De vraag naar arbeid
Nog steeds veel vacatures
In 2023 waren er gemiddeld 424 duizend openstaande vacatures. Dit is het een na hoogste jaarcijfer ooit gemeten, 21 duizend lager dan in het recordjaar 2022. In vergelijking met eerdere jaren is dit een vrij kleine verandering.
Het aantal vacatures is sterk afhankelijk van de stand van de conjunctuur. Zo stond het aantal vacatures tijdens de hoogconjunctuur in het eerste decennium van deze eeuw op 249 duizend (gecorrigeerd voor seizoeninvloeden). Dat was eind 2007, kort voor het uitbreken van de financiële crisis. Halverwege 2013 stond het aantal vacatures op 91 duizend. Na een jarenlange groei werd in 2019 een nieuw hoogtepunt bereikt (286 duizend). Tijdens de coronapandemie liep het aantal vacatures dramatisch terug, maar die inzinking duurde niet lang. Waren er halverwege 2020 nog 198 duizend openstaande vacatures, een jaar later was alweer sprake van een nieuw record. En weer een jaar later, halverwege 2022, was het aantal verder opgelopen tot 464 duizend. Niet eerder stonden er in Nederland zoveel vacatures open. Vanaf de tweede helft van 2022 vertoont het aantal openstaande vacatures een dalende tendens, zodat er eind 2023 nog 410 duizend openstaande vacatures waren. In anderhalf jaar tijd was het aantal openstaande vacatures teruggelopen met 53 duizend (-12 procent). Daarmee is het aantal openstaande vacatures echter nog steeds het dubbele van het langjarig gemiddelde.
| Jaar | Kwartaal | Openstaande vacatures |
|---|---|---|
| '03 | 1e kwartaal, '03 | 117,9 |
| '03 | 2e kwartaal, '03 | 112,1 |
| '03 | 3e kwartaal, '03 | 94,0 |
| '03 | 4e kwartaal, '03 | 102,4 |
| '04 | 1e kwartaal, '04 | 115,8 |
| '04 | 2e kwartaal, '04 | 122,9 |
| '04 | 3e kwartaal, '04 | 120,9 |
| '04 | 4e kwartaal, '04 | 128,4 |
| '05 | 1e kwartaal, '05 | 148,8 |
| '05 | 2e kwartaal, '05 | 141,3 |
| '05 | 3e kwartaal, '05 | 163,7 |
| '05 | 4e kwartaal, '05 | 165,3 |
| '06 | 1e kwartaal, '06 | 187,3 |
| '06 | 2e kwartaal, '06 | 209,7 |
| '06 | 3e kwartaal, '06 | 230,1 |
| '06 | 4e kwartaal, '06 | 230,3 |
| '07 | 1e kwartaal, '07 | 234,9 |
| '07 | 2e kwartaal, '07 | 238,3 |
| '07 | 3e kwartaal, '07 | 246,8 |
| '07 | 4e kwartaal, '07 | 249,3 |
| '08 | 1e kwartaal, '08 | 247,0 |
| '08 | 2e kwartaal, '08 | 244,9 |
| '08 | 3e kwartaal, '08 | 246,7 |
| '08 | 4e kwartaal, '08 | 197,4 |
| '09 | 1e kwartaal, '09 | 153,9 |
| '09 | 2e kwartaal, '09 | 128,4 |
| '09 | 3e kwartaal, '09 | 130,7 |
| '09 | 4e kwartaal, '09 | 125,4 |
| '10 | 1e kwartaal, '10 | 115,6 |
| '10 | 2e kwartaal, '10 | 117,5 |
| '10 | 3e kwartaal, '10 | 125,3 |
| '10 | 4e kwartaal, '10 | 128,3 |
| '11 | 1e kwartaal, '11 | 135,1 |
| '11 | 2e kwartaal, '11 | 134,7 |
| '11 | 3e kwartaal, '11 | 134,1 |
| '11 | 4e kwartaal, '11 | 122,7 |
| '12 | 1e kwartaal, '12 | 117,4 |
| '12 | 2e kwartaal, '12 | 109,3 |
| '12 | 3e kwartaal, '12 | 106,6 |
| '12 | 4e kwartaal, '12 | 101,7 |
| '13 | 1e kwartaal, '13 | 96,3 |
| '13 | 2e kwartaal, '13 | 91,3 |
| '13 | 3e kwartaal, '13 | 95,1 |
| '13 | 4e kwartaal, '13 | 96,5 |
| '14 | 1e kwartaal, '14 | 104,1 |
| '14 | 2e kwartaal, '14 | 107,5 |
| '14 | 3e kwartaal, '14 | 113,4 |
| '14 | 4e kwartaal, '14 | 118,8 |
| '15 | 1e kwartaal, '15 | 124,9 |
| '15 | 2e kwartaal, '15 | 130,3 |
| '15 | 3e kwartaal, '15 | 132,9 |
| '15 | 4e kwartaal, '15 | 142,7 |
| '16 | 1e kwartaal, '16 | 149,5 |
| '16 | 2e kwartaal, '16 | 154,8 |
| '16 | 3e kwartaal, '16 | 162,0 |
| '16 | 4e kwartaal, '16 | 171,2 |
| '17 | 1e kwartaal, '17 | 185,7 |
| '17 | 2e kwartaal, '17 | 204,7 |
| '17 | 3e kwartaal, '17 | 213,7 |
| '17 | 4e kwartaal, '17 | 226,5 |
| '18 | 1e kwartaal, '18 | 236,3 |
| '18 | 2e kwartaal, '18 | 250,8 |
| '18 | 3e kwartaal, '18 | 260,8 |
| '18 | 4e kwartaal, '18 | 264,0 |
| '19 | 1e kwartaal, '19 | 280,9 |
| '19 | 2e kwartaal, '19 | 282,3 |
| '19 | 3e kwartaal, '19 | 284,4 |
| '19 | 4e kwartaal, '19 | 285,7 |
| '20 | 1e kwartaal, '20 | 217,6 |
| '20 | 2e kwartaal, '20 | 198,2 |
| '20 | 3e kwartaal, '20 | 216,8 |
| '20 | 4e kwartaal, '20 | 218,7 |
| '21 | 1e kwartaal, '21 | 248,7 |
| '21 | 2e kwartaal, '21 | 324,3 |
| '21 | 3e kwartaal, '21 | 370,0 |
| '21 | 4e kwartaal, '21 | 391,8 |
| '22 | 1e kwartaal, '22 | 452,8 |
| '22 | 2e kwartaal, '22 | 463,7 |
| '22 | 3e kwartaal, '22 | 445,3 |
| '22 | 4e kwartaal, '22 | 437,1 |
| '23 | 1e kwartaal, '23 | 437,3 |
| '23 | 2e kwartaal, '23 | 427,1 |
| '23 | 3e kwartaal, '23 | 415,5 |
| '23 | 4e kwartaal, '23 | 410,3 |
StatLine: Vacatures, seizoengecorrigeerd.
Het aantal vacatures is het grootst in de handel, de zakelijke dienstverlening en de zorg. Met respectievelijk 82 duizend, 70 duizend en 65 duizend vacatures zijn deze drie bedrijfstakken samen goed voor de helft van alle openstaande vacatures in 2023.
Van alle vacatures in 2023 kwam 58 procent voor rekening van de grote bedrijven, waar minstens honderd mensen werken. Dat betekent dat bij deze grote bedrijven gemiddeld 29 vacatures per bedrijf openstonden.
| Bedrijfstak | Gemiddeld aantal vacatures |
|---|---|
| Handel | 82,1 |
| Zakelijke dienstverlening | 70,4 |
| Zorg | 65,0 |
| Industrie | 34,3 |
| Horeca | 33,1 |
| Bouwnijverheid | 25,7 |
| Openbaar bestuur | 25,3 |
| Informatie en communicatie | 21,7 |
| Vervoer en opslag | 18,4 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 13,2 |
| Onderwijs | 13,1 |
| Financiële dienstverlening | 10,6 |
| Landbouw en visserij | 3,4 |
| Verhuur/handel onroerend goed | 3,0 |
StatLine: Vacatures.
In het merendeel van de bedrijfstakken nam het aantal vacatures van 2022 op 2023 af, het meest in de handel (–10 duizend), de informatie en communicatie (–5 duizend) en de horeca (–5 duizend). Daarentegen kwamen er vacatures bij in de vier bedrijfstakken die samen de niet-commerciële dienstverlening vormen: het openbaar bestuur, de zorg, het onderwijs en de cultuur, recreatie en overige diensten. In deze vier bedrijfstakken werden bovendien de grootste aantallen vacatures genoteerd sinds het begin van deze cijferreeks in 1998. Voor de meeste andere bedrijfstakken was 2022 het recordjaar.
| Bedrijfstak | Verandering |
|---|---|
| Openbaar bestuur | 3,6 |
| Zorg | 1,6 |
| Onderwijs | 0,7 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 0,6 |
| Landbouw en visserij | 0 |
| Verhuur/handel onroerend goed | -0,6 |
| Bouwnijverheid | -0,9 |
| Financiële dienstverlening | -1,2 |
| Zakelijke dienstverlening | -1,2 |
| Industrie | -1,3 |
| Vervoer en opslag | -1,5 |
| Horeca | -5,2 |
| Informatie en communicatie | -5,3 |
| Handel | -9,6 |
StatLine: Vacatures.
Vacaturegraad
Dat er de laatste jaren meer vacatures zijn dan in het verleden, laat zich deels verklaren doordat de werkgelegenheid gaandeweg fors is toegenomen. Daarom is het zinvol om ook te kijken naar het aantal openstaande vacatures afgezet tegen het aantal bestaande banen van werknemers. Met de vacaturegraad wordt weergegeven hoeveel vacatures er zijn per duizend banen van werknemers.
Volgens deze meetmethode was het tekort aan werknemers in eerste instantie halverwege 2019 op zijn grootst. De vacaturegraad kwam toen uit op 34, boven de hoogste stand die eerder in 2007 en 2008 werd genoteerd. In de tussenliggende jaren was de vacaturegraad nog afgenomen tot 12.
Aan het begin van de coronacrisis (2020) zakte de vacaturegraad naar 26 vacatures per duizend banen. In de loop van 2021 liep het aantal vacatures per duizend banen weer sterk op, tot een niveau dat eerder niet was voorgekomen. Halverwege 2022 waren er 54 openstaande vacatures per duizend banen van werknemers, eind 2023 was de vacaturegraad teruggelopen tot 43. Daarmee was de vacaturegraad weer op hetzelfde niveau als eind 2021.
De vraag naar werknemers was eind 2023 naar verhouding het grootst in de bouwnijverheid (71 openstaande vacatures per duizend banen). Ook in de horeca en de informatie en communicatie was de vacaturegraad hoog (beide 58), maar wel flink lager dan in 2022. Het onderwijs kent de laagste vacaturegraad (21) (zie ook StatLine: Vacaturegraad).
1,4 miljoen nieuwe vacatures in 2023
Het aantal vacatures dat in de loop van een jaar ontstaat of vervuld wordt, ligt veel hoger dan het gemiddeld aantal openstaande vacatures. In 2023 ontstonden 1 432 duizend vacatures en er werden 1 462 duizend vacatures vervuld (inclusief 155 duizend vervallen vacatures). In vergelijking met de recordcijfers over 2022 ontstonden minder vacatures (–118 duizend) en werden er ook minder vervuld (–45 duizend) (zie ook StatLine: Openstaande vacatures en vervulde vacatures).
Hieruit volgt dat er in 2023 3,5 keer zoveel vacatures werden vervuld als er gemiddeld genomen openstonden. Dat is een fractie hoger dan in 2022, toen dit verhoudingsgetal het laagste uitviel in de jaarreeks vanaf 1998. Met 6,6 maal zoveel vervulde als gemiddeld openstaande vacatures was het verhoudingscijfer het hoogst in 2013. In dat jaar stond het aantal vacatures, zoals eerder gemeld, op een dieptepunt en waren er veel mensen werkloos. Sindsdien werd deze factor steeds kleiner (met uitzondering van 2020), wat betekent dat vacatures minder snel vervuld werden. In het onderwijs worden de vacatures het snelst vervuld; de vacatures in de bouwnijverheid staan het langst open.
In de loop van 2021 groeide het aantal bedrijven snel dat naar eigen zeggen te maken heeft met een personeelstekort. Halverwege 2022 gaf 48 procent van de bedrijven aan dat een tekort aan arbeidskrachten de productie of activiteiten belemmerde. Het gaat daarbij om bedrijven met vijf of meer werkzame personen, met uitzondering van financiële instellingen, de overheid en de zorg. Aan het begin van 2024 was dit teruggelopen tot 35 procent, waarbij de nood het hoogst is in de zakelijke dienstverlening en de bedrijfstak vervoer en opslag (zie ook StatLine: Conjunctuurenquête Nederland). Op de vraag welke situatie het meest zorgelijk is voor de commerciële ontwikkeling van het bedrijf in de komende 12 maanden, noemt begin 2024 een kwart van de bedrijven de krapte op de arbeidsmarkt, met name in de bouwnijverheid en de zakelijke dienstverlening (zie ook: Onderzoeksresultaten Conjunctuurenquête Nederland).
Krappe arbeidsmarkt: meer vacatures dan werklozen
Veranderingen in de situatie op de arbeidsmarkt komen scherp tot uiting in de verhouding tussen het aantal vacatures en het aantal werklozen. Eerder naderden het aantal vacatures en het aantal werklozen elkaar het dichtst in 2008: er was sprake van een gespannen arbeidsmarkt. Door de financiële crisis daalde het aantal vacatures daarna snel, terwijl het aantal werklozen opliep. Halverwege 2013 waren er uiteindelijk achtmaal zoveel werklozen als vacatures. In de daaropvolgende jaren herstelde de Nederlandse economie en liep het aantal vacatures per 100 werklozen sterk op, tot 66 in 2019.
| Jaar | Kwartaal | Vacatures | Vacatures, seizoengecorrigeerd | Werkloze beroepsbevolking | Werkloze beroepsbevolking, seizoengecorrigeerd |
|---|---|---|---|---|---|
| '03 | 1e kwartaal, '03 | 124,1 | 117,9 | 489 | 456 |
| '03 | 2e kwartaal, '03 | 125,7 | 112,1 | 490 | 493 |
| '03 | 3e kwartaal, '03 | 81,8 | 94,0 | 496 | 513 |
| '03 | 4e kwartaal, '03 | 94,8 | 102,4 | 526 | 538 |
| '04 | 1e kwartaal, '04 | 121,5 | 115,8 | 590 | 559 |
| '04 | 2e kwartaal, '04 | 136,3 | 122,9 | 588 | 590 |
| '04 | 3e kwartaal, '04 | 109,6 | 120,9 | 551 | 572 |
| '04 | 4e kwartaal, '04 | 120,7 | 128,4 | 575 | 586 |
| '05 | 1e kwartaal, '05 | 154,1 | 148,8 | 638 | 606 |
| '05 | 2e kwartaal, '05 | 154,4 | 141,3 | 609 | 608 |
| '05 | 3e kwartaal, '05 | 153,3 | 163,7 | 570 | 594 |
| '05 | 4e kwartaal, '05 | 157,3 | 165,3 | 573 | 587 |
| '06 | 1e kwartaal, '06 | 192,1 | 187,3 | 585 | 556 |
| '06 | 2e kwartaal, '06 | 223,0 | 209,7 | 526 | 526 |
| '06 | 3e kwartaal, '06 | 220,6 | 230,1 | 489 | 509 |
| '06 | 4e kwartaal, '06 | 221,7 | 230,3 | 499 | 508 |
| '07 | 1e kwartaal, '07 | 239,2 | 234,9 | 522 | 491 |
| '07 | 2e kwartaal, '07 | 251,2 | 238,3 | 463 | 464 |
| '07 | 3e kwartaal, '07 | 238,3 | 246,8 | 438 | 461 |
| '07 | 4e kwartaal, '07 | 240,6 | 249,3 | 439 | 447 |
| '08 | 1e kwartaal, '08 | 250,3 | 247,0 | 458 | 427 |
| '08 | 2e kwartaal, '08 | 256,7 | 244,9 | 431 | 431 |
| '08 | 3e kwartaal, '08 | 239,2 | 246,7 | 401 | 423 |
| '08 | 4e kwartaal, '08 | 189,9 | 197,4 | 417 | 424 |
| '09 | 1e kwartaal, '09 | 155,9 | 153,9 | 472 | 442 |
| '09 | 2e kwartaal, '09 | 138,4 | 128,4 | 475 | 474 |
| '09 | 3e kwartaal, '09 | 124,7 | 130,7 | 485 | 506 |
| '09 | 4e kwartaal, '09 | 119,4 | 125,4 | 523 | 532 |
| '10 | 1e kwartaal, '10 | 116,0 | 115,6 | 583 | 557 |
| '10 | 2e kwartaal, '10 | 124,9 | 117,5 | 550 | 550 |
| '10 | 3e kwartaal, '10 | 123,4 | 125,3 | 529 | 549 |
| '10 | 4e kwartaal, '10 | 124,4 | 128,3 | 524 | 534 |
| '11 | 1e kwartaal, '11 | 135,5 | 135,1 | 549 | 522 |
| '11 | 2e kwartaal, '11 | 143,6 | 134,7 | 518 | 516 |
| '11 | 3e kwartaal, '11 | 130,6 | 134,1 | 530 | 544 |
| '11 | 4e kwartaal, '11 | 116,6 | 122,7 | 578 | 587 |
| '12 | 1e kwartaal, '12 | 118,2 | 117,4 | 617 | 591 |
| '12 | 2e kwartaal, '12 | 116,1 | 109,3 | 609 | 612 |
| '12 | 3e kwartaal, '12 | 106,0 | 106,6 | 611 | 626 |
| '12 | 4e kwartaal, '12 | 94,9 | 101,7 | 652 | 658 |
| '13 | 1e kwartaal, '13 | 97,1 | 96,3 | 735 | 709 |
| '13 | 2e kwartaal, '13 | 96,8 | 91,3 | 747 | 749 |
| '13 | 3e kwartaal, '13 | 93,7 | 95,1 | 764 | 782 |
| '13 | 4e kwartaal, '13 | 91,0 | 96,5 | 768 | 778 |
| '14 | 1e kwartaal, '14 | 105,7 | 104,1 | 817 | 793 |
| '14 | 2e kwartaal, '14 | 112,9 | 107,5 | 770 | 773 |
| '14 | 3e kwartaal, '14 | 112,1 | 113,4 | 724 | 739 |
| '14 | 4e kwartaal, '14 | 112,9 | 118,8 | 738 | 744 |
| '15 | 1e kwartaal, '15 | 127,0 | 124,9 | 777 | 751 |
| '15 | 2e kwartaal, '15 | 136,5 | 130,3 | 730 | 733 |
| '15 | 3e kwartaal, '15 | 130,9 | 132,9 | 692 | 709 |
| '15 | 4e kwartaal, '15 | 136,3 | 142,7 | 698 | 707 |
| '16 | 1e kwartaal, '16 | 153,0 | 149,5 | 711 | 683 |
| '16 | 2e kwartaal, '16 | 161,8 | 154,8 | 665 | 668 |
| '16 | 3e kwartaal, '16 | 159,1 | 162,0 | 612 | 631 |
| '16 | 4e kwartaal, '16 | 163,4 | 171,2 | 595 | 602 |
| '17 | 1e kwartaal, '17 | 188,5 | 185,7 | 609 | 580 |
| '17 | 2e kwartaal, '17 | 212,8 | 204,7 | 559 | 561 |
| '17 | 3e kwartaal, '17 | 210,1 | 213,7 | 517 | 536 |
| '17 | 4e kwartaal, '17 | 218,6 | 226,5 | 498 | 506 |
| '18 | 1e kwartaal, '18 | 237,8 | 236,3 | 503 | 475 |
| '18 | 2e kwartaal, '18 | 260,6 | 250,8 | 462 | 462 |
| '18 | 3e kwartaal, '18 | 258,3 | 260,8 | 439 | 457 |
| '18 | 4e kwartaal, '18 | 254,9 | 264,0 | 431 | 438 |
| '19 | 1e kwartaal, '19 | 278,9 | 280,9 | 450 | 424 |
| '19 | 2e kwartaal, '19 | 293,8 | 282,3 | 415 | 414 |
| '19 | 3e kwartaal, '19 | 283,8 | 284,4 | 412 | 429 |
| '19 | 4e kwartaal, '19 | 281,2 | 285,7 | 416 | 425 |
| '20 | 1e kwartaal, '20 | 221,7 | 217,6 | 410 | 387 |
| '20 | 2e kwartaal, '20 | 200,4 | 198,2 | 460 | 460 |
| '20 | 3e kwartaal, '20 | 215,6 | 216,8 | 508 | 528 |
| '20 | 4e kwartaal, '20 | 213,7 | 218,7 | 481 | 490 |
| '21 | 1e kwartaal, '21 | 248,5 | 248,7 | 464 | 445 |
| '21 | 2e kwartaal, '21 | 333,6 | 324,3 | 416 | 416 |
| '21 | 3e kwartaal, '21 | 376,3 | 370,0 | 389 | 399 |
| '21 | 4e kwartaal, '21 | 376,4 | 391,8 | 364 | 370 |
| '22 | 1e kwartaal, '22 | 448,2 | 452,8 | 356 | 338 |
| '22 | 2e kwartaal, '22 | 479,8 | 463,7 | 329 | 327 |
| '22 | 3e kwartaal, '22 | 451,9 | 445,3 | 366 | 372 |
| '22 | 4e kwartaal, '22 | 418,9 | 437,1 | 350 | 359 |
| '23 | 1e kwartaal, '23 | 432,9 | 437,3 | 371 | 357 |
| '23 | 2e kwartaal, '23 | 441,2 | 427,1 | 348 | 350 |
| '23 | 3e kwartaal, '23 | 416,8 | 415,5 | 366 | 366 |
| '23 | 4e kwartaal, '23 | 389,2 | 410,3 | 349 | 360 |
StatLine: Vacatures, Vacatures, seizoengecorrigeerd en Werkloze beroepsbevolking.
Bij het begin van de coronacrisis was het aantal werklozen op het laagste niveau aangeland in de cijferreeks vanaf 2003. In februari 2020 waren er nog 383 duizend werklozen. Eind maart 2020 was het aantal openstaande vacatures echter zodanig teruggelopen dat de spanning op de arbeidsmarkt verminderde. In het werkloosheidscijfer kwamen de gevolgen van de coronamaatregelen vanaf april sterk tot uiting. In het derde kwartaal van 2020 was het aantal werklozen ruim een derde hoger dan in het eerste kwartaal; er waren toen 41 vacatures per 100 werklozen. Daarmee was de spanning op de arbeidsmarkt een stuk kleiner geworden. Naarmate de coronamaatregelen werden versoepeld, liep het aantal werklozen vervolgens elk kwartaal verder terug, terwijl het aantal openstaande vacatures sterk opliep. Hierdoor waren er in het vierde kwartaal van 2021 voor het eerst in decennia meer vacatures dan werklozen.
In het tweede kwartaal van 2022 bereikte het aantal werklozen de laagste stand in de cijferreeks, lager nog dan in 2020. Tegelijkertijd was het aantal openstaande vacatures gestegen tot de hoogste stand. Daarmee was de krapte op de arbeidsmarkt halverwege 2022 op zijn hevigst, met 142 openstaande vacatures per 100 werklozen.
In het derde kwartaal van 2022 slaat de ontwikkeling om. Het aantal openstaande vacatures begint af te nemen en het aantal werklozen loopt eerst op, om vervolgens rond de 360 duizend te blijven schommelen. Dat is ook de stand in het vierde kwartaal van 2023. In vergelijking met de recordcijfers over het tweede kwartaal van 2022 zijn er dan 12 procent minder vacatures en 10 procent meer werklozen. Daarmee komt het aantal openstaande vacatures per 100 werklozen eind 2023 uit op 114.
Gemiddeld over 2023 waren er 118 openstaande vacatures op 100 werklozen, tegen 127 in het voorgaande jaar. Daarmee is de krapte op de arbeidsmarkt in 2022 én 2023 het grootst in ruim vijftig jaar. Eerder, in een groot deel van de jaren vijftig en zestig tot en met 1971, was de krapte in Nederland nóg groter, hoewel het moeilijk is om de arbeidsmarktcijfers uit die jaren te vergelijken met de huidige cijfers.
Krapte op de arbeidsmarkt kan ertoe leiden dat bedrijven de vraag naar hun producten of diensten niet aankunnen. Ook zijn bijvoorbeeld winkels of restaurants vaker een deel van de week gesloten en zijn wachtrijen langer. Hierdoor kan de economische groei lager uitpakken.
Het aanhoudende tekort aan arbeidskrachten heeft volgens een derde van de ondernemers als belangrijkste gevolg dat de werkdruk onder het personeel toeneemt. Op de tweede plaats wordt een duidelijke stijging van arbeidskosten genoemd, bijvoorbeeld doordat er meer loon moet worden betaald. Verder zijn er ondernemers die als gevolg van het personeelstekort minder geschikt personeel aannemen of de afzet van goederen of diensten beperken (uitkomsten per juli 2023, zie ook: Ondernemers zien werkdruk toenemen als gevolg personeelstekort).
| Jaar | Vacatures per 100 werklozen |
|---|---|
| '03 | 22 |
| '04 | 21 |
| '05 | 25 |
| '06 | 39 |
| '07 | 52 |
| '08 | 56 |
| '09 | 29 |
| '10 | 22 |
| '11 | 24 |
| '12 | 18 |
| '13 | 13 |
| '14 | 14 |
| '15 | 18 |
| '16 | 24 |
| '17 | 37 |
| '18 | 54 |
| '19 | 66 |
| '20 | 48 |
| '21 | 77 |
| '22 | 127 |
| '23 | 118 |
Bij deze cijfers over de krapte op de arbeidsmarkt moet wel worden aangetekend dat dit een totaalcijfer is. Per bedrijfstak, beroepsgroep of regio kan de verhouding werklozen/vacatures variëren. Mede hierdoor kunnen er naast elkaar toch grote groepen werkloos zijn, terwijl bedrijven en instellingen nog steeds veel vacatures hebben uitstaan. Ook kan de gewenste arbeidsduur een rol spelen. Slechts een kwart van de werklozen was in 2023 op zoek naar een voltijdbaan (zie ook StatLine: Gewenste arbeidsduur).
In deze werkloosheidscijfers tellen alleen de personen mee die geen betaald werk hebben maar daar wel direct voor beschikbaar zijn en er ook recent naar gezocht hebben (definitie van de International Labour Organization, ILO). Dat zijn niet alle personen zonder werk die binding met de arbeidsmarkt hebben. Het CBS telt ook het aantal semiwerklozen: de mensen zonder betaald werk die direct beschikbaar zijn voor werk óf recent zochten naar werk, maar niet aan beide voorwaarden voldoen. Verder zijn er mensen met deeltijdwerk die meer uren zouden willen werken en daarvoor beschikbaar zijn. Ook de omvang van dit overige onbenut arbeidspotentieel is in 2023 toegenomen. Hoofdstuk 3 gaat verder in op de verschillende groepen die tezamen het onbenut arbeidspotentieel vormen.
In de Europese Unie behoort Nederland tot de groep landen met een relatief sterk gespannen arbeidsmarkt. In 2023 hadden alleen Duitsland en Tsjechië meer vacatures per 100 werklozen dan Nederland. Spanje en Griekenland hebben naar verhouding veel werklozen en relatief weinig openstaande vacatures, zodat daar de arbeidsmarkt veel ruimer is (zie ook Eurostat: Werkloze beroepsbevolking EU en Vacatures EU; niet voor alle EU-landen zijn vacaturecijfers beschikbaar).
Krappe arbeidsmarkt in Zeeland en Utrecht
In de provincie Flevoland stonden in 2023 tegenover elke vacature de meeste werklozen, in Zeeland de minste. Dat wil zeggen dat de arbeidsmarkt relatief het krapst was in Zeeland, met 154 openstaande vacatures per 100 werklozen. Voor Nederland als geheel waren dat er 118. De arbeidsmarkt was het ruimst in Flevoland. Daar waren gemiddeld 89 vacatures per 100 werklozen. In de meeste provincies waren er meer vacatures dan werklozen. Alleen in Flevoland, Groningen en Fryslân geldt dat niet.
In 2023 waren er in alle provincies iets minder vacatures dan in 2022, terwijl het aantal werklozen weinig veranderde. Hierdoor verminderde overal het aantal vacatures per 100 werklozen, wat wil zeggen dat de spanning op de arbeidsmarkt in alle provincies wat kleiner werd.
De meeste vacatures waren in 2023 te vinden in Zuid-Holland (90 duizend) en Noord-Holland (80 duizend). Daarentegen stonden in de veel kleinere provincies Flevoland en Zeeland maar 9 duizend vacatures open. In Zuid-Holland en Noord-Holland wonen ook de meeste werklozen, respectievelijk 83 duizend en 67 duizend. Zeeland telde slechts 6 duizend werklozen. Ook het werkloosheidspercentage was het laagst in Zeeland, terwijl Groningen relatief de meeste werklozen telde.
| Provincie | Vacatures per 100 werklozen |
|---|---|
| Zeeland | 154 |
| Utrecht | 142 |
| Noord-Brabant | 133 |
| Drenthe | 127 |
| Gelderland | 123 |
| Overijssel | 122 |
| Noord-Holland | 119 |
| Limburg | 111 |
| Zuid-Holland | 108 |
| Fryslân | 95 |
| Groningen | 93 |
| Flevoland | 89 |
StatLine: Vacatures per provincie en Werklozen per provincie.
Nederland telt 2,3 miljoen bedrijven
De afgelopen vijftien jaar is het aantal bedrijven in Nederland verdubbeld. Hierdoor telde Nederland per begin 2024 al 2 308 duizend bedrijven. In 4 op de 5 gevallen gaat het om natuurlijke personen (zoals eenmanszaken en maatschappen), de rest betreft rechtspersonen (zoals bv’s, nv’s, verenigingen, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen). In 2023 zijn 256 duizend bedrijven opgericht. Het aantal opheffingen bleef hier ver bij achter. Daardoor kwamen er in de loop van 2023 per saldo 146 duizend bedrijven bij.
Bij de bedrijfsopheffingen gaat het maar voor een klein deel om faillissementen, die daadwerkelijk rechterlijk zijn bepaald. Vaker zijn bedrijven zelf gestopt en opgeheven, bijvoorbeeld ter voorkoming van een faillissement. In 2023 zijn er in totaal 3,3 duizend bedrijven en instellingen (inclusief eenmanszaken) failliet verklaard, waaronder enkele bekende winkelketens. Dat zijn meer faillissementen dan in de voorgaande jaren, maar nog steeds veel minder dan het langjarig gemiddelde van 5 duizend per jaar.
In 4 op de 5 bedrijven is maar één persoon werkzaam. Bij slechts 8 duizend bedrijven werken minstens honderd mensen, uitgedrukt in voltijdbanen (vte’s). Maar bij deze grote bedrijven is wel 62 procent van alle banen van werknemers te vinden.
De bedrijven zijn bij het CBS ingedeeld naar hun belangrijkste economische activiteit. De zakelijke dienstverlening telt de meeste bedrijven, namelijk 596 duizend. Andere grote bedrijfstakken zijn de handel (292 duizend bedrijven), de bouwnijverheid (267 duizend), de cultuur, recreatie en overige diensten (264 duizend) en de zorg (237 duizend). Daarentegen telt het openbaar bestuur slechts 900 instellingen.
| 1 tot 10 werkzame personen | 10 tot 100 werkzame personen | 100 werkzame personen of meer | |
|---|---|---|---|
| Bedrijven | 2236 | 64 | 8 |
| Bedrijfsgrootte: 0 tot 10 werkzame personen | Bedrijfsgrootte: 10 tot 100 werkzame personen | Bedrijfsgrootte: 100 of meer werkzame personen | |
|---|---|---|---|
| Banen van werknemers |
1287 | 2101 | 5589 |
StatLine: Aantal bedrijven en Banen van werknemers naar bedrijfsgrootte.
11,6 miljoen banen
Het aantal banen van werkzame personen steeg in 2023 met 179 duizend (1,6 procent). Hiermee kwam het gemiddeld aantal banen in 2023 uit op 11,6 miljoen, de hoogste stand ooit gemeten. De banengroei was niet zo groot als in 2022, toen met een toename van 437 duizend banen en een stijging van 4,0 procent nog records werden gebroken. In de cijferreeks vanaf 1995 eindigt de banengroei in 2023 in de middenmoot.
Er kwamen in 2023 zowel meer werknemers- als zelfstandigenbanen bij. Het aantal banen van werknemers nam toe met 115 duizend tot 9,0 miljoen, dat is een groei van 1,3 procent. Bij de zelfstandigen liep het aantal banen op met 64 duizend tot 2,5 miljoen (+2,6 procent). Daarmee is het aandeel zelfstandigenbanen gestegen van 18 procent van alle banen in 2003 naar 22 procent in 2023.
| Jaar | Category | Banen | Banen seizoengecorrigeerd |
|---|---|---|---|
| '03 | 1e kwartaal, '03 | 9,103 | 9,176 |
| '03 | 2e kwartaal, '03 | 9,181 | 9,147 |
| '03 | 3e kwartaal, '03 | 9,188 | 9,122 |
| '03 | 4e kwartaal, '03 | 9,090 | 9,120 |
| '04 | 1e kwartaal, '04 | 9,006 | 9,082 |
| '04 | 2e kwartaal, '04 | 9,127 | 9,090 |
| '04 | 3e kwartaal, '04 | 9,163 | 9,103 |
| '04 | 4e kwartaal, '04 | 9,061 | 9,098 |
| '05 | 1e kwartaal, '05 | 9,084 | 9,139 |
| '05 | 2e kwartaal, '05 | 9,208 | 9,168 |
| '05 | 3e kwartaal, '05 | 9,244 | 9,193 |
| '05 | 4e kwartaal, '05 | 9,164 | 9,210 |
| '06 | 1e kwartaal, '06 | 9,248 | 9,298 |
| '06 | 2e kwartaal, '06 | 9,379 | 9,339 |
| '06 | 3e kwartaal, '06 | 9,457 | 9,410 |
| '06 | 4e kwartaal, '06 | 9,493 | 9,531 |
| '07 | 1e kwartaal, '07 | 9,536 | 9,581 |
| '07 | 2e kwartaal, '07 | 9,705 | 9,672 |
| '07 | 3e kwartaal, '07 | 9,785 | 9,737 |
| '07 | 4e kwartaal, '07 | 9,755 | 9,783 |
| '08 | 1e kwartaal, '08 | 9,792 | 9,840 |
| '08 | 2e kwartaal, '08 | 9,901 | 9,869 |
| '08 | 3e kwartaal, '08 | 9,933 | 9,892 |
| '08 | 4e kwartaal, '08 | 9,877 | 9,890 |
| '09 | 1e kwartaal, '09 | 9,823 | 9,874 |
| '09 | 2e kwartaal, '09 | 9,843 | 9,807 |
| '09 | 3e kwartaal, '09 | 9,815 | 9,783 |
| '09 | 4e kwartaal, '09 | 9,777 | 9,786 |
| '10 | 1e kwartaal, '10 | 9,672 | 9,727 |
| '10 | 2e kwartaal, '10 | 9,824 | 9,785 |
| '10 | 3e kwartaal, '10 | 9,827 | 9,797 |
| '10 | 4e kwartaal, '10 | 9,804 | 9,816 |
| '11 | 1e kwartaal, '11 | 9,834 | 9,872 |
| '11 | 2e kwartaal, '11 | 9,947 | 9,917 |
| '11 | 3e kwartaal, '11 | 9,959 | 9,928 |
| '11 | 4e kwartaal, '11 | 9,929 | 9,924 |
| '12 | 1e kwartaal, '12 | 9,844 | 9,922 |
| '12 | 2e kwartaal, '12 | 9,955 | 9,905 |
| '12 | 3e kwartaal, '12 | 9,894 | 9,874 |
| '12 | 4e kwartaal, '12 | 9,865 | 9,836 |
| '13 | 1e kwartaal, '13 | 9,697 | 9,784 |
| '13 | 2e kwartaal, '13 | 9,799 | 9,761 |
| '13 | 3e kwartaal, '13 | 9,789 | 9,750 |
| '13 | 4e kwartaal, '13 | 9,737 | 9,739 |
| '14 | 1e kwartaal, '14 | 9,639 | 9,726 |
| '14 | 2e kwartaal, '14 | 9,799 | 9,744 |
| '14 | 3e kwartaal, '14 | 9,769 | 9,767 |
| '14 | 4e kwartaal, '14 | 9,819 | 9,796 |
| '15 | 1e kwartaal, '15 | 9,736 | 9,832 |
| '15 | 2e kwartaal, '15 | 9,912 | 9,865 |
| '15 | 3e kwartaal, '15 | 9,934 | 9,901 |
| '15 | 4e kwartaal, '15 | 9,938 | 9,944 |
| '16 | 1e kwartaal, '16 | 9,893 | 9,956 |
| '16 | 2e kwartaal, '16 | 10,054 | 10,010 |
| '16 | 3e kwartaal, '16 | 10,070 | 10,054 |
| '16 | 4e kwartaal, '16 | 10,125 | 10,110 |
| '17 | 1e kwartaal, '17 | 10,097 | 10,173 |
| '17 | 2e kwartaal, '17 | 10,295 | 10,240 |
| '17 | 3e kwartaal, '17 | 10,328 | 10,318 |
| '17 | 4e kwartaal, '17 | 10,403 | 10,394 |
| '18 | 1e kwartaal, '18 | 10,400 | 10,470 |
| '18 | 2e kwartaal, '18 | 10,565 | 10,535 |
| '18 | 3e kwartaal, '18 | 10,630 | 10,601 |
| '18 | 4e kwartaal, '18 | 10,651 | 10,659 |
| '19 | 1e kwartaal, '19 | 10,662 | 10,722 |
| '19 | 2e kwartaal, '19 | 10,807 | 10,759 |
| '19 | 3e kwartaal, '19 | 10,793 | 10,795 |
| '19 | 4e kwartaal, '19 | 10,888 | 10,846 |
| '20 | 1e kwartaal, '20 | 10,776 | 10,851 |
| '20 | 2e kwartaal, '20 | 10,601 | 10,549 |
| '20 | 3e kwartaal, '20 | 10,720 | 10,723 |
| '20 | 4e kwartaal, '20 | 10,741 | 10,725 |
| '21 | 1e kwartaal, '21 | 10,663 | 10,729 |
| '21 | 2e kwartaal, '21 | 10,924 | 10,872 |
| '21 | 3e kwartaal, '21 | 11,033 | 11,043 |
| '21 | 4e kwartaal, '21 | 11,136 | 11,111 |
| '22 | 1e kwartaal, '22 | 11,179 | 11,234 |
| '22 | 2e kwartaal, '22 | 11,388 | 11,345 |
| '22 | 3e kwartaal, '22 | 11,413 | 11,419 |
| '22 | 4e kwartaal, '22 | 11,524 | 11,485 |
| '23 | 1e kwartaal, '23 | 11,455 | 11,519 |
| '23 | 2e kwartaal, '23 | 11,573 | 11,526 |
| '23 | 3e kwartaal, '23 | 11,558 | 11,558 |
| '23 | 4e kwartaal, '23 | 11,638 | 11,614 |
StatLine: Banen van werkzame personen.
Terugkijkend op de cijfers over de afgelopen twintig jaar, piekte het totaal aantal banen van werkzame personen eerst in 2008, toen in het derde kwartaal bijna de grens van 10 miljoen werd bereikt. Uit de cijfers die voor seizoeninvloeden zijn gecorrigeerd, blijkt dat er vervolgens in anderhalf jaar tijd 165 duizend banen verloren gingen. In de loop van 2011 was dit baanverlies weer gecompenseerd en kwam het totaal aantal banen iets hoger uit dan in 2008, maar bleef het steken onder de 10 miljoen. Daarna volgden jaren van krimp, waardoor het aantal banen begin 2014 was afgenomen tot 9,7 miljoen, de laagste stand in zeven jaar. In de volgende 24 kwartalen groeide het aantal banen onafgebroken, tot het eerste kwartaal van 2020. In deze periode kwamen er in totaal 1,1 miljoen banen bij. In het tweede kwartaal van 2020 gingen in een klap ruim 300 duizend banen verloren (–2,8 procent), waarna er in het derde kwartaal weer 174 duizend banen bij kwamen. Niet eerder werden kwartaalcijfers van een dergelijke omvang gemeten. Deze ‘banendip’ in 2020 heeft uitsluitend betrekking op werknemers; het aantal banen van zelfstandigen nam niet af.
Vanaf het tweede kwartaal van 2021 nam het aantal banen elk kwartaal fors toe. In dat kwartaal was het baanverlies uit 2020 alweer goedgemaakt. Sindsdien zijn er meer banen dan ooit tevoren. In het derde kwartaal van 2021 kwam het totaal aantal banen voor het eerst boven de 11 miljoen uit. In 2023 zwakte de banengroei af, tot gemiddeld ruim 30 duizend banen per kwartaal. In het laatste kwartaal van 2023 waren er 11,6 miljoen banen, 763 duizend meer dan in het eerste kwartaal van 2020, bij het begin van de coronacrisis.
| Jaar | Banen van werknemers | Banen van zelfstandigen |
|---|---|---|
| '03 | -46 | -18 |
| '04 | -79 | 27 |
| '05 | 42 | 44 |
| '06 | 147 | 73 |
| '07 | 225 | 75 |
| '08 | 143 | 37 |
| '09 | -77 | 15 |
| '10 | -57 | 25 |
| '11 | 72 | 63 |
| '12 | -54 | 26 |
| '13 | -139 | 5 |
| '14 | -40 | 41 |
| '15 | 77 | 46 |
| '16 | 113 | 43 |
| '17 | 206 | 40 |
| '18 | 230 | 51 |
| '19 | 180 | 46 |
| '20 | -109 | 30 |
| '21 | 169 | 62 |
| '22 | 312 | 125 |
| '23 | 115 | 64 |
StatLine: Banen van werkzame personen.
In 2023 was in alle bedrijfstakken sprake van banengroei, met uitzondering van de uitzendbureaus, waar 58 duizend banen verdwenen. Het aantal banen nam het meest toe in de zorg (+35 duizend), de zakelijke dienstverlening (exclusief uitzendbureaus) (+32 duizend) en de horeca (+31 duizend). Al in 2022 waren er in bijna alle bedrijfstakken weer meer banen dan in 2019, voordat de coronacrisis begon. Alleen de uitzendbureaus telden in 2022 minder banen dan in 2019.
| Bedrijfstak | Verandering |
|---|---|
| Zorg | 35 |
| Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus) |
32 |
| Horeca | 31 |
| Bouwnijverheid | 26 |
| Openbaar bestuur | 24 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten |
23 |
| Onderwijs | 21 |
| Informatie en communicatie |
11 |
| Industrie | 11 |
| Financiële dienstverlening | 6 |
| Handel | 4 |
| Vervoer en opslag | 2 |
| Verhuur/handel onroerend goed |
2 |
| Landbouw en visserij |
2 |
| Uitzendbureaus | -58 |
StatLine: Banen van werkzame personen.
Werkgelegenheid uitzendbureaus daalt zeven kwartalen op rij
Het gemiddeld aantal banen van werknemers bij uitzendbureaus nam in 2023 af met 58 duizend tot 716 duizend. Na een daling van zeven kwartalen op rij waren er in totaal 95 duizend banen verloren gegaan. Eind 2023 was het aantal banen van werknemers in deze bedrijfstak gedaald tot 701 duizend. Dat is de laagste stand sinds begin 2016, afgezien van de dip in het eerste coronajaar.
Naast de voor de hand liggende verklaring dat door de lage economische groei minder behoefte is aan uitzendkrachten, is het ook mogelijk dat uitzendkrachten vanwege de krapte op de arbeidsmarkt eerder een vaste baan krijgen aangeboden bij het bedrijf waar ze zijn ingehuurd. Bovendien hebben uitzendkrachten tegenwoordig recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als andere werknemers, zodat bedrijven in hun zoektocht naar flexibele arbeid wellicht vaker de voorkeur geven aan zzp’ers.
| Jaar | Kwartaal | Werknemersbanen bij uitzendbureaus |
|---|---|---|
| '03 | 1e kwartaal, '03 | 458 |
| '03 | 2e kwartaal, '03 | 449 |
| '03 | 3e kwartaal, '03 | 439 |
| '03 | 4e kwartaal, '03 | 444 |
| '04 | 1e kwartaal, '04 | 429 |
| '04 | 2e kwartaal, '04 | 444 |
| '04 | 3e kwartaal, '04 | 457 |
| '04 | 4e kwartaal, '04 | 466 |
| '05 | 1e kwartaal, '05 | 492 |
| '05 | 2e kwartaal, '05 | 507 |
| '05 | 3e kwartaal, '05 | 514 |
| '05 | 4e kwartaal, '05 | 521 |
| '06 | 1e kwartaal, '06 | 541 |
| '06 | 2e kwartaal, '06 | 564 |
| '06 | 3e kwartaal, '06 | 590 |
| '06 | 4e kwartaal, '06 | 623 |
| '07 | 1e kwartaal, '07 | 619 |
| '07 | 2e kwartaal, '07 | 643 |
| '07 | 3e kwartaal, '07 | 657 |
| '07 | 4e kwartaal, '07 | 672 |
| '08 | 1e kwartaal, '08 | 666 |
| '08 | 2e kwartaal, '08 | 668 |
| '08 | 3e kwartaal, '08 | 666 |
| '08 | 4e kwartaal, '08 | 646 |
| '09 | 1e kwartaal, '09 | 624 |
| '09 | 2e kwartaal, '09 | 594 |
| '09 | 3e kwartaal, '09 | 579 |
| '09 | 4e kwartaal, '09 | 576 |
| '10 | 1e kwartaal, '10 | 532 |
| '10 | 2e kwartaal, '10 | 560 |
| '10 | 3e kwartaal, '10 | 568 |
| '10 | 4e kwartaal, '10 | 574 |
| '11 | 1e kwartaal, '11 | 579 |
| '11 | 2e kwartaal, '11 | 591 |
| '11 | 3e kwartaal, '11 | 584 |
| '11 | 4e kwartaal, '11 | 567 |
| '12 | 1e kwartaal, '12 | 575 |
| '12 | 2e kwartaal, '12 | 576 |
| '12 | 3e kwartaal, '12 | 571 |
| '12 | 4e kwartaal, '12 | 563 |
| '13 | 1e kwartaal, '13 | 567 |
| '13 | 2e kwartaal, '13 | 570 |
| '13 | 3e kwartaal, '13 | 573 |
| '13 | 4e kwartaal, '13 | 581 |
| '14 | 1e kwartaal, '14 | 575 |
| '14 | 2e kwartaal, '14 | 589 |
| '14 | 3e kwartaal, '14 | 604 |
| '14 | 4e kwartaal, '14 | 620 |
| '15 | 1e kwartaal, '15 | 633 |
| '15 | 2e kwartaal, '15 | 653 |
| '15 | 3e kwartaal, '15 | 668 |
| '15 | 4e kwartaal, '15 | 684 |
| '16 | 1e kwartaal, '16 | 684 |
| '16 | 2e kwartaal, '16 | 709 |
| '16 | 3e kwartaal, '16 | 723 |
| '16 | 4e kwartaal, '16 | 735 |
| '17 | 1e kwartaal, '17 | 756 |
| '17 | 2e kwartaal, '17 | 772 |
| '17 | 3e kwartaal, '17 | 789 |
| '17 | 4e kwartaal, '17 | 808 |
| '18 | 1e kwartaal, '18 | 821 |
| '18 | 2e kwartaal, '18 | 823 |
| '18 | 3e kwartaal, '18 | 825 |
| '18 | 4e kwartaal, '18 | 834 |
| '19 | 1e kwartaal, '19 | 838 |
| '19 | 2e kwartaal, '19 | 827 |
| '19 | 3e kwartaal, '19 | 813 |
| '19 | 4e kwartaal, '19 | 804 |
| '20 | 1e kwartaal, '20 | 768 |
| '20 | 2e kwartaal, '20 | 647 |
| '20 | 3e kwartaal, '20 | 669 |
| '20 | 4e kwartaal, '20 | 682 |
| '21 | 1e kwartaal, '21 | 698 |
| '21 | 2e kwartaal, '21 | 729 |
| '21 | 3e kwartaal, '21 | 750 |
| '21 | 4e kwartaal, '21 | 752 |
| '22 | 1e kwartaal, '22 | 796 |
| '22 | 2e kwartaal, '22 | 782 |
| '22 | 3e kwartaal, '22 | 765 |
| '22 | 4e kwartaal, '22 | 756 |
| '23 | 1e kwartaal, '23 | 740 |
| '23 | 2e kwartaal, '23 | 719 |
| '23 | 3e kwartaal, '23 | 707 |
| '23 | 4e kwartaal, '23 | 701 |
StatLine: Werkgelegenheid bij uitzendbureaus (jaarcijfers) en Werkgelegenheid bij uitzendbureaus (kwartaalcijfers).
In 2023 is 8 procent van de werknemersbanen een baan bij een uitzendbureau. In 2018 was dat nog 10 procent. In 62 procent van de uitzendbanen wordt in deeltijd gewerkt en in 60 procent zijn mannen werkzaam. In verschillende bedrijfstakken waar veel uitzendwerk wordt verricht, werken sowieso al veel mannen, zoals in de industrie en de bedrijfstak vervoer en opslag.
In de meeste CBS-statistieken worden uitzendkrachten geteld in de bedrijfsklasse uitzendbureaus (sbi 78), die deel uitmaakt van de bedrijfstak zakelijke dienstverlening. Omdat de uitzendkrachten een grote invloed hebben op de werkgelegenheidsontwikkeling, wordt de bedrijfstak zakelijke dienstverlening in publicaties soms opgeknipt in twee delen: uitzendbureaus enerzijds en zakelijke dienstverlening (exclusief uitzendbureaus) anderzijds. Deze publicatiegroep uitzendbureaus omvat naast uitzendkrachten en het baliepersoneel van de uitzendbureaus ook uitleenbureaus, de arbeidsbemiddeling en payrollbedrijven. Kortheidshalve wordt gesproken over uitzendbureaus.
Voor een deel van de uitzendkrachten is bekend waar zij daadwerkelijk werken; met name in de industrie, het openbaar bestuur en in vervoer en opslag (zie ook StatLine: Waar werken uitzendkrachten).
In vergelijking met tien jaar eerder lag het gemiddeld aantal banen van werknemers en zelfstandigen in 2023 per saldo 1,8 miljoen hoger (+18 procent). In 2013 was het gemiddeld aantal banen op het laagste punt beland na 2007, als gevolg van de financiële crisis die in 2008 begon. In bijna alle bedrijfstakken groeide de werkgelegenheid de afgelopen tien jaar, het meest in de zakelijke dienstverlening (exclusief uitzendbureaus), de zorg en de handel. In de informatie en communicatie was de banengroei naar verhouding het grootst (+45 procent). Alleen in de financiële dienstverlening (–16 duizend) gingen banen verloren.
In tien van de vijftien onderscheiden bedrijfstakken waren er in 2023 meer banen dan ooit. Daarentegen telt de industrie, ondanks de banengroei in de laatste jaren, fors minder banen dan in de vorige eeuw. Hetzelfde geldt voor de landbouw en visserij. De werkgelegenheid in de financiële dienstverlening piekte rond de eeuwwisseling, bij de uitzendbureaus was dat in 2018. In de kleine bedrijfstak verhuur en handel van onroerend goed zijn er in 2023 weer bijna net zoveel banen als in 2009, toen deze bedrijfstak eerder op het hoogste punt zat.
| Bedrijfstak | Verandering |
|---|---|
| Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus) |
300 |
| Zorg | 251 |
| Handel | 202 |
| Horeca | 165 |
| Bouwnijverheid | 155 |
| Uitzendbureaus | 145 |
| Onderwijs | 143 |
| Informatie en communicatie |
128 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten |
92 |
| Openbaar bestuur | 82 |
| Industrie | 66 |
| Vervoer en opslag | 52 |
| Landbouw en visserij |
16 |
| Verhuur/handel onroerend goed |
6 |
| Financiële dienstverlening | -16 |
StatLine: Banen van werkzame personen.
Welke bedrijfstak is het grootst?
Met 1 858 duizend banen is de zorg in 2023 de grootste bedrijfstak. Bijna 1 op de 6 banen is te vinden in deze bedrijfstak. De zorg omvat niet alleen gezondheidszorg, maar ook verzorging en welzijn. De bedrijfstakken zakelijke dienstverlening (exclusief uitzendbureaus) en de handel volgen op de voet met respectievelijk 1 727 duizend en 1 694 duizend banen. Tot en met 2008 was de handel de bedrijfstak met de meeste banen, terwijl de industrie in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw de koploper was. Tegenwoordig telt de zorg ruim tweemaal zoveel banen als de industrie.
| Bedrijfstak | Banen van werknemers | Banen van zelfstandigen |
|---|---|---|
| Zorg | 1479 | 378 |
| Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus) |
969 | 758 |
| Handel | 1459 | 235 |
| Industrie | 793 | 66 |
| Uitzendbureaus | 716 | 11 |
| Onderwijs | 591 | 122 |
| Bouwnijverheid | 358 | 307 |
| Horeca | 482 | 116 |
| Openbaar bestuur | 591 | 0 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten |
339 | 239 |
| Vervoer en opslag | 407 | 60 |
| Informatie en communicatie |
334 | 79 |
| Landbouw en visserij |
116 | 140 |
| Financiële dienstverlening | 225 | 8 |
| Verhuur/handel onroerend goed |
73 | 18 |
StatLine: Banen van werkzame personen.
Dat de zorg de meeste banen telt, geldt echter alleen bij de indeling naar vijftien bedrijfstakken zoals die in deze publicatie wordt gehanteerd (zie bijlage 3). Het CBS publiceert ook banencijfers op basis van andere indelingen, waarbij soms bedrijfstakken worden samengeteld. Zo is het ook gebruikelijk om over de gehele zakelijke dienstverlening te publiceren. Dat zijn 2 454 duizend banen, dus meer dan bij de zorg. Maar bijvoorbeeld in de tabellen met kwartaalcijfers worden handel, vervoer en horeca (bij elkaar 2 759 duizend banen) ook samen genomen. Nog groter is het samengestelde cijfer voor overheid en zorg, dat de bedrijfstakken openbaar bestuur, onderwijs en zorg omvat en 3 161 duizend banen telde in 2023.
De zakelijke dienstverlening (exclusief uitzendkrachten) is de bedrijfstak met het grootste aantal banen van zelfstandigen. 3 op de 10 zelfstandigenbanen worden ingedeeld in deze bedrijfstak. Afgezet tegen het totaal aantal banen in een bedrijfstak, zijn er in de landbouw en visserij de meeste zelfstandigenbanen, namelijk ruim de helft. Ook in de bouwnijverheid werken relatief veel zelfstandigen.
Banen waarin vrouwen werken zijn in de zorg zonder meer het meest talrijk (uitgaande van de indeling in vijftien bedrijfstakken). Bij de banen van mannen staat de handel bovenaan de lijst en komt de zorg pas op de zesde plaats.
Ook wat betreft voltijdbanen van werknemers staat de handel bovenaan. Maar bij de voltijdbanen van mannelijke werknemers is dat de industrie en bij vrouwelijke werknemers de zorg. Bij de deeltijdbanen van werknemers staat de zorg aan top, maar bij deeltijdbanen van mannelijke werknemers is dat weer de handel.
Als het gaat om banen van vrouwelijke werknemers, staat de zorg in de meeste leeftijdsgroepen bovenaan. Maar bij vrouwelijke werknemers tot 20 jaar is dit de handel. Bij de werknemers van 45 tot 70 jaar zijn de meeste banen van mannelijke werknemers te vinden in de industrie. In de andere leeftijdsgroepen werken mannen het meest in de handel (zie ook StatLine: Banen van werknemers).
Tot dusver ging het alleen om banen. Maar de werkgelegenheid wordt ook gemeten in werkzame personen (hoofdbanen), gewerkte uren en arbeidsjaren (vte’s). Doordat in de zorg veelal in deeltijd wordt gewerkt, is deze bedrijfstak niet de grootste op basis van het aantal gewerkte uren; dan is de handel de grootste bedrijfstak. Qua aantal werkzame personen en het aantal arbeidsjaren scoort de zorg wel het hoogst (zie ook StatLine: Werkgelegenheid).
En zo is voor elke bedrijfstak waarschijnlijk wel een invalshoek te vinden waarbij die bovenaan het lijstje komt. Zie ook grafiek 2.20 verderop in dit hoofdstuk, met uitkomsten per gemeente. Uit grafiek 2.25 blijkt wat de grootste bedrijfstak is in de verschillende landen van de Europese Unie, op basis van het totaal aantal gewerkte uren onderverdeeld naar tien bedrijfstakken.
Steeds meer vrouwen
In 2023 nam het totaal aantal banen van mannen met 96 duizend toe. Het aantal banen waarin vrouwen werken steeg met 84 duizend. De voorgaande jaren kwamen er juist meer banen bij van vrouwen dan van mannen. Hierdoor werd het aandeel vrouwen in de loop van de jaren steeds groter. Nog steeds zijn in de meeste banen mannen werkzaam, maar het verschil is klein geworden. Terwijl in 1995 het aandeel mannen 57 procent bedroeg, was dat in 2023 gezakt naar 52 procent.
De afgelopen tien jaar steeg het aantal banen van mannen met 889 duizend, terwijl het aantal banen van vrouwen toenam met 912 duizend. Dat er per saldo meer vrouwen dan mannen bij komen, hangt voor een deel samen met de banengroei per bedrijfstak: vrouwen zijn sterk vertegenwoordigd in de zorg, waar het aantal banen jarenlang toenam. Ook in het onderwijs en het openbaar bestuur kwamen er vooral vrouwen bij. Mannen profiteerden sterker van de banengroei bij de bouwnijverheid en de informatie en communicatie.
| Jaar | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|
| '03 | -63 | -1 |
| '04 | -56 | 5 |
| '05 | 19 | 66 |
| '06 | 132 | 89 |
| '07 | 156 | 144 |
| '08 | 63 | 117 |
| '09 | -95 | 34 |
| '10 | -81 | 48 |
| '11 | 62 | 73 |
| '12 | -34 | 6 |
| '13 | -93 | -41 |
| '14 | 3 | -2 |
| '15 | 72 | 52 |
| '16 | 83 | 72 |
| '17 | 124 | 122 |
| '18 | 141 | 139 |
| '19 | 109 | 117 |
| '20 | -57 | -22 |
| '21 | 102 | 129 |
| '22 | 216 | 221 |
| '23 | 96 | 84 |
StatLine: Banen van werkzame personen (jaarcijfers) en Banen van werkzame personen.
Opvallend aan de banenontwikkeling naar geslacht is dat bij vrouwen vrijwel voortdurend sprake is van groei. Alleen in 2013 en 2020 daalde het aantal banen van vrouwen substantieel. Daarentegen daalde het aantal banen van mannen in de jaarcijfers vanaf 2003 zeven keer (zie grafiek 2.15).
In de zorg werd in 2022 inmiddels 81 procent van alle banen bezet door vrouwen. Ook in het onderwijs, de cultuur, recreatie en overige diensten en de zakelijke dienstverlening (exclusief uitzendbureaus) zijn vrouwen in de meerderheid. Bij de overige bedrijfstakken zijn mannen in de meerderheid, het sterkst in de bouwnijverheid, waar maar 12 procent van de banen door vrouwen wordt bezet. In vergelijking met tien jaar eerder is het aandeel vrouwen het meest toegenomen in het openbaar bestuur.
| Bedrijfstak | Banen van vrouwen |
|---|---|
| Zorg | 80,6 |
| Onderwijs | 64 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 61,3 |
| Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus) | 53,5 |
| Horeca | 48,9 |
| Verhuur/handel onroerend goed | 46,1 |
| Handel | 44,8 |
| Openbaar bestuur | 44,5 |
| Financiële dienstverlening | 43,2 |
| Uitzendbureaus | 40,9 |
| Landbouw en visserij | 33,7 |
| Informatie en communicatie | 26,4 |
| Vervoer en opslag | 23,9 |
| Industrie | 23,8 |
| Bouwnijverheid | 12,1 |
StatLine: Banen van werkzame personen.
Deeltijdwerk in 56 op de 100 werknemersbanen
De afgelopen decennia is het aantal deeltijdbanen in Nederland sterk gestegen. Hierdoor zijn er sinds ongeveer 2007 meer deeltijdbanen dan voltijdbanen voor werknemers. In 2023 was het aandeel deeltijdbanen voor werknemers opgelopen tot 56 procent. In deeltijdbanen ligt de overeengekomen arbeidsduur onder het aantal uren dat hoort bij een volledige dag- en weektaak. Voltijdwerknemers werken tegenwoordig gemiddeld 39 uur per week, maar dit varieert per bedrijfstak en per bedrijf, en soms zelfs binnen bedrijven. De voltijdarbeidsduur die het meest voorkomt is 40 uur per week, gevolgd door 36 uur en 38 uur per week.
Het aandeel deeltijdwerk verschilt sterk bij mannen en vrouwen. Van de werknemersbanen die door vrouwen worden vervuld, is 77 procent een deeltijdbaan. Bij de mannen is dat 36 procent, zij werken vooral in voltijdbanen. Wel zijn deeltijdbanen juist bij mannen in opkomst: sinds 2010 is het aandeel deeltijdbanen bij mannelijke werknemers met 7 procentpunt toegenomen, tegen 2 procentpunt bij vrouwen.
Het aandeel deeltijders varieert ook sterk per bedrijfstak. In de zorg is 83 procent van de werknemersbanen een deeltijdbaan. Ook de werknemers in de horeca, de cultuur, recreatie en overige diensten en het onderwijs hebben vooral deeltijdbanen. Onderaan de ranglijst staat de bouwnijverheid met 25 procent deeltijdbanen. In alle bedrijfstakken zijn de werknemersbanen van vrouwen voor het merendeel deeltijdbanen, zelfs in de bouwnijverheid heeft drie kwart van de vrouwen een deeltijdbaan. Dit in tegenstelling tot de werknemersbanen van mannen, die in de meeste bedrijfstakken voor het merendeel door voltijders worden bezet. Alleen in de bedrijfstakken horeca, cultuur, recreatie en overige diensten, de zorg en de uitzendbureaus werkt ook het merendeel van de mannelijke werknemers in deeltijd (zie ook StatLine: Banen van werknemers).
Flexwerk voor ruim 1 op de 3 werknemers
Bij ruim 1 op de 3 werknemersbanen is sprake van een contract voor bepaalde tijd of gaat het om stagiairs, uitzendkrachten of oproepkrachten. De overige banen zijn ‘vast’. In 2023 telde 36 procent van de werknemersbanen als een flexbaan en 64 procent als een vaste baan.
Bij uitzendbureaus en de horeca is het aandeel flexbanen het grootst. In de bedrijfstakken financiële dienstverlening en het openbaar bestuur zijn er vooral vaste banen.
Het gemiddeld uurloon in de flexbanen ligt 39 procent onder dat in de vaste banen. Voor een deel komt dit doordat jongeren een groot aandeel hebben in het aantal flexbanen. Van de werknemers jonger dan 30 jaar heeft in totaal slechts 29 procent een vaste baan, terwijl dat bij de werknemers van 60 tot 65 jaar 89 procent is.
Als gevolg van de invoering in 2020 van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), die het voor werkgevers duurder maakt om te werken met flexibele krachten, zijn de recente cijfers niet goed vergelijkbaar met de uitkomsten tot en met 2019. In de periode 2008–2019 daalde het aandeel werknemersbanen met een vast contract van 73 procent naar 64 procent. In 2021 en 2022 daalde het aandeel vaste banen verder met 2 procentpunt, maar in 2023 kwamen er vooral vaste banen bij en liep het aantal uitzendbanen terug. Hierbij steeg het aandeel vaste banen voor het eerst in jaren weer iets.
| Bedrijfstak | Flexbaan |
|---|---|
| Uitzendbureaus | 85,0 |
| Horeca | 75,5 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten |
47,0 |
| Handel | 45,9 |
| Landbouw en visserij | 42,5 |
| Onderwijs | 29,7 |
| Zorg | 28,8 |
| Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus) |
27,4 |
| Vervoer en opslag | 26,8 |
| Informatie en communicatie | 22,9 |
| Verhuur/handel onroerend goed |
21,8 |
| Bouwnijverheid | 18,6 |
| Industrie | 18,2 |
| Openbaar bestuur | 15,2 |
| Financiële dienstverlening | 10,5 |
| leeftijd in jaren | Flexbaan |
|---|---|
| 15 tot 20 jaar | 95,5 |
| 20 tot 25 jaar | 76,0 |
| 25 tot 30 jaar | 46,7 |
| 30 tot 35 jaar | 31,3 |
| 35 tot 40 jaar | 25,2 |
| 40 tot 45 jaar | 21,9 |
| 45 tot 50 jaar | 19,6 |
| 50 tot 55 jaar | 16,8 |
| 55 tot 60 jaar | 14,2 |
| 60 tot 65 jaar | 11,5 |
| 65 tot 70 jaar | 27,7 |
| 70 tot 75 jaar | 55,9 |
StatLine: Banen van werknemers naar soort baan en contractsoort.
Werknemers steeds ouder
Niet alleen de Nederlandse bevolking veroudert, ook het werknemersbestand vergrijst in hoog tempo. In 1995 werd nog slechts 14 procent van de werknemersbanen bezet door personen van 50 jaar of ouder. In 2010 was dat opgelopen tot 25 procent en in 2023 was al 32 procent 50‑plusser.
Bij de bedrijfstakken openbaar bestuur, industrie en vervoer en opslag is inmiddels 42 procent van de banen in handen van 50‑plussers. Daarentegen is in de horeca twee derde van de werknemers jonger dan 30 jaar en slechts 13 procent 50‑plusser. Bij de bedrijfstakken uitzendbureaus en de informatie en communicatie zijn juist de twintigers en dertigers in de meerderheid.
| Bedrijfstak | tot 20 jaar | 20 tot 30 jaar | 30 tot 40 jaar | 40 tot 50 jaar | 50 tot 60 jaar | 60 jaar of ouder |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Horeca | 172 | 151 | 56 | 42 | 40 | 21 |
| Uitzendbureaus | 68 | 267 | 143 | 101 | 84 | 47 |
| Informatie en communicatie | 5 | 80 | 105 | 66 | 54 | 20 |
| Handel | 300 | 335 | 245 | 216 | 247 | 122 |
| Landbouw en visserij | 18 | 23 | 18 | 17 | 20 | 11 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten |
26 | 73 | 53 | 45 | 52 | 32 |
| Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus) |
27 | 199 | 208 | 178 | 186 | 93 |
| Totaal banen van werknemers |
746 | 1933 | 1832 | 1631 | 1843 | 994 |
| Onderwijs | 11 | 109 | 139 | 133 | 124 | 78 |
| Zorg | 59 | 314 | 322 | 279 | 346 | 195 |
| Bouwnijverheid | 14 | 63 | 74 | 78 | 88 | 41 |
| Verhuur/handel onroerend goed |
1 | 11 | 14 | 17 | 18 | 11 |
| Financiële dienstverlening | 2 | 35 | 67 | 69 | 80 | 40 |
| Vervoer en opslag | 11 | 68 | 81 | 76 | 102 | 68 |
| Industrie | 23 | 115 | 161 | 162 | 219 | 113 |
| Openbaar bestuur | 6 | 80 | 127 | 132 | 160 | 90 |
StatLine: Banen van werknemers (vanaf 2009) en Banen van werknemers (1995–2005).
Oekraïense vluchtelingen aan het werk in Nederland
Van de circa 78 duizend 15- tot 65‑jarige vluchtelingen met de Oekraïense nationaliteit die begin november 2023 in Nederland verbleven, werkten er eind oktober 43 duizend in loondienst voor een Nederlandse werkgever (55 procent). Van hen had 6 procent twee of meer banen tegelijkertijd. Dit betekent dat ongeveer 0,5 procent van alle banen van werknemers door Oekraïense vluchtelingen wordt vervuld.
De meeste werkende Oekraïense vluchtelingen zijn uitzendkracht (39 procent) of oproepkracht (26 procent). Twee derde is vrouw en ruim de helft werkt voltijds: 53 procent had een baan van 35 uur of meer per week.
De Oekraïense vluchtelingen die na de Russische invasie van eind februari 2022 naar Nederland kwamen, hebben geen werkvergunning nodig om te mogen werken. Hiermee hebben zij een uitzonderingspositie ten opzichte van andere migranten van buiten de Europese Unie of de landen uit de Europese Vrijhandelsassociatie.
Zie ook: Meer dan de helft van Oekraïense vluchtelingen in loondienst.
Nederland handelsland
In bijna de helft van de Nederlandse gemeenten is de handel de bedrijfstak met de meeste banen voor werknemers. Dit geldt voor 160 van de 345 gemeenten (46 procent), gemeten per december 2022. Op de tweede plaats staat de zorg, die in 112 gemeenten de grootste werkgever is (32 procent). De industrie is in 31 gemeenten het grootst (9 procent). Opvallend is dat de zorg vooral belangrijk is in Noord-Nederland: in 9 van de 10 gemeenten die liggen in Groningen en 9 van de 12 gemeenten in Drenthe is de zorg de grootste bedrijfstak. In de provincies Flevoland, Zuid-Holland, Utrecht en Overijssel is in het merendeel van de gemeenten de handel de grootste bedrijfstak. Noord-Brabant telt de meeste gemeenten met veel industrie. De horeca scoort het hoogst op de Waddeneilanden, maar ook in enkele gemeenten in Zeeland en Limburg.
In verschillende gemeenten wordt de werkgelegenheid sterk bepaald door een enkele bedrijfstak. Dit geldt bijvoorbeeld voor Leiderdorp en Blaricum, waar de zorg veruit de grootste bedrijfstak is, gemeten in aantallen werknemersbanen. In Veldhoven is de industrie het sterkst vertegenwoordigd, terwijl op Vlieland de horeca het belangrijkst is. De gemeente waar relatief de meeste werknemersbanen in de bedrijfstak informatie en communicatie zijn te vinden is – natuurlijk – Hilversum.
Wat betreft de absolute aantallen werknemersbanen, scoort Amsterdam bij tien van de vijftien onderscheiden bedrijfstakken het hoogst, het meest in de zakelijke dienstverlening. Den Haag telt absoluut gezien de meeste banen in het openbaar bestuur. Haarlemmermeer is de gemeente met de meeste banen in de bedrijfstak vervoer en opslag. Rotterdam telt de meeste banen in de bouwnijverheid. Voor de landbouw en visserij is dat het Westland. Eindhoven is nu voor het eerst de gemeente met de meeste banen in de industrie. Eerder was dat Rotterdam.
In de landelijke cijfers over banen van werknemers neemt niet de handel het grootste aandeel in (16,5 procent), maar de zorg (16,9 procent).
| Gemeente | Grootste bedrijfstak |
|---|---|
| Groningen (gemeente) | Zorg |
| Almere | Handel |
| Stadskanaal | Zorg |
| Veendam | Industrie |
| Zeewolde | Handel |
| Achtkarspelen | Handel |
| Ameland | Horeca |
| Harlingen | Handel |
| Heerenveen | Zorg |
| Leeuwarden | Zorg |
| Ooststellingwerf | Zorg |
| Opsterland | Zorg |
| Schiermonnikoog | Horeca |
| Smallingerland | Zorg |
| Terschelling | Horeca |
| Vlieland | Horeca |
| Weststellingwerf | Zorg |
| Assen | Zorg |
| Coevorden | Handel |
| Emmen | Zorg |
| Hoogeveen | Zorg |
| Meppel | Zorg |
| Almelo | Zorg |
| Borne | Handel |
| Dalfsen | Handel |
| Deventer | Zorg |
| Enschede | Zorg |
| Haaksbergen | Handel |
| Hardenberg | Zorg |
| Hellendoorn | Handel |
| Hengelo (O.) | Handel |
| Kampen | Handel |
| Losser | Zorg |
| Noordoostpolder | Handel |
| Oldenzaal | Handel |
| Ommen | Zorg |
| Raalte | Handel |
| Staphorst | Industrie |
| Tubbergen | Handel |
| Urk | Handel |
| Wierden | Handel |
| Zwolle | Zorg |
| Aalten | Industrie |
| Apeldoorn | Zorg |
| Arnhem | Zorg |
| Barneveld | Handel |
| Beuningen | Handel |
| Brummen | Industrie |
| Buren | Handel |
| Culemborg | Handel |
| Doesburg | Industrie |
| Doetinchem | Zorg |
| Druten | Zorg |
| Duiven | Handel |
| Ede | Handel |
| Elburg | Openbaar bestuur |
| Epe | Handel |
| Ermelo | Zorg |
| Harderwijk | Zorg |
| Hattem | Handel |
| Heerde | Zorg |
| Heumen | Handel |
| Lochem | Zorg |
| Maasdriel | Handel |
| Nijkerk | Handel |
| Nijmegen | Zorg |
| Oldebroek | Handel |
| Putten | Handel |
| Renkum | Zorg |
| Rheden | Zorg |
| Rozendaal | Onderwijs |
| Scherpenzeel | Industrie |
| Tiel | Zorg |
| Voorst | Zorg |
| Wageningen | Zakelijke dienstverlening (exclusief uitzend) |
| Westervoort | Handel |
| Winterswijk | Zorg |
| Wijchen | Handel |
| Zaltbommel | Handel |
| Zevenaar | Handel |
| Zutphen | Zorg |
| Nunspeet | Handel |
| Dronten | Handel |
| Amersfoort | Zorg |
| Baarn | Zorg |
| De Bilt | Zorg |
| Bunnik | Zakelijke dienstverlening (exclusief uitzend) |
| Bunschoten | Industrie |
| Eemnes | Handel |
| Houten | Handel |
| Leusden | Handel |
| Lopik | Industrie |
| Montfoort | Handel |
| Renswoude | Handel |
| Rhenen | Handel |
| Soest | Handel |
| Utrecht (gemeente) | Zorg |
| Veenendaal | Handel |
| Woudenberg | Zorg |
| Wijk bij Duurstede | Handel |
| IJsselstein | Handel |
| Zeist | Zorg |
| Nieuwegein | Zorg |
| Aalsmeer | Handel |
| Alkmaar | Zorg |
| Amstelveen | Zakelijke dienstverlening (exclusief uitzend) |
| Amsterdam | Zakelijke dienstverlening (exclusief uitzend) |
| Bergen (NH.) | Horeca |
| Beverwijk | Zorg |
| Blaricum | Zorg |
| Bloemendaal | Zorg |
| Castricum | Zorg |
| Diemen | Uitzendbureaus |
| Edam-Volendam | Handel |
| Enkhuizen | Handel |
| Haarlem | Zorg |
| Haarlemmermeer | Vervoer en opslag |
| Heemskerk | Handel |
| Heemstede | Zorg |
| Heiloo | Handel |
| Den Helder | Openbaar bestuur |
| Hilversum | Informatie en communicatie |
| Hoorn | Zorg |
| Huizen | Handel |
| Landsmeer | Handel |
| Laren (NH.) | Zorg |
| Medemblik | Handel |
| Oostzaan | Handel |
| Opmeer | Handel |
| Ouder-Amstel | Handel |
| Purmerend | Zorg |
| Schagen | Zorg |
| Texel | Horeca |
| Uitgeest | Handel |
| Uithoorn | Handel |
| Velsen | Industrie |
| Weesp | Handel |
| Zandvoort | Zorg |
| Zaanstad | Handel |
| Alblasserdam | Handel |
| Alphen aan den Rijn | Handel |
| Barendrecht | Handel |
| Drechterland | Handel |
| Brielle | Handel |
| Capelle aan den IJssel | Zorg |
| Delft | Onderwijs |
| Dordrecht | Zorg |
| Gorinchem | Uitzendbureaus |
| Gouda | Zorg |
| 's-Gravenhage (gemeente) | Openbaar bestuur |
| Hardinxveld-Giessendam | Uitzendbureaus |
| Hellevoetsluis | Handel |
| Hendrik-Ido-Ambacht | Handel |
| Stede Broec | Handel |
| Hillegom | Handel |
| Katwijk | Handel |
| Krimpen aan den IJssel | Handel |
| Leiden | Zorg |
| Leiderdorp | Zorg |
| Lisse | Handel |
| Maassluis | Handel |
| Nieuwkoop | Handel |
| Noordwijk | Zorg |
| Oegstgeest | Zorg |
| Oudewater | Handel |
| Papendrecht | Bouwnijverheid |
| Ridderkerk | Handel |
| Rotterdam | Zorg |
| Rijswijk (ZH.) | Zakelijke dienstverlening (exclusief uitzend) |
| Schiedam | Zorg |
| Sliedrecht | Uitzendbureaus |
| Albrandswaard | Vervoer en opslag |
| Westvoorne | Handel |
| Vlaardingen | Handel |
| Voorschoten | Zorg |
| Waddinxveen | Handel |
| Wassenaar | Zorg |
| Woerden | Handel |
| Zoetermeer | Handel |
| Zoeterwoude | Industrie |
| Zwijndrecht | Handel |
| Borsele | Zorg |
| Goes | Zorg |
| West Maas en Waal | Handel |
| Hulst | Handel |
| Kapelle | Handel |
| Middelburg (Z.) | Zorg |
| Reimerswaal | Handel |
| Terneuzen | Industrie |
| Tholen | Handel |
| Veere | Horeca |
| Vlissingen | Industrie |
| De Ronde Venen | Handel |
| Tytsjerksteradiel | Zorg |
| Asten | Handel |
| Baarle-Nassau | Handel |
| Bergen op Zoom | Zorg |
| Best | Industrie |
| Boekel | Zorg |
| Boxtel | Industrie |
| Breda | Handel |
| Deurne | Zorg |
| Pekela | Zorg |
| Dongen | Industrie |
| Eersel | Zorg |
| Eindhoven | Zakelijke dienstverlening (exclusief uitzend) |
| Etten-Leur | Industrie |
| Geertruidenberg | Handel |
| Gilze en Rijen | Handel |
| Goirle | Zorg |
| Helmond | Uitzendbureaus |
| 's-Hertogenbosch | Zorg |
| Heusden | Handel |
| Hilvarenbeek | Handel |
| Loon op Zand | Cultuur,recreatieoverigediensten |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | Handel |
| Oirschot | Openbaar bestuur |
| Oisterwijk | Handel |
| Oosterhout | Handel |
| Oss | Industrie |
| Rucphen | Handel |
| Sint-Michielsgestel | Zorg |
| Someren | Handel |
| Son en Breugel | Industrie |
| Steenbergen | Handel |
| Waterland | Zorg |
| Tilburg | Uitzendbureaus |
| Valkenswaard | Handel |
| Veldhoven | Industrie |
| Vught | Zorg |
| Waalre | Handel |
| Waalwijk | Handel |
| Woensdrecht | Openbaar bestuur |
| Zundert | Handel |
| Wormerland | Industrie |
| Landgraaf | Zorg |
| Beek (L.) | Handel |
| Beesel | Industrie |
| Bergen (L.) | Handel |
| Brunssum | Zorg |
| Gennep | Zorg |
| Heerlen | Zorg |
| Kerkrade | Handel |
| Maastricht | Zorg |
| Meerssen | Zorg |
| Mook en Middelaar | Horeca |
| Nederweert | Handel |
| Roermond | Handel |
| Simpelveld | Zorg |
| Stein (L.) | Handel |
| Vaals | Horeca |
| Venlo | Handel |
| Venray | Uitzendbureaus |
| Voerendaal | Zorg |
| Weert | Zorg |
| Valkenburg aan de Geul | Horeca |
| Lelystad | Handel |
| Horst aan de Maas | Handel |
| Oude IJsselstreek | Handel |
| Teylingen | Handel |
| Utrechtse Heuvelrug | Openbaar bestuur |
| Oost Gelre | Industrie |
| Koggenland | Landbouw en visserij |
| Lansingerland | Handel |
| Leudal | Zorg |
| Maasgouw | Zorg |
| Gemert-Bakel | Handel |
| Halderberge | Handel |
| Heeze-Leende | Zorg |
| Laarbeek | Industrie |
| Reusel-De Mierden | Handel |
| Roerdalen | Zorg |
| Roosendaal | Zorg |
| Schouwen-Duiveland | Handel |
| Aa en Hunze | Zorg |
| Borger-Odoorn | Zorg |
| De Wolden | Zorg |
| Noord-Beveland | Horeca |
| Wijdemeren | Handel |
| Noordenveld | Handel |
| Twenterand | Handel |
| Westerveld | Openbaar bestuur |
| Lingewaard | Handel |
| Cranendonck | Industrie |
| Steenwijkerland | Zorg |
| Moerdijk | Handel |
| Echt-Susteren | Handel |
| Sluis | Horeca |
| Drimmelen | Handel |
| Bernheze | Handel |
| Alphen-Chaam | Handel |
| Bergeijk | Industrie |
| Bladel | Industrie |
| Gulpen-Wittem | Horeca |
| Tynaarlo | Zorg |
| Midden-Drenthe | Zorg |
| Overbetuwe | Handel |
| Hof van Twente | Handel |
| Neder-Betuwe | Handel |
| Rijssen-Holten | Handel |
| Geldrop-Mierlo | Zorg |
| Olst-Wijhe | Zorg |
| Dinkelland | Handel |
| Westland | Handel |
| Midden-Delfland | Handel |
| Berkelland | Industrie |
| Bronckhorst | Handel |
| Sittard-Geleen | Zorg |
| Kaag en Braassem | Handel |
| Dantumadiel | Zorg |
| Zuidplas | Handel |
| Peel en Maas | Handel |
| Oldambt | Zorg |
| Zwartewaterland | Industrie |
| Súdwest Fryslân | Zorg |
| Bodegraven-Reeuwijk | Handel |
| Eijsden-Margraten | Zorg |
| Stichtse Vecht | Handel |
| Hollands Kroon | Handel |
| Leidschendam-Voorburg | Handel |
| Goeree-Overflakkee | Zorg |
| Pijnacker-Nootdorp | Handel |
| Nissewaard | Handel |
| Krimpenerwaard | Handel |
| De Fryske Marren | Handel |
| Gooise Meren | Handel |
| Berg en Dal | Zorg |
| Meierijstad | Handel |
| Waadhoeke | Handel |
| Westerwolde | Zorg |
| Midden-Groningen | Zorg |
| Beekdaelen | Handel |
| Montferland | Uitzendbureaus |
| Altena | Handel |
| West Betuwe | Handel |
| Vijfheerenlanden | Handel |
| Hoeksche Waard | Handel |
| Het Hogeland | Zorg |
| Westerkwartier | Zorg |
| Noardeast-Fryslân | Industrie |
| Molenlanden | Industrie |
| Eemsdelta | Zorg |
| Dijk en Waard | Handel |
| Land van Cuijk | Industrie |
| Maashorst | Handel |
StatLine: Banen van werknemers naar gemeente waar men werkt.
Woon-werkstromen
In december 2022 werkte 41 procent van de werknemers in de eigen woongemeente. Dat betekent dat 59 procent van de werknemers voor het werk naar een andere gemeente moet reizen. De combinatie die het vaakst voorkomt is wonen in Almere en werken in Amsterdam (28 duizend werknemers).
Amsterdam is een werkgelegenheidsmagneet; 8 procent van de werknemersbanen in Nederland is te vinden in deze gemeente. Ruim 380 duizend werknemers werken in Amsterdam, maar wonen elders, vooral in Almere, Zaanstad, Amstelveen, Haarlem, Haarlemmermeer, Utrecht en Purmerend. Andersom werken 133 duizend Amsterdammers elders, het meest in Haarlemmermeer (24 duizend werknemersbanen). Deze gemeente heeft de luchthaven Schiphol binnen haar grenzen. Amsterdam staat op die manier tien keer in de top twintig van grootste woon-werkstromen.
In de top twintig met de grootste woon-werkstromen staan vooral stromen richting de vier grote gemeenten. In de grote steden werken meer werknemers dan er wonen. Rotterdam trekt vooral werknemers uit Nissewaard, Schiedam, Capelle aan den IJssel en Den Haag. Andersom werken 16 duizend Rotterdammers in Den Haag. Den Haag trekt ook veel werknemers uit Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer en het Westland. De grootste woon-werkstroom waarbij niet een van de vier grote gemeenten is betrokken, is de stroom van Eindhoven naar Veldhoven, op de zeventiende plaats.
Gerangschikt naar het aantal banen van werknemers staat Haarlemmermeer op de zesde plaats, achter de vier grote gemeenten en Eindhoven. Qua aantal inwoners komt Haarlemmermeer pas op de veertiende plaats. Alleen in de gemeenten Haarlemmermeer en Ouder-Amstel overstijgt het aantal banen van werknemers het aantal inwoners.
| Woongemeente | Werkgemeente | Banen van werknemers | Woon-werkafstand | ||
|---|---|---|---|---|---|
| x 1 000 | km | ||||
| 1 | Almere | → | Amsterdam | 28,4 | 29,5 |
| 2 | Zaanstad | → | Amsterdam | 24,7 | 17,2 |
| 3 | Amsterdam | → | Haarlemmermeer | 24,0 | 17,3 |
| 4 | Amstelveen | → | Amsterdam | 19,8 | 8,9 |
| 5 | Haarlem | → | Amsterdam | 19,5 | 19,7 |
| 6 | Haarlemmermeer | → | Amsterdam | 19,2 | 18,2 |
| 7 | Utrecht | → | Amsterdam | 19,2 | 36,4 |
| 8 | Purmerend | → | Amsterdam | 16,7 | 20,2 |
| 9 | Nissewaard | → | Rotterdam | 16,0 | 17,7 |
| 10 | Rotterdam | → | Den Haag | 15,8 | 24,1 |
| 11 | Leidschendam-Voorburg | → | Den Haag | 14,5 | 6,0 |
| 12 | Schiedam | → | Rotterdam | 14,5 | 8,0 |
| 13 | Capelle aan den IJssel | → | Rotterdam | 13,5 | 8,9 |
| 14 | Amsterdam | → | Utrecht | 12,9 | 37,7 |
| 15 | Zoetermeer | → | Den Haag | 12,8 | 15,7 |
| 16 | Den Haag | → | Rotterdam | 12,7 | 24,2 |
| 17 | Eindhoven | → | Veldhoven | 11,6 | 7,7 |
| 18 | Nieuwegein | → | Utrecht | 11,5 | 8,5 |
| 19 | Westland | → | Den Haag | 11,4 | 10,4 |
| 20 | Den Haag | → | Amsterdam | 11,2 | 56,7 |
De gemiddelde woon-werkafstand voor alle banen (inclusief de banen in de eigen woongemeente) bedraagt 19 kilometer. De woon-werkafstand is hier gedefinieerd als de afstand over de weg tussen het centrum van de wijk waar men woont en het centrum van de wijk waar men werkt. Doordat het gemiddelde wordt bepaald voor de desbetreffende banen, kan de gemiddelde woon-werkafstand van A naar B iets afwijken van het gemiddelde van B naar A.
Voor diegenen die in Bunschoten of het Westland wonen, is de gemiddelde reisafstand met 12 kilometer het kleinst, terwijl werknemers uit de gemeente Terschelling met gemiddeld 40 kilometer het verst van hun werk wonen. Ook voor Amsterdammers is de gemiddelde woon-werkafstand met 14 kilometer een stuk kleiner dan gemiddeld in Nederland. Vanuit het perspectief van de werklocatie blijkt dat werknemers die in Dantumadiel werken met 9 kilometer het minst hoeven te reizen naar hun werk. De gemeenten Sliedrecht en Haarlemmermeer trekken juist werknemers aan die gemiddeld het verst weg van hun werk wonen, namelijk ruim 30 kilometer.
De banen van werknemers die in het buitenland wonen of een onbekend woonadres hebben en de banen van werknemers van wie de werkgemeente niet bekend is, zijn in deze cijfers buiten beschouwing gelaten. De cijfers over woon-werkstromen van werknemers kunnen niet een-op-een gelezen worden als cijfers over woon-werkverkeer. Zo gaat het alleen om banen van werknemers en niet om zelfstandigenbanen. Verder wordt niet in alle banen vijf dagen in de week gewerkt. Sowieso komen werknemers niet altijd naar het werkadres, onder meer vanwege thuiswerken, vakantie of ziekte. Daarnaast kan het formele woon- of werkadres afwijken van het daadwerkelijke adres. Het CBS maakt ook cijfers over het daadwerkelijk aantal verplaatsingen in het verkeer (zie ook: Meer kilometers van en naar het werk).
| Gemeente | Woon-werkafstand |
|---|---|
| Aa en Hunze | 29,8 |
| Aalsmeer | 14,2 |
| Aalten | 19,8 |
| Achtkarspelen | 24,8 |
| Alblasserdam | 15,2 |
| Albrandswaard | 16,4 |
| Alkmaar | 20,9 |
| Almelo | 20,7 |
| Almere | 24,2 |
| Alphen aan den Rijn | 17,8 |
| Alphen-Chaam | 19,8 |
| Altena | 18,0 |
| Ameland | 16,9 |
| Amersfoort | 20,1 |
| Amstelveen | 14,5 |
| Amsterdam | 14,1 |
| Apeldoorn | 19,4 |
| Arnhem | 22,1 |
| Assen | 25,8 |
| Asten | 16,5 |
| Baarle-Nassau | 21,3 |
| Baarn | 19,6 |
| Barendrecht | 15,9 |
| Barneveld | 15,1 |
| Beek (L.) | 20,9 |
| Beekdaelen | 21,2 |
| Beesel | 20,7 |
| Berg en Dal | 18,8 |
| Bergeijk | 16,1 |
| Bergen (L.) | 23,1 |
| Bergen (NH.) | 21,9 |
| Bergen op Zoom | 24,4 |
| Berkelland | 21,0 |
| Bernheze | 16,4 |
| Best | 17,1 |
| Beuningen | 18,1 |
| Beverwijk | 16,7 |
| Bladel | 15,4 |
| Blaricum | 20,7 |
| Bloemendaal | 18,5 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 17,7 |
| Boekel | 16,6 |
| Borger-Odoorn | 32,9 |
| Borne | 18,1 |
| Borsele | 22,1 |
| Boxtel | 17,6 |
| Breda | 20,7 |
| Brielle | 20,1 |
| Bronckhorst | 20,5 |
| Brummen | 20,4 |
| Brunssum | 20,3 |
| Bunnik | 18,2 |
| Bunschoten | 11,7 |
| Buren | 20,4 |
| Capelle aan den IJssel | 16,3 |
| Castricum | 20,6 |
| Coevorden | 28,3 |
| Cranendonck | 20,9 |
| Culemborg | 21,0 |
| Dalfsen | 20,6 |
| Dantumadiel | 25,2 |
| De Bilt | 17,4 |
| De Fryske Marren | 28,0 |
| De Ronde Venen | 16,7 |
| De Wolden | 28,0 |
| Delft | 17,5 |
| Den Helder | 22,4 |
| Deurne | 17,2 |
| Deventer | 21,6 |
| Diemen | 14,6 |
| Dijk en Waard | 20,1 |
| Dinkelland | 18,7 |
| Doesburg | 22,4 |
| Doetinchem | 19,3 |
| Dongen | 17,7 |
| Dordrecht | 17,7 |
| Drechterland | 23,2 |
| Drimmelen | 18,3 |
| Dronten | 28,3 |
| Druten | 20,3 |
| Duiven | 21,2 |
| Echt-Susteren | 23,9 |
| Edam-Volendam | 15,4 |
| Ede | 18,5 |
| Eemnes | 17,5 |
| Eemsdelta | 28,4 |
| Eersel | 16,3 |
| Eijsden-Margraten | 21,5 |
| Eindhoven | 17,6 |
| Elburg | 21,3 |
| Emmen | 27,1 |
| Enkhuizen | 23,3 |
| Enschede | 19,0 |
| Epe | 19,6 |
| Ermelo | 18,1 |
| Etten-Leur | 19,2 |
| Geertruidenberg | 17,6 |
| Geldrop-Mierlo | 16,8 |
| Gemert-Bakel | 17,3 |
| Gennep | 19,0 |
| Gilze en Rijen | 17,9 |
| Goeree-Overflakkee | 24,0 |
| Goes | 20,6 |
| Goirle | 15,3 |
| Gooise Meren | 20,2 |
| Gorinchem | 19,8 |
| Gouda | 19,2 |
| Groningen (gemeente) | 23,8 |
| Gulpen-Wittem | 23,7 |
| Haaksbergen | 18,3 |
| Haarlem | 17,8 |
| Haarlemmermeer | 16,7 |
| Halderberge | 20,6 |
| Hardenberg | 23,0 |
| Harderwijk | 19,9 |
| Hardinxveld-Giessendam | 15,2 |
| Harlingen | 31,3 |
| Hattem | 20,7 |
| Heemskerk | 16,3 |
| Heemstede | 18,3 |
| Heerde | 19,8 |
| Heerenveen | 27,0 |
| Heerlen | 20,8 |
| Heeze-Leende | 18,9 |
| Heiloo | 21,3 |
| Hellendoorn | 19,5 |
| Hellevoetsluis | 23,3 |
| Helmond | 18,3 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 16,3 |
| Hengelo (O.) | 18,2 |
| Het Hogeland | 28,9 |
| Heumen | 19,3 |
| Heusden | 18,0 |
| Hillegom | 16,6 |
| Hilvarenbeek | 17,0 |
| Hilversum | 18,7 |
| Hoeksche Waard | 18,3 |
| Hof van Twente | 20,5 |
| Hollands Kroon | 27,9 |
| Hoogeveen | 23,0 |
| Hoorn | 23,7 |
| Horst aan de Maas | 18,3 |
| Houten | 19,0 |
| Huizen | 19,0 |
| Hulst | 26,4 |
| IJsselstein | 16,9 |
| Kaag en Braassem | 16,7 |
| Kampen | 19,6 |
| Kapelle | 21,5 |
| Katwijk | 13,3 |
| Kerkrade | 20,7 |
| Koggenland | 19,3 |
| Krimpen aan den IJssel | 14,5 |
| Krimpenerwaard | 17,6 |
| Laarbeek | 16,4 |
| Land van Cuijk | 19,7 |
| Landgraaf | 18,9 |
| Landsmeer | 16,1 |
| Lansingerland | 15,3 |
| Laren (NH.) | 19,5 |
| Leeuwarden | 26,2 |
| Leiden | 17,9 |
| Leiderdorp | 15,9 |
| Leidschendam-Voorburg | 16,2 |
| Lelystad | 27,8 |
| Leudal | 23,0 |
| Leusden | 18,5 |
| Lingewaard | 18,9 |
| Lisse | 15,8 |
| Lochem | 24,4 |
| Loon op Zand | 15,9 |
| Lopik | 17,0 |
| Losser | 18,7 |
| Maasdriel | 19,0 |
| Maasgouw | 25,8 |
| Maashorst | 16,7 |
| Maassluis | 17,1 |
| Maastricht | 21,6 |
| Medemblik | 22,6 |
| Meerssen | 20,9 |
| Meierijstad | 15,7 |
| Meppel | 25,9 |
| Middelburg (Z.) | 23,0 |
| Midden-Delfland | 14,6 |
| Midden-Drenthe | 29,9 |
| Midden-Groningen | 24,6 |
| Moerdijk | 21,7 |
| Molenlanden | 16,7 |
| Montferland | 19,6 |
| Montfoort | 17,0 |
| Mook en Middelaar | 20,9 |
| Neder-Betuwe | 15,9 |
| Nederweert | 21,6 |
| Nieuwegein | 16,7 |
| Nieuwkoop | 17,0 |
| Nijkerk | 16,3 |
| Nijmegen | 20,4 |
| Nissewaard | 20,0 |
| Noardeast-Fryslân | 26,0 |
| Noord-Beveland | 29,5 |
| Noordenveld | 23,9 |
| Noordoostpolder | 24,2 |
| Noordwijk | 16,1 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 16,4 |
| Nunspeet | 19,0 |
| Oegstgeest | 18,3 |
| Oirschot | 17,1 |
| Oisterwijk | 17,3 |
| Oldambt | 28,9 |
| Oldebroek | 20,2 |
| Oldenzaal | 17,2 |
| Olst-Wijhe | 22,4 |
| Ommen | 24,9 |
| Oost Gelre | 19,7 |
| Oosterhout | 18,4 |
| Ooststellingwerf | 29,2 |
| Oostzaan | 15,0 |
| Opmeer | 21,4 |
| Opsterland | 26,4 |
| Oss | 17,9 |
| Oude IJsselstreek | 19,5 |
| Ouder-Amstel | 15,2 |
| Oudewater | 16,2 |
| Overbetuwe | 20,3 |
| Papendrecht | 16,2 |
| Peel en Maas | 18,9 |
| Pekela | 28,5 |
| Pijnacker-Nootdorp | 16,0 |
| Purmerend | 19,8 |
| Putten | 17,5 |
| Raalte | 19,6 |
| Reimerswaal | 21,6 |
| Renkum | 22,1 |
| Renswoude | 14,4 |
| Reusel-De Mierden | 17,2 |
| Rheden | 22,5 |
| Rhenen | 18,2 |
| Ridderkerk | 15,4 |
| Rijssen-Holten | 17,2 |
| Rijswijk (ZH.) | 15,1 |
| Roerdalen | 24,4 |
| Roermond | 24,8 |
| Roosendaal | 21,1 |
| Rotterdam | 16,4 |
| Rozendaal | 22,9 |
| Rucphen | 18,1 |
| Schagen | 21,9 |
| Scherpenzeel | 15,5 |
| Schiedam | 15,1 |
| Schiermonnikoog | 22,2 |
| Schouwen-Duiveland | 26,7 |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 15,9 |
| 's-Hertogenbosch | 20,6 |
| Simpelveld | 20,7 |
| Sint-Michielsgestel | 17,6 |
| Sittard-Geleen | 22,3 |
| Sliedrecht | 15,6 |
| Sluis | 24,6 |
| Smallingerland | 23,9 |
| Soest | 17,8 |
| Someren | 17,1 |
| Son en Breugel | 17,7 |
| Stadskanaal | 27,2 |
| Staphorst | 16,9 |
| Stede Broec | 22,0 |
| Steenbergen | 24,3 |
| Steenwijkerland | 27,3 |
| Stein (L.) | 21,1 |
| Stichtse Vecht | 18,0 |
| Súdwest-Fryslân | 25,9 |
| Terneuzen | 21,2 |
| Terschelling | 39,7 |
| Texel | 17,2 |
| Teylingen | 16,4 |
| Tholen | 26,2 |
| Tiel | 20,3 |
| Tilburg | 17,9 |
| Tubbergen | 18,1 |
| Twenterand | 18,9 |
| Tynaarlo | 25,3 |
| Tytsjerksteradiel | 26,3 |
| Uitgeest | 19,2 |
| Uithoorn | 15,4 |
| Urk | 16,8 |
| Utrecht (gemeente) | 18,7 |
| Utrechtse Heuvelrug | 21,2 |
| Vaals | 26,7 |
| Valkenburg aan de Geul | 21,9 |
| Valkenswaard | 16,1 |
| Veendam | 26,3 |
| Veenendaal | 17,9 |
| Veere | 22,5 |
| Veldhoven | 15,4 |
| Velsen | 16,8 |
| Venlo | 18,7 |
| Venray | 18,5 |
| Vijfheerenlanden | 18,9 |
| Vlaardingen | 15,2 |
| Vlieland | 24,6 |
| Vlissingen | 25,6 |
| Voerendaal | 19,7 |
| Voorschoten | 17,6 |
| Voorst | 19,1 |
| Vught | 19,3 |
| Waadhoeke | 26,3 |
| Waalre | 17,0 |
| Waalwijk | 16,0 |
| Waddinxveen | 17,6 |
| Wageningen | 22,1 |
| Wassenaar | 17,8 |
| Waterland | 19,7 |
| Weert | 22,6 |
| Weesp | 19,3 |
| West Betuwe | 20,5 |
| West Maas en Waal | 21,4 |
| Westerkwartier | 26,5 |
| Westerveld | 33,5 |
| Westervoort | 19,1 |
| Westerwolde | 35,2 |
| Westland | 12,0 |
| Weststellingwerf | 27,8 |
| Westvoorne | 24,1 |
| Wierden | 18,4 |
| Wijchen | 18,3 |
| Wijdemeren | 17,8 |
| Wijk bij Duurstede | 19,3 |
| Winterswijk | 20,2 |
| Woensdrecht | 25,1 |
| Woerden | 18,4 |
| Wormerland | 17,3 |
| Woudenberg | 17,3 |
| Zaanstad | 17,5 |
| Zaltbommel | 20,0 |
| Zandvoort | 19,5 |
| Zeewolde | 24,8 |
| Zeist | 18,3 |
| Zevenaar | 21,3 |
| Zoetermeer | 16,8 |
| Zoeterwoude | 15,1 |
| Zuidplas | 17,1 |
| Zundert | 19,0 |
| Zutphen | 23,3 |
| Zwartewaterland | 17,7 |
| Zwijndrecht | 16,3 |
| Zwolle | 22,1 |
Meer mensen aan het werk dan ooit
Sinds 2022 zijn in Nederland meer dan 10 miljoen werknemers en zelfstandigen aan het werk. In 2023 steeg het aantal werkzame personen verder met 156 duizend naar 10 313 duizend (+1,5 procent). De werkgelegenheidsgroei was in 2023 kleiner dan in voorgaande jaren. In 2017–2019 en 2021–2022 kwamen er gemiddeld 250 duizend werkzame personen per jaar bij. Alleen in 2020 nam de werkgelegenheid af. In tien jaar tijd zijn er per saldo 1,6 miljoen werkzame personen bijgekomen (+18 procent).
In 2023 steeg het aantal werknemers met 109 duizend naar 8,5 miljoen. Het aantal zelfstandigen nam toe met 47 duizend tot 1,8 miljoen. Deze ontwikkelingen komen in grote lijnen overeen met die van het aantal banen (zie ook StatLine: Werkgelegenheid).
Tot de werkzame personen wordt iedereen gerekend die betaald werk doet bij een bedrijf, instelling of particulier huishouden in Nederland, ongeacht het aantal uren dat daarmee gemoeid is. Overigens is het aantal mensen dat in de loop van het jaar gewerkt heeft veel groter dan het aantal mensen dat gemiddeld in het jaar gewerkt heeft. Bijna alle cijfers over banen en werkzame personen in dit hoofdstuk zijn gemiddelden per jaar, kwartaal of maand. Iemand die maar een half jaar gewerkt heeft, telt voor het gemiddelde als een halve werkzame persoon. Veel mensen werken maar een deel van het jaar. Denk bijvoorbeeld aan schoolverlaters of mensen die met pensioen gaan. Ook mensen die ontslagen worden of van wie het contract niet verlengd wordt, moeten op zoek naar ander werk, wat vaak enige tijd kost.
De 10 313 duizend werkzame personen die Nederland in 2023 telde, werkten in 11 557 duizend banen. Per 100 werkzame personen zijn dat 112 banen. Zowel voltijdbanen als deeltijdbanen tellen mee. Gemiddeld heeft een baan een arbeidsduur die gelijk is aan 72 procent van een voltijdbaan. Anders gezegd: de gemiddelde baan is een baan van 0,72 vte. Hiermee komt het arbeidsvolume uit op circa 8,3 miljoen arbeidsjaren.
Ook meer gewerkte uren
De ontwikkeling van de werkgelegenheid is ook af te lezen aan het aantal feitelijk gewerkte uren. Niet-gewerkte uren als gevolg van vakantie, arbeidsduurverkorting, ziekte en dergelijke tellen hierbij niet mee, overwerkuren wel. In totaal werd in 2023 14,5 miljard uur gewerkt. Dat is een toename van 1,1 procent.
In vergelijking met 2019, het jaar voor de coronapandemie, ligt in 2023 het totaal aantal gewerkte uren 4 procent hoger. Dit verschilt echter per bedrijfstak. In de informatie en communicatie, het openbaar bestuur, de bouwnijverheid en het onderwijs ligt het totaal aantal gewerkte uren in 2023 meer dan 10 procent boven dat in 2019. Daarentegen wordt bij de uitzendbureaus bijna 10 procent minder gewerkt. Ook in de cultuur, recreatie en overige diensten wordt nog steeds minder gewerkt. In de industrie en de horeca wordt in 2023 weer net zoveel gewerkt als in 2019 (zie ook StatLine: Gewerkte uren).
Het aantal gewerkte uren per baan ligt in 2023 nog wel onder dat van 2019 (–3 procent). Dat geldt vooral voor zelfstandigen (–10 procent). Het gemiddeld aantal gewerkte uren per baan komt in 2023 uit op 1 251 uur. Doordat een aanzienlijke groep mensen in twee of meer banen werkzaam is, zijn werkenden gemiddeld 1 402 uur per jaar aan het werk. Mannen met betaald werk werken gemiddeld 1 603 uur per jaar, vrouwen een kwart minder. En omdat er ook nog steeds meer mannen dan vrouwen betaald werk hebben, wordt uiteindelijk 60 procent van het totaal aantal gewerkte uren gemaakt door mannen en 40 procent door vrouwen (zie ook StatLine: Gewerkte uren).
Wat zijn gewerkte uren?
In 2023 werd gemiddeld 1 276 uur per jaar gewerkt in een werknemersbaan. Maar daarvoor krijgt de werknemer 1 538 uur betaald. Hoe zit dat?
De contractuele arbeidsduur voor een voltijdbaan van werknemers bedroeg in 2023 gemiddeld 39 uur per week. Bij deeltijdbanen is dat gemiddeld 21 uur. Op deze arbeidsduur is de eventuele arbeidsduurverkorting (adv) al in mindering gebracht, ook als het gaat om adv-dagen. Adv-uren zijn immers niet-betaalde uren. Hieruit volgt dat de arbeidsduur van werknemers op jaarbasis gemiddeld 1 524 uur bedraagt, voor voltijders en deeltijders tezamen. Daarboven op wordt gemiddeld 14 uur per baan betaald overgewerkt. De betaalde arbeidsduur bedraagt daardoor 1 538 uur per jaar.
Maar werknemers hebben ook recht op doorbetaalde vakantie en feestdagen. Dat zijn gemiddeld 183 uren per jaar. Daarnaast zijn werknemers om diverse andere redenen afwezig, maar krijgen wel doorbetaald: bij elkaar gaat dat om 87 uur per jaar. Hiervan maakt ziekte het grootste deel uit. Nieuw sinds augustus 2022 is dat werknemers recht hebben op negen weken gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof.
Anderzijds zijn er ook werknemers die onbetaald overwerken, gemiddeld 8 uur per jaar voor alle werknemers.
Als de betaalde arbeidsduur wordt verminderd met de doorbetaalde niet-gewerkte uren, en de onbetaalde overwerkuren daar weer bij worden opgeteld, resulteert het gemiddeld aantal gewerkte uren per werknemersbaan: 1 276 uur per jaar, oftewel 25 uur per week. Niet bekend is welk deel hiervan productieve arbeidstijd is.
| Mannen | Vrouwen | Totaal | w.v. voltijd | ||
|---|---|---|---|---|---|
| uren | |||||
| Betaalde arbeidsuren | 1 727 | 1 337 | 1 538 | 2 064 | |
| Contracturen | + | 1 703 | 1 333 | 1 524 | 2 039 |
| Overwerk (betaald) | + | 24 | 4 | 14 | 25 |
| Vakantie-uren | - | 163 | 132 | 148 | 192 |
| Feestdagen (in uren) | - | 40 | 31 | 36 | 47 |
| Ziekteverzuim | - | 69 | 59 | 64 | 86 |
| Kort verzuim (doktersbezoek e.d.) | - | 9 | 7 | 8 | 10 |
| Moederschap | - | 0 | 16 | 8 | 7 |
| Vaderschap/geboorte kind | - | 5 | 0 | 2 | 4 |
| Betaald ouderschapsverlof | - | 2 | 8 | 5 | 6 |
| Weerverlet | - | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Shorttime/werktijdverkorting | - | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stakingsuren | - | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opname levensloop | - | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overwerk (onbetaald) | + | 14 | 3 | 8 | 15 |
| Gewerkte uren | = | 1 452 | 1 088 | 1 276 | 1 725 |
StatLine: Arbeidsduur van werknemers en Arbeidsduur van werknemers naar geslacht.
Doordat in Nederland veel in deeltijd wordt gewerkt, is het aantal gewerkte uren per werkende lager dan in de meeste andere landen van de Europese Unie. Alleen in Duitsland en Denemarken is het gemiddeld aantal gewerkte uren nog iets kleiner dan in Nederland.
Qua omvang van de economie neemt Nederland de vijfde plaats in binnen de EU, achter Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje. Het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp) beslaat 6 procent van de totale productie bij de EU. Maar wat betreft het totaal aantal gewerkte uren moet Nederland ook Polen en Roemenië voor zich laten. Van alle gewerkte uren in de EU wordt 4 procent in Nederland gewerkt.
| Land | Gewerkte uren |
|---|---|
| Polen | 2020 |
| Griekenland | 2000 |
| Letland | 1862 |
| Litouwen | 1858 |
| Kroatië 1) | 1837 |
| Malta | 1836 |
| Cyprus | 1831 |
| Estland | 1830 |
| Roemenië | 1826 |
| Portugal | 1815 |
| Tsjechië | 1766 |
| Italië | 1734 |
| Hongarije | 1676 |
| Ierland | 1633 |
| Spanje | 1632 |
| Slowakije | 1631 |
| Bulgarije | 1618 |
| Slovenië | 1616 |
| EU-27 | 1604 |
| Zweden | 1592 |
| België 1) | 1565 |
| Finland | 1548 |
| Oostenrijk | 1540 |
| Frankrijk | 1500 |
| Luxemburg | 1462 |
| Nederland | 1402 |
| Denemarken | 1380 |
| Duitsland | 1342 |
| 1) Cijfer van 2022. | |
Eurostat: Gewerkte uren en werkzame personen, EU.
In de Europese Unie is de bedrijfstak nijverheid (exclusief bouw) en energie goed voor 16 procent van alle gewerkte uren van werknemers en zelfstandigen. Dit loopt uiteen van 8 procent in Luxemburg tot 26 procent in Tsjechië. In Nederland omvat deze bedrijfstak 10 procent van de gewerkte uren. Nederland is relatief goed vertegenwoordigd in de zakelijke dienstverlening, terwijl het aandeel van de nijverheid relatief klein is.
| Landbouw en visserij | Nijverheid (geen bouw) en energie | Bouwnijverheid | Handel, vervoer en horeca | Informatie en communicatie | Financiële dienstverlening | Verhuur en handel van onroerend goed | Zakelijke dienstverlening | Overheid en zorg | Cultuur, recreatie, overige diensten | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Roemenië | 17,7 | 21,1 | 9,8 | 26,3 | 2,2 | 1,2 | 0,5 | 4,9 | 13,8 | 2,5 |
| Kroatië | 7,2 | 20,1 | 9,3 | 28,3 | 3,0 | 2,1 | 0,3 | 6,7 | 19,5 | 3,5 |
| Bulgarije | 12,9 | 19,6 | 5,9 | 26,3 | 4,1 | 1,9 | 0,8 | 7,1 | 17,9 | 3,5 |
| Griekenland | 12,0 | 9,6 | 4,6 | 36,7 | 2,2 | 1,9 | 0,5 | 8,7 | 19,2 | 4,6 |
| Tsjechië | 3,2 | 26,3 | 8,4 | 24,3 | 3,4 | 1,4 | 2,1 | 8,6 | 18,8 | 3,5 |
| Polen | 8,5 | 21,7 | 7,6 | 22,6 | 3,8 | 2,6 | 0,9 | 7,6 | 20,7 | 4,0 |
| Slowakije | 3,2 | 23,0 | 8,6 | 25,4 | 3,5 | 1,9 | 1,2 | 11,1 | 19,0 | 3,1 |
| Slovenië | 7,4 | 22,4 | 7,9 | 20,7 | 3,6 | 1,8 | 0,7 | 12,8 | 18,8 | 3,9 |
| Letland | 7,8 | 16,3 | 7,6 | 26,7 | 4,8 | 1,7 | 2,3 | 8,2 | 20,9 | 3,7 |
| Litouwen | 5,3 | 18,1 | 8,5 | 25,1 | 4,2 | 2,0 | 0,9 | 9,8 | 22,0 | 4,1 |
| Italië | 5,1 | 16,7 | 7,7 | 26,8 | 2,9 | 2,5 | 0,9 | 13,4 | 15,3 | 8,7 |
| Hongarije | 4,2 | 20,1 | 8,7 | 23,0 | 3,9 | 1,8 | 1,6 | 12,2 | 19,5 | 5,0 |
| Portugal | 5,4 | 16,0 | 7,3 | 26,2 | 2,9 | 1,7 | 1,4 | 12,9 | 21,3 | 4,9 |
| Cyprus | 5,1 | 9,6 | 8,9 | 31,0 | 3,8 | 4,0 | 0,6 | 10,4 | 17,0 | 9,6 |
| Oostenrijk | 5,0 | 16,1 | 7,4 | 26,0 | 3,5 | 2,6 | 1,6 | 12,6 | 21,2 | 4,0 |
| Estland | 2,6 | 20,5 | 7,8 | 23,1 | 5,5 | 2,7 | 1,6 | 7,8 | 23,5 | 4,9 |
| Spanje | 4,0 | 11,3 | 7,6 | 30,7 | 3,1 | 1,7 | 1,4 | 12,4 | 20,1 | 7,7 |
| EU-27 | 5,0 | 16,0 | 7,5 | 24,8 | 3,5 | 2,3 | 1,1 | 12,7 | 21,7 | 5,4 |
| Duitsland | 1,5 | 18,6 | 6,6 | 21,7 | 3,8 | 2,5 | 0,9 | 13,7 | 25,4 | 5,3 |
| Ierland | 5,5 | 13,3 | 7,1 | 22,1 | 7,2 | 5,0 | 0,4 | 11,1 | 24,3 | 4,0 |
| Finland | 4,2 | 14,0 | 9,2 | 19,1 | 4,8 | 1,6 | 1,0 | 12,6 | 28,8 | 4,7 |
| Frankrijk | 3,3 | 10,4 | 7,5 | 24,1 | 3,8 | 2,9 | 1,5 | 16,7 | 24,9 | 4,9 |
| Denemarken | 2,3 | 11,7 | 7,6 | 23,7 | 4,3 | 2,6 | 1,6 | 12,2 | 29,1 | 4,9 |
| Malta | 2,6 | 8,9 | 6,4 | 27,0 | 4,1 | 4,5 | 1,8 | 18,3 | 18,7 | 7,7 |
| Nederland | 2,8 | 10,0 | 7,4 | 23,1 | 4,3 | 2,4 | 0,8 | 20,1 | 24,6 | 4,5 |
| Zweden | 2,2 | 13,0 | 7,9 | 20,0 | 4,3 | 2,0 | 1,8 | 12,0 | 32,6 | 4,2 |
| Luxemburg | 0,7 | 7,9 | 10,6 | 21,6 | 4,7 | 11,0 | 1,1 | 17,8 | 20,6 | 4,0 |
| België | 1,9 | 11,2 | 6,6 | 20,6 | 3,1 | 2,1 | 0,6 | 22,7 | 26,8 | 4,4 |
| 1) Op basis van het aantal gewerkte uren. Voor België en Kroatië cijfers over 2022. | ||||||||||
Eurostat: Gewerkte uren per bedrijfstak, EU.
Werkgelegenheid sinds 1970
In vergelijking met 1970 is het aantal banen met 96 procent toegenomen en zijn er 90 procent meer mensen aan het werk. Doordat deeltijdwerk een hoge vlucht heeft genomen, de voltijdwerkweek is verkort en werkenden tegenwoordig meer vakantiedagen hebben, is het totaal aantal gewerkte uren in Nederland echter beduidend minder toegenomen, namelijk met 45 procent. Terwijl werkenden in 1970 nog gemiddeld 1 829 uur per jaar werkten, is dat in 2023 bijna een kwart minder.
| Jaar | Gewerkte uren (mld) | Gewerkte uren, nieuwe reeks (mld) | Banen (mln) | Banen, nieuwe reeks (mln) | Werkzame personen (mln) | Werkzame personen, nieuwe reeks (mln) | Arbeidsjaren (mln) | Arbeidsjaren, nieuwe reeks (mln) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1970 | 9,964 | . | 5,936 | . | 5,447 | . | 4,939 | . |
| 1971 | 9,932 | . | 6,015 | . | 5,515 | . | 4,984 | . |
| 1972 | 9,833 | . | 6,014 | . | 5,505 | . | 4,962 | . |
| 1973 | 9,828 | . | 6,106 | . | 5,576 | . | 5,010 | . |
| 1974 | 9,625 | . | 6,172 | . | 5,629 | . | 5,041 | . |
| 1975 | 9,343 | . | 6,183 | . | 5,636 | . | 5,024 | . |
| 1976 | 9,450 | . | 6,268 | . | 5,705 | . | 5,052 | . |
| 1977 | 9,359 | . | 6,290 | . | 5,734 | . | 5,078 | . |
| 1978 | 9,283 | . | 6,363 | . | 5,800 | . | 5,124 | . |
| 1979 | 9,368 | . | 6,509 | . | 5,931 | . | 5,215 | . |
| 1980 | 9,514 | . | 6,633 | . | 6,033 | . | 5,280 | . |
| 1981 | 9,499 | . | 6,620 | . | 6,011 | . | 5,230 | . |
| 1982 | 9,311 | . | 6,545 | . | 5,931 | . | 5,118 | . |
| 1983 | 9,109 | . | 6,491 | . | 5,876 | . | 5,035 | . |
| 1984 | 9,142 | . | 6,559 | . | 5,932 | . | 5,050 | . |
| 1985 | 9,186 | . | 6,684 | . | 6,046 | . | 5,141 | . |
| 1986 | 9,341 | . | 6,878 | . | 6,214 | . | 5,258 | . |
| 1987 | 9,430 | . | 7,027 | . | 6,350 | . | 5,345 | . |
| 1988 | 9,585 | . | 7,157 | . | 6,465 | . | 5,428 | . |
| 1989 | 9,789 | . | 7,345 | . | 6,640 | . | 5,550 | . |
| 1990 | 10,046 | . | 7,550 | . | 6,829 | . | 5,695 | . |
| 1991 | 10,176 | . | 7,671 | . | 6,945 | . | 5,770 | . |
| 1992 | 10,427 | . | 7,790 | . | 7,035 | . | 5,845 | . |
| 1993 | 10,408 | . | 7,838 | . | 7,072 | . | 5,852 | . |
| 1994 | 10,515 | . | 7,907 | . | 7,127 | . | 5,853 | . |
| 1995 | 10,763 | 10,768 | 8,066 | 8,021 | 7,276 | 7,268 | 5,959 | 5,935 |
| 1996 | . | 11,104 | . | 8,206 | . | 7,420 | . | 6,073 |
| 1997 | . | 11,334 | . | 8,421 | . | 7,648 | . | 6,259 |
| 1998 | . | 11,578 | . | 8,645 | . | 7,830 | . | 6,440 |
| 1999 | . | 11,899 | . | 8,888 | . | 8,055 | . | 6,602 |
| 2000 | . | 12,010 | . | 9,027 | . | 8,203 | . | 6,703 |
| 2001 | . | 12,166 | . | 9,152 | . | 8,367 | . | 6,809 |
| 2002 | . | 12,104 | . | 9,204 | . | 8,427 | . | 6,797 |
| 2003 | . | 11,965 | . | 9,141 | . | 8,380 | . | 6,717 |
| 2004 | . | 11,996 | . | 9,089 | . | 8,285 | . | 6,668 |
| 2005 | . | 11,956 | . | 9,175 | . | 8,340 | . | 6,685 |
| 2006 | . | 12,189 | . | 9,395 | . | 8,521 | . | 6,833 |
| 2007 | . | 12,537 | . | 9,696 | . | 8,772 | . | 7,022 |
| 2008 | . | 12,736 | . | 9,876 | . | 8,915 | . | 7,148 |
| 2009 | . | 12,552 | . | 9,814 | . | 8,839 | . | 7,066 |
| 2010 | . | 12,463 | . | 9,782 | . | 8,779 | . | 7,025 |
| 2011 | . | 12,576 | . | 9,918 | . | 8,855 | . | 7,066 |
| 2012 | . | 12,465 | . | 9,889 | . | 8,837 | . | 7,023 |
| 2013 | . | 12,355 | . | 9,756 | . | 8,733 | . | 6,937 |
| 2014 | . | 12,438 | . | 9,757 | . | 8,725 | . | 6,927 |
| 2015 | . | 12,559 | . | 9,881 | . | 8,808 | . | 7,015 |
| 2016 | . | 12,854 | . | 10,036 | . | 8,943 | . | 7,159 |
| 2017 | . | 13,156 | . | 10,282 | . | 9,157 | . | 7,340 |
| 2018 | . | 13,510 | . | 10,562 | . | 9,408 | . | 7,561 |
| 2019 | . | 13,867 | . | 10,788 | . | 9,623 | . | 7,751 |
| 2020 | . | 13,309 | . | 10,710 | . | 9,584 | . | 7,670 |
| 2021 | . | 13,751 | . | 10,941 | . | 9,773 | . | 7,859 |
| 2022 | . | 14,292 | . | 11,377 | . | 10,157 | . | 8,145 |
| 2023 | . | 14,457 | . | 11,557 | . | 10,313 | . | . |
StatLine: Werkgelegenheid (vanaf 1995) en Werkgelegenheid (oude reeks).
Veel stakingen in 2023
In 2023 werd er veel vaker gestaakt dan gebruikelijk. Er waren 52 werkstakingen. Dat is het hoogste aantal na 1972. In deze eeuw waren er tot dusver gemiddeld 22 stakingen per jaar.
Bijna 2 op de 3 stakingen duurden minstens vijf dagen. Met de stakingen waren in 2023 in totaal 142 duizend arbeidsdagen gemoeid. Ook dat is hoger dan gemiddeld. Sinds de eeuwwisseling gaan gemiddeld 100 duizend arbeidsdagen per jaar verloren aan stakingen. Daarbij waren er in zes jaren meer stakingsdagen dan in 2023, in 2019 zelfs 391 duizend.
De helft van de stakingen vond plaats bij bedrijven in de industrie. Qua aantal stakingsdagen scoorde de bedrijfstak vervoer en opslag het hoogst. Alleen in deze twee bedrijfstakken is deze eeuw elk jaar gestaakt.
Bij de stakingen in 2023 waren 17 duizend werknemers betrokken. Deeltijdwerknemers zijn hierbij naar rato van hun arbeidsduur meegeteld. Het effect op het totaal aantal gewerkte uren van werknemers is gering: 0,01 procent van het totale volume aan contracturen werd gestaakt.
StatLine: Werkstakingen.