Belangrijke ontwikkelingen in 2022 en 2023
In dit hoofdstuk staan belangrijke actuele ontwikkelingen centraal; gebeurtenissen en trends die in 2023 effect hebben op de Nederlandse economie. De oorlog in Oekraïne is daarbij de eerste belangrijke situatie. Op economisch vlak voelt de hele wereld, in meer of mindere mate, de effecten van de oorlog. In de eerste paragraaf zal de ontwikkeling van de Nederlandse handel met Rusland en de impact van de ingestelde sancties daarop worden besproken. De enorme inflatiecijfers vragen om een goed onderscheid tussen de effecten van prijs- en volumeontwikkelingen op de snelle groei van de goederenhandel: in paragraaf 2.3 wordt hiervan een overzicht gegeven. In paragraaf 2.4 behandelen we de handelsrelatie tussen Nederland en China. In paragraaf 2.5 staan we stil bij de Nederlandse afhankelijkheid van onder andere China in relatie tot de groene transitie waar de wereld voor staat. Ten slotte kijken we in paragraaf 2.6 naar de ontwikkeling van vrouwelijk ondernemerschap naar aanleiding van het Nederlandse beleid aangaande inclusiviteit en gelijkheid in de internationale handel.
2.1Belangrijkste bevindingen
Handelsontwikkelingen na ruim 1 jaar oorlog
- De EU heeft Rusland sancties opgelegd als reactie op de oorlog tegen Oekraïne. Ruim een maand na de start van de oorlog en het ingaan van de eerste sancties, begon de Nederlandse invoerwaarde uit Rusland af te nemen. Het Russische aandeel in de Nederlandse import viel terug van 4 procent in het eerste kwartaal van 2022 naar 1 procent in hetzelfde kwartaal van 2023. De Nederlandse uitvoerwaarde van goederen naar Rusland was sinds maart 2022 iedere maand lager dan in dezelfde maand in 2021. Het Russische aandeel in de Nederlandse export viel zo terug van 0,6 procent in het eerste kwartaal van 2022 naar 0,3 procent in het hetzelfde kwartaal van 2023.
- Sinds het importverbod op Russische ruwe aardolie (in december 2022) haalden Nederlandse bedrijven aanzienlijk minder ruwe olie uit Rusland. In plaats daarvan nam vooral de import van ruwe aardolie uit Saoedi-Arabië, de VS, Kazachstan en Irak toe.
- In het eerste kwartaal van 2023 stortte de export van Nederlandse makelij naar Rusland in met 47 procent t.o.v. de eerste drie maanden van 2022, terwijl die naar Kazachstan (+136 procent), Armenië (+121 procent) en Kirgizië (+99 procent) fors toenam. Voor gesanctioneerde Nederlandse automobielen en kantoormachines werden vooral Turkije en Kazachstan in het eerste kwartaal van 2023 belangrijkere afzetmarkten.
Volumeontwikkelingen Nederlandse goederenhandel
- Volgens de cijfers van Nationale Rekeningen was de prijsontwikkeling van de Nederlandse invoer in 2022 ten opzichte van 2021 maar liefst 24,9 procent; de volumegroei was zo’n 1,8 procent. De prijzen van de goederenexport waren in 2022 21,0 procent hoger dan in 2021. Het volume van de goederenexport nam slechts toe met 2,3 procent. In het eerste kwartaal van 2023 was de prijsontwikkeling al beperkter met een toename van 4,7 procent bij de invoer en 5,8 procent bij de uitvoer. Het invoervolume was in die periode 4,0 procent hoger dan een jaar eerder, het exportvolume 3,9 procent.
- De prijs- en volumeontwikkeling wordt voor onze belangrijkste handelspartners gedomineerd door de minerale brandstoffen. Zonder deze goederengroep ziet het beeld er anders uit: de volumeontwikkelingen waren overwegend positief, zowel bij de import als bij de export, en de prijsstijging beperkter.
Goederenhandel met China
- Sinds 1996 is de totale Nederlandse goedereninvoer uit China 55 keer groter geworden: van 2,3 miljard euro tot 125,0 miljard euro (inclusief quasi-doorvoer) in 2022. Uiteindelijk komt maar liefst 89 procent van de totale import uit China weer in het buitenland terecht als gevolg van doorvoerstromen of export na verwerking in Nederland. 11 procent van de import blijft in Nederland (directe consumptie of consumptie na verwerking in Nederland).
- Ook de export naar China is de laatste decennia sterk toegenomen al ligt deze op een beduidend lager niveau dan de import. De totale export naar China is sinds 1996 31 keer groter geworden, van 0,6 miljard euro tot bijna 19 miljard euro in 2022 (inclusief quasi-doorvoer). Het fors lagere niveau dan bij de import heeft er in belangrijke mate mee te maken dat quasi-doorvoer of wederuitvoer bij export een veel kleinere rol speelt. Zodra we alle wederuitvoer of quasi-doorvoer aan zowel in- als uitvoerkant uitsluiten dan smelt het grote handelstekort met China als sneeuw voor de zon.
Import van grondstoffen en producten voor onze groene transitie
- De import van transitiegoederen uit China is nipt groter dan de import van die goederen uit Duitsland (respectievelijk 4,6 en 4,5 miljard euro) en daarmee is China de grootste leverancier van transitiegoederen. Nederland haalt vooral veel zonnepanelen uit China, maar ook voor een aanzienlijk bedrag aan lithium-ion-accu’s en magneten.
- Rusland is de grootste leverancier van transitiegrondstoffen. In 2022 werd voor meer dan 1 miljard euro aan transitiegrondstoffen uit Rusland binnengehaald, voor het overgrote deel koper en nikkel.
- Een belangrijk verschil tussen China en Rusland is dat uit Rusland enkel transitiegrondstoffen worden gehaald en uit China juist heel veel transitiegoederen, waar die kritieke grondstoffen, zoals zeldzame aardmetalen, al in verwerkt zijn. Indien je deze indirecte import (via eindproducten of onderdelen) meetelt dan is China veel belangrijker voor onze groene transitie dan Rusland. Bovendien is het leveringsrisico van de grondstoffen uit Rusland (nikkel, koper) beperkt. Het grootste leveringsrisico van alle grondstoffen zit bij zeldzame aardmetalen en die worden met name in China gemaakt.
Vrouwelijke ondernemers binnen internationaal handelende bedrijven
- Eén derde, ofwel 475 duizend, van alle ondernemers uit het Nederlandse bedrijfsleven stond in 2021 aan de leiding van een bedrijf dat diensten en/of goederen importeerde en/of exporteerde. Dat aandeel is vergelijkbaar met 2019 en 2020.
- Internationale oriëntatie van een bedrijf hangt sterk samen met de bedrijfstak van een bedrijf en de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers zijn dan ook met name een afspiegeling van de verschillen tussen bedrijfstakken.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk is gewijd aan de meest actuele ontwikkelingen met betrekking tot de internationale handel. Paragraaf 2.2 bespreekt de handelsontwikkelingen met Rusland na ruim een jaar oorlog. Er is ruime aandacht voor de handel in gesanctioneerde goederen. In paragraaf 2.3 geven we een eerste inkijk in de volumeontwikkelingen van de goederenhandel. De handelsrelatie tussen Nederland en China staat centraal in paragraaf 2.4. Paragraaf 2.5 focust op de Nederlandse afhankelijkheid voor de groene transitie. Paragraaf 2.6 sluit af met het beschrijven van de ontwikkelingen van vrouwelijk ondernemerschap.
2.2Handelsontwikkelingen na ruim 1 jaar oorlog
Een jaar geleden, op 24 februari 2022, begon de militaire invasie van Rusland in Oekraïne. Door het oorlogsgeweld in Oekraïne en de sancties tegen Rusland is de Nederlandse goederenhandel met deze landen voor een deel stil komen te liggen. Sancties zijn dwingende internationale maatregelen tegen een land, organisatie of persoon. De sancties moeten het voor Rusland moeilijk maken om de oorlog te financieren, en zijn specifiek gericht tegen de politieke, militaire en economische elite die verantwoordelijk is voor de invasie (Europese Raad, 2023). Volgens de Europese Commissie heeft de Europese Unie (EU) sinds februari 2022 meer dan 43,9 miljard euro aan naar Rusland uitgevoerde goederen en 91,2 miljard euro aan uit Rusland ingevoerde goederen verboden. Dit betekent dat er door de sancties momenteel 49 procent minder wordt uitgevoerd naar Rusland en 58 procent minder wordt ingevoerd uit Rusland door de EU dan in 2021 (Europese Commissie, 2023a).
De Europese sancties tegen Rusland
De EU heeft Rusland individuele, economische en diplomatieke sancties opgelegd als reactie op de oorlog tegen Oekraïne. De sancties komen bovenop de maatregelen die in 2014 tegen Rusland zijn ingesteld wegens de annexatie van de Krim en het niet uitvoeren van de akkoorden van Minsk. Kohl et al. (2023) onderzoeken in een recente paper de gevolgen van die 2014 EU-sancties op de Nederlandse export- en investeringsrelatie met Rusland. Sinds februari 2022 nam de EU in totaal elf sanctiepakketten aan tegen Rusland.
Welke goederen mogen niet worden ingevoerd uit Rusland door de EU?
Op de sanctielijst staan onder andere (Europese Commissie, 2023a):
- ruwe aardolie en geraffineerde aardolieproducten (zesde pakket sancties);
- steenkool en andere vaste fossiele brandstoffen (vijfde pakket sancties);
- staal, staalproducten en ijzer (vierde pakket sancties);
- goud en juwelen (onderhouds- en aanpassingspakket);
- asfalt en synthetisch rubber (tiende pakket sancties);
- vis, schaal- en schelpdieren (bijv. kaviaar), sterke drank (bijv. wodka), cement en hout (vijfde pakket sancties);
- papier, sigaretten, kunststoffen en cosmetische producten (achtste pakket sancties).
Welke goederen mogen niet vrijuit worden uitgevoerd naar Rusland vanuit de EU?
Op de sanctielijst staan onder andere (Europese Commissie, 2023a):
- geavanceerde technologie (bijv. chips, software, kwantumcomputers) (vijfde pakket sancties);
- bepaalde soorten machines, machineonderdelen, vervoermaterieel, vliegtuigbrandstof (vijfde pakket sancties);
- apparatuur, technologie en diensten voor de energiesector (vierde pakket sancties);
- goederen en technologie voor de luchtvaart- en ruimtevaartindustrie (bijv. vliegtuigen, vliegtuigonderdelen) (achtste pakket sancties);
- een aantal producten die gebruikt kunnen worden voor zowel civiele als militaire doeleinden (bijv. drones) (negende pakket sancties);
- goederen en technologie voor de Russische defensie- en veiligheidssector (zesde pakket sancties);
- luxegoederen (bijv. dure auto’s, juwelen) (vierde pakket sancties);
- civiele vuurwapens (achtste pakket sancties).
Daarnaast gold een aantal sancties voor dienstenuitvoer zoals accountancy diensten, IT-consultancy, juridisch advies, marktonderzoek en ingenieursdiensten (CPB, 2023; Europese Commissie, 2023a). Er waren ook financiële sancties, waaronder bevriezing van tegoeden tegen de Russische centrale bank, en sancties tegen individuen, zoals reisverboden en bevriezing van tegoeden gericht op leden van de Russische elite (Rijksoverheid, 2023).
Wat verstaan we onder gesanctioneerde producten?
Het bestand met gesanctioneerde producten werd samengesteld op basis van informatie verkregen via de Nederlandse Douane. Het gaat enkel over sancties die ingesteld zijn vanaf maart 2022 t/m maart 2023 en die op 9 juni 2023 nog steeds geldig waren. Die lijst hebben we op de handelswaarden in 2022 en 2023 gelegd alsof al die sancties er vanaf het begin al waren. Een sanctie kan een export/importverbod betreffen, maar ook bijvoorbeeld quota of vergunningsverplichtingen.
De gesanctioneerde producten op GN8‑niveau werden gekoppeld aan de CBS Internationale Handel in Goederen (IHG) statistiek. Er wordt enkel gekeken naar de effectieve handelsstroom, waarbij quasi-doorvoer buiten beschouwing wordt gelaten. De individuele GN8‑producten zijn vervolgens geaggregeerd naar SITC-3 niveau.
Import uit Rusland hard geraakt
Figuur 2.2.1 toont dat de waarde van de Nederlandse goedereninvoer uit Rusland tot en met maart 2022 nog fors toenam. Dit werd met name veroorzaakt door de sterk gestegen energieprijzen. Ruim een maand na de start van de oorlog en het ingaan van de eerste sancties, begon de invoerwaarde af te nemen. De waarde van de goedereninvoer uit Rusland kwam in het eerste kwartaal van 2023 uit op 2,2 miljard euro. Dat is 71 procent minder dan in het eerste kwartaal van 2022 en 40 procent minder dan in het eerste kwartaal van 2021. Het Russische aandeel in de Nederlandse import viel terug van 4 procent in het eerste kwartaal van 2022 naar 1 procent in hetzelfde kwartaal van 2023.
De Nederlandse uitvoerwaarde van goederen naar Rusland was sinds maart 2022 iedere maand lager dan in dezelfde maand in 2021. De sterkste daling vond plaats in maart 2022. In de eerste drie maanden van 2023 kwam de totale uitvoerwaarde uit op 768 miljoen euro. Dat is 34 procent minder dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder en 44 procent minder dan in het eerste kwartaal van 2021. Het Russische aandeel in de Nederlandse export viel zo terug van 0,6 procent in het eerste kwartaal van 2022 naar 0,3 procent in het hetzelfde kwartaal van 2023.
| Jaar/maand | Totale invoer | Invoer van gesanctioneerde producten | Totale uitvoer | Uitvoer van gesanctioneerde producten |
|---|---|---|---|---|
| 2021*, Jan | 1058,4 | 842,3 | 382,1 | 241,7 |
| 2021*, Feb | 1134,6 | 891,8 | 460,9 | 275,3 |
| 2021*, Mrt | 1442,5 | 1201,3 | 531,4 | 342,0 |
| 2021*, Apr | 1357,7 | 1170,1 | 452,7 | 284,0 |
| 2021*, Mei | 1544,3 | 1262,7 | 448,3 | 293,7 |
| 2021*, Jun | 1580,0 | 1301,5 | 470,9 | 313,9 |
| 2021*, Jul | 1465,0 | 1251,2 | 449,0 | 295,9 |
| 2021*, Aug | 1772,4 | 1487,3 | 465,9 | 316,8 |
| 2021*, Sep | 1629,6 | 1210,6 | 575,3 | 398,1 |
| 2021*, Okt | 2304,3 | 1672,4 | 522,2 | 365,6 |
| 2021*, Nov | 2486,9 | 1489,0 | 645,4 | 422,1 |
| 2021*, Dec | 2035,2 | 1398,4 | 559,8 | 371,5 |
| 2022*, Jan | 2555,4 | 1904,4 | 465,7 | 301,9 |
| 2022*, Feb | 2157,1 | 1487,9 | 504,6 | 291,0 |
| 2022*, Mrt | 2893,4 | 1920,0 | 184,9 | 75,1 |
| 2022*, Apr | 2383,4 | 1516,4 | 199,6 | 76,8 |
| 2022*, Mei | 1947,8 | 1333,0 | 282,3 | 125,2 |
| 2022*, Jun | 2170,0 | 1832,3 | 286,0 | 119,9 |
| 2022*, Jul | 1955,2 | 1255,8 | 346,3 | 118,3 |
| 2022*, Aug | 1638,4 | 1099,4 | 255,4 | 103,9 |
| 2022*, Sep | 1601,1 | 810,1 | 296,9 | 88,1 |
| 2022*, Okt | 1145,3 | 478,2 | 244,6 | 70,6 |
| 2022*, Nov | 1030,4 | 546,7 | 404,5 | 123,5 |
| 2022*, Dec | 694,9 | 160,3 | 280,4 | 66,3 |
| 2023*, Jan | 935,2 | 246,2 | 261,2 | 71,2 |
| 2023*, Feb | 767,8 | 128,0 | 212,3 | 49,6 |
| 2023*, Mrt | 494,4 | 62,7 | 294,5 | 67,8 |
Import van ruwe aardolie uit Rusland bijna opgedroogd eind 2022
De invoer van minerale brandstoffen, waaronder ruwe aardolie, aardolieproducten en aardgas, vormt al jaren ongeveer 90 procent van de totale invoerwaarde van goederen uit Rusland. Rusland was tot en met 2022 de belangrijkste leverancier van ruwe olie voor Nederland. In december 2022 verbood de EU de invoer van Russische ruwe olie per schip en sloot het zich aan bij de G7 door een prijsplafond van 60 dollar per vat in te stellen. Het prijsplafond geldt overigens in de praktijk alleen voor niet-EU-landen, want in de EU werd in december 2022 een nog strengere maatregel van kracht, namelijk een volledige boycot van Russische olie (NOS Nieuws, 2022; Douane, 2022).
Naast minerale brandstoffen haalt Nederland relatief veel metalen als koper en nikkel uit Rusland. In 2022 was Rusland onze belangrijkste leverancier voor koper (34 procent aandeel) en de tweede belangrijkste leverancier voor nikkel (22 procent aandeel). Rusland was daarnaast een belangrijke leverancier van kunstmest aan ons land (7 procent aandeel in 2022). Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is de Nederlandse import van nikkel, koper en kunstmest uit Rusland nauwelijks afgenomen (CBS, 2023a). Deze goederen vallen niet onder de sancties van de EU.
De waarde van de Nederlandse invoer van ruwe aardolie uit Rusland nam tot en met maart 2022 nog fors toe, maar daalde daarna vrijwel continu. De hoge importwaarde in juni 2022 is toe te schrijven aan hogere prijzen van brandstoffen. In juni 2022 kostte een vat ruwe aardolie gemiddeld ongeveer 110 euro. Dat was 59 procent meer dan een jaar eerder. Uiteindelijk stopte de invoer van ruwe aardolie uit Rusland nagenoeg helemaal in december 2022. Hoewel sinds 5 december een importverbod geldt voor Russische aardolie, kan het zijn dat er nog altijd Russische aardolie geïmporteerd wordt. Als deze olie namelijk vermengd wordt met olie uit andere landen kan men niet uit de samenstelling van de olie afleiden wat het land van oorsprong is (zie ook CBS, 2023b).
Sinds het importverbod op Russische ruwe aardolie haalden Nederlandse bedrijven aanzienlijk minder ruwe olie uit Rusland. In plaats daarvan nam vooral de import van ruwe aardolie uit Saoedi-Arabië, de VS, Kazachstan en Irak toe (zie figuur 2.2.2). Daarmee nam het Russische aandeel af van 31 procent in december 2021 tot 1 procent in december 2022. Russische ruwe aardolie werd door Nederlandse bedrijven dus sinds december 2022 vervangen door inkoop uit andere landen. Zo zien we bijvoorbeeld dat de importwaarde van ruwe aardolie uit Kazachstan in december 2022 4 keer hoger is dan een jaar eerder. Voor ruwe aardolie uit Nigeria en Irak was dat 3 keer meer. Het Westen is voor fossiele brandstoffen sinds de Russische inval in Oekraïne afhankelijker geworden van landen als Saoedi-Arabië, met enorme olievoorraden (NOS Nieuws, 2023). Saoedi-Arabië was in december 2022 dan ook verantwoordelijk voor 18 procent van de Nederlandse importwaarde van ruwe aardolie. Nederland heeft ruwe aardolie nodig en landen als Noorwegen en de VS produceren niet genoeg (Klein, 2022).
| Leverancier | 2022* | 2021* |
|---|---|---|
| Saoedi-Arabië | 18,0 | 0,0 |
| VS | 17,5 | 15,6 |
| Noorwegen | 10,8 | 15,2 |
| Irak | 9,0 | 4,1 |
| VK | 8,9 | 17,4 |
| Kazachstan | 8,3 | 2,8 |
| Nigeria | 4,5 | 2,3 |
| Libië | 4,0 | 0,0 |
| Angola | 3,0 | 0,0 |
| Rusland | 0,5 | 31,3 |
Ook invoer van geraffineerde aardolieproducten en steenkool gesanctioneerd
Vanaf 5 februari 2023 is naast ruwe aardolie ook de import van geraffineerde aardolieproducten, zoals kerosine en diesel uit Rusland verboden. Naast het verbod waren de EU-landen het eerder al eens over een prijsplafond voor geraffineerde olie. Die moet voor diesel op 100 dollar per vat komen te liggen en op 45 dollar per vat voor bijvoorbeeld stookolie (Europese Commissie, 2023b). Diesel en kerosine blijven nodig en dus moet gezocht worden naar alternatieve leveranciers. Dit kan mogelijk zorgen voor een verschuiving van de wereldhandel (Niewold, 2023). Andere grote importeurs zoals China en India hebben geen sancties ingesteld waardoor Rusland nog steeds grote hoeveelheden olie kan exporteren (Trouw, 2023).
De Nederlandse import van geraffineerde aardolieproducten uit Rusland lag in maart 2023 47 keer lager dan in diezelfde maand een jaar eerder. Daarmee nam het Russische aandeel af van 5,8 naar 0,2 procent, zie figuur 2.2.3. Ons land haalde een hogere waarde aan geraffineerde aardolieproducten uit onder andere Duitsland, het VK en Finland.
Ook de import van Russisch steenkool werd door de EU stilgelegd. Vanaf half augustus 2022 mochten de EU-lidstaten geen Russische kolen meer importeren (Niewold, 2022). Figuur 2.2.3 laat zien dat voor Nederland vanaf augustus 2022 de import van steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika, Australië en de VS toenam.
| Leverancier | Maart 2023* | Maart 2022* | Augustus 2022* | Augustus 2021* |
|---|---|---|---|---|
| Geraffineerde olieproducten |
. | . | . | . |
| België | 26,5 | 28,3 | . | . |
| Duitsland | 13,1 | 8,3 | . | . |
| Finland | 7,2 | 3,6 | . | . |
| VK | 5,5 | 4,9 | . | . |
| Rusland | 0,2 | 5,8 | . | . |
| Steenkool | . | . | . | . |
| Colombia | . | . | 35,3 | 31,2 |
| Zuid-Afrika | . | . | 22,5 | 2,2 |
| Australië | . | . | 22,3 | 4,6 |
| VS | . | . | 16,2 | 32,1 |
| Rusland | . | . | 0,2 | 26,6 |
Eurasian Roundabout: handel via naburige landen?
Het Nederlandse exportpakket naar Rusland is erg divers. Bloemen en planten, geneesmiddelen, bussen en vrachtvoertuigen, landbouwmachines, bereide voedingsmiddelen en kantoormachines waren in 2019 de zes belangrijkste goederengroepen. Samen waren zij in 2019 goed voor 36 procent van de export van Nederlandse makelij naar Rusland. Voor kantoormachines was Rusland in 2019 zelfs onze belangrijkste afnemer. In 2022 zakte Rusland naar de zeventiende plek. In het eerste kwartaal van 2023 was er zelfs helemaal geen export meer naar Rusland van in Nederland geproduceerde kantoormachines en bussen en vrachtvoertuigen. De export van in Nederland vervaardigde landbouwmachines en geneesmiddelen naar Rusland nam in het eerste kwartaal van 2023 toe: deze producten vallen niet onder de ingestelde sancties.
Door de oorlog in Oekraïne en de sancties tegen Rusland is de export van Nederlandse makelij naar Rusland grotendeels stilgevallen. In het eerste kwartaal van 2023 zakte de export van Nederlandse producten naar Rusland in met 47 procent ten opzichte van de eerste drie maanden van 2022, terwijl die naar Kazachstan toenam met 136 procent. Armenië en Kirgizië ontvingen respectievelijk 121 en 99 procent meer producten van Nederlandse makelij. Deze veranderingen zijn vooral uitgesproken voor gesanctioneerde goederen, die vóór de oorlog het grootste deel van de export van Nederlandse makelij naar Rusland voor hun rekening namen. Chupilkin et al. (2023) zien substantiële veranderingen in regionale handelspatronen als gevolg van de oorlog tegen Oekraïne en de daaropvolgende invoering van handelssancties tegen Rusland. Dit zorgt er mogelijk voor dat tussenhandel via naburige economieën wordt gebruikt om de sancties te omzeilen.
Export sanctiegoederen naar Rusland stort nagenoeg in
Ook de Nederlandse handel in gesanctioneerde producten met buurlanden van Rusland zit in de lift, zie figuur 2.2.4. Kirgizië, Armenië en Kazachstan zitten samen met Rusland en Wit-Rusland in de Euraziatische Economische Unie. Goederen die naar deze landen worden geëxporteerd, kunnen mogelijk met minimale controles naar Rusland worden verscheept (vergelijkbaar met zendingen binnen bijvoorbeeld de EU). Met name voor Kazachstan zien we in figuur 2.2.4 dan ook een toenemend belang sinds 2022. Dat komt mogelijk omdat handelaren soms uitwijklanden gebruiken om handelsverboden te omzeilen (Pols & Mouissie, 2022; Chupilkin et al., 2023; Borin et al., 2023). Ook kunnen Nederlandse exporteurs terechtkomen bij deze omringende landen in hun zoektocht naar nieuwe en andere markten. Naast Kazachstan werd ook Turkije iets belangrijker als exportbestemming voor de gesanctioneerde producten. In het eerste kwartaal van 2022 had 1,2 procent van de export van Nederlandse makelij Turkije als bestemming. In dezelfde periode in 2023 liep dat op tot 1,4 procent.
| Jaar/maand | Armenië | Wit-Rusland | Kirgizië | Kazachstan | Rusland |
|---|---|---|---|---|---|
| 2021*, Jan | 0,01 | 0,04 | 0,00 | 0,04 | 0,85 |
| 2021*, Feb | 0,01 | 0,04 | 0,00 | 0,06 | 1,05 |
| 2021*, Mrt | 0,02 | 0,05 | 0,00 | 0,07 | 1,07 |
| 2021*, Apr | 0,00 | 0,06 | 0,01 | 0,04 | 1,01 |
| 2021*, Mei | 0,01 | 0,04 | 0,00 | 0,06 | 0,89 |
| 2021*, Jun | 0,01 | 0,04 | 0,00 | 0,07 | 0,93 |
| 2021*, Jul | 0,00 | 0,04 | 0,01 | 0,06 | 0,93 |
| 2021*, Aug | 0,01 | 0,04 | 0,00 | 0,04 | 0,99 |
| 2021*, Sep | 0,01 | 0,05 | 0,00 | 0,04 | 1,26 |
| 2021*, Okt | 0,01 | 0,05 | 0,01 | 0,05 | 1,12 |
| 2021*, Nov | 0,01 | 0,03 | 0,00 | 0,07 | 1,10 |
| 2021*, Dec | 0,01 | 0,03 | 0,00 | 0,05 | 0,95 |
| 2022*, Jan | 0,01 | 0,04 | 0,00 | 0,04 | 0,93 |
| 2022*, Feb | 0,01 | 0,04 | 0,01 | 0,09 | 0,96 |
| 2022*, Mrt | 0,01 | 0,01 | 0,00 | 0,06 | 0,20 |
| 2022*, Apr | 0,01 | 0,01 | 0,01 | 0,08 | 0,18 |
| 2022*, Mei | 0,01 | 0,01 | 0,01 | 0,08 | 0,35 |
| 2022*, Jun | 0,01 | 0,01 | 0,01 | 0,11 | 0,25 |
| 2022*, Jul | 0,01 | 0,02 | 0,01 | 0,14 | 0,26 |
| 2022*, Aug | 0,02 | 0,03 | 0,01 | 0,12 | 0,19 |
| 2022*, Sep | 0,02 | 0,04 | 0,02 | 0,13 | 0,14 |
| 2022*, Okt | 0,02 | 0,03 | 0,02 | 0,15 | 0,15 |
| 2022*, Nov | 0,02 | 0,02 | 0,03 | 0,14 | 0,19 |
| 2022*, Dec | 0,03 | 0,02 | 0,02 | 0,18 | 0,16 |
| 2023*, Jan | 0,02 | 0,02 | 0,01 | 0,13 | 0,15 |
| 2023*, Feb | 0,02 | 0,03 | 0,01 | 0,10 | 0,09 |
| 2023*, Mrt | 0,02 | 0,03 | 0,02 | 0,26 | 0,10 |
Bijna 4x meer vrachtvoertuigen en bussen naar Turkije in eerste kwartaal 2023
Op de sanctielijst staan onder meer bepaalde soorten machines en transportmiddelen. Van alle overige automobielen die op de sanctielijst staan ging in het eerste kwartaal van 2022 nog bijna 3 procent naar Rusland, zie figuur 2.2.5. In de eerste drie maanden van 2023 exporteerden Nederlandse bedrijven geen gesanctioneerde vrachtvoertuigen en bussen van Nederlandse makelij meer naar Rusland of Wit-Rusland. Er gingen diezelfde periode wel aanzienlijk meer gesanctioneerde automobielen richting Turkije.
Ook de export van in Nederland geproduceerde kantoormachines naar Rusland en Wit-Rusland viel helemaal stil in het eerste kwartaal van 2023. Rusland ontving in de eerste drie maanden van 2022 nog 7,5 procent van alle gesanctioneerde kantoormachines. Vooral Turkije en Kazachstan werden in het eerste kwartaal van 2023 belangrijkere afzetmarkten voor gesanctioneerde Nederlandse kantoormachines.
2.3Volumeontwikkelingen Nederlandse goederenhandel
In de internationale handel hebben we in de afgelopen jaren enorme groeicijfers gezien. Enerzijds zijn die te verklaren door aantrekkende vraag na de coronapandemie en een toenemend aanbod van goederen door herstel van productieketens met minder tekorten aan grondstoffen, chips en vrachtcontainers in de afgelopen maanden waardoor handelsvolumes konden groeien. Tegelijkertijd werd de waarde ook omhoog gestuwd door de prijzen: 2021 en 2022 waren jaren van ongekende prijsstijgingen, deels door die enorme vraag, de oorlog in Oekraïne en met name vlak na de coronacrisis nog verstoringen in ketens (CPB, 2022). De import- en exportwaarden gerapporteerd in deze publicatie geven met name in de laatste jaren een steeds meer vertekend beeld van de werkelijke handelsstromen. Zo blijkt de 23,8 procent exportgroei van goederen in 2022 ten opzichte van 2021 voor 21,0 procentpunt uit prijsstijgingen te bestaan.noot1
De prijsontwikkeling van de internationale handel is niet alleen belangrijk om de handel goed in kaart te krijgen: ook bij de binnenlandse inflatie speelt die een belangrijke rol. In een kleine en open economie als die van Nederland worden de binnenlandse consumenten- en producentenprijzen deels bepaald door de inflatie elders (IMF, 2009; Naug & Nymoen, 1996). We importeren en exporteren als het ware niet alleen goederen en diensten, maar tegelijkertijd ook de prijsontwikkeling daarvan.
Om een realistischer beeld te geven van de ontwikkeling van de internationale handel, wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de ontwikkelingen in het volume van de Nederlandse goederenimport en -export. Daarbij maken we onderscheid naar goederengroepen en landen: de prijsontwikkeling loopt namelijk niet gelijk voor alle typen goederen en landen.
Welke deflatoren worden hier gebruikt?
Voor de cijfers in deze paragraaf maken we gebruik van de deflatoren internationale handel: cijfers van Nationale Rekeningen (CBS, 2023c; CBS, 2023d). Deze NR-deflatoren worden grotendeels samengesteld op basis van gemeten prijzen in de producentenprijsindex (PPI) en aangevuld met enkele andere bronnen, zoals o.a. van Wageningen University & Research. Hierbij wordt echter wel uitgegaan van het concept van internationale handel op basis van eigendomsoverdrachtnoot2, en zijn er geen indices beschikbaar naar land en gedetailleerde goederengroep.noot3 Om deze redenen ontwikkelt het CBS momenteel ook prijsindices voor de internationale handel met een onderscheid naar de belangrijkste handelspartners en goederengroepen op basis van het concept van grensoverschrijding.noot4 Op het moment van schrijven waren deze nieuwe prijsindices voor de internationale handel nog niet beschikbaar. Daarom worden in deze paragraaf nog de deflatoren van NR op productgroep gebruikt, gewogen gemiddeld op productgroepen voor de landen. Dat wil zeggen dat we de NR-deflatoren gebruiken om op SITC-3 niveau de prijsontwikkeling te bepalen. Voor de landen geldt dat we één gemiddelde prijsontwikkeling per land maken door de NR-deflatoren gewogen naar in- en uitvoer van productgroepen te aggregeren. Een methode om prijsontwikkelingen op een gedetailleerd niveau in kaart te brengen en zo volumecijfers voor de internationale handel op land- en productniveau te maken is dus nog in ontwikkeling, waardoor de cijfers in deze paragraaf kunnen afwijken van in de toekomst te publiceren cijfers.
De volumeontwikkelingen naar land in deze paragraaf houden dus alleen rekening met verschillen in de export/importsamenstelling tussen landen van bestemming/herkomst. De hier gepresenteerde cijfers houden geen rekening met bijvoorbeeld verschillen in de prijs van eenzelfde product tussen verschillende exportbestemmingen (of herkomstlanden bij de import).
Invoervolume bijna 4 procent hoger in eerste kwartaal van 2023
De hoge prijsstijgingen verhullen of en in welke mate het volume van de Nederlandse in- en uitvoer van goederen groeit en hoe de omvang van handelsstromen zich ontwikkelt. Volgens de cijfers van Nationale Rekeningen (zie tabel 2.3.1), was de prijsontwikkeling van de Nederlandse invoer in 2022 ten opzichte van 2021 maar liefst 24,9 procent. De volumeontwikkeling was zo’n 1,8 procent, resulterend in een waardestijging van 27,2 procent. De waarde van de Nederlandse goederenexport was in 2022 een ongekende 23,8 procent hoger dan in 2021. Het volume van de Nederlandse goederenexport nam slechts toe met 2,3 procent.
In 2023, waarvan alleen nog cijfers over het eerste kwartaal beschikbaar zijn, lagen die ontwikkelingen al fors lager, mede omdat we daarvoor vergelijken met de al hoge prijsstijgingen in het eerste kwartaal van 2022. Bij de invoer was de prijsontwikkeling ten opzichte van het eerste kwartaal van 2022 nog maar 4,7 procent. Samen met de volumeontwikkeling van 4,0 procent levert dat een stijging van de invoerwaarde van 8,9 procent op. Bij de uitvoer zien we over dezelfde periode een prijsstijging van 5,8 procent en een volumestijging van 3,9 procent. Dat resulteert in een groei van de exportwaarde van 9,9 procent.
| Waarde | Prijs | Volume | |
|---|---|---|---|
| ontwikkeling in % t.o.v. dezelfde periode een jaar eerder | ontwikkeling in % t.o.v. dezelfde periode een jaar eerder | ontwikkeling in % t.o.v. dezelfde periode een jaar eerder | |
| Invoer | |||
| 2022* | 27,2 | 24,9 | 1,8 |
| 2023 1e kwartaal* | 8,9 | 4,7 | 4,0 |
| Uitvoer | |||
| 2022* | 23,8 | 21,0 | 2,3 |
| 2023 1e kwartaal* | 9,9 | 5,8 | 3,9 |
Export van aardolieproducten onderhevig aan inflatie
In figuur 2.3.2 zoomen we in op de totale export van de belangrijkste tien goederen van Nederlandse makelij. Hiervoor worden de meest gedetailleerde cijfers van Nationale Rekeningen over prijsstijgingen gecombineerd met de statistiek Internationale Handel in Goederen. De geraffineerde aardolieproducten waren de grootste productcategorie in 2022. De exportwaarde hiervan was in 2022 bijna 83 procent hoger dan een jaar eerder. De prijs van deze geëxporteerde aardolieproducten lag echter ook gemiddeld zo’n 83 procent hoger dan een jaar eerder, waarmee het volume dus nauwelijks veranderde. De waardegroei werd dus volledig bepaald door inflatie. Bij de uitvoer van aardgas was de prijsstijging nog extremer met gemiddeld ruim 200 procent: de waardegroei blijkt dus een krimp in exportvolume te maskeren.
Bij veel andere productcategorieën is de (export)waardegroei een combinatie van groei in prijs en volume samen. De export van machines en toestellen (waaronder chipmachines), bijvoorbeeld, nam in 2022 met bijna 6 procent in prijs toe, en nog eens bijna 11 procent in volume, resulterend in bijna 17 procent waardegroei.
| Export | Ontwikkeling prijs | Ontwikkeling volume |
|---|---|---|
| Geraffineerde aardolieproducten | 82,5 | 0,2 |
| Machines, toestellen (w.o. lithografie machines) | 5,6 | 11,2 |
| Bloemen en planten | 0,8 | -3,9 |
| Aardgas | 234,9 | -45,5 |
| Residuen van aardolie | 45,2 | 37,8 |
| Bereide voedingsmiddelen | 12,6 | 18,6 |
| Andere chemische producten | 13,2 | 5,5 |
| Vrachtwagens en bussen | 5,3 | 14,3 |
| Groenten en wortels | 10,5 | -1,1 |
| Koolwaterstoffen | 39,3 | -24,1 |
Import van ruwe aardolie bijna 60 procent duurder in 2022
Het grootste importproduct qua waarde was in 2022 aardgas, zie figuur 2.3.3 voor een overzicht van de top 10 importproducten. De import van aardgas had net als bij de export een sterkere prijs- dan volumestijging. De importprijs steeg met gemiddeld ruim 250 procent, terwijl de waarde met zo’n 200 procent toenam ten opzichte van een jaar eerder: het importvolume nam dus af. Besparingen door consumenten en bedrijven (mede door de hoge prijzen), gebruik van andere energiebronnen en een zachte winter zorgden ervoor dat we minder gas importeerden in 2022. De prijsontwikkeling van ruwe aardolie in 2022 ten opzichte van 2021 (+58 procent) was vergelijkbaar met de waardeontwikkeling (+60 procent): het volume veranderde dus nauwelijks met een groei van een kleine 2 procent. Een soortgelijk beeld zien we bij de geraffineerde aardolieproducten, alleen nam het volume daarvan licht af.
Computers en laptops, mobiele telefoons en routers zijn productgroepen waarvan de importprijs amper steeg in 2022; toename in het volume was de belangrijkste factor in de gestegen importwaarde. Dat was ook zo voor geneesmiddelen, farmaceutische producten, medische instrumenten en personenauto’s. Bij de geïmporteerde chemische producten was de prijsstijging juist dominant.
| Import | Ontwikkeling prijs | Ontwikkeling volume |
|---|---|---|
| Aardgas | 268,3 | -58,9 |
| Ruwe aardolie | 58,4 | 1,8 |
| Geraffineerde aardolieproducten | 67,9 | -2,7 |
| (Mobiele) telefoons, modems, routers | 2,2 | 25 |
| Computers, laptops, tablets | 2,1 | 22,8 |
| Andere chemische producten | 17,9 | 5,5 |
| Geneesmiddelen | 5,5 | 14,7 |
| Personenauto's | 8,1 | 11,7 |
| Medische instrumenten en apparaten | 9,5 | 18,6 |
| Medicinale en farmaceutische producten | 8,6 | 7,8 |
Andere handelspartners, andere prijzen?
Prijs- en volumeontwikkeling verschillen niet alleen tussen producten, maar ook tussen landen. De verschillen tussen de landen kunnen komen door: (1) het feit dat verschillende landen verschillende producten importeren/exporteren van/naar Nederland. Landen die vooral producten met grote prijsstijgingen uit Nederland importeren, kennen een grotere prijsontwikkeling dan landen die relatief gezien meer producten afnemen met minder of geen prijsstijgingen, en door (2) het feit dat bedrijven verschillende (export-)prijzen van hetzelfde product kunnen hanteren voor verschillende markten. Dit wordt ook wel pricing to market genoemd en is afhankelijk van meerdere factoren waaronder binnenlandse prijzen, de wisselkoers, de marktmacht van het bedrijf en de kwaliteit van de goederen (Krugman, 1986; Atkeson & Burstein, 2008; Hallak, 2006). De cijfers gebruikt in deze paragraaf nemen alleen maar deel (1) van de verschillen tussen landen mee. Nieuwe gedetailleerdere cijfers die op dit moment nog ontwikkeld worden door het CBS, zullen in de toekomst een vollediger beeld schetsen van de verschillen tussen landen door rekening te houden met zowel factor (1) als factor (2).
Prijsstijging minerale brandstoffen dominant in handel met buurlanden
In figuur 2.3.4 wordt de prijs- en volumeontwikkeling van de uitvoer van 2022 ten opzichte van 2021 onderscheiden naar land, waarbij we de top 5 exportbestemmingen bekijken.
De VS is in 2022 het enige land dat in volume méér export ontving uit Nederland dan in het voorgaande jaar. De export naar Duitsland, België en Frankrijk bestond in 2022 uit een enorme prijsstijging ten opzichte van 2021 en tegelijkertijd ook uit een volumedaling t.o.v. een jaar eerder. De minerale brandstoffen zijn bepalend in de prijs- en volumeontwikkelingen bij de totale Nederlandse export: er zijn forse prijsstijgingen, met name in de export naar die landen waar veel (producten van) minerale brandstoffen naartoe uitgevoerd worden. Naar de VS voeren we dan ook amper minerale brandstoffen uit, terwijl er met name naar Frankrijk, België en Duitsland veel brandstoffen gaan, deels verwerkt (geraffineerde aardolieproducten) en deels in de vorm van wederuitvoer (ruwe aardolie, aardgas). Ook het VK ontving in volume minder goederen in 2022 dan in 2021, maar dit verschil is relatief klein; ook de prijsstijging is relatief beperkt ten opzichte van de landen waar we veel minerale brandstoffen naartoe exporteren.
| Uitvoer | Ontwikkeling prijs | Ontwikkeling volume |
|---|---|---|
| Duitsland | 57,8 | -16,3 |
| België | 47,1 | -15,4 |
| Frankrijk | 43,3 | -12,7 |
| VK | 23,6 | -3,2 |
| VS | 21,2 | 5,4 |
Bij de Nederlandse import (figuur 2.3.5) in 2022 is een vergelijkbaar beeld als bij de export zichtbaar: forse prijsstijgingen, met name bij import uit de landen waar veel minerale brandstoffen vandaan gehaald worden. De prijsstijging van geïmporteerde producten uit het VK en de VS was dus het grootst. Ook bij Duitsland en België is een prijsstijging zichtbaar, weliswaar in mindere mate. De import uit China laat van alle top 5 invoerpartners de kleinste prijsstijging zien. Goederen als computers en laptops, telefoons, modems en routers, voor een groot deel afkomstig uit China, zijn amper in prijs gestegen in 2022 (zie figuur 2.3.3). De importvolumes uit China namen wel fors toe, terwijl bij de andere landen uit de top 5 juist een daling in importhoeveelheid zichtbaar was.
| Invoer | Ontwikkeling prijs | Ontwikkeling volume |
|---|---|---|
| Duitsland | 26,1 | -9,1 |
| België | 42,7 | -10,4 |
| China | 11,1 | 28,3 |
| VS | 61,7 | -7,8 |
| VK | 94,4 | -23,3 |
Volumeontwikkeling overwegend positief bij top 5 herkomst- en bestemmingslanden zonder minerale brandstoffen
Wanneer de minerale brandstoffen volledig buiten beschouwing worden gelaten, blijkt dat de volumeontwikkelingen overwegend positief waren, zowel bij de import als bij de export. Alleen de invoer uit België en Duitsland was vergelijkbaar met die van het voorgaande jaar met groeicijfers die een kleine krimp lieten zien, net zoals de uitvoer naar België. Invoer uit China, de VS en het VK, net zoals uitvoer naar de VS bleken zonder de minerale brandstoffen juist fors te groeien tussen 2021 en 2022.
2.4Nederlandse goederenhandel met China
In China werd in 1978 onder het bewind van Deng Xiaoping een programma van hervorming en grotere openstelling wat betreft de handel met het buitenland gelanceerd (opendeurbeleid). Isolatie en autarkie werden opgegeven en China werd langzaam geïntegreerd in de mondiale economie (De Wijk, 2019). De steeds grotere focus van China op de export naar westerse landen zien we in de Nederlandse importcijfers pas echt terug vanaf de jaren negentig. Vanaf die tijd profiteert China namelijk volop van nieuwe ontwikkelingen die de wereldhandel sterk laten groeien: dalende transactiekosten, een toenemende fragmentatie van productieprocessen, vrij verkeer van goederen in de EU, uitbreiding van de EU, verschuiving van productie naar China en steeds meer gebruik van grote containerschepen (Kuypers et al, 2012; Creemers et al., 2020). Sinds de toetreding van het land tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001 kon het bovendien rekenen op een betere toegang tot nieuwe markten en betere handelsvoorwaarden met andere WTO-leden.
Sinds 1996 is de totale Nederlandse goedereninvoer uit China 55 keer groter geworden: van 2,3 miljard euro tot 125,0 miljard euro in 2022 (figuur 2.4.1). Ruim de helft van de invoer uit China betreft zogenaamde quasi-doorvoer. Dat betreft goederen uit China die in buitenlands eigendom blijven en na aankomst in Nederland meteen doorgaan naar, met name, het Europese achterland. Een ander groot deel (een derde van de totale goederenimport uit China) is bestemd voor de wederuitvoer (doorgaande goederen tijdelijk in Nederlands eigendom). Tenslotte is er nog een kleine stroom van goederen (4 procent) die na significante bewerking in Nederland tot nieuw product in het buitenland terecht komt. Dit betekent dat maar 11 procent van de oorspronkelijke import uit China in Nederland blijft en dat 89 procent uiteindelijk in het buitenland terechtkomt.noot5
Ook de export naar China is de laatste decennia sterk toegenomen al ligt deze op een beduidend lager niveau dan de import. De totale export naar China is sinds 1996 31 keer groter geworden, van 0,6 miljard euro tot bijna 19 miljard euro in 2022. Het fors lagere niveau dan bij de import heeft er in belangrijke mate mee te maken dat quasi-doorvoer of wederuitvoer hier een veel kleinere rol speelt. Zodra we alle wederuitvoer of quasi-doorvoer aan zowel in- als uitvoerkant uitsluiten dan smelt het grote handelstekort met China als sneeuw voor de zon.
| Jaar | Invoer zonder quasi-doorvoer | Invoer met quasi-doorvoer | Uitvoer zonder quasi-doorvoer | Uitvoer met quasi-doorvoer |
|---|---|---|---|---|
| 1996 | 1,8 | 2,3 | 0,5 | 0,6 |
| 1997 | 2,4 | 3,2 | 0,7 | 0,8 |
| 1998 | 2,9 | 4,0 | 0,6 | 0,7 |
| 1999 | 3,2 | 4,6 | 0,7 | 0,8 |
| 2000 | 6,0 | 8,7 | 1,1 | 1,1 |
| 2001 | 7,6 | 10,4 | 1,2 | 1,2 |
| 2002 | 7,8 | 12,0 | 1,5 | 1,6 |
| 2003 | 9,3 | 14,7 | 1,6 | 1,7 |
| 2004 | 12,8 | 19,0 | 2,2 | 2,3 |
| 2005 | 16,7 | 25,8 | 2,5 | 2,6 |
| 2006 | 20,0 | 31,0 | 3,2 | 3,3 |
| 2007 | 23,1 | 37,8 | 3,5 | 3,7 |
| 2008 | 22,3 | 40,4 | 3,7 | 4,0 |
| 2009 | 19,6 | 36,9 | 4,4 | 4,7 |
| 2010 | 27,4 | 49,1 | 5,2 | 5,5 |
| 2011 | 27,1 | 51,0 | 6,5 | 6,9 |
| 2012 | 28,1 | 54,9 | 7,4 | 8,0 |
| 2013 | 28,2 | 53,0 | 7,4 | 8,4 |
| 2014 | 31,2 | 56,8 | 7,6 | 8,3 |
| 2015 | 29,1 | 66,2 | 8,2 | 9,5 |
| 2016 | 29,1 | 63,6 | 9,3 | 10,5 |
| 2017 | 32,4 | 74,3 | 10,9 | 12,2 |
| 2018 | 34,8 | 75,7 | 11,2 | 12,6 |
| 2019 | 37,6 | 79,0 | 12,1 | 13,9 |
| 2020 | 38,9 | 83,0 | 13,5 | 15,5 |
| 2021* | 46,0 | 97,7 | 13,2 | 16,0 |
| 2022* | 64,2 | 125,0 | 14,6 | 18,7 |
Goederenhandel met China veel harder gegroeid dan totale goederenhandel
Sinds 1996 zijn de prijzen van verhandelde goederen (zie verder paragraaf 2.3) hard gestegen en daarmee ook de handelswaarden in figuur 2.4.1. Tegelijk is de gehele wereldhandel sterk gegroeid en niet alleen de handel met China. Vanwege deze trends is het nuttig om naast de ontwikkeling van de absolute goederenhandel met China ook het Chinese aandeel in de totale Nederlandse goederenhandel te analyseren. Een groter wordend aandeel duidt hier op een sterkere groei van de handel met China dan de groei van de totale goederenhandel.
Aan de invoerkant, inclusief quasi-doorvoer, is te zien in figuur 2.4.2 dat het Chinese aandeel zeer sterk is toegenomen van 1,5 procent in 1996 tot 12,6 procent in 2010. Daarna is de groei afgevlakt en nam het aandeel zelfs iets af in 2022. In 2022 was 14,6 procent van de waarde van de in Nederland aankomende goederen afkomstig uit China. Bij de invoer zonder quasi-doorvoer was er in mindere mate groei te zien. In 2022 had 9,5 procent van deze goederenstroom Chinese herkomst.
Aan de uitvoerkant is het Chinese aandeel ook gegroeid, maar is deze nooit boven de 3 procent uitgekomen. In 2022 was 2 procent van de Nederlandse goederenexport bestemd voor China.
| Jaar | Invoer zonder quasi-doorvoer | Invoer met quasi-doorvoer | Uitvoer zonder quasi-doorvoer | Uitvoer met quasi-doorvoer |
|---|---|---|---|---|
| 1996 | 1,4 | 1,5 | 0,4 | 0,4 |
| 1997 | 1,6 | 1,9 | 0,4 | 0,4 |
| 1998 | 1,8 | 2,2 | 0,4 | 0,4 |
| 1999 | 1,8 | 2,4 | 0,4 | 0,4 |
| 2000 | 2,9 | 3,7 | 0,5 | 0,4 |
| 2001 | 3,7 | 4,5 | 0,5 | 0,5 |
| 2002 | 3,9 | 5,2 | 0,7 | 0,6 |
| 2003 | 4,7 | 6,3 | 0,7 | 0,6 |
| 2004 | 5,8 | 7,4 | 0,9 | 0,8 |
| 2005 | 6,9 | 8,8 | 0,9 | 0,8 |
| 2006 | 7,2 | 9,3 | 1,0 | 0,9 |
| 2007 | 7,9 | 10,5 | 1,0 | 0,9 |
| 2008 | 6,9 | 10,2 | 1,0 | 0,9 |
| 2009 | 7,5 | 11,6 | 1,5 | 1,3 |
| 2010 | 8,6 | 12,6 | 1,4 | 1,3 |
| 2011 | 7,7 | 11,9 | 1,6 | 1,4 |
| 2012 | 7,5 | 11,9 | 1,8 | 1,6 |
| 2013 | 7,6 | 11,8 | 1,8 | 1,7 |
| 2014 | 8,5 | 12,7 | 1,8 | 1,6 |
| 2015 | 8,2 | 14,3 | 2,0 | 1,8 |
| 2016 | 8,3 | 14,0 | 2,3 | 2,0 |
| 2017 | 8,4 | 14,5 | 2,4 | 2,1 |
| 2018 | 8,3 | 13,8 | 2,3 | 2,1 |
| 2019 | 8,7 | 13,9 | 2,4 | 2,2 |
| 2020 | 9,8 | 16,0 | 2,9 | 2,6 |
| 2021* | 9,3 | 15,3 | 2,4 | 2,2 |
| 2022* | 9,5 | 14,6 | 2,0 | 2,0 |
Nederland grootste EU-importeur uit China en derde exporteur
Omdat Nederland heel veel goederen uit China doorvoert naar het Europese achterland is de Nederlandse import uit China heel groot in vergelijking met de meeste andere EU-landen. Zo is Nederland nu de grootste importeur van goederen uit Chinanoot6, net voor Duitsland, en heeft het twee tot drie keer zoveel import als Italië (nummer drie) of Frankrijk (nummer vier). In 2000 was Nederland de tweede importeur in de EU, toen nog ruim achter Duitsland. In 2022 was volgens Eurostat 16,2 procent van de Nederlandse import afkomstig uit China en dat is duidelijk meer dan het Chinese aandeel in de gehele EU-import: 8,8 procent (figuur 2.4.3).
Aan de exportkant is Nederland geklommen van een positie als zevende EU-leverancier voor China in 2000 tot een derde plek in 2022, achter Duitsland en Frankrijk. Ondanks de hoge positie van Nederland is het aandeel van China in de Nederlandse export lager dan dat geldt voor de gehele EU. Dat heeft alles te maken met de omvang van de Duitse export naar China. Bijna de helft van de totale EU-export naar China (230 miljard euro in 2022) betreft Duitse export (107 miljard euro). De Nederlandse export naar China ligt op een veel lager niveau (19 miljard euro). Wel profiteert Nederland als toeleverancier van bijvoorbeeld auto- of machineonderdelen voor Duitsland indirect van de grote Duitse export naar China. In 2019 stroomde bijna 2 miljard euro in Nederland gecreëerde toegevoegde waarde op enig moment door Duitsland heen om uiteindelijk China te bereiken (Aerts et al., 2022).
| Jaar | Import EU-27 | Import Nederland | Export EU-27 | Export Nederland |
|---|---|---|---|---|
| 2000 | 2,6 | 3,7 | 1,0 | 0,4 |
| 2022 | 8,8 | 16,2 | 3,4 | 2,0 |
| Bron: CBS, Eurostat | ||||
Vooral hightech uit China
De producten met de hoogste invoerwaarde uit China waren in 2022 computers, laptops en tablets (22,7 miljard euro) en telefoons, modems en routers (21,0 miljard euro). Op grote afstand volgen halfgeleiderelementen (hier met name zonnepanelen, zie verder paragraaf 2.5), speelgoed en elektrische apparaten. Zonder quasi-doorvoer en wederuitvoer blijven de eerstgenoemde goederen bovenaan staan, maar zijn de bedragen een heel stuk lager. Daarvan zijn enkel 2021 cijfers bekend. Het betrof toen 1,3 miljard euro telefoons, modems en routers en voor 1,9 miljard euro computers, laptops en tablets.
Een heel ander patroon is te zien bij een ander Aziatisch land dat sterk in de belangstelling staat: India. De import uit India zit echter op een veel lager niveau. Ook uit India komen relatief veel telefoons en dergelijke producten (zie tabel 2.4.4), maar ook heel andere goederen zoals aardolieproducten, aluminium of zink. Mede door het internationaal gerichte beleid, de economische groei en de enorme bevolking is India een grote speler op de wereldwijde handelsmarkt (Creemers et al., 2023). India kan de EU helpen om de eenzijdige afhankelijkheden van China te verminderen. Omgekeerd kunnen meer handel, investeringen en innovatiesamenwerking India helpen de eigen maakindustrie te versterken (Okano-Heijmans & Kranenburg, 2023). De EU en India hervatten na vele mislukte gesprekken momenteel opnieuw de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord (André, 2022).
Bij de export naar China zijn gespecialiseerde machines (zoals Nederlandse chipmachines), bereide voedingsmiddelen (voor het overgrote deel babymelkpoeder) en farmaceutische producten toonaangevend en volgen op enige afstand geneesmiddelen en halfgeleiderelementen. Indien we enkel naar de export van Nederlandse makelij kijken (zonder quasi-doorvoer of wederuitvoer) dan vallen farmaceutische producten en geneesmiddelen weg uit de top 5 en komen Nederlands varkensvlees en Nederlandse elektromedische en radiologische apparaten daarvoor in de plaats.
Ook bij de export gaat een vergelijking tussen China en India niet op. Het aandeel belangrijke producten dat vanuit Nederland naar India wordt verscheept, is in vergelijking met China erg laag. De export naar India bestaat voor een groot aandeel uit laagwaardige producten zoals schroot, resten van non-ferrometalen of aardolieresiduen. Zo exporteren metaalrecylers grote hoeveelheden metaalafval naar India (Creemers et al., 2023).
| Meest ingevoerd uit China | mld euro | Meest ingevoerd uit India | mld euro |
|---|---|---|---|
| 1. Computers, laptops, tablets | 22,7 | 1. Aardolieproducten | 1,4 |
| 2. Telefoons, modems, routers | 21,0 | 2. Telefoons, modems, routers | 1,1 |
| 3. Halfgeleiderelementen | 12,8 | 3. Farmaceutische producten | 0,6 |
| 4. Speelgoed | 5,7 | 4. Aluminium | 0,4 |
| 5. Elektrische apparaten | 4,9 | 5. Zink | 0,3 |
| Meest uitgevoerd naar China | mld euro | Meest uitgevoerd naar India | mld euro |
|---|---|---|---|
| 1. Gespecialiseerde machines | 2,4 | 1. Farmaceutische producten | 0,2 |
| 2. Bereide voedingsmiddelen | 2,3 | 2. Schroot | 0,2 |
| 3. Farmaceutische producten | 2,3 | 3. Resten non-ferrometalen | 0,2 |
| 4. Geneesmiddelen | 1,2 | 4. Medische instrumenten | 0,2 |
| 5. Halfgeleiderelementen | 1,0 | 5. Aardolieresiduen | 0,2 |
2.5Import van grondstoffen en producten voor onze groene transitie
Met de Green Deal moet Europa in 2030 de CO2‑uitstoot met 55 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. In 2050 moet Europa het eerste klimaatneutrale continent zijn. De Europese Commissie stelt dat de lidstaten energie moeten besparen, meer verschillende energieleveranciers moeten zoeken en zo snel mogelijk minder afhankelijk moeten worden van fossiele brandstoffen (Brands, 2022).
Onze groene transitie betekent een grotere vraag naar metalen. Onder andere koper, lithium en een scala aan zeldzame aardmetalen zijn nodig voor de productie van bijvoorbeeld windturbines, zonnepanelen en accu’s. Dat maakt deze metalen tot kritieke materialen voor het slagen van de energietransitie, waarbij Nederland en de EU op dit moment afhankelijk zijn van aanvoer uit andere landen (Engelsman et al., 2023). Geopolitieke experts maken zich zorgen dat we een grote afhankelijkheid van autocratische regimes voor het gebruik van fossiele brandstoffen nu gaan inruilen voor afhankelijkheid van andere autocratische regimes voor het gebruik van grondstoffen en producten voor een groene transitie in de nabije toekomst (Witteman, 2022).
In deze paragraaf wordt eerst gekeken naar de Nederlandse import van belangrijke eindproducten en productonderdelen voor de groene transitie (hier ‘transitiegoederen’ genoemd). Hierbij wordt aandacht besteed aan de importwaarde van de verschillende transitiegoederen en de herkomst. Daarna komt de Nederlandse import van belangrijke kritieke grondstoffen voor de groene transitie (hier ‘transitiegrondstoffen’ genoemd) aan bod, waarbij ook gekeken wordt waar deze grondstoffen vandaan komen.
Import van transitiegoederen
Hernieuwbare energie is een belangrijk onderdeel van de groene transitie zoals geformuleerd in de Europese Green Deal. Zo moet in 2030 45 procent van de in de EU opgewekte energie duurzaam zijn (Europa-nu, 2023a). Daarbij valt in de eerste plaats te denken aan zonne- en windenergie.noot7 Alle nieuwe grote gebouwen moeten verplicht per 2025 uitgerust worden met zonnepanelen. Vanaf 2029 geldt dat ook voor nieuwbouwwoningen (Brands, 2022). Nederland voerde in 2022 voor 12 miljard euro aan zonnepanelen in, zie figuur 2.5.1. Een groot deel daarvan (bijna 8 miljard euro) betrof doorvoer in buitenlands eigendom (de zogenaamde quasi-doorvoer). Generatoren en magneten voor windenergie worden voor relatief geringe bedragen ingevoerd (samen een half miljard euro).
Een andere belangrijke pijler van de Europese Green Deal betreft duurzame mobiliteit. Zo komt er een verbod op nieuwe brandstofauto’s vanaf 2035 en komen er 4 miljoen laadpalen bij voor elektrische wagens (Europa-nu, 2023a). Nederland importeerde in 2022 voor 3,7 miljard euro hybride wagens en voor 2,9 miljard euro volelektrische wagens. In 2021 was drie kwart van de totale import van elektrische auto’s voor de Nederlandse markt bestemd. Daarnaast zijn bijvoorbeeld lithium-ion-accu’s belangrijk voor elektrische wagens. Daarvan bedroeg de Nederlandse import 3,8 miljard euro in 2022. In 2021 was ruim een vijfde van de import van deze accu’s bestemd voor de Nederlandse markt.
Tenslotte worden ook (vloeibare) biobrandstoffen gerelateerd aan groene energie (Eurostat, 2022). Het zijn biologisch afbreekbare brandstoffen die worden geproduceerd uit plantaardige oliën, dierlijke vetten of gerecycled vet afkomstig uit restaurants. Ze kunnen de totale CO2‑uitstoot aanzienlijk verminderen, mits ze op duurzame wijze worden geproduceerd en de productie niet concurreert met landen voor voedselproductienoot8 (Europa-Nu, 2023a). Nederland importeerde in 2022 voor 8,4 miljard euro aan vloeibare biobrandstoffen.
| Transitiegoederen | Quasi-doorvoer | Overige import |
|---|---|---|
| Zonnepanelen | 7,8125 | 4,0977 |
| Biobrandstoffen | 0,6157 | 8,3543 |
| Lithium-ion-accu's | 1,8594 | 1,9249 |
| Hybride auto's | 1,0262 | 2,6525 |
| Volelektrische auto's | 0,3230 | 2,6429 |
| Windgeneratoren | 0,0001 | 0,3341 |
| Magneten | 0,0431 | 0,1789 |
China belangrijkste leverancier transitiegoederen
Uitgaande van bovenstaande selectie van transitiegoederen is China de belangrijkste leverancier voor Nederland (hier import exclusief quasi-doorvoer), zie figuur 2.5.2. China heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in groene alternatieven voor olie en gas. Zo beheert het land meer dan de helft van de wereldwijde hernieuwbare energie. Enerzijds omdat China kritieke materialen voor de groene transitie, zoals zeldzame aardmetalen, zelf uit de grond haalt, en anderzijds omdat ze betrokken zijn in de verwerking, logistiek of mijnbouw buiten China (Van den Elshout, 2022). De import van transitiegoederen (in figuur 2.5.2) uit China is nipt groter dan de import van die goederen uit Duitsland (respectievelijk 4,6 en 4,5 miljard euro). Nederland haalt vooral veel zonnepanelen uit China, maar ook voor een aanzienlijk bedrag aan lithium-ion-accu’s. Uit Duitsland komen juist veel biobrandstoffen en elektrische wagens (hybride en volelektrisch). Ook België is een belangrijke leverancier (3,2 miljard euro) van voornamelijk biobrandstoffen.
| Herkomstlanden | Biobrandstoffen | Windgeneratoren | Hybride auto's | Lithiumaccu's | Magneten | Volelektrische auto's | Zonnepanelen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| China | 0,2708 | 0,0163 | 0,0011 | 1,0180 | 0,1130 | 0,0675 | 3,0874 |
| Duitsland | 1,5806 | 0,2484 | 0,8795 | 0,2969 | 0,0261 | 1,0302 | 0,4336 |
| België | 2,2104 | 0,0002 | 0,3193 | 0,0152 | 0,0034 | 0,5356 | 0,0795 |
| VK | 0,4997 | 0,0005 | 0,4811 | 0,0186 | 0,0035 | 0,2195 | 0,0015 |
| Spanje | 0,7391 | 0,0001 | 0,0657 | 0,0038 | 0,0006 | 0,0886 | 0,0059 |
| Argentinië | 0,7568 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 |
| Zuid-Korea | 0,1564 | 0,0000 | 0,1468 | 0,0200 | 0,0003 | 0,2870 | 0,0201 |
| Italië | 0,3651 | 0,0001 | 0,0368 | 0,0049 | 0,0015 | 0,0234 | 0,0019 |
| Maleisië | 0,3912 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0181 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0069 |
| VS | 0,1646 | 0,0000 | 0,0007 | 0,1337 | 0,0084 | 0,0079 | 0,0120 |
Bovenop de 3,1 miljard euro import van zonnepanelen uit China importeerde Nederland in 2022 nog 7 miljard euro aan zonnepanelen uit China die in de vorm van quasi-doorvoer ons land meteen weer verlieten. Van de totale zonnepaneelimport (zonder quasi-doorvoer) was in 2022 ruim drie kwart afkomstig uit China. Ook lithium-ion-accu’s komen relatief veel uit China: 1,0 miljard van in totaal 1,9 miljard euro reguliere import, goed voor een aandeel van 53 procent. China is door gerichte investeringen goed in staat is om bijvoorbeeld miljoenen lithium-ion-accu’s te produceren (Engelsman et al., 2023).
De andere zeven landen in de top 10 leveranciers van transitiegoederen zijn vooral belangrijk bij de levering van biobrandstoffen. Uit het VK en Zuid-Korea worden daarbij met name elektrische wagens ingevoerd.
Import van transitiegrondstoffen
Voor de productie van zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s hebben we diverse grondstoffen nodig. De wereldwijde overschakeling op groene energie doet de vraag naar een aantal cruciale grondstoffen dan ook stijgen. Europa is voor deze grondstoffen grotendeels afhankelijk van import uit andere landen (Albers, 2023). De toevoer van die grondstoffen is onderhevig aan geopolitieke verschuivingen.
Heel wat kritieke grondstoffen worden gelinkt aan de groene transitie in Europa. Zo zijn bijvoorbeeld kobalt, lithium, nikkel, grafiet en mangaan essentieel voor de productie van lithium-ion-accu’s in elektrische auto’s (ZERauto, 2019). In vergelijking met een gewone auto heeft een elektrische auto maar liefst 6 keer meer kritieke grondstoffen nodig (IEA, 2021). De Europese Commissie denkt in 2050 57 keer meer behoefte te hebben aan lithium dan nu (Europa-Nu, 2023b). Veel kritieke grondstoffen zoals lithium zijn absoluut gezien niet schaars, maar wel relatief schaars omdat de vraag veel sneller toeneemt dan de productie aankan (Koenis, 2023; Engelsman et al., 2023).
Magnesium wordt ook in figuur 2.5.3 genoemd, omdat magnesiumbatterijen mogelijk een veiliger en goedkoper alternatief voor lithiumbatterijen zijn (Groot, 2019). Verder zijn onder andere germanium, silicium, gallium en koper nodig voor het produceren van zonne-energie en zijn zeldzame aardmetalen, niobium en boraten bijvoorbeeld belangrijk voor de productie van windturbines (Europese Commissie, 2020). Gallium en germanium waren nog recent in het nieuws, omdat China de export ervan gaat reguleren door middel van het instellen van exportvergunningen waarmee de export naar specifieke landen in theorie kan worden geweigerd (Marselis, 2023). Het zeldzame aardmetaal neodymium is daarnaast essentieel bij de productie van ‘supermagneten’ voor windturbines, maar ook voor elektrische auto’s (Groot & Vestergaard, 2022). Onder andere platinametalen zijn van belang bij de productie van elektrische waterstofauto’s naast de gangbare elektrische auto’s op batterij (Europese Commissie, 2020).
In figuur 2.5.3 staan vijftien grondstoffen genoemd die de Europese Commissie ziet als kritiek of strategisch en die tevens sterk kunnen worden gelinkt aan de groene transitie. Kritieke grondstoffen zijn grondstoffen met een relatief hoog belang voor de Europese economie en bovendien een relatief hoog leveringsrisico (Europese Commissie, 2023c). Aan de mijnbouw van kritieke materialen kleven wel soms grote nadelen, zoals bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen bij het mijnen van kobalt in Congo (Kara, 2023) of een te grote druk op de omgeving. Zo is er bijvoorbeeld 1 700 liter water nodig voor het mijnen van 1 kilogram lithium in Chili waardoor boeren te weinig water hebben (Hickel, 2020).
Koper en nikkel worden door de Europese Commissie niet beschouwd als kritiek, maar wel als strategisch vanwege hun belangrijke rol in de groene transitie en daarnaast wordt ook gekeken naar de digitale transitie, defensie, luchtvaart en ruimtevaart (Boele, 2023). Het zijn ook de grondstoffen die Nederland het meeste importeert. Het ging in 2022 om 3,4 miljard euro import van nikkel (waarvan 1,9 miljard euro quasi-doorvoer) en om 1,9 miljard euro import van koper (waarvan 1,0 miljard euro quasi-doorvoer). Op grote afstand volgen mangaan, magnesium, niobium, silicium, kobalt en lithium. De overige kritieke en strategische grondstoffen worden nauwelijks direct als grondstof ingevoerd (meer indirect, als bouwsteen van een eindproduct).
| Transitiegrondstoffen | Quasi-doorvoer | Overige import |
|---|---|---|
| Nikkel | 1,8767 | 1,5050 |
| Koper | 1,0091 | 0,9361 |
| Mangaan | 0,3440 | 0,3781 |
| Magnesium | 0,4770 | 0,0621 |
| Niobium | 0,4673 | 0,0265 |
| Silicium | 0,3326 | 0,1295 |
| Kobalt | 0,1572 | 0,1767 |
| Lithium | 0,0127 | 0,2147 |
| Boraat | 0,0236 | 0,0635 |
| Bauxiet | 0,0044 | 0,0514 |
| Platinametalen | 0,0079 | 0,0319 |
| Grafiet | 0,0102 | 0,0167 |
| Germanium | 0,0115 | 0,0137 |
| Zeldzame aardmetalen |
0,0109 | 0,0109 |
| Gallium | 0,0086 | 0,0000 |
Rusland grootste leverancier kritieke en strategische transitiegrondstoffen
In figuur 2.5.4 staan de belangrijkste landen van herkomst voor de genoemde vijftien kritieke en strategische grondstoffen. Rusland is daarbij de grootste leverancier. In 2022 werd voor meer dan 1 miljard euro aan transitiegrondstoffen uit Rusland binnengehaald, voor het overgrote deel koper en nikkel. Noorwegen (nikkel, mangaan, silicium) staat op de tweede plek en Australië (vrijwel alleen nikkel) op de derde plaats in de rangschikking. Lithium wordt, samen met koper, vooral uit Chili gehaald. Op enige afstand volgen China (mangaan, magnesium, zeldzame aardmetalen), Zuid-Afrika en Canada (vooral nikkel). De top 7 bestaat dus volledig uit landen buiten de EU.
China staat dus niet in de top van leveranciers van transitiegrondstoffen. Wereldwijd speelt het land echter wel een grote rol bij vrijwel alle groene grondstofketens. Zo is het de grootste verwerker van bijvoorbeeld koper, nikkel, kobalt en lithium in de wereld. Bij zeldzame aardmetalen is China zowel de grootste grondstofproducent als de grootste grondstofverwerker (IEA, 2021). Bovendien heeft China eigendommen buiten China. Zo zijn vijftien van de negentien kobaltmijnen in Congo (deels) eigendom van China en is een grote lithiumproducent in Chili ook deels eigendom van China (Mondiaal nieuws, 2023).
Een belangrijk verschil tussen China en Rusland is dat uit Rusland enkel transitiegrondstoffen worden gehaald en uit China juist heel veel transitiegoederen, zoals zonnepanelen, lithium-ion-accu’s en magneten, waar die kritieke grondstoffen, zoals zeldzame aardmetalen, al in zitten. Indien je deze indirecte import (via eindproducten of onderdelen) meetelt dan is China voor onze groene transitie belangrijker dan Rusland. De import uit China (4,7 miljard euro) ligt dan ruim 4 keer hoger dan de import uit Rusland (ruim 1 miljard euro). Bovendien is het leveringsrisico van de grondstoffen uit Rusland (nikkel, koper) beperkt. Het grootste leveringsrisico van alle grondstoffen zit bij zeldzame aardmetalen en die worden met name in China gemaakt (Europese Commissie, 2020).
| Herkomstland | Nikkel | Koper | Mangaan | Lithium | Kobalt | Silicium | Magnesium | Overig |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rusland | 0,3169 | 0,6494 | 0,0104 | 0,0026 | 0,0478 | 0,0000 | 0,0003 | 0,0000 |
| Noorwegen | 0,2223 | 0,0240 | 0,0813 | 0,0000 | 0,0050 | 0,0955 | 0,0000 | 0,0091 |
| Australië | 0,4050 | 0,0000 | 0,0057 | 0,0000 | 0,0053 | 0,0006 | 0,0000 | 0,0010 |
| Chili | 0,0000 | 0,1504 | 0,0000 | 0,1616 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 |
| China | 0,0032 | 0,0001 | 0,0534 | 0,0003 | 0,0127 | 0,0039 | 0,0549 | 0,0277 |
| Zuid-Afrika | 0,0906 | 0,0152 | 0,0146 | 0,0000 | 0,0200 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0024 |
| Canada | 0,1188 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0212 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0007 |
Daarnaast zijn er ook andere transitiematerialen. Deze zijn niet-kritiek en niet-strategisch, maar vanwege de grote toepasbaarheid van die materialen zijn ze toch belangrijk voor de groene transitie. Daarbij valt in de eerste plaats te denken aan aluminium.noot9 Zo is aluminium, net als koper of ijzererts, belangrijk voor alle onderdelen van de groene transitie. Een voorbeeld is de benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk voor zonnepanelen, elektrische wagens en windmolens, waarbij Nederland afhankelijk is van koper en aluminium (Van Gestel, 2022). Ook materialen als tin, zilver, zink (voor zonne-energie), chroom en staal (voor windturbines) spelen een rol in de groene transitie.
2.6Vrouwelijke ondernemers binnen internationaal handelende bedrijven
Het stimuleren van vrouwelijk ondernemerschap sluit aan bij een aantal ‘Sustainable Development Goals’ van de VN die erop gericht zijn gelijkheid en inclusiviteit in economische activiteiten te bevorderen (Verenigde Naties, 2023). Hierbinnen is de rol van vrouwen in internationale handel onderbelicht en onvoldoende onderzocht (Dijkhuizen & Majoor, 2019). Het CBS geeft al enkele jaren inzicht in de ontwikkeling van handelende bedrijven geleid door mannen en vrouwen in Nederland Handelsland en de publicatie van tabellen (CBS, 2020). De Nederlandse overheid zet al jaren in op meer vrouwen in de internationale handel via onder andere specifieke handelsmissies. Met programma’s als ‘Groei over grenzen’ willen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bedrijven, en specifiek door vrouwen geleide bedrijven, helpen hun internationale ambities te realiseren en op die manier productiever en succesvoller te worden (Rijksoverheid, 2022; Hoekstra & Schreinemacher, 2022). In deze paragraaf analyseren we de overeenkomsten en verschillen tussen mannen en vrouwen aan de leiding van bedrijven die internationaal handelen.
In 2021 hadden bijna 475 duizend ondernemers de leiding over een bedrijf dat diensten en/of goederen importeerde en/of exporteerde, zie figuur 2.6.1. Dat is meer dan één op de drie van alle ondernemers in het Nederlandse bedrijfsleven, iets meer dan in 2020 maar nog één procentpunt minder dan in 2019. De landbouw, bosbouw en visserij, de financiële instellingen, openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, sport en recreatie, levensbeschouwelijke en politieke organisaties, wellness en uitvaartbranche, huishoudens en extraterritoriale organisaties en lichamen vallen buiten de populatie van het Nederlandse bedrijfsleven. Onder die 475 duizend ondernemers aan de leiding van een internationaal handelend bedrijf bevonden zich 130 duizend vrouwen en 345 duizend mannen. Het aandeel vrouwen (27 procent) is daarmee één procentpunt hoger onder internationaal handelende bedrijven vergeleken met niet-handelende bedrijven in 2021. Deze verhoudingen waren precies hetzelfde in 2019 en 2020. Ook als we kijken naar het aandeel ondernemende mannen en vrouwen dat internationaal handelde in 2021 zien we amper verschillen. 34 procent van alle vrouwelijke ondernemers handelde in 2021 met het buitenland tegenover 33 procent van alle mannelijke ondernemers.
Op totaalniveau lijkt internationaal handelen dus niet of nauwelijks met geslacht van de ondernemer samen te hangen. Later in deze paragraaf kijken we naar mogelijke verschillen in handelswaarde of verschillen binnen bedrijfstakken. Deze algemene cijfers sluiten minder goed aan bij de internationale literatuur, waaruit blijkt dat in Nederland en ook andere landen het aandeel vrouwelijke ondernemers dat internationaal handelt achterblijft bij het mannelijke aandeel dat dat doet (Dijkhuizen & Majoor, 2019). Een deel van de verklaring ligt mogelijk in de methodologische afbakening van vrouwelijk ondernemerschap. In de genoemde rapportage wordt alleen naar export gekeken terwijl we in dit hoofdstuk zowel import als export meenemen. Bovendien worden hier bedrijven geteld in plaats van ondernemers zoals in de aangehaalde studie. Bedrijven worden door het CBS als ‘door vrouwen geleid’ gedefinieerd als er ten minste één vrouwelijke ondernemer bij het bedrijf betrokken is, ongeacht de hoeveelheid mannelijke ondernemers.
| Handelsstatus | Jaar | Mannelijke ondernemers | Vrouwelijke ondernemers |
|---|---|---|---|
| Internationaal handelend |
2019, Internationaal handelend |
327,6 | 122,4 |
| Internationaal handelend |
2020, Internationaal handelend |
322,2 | 119,6 |
| Internationaal handelend |
2021, Internationaal handelend |
344,9 | 130,1 |
| Niet internationaal handelend |
2019, Niet internationaal handelend |
634 | 223,8 |
| Niet internationaal handelend |
2020, Niet internationaal handelend |
687,2 | 241,2 |
| Niet internationaal handelend |
2021, Niet internationaal handelend |
712,5 | 250,2 |
Handelende ondernemers iets ouder dan niet-handelende ondernemers
In 2021 was 46 procent van alle ondernemers in het Nederlandse bedrijfsleven tussen de 35 en 54 jaar. Iets meer dan een kwart was ouder en hetzelfde aandeel jonger. Onder internationaal handelende ondernemers is iets meer concentratie bij de 35 tot 54 jarigen (50 procent). Meer specifiek zijn mannelijke ondernemers iets vaker 55 jaar of ouder dan vrouwen; dat geldt ook bij de ondernemers aan de leiding van een bedrijf met import en/of export. Ten opzichte van niet-handelende vrouwelijke ondernemers zijn de vrouwen bij bedrijven mét internationale handel minder vaak jonger dan 35 jaar (23 tegenover 27 procent, zie figuur 2.6.2). Wel lijkt het erop dat het aandeel jonge vrouwelijke ondernemers groeit, ongeacht de internationale oriëntatie van het bedrijf. Ook bij mannelijke ondernemers groeide het aandeel ondernemers jonger dan 35 jaar tussen 2019 en 2021. Mannen en vrouwen aan de leiding van een bedrijf dat internationaal handelt zijn dus ouder dan ondernemers in bedrijven zonder internationale handel. De relatie tussen leeftijd en internationale handel van bedrijven verschilt nauwelijks voor mannen en vrouwen.
| Handelsstatus | Jaar | 15-34 jaar | 35-54 jaar | 55 jaar en ouder |
|---|---|---|---|---|
| Internationaal handelend |
2019, Internationaal handelend |
24,1 | 69,2 | 29,1 |
| Internationaal handelend |
2020, Internationaal handelend |
29,3 | 68,6 | 32,1 |
| Internationaal handelend |
2021, Internationaal handelend |
32,7 | 70,5 | 33,8 |
| Niet internationaal handelend |
2019, Niet internationaal handelend |
24,9 | 65,4 | 29,3 |
| Niet internationaal handelend |
2020, Niet internationaal handelend |
52,2 | 117,5 | 54,1 |
| Niet internationaal handelend |
2021, Niet internationaal handelend |
72,7 | 124,2 | 63,9 |
Vrouwelijke ondernemers relatief sterk vertegenwoordigd in handel, zakelijke diensten en horeca
Internationale oriëntatie is sterk afhankelijk van de bedrijfstak waarin een bedrijf actief is. Zo handelde in 2021 50 procent van alle ondernemers in de groothandel internationaal en was dat slechts 18 procent bij de bouwnijverheid. Ook in de bedrijven actief in de industrie (44 procent) en informatie en communicatie (40 procent) is er een relatief sterke internationale oriëntatie. Als we kijken in welke bedrijfstakken de 380 duizend bedrijven die geleid worden door vrouwen sterk vertegenwoordigd zijn (figuur 2.6.3) valt op dat het aandeel vrouwelijke ondernemers ten opzichte van de hele bedrijvenpopulatie (26 procent) hoger is in de horeca (39 procent), zakelijke diensten (36 procent) en groothandel (32 procent). In de bedrijfstakken informatie en communicatie, vervoer en opslag en de bouwnijverheid was juist een relatief sterke vertegenwoordiging van door mannen geleide bedrijven. Dit is een afspiegeling van de verhouding van werkzame mannen en vrouwen in deze sectoren (CBS, 2023e).
Dat patroon van vrouwelijke sterke en minder sterke vertegenwoordiging geldt ook binnen de groep bedrijven die internationaal handelden in 2021. Als we het aandeel vrouwelijke ondernemers vergelijken tussen internationaal handelende en niet-internationaal handelende bedrijven zien we dat het percentage internationaal handelende bedrijven dat geleid wordt door vrouwen enkel iets hoger is bij de bedrijven die behoren tot de bouwnijverheid (10 procent t.o.v. 4 procent bij niet-internationaal handelende bedrijven in dezelfde bedrijfstak) en vervoer en opslag (19 procent t.o.v. 11 procent). Het aandeel door vrouwen geleide bedrijven in deze handelende sectoren is echter nog flink kleiner dan het aandeel in het totaal van internationaal handelende bedrijven: bij 26 procent van alle internationaal handelende bedrijven heeft een vrouw de leiding. De bedrijfstak waar een ondernemer toe behoort lijkt dan ook een meer bepalende factor te zijn voor internationale oriëntatie dan geslacht en leeftijd. In sommige bedrijfstakken zijn relatief veel vrouwen werkzaam en ondernemend terwijl mannen relatief sterk vertegenwoordigd zijn in andere sectoren.
| Sector | Mannelijke ondernemers | Vrouwelijke ondernemers |
|---|---|---|
| Niet internationaal handelend | . | . |
| Totaal bedrijfsleven | 712,6 | 250,2 |
| Groot- en detailhandel | 106,2 | 51,6 |
| Industrie | 33,1 | 10,5 |
| Informatie en communicatie | 54,2 | 9,6 |
| Horeca | 37,8 | 25,7 |
| Specialistische zakelijke diensten | 179,9 | 106 |
| Vervoer en opslag | 41 | 4,9 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 50 | 25,9 |
| Bouwnijverheid | 186,2 | 8,2 |
| Internationaal handelend | . | . |
| Totaal bedrijfsleven | 344,9 | 130,1 |
| Groot- en detailhandel | 108,2 | 48,6 |
| Industrie | 26,1 | 7,8 |
| Informatie en communicatie | 37,7 | 5,5 |
| Horeca | 17 | 9,9 |
| Specialistische zakelijke diensten | 77,2 | 41,2 |
| Vervoer en opslag | 16,2 | 3,8 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 15,6 | 6,8 |
| Bouwnijverheid | 39,1 | 4,1 |
Een analyse van de internationale oriëntatie van bedrijven binnen verschillende bedrijfstakken leert dat internationaal handelen niet sterk samenhangt met het geslacht van de persoon aan het hoofd van het bedrijf. Binnen de bedrijfstak groot- en detailhandel is de helft van de bedrijven internationaal handelend, ongeacht het geslacht van de bedrijfsleiding. Een kleiner aandeel van de bedrijven is internationaal georiënteerd binnen de verhuur en overige zakelijke diensten en bouwnijverheid. Het valt op dat het kleine aantal door vrouwen geleide bedrijven in deze laatste bedrijfstak vaker over de grens handelt. Binnen de bedrijfstak vervoer en opslag, waar het aandeel internationaal handelende bedrijven 30 procent is, zijn door vrouwen geleide bedrijven eveneens vaker internationaal handelend (44 procent) dan bedrijven waar mannen aan het roer staan (28 procent).
Mediane handelswaarde van door vrouwen geleide bedrijven lager
Internationaal handelende bedrijven die geleid worden door een vrouwelijke ondernemer verhandelen in waarde minder goederen en diensten dan ondernemingen onder leiding van mannen.noot10 Doorsnee is de handelswaarde tussen 2019 en 2021 het hoogst voor de uitvoer van goederen, voor zowel bedrijven onder leiding van een man als bedrijven die door een vrouw geleid worden. De mediane waarde van de export van door vrouwen geleide bedrijven is echter een kwart lager dan die van bedrijven waar een man de leiding heeft. Het verschil in handelswaarde is nog groter in de uitvoer van diensten. Door vrouwen geleide bedrijven exporteerden doorsnee voor ongeveer een derde (13 duizend euro) minder dan mannen in 2021. Bij de invoer van diensten is het verschil tussen bedrijven geleid door een vrouw of man juist relatief klein, bedrijven met een vrouwelijke ondernemer importeerden 19 procent minder in 2021 dan bedrijven met een mannelijke ondernemer.
Voor elk type handel is de handelswaarde dus een flink stuk hoger bij internationaal handelende bedrijven waar een man aan het roer staat. Tevens is het verschil tussen de mediane handelswaarde van door vrouwen en mannen geleide bedrijven in 2021 groter dan in 2019 voor elke type handel. Door vrouwen geleide bedrijven exporteren en/of importeren dus doorsnee minder en het verschil met de ondernemingen geleid door mannen werd absoluut en relatief groter tussen 2019 en 2021.
| Geslacht | 2021 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Goedereninvoer | . | . | . |
| Mannelijke ondernemers |
45 | 44 | 44 |
| Vrouwelijke ondernemers |
35 | 34 | 35 |
| Goederenuitvoer | . | . | . |
| Mannelijke ondernemers |
58 | 57 | 53 |
| Vrouwelijke ondernemers |
44 | 44 | 42 |
| Diensteninvoer | . | . | . |
| Mannelijke ondernemers |
21 | 20 | 20 |
| Vrouwelijke ondernemers |
17 | 16 | 17 |
| Dienstenuitvoer | . | . | . |
| Mannelijke ondernemers |
41 | 39 | 39 |
| Vrouwelijke ondernemers |
28 | 27 | 28 |
Concluderend kunnen we stellen dat het aandeel vrouwen in de totale populatie ondernemers in het Nederlandse bedrijfsleven met 26 procent laag is, maar dat er in internationaal ondernemerschap weinig verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Een vergelijkbaar aandeel vrouwen en mannen handelt in 2019, 2020 en 2021 internationaal en de verschillen in leeftijd zijn eveneens beperkt. Wat wel opvalt is dat bedrijven waar vrouwen aan het roer staan in doorsnee een lagere handelswaarde vertegenwoordigen in zowel import als export van goederen én diensten. Bovendien zien we een relatief sterke vertegenwoordiging van door vrouwen geleide bedrijven in de bedrijfstakken waar meer vrouwen werkzaam zijn. De internationale oriëntatie van bedrijven hangt dus sterk samen met de bedrijfstak en de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn daar een afspiegeling van.
2.7Literatuur
Literatuur
Aerts, N., Freeman, D., Lemmers, O., Meijerink, G., Notten, T., Riet, van ‘t, M., Teulings, R. & Wong, K. F. (2022). Economische verwevenheid met China via handel: twee kanten van een medaille. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek en Centraal Planbureau.
Albers, J. (2023, 18 april). Van magneten tot elektrische auto’s: Europa’s zoektocht naar grondstoffenzekerheid. Mondiaal Nieuws: MO*.
André, A. (2022, 15 april). EU wil handelsakkoord met India, maar eist wel betere arbeidsrechten. Het Financieele Dagblad.
Atkeson, A. & Burstein, A. (2008). Trade Costs, Pricing to Market, and International Relative Price. American Economic Review, 98(5), 1998–2031.
Boele, G. (2023, 29 maart). Het strategische spel met kritieke grondstoffen. ABN AMRO bank.
Borin, A., Cappadona, G., Conteduca, F. P., Hilgenstock, B., Itskhoki, O., Mancini, M., Mironov, M. & Ribakova, E. (2023). The impact of EU sanctions on Russian imports. VoxEU/CEPR.
Brands, A. (2022, 18 mei). Strenger, groener, zuiniger: zo wil de Europese Commissie af van Russisch gas. NOS Nieuws.
CBS (2020). Vrouwelijke ondernemers even vaak internationaal actief als mannelijke. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2023a). Exportwaarde kunstmest 57 procent hoger in 2022. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2023b). Importwaarde Russische aardolie daalde vanaf maart met bijna 14 procent. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2023c). Invoer en uitvoer volgens eigendomsoverdracht; volumeontwikkelingen. [Dataset]. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2023d). Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, mutaties, nationale rekeningen. [Dataset]. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2023e). Arbeidsvolume; bedrijfstak, geslacht, nationale rekeningen. [Dataset]. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Chupilkin, M., Javorcik,, B. & Plekhanov, A. (2023). The Eurasian roundabout: Trade flows into Russia through the Caucasus and Central Asia. European Bank for Reconstruction and Development, Working Paper No. 276.
CPB (2022). Inflatiescenario’s. Den Haag: Centraal Planbureau.
CPB (2023). Wereldhandel in 2022 gegroeid, ondanks de oorlog in Oekraïne. Den Haag: Centraal Planbureau.
Creemers, S., Jaarsma, M., Notten, T. & Rooyakkers, J. (2020). De handels- en investeringsrelatie tussen Nederland en China. In S. Creemers, M. Jaarsma & R. Voncken (Red), Internationaliseringsmonitor 2020, tweede kwartaal: China. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Creemers, S., Kerckhoffs, B. & Weusten, M. (2023). De Nederlandse goederenhandel met India. In S. Creemers & D. Herbers (Red), Internationaliseringsmonitor 2023, eerste editie: India. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Dijkhuizen, J. D. & Majoor, H. (2019). Onderzoek naar buitenlandse ‘best practices’ ter bevordering van internationalisering van vrouwelijke ondernemers in Nederland. Den Haag: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Douane (2022). Prijsplafond Russische olie van kracht sinds 5 december.
Elshout, van den, T. (2022, 11 november). Oorlog in Oekraïne heeft (pijnlijk genoeg) voordelen voor ons klimaat. RTL Nieuws.
Engelsman, M., Lindhout, R., Oosterhuis, K. & Wetzels, H. (2023). Grondstoffen, geld en geopolitiek. Leiden-Delft-Erasmus Centre for Sustainability Circular Industries Hub.
Europese Commissie (2020). CRMs_for_Strategic_Technologies_and_Sectors_in_the_EU_2020. A Foresight Study. Europese Commissie.
Europese Commissie (2023a). De EU-sancties tegen Rusland uitgelegd. Europese Commissie.
Europese Commissie (2023b). Ukraine: EU and G7 partners agree price cap on Russian petroleum products. Europese Commissie.
Europese Commissie (2023c). Critical raw materials (europa.eu). Europese Commissie.
Europa-Nu (2023a). Europese Green Deal.
Europa-Nu (2023b). Europese Commissie wil meer mijnbouw, juist voor de groene ambitie.
Europese Raad (2023). Infographic – Gevolgen van de sancties voor de Russische economie.
Eurostat (2022). International trade in products related to green energy – Statistics Explained.
Eurostat (2023). EU trade since 1999 by SITC. [Dataset].
Gestel, van, M. (2022, 2 maart). Is Nederland voor de groene transitie te afhankelijk van China en Rusland? Trouw.
Groot, J. & Vestergaard, R. (2022, 9 november). ‘Supermagneten’ zijn cruciaal voor de energietransitie, maar hoelang krijgen we ze nog geleverd? Het Financieele Dagblad.
Groot, J. (2019, 11 januari). Wedloop om de nieuwe batterij. Het Financieele Dagblad.
Hallak, J. C. (2006). Product Quality and the Direction of Trade. The Journal of International Economics, 68(1), 238–265.
Hickel, J. (2020). Less is more: How degrowth will save the world. Random House.
Hoekstra, W. & Schreinemacher, L. (2022). Feministisch Buitenlandbeleid. [Kamerbrief]. Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken.
IEA (2021). The Role of Critical Minerals in Clean Energy Transitions. International Energy Agency.
IMF (2009). Export and Import Price Index Manual. Washington: International Monetary Fund.
Kara, S. (2023). Cobalt red: How the blood of the Congo powers our lives. St. Martin’s Press.
Klein, C. (2022, 4 juni). Van welke autocratische regimes zijn wij nog meer afhankelijk voor olie? NOS Nieuws.
Kohl, T., Berg, van den, M. & Franssen L. (2023). Going Dutch? Firm Exports and FDI in the Wake of the 2014 EU-Russia Sanctions. European Trade and Study Group (ETSG) conference. University of Surrey, 14–16 September 2023. Surrey.
Koenis, C. (2023, 7 januari). Het ‘witte goud’: waarom de hele wereld op jacht is naar lithium. RTL Nieuws.
Krugman, P. (1987). Pricing to market when the exchange rate changes. NBER Working Paper Series. Working Paper no. 1926.
Kuypers, F., Lejour, A., Lemmers, O. & Ramaekers, P. (2012). Kenmerken van wederuitvoerbedrijven. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek en Centraal Planbureau.
Marselis. D. (2023, 6 juli). Hoe komen we nog aan germanium en gallium? Het westen voelt keerzijde globalisering. Trouw.
Naug, B. & Nymoen, R. (1996). Pricing to Market in a Small Open Economy. Scandinavian Journal of Economics, 98(3), 329–350.
Niewold, M. (2022, 16 augustus). Importverbod en extra vraag stuwen kolenprijs flink omhoog. RTL Nieuws.
Niewold, M. (2023, 5 februari). Diesel duurder door aanscherping boycot Russische olie: ‘Langere reis, hogere prijs’. RTL Nieuws.
NOS Nieuws (2022, 3 december). EU en G7-landen definitief akkoord over prijsplafond Russische olie.
NOS Nieuws (2023, 12 maart). Olieconcern Saudi Aramco maakt gigantische winst sinds sancties tegen Rusland.
Okano-Heijmans, M. & Kranenburg, V. (2023). Europa moet snel dikke vrienden worden met India. Instituut Clingendael.
Pols, G. & Mouissie, S. (2022, 23 december). Kirgizië, Armenië, Turkije: via deze landen krijgt Rusland toch sanctieproducten. NOS Nieuws.
Rathenau Instituut (2021). De Green Deal: grote ambitie zonder grote omwenteling.
Rijksoverheid (2022). Webpagina: Ondernemende vrouwen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; Dossier Internationaal Ondernemen.
Rijksoverheid (2023). Europese Unie (EU) neemt tiende sanctiepakket aan tegen Rusland.
Trouw (2023, 5 februari). EU-importverbod Russische diesel gaat in: wordt tanken weer duurder?
Verenigde Naties (2023). Goal 5: Achieve gender equality and empower all women and girls. United Nations, Sustainable Development Goals.
Wal, van der, M. (2023). ‘Maak van de energietransitie een eerlijke en groene transitie’. Duurzaam Ondernemen.
Wijk, de, R. (2019). De nieuwe wereldorde: hoe China sluipenderwijs de macht overneemt. Uitgeverij Balans.
Witteman, J. (2022, 13 mei). Groene energie maakt China oppermachtig: ‘Alsof we cocaïne verruilen voor heroïne’. De Volkskrant.
ZERauto (2019). Lithium-ion batterij: zo zien de ingrediënten eruit. ZERauto.nl.
Noten
Volgens cijfers van Nationale Rekeningen, waarbij het concept van eigendomsoverdracht centraal staat.
Goederentransacties waarbij een Nederlands bedrijf of persoon het economisch eigendom van de goederen overdraagt aan een buitenlands bedrijf of persoon, en omgekeerd.
Niet gedetailleerder dan de (gegroepeerde) divisies conform de standaardindeling CPA 2008.
Goederenbewegingen waarbij de goederen fysiek de Nederlandse landsgrens passeren, zonder dat hierbij altijd sprake is van eigendomsoverdracht.
De informatie over de bestemming van de import is op basis van 2021 cijfers van Nationale Rekeningen en verdere berekeningen door de globaliseringsafdeling van het CBS.
Eurostat hanteert een bredere definitie bij de goederenimport uit China dan het CBS waardoor de import volgens Eurostat in 2022 uitkwam op 139 miljard euro (in plaats van 125 miljard euro). Op basis van dit cijfer is Nederland de grootste importeur van goederen uit China van alle landen in de EU en was het Chinese aandeel in de totale goederenimport 16 procent in 2022 (in plaats van 15 procent). Het verschil tussen CBS en Eurostat is methodologisch van aard: Eurostat publiceert voor de invoer uit niet-EU-landen op basis van land van oorsprong (waar de goederen gemaakt zijn) en CBS publiceert op basis van land van herkomst (waar ze het laatste geweest zijn). Het verschil betreft bijvoorbeeld Chinese goederen die vanuit China, maar via Singapore of Hongkong, Nederland binnenkomen.
Hier past wel de nuance dat voor zowel zonne- als windenergie, maar ook elektrische auto’s, geldt dat er veel en steeds meer metalen en mineralen nodig zijn en gemijnd moeten worden. De winning van deze grondstoffen gaat nog te vaak gepaard met mensenrechtenschendingen of biodiversiteitsverlies. Verantwoorde winning van grondstoffen is belangrijk om van de transitie naar groene energie daadwerkelijk een groene transitie te maken (Van der Wal, 2023).
Biobrandstoffen uit voedselgewassen zijn tegelijkertijd erg omstreden omdat ze kostbare landbouwgrond kunnen opslokken en mogelijk tot ontbossing leiden. Biobrandstoffen zorgen ook voor uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof (Rathenau Instituut, 2021).
Aluminium is geen grondstof, maar een metaal met als grondstof bauxiet. Bauxiet is zelf een kritieke grondstof, maar wordt in Nederland nauwelijks ingevoerd (zie figuur 2.5.3). Aluminium wordt wel veel ingevoerd. In 2022 ging het om 9 miljard euro import waarvan ruim 5 miljard euro quasi-doorvoer. Aluminium wordt met name ingevoerd uit Noorwegen en IJsland, maar ook uit landen als India, Rusland en Mozambique.
Bedrijfsgrootte speelt mogelijk een rol in het verschil in handelswaarde tussen door vrouwen en mannen geleide bedrijven. Voor dit onderzoek is niet gekeken naar de bedrijfsgrootte of omzet van door mannen en vrouwen geleide bedrijven.