Inleiding
De situatie op de arbeidsmarkt was in 2023 wat minder uitbundig dan in 2022, dat in veel opzichten een recordjaar was. De werkgelegenheid bleef wel groeien, maar minder sterk dan in voorgaande jaren. Ook liep het aantal openstaande vacatures iets terug en waren er iets meer mensen werkloos. Maar de krapte op de arbeidsmarkt bleef. Net als in 2022 waren er het hele jaar meer vacatures dan werklozen. Weliswaar was de spanning op de arbeidsmarkt iets minder groot dan een jaar eerder, maar nog steeds behoorde deze tot de hoogste in ruim vijftig jaar. Door de voortgaande groei in werkgelegenheid waren er niet eerder zoveel mensen aan het werk in Nederland.
De krapte op de arbeidsmarkt en vooral de hoge inflatie in 2022 leidden uiteindelijk tot een bescheiden loongolf. De cao-lonen namen met 6 procent toe in 2023, de verdiende lonen zelfs met 7 procent. Dergelijke cijfers heeft Nederland decennialang niet gezien.
| Jaar | Bbp | Gewerkte uren |
|---|---|---|
| '03 | 0,2 | -1,1 |
| '04 | 2,0 | 0,3 |
| '05 | 2,1 | -0,3 |
| '06 | 3,5 | 1,9 |
| '07 | 3,8 | 2,9 |
| '08 | 2,2 | 1,6 |
| '09 | -3,7 | -1,4 |
| '10 | 1,3 | -0,7 |
| '11 | 1,6 | 0,9 |
| '12 | -1,0 | -0,9 |
| '13 | -0,1 | -0,9 |
| '14 | 1,4 | 0,7 |
| '15 | 2,0 | 1,0 |
| '16 | 2,2 | 2,4 |
| '17 | 2,9 | 2,4 |
| '18 | 2,4 | 2,7 |
| '19 | 2,0 | 2,6 |
| '20 | -3,9 | -4,0 |
| '21 | 6,2 | 3,3 |
| '22 | 4,3 | 3,9 |
| '23 | 0,1 | 1,1 |
StatLine: Bbp en Werkgelegenheid.
De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt worden voor een groot deel bepaald door de stand van de economie. Als de economie groeit, stijgt meestal ook de werkgelegenheid. Nadat de economie in 2021 en 2022 ongekend hard groeide na de coronacrisis in 2020, belandde Nederland in 2023 in een andere fase. In de eerste drie kwartalen was sprake van krimp. Uiteindelijk resulteerde op jaarbasis een minimale groei van 0,1 procent. De afgelopen twintig jaar was de economische groei in slechts vier jaren kleiner dan in 2023.
Die geringe groei wordt in 2023 niet weerspiegeld in de werkgelegenheidscijfers. De werkzame beroepsbevolking is in 2023 gemiddeld 189 duizend personen groter dan in 2022 (+2,0 procent). In de loop van het jaar groeit de werkzame beroepsbevolking tot 9,8 miljoen personen in december, 108 duizend meer dan eind 2022. In de eerste maanden van 2023 daalt het aantal werklozen, tot 343 duizend in april. Vervolgens loopt de werkloosheid op tot 371 duizend in september, om in het vierde kwartaal weer te dalen. Hierdoor zijn er in december 2023 9 duizend werklozen meer dan eind 2022.
| Maand | Werkzame beroepsbevolking | Werkloze beroepsbevolking |
|---|---|---|
| jan | 2 | 8 |
| feb | 4 | 4 |
| mrt | 12 | 5 |
| apr | 28 | -9 |
| mei | 30 | 1 |
| jun | 31 | 1 |
| jul | 30 | 10 |
| aug | 45 | 12 |
| sep | 34 | 19 |
| okt | 62 | 9 |
| nov | 89 | 5 |
| dec | 108 | 9 |
StatLine: Werkzame en werkloze beroepsbevolking.
Het aantal openstaande vacatures bereikt halverwege 2022 het hoogste aantal dat ooit is gemeten: 464 duizend. Vanaf de tweede helft van 2022 vertoont het aantal vacatures een dalende tendens, zodat er eind 2023 nog 410 duizend openstaande vacatures zijn. In anderhalf jaar tijd is het aantal vacatures teruggelopen met 53 duizend (–12 procent).
De banengroei zet wel het hele jaar door. Hierdoor zijn er in het vierde kwartaal van 2023 129 duizend banen meer dan een jaar eerder (+1,1 procent). Het totaal aantal gewerkte uren groeit iets minder (+0,6 procent).
| Vacatures, per eind kwartaal (dzd) | Banen kwartaalgemiddelde (dzd) | Gewerkte uren (mln uren) | |
|---|---|---|---|
| 1e kwartaal | 0,2 | 34 | 17 |
| 2e kwartaal | -10,0 | 41 | 11 |
| 3e kwartaal | -21,6 | 73 | 18 |
| 4e kwartaal | -26,8 | 129 | 20 |
StatLine: Vacatures en Banen en gewerkte uren.
De conjuncturele ontwikkeling op de arbeidsmarkt verloopt meestal volgens een vast patroon. Als het economisch minder goed gaat, loopt het aantal vacatures snel terug. Uitzendkrachten en andere werknemers met een flexibel arbeidscontract verliezen als eersten hun baan. Pas later snijden bedrijven in het vaste personeelsbestand of gaan ondernemingen failliet, waardoor de werkgelegenheid afneemt.
Doordat de onderhandelingspositie van de werknemers dan onder druk komt te staan, loopt tegen die tijd ook de stijging van de cao-lonen terug. Aangezien cao’s vaak een looptijd hebben van een jaar of langer, duurt het enige tijd voordat een teruglopende economie effect heeft op deze cijfers.
Vanaf halverwege 2022 verslechtert het conjunctuurbeeld voortdurend volgens de Conjunctuurklok van het CBS. Sinds april 2023 is het beeld negatief: de ontwikkeling van de conjunctuurindicatoren ligt onder de langetermijntrend. In de eerste drie kwartalen van 2023 krimpt de economie met achtereenvolgens 0,5, 0,4 en 0,2 procent. Daarmee zit Nederland kortstondig in een recessie. In het vierde kwartaal volgt weer een groei van 0,4 procent.
In vergelijking met 2000 is de Nederlandse economie met 39 procent gegroeid. De helft van deze groei komt doordat er meer uren gewerkt worden, daarnaast stijgt de arbeidsproductiviteit, maar die neemt de laatste jaren minder toe dan eerder het geval was. Qua omvang van de economie staat Nederland nu op de achttiende plaats van de wereld.
| Jaar | Kwartaal | Werkloze beroepsbevolking (x 1 000) | Vacatures (x 1 000) | Banen van werkzame personen (x 1 000) |
|---|---|---|---|---|
| 2013 | 1e kwartaal | 51 | -5,4 | -52 |
| 2013 | 2e kwartaal | 40 | -5 | -23 |
| 2013 | 3e kwartaal | 33 | 3,8 | -11 |
| 2013 | 4e kwartaal | -4 | 1,4 | -11 |
| 2014 | 1e kwartaal | 15 | 7,6 | -12 |
| 2014 | 2e kwartaal | -20 | 3,4 | 18 |
| 2014 | 3e kwartaal | -34 | 5,9 | 23 |
| 2014 | 4e kwartaal | 5 | 5,4 | 30 |
| 2015 | 1e kwartaal | 7 | 6,1 | 36 |
| 2015 | 2e kwartaal | -18 | 5,4 | 33 |
| 2015 | 3e kwartaal | -24 | 2,6 | 37 |
| 2015 | 4e kwartaal | -2 | 9,8 | 42 |
| 2016 | 1e kwartaal | -24 | 6,8 | 13 |
| 2016 | 2e kwartaal | -15 | 5,3 | 54 |
| 2016 | 3e kwartaal | -37 | 7,2 | 45 |
| 2016 | 4e kwartaal | -29 | 9,2 | 56 |
| 2017 | 1e kwartaal | -22 | 14,5 | 63 |
| 2017 | 2e kwartaal | -19 | 19 | 67 |
| 2017 | 3e kwartaal | -25 | 9 | 77 |
| 2017 | 4e kwartaal | -30 | 12,8 | 76 |
| 2018 | 1e kwartaal | -31 | 9,8 | 76 |
| 2018 | 2e kwartaal | -13 | 14,5 | 64 |
| 2018 | 3e kwartaal | -5 | 10 | 67 |
| 2018 | 4e kwartaal | -19 | 3,2 | 58 |
| 2019 | 1e kwartaal | -14 | 16,9 | 62 |
| 2019 | 2e kwartaal | -10 | 1,4 | 38 |
| 2019 | 3e kwartaal | 15 | 2,1 | 36 |
| 2019 | 4e kwartaal | -4 | 1,3 | 51 |
| 2020 | 1e kwartaal | -38 | -68,1 | 5 |
| 2020 | 2e kwartaal | 73 | -19,4 | -300 |
| 2020 | 3e kwartaal | 68 | 18,6 | 174 |
| 2020 | 4e kwartaal | -38 | 1,9 | 2 |
| 2021 | 1e kwartaal | -45 | 30 | 4 |
| 2021 | 2e kwartaal | -29 | 75,6 | 143 |
| 2021 | 3e kwartaal | -17 | 45,7 | 171 |
| 2021 | 4e kwartaal | -29 | 21,8 | 68 |
| 2022 | 1e kwartaal | -32 | 61 | 124 |
| 2022 | 2e kwartaal | -11 | 10,9 | 110 |
| 2022 | 3e kwartaal | 45 | -18,4 | 75 |
| 2022 | 4e kwartaal | -13 | -8,2 | 66 |
| 2023 | 1e kwartaal | -2 | 0,2 | 34 |
| 2023 | 2e kwartaal | -7 | -10,2 | 7 |
| 2023 | 3e kwartaal | 16 | -11,6 | 33 |
| 2023 | 4e kwartaal | -6 | -5,2 | 56 |
StatLine: Werkloze beroepsbevolking (seizoengecorrigeerd), Vacatures (seizoengecorrigeerd) en Banen (seizoengecorrigeerd).
Seizoenseffecten
Om de kortetermijnontwikkeling van verschillende cijfers in beeld te brengen, publiceert het CBS ook maand- en kwartaalcijfers die voor seizoeninvloeden gecorrigeerd zijn. Deze cijfers houden rekening met veranderingen die zich ieder jaar opnieuw voordoen. Zo is het gebruikelijk dat het aantal werklozen in de eerste maanden van het jaar stijgt (bijvoorbeeld vanwege aflopende contracten of slechte weersomstandigheden), terwijl er in de zomer en aan het einde van het jaar minder mensen werkloos zijn.
Andere voorbeelden van deze patronen zijn feest- en vakantiedagen en vakantiegeld. Door een reeks cijfers voor dergelijke patronen te schonen, kunnen maand- of kwartaalcijfers onderling vergeleken worden zonder storende seizoenseffecten.
| 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal | |
|---|---|---|---|---|
| Vacatures (dzd) | 3 | 11 | -6 | -8 |
| Werkloze beroepsbevolking (dzd) |
27 | -1 | -17 | -9 |
| Werkzame beroepsbevolking (dzd) |
-37 | 2 | 28 | 6 |
| Banen (dzd) | -74 | 40 | 40 | -5 |
| Gewerkte uren (mln uren) |
71 | -106 | -205 | 157 |
| Lonen (100 mln euro) | -36 | 83 | -50 | 4 |
In de grafiek is voor de verschillende kerncijfers over de arbeidsmarkt het gemiddelde seizoenseffect per kwartaal weergegeven. Dit gemiddelde is berekend over een zo lang mogelijke periode (21 tot 29 jaar). Duidelijk zichtbaar is dat er normaal gesproken in het eerste kwartaal meer werklozen zijn, terwijl het aantal werkenden en het aantal banen lager zijn dan gemiddeld. Het totaal aantal gewerkte uren is altijd relatief laag in het tweede en derde kwartaal, vooral omdat dan vakantiedagen opgenomen worden. De lonen zijn het hoogst in het tweede kwartaal, als de meeste werknemers vakantiegeld ontvangen.
Het aantal werkdagen varieert van jaar tot jaar tussen de 254 en 257. Een extra werkdag leidt ertoe dat het totaal aantal gewerkte uren van werknemers ongeveer 0,4 procent hoger uitkomt. Hoewel het CBS wel de kwartaalcijfers corrigeert voor seizoenseffecten en het aantal werkdagen, gebeurt dat niet bij de jaarcijfers.