Foto omschrijving: Een gereviseerde MRI scanner bij Philips Healthcare. In de fabriek in Best werken zo’n 3.000 medewerkers aan de innovatie en productie van apparatuur voor de gezondheidszorg.

Nederlandse verdiensten aan de export

Auteurs: Leen Prenen, Janneke Rooyakkers

Nederland hield in 2022 circa 279 miljard euro over aan de export. Hiervan kwam 138 miljard euro tot stand dankzij de export van goederen van Nederlandse makelij, 36 miljard euro dankzij wederuitvoer van goederen en 106 miljard euro dankzij dienstenexport. Nederlandse exportverdiensten (2021*) Totale export Nederland € 0,39 Wederuitvoer € 0,12 € 296 mld € 36 mld Goederen NL makelij € 0,55 € 252 mld € 138 mld Dienstenexport € 0,65 € 164 mld € 106 mld Exportverdiensten Toegevoegde waarde per euro export Exportwaarde € 279 mld 1) € 711 mld 1) 1) Cijfers tellen niet op tot totaal wegens afronding

Internationale handel speelt een grote rol in de Nederlandse economie. De verdiensten aan de export van goederen en diensten zijn verantwoordelijk voor bijna een derde van ons bbp en voor ruim 30 procent van de werkgelegenheid in Nederland. 2021 was een jaar van herstel voor de Nederlandse economie: de coronapandemie had in 2020 voor grote krimp gezorgd van de economie en tevens van de internationale handel. In 2021 lag de uitvoer van goederen alweer boven het niveau van vóór de pandemie; de dienstenexport nog niet. Bij de verdiensten aan de export zien we datzelfde patroon. Dit hoofdstuk gaat in op de verdiensten aan de export en de werkgelegenheid die de uitvoer van goederen en diensten in 2021 genereerde, en hoe dat ontwikkelde ten opzichte van voorgaande jaren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verdiensten aan verschillende typen export, bestemmingslanden en bedrijfstakken.

6.1Belangrijkste bevindingen

Bijdrage van de export aan het bbp

  • Nederland exporteerde in 2021 voor 711 miljard euro aan goederen en diensten: 14 procent meer dan in 2020 en 5,9 procent meer dan in 2019. De uitvoer van goederen van Nederlandse makelij was 8,7 procent hoger dan in 2019, de wederuitvoer 14,7 procent groter. De uitvoer van diensten was echter nog niet hersteld van de coronapandemie en lag in 2021 nog 10,3 procent lager dan in 2019.
  • Van de 711 miljard euro aan exportwaarde, waren de verdiensten 279 miljard euro. De uitvoer van Nederlandse makelij leverde bijna 138 miljard euro op, de wederuitvoer bijna 36 miljard euro en de uitvoer van diensten ruim 106 miljard euro.
  • De totale verdiensten waren goed voor 32,6 procent van het bbp in 2021. Dat aandeel is kleiner dan in 2019, wat komt doordat de binnenlandse componenten van het bbp harder groeiden dan de verdiensten aan internationale handel.
  • De verdiensten waren in 2021 gemiddeld 39 cent per euro, met 55 eurocent voor de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij, 65 eurocent voor de export van diensten en 12 eurocent voor de wederuitvoer.
  • De industrie bracht als bedrijfstak gezamenlijk de hoogste exportverdiensten op met zo’n 71 miljard euro, waarvan verreweg het meest door de export van Nederlandse makelij. De machine-industrie, voedings- en genotmiddelenindustrie en de chemische industrie verdienden het meest binnen de industrie.
  • De zakelijke dienstverlening verdiende in 2021 minder aan de export dan in 2019. Net zoals dat voor de gehele dienstenexportstroom geldt, heeft de afname enerzijds te maken met het trage herstel van het reisverkeer en dus van de aan het reisverkeer verwante diensten (bemiddeling van reizen, taxiritten of accommodaties). Anderzijds komt dat mogelijk door veranderingen in het Nederlandse fiscale stelsel waardoor bedrijven herstructureringen doorgevoerd hebben en bepaalde dienstenstromen niet meer via Nederland laten lopen.
  • Nederland verdiende in 2021 het meest aan de export naar Duitsland. De uitvoer van Nederlandse makelij bracht daarbij het meeste op, maar ook wederuitvoer speelde een relatief grote rol in de totale exportverdiensten. Dat was ook het geval voor andere exportbestemmingen in de nabijheid van Nederland: België, Frankrijk, Spanje en Italië. De verdiensten aan export naar China komen juist met name door de goederen van Nederlandse makelij.
  • Aan de VS, het VK, Ierland en Zwitserland verdient Nederland relatief veel door de export van diensten. De verdiensten aan wederuitvoer naar het VK zijn sinds de effectieve Brexit in 2021 fors lager dan een jaar eerder, maar de export van goederen van Nederlandse makelij en van diensten leverde juist meer op dan vóór de Brexit.
  • De Nederlandse economie groeide in 2021 met 4,9 procent. Daarvan was 2,3 procentpunt te danken aan de export van goederen en diensten. De uitvoer van Nederlandse makelij droeg 1,1 procentpunt bij, de wederuitvoer 0,5 procentpunt en de uitvoer van diensten droeg 0,6 procentpunt bij aan de bbp-groei.

Werkgelegenheid die samenhangt met de export

  • In 2021 hingen bijna 2,4 miljoen voltijdbanen (vte) in Nederland samen met de export; ruim 1 miljoen directe banen, en ruim 1,3 miljoen indirecte banen. Dat komt samen neer op zo’n 30,4 procent van de totale werkgelegenheid (in vte) in Nederland. De export van goederen van Nederlandse makelij neemt zo’n 14,0 procent van de totale werkgelegenheid voor haar rekening (groei van 2,5 procent t.o.v. 2019), de wederuitvoer 3,7 procent (–‍3,2 procent t.o.v. 2019) en de export van diensten 12,7 procent (–‍7,9 procent t.o.v. 2019).
  • De beroepen die voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de export van goederen (gemeten in uren besteed aan export t.o.v. aan binnenlandse bestedingen) zijn agrarische beroepen en transport-gerelateerde beroepen.
  • Zelfstandigen zijn relatief meer uren aan het werk ten behoeve van de export (37 procent van de uren) dan werknemers met een vast contract (30 procent) en werknemers met een tijdelijk contract (28 procent).

Leeswijzer

In paragraaf 6.2 wordt ingegaan op de verdiensten aan de export in 2021noot1, en welk aandeel de verschillende componenten van de export in het Nederlandse bbp uitmaken. Daarnaast laten we per type export (uitvoer van Nederlandse makelij, wederuitvoer en export van diensten) de gemiddelde verdiensten zien. Die verdiensten splitsen we vervolgens nog uit naar exporterende bedrijfstak en branche binnen de industrie, en naar bestemmingsland. Ten slotte wordt de groei van het bbp tussen 2021 en 2020 nog verdeeld naar binnenlandse bestedingen en de drie typen export. In paragraaf 6.3 wordt dan de werkgelegenheid uitgelicht die samenhangt met de export, waarbij we onderscheid maken tussen directe en indirecte werkgelegenheid. Ook splitsen we de werkgelegenheid dankzij de export van goederen van Nederlandse makelij, de wederuitvoer en de dienstenexport uit. Daarna volgt per beroep de uren besteed aan export t.o.v. binnenlandse bestedingen, met ten slotte de besteedde uren ten behoeve van de export per type contract.

6.2Bijdrage van de export aan het bbp

Nederland exporteerde in 2021 voor bijna 711 miljard euro aan goederen en diensten. Dat is, na een exportdaling van zowel goederen als diensten in coronajaar 2020, een groei van 14 procent ten opzichte van 2020 en 5,9 procent t.o.v. 2019. De bruto exportwaarde bestaat uit de uitvoer van goederen en diensten samen. Binnen de uitvoer van goederen onderscheiden we nog twee typen export: de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij en de wederuitvoer. Die laatste groep betreft de goederen die Nederlandse bedrijven importeren en vervolgens vrijwel zonder bewerking hier, ook weer exporteren. De wederuitvoergoederen zijn tijdens het verblijf in Nederland (tijdelijk) eigendom van een Nederlands bedrijf.

De uitvoer van goederen van Nederlandse makelij bedroeg in 2021 252 miljard euro, de wederuitvoer 296 miljard euro en de uitvoer van diensten 162 miljard euro, zie figuur 6.2.1.noot2 Terwijl de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij en de wederuitvoer met respectievelijk 8,7 en 14,7 procent alweer fors boven het niveau van 2019 zaten, was de dienstenhandel in 2021 nog niet hersteld. De exportwaarde van diensten was in 2021 nog 10,3 procent lager dan in 2019.

6.2.1 Bruto exportwaarde per exportcategorie (mld euro)
Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
2021* 252,2 296,2 162,2
2020* 216 243,2 164,2
2019 232 258,3 180,8
2018 239,3 245,6 170,5
2017 227,5 233,3 154,8
2016 209,5 211,4 142,5
2015 212,1 206,3 152

In hoofdstukken 2, 3 en 4 bleek al dat prijsstijgingen de laatste jaren een steeds grotere rol spelen. De toename in exportwaarde in 2021 ten opzichte van eerdere jaren komt dan ook niet alleen door de toename in exportvolume, maar ook door de toename van exportprijzen. In dit hoofdstuk komen niet alleen de bruto exportwaarden aan bod, maar de ook de export in verhouding tot het bbp en de uiteindelijke verdiensten. Daarmee krijgen we een goed beeld van de verdiensten aan de Nederlandse export in 2021.

Exportverdiensten in 2021 weer hoger dan voor coronacrisis

De export uit figuur 6.2.1 betreft bruto waarden. Om te bepalen wat Nederland verdient aan deze export, wordt op deze bruto exportwaarde het verbruik van de benodigde ingevoerde goederen en diensten in mindering gebracht. Van de 711 miljard euro bruto export, waren de verdiensten in 2021 279 miljard euro. Dat is bijna 11 procent meer dan in 2020, en ruim 3 procent meer dan het laatste pre-coronajaar 2019. Van die 279 miljard euro leverde de uitvoer van Nederlandse makelij bijna 138 miljard euro op, de wederuitvoer bijna 36 miljard euro en de uitvoer van diensten ruim 106 miljard euro.

Het delen van de verdiensten door de bruto exportwaarde levert een percentage van 39 procent verdiensten in de bruto export op, wat betekent dat Nederland gemiddeld 39 cent verdiende aan een euro export. De verdiensten per euro lijken de afgelopen jaren te dalen; in 2019 en 2020 was het nog 40 eurocent, in 2015 zelfs 42 eurocent. Dat heeft ermee te maken dat de wederuitvoer steeds belangrijker is geworden in de totale Nederlandse (bruto) export: van een aandeel van 36 procent in 2015 naar 42 procent in 2021. De wederuitvoer is namelijk voor Nederland in totaal het minst lucratief van alle typen export met een gemiddelde verdienste van 12 cent per euro export in 2021. Dat komt omdat het importgehalte bij deze stroom erg hoog ligt en Nederlandse bedrijven maar weinig waarde toevoegen aan deze goederen. Bovendien namen de verdiensten aan de wederuitvoer de afgelopen jaren ook af: in 2019 was het nog 13 cent en in 2015 14 cent. Hoewel de bruto wederuitvoerwaarde in 2021 fors toenam ten opzichte van 2019, waren de totale verdiensten aan deze stroom relatief kleiner, omdat de gemiddelde verdiensten (per euro bruto export) kleiner waren dan in 2019. Tegelijkertijd was er ook minder werkgelegenheid bij betrokken (zie paragraaf 6.3). Naast de aard van dit type export, speelt het soort goederen dat weder uitgevoerd wordt ook mee. Zo weten we dat er relatief veel minerale brandstoffen in de wederuitvoerstroom zitten, die in 2021 al behoorlijke prijsstijgingen kenden (CBS, 2022a). Dit kan mogelijk een rol spelen bij de lage verdiensten dat jaar.

De export van goederen van Nederlandse makelij leverde in 2021 gemiddeld 55 eurocent op; bij de diensten is dat zelfs 65 cent per euro export. Uit figuur 6.2.2 blijkt bovendien dat de verdiensten aan de export van goederen van Nederlandse makelij en aan de diensten t.o.v. 2015 zijn toegenomen; alleen de verdiensten aan wederuitvoer zijn dus gedaald.

6.2.2 Verdiensten per euro export, naar type export (cent per euro export)
Type export 2015 2021*
Uitvoer van Nederlandse makelij 52,5 54,5
Wederuitvoer 13,7 12,1
Uitvoer van diensten 64,1 65,4
Totale uitvoer 41,6 39,3
32,6% van het Nederlandse bbp werd in 2021 verdiend door export van goederen en diensten

Het Nederlandse bbp is opgebouwd uit de verdiensten aan binnenlandse bestedingen en aan export van goederen en diensten. In het eerste kwartaal van 2021 daalde het Nederlandse bbp nog ten opzichte van diezelfde periode een jaar eerder; met name in het tweede en derde kwartaal was er een grote economische groei, die natuurlijk afgezet werd tegen de enorme krimp bij de aanvang van de coronacrisis in het tweede kwartaal van 2020 (CBS, 2023). De verdiensten aan de export waren in 2021 goed voor 32,6 procent van het Nederlandse bbp. Dat is een lichte afname ten opzichte van 2019 (33,3 procent) en 2015 (34,4 procent), maar wel een stijging vergeleken met 2020 (31,7 procent). De exportverdiensten zijn in 2021 wel 3,3 procent hoger dan in 2019; de binnenlandse componenten van het bbp zijn dus sterker toegenomen. Dat kan onder andere komen doordat enkele componenten van de export in 2021 nog niet hersteld waren van de coronacrisis, waaronder het reisverkeer en aan het reisverkeer verwante diensten zoals platforms voor het boeken van een reis, verblijf of taxi. Onder invloed van reisbeperkingen werd er bijvoorbeeld meer binnenlands geconsumeerd en gereisd en kwamen er minder zakenreizigers en toeristen naar Nederland dan vóór de pandemie (CBS, 2022b).

Verdiensten aan de dienstenexport op een lager groeipad?

De totale export was dus goed voor 32,6 procent van het bbp. De dienstenexport was daarbij goed voor 12,4 procent, de export van goederen van Nederlandse makelij voor 16,1 procent en de wederuitvoer droeg 4,2 procent bij. Vergeleken met pre-coronajaar 2019 is alleen de bijdrage van de dienstenexport en van de wederuitvoer aan het bbp kleiner geworden (respectievelijk –‍1,3 en –‍0,1 procentpunt). Naast eerdergenoemde onderdelen van de dienstenhandel die nog niet hersteld zijn van de pandemie (zoals het reisverkeer en aan het reisverkeer verwante dienstverlening), zijn er ook veranderingen in de Nederlandse belastingwetgeving geweest of aangekondigd, die het voor multinationals minder aantrekkelijk maken om bepaalde geld- en dienstenstromen via Nederland te laten lopen. Uit een eerdere studie van het CBS bleek al dat een aantal grote bedrijven, mogelijk onder invloed van de (aangekondigde) fiscale wetgeving, een herstructurering doorvoerden die mede verantwoordelijk is voor het achterblijven van de dienstenhandel in 2020 en 2021. Dat had vooral zijn weerslag op de export van zakelijke diensten (R&D diensten en professionele en managementdiensten) en van royalty’s (Poulissen et al., 2022).

Bedrijven in de industrie samen verantwoordelijk voor de grootste exportverdiensten

In figuur 6.2.3 staat de samenstelling van de toegevoegde waarde per bedrijfstak. Daarop zien we grote verschillen in verdiensten aan binnen- en buitenland per sector. De exportverdiensten omvatten zowel de verdiensten aan de directe export van een bedrijfstak, als de verdiensten die een bedrijfstak genereert als toeleverancier aan exporterende bedrijfstakken.

Vanzelfsprekend wordt door de overheidssectoren (openbaar bestuur, onderwijs en gezondheidszorg) de meeste waarde toegevoegd bij de binnenlandse bestedingen. Voor de financiële dienstverlening, verhuur en handel van onroerend goed zijn de binnenlandse bestedingen eveneens het belangrijkst voor de verdiensten met een aandeel van 75 procent. Ook sectoren als de bouw, horeca en cultuur en recreatie zijn grotendeels op de binnenlandse markt gericht.

In de handel is de uitvoer goed voor de helft van de totale verdiensten van die bedrijfstak, terwijl in de industrie driekwart van de toegevoegde waarde door de uitvoer komt; bijna 71 miljard euro, waarvan ruim 61 miljard euro door de export van goederen van Nederlandse makelij. Ook de bedrijfstak vervoer en opslag, de landbouw en de delfstoffenwinning zijn in grote mate afhankelijk van de export naar het buitenland voor hun verdiensten. Dit beeld is vergelijkbaar met de situatie voor de coronapandemie (2019).

6.2.3 Toegevoegde waarde per bedrijfstak, naar type verdiensten, 2021* (mld euro)
bedrijfstak Binnenlandse bestedingen Uitvoer
Openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg 174,2 3,9
Zakelijke dienstverlening 58,8 53,5
Handel 55,2 55,8
Financiële dienstverlening, verhuur en
handel van onroerend goed
93,4 16,2
Industrie 23,6 70,7
Informatie en communicatie 21,6 20,6
Bouwnijverheid 37,1 3,7
Vervoer en opslag 9,9 27,0
Energievoorziening, waterbedrijven,
afvalbeheer
10,9 6,1
Landbouw, bosbouw en visserij 3,0 10,9
Cultuur, recreatie en overige diensten 11,9 1,5
Horeca 9,6 2,2
Delfstoffenwinning 0,4 4,6

In figuur 6.2.4 worden de exportverdiensten van de zeven bedrijfstakken die in 2021 de meeste toegevoegde waarde door de export genereerden, uitgesplitst naar type export. We zien grote verschillen in type export per bedrijfstak. Zo verdient de industrie voornamelijk aan export van goederen van Nederlandse makelij, net als de landbouw. De wederuitvoer speelt in de meeste bedrijfstakken geen grote rol van betekenis voor de verdiensten, behalve voor de bedrijven actief in de bedrijfstak handel. Ten slotte zien we het belang van de dienstenexport voor verschillende bedrijfstakken: de zakelijke dienstverlening, vervoer en opslag, informatie en communicatie en de financiële dienstverlening. Niet alleen zijn dit overwegend dienstverlenende sectoren; eerder in deze paragraaf bleek al dat dienstenexport relatief veel toegevoegde waarde oplevert.

Exportverdiensten van de zakelijke dienstverlening bleven achter in 2021

Voor de meeste bedrijfstakken geldt dat de verdiensten in 2021 hoger zijn dan in 2019, alleen de zakelijke dienstverlening verdiende in 2021 minder aan de export dan twee jaar eerder. Niet alleen waren de bedrijven in deze sector nog niet (geheel) hersteld van de coronacrisis, uit eerder onderzoek bleek ook al dat een aantal bedrijven grote dienstenstromen niet meer door Nederland lieten gaan omwille van veranderingen in het Nederlandse fiscale stelsel, wat een van de redenen kan zijn voor de daling van verdiensten in deze bedrijfstak. De daling in exportverdiensten binnen deze bedrijfstak kwam met name door bedrijven die zich bezighouden met reisbemiddeling, met uitzending en detachering van arbeid en met leasing.

6.2.4 Bedrijfstakken met de meeste toegevoegde waarde door de export (mld euro)
Bedrijfstak Jaar Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
Industrie 2021*, Industrie 61,3 2,1 7,3
Industrie 2019, Industrie 56,6 1,6 7,0
Handel 2021*, Handel 26,0 20,0 9,8
Handel 2019, Handel 21,6 20,4 9,8
Zakelijke
dienstverlening
2021*, Zakelijke
dienstverlening
15,0 4,5 34,0
Zakelijke
dienstverlening
2019, Zakelijke
dienstverlening
14,5 4,7 36,1
Vervoer en
opslag
2021*, Vervoer en
opslag
5,4 3,1 18,5
Vervoer en
opslag
2019, Vervoer en
opslag
4,9 2,8 17,3
Informatie en
communicatie
2021*, Informatie en
communicatie
3,4 1,6 15,6
Informatie en
communicatie
2019, Informatie en
communicatie
2,5 1,1 15,2
Financiële
dienstverlening, verhuur
en handel van
onroerend goed
2021*, Financiële
dienstverlening, verhuur
en handel van
onroerend goed
4,6 1,3 10,4
Financiële
dienstverlening, verhuur
en handel van
onroerend goed
2019, Financiële
dienstverlening, verhuur
en handel van
onroerend goed
4,4 1,3 10,7
Landbouw, bosbouw
en visserij
2021*, Landbouw, bosbouw
en visserij
10,2 0,3 0,4
Landbouw, bosbouw
en visserij
2019, Landbouw, bosbouw
en visserij
10,2 0,2 0,4

Bijna driekwart van toegevoegde waarde uit de machine-industrie dankzij export van Nederlandse makelij

De industrie verdient ruim 75 procent van haar toegevoegde waarde aan de export van goederen en diensten, en dan met name aan de export van goederen van Nederlandse makelij. In figuur 6.2.5 zoomen we dan ook in op de toegevoegde waarde per industriële tak. We zien dat de drie grootste branches qua verdiensten ook de meeste waarde toevoegen door de export. Ruim 40 procent van de totale toegevoegde waarde die de industrie creëert, komt door export van goederen en diensten in de voedings- en genotmiddelenindustrie, de chemische industrie en de machine-industrie. Voor de meeste branches geldt dat de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij de meeste verdiensten opleveren; dat is ook niet gek omdat industriële bedrijven zich in de regel bezighouden met eigen productie, niet met wederuitvoer of het produceren van diensten. De meeste branches richten zich uitdrukkelijk op de internationale markt; enkel de meubelindustrie en bouwmaterialenindustrie verdienen meer aan afnemers uit Nederland dan aan export, met ongeveer twee derde van hun verdiensten afkomstig uit binnenlandse bestedingen.

6.2.5 Toegevoegde waarde per industriële bedrijfstak, 2021* (mld euro)
bedrijfstak Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten Binnenlandse bestedingen
Machine-industrie 12,5 0,2 0,8 3,3
Chemische industrie 10,7 0,1 1,7 0,5
Voedings-, genotmiddelenindustrie 11,7 0,2 0,6 4,6
Metaalproductenindustrie 3,3 0,2 0,7 3,3
Overige industrie en reparatie 2,7 0,2 1,3 3,3
Elektrotechnische industrie 2,9 0,7 0,4 0,5
Hout-, papier-, grafische industrie 2,5 0,1 0,5 1,8
Elektrische apparatenindustrie 2,2 0,3 0,5 0,8
Farmaceutische industrie 2,3 0,1 0,2 0,4
Auto- en aanhangwagenindustrie 2,5 0,0 0,1 0,5
Rubber- en kunststofproductindustrie 2,2 0,0 0,1 0,8
Basismetaalindustrie 1,9 0,0 0,1 0,4
Overige transportmiddelenindustrie 1,1 0,0 0,1 0,2
Aardolie-industrie 1,0 0,0 0,1 0,2
Textiel-, kleding-, lederindustrie 0,8 0,0 0,0 0,3
Bouwmaterialenindustrie 0,7 0,0 0,1 1,6
Meubelindustrie 0,5 0,0 0,0 1,1

Top 10 bestemmingslanden lieten allemaal groei in exportverdiensten zien

In figuur 6.2.6 staan de tien landen waaraan de exportverdiensten van Nederland het grootst zijn in 2021. Van al deze landen groeiden de verdiensten in 2021 t.o.v. 2019, waarbij de kleinste groei voor Spanje was met 3 procent, met daarna Duitsland, Italië en China (alle drie +4 procent) en het VK en Frankrijk (beiden +5 procent). Met name de verdiensten aan het reisverkeer lieten voor deze landen een krimp zien. Bij de export naar het VK kwam de krimp door de wederuitvoer. De verdiensten aan de export naar België (+7 procent), de VS (+12 procent), Zwitserland (+17 procent) en Ierland (+10 procent) groeiden fors tussen 2019 en 2021. Bij België kwam dat met name door groei van de verdiensten aan wederuitvoer en goederen van Nederlandse makelij, bij Zwitserland, Ierland en de VS was de groei met name te danken aan de dienstenexport.

Hoewel Polen net buiten de top 10 viel in 2021, verdienden we wel fors meer aan de export naar dat land dan in 2019. De groei van 19 procent kwam met name door een toename in de verdiensten aan export van in Nederland geproduceerde goederen.

Toegevoegde waarde door wederuitvoer relatief hoog bij exportverdiensten aan Duitsland

Nederland verdient verreweg het meest aan de export naar Duitsland, wat logisch is gezien het grote belang van Duitsland in de totale Nederlandse uitvoer van goederen en diensten. Ruim de helft van de exportverdiensten naar Duitsland kwam in 2021 door de uitvoer van Nederlandse makelij, en ruim een kwart door de dienstenuitvoer, waar we ook het reisverkeer van toeristen, dagjesmensen en zakenreizigers uit Duitsland toe rekenen.

Hoewel de wederuitvoer qua bruto exportwaarde groter is dan de uitvoer van Nederlandse makelij, draagt de wederuitvoer maar zo’n 20 procent bij aan de totale exportverdiensten uit Duitsland. Dat komt doordat we aan dit type export minder verdienen dan aan uitvoer van Nederlands product of diensten: de waarde van de benodigde invoer is namelijk veel hoger. Het aandeel van de wederuitvoer in de verdiensten aan de export naar Duitsland is met bijna een vijfde van de totale verdiensten overigens relatief hoog: in de totale exportverdiensten is de wederuitvoer goed voor een kleine 13 procent. Dat komt omdat Duitsland een belangrijke bestemming is van wederuitvoer uit Nederland.

De Nederlandse verdiensten aan de export naar België, Frankrijk, Italië en Spanje zijn vergelijkbaar met die van Duitsland: de grootste verdiensten aan uitvoer van goederen van Nederlandse makelij met een aandeel van rond de 50 procent, verdiensten aan de wederuitvoer van 15–20 procent en verdiensten aan export van diensten van zo’n 30 procent. Bij de verdiensten aan export naar de VS zijn de diensten met 59 procent het belangrijkst.

6.2.6 Top 10 bestemmingen op basis van exportverdiensten (mld euro)
Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
Duitsland 2021*, Duitsland 26 9,7 13,5
Duitsland 2019*, Duitsland 23,5 8,9 15
Verenigd Koninkrijk 2021*, Verenigd Koninkrijk 10,5 2,1 13,5
Verenigd Koninkrijk 2019*, Verenigd Koninkrijk 8,9 3,1 13
België 2021*, België 13,4 3,9 6,6
België 2019*, België 12,1 3,5 6,6
Verenigde Staten 2021*, Verenigde Staten 7,6 0,9 12
Verenigde Staten 2019*, Verenigde Staten 7,3 1 10,1
Frankrijk 2021*, Frankrijk 9,5 3,6 5,5
Frankrijk 2019*, Frankrijk 8,5 3,4 5,8
Italië 2021*, Italië 5 1,9 2,6
Italië 2019*, Italië 4,5 1,7 2,9
Zwitserland 2021*, Zwitserland 1,8 0,6 6,4
Zwitserland 2019*, Zwitserland 1,6 0,5 5,5
Ierland 2021*, Ierland 1,1 0,5 5,9
Ierland 2019*, Ierland 0,9 0,4 5,5
Spanje 2021*, Spanje 3,5 1,5 2,2
Spanje 2019*, Spanje 3,2 1,4 2,5
China 2021*, China 5,1 0,4 1,4
China 2019*, China 4,6 0,4 1,6

Minder verdiensten aan wederuitvoer naar het VK na Brexit …

Het VK is in 2020 uit de EU getreden, maar handelde nog tot 2021 onder de oude voorwaarden met EU-landen. Vanaf 1 januari 2021 was de Brexit dus pas effectief voor wat betreft handel. Wanneer we de verdiensten aan de handel tussen 2020 en 2021 vergelijken, valt op dat de verdiensten aan wederuitvoer afgenomen zijn. Waar de toegevoegde waarde door wederuitvoer naar het VK in 2020 nog goed was voor 11,6 procent van het totaal, was dat in 2021 nog maar 7,9 procent. Niet alleen het aandeel van de verdiensten aan wederuitvoer in de totale exportverdiensten aan het VK is afgenomen, ook de absolute waarde nam af met zo’n 30 procent. De verdiensten aan de wederuitvoer naar alle landen groeiden echter tussen 2020 en 2021 met 14 procent, de cijfers voor het VK laten dus een fors afwijkend beeld zien. Nederland lijkt na de Brexit minder aantrekkelijk als logistiek knooppunt voor goederen die van elders komen en naar het VK gaan. Dat heeft ermee te maken dat het mogelijk is dat er twee keer handelstarieven betaald moeten worden wanneer de goederen geen Europese oorsprong hebben: het is voordeliger om de goederen direct naar het VK te vervoeren (CBS, 2022c).

… maar de uitvoer van Nederlands product en diensten leverde relatief veel op

De verdiensten aan de export van Nederlands product naar het VK namen tegelijkertijd met ruim 18 procent toe in 2021 t.o.v. 2020, en de verdiensten aan de dienstenuitvoer (reisverkeer uitgezonderdnoot3), met bijna 15 procent. Die toename was dus hoger dan de groei van verdiensten aan deze twee stromen in de totale Nederlandse uitvoer. Nederlandse bedrijven verdienden na de Brexit dus minder aan wederuitvoer naar het VK, maar wel relatief veel aan de uitvoer van diensten en de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij.

Verdiensten aan export naar China grotendeels door Nederlands product

Bestemmingen waarbij de verdiensten aan dienstenexport het hoogst zijn, zijn de landen met een grote diensteneconomie: het VK, de VS, Zwitserland en Ierland. Het VK, de VS en Ierland waren in 2021 dan ook belangrijke bestemmingen voor de Nederlandse dienstenexport. Ze zijn vooral goed vertegenwoordigd in de export van financiële diensten, telecommunicatie en computerdiensten en zakelijke dienstverlening. Bovendien liggen met name de VS en Zwitserland ook wat verder weg van Nederland, waardoor we er niet veel goederen naartoe (weder)uitvoeren.

China is ten slotte een vreemde eend in de bijt in de top 10 uitvoerbestemmingen, met een aandeel van ruim 74 procent voor de verdiensten aan goederen van Nederlandse makelij. Naar China worden met name hoogwaardige Nederlandse producten geëxporteerd, terwijl naar andere landen ook nog een behoorlijke waarde aan wederuitvoer of diensten gaat. De meeste toegevoegde waarde door export van Nederlandse makelij naar China werd gecreëerd door de voedingsmiddelenindustrie, de chemische industrie en de bedrijven die machines en apparaten maken.

Grote bijdrage wederuitvoer aan bbp-groei in 2021, bijdrage diensten beperkt

De export heeft een aanzienlijke invloed op de Nederlandse economie. In 2020, toen de Nederlandse economie met 3,8 procent kromp, droeg de uitvoer van goederen en diensten daar 2,2 procentpunt aan bij.noot4

In 2021 groeide de Nederlandse economie met 4,9 procent, waarvan 2,3 procentpunt te danken was aan de uitvoer van goederen en diensten, zie figuur 6.2.7. Hierin droeg de uitvoer van Nederlandse producten 1,1 procentpunt bij aan de economische groei, de wederuitvoer 0,5 procentpunt en de uitvoer van diensten 0,6 procentpunt. Gezien de lage verdiensten aan de wederuitvoer per euro export, was de bijdrage van de wederuitvoer in 2021 opvallend groot. Hoewel de verdiensten aan dit type export relatief laag zijn, namen ze in 2021 (t.o.v. 2020) met 14,2 procent harder toe dan de verdiensten aan export van Nederlands product (+13,9 procent) en dienstenuitvoer (+5,9 procent).

Waar de bbp-krimp in 2020 ook voor een behoorlijk deel aan de krimp in dienstenuitvoer te wijten was, is de uitvoer van diensten maar voor een klein deel verantwoordelijk voor de bbp-groei in 2021. Dit duidt wederom op het beperkte herstel van de dienstenuitvoer in 2021. Dit was echter niet alleen in Nederland het geval, de UNCTAD rapporteerde al dat de goederenuitvoer wereldwijd relatief snel herstelde van de pandemie en dat de dienstenhandel in 2021 nog achterbleef, mede door reis- en transportdiensten (UNCTAD, 2021).

Deze gegevens benadrukken nogmaals het belang van de export voor de Nederlandse economie en laten zien dat veranderingen in de uitvoer een significante invloed kunnen hebben op de economische groei of krimp van een land.

6.2.7 Bijdrage van de uitvoer aan de economische groei (%-punt bbp-groei)
jaar Bbp-groei Binnenlandse bestedingen Dienstenuitvoer Wederuitvoer Uitvoer van Nederlandse makelij
2016 2,2 2,2 -0,7 0,2 0,5
2017 2,9 1,2 0,8 0,3 0,6
2018 2,4 1,3 0,6 0,1 0,3
2019 2,0 1,4 0,4 0,1 0,1
2020 -3,9 -1,6 -1,6 -0,4 -0,3
2021* 4,9 2,6 0,6 0,5 1,1

6.3Werkgelegenheid die samenhangt met de export

1 miljoen directe en 1,3 miljoen indirecte voltijdbanen dankzij export in 2021, uitgesplitst naar goederen van Nederlandse makelij, wederuitvoer en dienstenexport. 6.3.1 Werkgelegenheid (vte) dankzij export (2021*) 446 dzd 70 dzd 2,4 mln 1) Wederuitvoer 553 dzd 39 dzd Diensten e xpo r t Goederen NL makelij Voltijdbanen dankzij export 438 dzd Dienstenexport 648 dzd Goederen NL makelij 1,0 mln Directe voltijdbanen exporterende branche 1,3 mln Indirecte voltijdbanen leveranciers, inputs 227 dzd Wederuitvoer 252 dzd 1) Cijfers tellen niet op tot totaal wegens afronding

Uit de vorige paragraaf bleek dat bijna een derde van het Nederlandse bbp verdiend wordt aan de uitvoer van goederen en diensten. Naast toegevoegde waarde is werkgelegenheid ook een belangrijk gevolg van export en een maatstaf voor economische ontwikkeling. In deze paragraaf wordt onderzocht hoe bedrijfstakken profiteren van de export in termen van werkgelegenheid, en welke soorten beroepen daarmee samenhangen.

Denk bij werkgelegenheid dankzij de export bijvoorbeeld aan de producent van CNC (Computer Numerical Control) freesmachines die geëxporteerd worden. Het bedrijf heeft zelf montagemedewerkers in dienst, wier banen direct aan export te danken zijn. Met deze export hangen echter nog meer banen indirect samen: die van de IT-medewerkers die de software schrijven die de machineproducent gebruikt, die van boekhouders van het accountantsbureau dat het bedrijf inhuurt, en van medewerkers van bedrijven die onderdelen van de machines aanleveren.

In 2021 hingen bijna 2,4 miljoen voltijdbanen (vte) in Nederland samen met de export; ruim 1 miljoen directe banen, en ruim 1,3 miljoen indirecte banen (zie figuur 6.3.1). Dat komt samen neer op zo’n 30,4 procent van de totale werkgelegenheid (in vte) in Nederland. De export van goederen van Nederlandse makelij neemt zo’n 14,0 procent van de totale werkgelegenheid voor haar rekening, de wederuitvoer 3,7 procent en de export van diensten 12,7 procent. De wederuitvoer betreft over het algemeen geen eigen productie, de werkgelegenheid die dit type export oplevert zal dan ook veelal te vinden zijn in de groothandel en transportsector.

2,4 miljoen voltijdbanen gerelateerd aan de export van goederen en diensten in 2021

Wanneer we vergelijken met de toegevoegde waarde die de Nederlandse export oplevert (32,6 procent van het bbp), zien we dat de export relatief efficiënt is: met 30,4 procent van de totale werkgelegenheid werd in 2021 32,6 procent van het bbp opgebracht door export. De uitvoer van Nederlandse makelij spant de kroon, met 14 procent van de banen en ruim 16 procent van de totale toegevoegde waarde; de wederuitvoer deed het ook goed met respectievelijk 3,7 en 4,2 procent. Alleen bij de uitvoer van diensten was dit omgekeerd: 12,7 procent van de werkgelegenheid was nodig om 12,4 procent van het bbp te genereren. De constatering dat de export relatief weinig medewerkers nodig heeft om waarde toe te voegen, kan te maken hebben met de bevinding dat exporterende bedrijven gemiddeld productiever zijn dan bedrijven die alleen op de binnenlandse markt actief zijn (Bernard et al., 1995; Wagner, 2012). Door een hogere productiviteit, hebben exporterende bedrijven minder medewerkers nodig voor hun verdiensten dan louter binnenlands georiënteerde bedrijven.

Dienstenexport leverde in 2021 minder banen op dan in 2019

In figuur 6.3.2 zien we het aantal banen dat samenhangt met de export in 2021, en hoe dat ten opzichte van 2019 verschilt. In 2021 leverde de export van Nederlandse makelij de meeste banen op, terwijl dat in 2019 nog de dienstenexport was. Bovendien is de export van Nederlands product het enige type export waarin een banengroei plaatsvond: de toename van het aantal banen dat gerelateerd is aan de export van Nederlandse makelij ten opzichte van 2019 was 2,5 procent. Het aantal vte dankzij de wederuitvoer (–‍3,2 procent) en dankzij de export van diensten nam af (–‍7,9 procent). De grootste daling in werkgelegenheid dankzij de export van diensten was te vinden bij bedrijven in de uitzending en detachering van arbeid en in computerservices.

De export van goederen van Nederlandse makelij genereert vooral indirecte banen. In Bohn et al. (2022) wordt beschreven hoe ‘diensten in dozen’ steeds meer deel beginnen uit te maken van de Nederlandse export. Een groeiend aandeel van producten van Nederlandse makelij kunnen immers niet langer simpelweg goederen worden genoemd, maar moeten worden beschouwd als een complexe bundel van interacties tussen goederen en diensten. Dit levert steeds meer werkgelegenheid op in toeleverende bedrijfstakken, die bijdragen aan de export van een eindproduct, maar dit niet zelf exporteren.

6.3.2 Werkgelegenheid die samenhangt met de export (1 000 vte)
categorie jaar Directe werkgelegenheid Indirecte werkgelegenheid
Uitvoer van
Nederlandse
makelij
2019, Uitvoer van
Nederlandse
makelij
426 641
Uitvoer van
Nederlandse
makelij
2021*, Uitvoer van
Nederlandse
makelij
446 648
Wederuitvoer 2019, Wederuitvoer 62 239
Wederuitvoer 2021*, Wederuitvoer 39 252
Uitvoer
van
diensten
2019, Uitvoer
van
diensten
584 486
Uitvoer
van
diensten
2021*, Uitvoer
van
diensten
553 438

In figuur 6.3.3 splitsen we de werkgelegenheid dankzij de export nog uit naar bedrijfstak. In absolute waarden blijken de meeste banen dankzij de export bij de bedrijven in de zakelijke dienstverlening te zitten, met name dankzij dienstenexport. Bij deze bedrijfstak zijn het bovendien veel indirecte banen die betrokken zijn bij de export: veel zakelijke dienstverlening die andere exporterende bedrijven gebruiken in hun productie en bedrijfsvoering. Denk daarbij aan juridisch advies, accountancy, administratie, marketing of belastingadvisering. Ook bij de bedrijfstak handel wordt relatief veel indirecte werkgelegenheid gecreëerd door export, waarbij alle typen export een rol spelen. Industriële bedrijven hebben ook veel werkgelegenheid dankzij export, en dan met name export van goederen van Nederlandse makelij. Voor deze bedrijfstak geldt dan ook dat het vooral directe werkgelegenheid betreft.

6.3.3 Werkgelegenheid dankzij de export naar bedrijfstak, 2021* (1 000 vte)
bedrijfstak Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
Zakelijke dienstverlening 220 60 377
Industrie 412 16 57
Handel 172 153 96
Vervoer en opslag 52 30 166
Informatie en communicatie 27 14 122
Landbouw, bosbouw en visserij 135 4 5
Financiële dienstverlening, verhuur en
handel van onroerend goed
12 3 39
Horeca 9 3 40
Bouwnijverheid 13 3 29
Cultuur, recreatie en overige diensten 10 2 28
Openbaar bestuur, onderwijs,
gezondheidszorg
13 3 24
Energievoorziening, waterbedrijven,
afvalbeheer
17 1 5
Delfstoffenwinning 3 0 3

Weder- en dienstenuitvoer naar VK levert minder banen op

Net zoals Nederland het meeste verdient aan de export naar Duitsland, leverde de export naar onze oosterburen ook de meeste werkgelegenheid op in 2021. In figuur 6.3.4 is te zien dat bijna 422 duizend vte direct en indirect verbonden zijn aan de export naar Duitsland, waarbij de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij met 210 duizend vte de meeste banen oplevert. Het patroon is verder grotendeels hetzelfde als bij de verdiensten: werkgelegenheid dankzij uitvoer van diensten is relatief hoog bij uitvoer naar de VS, het VK, Ierland en Zwitserland; de werkgelegenheid die ontstond dankzij wederuitvoer is in absolute cijfers het hoogst bij nabijgelegen landen (Duitsland, Frankrijk en België) en verder levert de uitvoer van Nederlandse makelij relatief de meeste banen op bij de landen waar de goederenexport het belangrijkst is (Duitsland, België, Frankrijk, Italië en China). De top 10 van exportpartners, getoond in figuur 6.3.4, zijn goed voor 65 procent van de totale werkgelegenheid die in Nederland te danken is aan de export.

Hoewel de totale werkgelegenheid verbonden aan de export afnam, nam het aantal banen gerelateerd aan de export niet voor alle afzonderlijke landen in figuur 6.3.4 af tussen 2021 en 2019. Er was een kleine krimp te vinden bij Duitsland, het VK, Italië, Spanje en China. Werkgelegenheid verbonden aan de export naar de VS, Zwitserland en Ierland was in 2021 juist groter dan in 2019. Het was bij deze landen met name de dienstenexport dat meer banen opleverde, maar dan juist niet het reisverkeer dat voor de totale daling van de banen door dienstenexport in figuur 6.3.2 zorgde.

6.3.4 Top 10 landen met werkgelegenheid dankzij de export, 2021* (1 000 vte)
Landen Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
Duitsland 210 79 133
Verenigd Koninkrijk 89 17 124
België 102 32 64
Verenigde Staten 61 7 104
Frankrijk 78 29 51
Zwitserland 15 5 57
Italië 38 15 25
Ierland 10 4 54
Spanje 29 12 20
China 42 3 14

Beroepen en hun tijdsbesteding ten behoeve van export en binnenlandse bestedingen

De meeste uren per week (circa 57 miljoen, oftewel een vijfde van alle gewerkte uren) worden gemaakt in bedrijfseconomische en administratieve beroepen. Deze beroepsklasse toont ook een aanzienlijke betrokkenheid bij de export, want ongeveer 20 miljoen uur per week wordt besteed aan activiteiten die gerelateerd zijn aan de export van goederen en diensten, zie figuur 6.3.5 voor een uitsplitsing naar type beroep. Deze beroepen zullen vaak gelieerd zijn aan de zakelijke dienstverlening, die veel export ondersteunt en dan met name indirect. Technische beroepen zijn goed voor 16 procent van alle gewerkte uren, en voor een vijfde van de uren die gewerkt worden voor de export. Veel van deze beroepen zullen te vinden zijn binnen de industrie, de bedrijfstak die de meeste toegevoegde waarde creëert door de export.

Vooral agrarische beroepen en transport-gerelateerde beroepen zijn sterk afhankelijk van de export. Ongeveer 58 procent van de gewerkte uren per week in agrarische beroepen wordt besteed aan activiteiten die de export mogelijk maken. Deze uren worden zowel gewerkt voor de export van de agrarische sector zelf als voor de export van andere sectoren die agrarische intermediaire goederen gebruiken voor hun eigen productie. In transport-gerelateerde beroepen wordt de helft van de tijd voor de export gewerkt. Een voorbeeld hiervan is de expediteur, die verantwoordelijk is voor het organiseren en coördineren van internationale transport- en logistieke activiteiten, evenals de vrachtwagenchauffeur die de goederen vervoert.

Daarentegen zijn pedagogische beroepen (onderwijs) en beroepen in de zorgsector en het openbaar bestuur veel minder afhankelijk van de export. Deze beroepen zijn minder direct gerelateerd aan internationale handel en hebben een kleinere invloed op de export van goederen en diensten naar het buitenland.

6.3.5 Uren besteed door de Nederlandse beroepsbevolking voor binnen-en buitenland, per beroep, 2021* (mln uren)
Beroep t.b.v. binnenlandse bestedingen t.b.v. uitvoer
Bedrijfseconomische en
administratieve beroepen
37,24 19,94
Technische beroepen 27,38 18,19
Zorg en welzijn beroepen 34,08 2,14
Commerciële beroepen 19,97 11,38
ICT beroepen 10,54 7,74
Pedagogische beroepen 17,28 0,97
Transport en logistiek beroepen 8,28 8,44
Dienstverlenende beroepen 12,91 3,07
Openbaar bestuur, veiligheid
en juridische beroepen
9,28 1,7
Creatieve en taalkundige beroepen 4,6 3,43
Managers 2,86 3,79
Agrarische beroepen 2,47 3,46
Overig 0,76 0,69

37 procent van de gewerkte uren door zelfstandigen ten behoeve van export

In figuur 6.3.6 vergelijken we de gewerkte uren voor binnen- en buitenland voor 2021 per contractsoort. Hieruit blijkt dat zelfstandigen relatief de meeste tijd besteden ten behoeve van de uitvoer: 37 procent van de gewerkte uren zijn gerelateerd aan de export. Dit komt doordat zelfstandigen relatief vaak uren werken in bedrijfstakken die (direct of indirect) van de uitvoer afhankelijk zijn. De meeste uren per week worden gewerkt door personen met een contract voor onbepaalde tijd, waarvan in 2021 drie op de tien van de gewerkte uren ten dienste van de export was. Bij personen met een contract voor bepaalde tijd is het aandeel van gewerkte uren voor de export iets kleiner, namelijk 28 procent.

6.3.6 Type contract dat samenhangt met de export, 2021* (mln uren)
Type contract t.b.v. uitvoer t.b.v. binnenlandse bestedingen
Contract voor onbepaalde tijd 52 119
Contract voor bepaalde tijd 17 44
Zelfstandige 19 33

6.4Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Bernard, A. B., Jensen, J. B. & Lawrence, R. Z. (1995). Exporters, jobs, and wages in US manufacturing: 1976–1987. Brookings Papers on Economic Activity, Microeconomics, 1995(1995), 67–119.

Bohn, T., Notten, T., Prenen, L. & Wong, K. F. (2022). Diensten in dozen: de rol van indirecte dienstenexport. In D. Herbers & J. Rooyakkers (Red), Internationaliseringsmonitor 2022, tweede kwartaal: Dienstenhandel: Ontwikkelingen en belemmeringen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2022a). Nederlandse importeurs betaalden in mei 2022 bijna een derde meer. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2022b). Buitenlandse bestedingen Nederlandse reizigers hoger dan voor corona. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2022c). Minder goederen, meer diensten naar het VK in 2021. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2023). Dashboard economische groei. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Kranendonk, H. & Verbruggen, J. (2008). Decomposition of GDP Growth in Some European Countries and the United States. De Economist, 156(3), 295–306.

Poulissen, D., Rooyakkers, J. & Smit, R. (2022). De internationale dienstenhandel in woelige tijden. In D. Herbers & J. Rooyakkers (Red), Internationaliseringsmonitor 2022, tweede kwartaal: Dienstenhandel: Ontwikkelingen en belemmeringen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

UNCTAD (2021). Global merchandise trade exceeds pre-COVID-19 level, but services recovery falls short. Genève: United Nations Conference on Trade and Development.

Wagner, J. (2012). International trade and firm performance: a survey of empirical studies since 2006. Review of World Economics, 148(2), 235–267.

Noten

Op het moment van schrijven is 2021 het meest recente volledige jaar waarover data beschikbaar zijn bij de Nationale Rekeningen. In de andere hoofdstukken over internationale handel in goederen (hoofdstuk 2 en 3) en diensten (hoofdstuk 4) wordt gebruik gemaakt van de bronstatistieken Internationale Handel in Goederen respectievelijk Internationale Handel in Diensten, waardoor 2022 al beschreven kan worden in die hoofdstukken.

De cijfers zoals ze in dit hoofdstuk gepresenteerd worden, zijn gebaseerd op cijfers van de Nationale Rekeningen. Voor de Nationale Rekeningen staat het eigendomscriterium centraal, wat betekent dat bepaalde transacties in het buitenland tot de Nederlandse in- en uitvoer kunnen worden gerekend ook als de verhandelde goederen fysiek niet in Nederland zijn geweest. Mede hierdoor wijken de cijfers in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 7 af van de cijfers zoals gerapporteerd in hoofdstukken 2, 3 en 4, waar het principe van grensoverschrijding centraal staat.

Doordat het reisverkeer in de coronapandemie instortte, is de vergelijking tussen 2020 en 2021 erg vertekend voor deze dienstensoort. Door het reisverkeer niet mee te nemen hier, kunnen we duidelijker uit de cijfers destilleren hoe de handel veranderde na de Brexit. In de rest van het hoofdstuk wordt het reisverkeer wel meegenomen.

Cijfers o.b.v. de methode van Kranendonk en Verbruggen (2008), die een nauwkeuriger beeld trachten te geven van de groeibijdrage per type export door rekening te houden met de invoer die wordt toegerekend aan alle finale bestedingscategorieën. Op deze manier wordt de onderschatting van de bijdrage van de uitvoer aan het bbp verminderd, zoals het geval is bij de internationaal afgesproken methode voor het samenstellen van de Nationale Rekeningen.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nieke Aerts

Arjen Berkenbos (DNB)

Timon Bohn

Sarah Creemers

Daniël Herbers

Bas Kerckhoffs

Dio Limpens

Tom Notten

Davey Poulissen

Leen Prenen

Pascal Ramaekers

Janneke Rooyakkers

Anne Maaike Stienstra (DNB)

Manon Weusten

Redactie

Sarah Creemers

Daniël Herbers

Janneke Rooyakkers

Manon Weusten

Eindredactie

Sarah Creemers

Daniël Herbers

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie

van Nederland Handelsland:

Fintan van Berkel

Dennis Cremers

Anniek Erkens

Bert Eykelenkamp

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Kasper Leufkens

Bart Loog

Angie Mounir

Tim Peeters

Hans Ponsteen

Roos Smit

Adam Walker

Khee Fung Wong

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Jan Pieter Barendse

Vasant Bhoendie

Jeroen Jacobs

Harry Oldersma