Maatschappij - Cijfers

Natuur

Diersoorten die gebonden zijn aan bossen nemen sinds 1990 in aantal toe. Met name broedvogels en zoogdieren profiteren van ontwikkelingen die in deze periode in gang zijn gezet, zoals het ouder worden van de bossen. In holen broedende vogels als de boomklever en de bonte vliegenvanger, en zoogdieren zoals de hazelmuis en de rosse woelmuis, nemen hierdoor in aantal toe. Sommige bosvlinders zijn de laatste decennia vooruitgegaan. Zo gaat een typische bossoort als de grote weerschijnvlinder de laatste jaren weer flink vooruit. Andere soorten doen het aanmerkelijk slechter. Zo kwam de kleine ijsvogelvlinder vroeger algemeen voor, maar nu veel minder.

Sinds 1960 is 60 tot 70 procent van de 27 kenmerkende broedvogels van het Nederlandse boerenland verdwenen. Het gaat om een achteruitgang van naar schatting 4 miljoen broedparen in 1960 naar 1,5 miljoen broedparen in 2017. Enkele soorten zijn in grote delen van Nederland bijna niet meer te vinden. Sinds 1960 zijn naar schatting 750 duizend tot 1,1 miljoen broedparen van de veldleeuwerik verdwenen. Ook de patrijs, de zomertortel, de ringmus (alle drie afgenomen met meer dan 90 procent) en de grutto (afname bijna 70 procent) zijn tegenwoordig schaarse verschijningen op het boerenland.

Diersoorten van het stedelijk gebied zijn in de periode 1990–2017 gemiddeld in aantal gedaald. Er zijn wel verschillen per soortgroep. De trend van dagvlinders in de stad is over de gehele periode stabiel, terwijl de aantallen broedvogels als groep met méér dan de helft achteruit is gegaan. Van zes vogelsoorten is de populatie stabiel, van 13 soorten is de populatie afgenomen, zoals van de huismus en de spreeuw. Slechts één van de 20 soorten stadsvogels neemt in het stedelijk gebied in aantal toe: de huiszwaluw.

De fauna die kenmerkend is voor zoetwater en moeras is sinds 1990 met 37 procent toegenomen. Het betreft 141 soorten vissen, broedvogels, amfibieën, libellen, zoogdieren en vlinders. Er zijn 74 soorten vooruitgegaan, 38 soorten gingen achteruit. Het herstel hangt vooral samen met een verbeterde kwaliteit van de zoete wateren. Van de verschillende soortgroepen van zoetwater en moeras zijn met name de libellen vooruitgegaan. Deze groep heeft ook duidelijk geprofiteerd van de verbeterde waterkwaliteit. De laatste tien jaar is de trend gestabiliseerd.

Veel kenmerkende diersoorten van de heide zijn sinds 1990 achteruitgegaan, zoals broedvogels en dagvlinders op de heide. De meeste soorten reptielen houden zich staande of nemen toe in aantal. Van de 20 typische heidesoorten zijn 7 soorten vooruit gegaan en 13 achteruit. Van de broedvogels is het korhoen nagenoeg verdwenen, de duinpieper en de klapekster zijn zelfs verdwenen. Sommige soorten zijn echter toegenomen, waaronder de nachtzwaluw en de roodborsttapuit.

Nog sterker dan kenmerkende broedvogels zijn de dagvlinders van de heide achteruitgegaan. De duinparelmoervlinder en de kleine heivlinder zijn verdwenen of bijna verdwenen. De heivlinder, het heideblauwtje en de veenbesparelmoervlinder zijn ten opzichte van 1992 in aantal afgenomen.

Lees de hele tekst
De Nederlandse Living Planet Index geeft de gemiddelde trend in populatie-omvang weer van 357 in Nederland voorkomende diersoorten in de periode 1990-2017. Van de 16 soorten amfibieën namen 10 soorten toe, 1 soort nam af en 5 soorten bleven stabiel. Bij libellen namen 37 soorten toe, 10 namen af en 9 bleven stabiel. Bij reptielen namen 3 soorten toe, 1 soort nam af en 3 soorten bleven stabiel. Bij vissen namen 9 soorten toe, 19 soorten namen af en 8 soorten bleven stabiel. Bij vlinders namen 15 soorten toe, 25 soorten namen af en 11 soorten bleven stabiel. Bij zoogdieren namen 16 soorten toe, 2 soorten namen af en 12 soorten bleven stabiel. Bij vogels namen 73 soorten toe, 99 soorten namen af en 19 soorten bleven stabiel.

De Nederlandse Living Planet Index geeft de gemiddelde trend in populatie-omvang weer van 357 in Nederland voorkomende soorten broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders, libellen, zoogdieren en zoetwatervissen. In de periode 1990–2017 is deze index met 6 procent toegenomen. In de laatste tien jaar is de LPI niet veranderd.

De toename is vooral toe te schrijven aan een stijgende trend onder zoogdieren (126 procent), vogels (15 procent), reptielen (97 procent) en libellen (79 procent). De amfibieën namen over de hele periode toe met 6 procent, maar nemen af sinds 2006. Vlinders en vissen gaan achteruit, met 49 procent en 1 procent.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Foto’s

Openingspagina en header: © Hollandse Hoogte / Martijn Beekman

Maatschappij - Trends: © Hollandse Hoogte / Patricia Rehe

Economie - Trends: © Hollandse Hoogte / Marcel Krijgsman

Arbeid en inkomen - Trends: © Hollandse Hoogte / Sabine Joosten

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Scroll terug naar de bovenkant van de pagina