Meer bedrijven exporteren goederen naar Afrika dan dat er importeren. Voor andere continenten is dat andersom

Foto omschrijving: Medewerker van centraal distributiecentrum voor medicijnen in Beniin

Het in Afrika actieve bedrijfsleven

Auteurs: Alex Lammertsma, Tim Peeters

Nederlandse bedrijven handelen niet alleen met Europa, Amerika en Azië, maar ook met Afrika. Om hoeveel bedrijven gaat het en in welke bedrijfstakken zijn ze actief? In hoeverre zijn deze bedrijven gespecialiseerd in de handel met Afrika? En in hoeverre handelt het zelfstandig midden- en kleinbedrijf met Afrika? Hoe ontwikkelde dat zich in de afgelopen jaren? En hoe heeft de Nederlandse goederenhandel zich ontwikkeld voor clusters met technologisch hoogwaardige producten zoals agrofood, gezondheidszorg, hernieuwbare energie en water?

4.1Inleiding

Een gedeelte van het Nederlandse bedrijfsleven handelt met Afrika en die handel maakt slechts een klein deel uit van de totale waarde van de internationale handel van Nederland, zie hoofdstuk 1 en Voncken & Cremers (2018). Toch omvat het een aantal markten die sterk in ontwikkeling zijn. Zo hadden landen zoals Ethiopië, Rwanda, Ivoorkust, Senegal, Kenia en Oeganda in de periode 2015–2019 namelijk een gemiddelde economische groei van meer dan 5 procent per jaar (UNCTAD, 2020). En hoe groter de economie is, hoe groter de handel met dat land gewoonlijk zal zijn conform de zwaartekracht-theorie (Brakman et al., 2019). Daarnaast kan de handel met Afrika ook toenemen doordat Nederland een groter aandeel verwerft in de verschillende Afrikaanse markten. Het Nederlandse marktaandeel in de import van Afrika is namelijk nog beperkt. Voor Senegal was dat in 2018 met 6,5 procent het hoogste; voor de andere landen was dat minder dan 4 procent (Draper, 2020).

De internationale handel is echter niet alleen afhankelijk van de omvang van het land, maar ook van de afstand. Dat geldt niet alleen voor de fysieke afstand, maar ook de afstand in termen van taal, cultuur en handelsgebruiken. Eerder onderzoek heeft laten zien dat hoe groter de afstand is, hoe minder er met een land handel gedreven wordt, een ander element van het graviteitsmodel (Silva & Tenreyo, 2006; Cremers & Jaarsma, 2020). Voor Afrika is het daarbij de vraag of bedrijven zich op Afrika specialiseren dan wel dat Afrika deel uitmaakt van een bredere handelsportefeuille om daarmee bijvoorbeeld schommelingen in de vraag op te vangen.

Om de positie van Nederland op buitenlandse markten te verstevigen, ondersteunt Nederland het midden- en kleinbedrijf. Daar ligt waarschijnlijk het grootste onbenut potentieel om internationaal te ondernemen (Kaag, 2018). Waar het zelfstandig mkb namelijk 99 procent uitmaakt van het Nederlandse bedrijfsleven, handelt maar zo’n 35 procent daarvan met het buitenland (Lammertsma, 2020), en exporteert het (zelf) in verhouding minder dan het grootbedrijf. Zo droeg het zelfstandig mkb in 2018 voor de totale buitenlandse handel maar 17 procent bij aan de waarde van dienstenexport; voor de goederenexport was dit 25 procent (Van den Berg et al., 2020). Het zelfstandig mkb ondervindt verschillende belemmeringen bij het toetreden tot buitenlandse markten. Zo heeft het meer moeite om lokale partners te vinden en ontbreekt het hen vaker aan lokale marktkennis en kennis van de wet- en regelgeving, en is het kwetsbaarder voor betaal- en valutarisico’s. Ook exporteert (of importeert) het zelfstandig MKB vaak niet zelf, maar treedt het vaak op als toeleverancier of tussenpersoon voor het grootbedrijf, dat vervolgens wel internationaal handelt (Chong et al., 2018). Hoe groter de omvang van het bedrijf, hoe groter de kans dat een bedrijf exporteert (Brakman et al., 2018).

Of een bedrijf handelt, hangt naast de omvang van het bedrijf ook samen met de zeggenschap (Vos & Jaarsma, 2017). Naarmate een bedrijf groter is of deel uitmaakt van een buitenlandse multinational, neemt zowel het aandeel handelaren als de handelswaarde toe. Bedrijven onder buitenlandse zeggenschap hebben juist wel kennis over buitenlandse markten. Het is de vraag of voor Afrika vergelijkbare patronen te zien zijn.

Als zodanig is er nog weinig onderzoek verricht met betrekking tot wie er binnen het Nederlandse bedrijfsleven met Afrika handelt. In hoeverre hebben Nederlandse bedrijven zich gespecialiseerd in de handel met Afrika? Welke bedrijfstakken betreft het en in welke mate zijn het kleine dan wel grote bedrijven? En in hoeverre zijn het Nederlandse dan wel buitenlandse multinationals? En hoe is de ontwikkeling voor specifieke clusters zoals agrofood, gezondheidszorg, hernieuwbare energie en water? Deze vragen worden in dit hoofdstuk onderzocht voor de handel in goederen; voor de diensten is er buiten Europa namelijk geen specificatie naar landen in de microcijfers. Dit onderzoek is in eerste instantie gericht op de 15 focuslanden zoals die in de introductie benoemd zijn. Waar relevant worden ook resultaten voor andere Afrikaanse landen vermeld.

Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderzoeksvragen:

  1. Hoe ontwikkelde het aantal Nederlandse goederenhandelaren in het Nederlandse bedrijfsleven dat met Afrika handelt zich per sector?
  2. Hoe ontwikkelde het aantal Nederlandse goederenhandelaren in het Nederlandse bedrijfsleven dat met Afrika handelt zich per grootteklasse en multinationalstatus?
  3. Hoe heeft de Nederlandse goederenhandel zich ontwikkeld voor specifieke clusters zoals agrofood, gezondheidszorg, hernieuwbare energie en water?

Leeswijzer

In paragraaf 4.2 wordt allereerst de ontwikkeling van het aantal handelaren per werelddeel beschreven, inclusief de onderverdeling per sector voor Afrika. Daarbij wordt ook de mate van specialisatie op Afrika onderzocht. Vervolgens worden in paragraaf 4.3 de ontwikkelingen per grootteklasse en multinationalstatus beschreven. Paragraaf 4.4 vervolgt met de analyse voor de clusters agrofood, gezondheidszorg, hernieuwbare energie en water. Paragraaf 4.5 besluit met een conclusie en samenvatting.

81 procent van exportwaarde van goederen naar Afrika door grootbedrijf in 2019
duizend goederenexporteurs naar Afrika in 2019

4.2Handelaren naar werelddelen en sector

Ten opzichte van andere werelddelen handelen er binnen het Nederlandse bedrijfsleven relatief weinig bedrijven met Afrika, zie tabel 4.2.1. Veruit de meeste exporteurs en importeurs handelen met landen in de Europese Unie. Dat zijn landen die dichtbij liggen en ook qua taal en handelspraktijken meer verwant zijn met Nederland. Ook ten opzichte van Amerika en Azië is het aantal bedrijven dat met Afrika handelt fors kleiner. Het beperkte aantal bedrijven dat met Afrika handelt, hangt voor een deel samen met verschillende handelsbelemmeringen die er met Afrika in de praktijk ondervonden worden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om procedures van douaneorganisaties die onduidelijk of complex zijn, een gebrek aan internationale valuta, het ontbreken van netwerken ter plaatse of corruptie (Evofenedex, 2020).

4.2.1Aantal exporteurs, importeurs en two-way traders per werelddeel, 2019*

Exporteurs Importeurs Two-way traders
Afrika 6 985 3 875 1 235
Europese Unie 93 285 215 660 63 805
Amerika 14 890 27 385 8 115
Azië 13 935 41 680 9 135

*voorlopige cijfers

Meer exporteurs naar Afrika dan importeurs

Naar Afrika exporteerden in 2019 maar zo’n zeven duizend bedrijven. Het aantal Nederlandse bedrijven dat in dat jaar uit Afrika importeerde, was met 3 875 beduidend kleiner. Kennelijk weten meer bedrijven de weg naar Afrika te vinden voor hun producten, dan dat ze goederen importeren uit Afrika. Dit laatste heeft ermee te maken dat veel van de uit Afrika geïmporteerde goederen zoals aardolie, koffie, thee, cacao en groente en fruit voor een belangrijk deel in bulk worden verhandeld; aan de andere kant is de Nederlandse export veel diverser van aard en daarmee zijn er veel meer Nederlandse exporteurs actief op de Afrikaanse markten. Voor de Europese Unie, Amerika en Azië zijn er juist meer importeurs dan exporteurs.

De gemiddelde exportwaarde per handelaar is bij de export naar Afrika lager dan bij de export naar de Europese Unie, Amerika en Azië. In 2019 was de gemiddelde export per exporteur naar Afrika 1,4 miljoen euro, waar dit voor de EU, Amerika en Azië achtereenvolgens 2,6 miljoen, 2,1 miljoen en 3,1 miljoen euro was. Bij de import was dit juist andersom. Waar in 2019 de gemiddelde import uit Afrika 2,3 miljoen euro was, was dit voor de Europese Unie, Amerika en Azië respectievelijk 0,9 miljoen, 1,2 miljoen en 1,6 miljoen euro.

Voor ruim 1 200 Nederlandse bedrijven gold dat ze in 2019 een two-way trader in goederen met Afrika waren, dat wil zeggen dat ze zowel een exporteur als een importeur van goederen waren. De importstatus kan namelijk van invloed zijn op de kans om te exporteren. Door te importeren verkrijgt een bedrijf kennis van buitenlandse markten en verlaagt het de kosten om een buitenlandse markt te betreden (Van den Berg et al., 2018). Verder kan importeren goedkoper zijn dan inputs voor het productieproces in Nederland aan te schaffen.

Beperkte mate van specialisatie op Afrika

Binnen de groep bedrijven die met Afrika handelt, heeft slechts een klein gedeelte zich gespecialiseerd in de handel met Afrika. Zo’n 7 procent van de exporteurs handelde in 2019 alleen met Afrika; voor de importeurs was dit 8 procent en voor de two-way traders 4 procent. In de jaren daarvoor waren deze verhoudingen vrij stabiel. Afrika maakt voor veruit de meeste handelaren deel uit van een bredere exportportefeuille. Bedrijven kunnen daarmee hun afhankelijkheid van Afrika beperken. Onderliggende cijfers laten zien dat bedrijven die alleen naar Afrika exporteren, voor zo’n 80 procent bestaan uit bedrijven met minder dan 10 werkzame personen. Deze op Afrika gespecialiseerde bedrijven zijn voornamelijk actief in de handelsbemiddeling. Bij de import van goederen door bedrijven die alleen met Afrika handelen, heeft zo’n 92 procent minder dan 10 werkzame personen; ook hier betreft het met name bedrijven in de handelsbemiddeling. Kenmerkend voor handelsbemiddeling is dat deze bedrijven kopers en verkopers bij elkaar brengen.

80 procent van de op Afrika gespecialiseerde exporteurs heeft minder dan 10 werkzame personen Buitenvorm Binnenvorm

Meeste exporteurs naar Afrika in industrie en groothandel

Binnen het Nederlandse bedrijfsleven is de export in goederen met Afrika geconcentreerd in een aantal sectoren. De sector met de meeste bedrijven die naar Afrika exporteren was in 2019 met bijna 3 700 bedrijven de groot- en detailhandel, gevolgd door de industrie met een kleine 1 900 bedrijven, zie figuur 4.2.2. Dit is in lijn met eerdere bevindingen, zie Notten & Wong (2019). De groothandel is namelijk in staat om de afstand en tijd tussen productie en consumptie van goederen te overbruggen. Daarbij gaat het om de opslag, het organiseren van transport en distributie, maar ook het verzamelen en verspreiden van relevante informatie naar toeleveranciers en afnemers. De groothandel functioneert ook als intermediair voor kleine bedrijven die zelf niet exporteren. Veruit de meeste exporteurs in groot- en detailhandel zijn groothandelaren in machines gevolgd door groothandelaren in non-food producten zoals kleding, huishoudelijke artikelen en farmaceutische producten. Binnen de industrie zijn de meeste exporteurs actief in de machine-industrie, de voedingsmiddelenindustrie en de chemische industrie. Ten opzichte van 2015 is dit patroon vrijwel onveranderd.

4.2.2 Top 5 sectoren met aantal exporterende bedrijven naar Afrika, 2019*
Jaar Industrie Groot- en detailhandel Transport en opslag Informatie en communicatie Zakelijke dienstverlening Overig
Bedrijven 1885 3695 430 135 640 205
*voorlopige cijfers

Meeste handelaren exporteren naar Zuid-Afrika, Egypte en Marokko

Het aantal exporteurs naar de verschillende Afrikaanse markten verschilt sterk, zie figuur 4.2.3. Zowel voor de industrie als de groot- en detailhandel exporteren de meeste bedrijven naar Zuid-Afrika, Egypte en Marokko. Sectoren met veel exporteurs binnen de industrie zijn de machine-industrie, de voedingsmiddelenindustrie en de chemische industrie. Veruit de meeste van deze exporteurs in de industrie handelen met Zuid-Afrika, qua waarde de grootste importeur van Afrika. Voor de groot- en detailhandel betreft het met name groothandelaren in machines gevolgd door groothandelaren in non-food (kleding, huishoudelijke artikelen en farmaceutische producten).

4.2.3 Nederlandse goederenexporteurs per land, 2019*
Land Industrie Groot- en detailhandel
Zuid-Afrika 1120 1365
Egypte 680 970
Marokko 530 875
Nigeria 365 715
Ghana 245 590
Tunesië 350 400
Ivoorkust 185 355
Senegal 130 335
Kenia 255 335
Algerije 240 230
Tanzania 140 205
Ethiopië 95 175
Oeganda 90 170
Mozam-
bique
70 95
Rwanda 55 95
*voorlopige cijfers

Forse daling aantal groothandelaren voedingsmiddelen

Tussen 2015 en 2019 is het totaal aantal bedrijven in de groot- en detailhandel dat naar Afrika exporteerde gestegen van 3 565 naar 3 695, dat is een stijging van ruim 3,6 procent. Per bestemming verschilt die ontwikkeling. Voor Marokko nam het aantal exporteurs in de groot- en detailhandel tussen 2015 en 2019 toe met 150 (+21 procent) en voor Zuid-Afrika met 75 (+5 procent); voor Ghana, Ivoorkust en Ethiopië maar ook voor landen als Angola, Benin, Congo, Djibouti, Equatoriaal-Guinee, Gabon, Kaapverdië en Liberia nam dit aantal af met tussen de 80 en 150; voor de meeste van deze landen ging het om een daling van meer dan 30 procent. Het blijkt dat dit voor Marokko en Zuid-Afrika met name is toe te schrijven aan een toename van het aantal groothandelaren in machines en non-food. Voor de landen waarvoor het aantal groothandelaren fors daalt is dat te wijten aan een daling van het aantal exporteurs in de groothandel van voedingsmiddelen. Mogelijk had dit te maken met veranderingen in importregels op het moment dat het transport al was gestart. Ook voor Zuid-Afrika daalde het aantal Nederlandse exporteurs in de groothandel van voedingsmiddelen in deze periode fors (–115), een daling van 56 procent.

Stijging aantal exporteurs in de machine-industrie voor Marokko en Zuid-Afrika

In de industrie is het aantal exporteurs naar Afrika tussen 2015 en 2019 gestegen van 1 785 naar 1 885, een toename van 5,6 procent. De onderliggende cijfers laten zien dat ook voor de industrie de ontwikkeling per land sterk verschilt. Voor Marokko en Zuid-Afrika nam het aantal exporteurs toe met 80 (+18 procent) respectievelijk 50 (+5 procent). Bij Marokko komt deze stijging voor ongeveer de helft door de machine-industrie, de metaalproductenindustrie en de rubber- en kunststofindustrie; bij Zuid-Afrika komt deze stijging voor ruim de helft voor rekening van de exporteurs in de machine-industrie en de elektrotechnische industrie. Aan de andere kant is het aantal exporteurs naar Egypte, Algerije en Kenia dat actief is in de industrie, juist gedaald met respectievelijk 30 (–4 procent), 30 (–11 procent) en 25 (–9 procent) bedrijven. Deze daling is voor circa de helft te wijten aan Nederlandse exporteurs in de papierindustrie. Mogelijke redenen hiervoor zijn de transportkosten van papier en karton, en een afgenomen vraag daarnaar vanwege de verdergaande digitalisering van diverse Afrikaanse sectoren (Ademyiwa & Adeniran, 2020). Voor Angola, de democratische republiek Congo en Soedan daalde het aantal exporteurs in de industrie nog harder met respectievelijk 19, 32 en 35 procent. Voor Angola is dit voor ongeveer de helft toe te schrijven aan de papierindustrie, voor Congo aan de chemische industrie en de machine-industrie, en voor Soedan aan de voedingsmiddelenindustrie en de chemische industrie.

Qua exportwaarde zijn de producten die het meest naar Afrika uitgevoerd worden ruwe aardolie en aardolieproducten (Nigeria, Togo, Senegal, Libië en Egypte), medicinale en farmaceutische producten (Nigeria, Congo, Algerije, Egypte en Ethiopië), en machines en apparaten zoals mobiele telefoons, delf- en graafmachines, machines voor de voedingsindustrie, en automobielen, zie hoofdstuk 1. Belangrijke exportmarkten voor machines, apparaten en automobielen zijn Zuid-Afrika, Nigeria, Egypte, Marokko en Ghana (CBS, 2021).

Veel importeurs van voedingsmiddelen

Net zoals bij de exporteurs concentreerde het aantal importeurs in 2019 zich in de groot- en detailhandel en de industrie, zie figuur 4.2.4. Ten opzichte van 2015 is dit patroon vrijwel onveranderd. Binnen de groot- en detailhandel bestaat de top-3 van importeurs uit Afrika uit groothandelaren in voedingsmiddelen, non-food en machines. In de industrie zijn de meeste importeurs actief in de machine-industrie, op afstand gevolgd door de voedingsmiddelenindustrie en de elektrotechnische industrie. Ongeveer de helft van bedrijven in deze drie sectoren importeert uit Zuid-Afrika, dat wat betreft de exportwaarde het meest van alle Afrikaanse landen exporteert. Qua waarde zijn in 2019 de meest geïmporteerde producten ruwe aardolie (met name Nigeria, Algerije en Kameroen), cacao (met name Ivoorkust, Ghana, Kameroen en Nigeria) en fruit (met name Zuid-Afrika, Egypte en Marokko) (CBS, 2021).

4.2.4 Top 5 sectoren met aantal importerende bedrijven uit Afrika, 2019*
Jaar Industrie Groot- en detailhandel Transport en opslag Informatie en communicatie Zakelijke dienstverlening Overig
Bedrijven 715 2195 235 100 455 180
*voorlopige cijfers

Zowel in de groot- en detailhandel als de industrie importeerden in 2019 de meeste bedrijven goederen uit Zuid-Afrika, Egypte en Marokko, zie figuur 4.2.5. Binnen de groot- en detailhandel bestaat voor deze drie landen dat aantal voor meer dan de helft uit bedrijven in de groothandel in respectievelijk voedingsmiddelen, non-food en machines. Voor de industrie zijn dat de machine-industrie, de elektrotechnische industrie, de voedingsmiddelenindustrie en de chemische industrie.

4.2.5 Nederlandse goederenimporteurs per land, 2019*
Land Industrie Groot- en detailhandel
Zuid-Afrika 380 980
Egypte 160 495
Marokko 110 390
Kenia 60 255
Tunesië 60 190
Ghana 50 120
Nigeria 70 110
Ivoorkust 25 80
Tanzania 25 80
Oeganda 25 65
Ethiopië 20 60
Senegal 10 55
Algerije 40 50
Mozambique 15 20
Rwanda 10 20
*voorlopige cijfers

Ten opzichte van 2015 is het aantal importeurs in de groot- en detailhandel in 2019 met 115 gestegen, een stijging van 5,5 procent. Die stijging is grotendeels toe te schrijven aan enerzijds een toename van het aantal groothandelaren dat voedingsmiddelen importeert uit Marokko, Egypte en Kenia, en anderzijds aan een toename van het aantal groothandelaren in machines en landbouwproducten dat uit Zuid-Afrika importeert. Voor de industrie is het totale aantal importeurs in 2019 onveranderd. Wel is dat aantal bedrijven voor een aantal landen toegenomen in vergelijking met 2015: Kenia (+15), Egypte (+15), Algerije (+15) en Marokko (+10), en voor een aantal andere landen afgenomen: Zuid-Afrika (–20) en Ivoorkust (–20).

4.3Handelaren naar grootteklasse

Bedrijven met minder dan 10 werkzame personen zijn bij zowel de exporteurs als de importeurs in de meerderheid, zie figuur 4.3.1. Voor alle grootteklassen zijn er beduidend meer exporteurs dan importeurs. Bij de verdeling van de export- en importwaarde over de grootteklassen is dat anders. Er zijn namelijk relatief weinig ondernemingen betrokken met relatief veel import van olie en cacaobonen. Qua handelswaarde domineert het grootbedrijf. Waar in 2019 het aantal exporteurs in het grootbedrijf 32 procent uitmaakte van het aantal exporteurs naar Afrika, waren ze verantwoordelijk voor 81 procent van de exportwaarde naar Afrika. Ter vergelijking: voor de Europese Unie is het grootbedrijf verantwoordelijk voor 70 procent van de exportwaarde, en voor Amerika en Azië is dat 84 procent. Het zelfstandig midden- en kleinbedrijf heeft dus een kleiner aandeel in de export naar Afrika dan in de export naar de Europese Unie. Voor de import is dit beeld vergelijkbaar. Het zelfstandig midden- en kleinbedrijf heeft minder kennis van de buitenlandse markten en moet daarom hogere kosten maken om deze markten te betreden in vergelijking met het grootbedrijf. In 2019 behoorde 33 procent van het aantal importeurs uit Afrika tot het grootbedrijf terwijl ze 79 procent van de importwaarde uit Afrika voor hun rekening namen. In de importwaarde vanuit de Europese Unie had het grootbedrijf een aandeel van 80 procent; voor Amerika en Azië was dit 83 respectievelijk 73 procent.

4.3.1 Aantal exporteurs, importeurs en two-way traders met Afrika per grootteklasse, 2019*
Type handelaar Zmkb, 0 tot 10 werkzame personen Zmkb, 10 tot 50 werkzame personen Zmkb, 50 tot 250 werkzame personen Grootbedrijf
Exporteurs 2559 1511 697 2217
Importeurs 1559 717 332 1267
Two-way traders 203 232 146 656
*voorlopige cijfers

De mate waarin het Nederlandse grootbedrijf de export domineert ten opzichte van het zelfstandig midden- en kleinbedrijf verschilt echter sterk voor de verschillende landen in Afrika, zie figuur 4.3.2. Voor landen als Nigeria, Algerije, Zuid-Afrika maar ook Togo kwam 85 procent of meer van de exportwaarde in 2019 voor rekening van het grootbedrijf, terwijl dit voor Ghana minder dan 50 procent was; voor Nigeria, Algerije en Togo gaat dit voor een groot deel om olie en olieproducten. Het aandeel van het grootbedrijf in het aantal exporteurs was voor Algerije met 61 procent het hoogste; voor landen als Libië, Guinee, Kameroen, Kaapverdië en Mali was dit minder dan 40 procent. Voor een deel heeft dit te maken met het type goederen waarin gehandeld wordt.

4.3.2 Aandeel grootbedrijf in exportwaarde en aantal exporteurs per land, 2019* (%)
Land Aandeel grootbedrijfin exportwaarde Aandeel grootbedrijf in
aantal exporterende bedrijven
Nigeria 94,7 42,3
Algerije 87,4 61,7
Zuid-Afrika 85,0 44,8
Mozambique 83,3 54,5
Marokko 81,9 43,8
Egypte 81,8 44,3
Tunesië 81,5 57,4
Senegal 79,9 41,7
Kenia 77,3 51,0
Tanzania 73,1 48,9
Oeganda 71,4 47,8
Ivoorkust 59,9 43,2
Rwanda 53,3 52,6
Ethiopië 52,9 47,2
Ghana 49,5 37,4
*voorlopige cijfers

Aandeel van multinationals het grootste voor Nigeria, Zuid-Afrika en Algerije

De exporteurs kunnen ook geclassificeerd worden op basis van de vraag of ze een Nederlandse of een buitenlandse multinational zijn of juist geen multinational. Figuur 4.3.3 geeft het aandeel van de exportwaarde van Nederlandse en buitenlandse multinationals in de totale exportwaarde per land weer voor de 15 focuslanden in 2018.noot1 Deze figuur laat zien dat voor Nigeria, Zuid-Afrika en Algerije het aandeel van multinationals in de exportwaarde het hoogste is, en voor Ivoorkust, Rwanda en Oeganda het laagste. Over het algemeen is het aandeel buitenlandse multinationals in de exportwaarde voor de 15 focuslanden hoger dan dat van de Nederlandse multinationals, met uitzondering van Ivoorkust en Mozambique. Voor de andere Afrikaanse landen buiten deze 15 is dat slechts het geval voor een derde van de landen.

>80 procent van de importwaarde uit Ivoorkust en Ghana door het grootbedrijf

Voor Afrika als geheel kwam 89 procent van de Nederlandse exportwaarde in 2018 voor rekening van multinationals. Dat is vergelijkbaar met het aandeel voor Amerika (89 procent) en Azië (91 procent), maar beduidend meer dan voor de Europese Unie (82 procent). Van de export naar Afrika kwam 55 procent voor rekening van buitenlandse multinationals; voor Amerika was dit 54 procent, voor de Europese Unie 53 procent en voor Azië 45 procent.

4.3.3 Aandeel Nederlandse en buitenlandse multinationals in de exportwaarde, 2018* (%)
Land Nederlandse multinationals Buitenlandse multinationals
Nigeria 43,9 53,2
Zuid-Afrika 20,6 72,6
Algerije 33,3 58,9
Egypte 25,4 65,4
Kenia 21,3 67,3
Tanzania 22,1 66,2
Tunesië 20,9 66,5
Senegal 35,5 51,0
Marokko 28,0 56,8
Mozambique 45,9 37,8
Ethiopië 24,7 50,5
Ghana 36,9 37,9
Ivoorkust 40,9 32,6
Rwanda 35,3 35,3
Oeganda 25,6 34,9
*voorlopige cijfers

Ook bij de waarde van de import verschilt de mate waarin het Nederlandse grootbedrijf domineert, zie figuur 4.3.4. Zo zien we dat in 2019 binnen de groep van 15 focuslanden dit aandeel voor Ivoorkust en Ghana meer dan 80 procent was. Bij Ivoorkust en Ghana gaat dit vrijwel uitsluitend om cacaobonen. Buiten de groep van de 15 focuslanden is het aandeel van het grootbedrijf in de importwaarde voor iets minder dan de helft van de landen ook groter dan 80 procent. Voor Tanzania en Mozambique was het aandeel van het grootbedrijf in de invoerwaarde juist kleiner dan 25 procent. Het aandeel van het Nederlandse grootbedrijf in het aantal importerende bedrijven was in 2019 het hoogste voor Senegal (60 procent) en Mozambique (58 procent), en het laagste voor Kenia (37 procent) en Marokko (38 procent).

4.3.4 Aandeel grootbedrijf in importwaarde en aantal importeurs per land, 2019*1) (%)
Land Aandeel grootbedrijfin importwaarde Aandeel grootbedrijf in
aantal importerende bedrijven
Ivoorkust 97,4 53,3
Ghana 89,6 46,9
Marokko 67,8 37,9
Oeganda 54,2 41,7
Ethiopië 51,3 47,6
Zuid-Afrika 49,6 40,3
Senegal 48,5 60,0
Egypte 36,3 42,0
Kenia 34,4 36,6
Tanzania 24,4 51,7
Mozambique 11,8 58,3
*voorlopige cijfers
1)Vanwege geheimhouding zijn Algerije, Nigeria, Rwanda en Tunesië niet vermeld.

Voor de importeurs blijkt dat binnen de groep van 15 focuslanden voor Algerije en Senegal meer dan 80 procent van de importwaarde in 2018 voor rekening kwam van multinationals, zie figuur 4.3.5. Voor landen als Tanzania en Mozambique ligt dit onder de 50 procent. Buiten de groep van focuslanden is het aandeel van multinationals in de importwaarde ook groter dan 80 procent voor Equatoriaal-Guinee, Gabon, Kameroen en Libië. Dit zijn landen waaruit meer dan 100 miljoen euro aan goederen werd ingevoerd in 2019 (CBS, 2021). Voor Algerije, Senegal, Zuid-Afrika en Ethiopië is het aandeel in de importwaarde van buitenlandse multinationals groter dan het aandeel van Nederlandse multinationals. Dat is beduidend minder dan bij de export. Voor Afrika als geheel kwam 88 procent van de importwaarde in 2018 voor rekening van multinationals; voor de Europese Unie was dit 79 procent, voor Azië 45 procent en voor Amerika 91 procent.

4.3.5 Aandeel Nederlandse en buitenlandse multinationals in de importwaarde, 2018*1) (%)
Land Nederlandse multinationals Buitenlandse multinationals
Algerije 32,4 67,6
Senegal 22,7 59,1
Marokko 36,7 35,3
Zuid-Afrika 28,1 41,6
Ethiopië 18,9 50,0
Egypte 41,0 26,8
Oeganda 50,0 16,1
Kenia 38,5 25,0
Tanzania 29,4 17,6
Mozambique 13,8 15,4
1)Vanwege geheimhouding zijn Ghana, Ivoorkust, Nigeria, Tunesië en Rwanda niet vermeld.
*voorlopige cijfers

4.4Handel voor specifieke clusters

Voor een aantal specifieke clusters wordt ingezoomd op de handel met Afrika; zie paragraaf 4.6 voor de afbakening daarvan. Specifiek betreft het de clusters agrofood, gezondheidszorg, hernieuwbare energie en water.noot2 Tabel 4.4.1 geeft per cluster een overzicht van het aantal exporteurs, importeurs en two-way traders per werelddeel. Veruit de meeste internationale handelaren waren in 2019 actief binnen het cluster agrofood, gevolgd door het cluster gezondheidszorg. Bij de agrofood gaat het om bedrijven in de landbouwsector, de voedingsmiddelenindustrie en de groothandel in landbouwproducten en voedingsmiddelen, maar ook in de innovatie van de productieprocessen; bij de gezondheidszorg gaat het om de vervaardiging en groothandel van farmaceutische grondstoffen en producten, om de productie van medische apparatuur, instrumenten en hulpmiddelen, innovatie van medische en farmaceutische producten en om de sector gezondheidszorg.

Voor elk van de clusters zijn er voor Afrika de minste handelaren. Onderliggende cijfers laten zien dat het bij het cluster water voor Afrika zowel bij de export als de import voor het overgrote deel gaat om bedrijven in de scheepsbouw. Nederlandse bedrijven in de winning en distributie van water, en de afvalwaterinzameling en –behandeling waren in 2019 nauwelijks actief in de handel van goederen met Afrika. Mogelijk is dit wel het geval bij de handel in diensten. Binnen het cluster hernieuwbare energie is er slechts een heel beperkt aantal Nederlandse bedrijven actief dat goederen verhandelt met Afrika. In het vervolg van deze paragraaf wordt daarom gefocust op het agrofood- en het gezondheidszorgcluster.

4.4.1Aantal exporteurs, importeurs en two-way traders voor specifieke clusters per werelddeel, 2019*

Agrofood Gezondheids­zorg Water Hernieuwbare
energie
Werelddeel
Afrika
exporteurs 825 215 35 0
importeurs 845 125 20 5
two-way traders 170 55 15 0
 
Europese Unie
exporteurs 7 940 1 880 280 30
importeurs 11 535 6 575 520 110
two-way traders 6 060 1 345 215 25
 
Amerika
exporteurs 1 320 575 55 5
importeurs 2 065 1 495 110 10
two-way traders 660 455 40 5
 
Azië
exporteurs 1 390 485 65 5
importeurs 2 650 1 345 110 20
two-way traders 715 355 45 5

*voorlopige cijfers

Cluster agrofood

In 2019 waren er in het agrofoodcluster 825 Nederlandse bedrijven actief die goederen naar Afrika exporteerden. De meesten daarvan exporteerden naar Zuid-Afrika (295), Egypte (215) en Marokko (200). Ten opzichte van 2015 is het aantal exporterende bedrijven voor deze vier landen sterk gedaald, zie figuur 4.4.2. Voor Zuid-Afrika betreft het een daling van 125 bedrijven (–30 procent), voor Senegal 100 (–50 procent), voor Ivoorkust 95 (–46 procent) en voor Ghana 80 (–31 procent). Deze daling deed zich bij deze vier landen met name voor bij de groothandel in voedings- en genotmiddelen. De exportwaarde van het agrofoodcluster laat zien dat na een scherpe daling in 2016 de waarde van de export door het agrofoodcluster in 2019 hersteld was tot een niveau boven dat van 2015. Er is dus een concentratie van de export opgetreden bij een kleiner aantal exporteurs. De twee grootste sectoren binnen het agrofoodcluster met de hoogste exportwaarde waren in 2019 de groothandel in voedings- en genotmiddelen (1,2 miljard euro) en de voedingsmiddelenindustrie (965 miljoen euro).

4.4.2 Nederlandse exporteurs per land voor agrofoodcluster
Land 2019* 2015
Zuid-Afrika 295 420
Egypte 215 220
Marokko 200 165
Ghana 180 260
Nigeria 130 140
Kenia 115 125
Ivoorkust 110 205
Tunesië 105 105
Senegal 100 200
Algerije 80 95
Tanzania 50 45
Oeganda 50 35
Ethiopië 45 60
Rwanda 25 25
Mozambique 20 25
*voorlopige cijfers

Waar het aantal exporteurs in het agrofoodcluster naar Afrika tussen 2015 en 2019 daalde, steeg het aantal importeurs van 760 naar 845; een stijging van 11 procent. Deze stijging deed zich met name voor bij Marokko, Egypte en Kenia, zie figuur 4.4.3. Voor Marokko steeg het aantal importeurs in het agrofoodcluster met 65 (+46 procent), voor Egypte met 55 (+30 procent) en voor Kenia met 40 (+27 procent). De toename van het aantal importeurs is grotendeels toe te schrijven aan de groothandel in voedings- en genotmiddelen. Qua waarde is de import van het agrofoodcluster uit Afrika tussen 2015 en 2019 licht gestegen van 2,6 naar 2,7 miljard euro. De invoerwaarde door de voedingsmiddelenindustrie daalde daarbij met 280 miljoen euro terwijl de invoer door de groothandel in voedings- en genotmiddelen juist met ruim 250 miljoen euro steeg. Per importeur is de gemiddelde import in het agrofoodcluster daardoor gedaald van 3,4 naar 3,2 miljoen euro.

4.4.3 Nederlandse importeurs per land voor agrofoodcluster
Land 2019* 2015
Zuid-Afrika 345 330
Egypte 240 185
Marokko 205 140
Kenia 190 150
Ivoorkust 65 65
Oeganda 65 50
Ghana 60 60
Tanzania 55 45
Ethiopië 45 45
Tunesië 45 30
Nigeria 40 45
Senegal 35 20
Mozambique 15 10
Rwanda 15 10
Algerije 15 10
*voorlopige cijfers

Cluster gezondheidszorg

Tussen 2015 en 2019 veranderde het aantal bedrijven binnen het cluster gezondheidszorg dat goederen exporteerde naar Afrika nauwelijks. In 2015 ging het om 210 bedrijven, in 2019 om 215. Binnen het cluster gezondheidszorg was de groothandel in farmaceutische producten, medische instrumenten en orthopedische artikelen de branche met veruit de meeste exporteurs, gevolgd door bedrijven in de industriële vervaardiging van farmaceutische producten anders dan farmaceutische grondstoffen. De meeste bedrijven exporteerden daarbij naar Zuid-Afrika, Egypte en Marokko, zie figuur 4.4.4.

Het aantal bedrijven binnen het gezondheidszorgcluster dat uit Afrika importeert, is aanzienlijk kleiner dan het aantal exporteurs. In 2015 ging het om 130 importerende bedrijven, in 2019 om 125 bedrijven. Veruit de meeste bedrijven importeerden daarbij uit Zuid-Afrika, gevolgd door Egypte en Marokko. En net zoals bij de export, ging het voor het merendeel om groothandelaren in farmaceutische producten, medische instrumenten en orthopedische artikelen.

4.4.4 Nederlandse exporteurs per land voor gezondheidszorgcluster
Land 2019* 2015
Zuid-Afrika 140 125
Egypte 70 75
Marokko 60 50
Kenia 45 50
Tunesië 40 45
Algerije 35 35
Nigeria 30 45
Ghana 25 30
Ethiopië 25 30
Tanzania 25 15
Oeganda 25 20
Senegal 15 25
Ivoorkust 15 20
Rwanda 15 15
Mozambique 10 10
*voorlopige cijfers

4.5Samenvatting en conclusie

Ten opzichte van andere werelddelen handelen er relatief weinig bedrijven met Afrika. Naar Afrika exporteerden in 2019 maar zo’n zeven duizend bedrijven. Het aantal Nederlandse importeurs was met bijna 3 900 beduidend kleiner. Voor andere werelddelen is dat juist omgekeerd. De gemiddelde exportwaarde per exporteur is bij de export naar Afrika lager dan bij de export naar de EU, Amerika en Azië. Bij de import is dit juist andersom.

Binnen de groep bedrijven die met Afrika handelen, heeft een klein gedeelte zich gespecialiseerd in de handel met Afrika. Het betreft voor meer dan driekwart bedrijven met minder dan 10 werkzame personen die voornamelijk actief zijn in de handelsbemiddeling.

De meeste bedrijven die met Afrika handelen zijn actief in de groothandel en de industrie.

Veruit de meeste exporteurs in de groot- en detailhandel zijn groothandelaren in machines, gevolgd door groothandelaren in non-food producten zoals kleding, huishoudelijke artikelen en farmaceutische producten. Binnen de industrie zijn de meeste exporteurs actief in de machine-industrie, de voedingsmiddelenindustrie en de chemische industrie. Zowel voor de industrie als de groot- en detailhandel handelen de meeste bedrijven met Zuid-Afrika, Egypte en Marokko. Binnen de groot- en detailhandel bestaat de top-3 van importeurs uit Afrika uit groothandelaren in voedingsmiddelen, non-food en machines. In de industrie zijn de meeste importeurs actief in de machine-industrie, op afstand gevolgd door de voedingsmiddelenindustrie en de elektrotechnische industrie.

Het grootbedrijf maakt 32 procent uit van het aantal exporteurs naar Afrika, maar is verantwoordelijk voor 81 procent van de exportwaarde. Bij de import was 33 procent van het aantal handelaren een grootbedrijf, waarmee ze 79 procent van de importwaarde voor hun rekening nemen. Voor landen als Nigeria, Algerije, Zuid-Afrika en Togo kwam minstens 85 procent van de exportwaarde in 2019 voor rekening van het grootbedrijf; voor Ghana was dit minder dan 50 procent. Voor Nigeria, Zuid-Afrika en Algerije is ook het aandeel van multinationals in de exportwaarde het hoogst, en voor Ivoorkust, Rwanda en Oeganda het laagst. Ook bij de import verschilt de mate waarin het Nederlandse grootbedrijf domineert. Voor Ivoorkust en Ghana was dit aandeel meer dan 80 procent. Voor Tanzania en Mozambique was het aandeel van het grootbedrijf in de invoer kleiner dan 25 procent.

Binnen het cluster agrofood exporteerden de meeste bedrijven naar Zuid-Afrika, Egypte en Marokko. Ten opzichte van 2015 is dit aantal sterk gedaald voor Zuid-Afrika, Senegal, Ivoorkust en Ghana. De exportwaarde van het agrofoodcluster laat zien dat na een scherpe daling in 2016 de waarde van de export door het agrofoodcluster in 2019 hersteld was tot een niveau boven dat van 2015. Er is dus een concentratie van de export opgetreden bij een kleiner aantal exporteurs. Waar het aantal exporteurs in het agrofoodcluster naar Afrika tussen 2015 en 2019 daalde, steeg het aantal importeurs van 760 naar 845. Deze stijging deed zich met name voor bij Marokko, Egypte en Kenia.

Voor het cluster gezondheidszorg veranderde het aantal bedrijven dat goederen exporteerde of importeerde naar Afrika tussen 2015 en 2019 nauwelijks. De branche met veruit de meeste exporteurs en importeurs was daarbij de groothandel in farmaceutische producten, medische instrumenten en orthopedische artikelen gevolgd door de industriële vervaardiging van farmaceutische producten anders dan farmaceutische grondstoffen.

4.6Data en methoden

Om de onderzoeksvragen in dit hoofdstuk te beantwoorden zijn de microcijfers voor de internationale handel in goederen (IHG) gekoppeld aan de UCI-lijst en het Bedrijfsdemografisch Kader (BDK). Met behulp van de UCI-lijst is bepaald of een bedrijf een buitenlandse multinational is; voor de afbakening van Nederlandse multinationals is gebruik gemaakt van gegevens over directe buitenlandse investeringen. Deze laatste gegevens bevatten informatie over deelnemingen van Nederlandse bedrijven in het buitenland. Indien ze een meerderheidsbelang hebben in het buitenland en dus een buitenlandse dochter hebben, dan zijn ze getypeerd als een Nederlandse multinational. Het BDK maakt het mogelijk bedrijven qua bedrijfstaktypering en grootteklasse goed te kunnen volgen in de tijd. Bij de analyse van de eerste twee onderzoeksvragen is gefocust op het Nederlandse bedrijfsleven; bij de derde onderzoeksvraag is bij het cluster gezondheidszorg ook de sector gezondheidszorg meegenomen.noot3 Het beperken van de analyse tot het Nederlandse bedrijfsleven maakt het mogelijk om voor dezelfde populatie ook de multinationals te onderzoeken.noot4 De aantallen bedrijven zijn afgerond op vijftallen.

In 2019 vertegenwoordigden de gekoppelde eenheden in het Nederlandse bedrijfsleven 57 procent van de totale Nederlandse exportwaarde van goederen naar Afrika en 72 procent van de import van goederen. De analyse beperkt zich tot de periode 2015–2019; voor het jaar 2020 waren er op het moment van analyse nog geen microcijfers van de internationale handel in goederen naar bedrijfskenmerken beschikbaar.

De clusters zoals die in paragraaf 4.4 zijn gebruikt, zijn afgebakend op basis van de bedrijfstakindeling in het Algemeen Bedrijvenregister door de voormalige topsectorindeling uit te breiden met de relevante branches in de groothandel, de technologie en de zorg. Er zijn geen individuele bedrijven toegevoegd aan deze clusters waar dit in de topsectordeling wel het geval was, zie CBS (2018). Concreet is de onderstaande afbakening gehanteerd:

Cluster agrofood

  • 01 Landbouw, jacht, visserij
  • C10 voedingsmiddelen excl. C109 vervaardiging van diervoeders
  • 462 Groothandel in landbouwproducten en levende dieren
  • 463 Groothandel in voedings- en genotmiddelen
  • 72111 Biotechnologisch speur- en ontwikkelingswerk op het gebied van agrarische producten en processen
  • 72191 Speur- en ontwikkelingswerk op het gebied van landbouw en visserij (niet-biotechnologisch)

Cluster gezondheidszorg

  • 2110 Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen
  • 2120 Vervaardiging van farmaceutische producten (geen grondstoffen)
  • 2660 Vervaardiging van bestralingsapparatuur en van elektromedische en elektrotherapeutische apparatuur
  • 35201 Tandtechnische bedrijven
  • 35202 Vervaardiging van medische instrumenten en hulpmiddelen (geen tandtechniek)
  • 4646 Groothandel in farmaceutische producten, medische instrumenten en orthopedische artikelen
  • 72112 Biotechnologisch speur- en ontwikkelingswerk op het gebied van medische producten en farmaceutische processen en van voeding
  • 72193 Speur- en ontwikkelingswerk op het gebied van gezondheid en voeding (niet-biotechnologisch)
  • Sectie Q (divisie 86: gezondheidszorg, divisie 87: verpleging en verzorging en divisie 88: maatschappelijke dienstverlening)

Cluster hernieuwbare energie

  • D35112 Productie van elektriciteit door windenergie
  • D35113 Productie van elektriciteit door zonnecellen en waterkracht

Cluster water

  • 3011 Bouw van schepen en drijvend materieel (geen sport- en recreatievaartuigen)
  • 3012 Bouw van sport- en recreatievaartuigen
  • 3315 Reparatie en onderhoud van schepen
  • E36 Winning en distributie van water
  • E37 Afvalwater-inzameling en –behandeling
  • 4221 Leggen van rioleringen, buizen en pijpleidingen; aanleg van bronbemaling
  • 4291 Natte waterbouw

4.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Ademyiwa, I. & Adeniran, A. (2020). Policies to Promote Digital Enterprise and Entrepreneurship in Africa. Centre for International Governance Innovation.

Berg, van den, M., Cremers, D., Lemmers, O. & Van Marrewijk, C. (2018). Does importing foster export performance? An overview of existing literature. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Berg, M. van den, Lammertsma, A., Peeters, T. & Rooyakkers, J. (2020). Samenstelling van de Nederlandse handel. In M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2020: export, investeringen en werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Brakman, S., Garretsen, H., Maarseveen, R. van & Zwaneveld, P. (2018). Firm heterogeneity and exports in the Netherlands: Identifying export potential. CPB Discussion Paper, 369. Den Haag: CPB.

Brakman, S., Garretsen, H. & Kohl, T. (2019). Tinbergen en de Nobelprijzen voor internationale handel. TPEdigitaal, 13(1), 1–7.

CBS (2018). Monitor topsectoren 2018. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2021). Internationale handel; in- en uitvoerwaarde, SITC (3 digits), landen [Dataset]. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 17 februari 2021.

Chong, S., Hoekstra, R, Lemmers, O., Van Beveren, I., Van den Berg, M., Van der Wal, R. & Verbiest, P. (2018) The role of small and medium-sized enterprises in the Dutch economy: An analysis using an extended supply and use table. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Cremers, D. & Jaarsma, M. (2020). Dienstenhandel en zwaartekracht; anders dan goederenhandel? In Creemers, S. & M. Jaarsma, (Red.), Internationaliseringsmonitor, derde kwartaal: Internationale handel in diensten en R&D. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Draper, H. (2020). Geografische dimensie van de Nederlandse goederenhandel. In M. Jaarsma en A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2020. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Evofenedex (2020). Kamer agendeert handelsbelemmeringen met Afrika. Zoetermeer.

Kaag, S. A. M. (2018). Handelsagenda [Kamerbrief]. Den Haag.

Lammertsma, A. (2020). Kenmerken van het internationale bedrijfsleven. In M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2020: export, investeringen en werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Notten, T. & Wong, K.F. (2019). Het belang van de groothandel voor de Nederlandse economie. In M. Jaarsma & R. Voncken, (Red.), Internationaliseringsmonitor, derde kwartaal: Groothandel. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Santos Silva, J.M.C. & Tenreyo, S. (2006). The log of gravity. The Review of Economics and Statistics, 88(4), 641–658.

UNCTAD (2020). Unctadstat. [Dataset]. Geraadpleegd op 19 januari 2021.

Vos, S. & Jaarsma, M. (2017). Bedrijven met handel in diensten; als bedrijven met internationale dezelfde prestaties goederenhandel? In M. Jaarsma & R. Voncken (Red.), Internationaliseringsmonitor 2017 tweede kwartaal: Internationale handel in diensten. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Voncken, R. & Cremers, D. (2018). Welke bedrijven exporteren waarheen? In M. Jaarsma & R. Voncken (Red.), Internationaliseringsmonitor 2018 eerste kwartaal: De positie van Nederland. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Noten

Voor 2019 kan de verdeling voor de multinationals nog niet gemaakt worden omdat de definitieve UCI-lijst voor dat jaar nog niet beschikbaar is.

De circulaire economie zoals recycling is moeilijk af te bakenen op basis van de bedrijfsindeling en is daarom buiten beschouwing gelaten.

Tot het Nederlandse bedrijfsleven worden de bedrijven gerekend in het Algemeen Bedrijven Register (ABR) tot de sectie B tot en met N plus divisie S95 behoren, met uitzondering van die in sectie K. De landbouw, bosbouw en visserij (A), de financiële instellingen (K), openbaar bestuur (O), onderwijs (P), gezondheidszorg (Q), cultuur, sport en recreatie (R), levensbeschouwelijke en politieke organisaties (divisie 94), wellness en uitvaartbranche (divisie 96), huishoudens (T) en extraterritoriale organisaties en lichamen (U) vallen dus buiten de populatie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Buiten het Nederlandse bedrijfsleven is er geen afbakening voor de multinationals beschikbaar.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Hans Draper

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Tim Peeters

Janneke Rooyakkers

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Janneke Rooyakkers

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Deirdre Bosch

Richard Jollie

Irene van Kuik

Tom Notten

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Gabriëlle de Vet

Karolien van Wijk

Khee Fung Wong