dienstverlening. Het percentage zelfstandigenbanen is het hoogst in de landbouw en visserij, namelijk ruim vijf van elke tien.

In 2017 werd bijna de helft van alle werknemersbanen vervuld door vrouwen. In 1995 lag dat aandeel op 42 procent. Sindsdien is het aantal werknemersbanen voor vrouwen bijna verdubbeld, terwijl het aantal banen voor mannen met 15 procent toenam. Het aandeel vrouwen is het grootst in de zorg met 84 procent en het laagst in de bouwnijverheid met 12 procent. Van de werknemersbanen die door vrouwen worden vervuld, is ruim drie kwart een deeltijdbaan.

Het aantal openstaande vacatures steeg in 2017 met 45 duizend tot gemiddeld 201 duizend. Dit is het hoogste jaarcijfer na het recordaantal vacatures in 2008. In dat jaar waren er gemiddeld 240 duizend openstaande vacatures. In 2013 werd nog de laagste stand in twintig jaar tijd gemeten met gemiddeld 95 duizend vacatures. Sindsdien is het aantal vacatures meer dan verdubbeld.

Het aantal openstaande vacatures steeg in 2017 met 45 duizend tot gemiddeld 201 duizend. Dit is het hoogste jaarcijfer na het recordaantal vacatures in 2008. In dat jaar waren er gemiddeld 240 duizend openstaande vacatures. In 2013 werd nog de laagste stand in twintig jaar tijd gemeten met gemiddeld 95 duizend vacatures. Sindsdien is het aantal vacatures meer dan verdubbeld.

Gedurende het jaar nam de spanning op de arbeidsmarkt toe. Die spanning komt tot uiting in de verhouding tussen het aantal werklozen en het aantal vacatures. Hoe minder werklozen er staan tegenover elke vacature, des te hoger is de spanning. Eind 2013 waren er nog zevenmaal zoveel werklozen als vacatures. De arbeidsmarkt was toen ruim. Doordat de werkloosheid afnam en het aantal vacatures sterk groeide, waren er eind 2017 gemiddeld 1,8 werklozen per openstaande vacature. Daarmee was de arbeidsmarkt gespannen, voor het eerst sinds de hoogconjunctuur van de jaren 2007–2008.

In 2017 telde Nederland 438 duizend werklozen, mensen die geen werk hebben maar wel op zoek zijn naar werk en ook beschikbaar zijn. In 2014 lag het aantal werklozen nog op 660 duizend. Ook het aantal personen dat op korte termijn (twee weken) beschikbaar is maar niet gezocht heeft, loopt sinds 2014 terug (van 363 duizend tot 272 duizend in 2017). Het aantal personen dat niet beschikbaar is maar wel heeft gezocht, schommelt sinds 2014 rond 150 duizend.

Sinds 2014 daalt het percentage werklozen. In dat jaar was 7,4 procent van de beroepsbevolking werkloos, in 2017 is dat 4,9 procent. De dalende trend is zichtbaar in alle leeftijdsgroepen, maar zette bij de 55- tot 65-jarigen pas in 2015 in. De werkloosheid onder 65-plussers daalde in 2017 niet verder. De werkloosheid is al jaren het hoogst onder 15- tot 25-jarigen. Wel is het verschil in werkloosheid tussen jongeren en ouderen (55- tot 65-jarigen) kleiner geworden.

In 2017 was 67 procent van de Nederlandse bevolking van 15 tot 75 jaar werkzaam. Van hen werkten 9 op de 10 personen 12 uur of meer per week. Van de werkende jongeren (15 tot 19 jaar) hadden 7 op de 10 een kleine baan van minder dan 12 uur. Vanaf 64 jaar neemt de werkzaamheid sterk af.

In 2017 stegen de cao-lonen met 1,4 procent, net zo hard als de consumentenprijzen. In 2015 en 2016 bleef de stijging van de consumentenprijzen ver achter bij die van de cao-lonen. In de jaren 2011-2014 was dat juist omgekeerd: de loonstijging bleef tijdens de economische crisis achter bij de ontwikkeling van de consumentenprijzen.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
- Nihil
- (Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0(0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets(blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2017-2018 2017 tot en met 2018
2017/2018 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2017 en eindigend in 2018
2015/’16-2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2015/’16 tot en met 2017/’18

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.