Nederlandse export is sterk afhankelijk van buitenlandse inputs

Foto omschrijving: Vrouw werkt in fabriek die vrachtwagens vervaardigt

Nederland in internationale waardeketens

Auteurs: Timon Bohn, Tom Notten, Khee Fung Wong

In deze figuur zien we vier stromen die de bestemming van de Nederlandse invoer van goederen en diensten in 2019 uitbeelden: 16 procent invoer voor directe consumptie in Nederland, 16 procent invoer voor productie en dienstverlening in Nederland ten behoeve van consumptie in Nederland, 31 procent invoer voor productie en dienstverlening in Nederland ten behoeve van de export, 37 procent invoer direct bestemd voor het buitenland. Bestemmingsverdeling van de goederen- en dienstenimport, miljard euro, 2019 Bron: CBS. Bestemming van de invoer goederen en diensten (2019) 591 miljard euro 16% 31% 37% Invoer voor directe consumptie NL: 16%

Door te opereren in internationale waardeketens is Nederland sterk verbonden met het buitenland. Nederland speelt een belangrijke rol als schakel in de wereldhandel, en met name in de intraregionale handel binnen de interne markt. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de herkomst en samenstelling van de Nederlandse invoerstroom. We onderzoeken ook wat er precies gebeurt met deze invoer van goederen en diensten. Nederlandse bedrijven importeren doorgaans veel goederen en diensten die (efficiënter) in het buitenland worden geproduceerd of die ze niet zelf kunnen produceren. Een aanzienlijk deel van deze goederen en diensten blijkt essentieel te zijn om (concurrerend) te kunnen exporteren.

6.1Belangrijkste bevindingen

De opkomst van internationale waardeketens betekent dat internationale productieprocessen steeds meer opgeknipt en verspreid worden over de hele wereld. Grondstoffen, halffabricaten en ook diensten passeren vaker meerdere grenzen waardoor inmiddels zelfs meer dan twee derde van de wereldwijde handel plaatsvindt via deze internationale waardeketens (Baldwin & Lopez-Gonzalez, 2015; World Bank & WTO, 2019). Ieder land dat deelneemt aan deze ketens heeft daarbij een andere rol. Volgens de OESO (2013) zijn bijvoorbeeld kleine (en open) economieën over het algemeen sterk afhankelijk van buitenlandse inputs om goederen en diensten te kunnen produceren voor het buitenland. Een dergelijk patroon zien we ook terug in Nederland. In hoofdstuk 2 van deze publicatie en in diverse CBS-onderzoeken (o.a. Lammertsma & Notten, 2019; Wong et al., 2019; Aerts et al., 2020b) kwam bijvoorbeeld al naar voren dat het importgehalte van de Nederlandse export vrij hoog is (circa 60 procent), en dit aandeel blijkt de laatste jaren zelfs gestaag te groeien. De actieve deelname van Nederland aan internationale waardeketens komt daarnaast tot uiting in het type goederen dat Nederland verhandelt. Zo vormen intermediaire goederen een belangrijk aandeel in de Nederlandse in- en uitvoer (Jaarsma & Wong, 2019; 2020).

Invoer die geen bewerking ondergaat

In dit hoofdstuk onderzoeken we hoe (diverse) goederen en diensten uit het buitenland in Nederland doorsijpelen. De infographic aan het begin van dit hoofdstuk laat zien wat er gedaan wordt met de invoer die Nederland binnenkomt. In 2019 heeft Nederland voor ongeveer 590,7 miljard euro aan goederen en diensten uit het buitenland ingevoerd, waarvan 425,7 miljard euro bestond uit goederen en 164,9 miljard euro uit diensten.noot1 Een aanzienlijk deel van de totale invoer van goederen en diensten (37 procent; donkerblauwe pijl) vond direct zijn weg naar het buitenland in de vorm van wederuitvoer. Daarbij gaat het voor het overgrote gedeelte om goederen, en in het bijzonder de invoer voor wederuitvoer van ICT-producten (zoals telecommunicatieapparatuur en elektrische apparaten – die zich in het algemeen bij uitstek lenen voor containervervoer), chemische producten, en aardolie en aardolieproducten. Slechts een heel klein gedeelte van de invoer van wederuitvoer betrof de invoer van diensten. Denk hierbij aan vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom die via Nederland lopen. De kleinste invoerstroom (lichtoranje pijl) in de infographic bestaat uit ingevoerde goederen en diensten die rechtstreeks bestemd zijn voor binnenlandse bestedingen. Hierin vormen voertuigen voor wegvervoer (inclusief onderdelen) de grootste goederencategorie. Bestedingen van Nederlandse toeristen in het buitenland vormen de grootste categorie diensteninvoer die bestemd is voor de binnenlandse markt.

47% van de totale Nederlandse invoer was bestemd voor verdere verwerking door Nederlandse bedrijven

Invoer die wél een bewerking ondergaat

Het gros van de invoer van goederen en diensten was bestemd voor verdere verwerking door Nederlandse bedrijven (zie donkeroranje én lichtblauwe pijlen in de infographic). Deze zogenaamde intermediaire invoer bedroeg 278,2 miljard euro en vertegenwoordigde daarmee 47 procent van de totale Nederlandse invoer. De intermediaire invoer bestaat uit grondstoffen, halffabricaten, tussenproducten of ondersteunende diensten, die in Nederland worden verwerkt in andere producten of gebruikt in de dienstverlening. De producten of diensten die Nederland hiermee voortbrengt, zijn ofwel bestemd voor de binnenlandse markt, ofwel voor de uitvoer. In de infographic zien we dat het Nederlandse bedrijfsleven twee derde van de intermediaire invoer verwerkt voor het bedienen van buitenlandse klanten (lichtblauwe pijl). In 2019 werd er voor 99,8 miljard euro aan goederen en voor 83,4 miljard euro aan diensten verwerkt in de uitvoer. Aardolieproducten en chemicaliën blijken het belangrijkste soort intermediaire invoer te zijn. Het overgrote gedeelte van de invoer van ruwe aardolie en aardolieproducten werd verwerkt in geëxporteerde goederen en diensten. Denk daarbij aan geraffineerde aardolieproducten die worden vervaardigd uit ruwe aardolie, maar ook aan kunststoffen met aardolie als grondstof en aan brandstoffen die worden gebruikt in de dienstenuitvoer van de transportsector. Chemische producten worden voornamelijk ingezet in productieprocessen gericht op de export. De invoer van diensten door bedrijven betrof vooral zakelijke diensten. Ook intellectueel eigendom werd veel door Nederlandse bedrijven ingevoerd en werd vooral ingezet voor de exportproductie. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn de belangrijkste herkomstlanden van diensten die worden verwerkt in de Nederlandse uitvoer.

Herkomst intermediaire invoer die verwerkt wordt in de uitvoer

Nederland speelt een belangrijke rol als schakel in de wereldhandel, en met name in de intraregionale handel binnen de interne markt. Een groot deel van de invoer die verwerkt is in de uitvoer kwam uit de EU-28 en gaat naar een ander (of hetzelfde) EU-28 land. Van de vier EU-landen die afzonderlijk in dit hoofdstuk worden behandeld had Nederland het meest aan invoer nodig uit Duitsland, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, België en Frankrijk. Landen die geografisch nabij Nederland liggen – en met name de buurlanden – blijken dus de belangrijkste leveranciers van intermediaire inputs die nodig zijn voor de Nederlandse uitvoer. De hoge mate van relatieve afhankelijkheid van de invoer uit Europa geldt vooral bij industriële producten en chemische producten. Ruwe aardolie en aardolieproducten waren verreweg de belangrijkste invoerproducten die verwerkt worden in de Nederlandse uitvoer, maar het merendeel van die invoer was wel afkomstig uit landen buiten Europa (denk dan bijvoorbeeld aan Rusland, Noorwegen en Nigeria). Tot slot blijken de Verenigde Staten en China ook belangrijke spelers te zijn voor de Nederlandse invoer die verwerkt wordt door Nederlandse bedrijven. Het belang van China was vooral groot voor invoer van machines en vervoermaterieel en industriële producten. De Verenigde Staten waren belangrijk bij de invoer van machines en vervoermaterieel en bij grondstoffen en minerale brandstoffen, maar het belang van de Verenigde Staten voor de Nederlandse invoer is met name zichtbaar bij de dienstenimport. Dit geldt vooral voor het gebruik van Amerikaans intellectueel eigendom.

6.2Het gebruik van de invoer

Deze paragraaf geeft een uitgebreide beschrijving van de bestemming van de Nederlandse invoer van goederen en diensten in 2019. Zoals de infographic aan het begin van dit hoofdstuk laat zien, onderzoeken we ook wat er verder precies gebeurt met de Nederlandse invoer van goederen en diensten. Is deze invoer bestemd voor een Nederlandse consument of wordt deze door een Nederlands bedrijf verwerkt in zijn productie voor de binnen- of buitenlandse markt, of verlaat deze invoer Nederland in vrijwel onbewerkte staat naar een ander land in de vorm van wederuitvoer? Uit welke goederen en diensten bestaan deze invoerstromen? En hoe hebben deze invoerstromen zich de laatste jaren ontwikkeld?

Bijna de helft van de goedereninvoer bestemd voor wederuitvoer

In 2019 bedroeg de invoer van goederen 425,7 miljard euro en de invoer van diensten 164,9 miljard euro, samen goed voor bijna 590,7 miljard euro, zie tabel 6.2.1.noot2 Zoals in tabel 6.2.1 te zien is (en ook weergegeven door de donkerblauwe pijl in de infographic), gaat een aanzienlijk deel van deze invoer direct weer naar het buitenland. Zo is bijna de helft van de 425,7 miljard euro aan goedereninvoer bestemd voor de wederuitvoer. Denk daarbij aan een zeecontainer vol consumentenelektronica uit China die door de douane in de Rotterdamse haven wordt ingeklaard en door een Nederlandse ingezetene doorverkocht wordt aan een groothandelaar in Duitsland. Zo was in 2017 circa 51 miljard euro van de 55 miljard euro aan Nederlandse goedereninvoer uit Azië bestemd voor wederuitvoer naar Europa (Franssen et al., 2020).

Naast wederuitvoer van goederen is er ook wederuitvoer van diensten. De wederuitvoer van diensten is, met 11,1 miljard euro, aanzienlijk kleiner en bestaat vooral uit betalingen voor royalty’s en licenties aan in Nederland geregistreerde bijzondere financiële instellingen (BFI’s), die de rechten over intellectueel eigendom beheren, en deze geïnde betalingen rechtstreeks afdragen aan buitenlandse moederbedrijven (Mellens, 2011; CBS, 2016).

6.2.1Bestemmingsverdeling van de goederen- en dienstenimport, 2019
Invoer voor binnenlands verbruik Invoer direct bestemd voor het buitenland (wederuitvoer) Totaal
invoer voor intermediair verbruik invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen
binnenlandse bestedingen export
mld euro
Goedereninvoer 51,8 99,8 64,9 209,2 425,7
Diensteninvoer 43,2 83,4 27,3 11,1 164,9
Totaal 95,0 183,2 92,2 220,3 590,7

Ongeveer 16 procent invoer direct naar Nederlandse klant

De kleinste invoerstroom (lichtoranje pijl) in de infographic bestaat uit ingevoerde goederen en diensten die rechtstreeks bestemd zijn voor binnenlandse bestedingen. Zo is een in Frankrijk geproduceerde en gebottelde fles wijn een voorbeeld van invoer die direct bestemd is voor de Nederlandse consument. Maar ook een door een Nederlands agrarisch bedrijf uit de Verenigde Staten ingevoerde landbouwmachine valt onder invoer die direct bestemd is voor binnenlandse bestedingen (investeringen in vaste activa). Deze goedereninvoer bedroeg 64,9 miljard euro in 2019. De diensteninvoer die direct bestemd was voor binnenlandse bestedingen bedroeg 27,3 miljard euro. Uitgaven van Nederlandse toeristen in het buitenland vallen bijvoorbeeld binnen deze categorie. Tezamen bedroeg de invoer van goederen en diensten die in 2019 rechtsreeks bestemd was voor binnenlandse bestedingen circa 16 procent van de totale invoer.

Twee derde intermediaire invoer bestemd voor verwerking in de uitvoer

Het gros van de invoer van goederen en diensten was bestemd voor verdere verwerking door Nederlandse bedrijven. Deze intermediaire invoer bedroeg 278,2 miljard euro en vertegenwoordigde daarmee 47 procent van de totale Nederlandse invoer. De intermediaire invoer kan weer worden onderverdeeld in intermediaire invoer van goederen en intermediaire invoer van diensten. Deze bedroegen in 2019 respectievelijk 151,6 miljard euro en 126,6 miljard euro. De intermediaire invoer wordt verwerkt in producten of gebruikt in de dienstverlening voor ofwel de binnenlandse markt, ofwel voor de uitvoer. Het Nederlandse bedrijfsleven verwerkte bijna twee derde van deze intermediaire invoer voor het bedienen van buitenlandse klanten. In 2019 werd er namelijk voor 99,8 miljard euro aan goederen en voor 83,4 miljard euro aan diensten verwerkt in de uitvoer. Zo worden er veel uit China geïmporteerde computers, computeronderdelen en telecommunicatieapparatuur verwerkt in de uitvoer. Voor de totstandkoming van de Nederlandse uitvoer worden ook veel financiële diensten, intellectueel eigendom en licenties uit de Verenigde Staten ingezet (Aerts et al., 2020a). In paragraaf 6.5 wordt dieper ingegaan op deze invoerstromen die verwerkt worden in de uitvoer.

De intermediaire invoer van goederen en diensten die door Nederlandse bedrijven werd verwerkt in producten of diensten voor de binnenlandse markt bedroeg 95,0 miljard euro, waarvan 51,8 miljard aan goederen en 43,2 miljard aan diensten. Steenkool uit Rusland is een voorbeeld van ingevoerde intermediaire invoer, (deels) bestemd voor de binnenlandse markt. Deze steenkool kan door Nederlandse energiebedrijven worden gebruikt om elektriciteit op te wekken voor Nederlandse huishoudens of voor de industrie. Een ander voorbeeld zijn Nederlandse bouwbedrijven die ledlampen uit China gebruiken in de bouw van bedrijfspanden. Nederlandse mediabedrijven die vergoedingen betalen aan Amerikaanse bedrijven voor de uitzendrechten van films, series of tv-shows zijn een voorbeeld van geïmporteerde diensten die verwerkt worden in diensten voor de binnenlandse markt (Aerts et al., 2020a).

6.3Samenstelling en herkomst van de goedereninvoer

Hoogste invoerwaarde bij ruwe aardolie en aardolieproducten

Met een invoerwaarde van 51,0 miljard euro, was ruwe aardolie en aardolieproducten verreweg de belangrijkste importcategorie bij de goederen, zie tabel 6.3.1. Deze ingevoerde producten worden voornamelijk gebruikt voor verdere verwerking voor de export of verlaten het land in onbewerkte staat als wederuitvoer. Ook bij verdere verwerking voor binnenlandse bestedingen is de categorie ruwe aardolie en aardolieproducten degene met de grootste invoerwaarde. De op één na grootste categorie bestaat uit telecommunicatieapparatuur, met een invoerwaarde van 27,1 miljard euro. Meer dan driekwart (78 procent) van deze invoer is bestemd voor wederuitvoer. De invoer van elektrische apparaten, de op twee na grootste importcategorie, bedroeg 26,0 miljard euro en van deze invoer is bijna twee derde (66 procent) bestemd voor wederuitvoer.

6.3.1Bestemmingsverdeling van de goederenimport naar goederencategorie, top-20, 2019
Invoer voor binnenlands verbruik Invoer direct bestemd voor het buitenland (wederuitvoer) Totaal
invoer voor intermediair verbruik invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen
binnenlandse bestedingen export
Goederencategorie (SITC-2) mld euro
Totaal (goederen) 51,8 99,8 64,9 209,2 425,7
Ruwe aardolie en aardolieproducten 4,8 24,9 0,9 20,5 51,0
Toestellen voor telecommunicatie en voor opnemen en weergeven van geluid 0,9 3,2 2,0 21,0 27,1
Elektrische apparaten, n.a.g. 3,2 3,5 2,1 17,2 26,0
Voertuigen voor wegvervoer 1,5 4,1 13,6 4,5 23,6
Computers en kantoormachines 1,1 1,3 3,8 16,6 22,8
Diverse fabricaten, n.a.g. 2,4 2,1 2,8 12,0 19,2
Diverse machines, n.a.g. 1,5 3,1 3,1 7,7 15,3
Instrumenten en apparaten voor beroepsuitoefening, wetenschap, n.a.g. 0,5 1,0 1,3 11,4 14,2
Kleding en toebehoren 0,6 0,2 3,1 9,1 13,0
Medicinale en farmaceutische producten 2,7 1,0 2,9 6,0 12,6
Groenten en fruit 1,1 1,1 2,4 7,9 12,5
Organische chemische producten 0,6 6,9 0,3 4,3 12,1
Gespecialiseerde machines 1,2 2,6 2,6 4,9 11,3
Metaalwaren, n.a.g. 2,9 2,6 1,0 3,5 10,0
Aardgas en industriegas 2,1 2,8 1,6 2,4 8,9
IJzer en staal 1,7 2,9 0,1 3,4 8,1
Andere chemische producten, n.a.g. 0,7 1,7 0,2 5,4 8,0
Generatoren en motoren 0,7 1,1 0,9 4,3 6,9
Koffie, thee, cacao, specerijen en fabricaten daarvan 0,6 2,5 0,7 2,2 6,0
Kunststof in primaire vormen 0,6 2,0 0,0 3,3 6,0

Invoer voor wederuitvoer gedomineerd door ICT-producten

De invoer voor wederuitvoer vormde in 2019, met een omvang van 209,2 miljard euro, de belangrijkste invoerstroom die ons land binnenkwam, zie tabel 6.3.1. Mellens et al. (2007) constateerden dat wederuitvoerstromen wereldwijd worden gedomineerd door ICT-producten – zoals machines, computers en elektronica – die zich in het algemeen bij uitstek lenen voor containervervoer. Dat beeld zien we ook terug in de samenstelling van de Nederlandse invoer voor wederuitvoer in 2019; ruim een kwart bestond uit deze goederen. De invoer voor wederuitvoer van telecommunicatieapparatuur bedroeg 21,0 miljard euro, van elektrische apparaten 17,2 miljard euro en van kantoor- en automatische gegevensverwerkende machines (computers) 16,6 miljard euro. Naast ICT-producten benadrukken Mellens et al. (2007) dat ook chemische producten een voorname rol spelen in wederuitvoerstromen. Dat wordt bevestigd door de cijfers voor 2019 waarin de invoer voor wederuitvoer van chemische producten gelijk was aan 25,8 miljard euro, ofwel een achtste deel van de totale invoer voor wederuitvoer.noot3 De aanwezigheid van de oliehaven in Rotterdam speelt een cruciale rol in de invoer voor wederuitvoer van ruwe aardolie en aardolieproducten. Deze stroom had in 2019 een waarde van 20,5 miljard euro. Ook de invoer voor wederuitvoer van kleding en toebehoren, met 9,1 miljard euro, en groenten en fruit, met 7,9 miljard euro, was aanzienlijk.

Aardolieproducten en chemicaliën belangrijk bij invoer voor intermediair verbruik

Na de invoer voor wederuitvoer was de invoer voor intermediair verbruik het grootst. In 2019 bedroeg deze invoer ruim 151,6 miljard euro. Deze invoer wordt verwerkt in goederen en diensten die zowel in Nederland als het buitenland worden afgezet. De invoer van ruwe aardolie en aardolieproducten voor intermediair verbruik bedroeg 29,7 miljard euro, waarvan 24,9 miljard euro verder werd verwerkt in geëxporteerde goederen en diensten. Denk daarbij aan geraffineerde aardolieproducten die worden vervaardigd uit ruwe aardolie, maar ook aan kunststoffen met aardolie als grondstof en aan brandstoffen die worden gebruikt in de dienstenuitvoer van de transportsector. De invoer van chemische producten voor intermediair gebruik bedroeg 22,1 miljard euro. Chemische producten worden voornamelijk ingezet in productieprocessen gericht op de export. Elektrische apparaten werden voor 6,7 miljard euro ingevoerd voor intermediair verbruik. Bij intermediair verbruik worden elektronische componenten en onderdelen gebruikt, die ook binnen de brede categorie elektrische apparaten vallen. Andere goederencategorieën met een aanzienlijke invoerwaarde voor intermediair verbruik zijn voertuigen voor wegvervoer (daaronder vallen ook nadrukkelijk onderdelen) met een invoerwaarde van 5,6 miljard euro, metaalwaren met 5,5 miljard euro en ijzer en staal met 4,6 miljard euro. In de paragrafen 6.6–6.8 wordt dieper ingegaan op de herkomstlanden van de goederencategorieën die zijn verwerkt in de export en ook op exportcategorieën die sterk op verwerkte invoer leunen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de uitvoer van aardolie en chemische producten.

Voertuigen voor wegvervoer grootste categorie voor directe binnenlandse bestedingen

De invoer die direct bestemd is voor binnenlandse bestedingen was, met een bedrag van 64,9 miljard euro, aanzienlijk kleiner dan de twee hiervoor genoemde invoerstromen. De grootste goederencategorie in deze invoerstroom was voertuigen voor wegvervoer (inclusief onderdelen) met een invoerwaarde van 13,6 miljard euro. Deze invoerstroom was goed voor 57,6 procent van de totale invoer van voertuigen voor wegvervoer. Daarmee is ruim de helft van de voertuigen voor wegvervoer, zoals personenauto’s of motoren, rechtstreeks bestemd voor de Nederlandse consument of ondernemer. Deze categorie omvat ook aftermarketproducten zoals vervangende onderdelen en accessoires. De invoer van computers en kantoormachines voor rechtstreekse binnenlandse bestedingen bedroeg 3,8 miljard euro en van diverse machines 3,1 miljard euro. De invoer voor rechtstreekse binnenlandse bestedingen van typische consumptiegoederen zoals kleding en toebehoren bedroeg 3,1 miljard euro en van medicijnen en farmaceutische producten 2,9 miljard euro. Naast voertuigen voor wegvervoer is ook meer dan de helft van de goedereninvoer van ander vervoermaterieel (waaronder vliegtuigen en schepen en boten) en meubelen en toebehoren bestemd voor directe binnenlandse bestedingen.

Intermediaire invoer en ‘Factory Europe’

Tabel 6.3.2 laat zien wat uiteindelijk met de invoer uit specifieke landen gedaan wordt. Duitsland is, met 76,5 miljard euro, de belangrijkste invoerpartner voor goederen, gevolgd door België (42,8 miljard euro) en China (42,3 miljard euro). Als we de Europese Unie (EU) als geheel beschouwen, dan blijkt deze goed voor 242,3 miljard euro. Daarmee was de interne EU-markt goed voor 57 procent van de totale Nederlandse goederenimport.

De invoer uit EU-landen die bestemd is voor verdere verwerking door Nederlandse bedrijven bedroeg 90,1 miljard euro en is goed voor 59 procent van de totale intermediaire goedereninvoer. Het gegeven dat Nederland veel goederen voor intermediair verbruik uit EU-landen importeert, bevestigt de hypothese van Baldwin en Lopez-Gonzalez (2015), dat internationale productieketens niet over de hele wereld verspreid zijn, maar geconcentreerd zijn in regionale blokken. Daarbij behoort Nederland tot het Europese regionale blok, de ‘Factory Europe’, waarbij de Europese interne markt waarschijnlijk een belangrijke rol speelt (Fritsch & Matthes, 2017).

6.3.2Bestemmingsverdeling van de goederenimport naar landen(groep) van herkomst, 2019
Invoer voor binnenlands verbruik Invoer direct bestemd voor het buitenland (wederuitvoer) Totaal
invoer voor intermediair verbruik invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen
binnenlandse bestedingen export
Landen en landengroepen mld euro
Duitsland 11,9 17,5 15,4 31,7 76,5
België 6,5 11,5 9,1 15,8 42,8
Frankrijk 2,1 3,6 2,9 8,2 16,8
Verenigd Koninkrijk 2,8 7,0 2,8 11,6 24,2
EU overig 10,5 16,7 12,6 42,3 82,0
Verenigde Staten 2,7 6,6 5,1 20,1 34,5
Amerika overig 1,3 3,7 1,1 8,4 14,5
China 4,0 5,3 6,1 27,0 42,3
Azië overig 4,2 9,7 6,1 37,6 57,7
Elders 5,8 18,2 3,7 6,5 34,4

Relatief veel intermediaire goedereninvoer uit het Verenigd Koninkrijk

Met een invoerwaarde van 24,2 miljard euro staat het Verenigd Koninkrijk voor Nederland op de vijfde plaats van belangrijkste importpartners. Van deze 24,2 miljard euro was iets minder dan de helft (11,6 miljard euro) bestemd voor wederuitvoer. Deze wederuitvoer had volgens Franssen et al. (2020) voornamelijk het Europese achterland als bestemming, waarbij zij aantonen dat Nederland een belangrijk scharnierpunt tussen het Verenigd Koninkrijk en het Europese achterland blijkt te zijn. Vergeleken met de goedereninvoer uit andere EU-landen, importeren Nederlandse bedrijven relatief veel goederen voor verdere verwerking uit het Verenigd Koninkrijk. De invoer uit het Verenigd Koninkrijk is namelijk voor 41 procent bestemd voor verdere verwerking, terwijl dat voor andere EU-landen 37 procent bedraagt. Daarbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat een aanzienlijk deel van de goedereninvoer uit het Verenigd Koninkrijk uit ruwe aardolie en aardolieproducten bestaat (CBS, 2019).

Belang van toeleveringen uit China en de Verenigde Staten gegroeid

Met een invoerwaarde van 42,3 miljard euro en 34,5 miljard euro zijn China en de Verenigde Staten de belangrijkste niet-Europese importpartners. De invoer uit China, de Verenigde Staten en andere overzeese landen(groepen) is grotendeels bestemd voor het buitenland en met name voor wederuitvoer naar het Europese achterland (Franssen et al., 2020). Dit benadrukt de positie van Nederland als handelsknooppunt. Uit zowel China als de Verenigde Staten bedroeg de invoer voor intermediair verbruik 9,3 miljard euro in 2019, waarbij de invoer uit China relatief vaker wordt ingezet om de Nederlandse markt te bedienen (4,0 miljard euro) dan de invoer uit de Verenigde Staten (2,6 miljard euro). Het aandeel van beide landen in de totale invoer voor verdere verwerking is de laatste jaren toegenomen, zie figuur 6.3.3. Het aandeel van China is toegenomen van 5,1 procent in 2015 tot 6,3 procent in 2019, terwijl het aandeel van de Verenigde Staten toenam van 5,8 tot 6,3 procent (Aerts et al., 2020b).

Aandeel van toeleveringen uit de Europese Unie ook toegenomen

Uit figuur 6.3.3 blijkt dat naast China en de Verenigde Staten, ook het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de totale invoer voor intermediair verbruik is toegenomen, van 5,2 procent in 2015 tot 6,2 procent in 2019. Deze toename komt voornamelijk door meer invoer van ruwe aardolie en aardolieproducten (CBS, 2019). Deze groei in invoerwaarde werd zowel veroorzaakt door prijsstijgingen als door hogere invoervolumes. Het aandeel van EU-landen in de goedereninvoer voor intermediair verbruik is ook toegenomen, van 55,3 procent in 2015 tot 59,5 in 2019 (de EU-28 wordt vertegenwoordigd vanaf de verticale as links tot en met de oranje balk). Exclusief het Verenigd Koninkrijk nam het aandeel van EU-landen in de goedereninvoer voor verdere verwerking toe van 50,0 tot 53,0 procent.

6.3.3 Aandelen van landen(groepen) in de goedereninvoer voor intermediair verbruik (%)
Duitsland België Frankrijk Verenigd Koninkrijk EU overig Verenigde Staten Amerika overig China Azië overig Elders
2019 19,4 11,9 3,8 6,5 18 6,2 3,3 6,1 9,2 15,8
2018 18,8 11,8 3,6 6,9 17,5 5,4 3,1 5 9 18,8
2017 19 11,8 3,6 5,8 16,8 5,2 3,3 4,7 9,7 20
2016 19,4 11,5 3,8 5,6 16,4 5,2 3,7 4,9 8,9 20,7
2015 17,6 10,7 3,8 5,3 17,8 5,2 3,2 4,6 9,8 22

6.4Samenstelling en herkomst van de diensteninvoer

Andere zakelijke diensten dominant in dienstenimport

De grootste categorie bij de invoer van diensten is ‘andere zakelijke diensten’, zie tabel 6.4.1. Nederland importeerde in 2019 voor 51,3 miljard euro aan zakelijke diensten, waarvan het overgrote merendeel (91,6 procent) werd ingevoerd door bedrijven. Van deze 47,0 miljard euro aan invoer van zakelijke diensten bestemd voor intermediair verbruik, werd bijna twee derde gebruikt om de Nederlandse export van goederen en diensten mogelijk te maken. Deze in de export verwerkte zakelijke diensten bestonden voor 15,4 miljard euro uit professionele en managementadviesdiensten en voor 14,9 miljard euro uit technische en aan de handel verbonden diensten.

Intellectueel eigendom belangrijke buitenlandse diensteninput voor de export

Betalingen aan het buitenland voor het gebruik van intellectueel eigendom waren de tweede belangrijkste categorie met een invoerwaarde van 25,0 miljard euro. Deze waren ook grotendeels (97 procent) bestemd voor intermediair verbruik. Ruim driekwart van deze intermediaire invoer was bestemd voor verdere verwerking in de Nederlandse export van goederen en diensten. Onder betalingen voor het gebruik van intellectueel eigendom vallen bijvoorbeeld softwarelicenties en vergoedingen voor het gebruik van patenten.

6.4.1Bestemmingsverdeling van de dienstenimport naar dienstencategorie, top-10, 2019
Invoer voor binnenlands verbruik Totaal
invoer voor intermediair verbruik invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen
binnenlandse bestedingen export
Dienstencategorie mld euro
Totaal (diensten) 43,2 83,4 27,3 164,9*
Andere zakelijke diensten 16,1 30,9 4,3 51,3
Royalty’s 5,9 18,3 0,8 25,0
Reisverkeer 2,1 1,7 15,3 19,2
Vervoersdiensten 4,6 12,5 0,9 18,1
ICT-diensten 4,4 6,7 4,2 15,3
Financiële diensten 4,4 2,8 0,3 7,5
Industriële diensten 0,8 3,3 0,1 4,2
Bouwdiensten 2,0 0,4 0,5 2,8
Pers., cult. en recreatieve diensten 0,9 1,7 0,1 2,6
Onderhoud en reparatie 0,7 1,1 0,0 1,8

*Inclusief invoer voor wederuitvoer van diensten.

De derde grootste categorie is het reisverkeer met een invoerwaarde van 19,2 miljard euro. In tegenstelling tot de twee voorgaande dienstencategorieën is de invoer van reisverkeersdiensten voor 80,1 procent bestemd voor privéverbruik. Hieronder vallen de uitgaven van Nederlandse toeristen tijdens hun verblijf in het buitenland. De overige intermediaire invoer van reisverkeer valt onder zakelijk reisverkeer.

De invoer van vervoersdiensten bedroeg 18,1 miljard euro in 2019, waarvan 94,7 procent bestemd was voor intermediair verbruik. Vrachtvervoer valt onder deze categorie. Nederlandse bedrijven huren bijvoorbeeld buitenlandse expediteurs in om goederen te vervoeren. De overige 5,3 procent bestaat uit invoer van vervoersdiensten voor binnenlandse bestedingen. Daaronder valt het passagiersvervoer.

In 2019 voerde Nederland voor 15,3 miljard euro aan telecommunicatie- en computerdiensten in. Daarvan was 72,8 procent bedoeld voor intermediair verbruik, waarbij opnieuw het merendeel werd verwerkt in de Nederlandse uitvoer van goederen en diensten. Denk daarbij aan ingevoerde ICT-diensten. De overige 27,2 procent was bestemd voor binnenlandse bestedingen, bijvoorbeeld door het gebruik van telecommunicatienetwerken op mobiele telefoons van Nederlandse consumenten op vakantie in het buitenland.

De Verenigde Staten, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van groot belang voor de Nederlandse dienstenimport

Tabel 6.4.2 toont aan hoe de dienstenimport uit een aantal landen(groepen) in Nederland doorsijpelt. De Verenigde Staten zijn de belangrijkste invoerpartner wat betreft diensten (21,8 miljard euro) gevolgd door Duitsland (19,9 miljard euro) en het Verenigd Koninkrijk (19,6 miljard euro). De interne EU-markt was, met 96,2 miljard euro, goed voor 58 procent van de totale diensteninvoer. De invoer uit EU-landen die bestemd is voor verdere verwerking door Nederlandse bedrijven bedroeg 77,5 miljard euro, goed voor 61 procent van de totale diensteninvoer voor intermediair verbruik. In vergelijking met de goedereninvoer is het aandeel van China en andere Aziatische landen in de intermediaire diensteninvoer bescheiden.

6.4.2Bestemmingsverdeling van de dienstenimport naar landen(groep) van herkomst, miljard euro, 2019
Invoer voor binnenlands verbruik Totaal
invoer voor intermediair verbruik invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen
binnenlandse bestedingen export
Landen en werelddelen mld euro
Duitsland 5,1 9,8 5,0 19,9
België 3,0 5,0 2,0 10,0
Frankrijk 2,5 4,5 1,8 8,9
Verenigd Koninkrijk 6,0 11,2 2,4 19,6
EU overig 10,7 19,7 7,4 37,8
Verenigde Staten 6,5 12,6 2,7 21,8
Amerika overig 1,7 3,4 0,8 6,0
China 0,5 1,0 0,4 1,8
Azië overig 3,3 5,9 2,4 11,5
Rest van de wereld 2,9 6,7 2,3 12,0

Figuur 6.4.3 laat zien dat het aandeel van EU-landen in de totale intermediaire diensteninvoer is toegenomen van 54,7 procent in 2015 tot 61,3 procent in 2019 (de EU-28 wordt vertegenwoordigd vanaf de verticale as links tot en met de oranje balk). Deze groei is breed gedragen. Zowel de diensteninvoer uit Duitsland, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk als overige EU-landen (waarbij voornamelijk Ierland en Polen in het oog springen) droegen bij aan deze groei. Dit is in lijn met Lemmers (2015) en Bohn et al. (2018), die observeren dat het aandeel van de handel van de dienstensector sinds 2000 sterk is gegroeid ten opzichte van de handel van de maakindustrie. Exclusief het Verenigd Koninkrijk nam het aandeel van EU-landen toe van 39,5 procent in 2015 tot 47,4 procent in 2019. Hoewel de intermediaire diensteninvoer uit het Verenigd Koninkrijk nog wel toenam, is het aandeel van het Verenigd Koninkrijk afgenomen van 15,2 procent tot 13,6 procent.

6.4.3 Aandelen van landen(groepen) in de diensteninvoer voor intermediair verbruik (%)
Duitsland België Frankrijk Verenigd Koninkrijk EU overig Verenigde Staten Amerika overig China Azië overig Rest van de wereld
2019 12,2 6,6 5,8 14,1 24,9 15,6 4,2 1,2 7,5 7,9
2018 12,3 5,8 5,7 12,3 23,0 13,8 4,6 1,7 7,5 13,3
2017 11,7 5,9 5,3 12,7 22,0 13,9 4,8 2,0 6,6 15,1
2016 11,2 5,5 4,6 13,9 20,0 13,6 4,1 2,4 6,8 18,0
2015 10,2 5,7 4,4 15,2 19,2 14,2 4,5 2,0 6,6 18,1

6.5Het belang van de invoer voor de Nederlandse uitvoer

De bovenstaande paragrafen lieten zien dat minder dan een kwart (23,4 procent) van de goedereninvoer en iets meer dan de helft (50,5 procent) van de diensteninvoer gebruikt wordt in de productie van exportgoederen en/of -diensten. Omgekeerd is de Nederlandse export van goederen en diensten doorgaans ook sterk afhankelijk van buitenlandse inputs. Uit hoofdstuk 2 van deze publicatie blijkt bijvoorbeeld dat er in 2019 voor iedere euro aan export van goederen van Nederlandse makelij ongeveer 46 cent aan geïmporteerde goederen en diensten nodig was. Voor de Nederlandse export van diensten was dit zogenaamde importgehalte 38 procent. In de paragrafen 6.5–6.8 wordt verder ingegaan op de herkomst en samenstelling van de invoerstromen die verwerkt worden in de Nederlandse export. Zo wordt gekeken welke invoer uit welk land verwerkt wordt in de export naar bepaalde grote handelspartners. Ook wordt uitgebreid onderzocht welke buitenlandse inputs uiteindelijk essentieel blijken te zijn om bepaalde exportproducten te kunnen maken, of om bepaalde Nederlandse diensten in het buitenland te kunnen verlenen.

Over het algemeen leunt de dienstenexport meer op de invoer van diensten dan de goederenexport, zie tabel 6.5.1. Meer dan driekwart (77 procent) van de verbruikte invoer betreft diensten. Bij de goederenuitvoernoot4 is een identiek patroon zichtbaar; het merendeel (76 procent) van de totale invoer ten behoeve van de goederenuitvoer bestaat uit goederen.

6.5.1Samenstelling van de export in 2019 (met aandelen van de benodigde invoer)
Goederenexport Dienstenexport
mln euro % mln euro %
Totale export 232 472 172 634
Goedereninvoer 82 101 76 14 437 23
Diensteninvoer 25 663 24 48 051 77

6.6Internationale verwevenheid via Nederlandse in- en uitvoer

Tegenwoordig worden steeds meer goederen en diensten geproduceerd in lange en geografisch gefragmenteerde waardeketens. Tabel 6.6.1 illustreert de onderlinge verwevenheid van de wereldeconomie via de Nederlandse keten. Het toont in hoeverre de invoer van goederen en diensten uit het ene land (of regio) verder verwerkt wordt in de uitvoer naar het andere land in het jaar 2019. Zo werd er in 2019 bijvoorbeeld voor 24,5 miljard euro aan goederen en diensten ingevoerd uit Duitsland die uiteindelijk bestemd was voor het buitenland. Van deze import uit Duitsland werd 16 procent – 3,9 miljard euro – verwerkt in de export naar Azië. Tegelijkertijd werd er door Nederlandse bedrijven voor 19,7 miljard euro aan invoer gebruikt om goederen of diensten naar het continent Amerika te kunnen exporteren. Van deze invoer was 56 procent afkomstig uit de EU (10,9 miljard euro), 16 procent uit het continent Amerika zelf (3,1 miljard euro), en 13 procent uit Azië (2,6 miljard euro).

Herkomst en bestemming van ingevoerde intermediaire goederen en diensten die in Nederland verder verwerkt worden tot finale goederen en diensten in 2019. 53 procent van de invoer die Nederland nodig heeft in het produceren van haar export kwam in 2019 uit de EU-28. De ingevoerde goederen en diensten worden verwerkt in de uitvoer waarvan het merendeel bestemd is voor de EU-28 (57 procent). naar EU-28 naar Amerika naar Azië naar overige landen 57% 12% 13% 18% vanuit EU-28 53% uit Amerika 13% uit Azië 12% uit overige landen 22%

Europese productieketens belangrijk voor Nederland

De cijfers laten eens te meer zien dat Nederland een belangrijke rol heeft in de intraregionale handel binnen de interne markt, zoals eerder is benadrukt door Baldwin & Lopez-Gonzalez (2013). Een groot deel van de invoer die verwerkt is in de uitvoer (57,1 miljard euro, goed voor 34 procent van de totale invoer voor intermediair verbruik) kwam uit de EU-28 en gaat naar een ander (of hetzelfde) EU-28 land. Dat is niet verrassend, aangezien veel handel nog steeds binnen Europa plaatsvindt. Het belang van invoer uit de EU-28 die bestemd is voor de Nederlandse uitvoer naar alle landen (zowel binnen als buiten de EU) is met 53 procent (90,3 miljard euro) erg groot. Van de vier onderzochte EU-landen (in 2019) had Nederland daarbij voornamelijk invoer uit Duitsland nodig (24,5 miljard euro), gevolgd door invoer uit het Verenigd Koninkrijk (15,8 miljard), België (15,1 miljard) en Frankrijk (7,2 miljard). De gebruikte invoer uit de andere 24 EU-landen was samen goed voor 27,8 miljard euro. Landen die geografisch nabij Nederland liggen – en met name de buurlanden – blijven dus de belangrijkste leveranciers van intermediaire inputs die nodig zijn voor de Nederlandse uitvoer. De cijfers suggereren echter ook dat invoer uit het Verenigd Koninkrijk belangrijk is (met een aandeel van bijna 10 procent van de totale invoer die verwerkt is in de Nederlandse uitvoer) en dat eventuele handelsbelemmeringen als gevolg van de Brexit de algehele Nederlandse export kunnen gaan bemoeilijken.

€ 24,5 miljard was de invoerwaarde uit Duitsland die door bedrijven werd verwerkt in de Nederlandse uitvoer Buitenvorm Binnenvorm

Invoer uit de Verenigde Staten belangrijker voor Nederlandse producenten dan invoer uit China

Buiten Europa blijken de Verenigde Staten en China belangrijke spelers te zijn voor de Nederlandse invoer die verwerkt wordt door Nederlandse bedrijven (Aerts et al., 2020a). Ondanks de groeiende invloed van China in de afgelopen jaren (Creemers et al., 2020; Draper, 2020) hebben Nederlandse bedrijven nog steeds meer dan drie keer zoveel invoer uit de Verenigde Staten nodig (16,5 miljard euro) als uit China (5,2 miljard euro) om de export te kunnen verwezenlijken. Dit kan onder andere worden verklaard doordat de Verenigde Staten niet alleen een belangrijke toeleverancier zijn op het gebied van goederen, maar ook de belangrijkste toeleverancier van diensten zijn (Notten & Voncken, 2019; Aerts et al., 2020a). De import uit China bestaat daarentegen vrijwel volledig uit goederen. Ten opzichte van andere genoemde handelspartners in tabel 6.6.1 lijkt de import uit China ook minder belangrijk voor de Nederlandse uitvoer. Maar dit is alleen van toepassing op het totale niveau. De invoer van bepaalde producten uit China, vooral computers en onderdelen (bijvoorbeeld chips), is van cruciaal belang voor de Nederlandse export. Deze hightech-invoer uit China wordt vooral verwerkt in de uitvoer van verschillende diensten, wegvoertuigen en gespecialiseerde machines (Aerts et al. 2020a).

Invoer die gebruikt wordt in de uitvoer naar herkomst en bestemming in 2019, waaruit blijkt dat de meeste invoer uit de EU komt. H e r k o m s t v an i n v oer B e s t e mm i n g v an u i t v oer EU-28 A m eri k a Az i ë E ld e r s 1) T o t a al EU-28 A m eri k a Az i ë E ld e r s 1) T o t a al België Duitsland F r ankrijk V e r enigd K oninkrijk O v erige EU-28 V e r enigde S taten O v erig Ameri k a China O v erig Azië 9,8 (10%) (65%) 1,6 (8%) (11%) 2,9 (15%) (12%) 0,8 (4%) (11%) 2,2 (11%) (14%) 3,4 (18%) (12%) 2,4 (12%) (14%) 0,8 (4%) (12%) 0,7 (3%) (13%) 1,9 (10%) (13%) 3,0 (15%) (8%) 2,1 (9%) (14%) 3,9 (17%) (16%) 1,0 (5%) (14%) 2,2 (10%) (14%) 4,0 (18%) (15%) 2,5 (11%) (15%) 0,8 (4%) (13%) 0,9 (4%) (17%) 2,2 (10%) (15%) 2,9 (13%) (8%) 1,5 (5%) (10%) 2,4 (8%) (10%) 0,7 (2%) (10%) 1,8 (6%) (11%) 2,6 (8%) (9%) 1,7 (6%) (11%) 0,7 (2%) (10%) 0,5 (2%) (10%) 1,7 (6%) (12%) 17,1 (55%) (46%) 15,1 (100%) 2 4,5 (100%) 7,2 (100%) 15,8 (100%) 27,8 (100%) 16,5 (100%) 6,5 (100%) 5,2 (100%) 14,7 (100%) 37,0 (100%) 170,3 (100%) 15,4 (16%) (63%) 4,7 (5%) (65%) 9,6 (10%) (61%) 17,7 (18%) (64%) 9,9 (10%) (60%) 4,2 (4%) (65%) 3,1 (3%) (60%) 8,8 (9%) (60%) 14,0 (14%) (38%) 97,2 (100%) 19,7 (100%) 22,6 (100%) 30,8 (100%) 6.6.1 I n v oer d i e w o rd t g e b ruikt i n d e u i t v oe r , mi l ja r d e u r o, 2019 worden in de figuur weerspiegeld. Verenigd Koninkrijk in 2019 nog wel een lidstaat was. Zowel goederen als diensten die verwerkt worden in de uitvoer NB: In dit hoofdstuk beschouwen we het Verenigd Koninkrijk altijd als onderdeel van de EU-28, omdat het Internationale Handel in Diensten kan een deel van de in- en/of uitvoerwaarde niet gekoppeld worden aan een land. tussen de gegevens van de Nationale Rekeningen en de statistieken Internationale Handel in Goederen en 1) De ‘elders’ landengroep bestaat uit alle overige landen ter wereld inclusief een groep ‘onbekend’. Bij de koppeling

6.7De aan de export verbonden import verder ontrafeld

Goedereninvoer verwerkt in de uitvoer

Figuur 6.7.1 laat zien hoe de goedereninvoernoot5 die in 2019 gebruikt werd in de productie van de Nederlandse export is samengesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar chemische producten; minerale brandstoffen en grondstoffen; industriële producten; machines en vervoermaterieel; en voeding en dranken.noot6 In 2019 was er in totaal 32,5 miljard euro aan import van grondstoffen en minerale brandstoffen nodig om de export te verwezenlijken. In paragraaf 6.3 kwam al eerder naar voren dat het vooral ging om de invoer van aardolie en aardolieproducten. Nederlandse bedrijven gebruikten (d.w.z. importeerden) daarnaast tussen 12,6 en 16,3 miljard euro aan elk van de overige productcategorieën.

De EU als geheel is wederom de belangrijkste importpartner van Nederland. De 28 landen die de EU vormen, worden in figuur 6.7.1 weergegeven tot en met de oranje balk (van links uit gezien). De EU-landen blijken verantwoordelijk voor iets meer dan de helft (51 procent) van de goederenimport die benodigd was voor de Nederlandse export. Deze afhankelijkheid is iets lager dan het aandeel van 53 procent wanneer goederen én diensten samen worden genomen (zie tabel 6.6.1). Voor elke productcategorie is het aandeel uit de EU hoger dan 50 procent, behalve voor grondstoffen en minerale brandstoffen (waarvan 70 procent afkomstig is van landen van buiten de EU).

Regionale specialisatie zichtbaar in invoer uit EU-28

De hoge mate van relatieve afhankelijkheid van de invoer uit Europa geldt vooral bij industriële producten (73 procent) en chemische producten (71 procent). Opvallend voor deze twee categorieën is dat de overige EU-28 aanzienlijk belangijker was wat betreft de import van industriële producten (en ook bij machines en vervoermaterieel) dan voor chemische producten (en andere categorieën). Dit staat mogelijk in verband met de uitbesteding van productie naar Centraal- en Oost-Europa (Fritsch & Matthes, 2017). Verder blijkt België als herkomstland belangrijk te zijn voor de import van chemische producten: 20 procent kwam uit België, bijna het dubbele van het Belgische aandeel in de import van alle goederen (12 procent). Het beperkte importaandeel van grondstoffen en minerale brandstoffen uit Europa is te verklaren door de grote import uit overige landen. Deze import is volgens Aerts et al. (2020a) voornamelijk aan Rusland en Noorwegen toe te schrijven. Frankrijk is – na uittreding van het Verenigd Koninkrijk de op één na grootste economie in de EUnoot7 – bij geen enkele invoercategorie dominant in vergelijking met de andere uitgekozen EU-landen. De belangrijkste importcategorie uit Frankrijk was voeding en dranken (met een aandeel van 8 procent).

Buiten de EU-28 spelen China en de Verenigde Staten een belangrijke rol in de invoer van bijna alle categorieën behalve voeding en dranken: 11 procent van de totale invoer gebruikt voor de uitvoer kwam samen uit die twee landen. Het belang van China was vooral groot in de invoer van machines en vervoermaterieel (het Chinese aandeel was 13 procent) en in mindere mate ook voor industriële producten (9 procent). De Verenigde Staten waren ook belangrijk bij de invoer van machines en vervoermaterieel (9 procent) en bij grondstoffen en minerale brandstoffen (9 procent). Verder blijkt bijna een kwart (24 procent) van de invoer van machines en vervoermaterieel uit Azië te komen (inclusief China). De belangrijkste categorieën met betrekking tot Amerika (d.w.z. de Verenigde Staten en overig Amerika) waren grondstoffen en minerale brandstoffen (15 procent). Ook is een groot deel van de ingevoerde voeding en dranken, ingezet in de productie voor de export, afkomstig uit overig Amerika (8 procent).

6.7.1 Samenstelling invoer gebruikt voor de uitvoer, naar herkomst en goederencategorie, 2019
Duitsland België Frankrijk Verenigd Koninkrijk Overig EU-28 Verenigde Staten Overig Amerika China Overig Azië Rest
Chemische
producten
3553 2912 887 1086 1926 1015 383 752 1421 592
Grondstoffen en minerale brandstoffen 1393 2226 448 4107 1589 3063 1954 119 4392 13230
Industriële producten 4475 2078 614 577 3428 632 98 1334 1073 945
Machines en vervoermaterieel 4525 1773 435 595 3145 1424 105 2064 1892 369
Voeding en dranken 2603 1920 1036 365 1497 169 1040 196 1151 2598
Totaal 16548 10910 3420 6730 11586 6302 3580 4465 9928 23070

Ruwe aardolie en aardolieproducten belangrijkste invoer benodigd voor uitvoer

Tabel 6.7.2 toont de herkomst van de top-20 belangrijkste goederencategorieën in de invoer die wordt verwerkt in de Nederlandse uitvoer van goederen en diensten. In principe levert deze tabel, die een verdere uitsplitsing van de herkomst van de belangrijkste importproducten geeft, vrijwel dezelfde inzichten op als in figuur 6.7.1. De met afstand belangrijkste geïmporteerde goederencategorie verwerkt in de Nederlandse uitvoer was ruwe aardolie en aardolieproducten ter waarde van 24,6 miljard euro. Meer dan een kwart (25,5 procent) van de totale invoerwaarde van goederen voor verdere bewerking bestond uit ruwe aardolie en aardolieproducten. Bijna de helft van die invoer was afkomstig uit de ‘overige landengroep’ (Rest), die vooral bestaat uit Rusland (5,4 miljard euro), Noorwegen (2,4 miljard euro), Irak (1,3 miljard euro), Nigeria (1,2 miljard euro), Koeweit (936 miljoen euro) en Saoedi-Arabië (664 miljoen euro). De invoer van aardolie en aardolieproducten bestemd voor de uitvoer was vooral verwerkt in de uitvoer van dezelfde categorie, ruwe aardolie en aardolieproducten (17,5 miljard euro) met een aandeel van 71 procent in de invoer die werd verwerkt in de uitvoer. Ook was er veel ruwe aardolie en aardolieproducten verwerkt in de uitvoer van organische chemische producten (1,3 miljard euro), kunststof in primaire vormen (1,2 miljard euro), en vervoersdiensten (1,1 miljard euro). Dit is bijvoorbeeld ruwe aardolie die in Nederland via de haven wordt ingevoerd, die in olieraffinaderijen wordt bewerkt tot eindproducten (bijvoorbeeld benzine, kerosine, diesel en lpg) of halffabricaten (bijvoorbeeld als grondstof voor kunststoffen die tot speelgoed en verpakkingsmaterialen verwerkt kunnen worden) om dan verder te worden gedistribueerd naar het buitenland. De ingevoerde ruwe aardolie en aardolieproducten worden verwerkt in de uitvoer waarvan het merendeel bestemd is voor de EU (56 procent), 15 procent van deze uitvoer gaat naar Amerika, 12 procent naar Azië, en 17 procent naar de rest van de wereld.

Invoer verwerkt in export komt vaak in EU terecht

De op één na grootste importcategorie was organische chemische producten met een invoerwaarde van bijna 7 miljard euro. Een kwart van deze invoer werd gebruikt in de uitvoer van dezelfde categorie (1,9 miljard euro), 18 procent in kunststof in primaire vormen (1,2 miljard euro), 13 procent in ruwe aardolie en aardolieproducten (876 miljoen euro), en 9 procent in industriële diensten (620 miljoen euro). Twee derde (67 procent) van de benodigde invoer die wordt verwerkt tot uitvoer, heeft als bestemming de EU en 14 procent Azië. Op de derde en vierde plek volgen voertuigen voor wegvervoer (4 miljard euro) en diverse machines (3 miljard euro). 87 procent van de invoer van voertuigen voor wegvervoer die voor de export was bestemd kwam ook bij dezelfde exportcategorie terecht; de rest vooral in zakelijke en industriële diensten, generatoren en motoren, en gespecialiseerde motoren. Elektrische apparaten (3 miljard euro) completeren de top-5. Uit tabel 6.7.2 blijkt dat er in het algemeen een grote diversiteit aan geïmporteerde goederencategorieën nodig is om te kunnen exporteren, variërend van ruwe aardolie en aardolieproducten (om bijvoorbeeld chemische producten te maken) tot aan graanproducten (om bijvoorbeeld veevoeder te kunnen exporteren). Bijna elk invoerproduct dat wordt verwerkt in de uitvoer heeft vooral de EU als bestemming. De enige uitzonderingen zijn machines (gespecialiseerde machines, machines voor metaalbewerking en diverse machines) en diverse instrumenten en apparaten. In Nederland geproduceerde machines die bestemd zijn voor de uitvoer komen ook vaak in Azië (30 procent) en Amerika (16 procent) terecht, en hetzelfde patroon geldt voor instrumenten en apparaten.

Voor de Nederlandse export was de EU in relatieve zin de belangrijkste leverancier van zuivel en eieren (99 procent van de invoerwaarde van deze categorie), papier, karton en artikelen (90 procent), kunststof in primaire vormen (85 procent), ijzer en staal (83 procent), voertuigen voor wegvervoer (81 procent), en vlees en vleesproducten (74 procent). Amerika was bovengemiddeld belangrijk als herkomstregio in de invoer van oliehoudende zaden en vruchten (52 procent), plantaardige oliën en vetten (17 procent), en gespecialiseerde machines (15 procent). Ten slotte was Azië (inclusief China) belangrijk voor de invoer van toestellen voor telecommunicatie en voor het opnemen en weergeven van geluid (61 procent), plantaardige oliën en vetten (38 procent), en elektrische apparaten (31 procent).

6.7.2Herkomst van goederen verwerkt voor de uitvoer, naar goederencategorie en herkomstland, top-20, 2019
EU Amerika Azië Rest Totaal
Goederencategorie (SITC-2) mln euro
Totaal 49 194 9 882 14 393 23 069 96 538
Ruwe aardolie en aardolieproducten 6 655 3 345 4 202 10 387 24 589
Organische chemische producten 4 436 798 1 328 307 6 870
Voertuigen voor wegvervoer 3 198 399 304 50 3 951
Diverse machines, n.a.g. 2 119 184 510 127 2 940
Elektrische apparaten, n.a.g. 1 677 229 905 76 2 886
IJzer en staal 2 311 45 171 265 2 792
Aardgas en industriegas 699 87 2 1 819 2 608
Metaalwaren, n.a.g. 1 826 99 510 59 2 495
Gespecialiseerde machines 1 568 378 470 62 2 478
Koffie, thee, cacao, specerijen en fabricaten daarvan 635 224 112 1 434 2 405
Kunststof in primaire vormen 1 670 111 163 11 1 955
Papier, karton en artikelen 1 746 62 104 30 1 941
Granen en graanproducten 1 376 47 33 437 1 892
Diverse fabricaten, n.a.g. 1 300 120 395 57 1 872
Plantaardige oliën en vetten 511 303 682 316 1 812
Toestellen voor telecommunicatie en voor opnemen en weergeven van geluid 499 150 1 037 12 1 697
Andere chemische producten, n.a.g. 1 134 201 205 106 1 647
Oliehoudende zaden en vruchten 438 791 62 232 1 523
Zuivelproducten en eieren 1 143 4 0 11 1 158
Vlees en vleesproducten 856 136 91 75 1 158

Diensteninvoer verwerkt in de uitvoer

Figuur 6.7.3 toont de top-6 belangrijkste ingevoerde diensten die in 2019 gebruikt werden voor de Nederlandse export. De dienstencategorie ‘andere zakelijke diensten’ stond op de eerste plek met een invoerwaarde van 25,2 miljard euro, gevolgd door de import van royalty’s met 14,2 miljard euro. De invoer van de categorie vervoersdiensten bedroeg 10,2 miljard euro en die van ICT-diensten 5,5 miljard euro. Deze vier categorieën waren goed voor 75 procent van de totale diensteninvoer die in 2019 benodigd was om de uitvoer mogelijk te maken. Ruim 56 procent van de geïmporteerde diensten bleek in 2019 afkomstig uit de EU en dit benadrukt het bovengemiddelde belang van de EU voor de Nederlandse import van diensten. De categorie met het grootste EU-aandeel betrof industriële diensten met 92 procent, hoewel de invoer van deze categorie bescheiden was (2,7 miljard euro, oftewel minder dan 5 procent van de totale diensteninvoer voor de export). Het laagste EU-aandeel komt voor bij de vergoedingen van intellectueel eigendom (40 procent). Dit heeft te maken met de grote rol van de Verenigde Staten in de invoer van royalty’s. Denk hierbij aan een softwareproduct dat in de Verenigde Staten wordt ontwikkeld en waarvoor een Nederlands bedrijf een licentie afneemt om deze software te mogen gebruiken. Andere voorbeelden zijn betalingen van royalty’s voor films en muziek en franchisevergoedingen in de handel en de horeca.

Veel import van diensten uit het Verenigd Koninkrijk verwerkt in de uitvoer

Interessant is dat er binnen de EU-28 sprake was van een bovengemiddelde afhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk voor de invoer van diensten, grotendeels door de invoer van zakelijke diensten. Met 39 procent (25,2 miljard euro) was de categorie zakelijke diensten veruit de grootste dienstencategorie in de totale diensteninvoer verwerkt in de uitvoer. Het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigde 18 procent van de import van zakelijke diensten, maar ook bij alle andere dienstencategorieën was het belang van het Verenigd Koninkrijk omvangrijk. Het land had een aandeel van 12 procent in de totale diensteninvoer gebruikt voor de uitvoer. In relatieve zin was de Nederlandse afhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk voor de invoer van diensten bijna dubbel zo hoog als de Nederlandse afhankelijkheid voor de invoer van goederen (7 procent). Het is niet ondenkbaar dat de Brexit gevolgen zal hebben voor Nederlandse bedrijven die met name diensten uit het Verenigd Koninkrijk importeren, aangezien het nieuwe handelsregime voor de dienstenhandel belemmerend uit lijkt te pakken (Kirkegaard, 2021). Het relatieve belang van het Verenigd Koninkrijk in de in Nederlandse export verwerkte goedereninvoer (7 procent) was beduidend lager dan de aandelen van Duitsland (17 procent) en België (11 procent). Omgekeerd was het belang van het Verenigd Koninkrijk voor de Nederlandse diensteninvoer (12 procent) wel hoger dan de aandelen van Duitsland (11 procent) en België (6 procent). Ook vergeleken met de overige EU-landen waren Duitsland en België minder belangrijk ten opzichte van de diensteninvoer. De overige EU-28 had een aandeel van 12 procent van de invoer van goederen bestemd voor de uitvoer; voor diensten was het aandeel van de overige EU-28 bijna tweemaal groter.

Ingevoerde diensten vaak gebruikt in export naar de EU-28

Naast de EU-28 zien we dat ook de Verenigde Staten erg belangrijk zijn voor de invoer van diensten. Dit geldt vooral voor royalty’s, zoals ook in Aerts et al. (2020a) is uiteengezet. Als naar de afzetmarkten wordt gekeken, blijkt dat de meeste invoer van diensten die wordt gebruikt in de uitvoer van goederen en diensten de EU als bestemming heeft. Het aandeel dat naar de EU gaat, lag – afhankelijk van de dienstencategorie – tussen 59 procent (royalty’s) en 68 procent (industriële diensten). Bovengemiddelde aandelen van verwerkte royalty’s en persoonlijke diensten gingen naar Amerika (ongeveer 16 procent) en een bovengemiddeld aandeel van financiële diensten (18 procent) werd verwerkt in de uitvoer met bestemming Azië.

6.7.3 Samenstelling invoer gebruikt voor de uitvoer, naar herkomst en dienstencategorie, 2019
Duitsland België Frankrijk Verenigd Koninkrijk Overig EU-28 Verenigde Staten Overig Amerika China Overig Azië Rest
Andere zakelijke diensten 2686 1708 1464 4459 6514 2947 884 512 2838 1177
Industriële diensten 467 316 674 316 976 122 10 7 41 57
ICT-diensten 761 336 203 915 1480 651 116 35 731 312
Royalty's 1415 224 345 1914 1792 4644 748 69 328 2753
Vervoersdiensten 1886 1066 607 704 3640 696 292 120 522 694
Overige diensten 750 519 497 731 1772 1138 868 26 321 304
Totaal 7965 4169 3790 9039 16173 10198 2918 769 4781 13911

6.8Welke exportproducten zijn het sterkst afhankelijk van welke invoer?

In de voorgaande paragrafen zagen we dat het merendeel van de intermediaire invoer van goederen en diensten uiteindelijk verwerkt wordt voor de export. In deze paragraaf wordt deze link tussen de Nederlandse import en export vanuit het perspectief van de export bekeken. Anders geformuleerd, we onderzoeken welke geëxporteerde goederen en diensten sterk afhankelijk zijn van de invoer, en ook welke type goederen en diensten uit welke importlanden ze precies nodig hebben.

Zonder import geen export

Tabel 6.8.1 laat de top-5 goederencategorieën zien die in 2019 per euro export het meest afhankelijk waren van de invoer.noot8 In totaal bestond iedere euro goederenexport van Nederlandse makelij gemiddeld uit 46 cent aan eerder ingevoerde producten en diensten. De goederencategorie ruwe aardolie en aardolieproducten was het sterkst afhankelijk van invoer: ruim 84 procent van de export bestond uit buitenlandse inputs. De uitzonderlijke rol van aardolie, die tegelijkertijd de hoogste exportwaarde heeft van alle goederen­categorieën, dient ook hier te worden opgemerkt. Het importaandeel in de Nederlandse export zou aanzienlijk lager uitvallen (en de exportverdiensten aan de export van Nederlandse makelij navenant hoger) als deze categorie niet zou worden meegerekend in de totale uitvoer (d.w.z. 41 procent i.p.v. 46 procent voor de hele Nederlandse economie exclusief ruwe aardolie en aardolieproducten). Van de 20 miljard euro aan ingevoerde producten die nodig waren, bestond 86 procent (oftewel 17,5 miljard euro) ook uit ruwe aardolie en aardolieproducten. Andere ingevoerde producten die nodig waren om ruwe aardolie en aardolieproducten te kunnen exporteren, waren organische chemische producten, met 4 procent van de gebruikte invoer. Dit aandeel lijkt procentueel vrij klein, maar bedroeg toch zo’n 876 miljoen euro. Aardgas en industriegas hadden een aandeel van 2 procent (369 miljoen euro) in de verwerkte invoer.

De tweede plek in tabel 6.8.1 wordt ingenomen door de uitvoercategorie organische chemische producten. De uitvoer van organische chemische producten had 4,5 miljard euro aan invoer nodig. Van deze 4,5 miljard euro aan verwerkte invoer bestond 41 procent, oftewel 1,9 miljard euro, eveneens uit dezelfde productcategorie (chemische producten). Ongeveer 42 procent van deze invoer kwam uit België en Duitsland, 19 procent uit Azië, en 10 procent uit het Verenigd Koninkrijk. Verder bestond 28 procent van de invoer om de export van chemische producten mogelijk te maken uit ruwe aardolie en aardolieproducten (1,3 miljard euro) en 8 procent uit andere zakelijke diensten (351 miljoen euro). Bijna twee derde (63 procent) van de benodigde zakelijke diensten werd uit Europa geïmporteerd.

Op de derde plek op de lijst van uitvoercategorieën met de hoogste relatieve importafhankelijkheid staat veevoeder. Rond 2 miljard euro aan invoer was nodig om 3,4 miljard euro aan veevoeder te kunnen exporteren. Dit kwam neer op 59 procent van de totale exportwaarde van veevoer. Van de 2 miljard euro aan invoer bestond 22 procent (444 miljoen euro) uit granen en graanproducten, waarvan bijna de helft werd geïmporteerd uit Frankrijk (31 procent) en Duitsland (18 procent). Ongeveer 20 procent (397 miljoen euro) bestond uit plantaardige oliën en vetten, waarvan de helft afkomstig was uit overig Azië en de rest van de wereld. Soja vormde circa 15 procent van de invoer (299 miljoen euro).

De export van kunststof in primaire vormen vereist vooral invoer van organische chemische producten, die rond 30 procent van de benodigde invoer vertegenwoordigde (1,2 miljard euro), en ruwe aardolie en aardolieproducten, met een aandeel van 28 procent in de benodigde invoer (bijna 1,2 miljard euro). De benodigde geïmporteerde organische chemische producten kwamen voor bijna twee derde (65 procent) uit Europa (met name uit België en Duitsland). Ook veel zakelijke diensten en industriële diensten, voornamelijk uit Europa afkomstig, waren vereist in de uitvoer van kunststof in primaire vormen.

Op de vijfde plek staat de categorie koffie, thee en cacao. Om goederen in deze categorie te kunnen exporteren was opnieuw veel van dezelfde categorie aan invoer nodig (1,7 miljard euro, een aandeel van 57 procent van de totale invoer ten behoeve van de export van koffie, thee en cacao). Driekwart daarvan kwam van buiten Europa. Andere belangrijke geïmporteerde producten in de uitvoercategorie koffie, thee en cacao waren zakelijke en industriële diensten, suiker en honing, en papier en karton.

Als we de lijst in tabel 6.8.1 verder zouden uitbreiden, dan komen we tot een grote lijst met een breed scala aan Nederlandse exportproducten die sterk afhankelijk zijn van buitenlandse inputs (niet getoond). Zo is bijvoorbeeld het importgehalte van de export van cosmetica en schoonmaakmiddelen, voertuigen voor wegvervoer, andere chemische producten, instrumenten en apparaten voor beroepsuitoefening, en elektrische apparaten substantieel variërend tussen 46 en 51 procent.

6.8.1Top-5 exportproducten (vanaf 3 miljard euro) die per euro export het meest afhankelijk zijn van invoer, 2019
Benodigde invoer (1) Export­waarde (2) Importgehalte van de export (1)/(2)*100
Goederencategorie (SITC-2) mln euro mln euro %
Totaal (goederen) 107 764 232 472 46,4
Ruwe aardolie en aardolieproducten 20 305 24 136 84,1
Organische chemische producten 4 547 7 139 63,7
Veevoeder (m.u.v. niet gemalen granen) 2 017 3 422 58,9
Kunststof in primaire vormen 4 118 7 989 51,5
Koffie, thee, cacao, specerijen en fabricaten daarvan 2 934 5 725 51,3

Diensten minder afhankelijk van de invoer

Het beeld is iets anders als het om de dienstenexport gaat, zoals blijkt uit tabel 6.8.2. De export van diensten is gemiddeld minder afhankelijk van invoer dan de goederenexport. Circa 36 cent van elke euro aan geëxporteerde diensten bestond uit intermediaire invoer. Deze bevinding is in lijn met een studie van De Backer & Miroudot (2014) waarin blijkt dat dienstenketens in het algemeen korter zijn dan goederenketens. Alleen de dienstencategorie ‘industriële diensten’ was voor een groot deel (50 procent) samengesteld uit de invoer van goederen en diensten. De export van andere dienstencategorieën – ontvangen betalingen voor het gebruik van intellectueel eigendom (42 procent), andere zakelijke diensten (35 procent) en ICT-diensten (34 procent) – bestond ieder voor ten minste een derde deel uit eerder ingevoerde goederen en diensten. Vervoersdiensten, de tweede grootste categorie van de dienstenexport (met 33,4 miljard euro) had een importaandeel van 30 procent. Andere dienstencategorieën, zoals financiële diensten, reisverkeer, verzekeringsdiensten, en overheidsdiensten hadden een invoergehalte van minder dan 20 procent.

De categorieën weergegeven in tabel 6.8.2 worden gekenmerkt door een hoog verbruik van diensteninvoer, (groten)deels ook uit dezelfde categorie. Bijvoorbeeld: iets meer dan de helft (51 procent) van de invoer die nodig was om de uitvoer van royalty’s te realiseren, bestond eveneens uit royalty’s (en ook voor 17 procent uit andere zakelijke diensten en 14 procent uit ICT-diensten). Andere zakelijke diensten bestonden voor 56 procent uit dezelfde categorie zakelijke diensten (en 11 procent uit royalty’s). Voor de uitvoer van ICT-diensten was de benodigde invoer van diensten iets meer gevarieerd: andere zakelijke diensten (30 procent), royalty’s (28 procent) en ICT-diensten (16 procent) waren het belangrijkst. Industriële diensten hadden de hoogste relatieve importafhankelijkheid. In tegenstelling tot die drie dienstencategorieën was de export van industriële diensten veel minder afhankelijk van de diensteninvoer dan de andere dienstencategorieën. De benodigde invoer van industriële diensten bestond vooral uit ruwe aardolie en aardolieproducten (19 procent), organische chemische producten (19 procent) en een diversiteit aan andere goederen. Het aandeel van de drie grootste dienstencategorieën in de uitvoer van industriële diensten (andere zakelijke diensten, royalty’s en industriële diensten) bedroeg tezamen maar 15 procent. Mogelijk hangt dit samen met de trend dat industriële diensten steeds vaker samen met de export van goederen als een pakket in het buitenland afgezet worden door de Nederlandse (verwerkende) industrie. Dit verschijnsel staat bekend als de verdienstelijking van de industrie (Neely, 2008).

6.8.2De export van diensten (vanaf 3 miljard euro) die per euro export het meest afhankelijk zijn van invoer, 2019
Benodigde import (1) Export­waarde (2) Importgehalte van de export (1)/(2)*100
Dienstencategorie mln euro mln euro %
Totaal (diensten) 62 488 172 634 36,2
Industriële diensten 3 340 6 660 50,1
Royalty’s 9 856 23 195 42,5
Andere zakelijke diensten 17 214 49 227 35,0
ICT-diensten 8 506 24 723 34,4
Vervoersdiensten 10 197 33 434 30,5

6.9Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Aerts, N., Bohn, T., Notten, T. & Wong, K. F. (2020a). De Nederlandse import- en exportafhankelijkheid van China, Rusland en de Verenigde Staten: Analyse van de bilaterale investerings- en handelsrelaties in goederen en diensten. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Aerts, N., Notten, T., Prenen, L., Rooyakkers, J. & Wong, K. F. (2020b). Nederlandse verdiensten aan internationale handel. In: M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2020: Export, investeringen & werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Backer, de, K. & Miroudot, S. (2014). Mapping global value chains. Working Paper Series 1677, European Central Bank.

Baldwin, R. & Lopez-Gonzalez, J. (2015). Supply-chain Trade: A Portrait of Global Patterns and Several Testable Hypotheses. The World Economy, 38(11), 1682–1721.

Bohn, T., Brakman, S. & Dietzenbacher, E. (2018). The role of services in globalisation. The World Economy, 41(10), 2732–2749.

CBS (2016). Export van diensten goed voor 10 procent bbp. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2019). Bijna helft import uit VK niet voor Nederlands gebruik. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Creemers, S., Jaarsma, M., Notten, T. & Rooyakkers, J. (2020). De handels- en investeringsrelatie tussen Nederland en China. In: S. Creemers, M. Jaarsma & R. Voncken (Red.), Internationaliseringsmonitor 2020, tweede kwartaal: China. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Cremers, D., Loog, B., Notten, T., Prenen, L. & Wong, K. F.(2019). De Nederlandse importafhankelijkheid van China, Rusland en de VS. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Draper, H. (2020). Geografische dimensie van de Nederlandse goederenhandel. In: M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2020: Export, investeringen & werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

EC (2021). GDP and main components (output, expenditure and income). Eurostat.

Franssen, L., Lemmers, O., Prenen, L. & Wong, K. F. (2020). Het Verenigd Koninkrijk afhankelijker van Europese Unie dan eerder gedacht. Economische Statistische Berichten, 105(4786), 268–271.

Fritsch, M. & Matthes, J. (2017). Factory Europe and its ties in Global Value Chains. Gütersloh: Bertelsmann Stiftung.

Hummels, D., Ishi, J. & Yi, K.-M. (2001). The nature and growth of vertical specialization in world trade. Journal of International Economics, 54(1), 75–96.

Jaarsma, M. & Wong, K. F. (2019). Nederland in internationale waardeketens. In: M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2019: export, investeringen en werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Jaarsma, M. & Wong, K. F. (2020). Nederland in internationale waardeketens. In: M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2020: Export, investeringen & werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Kirkegaard, J. F. (2021, 21 januari). The Brexit agreement: An economic guide for the perplexed. PIIE Peterson Institute for International Economics.

Lammertsma, A. & Notten, T. (2019). Nederlandse verdiensten aan internationale handel. In: M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2019: export, investeringen en werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Lemmers, O. (2015). Waarom diensten de dienst uitmaken in de export. In: M. Jaarsma (Red.), Internationaliseringsmonitor 2015, eerste kwartaal. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Mellens, M. (2011). Vergelijkingen van de binnenlands geproduceerde uitvoer in SAFFIER II. Den Haag: CPB.

Mellens, M. C., Noordman, H. G. & Verbruggen, J. P. (2007). Wederuitvoer: internationale vergelijking en gevolgen voor prestatie-indicatoren. Den Haag: Centraal Planbureau.

Neely, A. (2008). Exploring the financial consequences of the servitization of manufacturing. Operations management research, 1(2), 103–118.

Notten, T. & Voncken, R. (2019). Trends in de Nederlands-Amerikaanse handel. In: M. Jaarsma & S. Vos (Red.), Internationaliseringsmonitor 2019, eerste kwartaal: Verenigde Staten. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

OESO (2013). Interconnected Economies – Benefiting from Global Value Chains. Parijs: OESO.

Wong, K. F., Jaarsma, M. & Voncken, R. (2019). Wat verdienen de Verenigde Staten en Nederland aan de wederzijdse export? In: M. Jaarsma & S. Vos (Red.), Internationaliseringsmonitor 2019, eerste kwartaal: Verenigde Staten. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

World Bank & WTO (2019). Global Value Chain Development Report 2019: Technological Innovation, Supply Chain Trade, and Workers in a Globalized World (English). Washington, D.C.: World Bank Group.

Noten

De cijfers in dit hoofdstuk zijn verkregen door de gegevens van de Nationale Rekeningen met die van de statistieken Internationale Handel in Goederen en Internationale Handel in Diensten te combineren, en hierbij worden de cijfers van de Nationale Rekeningen als leidend beschouwd. Door verschillen in definities en methoden wijken deze cijfers af van de overige randtotalen zoals gepresenteerd op Statline of in de overige hoofdstukken in deze publicatie, die beide gebaseerd zijn op de handelsstatistieken.

De cijfers in dit hoofdstuk zijn verkregen door de gegevens van de Nationale Rekeningen met die van de statistieken Internationale Handel in Goederen en Internationale Handel in Diensten te combineren, en hierbij worden de cijfers van de Nationale Rekeningen als leidend beschouwd. Door verschillen in definities en methoden wijken deze cijfers af van de overige randtotalen zoals gepresenteerd in eerdere hoofdstukken in deze publicatie, of op Statline, die beide gebaseerd zijn op de handelsstatistieken. De in dit hoofdstuk genoemde cijfers over de dienstenexport zijn gebaseerd op de Nationale Rekeningen. Hoofdstuk 4 van deze publicatie geeft ook informatie over de export van diensten, bezien vanuit de bronstatistiek. Deze twee cijfers wijken van elkaar af. Enerzijds ontstaan inconsistenties door de manier waarop de Nationale Rekeningen en de bronstatistiek om moeten gaan met Bijzondere Financiële instellingen. Anderzijds confronteren de Nationale Rekeningen cijfers over de dienstenhandel met andere bronstatistieken, waarbij inconsistenties tussen bronnen kunnen leiden tot aanpassingen van de broncijfers om tot een consistent beeld van de gehele economie te komen. Ook de focus op continuïteit bij de Nationale Rekeningen leidt tot niveauafwijkingen tussen de bronstatistiek en de Nationale Rekeningen. Dit wordt in een revisiejaar weer herijkt.

Chemische producten bestaan uit de som van de SITC-2 categorieën 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59.

Het gaat in deze paragraaf alleen om invoer die door bedrijven gebruikt wordt voor de uitvoer van goederen en diensten van Nederlandse makelij; wederuitvoer is buiten beschouwing gelaten.

Het gaat in deze paragraaf alleen om invoer die door bedrijven gebruikt wordt voor de uitvoer van goederen en diensten van Nederlandse makelij; wederuitvoer is buiten beschouwing gelaten.

De verschillende goederencategorieën zijn gebaseerd op de 1-digit SITC-indeling.

In 2019 bedroeg het bruto binnenlands product tegen marktprijzen van Frankrijk 2 426 miljard euro en dat van het Verenigd Koninkrijk 2 527 miljard euro (EC, 2021).

Daarbij wordt een ondergrens van 3 miljard euro aan export gehanteerd.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Anne-Peter Alberda

Arjen Berkenbos (DNB)

Chris de Blois

Timon Bohn

Sarah Creemers

Hans Draper

Eva Hagendoorn (DNB)

Marjolijn Jaarsma

Bart Loog

Tom Notten

Tim Peeters

Leen Prenen

Janneke Rooyakkers

Khee Fung Wong

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Janneke Rooyakkers

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van Nederland Handelsland:

Deirdre Bosch

Elijah Cats

Dennis Cremers

Frans Dinnissen

Loe Franssen

Daniël Herbers

Richard Jollie

Irene van Kuijk

Rik van Roekel

Carla Sebo-Ros

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Gaby de Vet

Roger Voncken

Karolien van Wijk

Hendrik Zuidhoek

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Laurens den Hartog

Harry Oldersma