Vrouwen in topmanagement en duurzame bedrijfsprestaties
Er is steeds meer aandacht voor de rol van vrouwen in het bestuur van bedrijven. Alhoewel de aanwezigheid van vrouwen in bestuurdersposities nog ruim achter blijft ten opzichte van mannen, hebben studies herhaaldelijk positieve relaties gevonden tussen het aandeel vrouwen in bestuursraden enerzijds en financiële en duurzame bedrijfsprestaties anderzijds. Waar we in hoofdstuk 1 verschillende financiële bedrijfsprestaties onderzochten, belichten we hier duurzame bedrijfsprestaties. Dit hoofdstuk gaat in op de man-vrouw samenstelling van topmanagementteams van bedrijven in Nederland en de rol hiervan in het bepalen van duurzame milieukosten en investeringsverwachtingen.
2.1Inleiding
De verhouding tussen mannen en vrouwen van topmanagementteams (TMT’s) in bedrijven in Nederland is een onderwerp dat de afgelopen jaren steeds meer aandacht heeft gekregen in zowel de academische literatuur als in beleidsdiscussies.noot1 Het onderwerp is relevant vanwege de groeiende aandacht voor gelijkheid en diversiteit in het bedrijfsleven en de mogelijke effecten daarvan op de prestaties van bedrijven. In dit hoofdstuk komt het aandeel vrouwen in TMT’s in ondernemingen in Nederland aan bod en analyseren we hoe de verhouding tussen mannen en vrouwen in deze teams invloed kan hebben op duurzame bedrijfsprestaties.
Onderzoek naar de diversiteit van TMT’s heeft aangetoond dat de aanwezigheid van vrouwen in deze teams nog steeds achterblijft bij die van mannen. Dit geldt ook voor Nederland waar, ondanks de vooruitgang zoals beschreven in hoofdstuk 1, vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in de top van het bedrijfsleven. Er zijn verschillende factoren die bijdragen aan deze ondervertegenwoordiging waaronder culturele normen, vooroordelen in wervings- en promotieprocessen, en een gebrek aan vrouwelijke rolmodellen in hogere functies (Eagly & Carli, 2007).
Er is een groeiende hoeveelheid literatuur die de relatie tussen diversiteit en bedrijfsprestaties onderzoekt. Veel studies suggereren dat een grotere diversiteit in TMT’s kan leiden tot betere bedrijfsprestaties. Bijvoorbeeld, een studie van Catalyst (2004) vond dat van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven, de bedrijven met de grootste vertegenwoordiging van vrouwen in senior managementposities betere financiële resultaten behaalden dan die met de kleinste vertegenwoordiging. Een andere studie van McKinsey & Company (2015) concludeerde dat bedrijven met een hogere mate van diversiteit in hun managementteams meer kans hadden om financieel beter te presteren dan hun minder diverse tegenhangers.
Naast financiële prestaties wordt er steeds meer aandacht besteed aan de relatie tussen diversiteit en duurzame bedrijfsprestaties. Duurzaamheid omvat een breed scala aan indicatoren, waaronder milieu-impact, sociale verantwoordelijkheid en lange termijn economische prestaties. Bedrijven met diverse managementteams worden vaak gezien als beter in staat om complexe en diverse stakeholderverwachtingen te beheren en hebben daardoor meer succes in het implementeren van duurzame bedrijfsstrategieën (Galbreath, 2011). Een onderzoek door Post et al. (2011) toonde aan dat diversiteit in de Raad van Bestuur (RvB) positief gecorreleerd was met de prestaties van bedrijven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bedrijven met meer vrouwen in hun RvB bleken vaker duurzame praktijken te omarmen en transparanter te zijn in hun duurzaamheidsverslaggeving.
Bovendien suggereert onderzoek dat bedrijven met een evenwichtige man-vrouw verhouding beter presteren in termen van innovatie en creativiteit. Diverse teams brengen verschillende perspectieven en ideeën naar de tafel, wat kan leiden tot innovatieve oplossingen voor complexe problemen (Miller & Triana, 2009). Dit is bijzonder relevant in een tijd waarin bedrijven steeds meer worden geconfronteerd met de noodzaak om zich aan te passen aan snelle veranderingen in de markt en de toenemende eisen van duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk onderzoekt de relatie tussen de samenstelling van topmanagementteams van bedrijven in Nederland en de rol die deze samenstelling speelt in duurzame bedrijfsprestaties van bedrijven in ons land. Paragraaf 2.2 geeft een overzicht van bestaande studies naar de relatie tussen diversiteit in topbestuur en duurzaamheid. In paragraaf 2.3 laten we de milieukosten en duurzame investeringsverwachtingen van Nederlandse bedrijven zien aan de hand van de samenstelling van het TMT, en splitsen we deze verder uit op basis van bedrijfsdemografische kenmerken. In die paragraaf zal een beeld gevormd worden op basis van beschrijvende statistieken, welke verder getoetst wordt met behulp van verschillende econometrische analyses in paragraaf 2.4. Hierbij wordt de relatie tussen de samenstelling van TMT’s en duurzame investeringsverwachtingen gekwantificeerd. Tot slot worden in paragraaf 2.5 de bevindingen samengevat. Een toelichting op de gebruikte data en methoden is te vinden in paragraaf 2.6.
2.2Achtergrond
Diversiteit van bestuursraden in bedrijven is een onderwerp dat steeds meer onderzocht wordt (Ahmadova & Valenzuela-Ortiz, 2023). In de literatuur vindt men over het algemeen een positieve en statistisch significante relatie tussen de vertegenwoordiging van vrouwen in bestuursposities en bedrijfsresultaten (Brahma et al., 2021). De potentiële voordelen van diversiteit in managementposities blijken groot, gezien de voordelen die diverse teams kunnen bieden, zoals verbeterde besluitvorming en innovatie (Carter et al., 2003; Herring, 2009), en verhoogde bedrijfsprestaties zoals beschreven in hoofdstuk 1. Bovendien kunnen bedrijven die diversiteit hoog in het vaandel hebben staan, een beter imago genieten en aantrekkelijker zijn voor talentvolle medewerkers en investeerders (Joecks et al., 2013).
Wat is het topmanagementteam?
De complexiteit van de organisatie van een onderneming wordt in detail behandeld in hoofdstuk 1. Alhoewel de taken bij kleine bedrijven nog vaak overzichtelijk zijn, kunnen bij grotere ondernemingen steeds meer niveaus van zeggenschap ontstaan, welke allemaal invloed hebben op de besluitvorming. In figuur 1.2.1 zijn de verschillende niveaus die binnen een onderneming aanwezig kunnen zijn schematisch weergegeven, met aan de top van de keten de Raad van Bestuur (RvB). De RvB, ook wel bestuur of bestuursraad genoemd, is het hoogste leidinggevende orgaan van een bedrijfseenheid en is verantwoordelijk voor de strategie en richting van de onderneming. Meerdere bedrijfseenheden kunnen onderdeel zijn van een grotere ondernemingsgroep (OG). In dit hoofdstuk kijken we niet naar RvB’s van bedrijven maar uitsluitend naar de hiërarchische top van ondernemingsgroepen: het zogenaamde topmanagementteam op ondernemingsgroep (OG)-niveau. Omwille van het leesgemak spreken we in dit hoofdstuk van zowel bedrijven als ondernemingen. Het gaat hier echter altijd over de ondernemingsgroep.
Verduurzaming en groene investeringen
Verduurzaming en groene investeringen zijn kritieke componenten voor bedrijven die streven naar lange termijnsucces en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Diversiteit in TMT’s kan deze doelen ondersteunen door een bredere variëteit aan ideeën en benaderingen te bevorderen. Bedrijven die investeren in duurzaamheid richten zich op het verminderen van hun milieu-impact. Verduurzaming verwijst naar de inspanningen van bedrijven om hun ecologische voetafdruk te verminderen en bij te dragen aan een duurzame toekomst. Dit omvat onder meer het implementeren van milieuvriendelijke bedrijfspraktijken, het verminderen van afval en uitstoot, en het bevorderen van duurzame productiemethoden. Bedrijven met diverse managementteams blijken beter in staat te zijn om dergelijke duurzame praktijken te omarmen en te implementeren. Dit komt deels doordat vrouwen in leiderschapsposities meer geneigd zijn om lange termijn doelen en ethische overwegingen in hun besluitvorming te integreren (Bear et al., 2010).
Belang van diversiteit in duurzame bedrijfsstrategieën
Het belang van diversiteit in topmanagement voor duurzame bedrijfsstrategieën wordt door verschillende studies benadrukt. Rao & Tilt (2020) en Nielsen & Huse (2010) wijzen erop dat bedrijven met een hogere mate van diversiteit in hun topbestuur meer geneigd zijn om te investeren in groene technologieën en duurzame initiatieven. Deze bedrijven hebben vaak een beter begrip van de lange termijn voordelen van duurzame investeringen, zoals verhoogde efficiëntie, verminderde risico’s en verbeterde reputatie.
Diversiteit in managementposities bevordert een cultuur van duurzaamheid binnen bedrijven. Vrouwen brengen vaak een andere managementstijl en prioriteiten naar de tafel, wat kan resulteren in een grotere focus op milieubeheer, sociale verantwoordelijkheid en ethisch leiderschap (Glass et al., 2016). Dit kan helpen om een breed scala aan duurzaamheidsdoelen te bereiken, van het verminderen van de ecologische voetafdruk tot het bevorderen van eerlijke arbeidspraktijken. Daarnaast maken vrouwelijke bestuurders zich meer zorgen over de sociale prestaties van bedrijven. Het blijkt dat de betrokkenheid van vrouwen op de bestuursraden een significante associatie heeft met de duurzaamheidsprestaties van bedrijven (Provasi & Harasheh, 2021).
Met behulp van een steekproef van beursgenoteerde Chinese bedrijven tussen 2010 en 2019, ontdekten Naveed et al. (2022) dat geslachtsdiversiteit binnen bedrijfsbesturen significant bijdraagt aan groene innovatie, zoals blijkt uit het aantal groene innovatiepatenten. Daarnaast is gevonden dat de mate van maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bedrijf een cruciale factor is die deze relatie beïnvloedt. Bedrijven met een hoge maatschappelijke verantwoordelijkheid ervaren een sterkere positieve invloed van geslachtsdiversiteit op hun groene innovatiecapaciteiten (Naveed et al., 2022).
Parallel daaraan toont het onderzoek van Xie et al. (2020) aan dat vrouwelijke bestuursleden een sleutelrol spelen in het stimuleren van proactieve milieustrategieën binnen ondernemingen. Deze bevindingen worden verder ondersteund door een studie bij ondernemingen in Australië, die aantoont dat de betrokkenheid van vrouwen in leidinggevende functies exportactiviteiten en de adoptie van duurzame innovaties versterkt (Galbreath, 2019).
Determinanten van vrouwen in TMT’s
In paragraaf 2.4 sluiten we ook aan bij de literatuur die dieper ingaat op mogelijke factoren die de aanwezigheid van vrouwen in raden van besturen kunnen verklaren. Uit de literatuur blijkt dat de toenemende nadruk op diversiteit en inclusie binnen bedrijven een drijvende kracht kan zijn achter de benoeming van vrouwen in topbestuur. Daarnaast kan externe druk van aandeelhouders, regelgevende instanties en de bredere samenleving organisaties motiveren om vrouwen aan te stellen (Post et al., 2022). Hillman et al. (2007) deed onderzoek met panelgegevens van de 1 000 grootste bedrijven in de VS en suggereert dat bedrijven met een grotere omvang in industriële bedrijfstakken, met een hogere basis van vrouwelijke werkgelegenheid, en die centraler staan in netwerken met andere bedrijven die vrouwelijke directeuren hebben, meer kans hebben om vrouwen in hun besturen te hebben (Hillman et al., 2007). Dus de bedrijfsgrootte speelt een rol aangezien grotere bedrijven meer zichtbaar zijn voor het publiek en als gevolg meer druk ervaren om zich te conformeren aan de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van diversiteit. Daarnaast is de sector ook van belang; werken in een sector met een grote vrouwelijke werkgelegenheidsbasis verhoogt de kans op vrouwelijke vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur. Ook is het netwerkeffect van belang. Bedrijven vormen banden met elkaar om informatie, communicatie en middelen uit te wisselen. Directies kunnen hierbij bepaalde praktijken overbrengen zoals diversiteit in hoge bestuursfuncties. Een belangrijke controlevariabele die werd opgenomen in het onderzoek van Hillman et al. (2007) is de grootte van de Raad van Bestuur (aantal leden). Tot slot, spelen sociaaleconomische indicatoren zoals de omvang van de kloof tussen man en vrouw, het niveau van vrouwelijke arbeidsmarktparticipatie en een minder uitgesproken culturele neiging tot mannelijkheid een rol (Griffin et al., 2021).
2.3Samenstelling TMT en milieukosten en duurzame investeringsverwachtingen
In deze paragraaf onderzoeken we twee indicatoren voor de duurzaamheidsprestaties van bedrijven in Nederland: de milieukosten en duurzame investeringsverwachtingen. Door deze financiële en strategische variabelen te analyseren, krijgen we inzicht in de manier waarop bedrijven omgaan met milieuverantwoordelijkheid en toekomstgerichte groene investeringen, en hoe deze praktijken worden beïnvloed door de samenstelling van het topmanagementteam (TMT). De TMT data is afkomstig van de Kamer van Koophandel (KvK). Alhoewel informatie over de Raad van Bestuur, zoals gebruikt in hoofdstuk 1, beschikbaar is op bedrijfseenheid niveau, is de TMT data beschikbaar op ondernemingsgroep (OG)-niveau. Alle analyses in dit hoofdstuk zijn daarom uitgevoerd op OG-niveau.
De statistiek milieukosten van bedrijven van het CBS beschrijft kosteninformatie over investeringen in maatregelen die de impact van het bedrijf op het milieu verminderen. De data bevat cijfers van de bedrijven met 10 of meer werknemers in de bedrijfstakken delfstoffenwinning, industrie, energievoorziening en waterwinning volgens de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De netto milieukosten geven de financiële lasten van het bedrijfsleven weer, als gevolg van de zorg voor het milieu. Deze kosten kunnen betrekking hebben op een breed scala aan activiteiten, zoals het verbeteren van energie-efficiëntie, afvalbeheer, waterbesparing en andere milieu-ontlastende maatregelen. In dit onderzoek kijken we enkel naar gemaakte en geplande kosten voor duurzame investeringen, en laten we boetes, heffingen en kosten voor het afvoeren van afval buiten beschouwing. Door deze kosten te relateren aan het aandeel vrouwen binnen het TMT, kunnen we ontdekken of en hoe de samenstelling van het leiderschapsteam invloed heeft op de bereidheid en het vermogen van bedrijven om in milieuverbeteringen te investeren.
Het grootste deel van de steekproef zijn bedrijven uit de industriesector (ruim 2 800 ondernemingen), waar doorgaans hogere operationele milieu-impact plaatsvinden. De andere sectoren zijn verdeeld en komen gezamenlijk op ruim 200 ondernemingen in de steekproef. In verband met deze ongelijke verhouden zullen we in de rest van het hoofdstuk enkel de bedrijven uit de industrie meenemen.
Naast de milieukosten onderscheiden we in deze paragraaf ook de duurzame investeringsverwachtingen van bedrijven op basis van hun TMT-samenstelling. Duurzame investeringsverwachtingen vertegenwoordigen de geplande investeringen van bedrijven in milieuvriendelijke technologieën en processen voor de nabije toekomst, en de intentie om verder te investeren in duurzame oplossingen. Dit aspect is vooral interessant omdat het een indicatie geeft van hoe bedrijven hun toekomstige rol in de transitie naar een duurzame economie zien. We onderzoeken ook in wat voor soort duurzame doelen bedrijven investeren, en hoe deze factoren variëren naar bedrijfsgrootte en multinationalstatus.
Uitgaven aan milieu-ontlastende maatregelen hoger bij ondernemingen met alleen mannen in het TMT
Figuur 2.3.1 laat de gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon zien voor bedrijven met verschillende geslachtsdiversiteit in het topmanagementteam. De bedrijven met uitsluitend mannen in het TMT vertonen de hoogste gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon in 2022. Bedrijven met minimaal een derde vrouw in het TMT, rapporteren lagere gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon. Voor meer informatie over de keuze ten aanzien van het aandeel vrouwen in besturen, zie hoofdstuk 1.
De literatuur omschrijft echter een ander beeld en benadrukt dat meer diverse teams gerelateerd zijn aan duurzamere besluitvorming. Een nadere blik op de cijfers onthult echter dat de hoge gemiddelde kosten bij bedrijven met enkel mannen in het TMT voornamelijk worden gedreven door een klein aantal ondernemingen met relatief hoge milieukosten per werkzaam persoon. Deze negen ondernemingen trekken het gemiddelde aanzienlijk omhoog.
| eenderdevrouw | Gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon |
|---|---|
| Topbestuur zonder vrouw | 1653,079967 |
| Topbestuur met minimaal een derde vrouw | 1459,794226 |
Grotere diversiteit in het topmanagement stimuleert duurzame investeringsverwachtingen
Figuur 2.3.2 toont een ander beeld, hier zien we de duurzame investeringsverwachtingen van bedrijven in Nederland, uitgedrukt in gemiddelde investeringsverwachtingen per werkzaam persoon in euro’s, wederom gesplitst naar de samenstelling van het TMT. De resultaten laten zien dat bedrijven met alleen mannen in het TMT, in euro’s per werkzame persoon, lagere duurzame investeringsverwachtingen hebben ten opzichte van de groep met minimaal een derde vrouw. Bedrijven met een TMT waarin vrouwen minstens 33 procent van het team uitmaken, hebben een gemiddelde investeringsverwachting van ruim 16 procent meer dan de groep met uitsluitend mannen. Deze bevindingen ondersteunen het beeld dat een substantiële vrouwelijke vertegenwoordiging in het management een positieve impact kan hebben op de bereidheid van bedrijven om in duurzame initiatieven te investeren.
| eenderdevrouw | Gemiddelde groene investeringsverwachting per werkzaam persoon |
|---|---|
| Topbestuur zonder vrouw | 1772,024302 |
| Topbestuur met minimaal een derde vrouw | 2059,163958 |
Meer focus op energiebesparing bij bedrijven met vrouwen in het TMT
Figuur 2.3.3 geeft de gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon weer, uitgesplitst naar verschillende typen milieukosten. Hierbij worden uitgaven aan afvalbeheer, bodembescherming, energiebesparing, geluidshinder, hernieuwbare energie, luchtkwaliteit, waterbeheer en landschapsbehoud onderscheiden.
Een opvallend patroon is te zien bij energiebesparing: het investeringstype met de hoogste milieukosten. Bedrijven met enkel mannen in het topmanagement besteden hieraan net wat minder dan de groep met minimaal een derde vrouw. Bij investeringen in hernieuwbare energie heeft juist de groep met enkel mannen de hoogste milieukosten. Bij de uitgaven ten gunste van luchtkwaliteit zien we wederom dat bedrijven met vrouwen de hoogste milieukosten hebben. Dat is bijna 15 procent hoger dan de uitgaven van de groep met enkel mannen. Aan de andere hand zien we dat bij de meeste andere kostenposten, die dan wel een stuk kleiner zijn in vergelijking met de drie voorgaande investeringstypen, vooral de groep met enkel mannen de hoogte uitgaven heeft.
| milieupost | eenderdevrouw | meanwpcorr |
|---|---|---|
| Afval | Topbestuur zonder vrouw, Afval |
12,52533033 |
| Afval | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Afval |
4,274884813 |
| Bodem | Topbestuur zonder vrouw, Bodem |
6,162373419 |
| Bodem | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Bodem |
2,263523265 |
| Energiebesparing | Topbestuur zonder vrouw, Energiebesparing |
80,16917878 |
| Energiebesparing | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Energiebesparing |
85,86912981 |
| Geluid | Topbestuur zonder vrouw, Geluid |
5,480581661 |
| Geluid | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Geluid |
1,350439539 |
| Hernieuwbare energie |
Topbestuur zonder vrouw, Hernieuwbare energie |
62,67862485 |
| Hernieuwbare energie |
Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Hernieuwbare energie |
44,7086731 |
| Lucht | Topbestuur zonder vrouw, Lucht |
68,47629018 |
| Lucht | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Lucht |
78,34640879 |
| Water | Topbestuur zonder vrouw, Water |
18,94185338 |
| Water | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Water |
13,18963244 |
| Landschap | Topbestuur zonder vrouw, Landschap |
2,137241869 |
| Landschap | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Landschap |
0,106713528 |
Bedrijven met meer vrouwen in het TMT hebben hogere investeringsverwachtingen in circulariteit, digitalisering, emissiereductie en energiebesparing
Figuur 2.3.4 biedt meer inzicht in de duurzame investeringsverwachtingen, uitgesplitst naar verschillende soorten duurzame investeringen, namelijk: circulariteit, digitalisering, emissiereductie en energiebesparing. Het algemene beeld met hogere groene investeringsverwachtingen in bedrijven met vrouwen in het TMT, blijkt ook voor iedere afzonderlijke categorie te gelden. Vooral bij de emissiereducerende investeringen verwachten besturen met vrouwen erin fors meer te investeren dan bestuursraden met enkel mannen.
| Investeringstype | eenderdevrouw | Gemiddelde groene investeringsverwachting per werkzaam persoon |
|---|---|---|
| Circulair | Topbestuur zonder vrouw, Circulair | 448,7358 |
| Circulair | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Circulair | 464,3136435 |
| Digitalisering | Topbestuur zonder vrouw, Digitalisering | 390,0621361 |
| Digitalisering | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Digitalisering | 446,6441027 |
| Emissie | Topbestuur zonder vrouw, Emissie | 466,5108303 |
| Emissie | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Emissie | 698,8836326 |
| Energie | Topbestuur zonder vrouw, Energie | 856,7776719 |
| Energie | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Energie | 895,9666901 |
Vooral meer milieukosten en duurzame investeringsverwachtingen bij grote ondernemingen met een divers TMT
Figuur 2.3.5 toont een analyse van de gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het zelfstandig midden- en kleinbedrijf (zelfstandig mkb of zmkb) en grootbedrijf. Bij het zelfstandig mkb zien we dat bedrijven met uitsluitend mannen in het topmanagementteam gemiddeld meer uitgeven dan de bedrijven met een bestuur met minimaal een derde vrouw. Bij het grootbedrijf zien we juist een ander patroon. Bij ondernemingen met vrouwen in de bestuursraad zijn de milieukosten ruim 43 procent hoger dan bij de groep met enkel mannen. Dit suggereert dat in grotere bedrijven, een hogere vertegenwoordiging van vrouwen in het TMT samenhangt met een intensievere focus op milieukosten.
| zmkbstatus | eenderdevrouw | Gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon |
|---|---|---|
| zmkb | Topbestuur zonder vrouw, zmkb | 1039,167643 |
| zmkb | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, zmkb | 715,355455 |
| Grootbedrijf | Topbestuur zonder vrouw, Grootbedrijf | 3300,210745 |
| Grootbedrijf | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Grootbedrijf | 4703,420302 |
In figuur 2.3.6 laten we dezelfde uitsplitsing naar type bedrijf zien voor de verwachte investeringen in duurzaamheid. Ook hier zien we dat grotere bedrijven met een vrouwelijke vertegenwoordiging in het TMT, aanzienlijk meer verwachten te investeren in duurzame doelen dan bedrijven met enkel mannen. Het gaat hier om bijna het dubbele van dat van bedrijven met uitsluitend mannen in het TMT. Bij het zelfstandig mkb zien we geen uitgesproken verschillen tussen diverse TMT’s of TMT’s met enkel mannen.
De literatuur ondersteunt het idee dat grotere bedrijven vaker meer middelen hebben om te investeren in duurzaamheid en dat diversiteit in het management kan leiden tot meer innovatieve en duurzame bedrijfsstrategieën. Het verschil tussen zelfstandige mkb-bedrijven en het grootbedrijf kan ook wijzen op een variërende prioritering, waarbij kleinere bedrijven misschien voorzichtiger omgaan met hun investeringsbudgetten vanwege beperktere middelen, terwijl grotere bedrijven een bredere verantwoordelijkheid voelen of grotere verplichtingen hebben richting duurzaamheid. Deze bevindingen sluiten aan bij eerder onderzoek waarin werd vastgesteld dat grotere bedrijven doorgaans meer middelen en capaciteiten hebben om te investeren in duurzaamheid, en dat diversiteit in het management deze investeringen verder kan stimuleren (Galbreath, 2011).
| eenderdevrouw | zmkbstatus | Gemiddelde groene investeringsverwachting per werkzaam persoon |
|---|---|---|
| zmkb | Topbestuur zonder vrouw, zmkb | 1316,39695 |
| zmkb | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, zmkb | 1148,327139 |
| Grootbedrijf | Topbestuur zonder vrouw, Grootbedrijf | 3388,6045 |
| Grootbedrijf | Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Grootbedrijf | 6319,85619 |
Milieukosten van buitenlandse multinationals met meer vrouwen in het TMT aanzienlijk hoger
In figuur 2.3.7 kijken we naar wat voor type bedrijven de verschillen in de vorige figuur drijven door milieukosten per werkzaam persoon van enkel het grootbedrijf te vergelijken op basis van multinationalstatus: buitenlandse multinationals, Nederlandse multinationals en niet-multinationals. Deze uitsplitsing toont duidelijke verschillen die suggereren dat zowel de multinationalstatus als de samenstelling binnen het TMT een rol spelen bij de milieukosten van bedrijven.
Bij buitenlandse multinationals zien we dat bedrijven met vrouwen in het TMT aanzienlijk hogere milieukosten per werkzaam persoon hebben ten opzichte van de buitenlandse multinationals met alleen mannen in de bestuursraad. Dit suggereert dat buitenlandse multinationals met een divers TMT veel intensiever investeren in milieu-ontlastende maatregelen. Dit kan te maken hebben met internationale normen en verwachtingen, of de bredere visie die diversiteit in managementteams kan bieden. Nederlandse multinationals en niet-multinationals laten een ander patroon zien. Niet alleen zijn de milieukosten per werkzaam persoon fors lager, ook hebben bedrijven met enkel mannen in het TMT hogere milieukosten dan bedrijven met een divers TMT. Deze resultaten benadrukken de complexe interactie tussen multinationalstatus, bedrijfsgrootte, en diversiteit in het TMT bij het bepalen van milieukosten.
| multinationalstatus | eenderdevrouw | meanwpcorr |
|---|---|---|
| Buitenlandse multinational |
Topbestuur zonder vrouw, Buitenlandse multinational |
3664,829138 |
| Buitenlandse multinational |
Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Buitenlandse multinational |
5993,179528 |
| Nederlandse multinational |
Topbestuur zonder vrouw, Nederlandse multinational |
1543,691559 |
| Nederlandse multinational |
Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Nederlandse multinational |
1131,839941 |
| Niet- multinational |
Topbestuur zonder vrouw, Niet- multinational |
963,8211676 |
| Niet- multinational |
Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Niet- multinational |
321,354183 |
Grotere investeringsbereidheid in duurzaamheid bij multinationals met grotere vrouwelijke vertegenwoordiging
In figuur 3.2.8 splitsen we de investeringsverwachtingen van het grootbedrijf uit naar multinationalstatus. Ook hier zien we dat de duurzame investeringsverwachtingen aanzienlijk hoger zijn bij buitenlandse multinationals met een hogere diversiteit. Ondernemingen met een vrouwelijke vertegenwoordiging van minimaal 33 procent in het TMT, hebben de hoogste gemiddelde investeringsverwachting, net zoals dat bij de milieukosten het geval was. Dit is bijna het dubbele van de investeringsverwachting van buitenlandse multinationals met uitsluitend mannen in het TMT. Opvallend zijn de verschillen bij de Nederlandse multinationals. Waar we in figuur 2.3.7 lagere milieukosten zagen bij Nederlandse multinationals met een divers TMT, zien we hier juist aanzienlijk hogere duurzame investeringsverwachting in deze groep.
Bij de niet-multinationals komt het patroon overeen met de bevindingen van milieukosten. Deze verschillen ten opzichte van multinationals zou kunnen wijzen op de aanwezigheid van andere factoren die de duurzame investeringsbereidheid binnen niet-multinationals beïnvloeden. Het kan ook betekenen dat bij niet-multinationals andere prioriteiten prevaleren boven duurzame investeringen, mogelijk door beperktere middelen of een sterkere focus op operationele aspecten van het bedrijf.noot2
| multinationalstatus | eenderdevrouw | mean_groen_invest_per_wp |
|---|---|---|
| Buitenlandse multinational |
Topbestuur zonder vrouw, Buitenlandse multinational |
3731,115889 |
| Buitenlandse multinational |
Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Buitenlandse multinational |
6583,33085 |
| Nederlandse multinational |
Topbestuur zonder vrouw, Nederlandse multinational |
1592,681767 |
| Nederlandse multinational |
Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Nederlandse multinational |
7446,742391 |
| Niet- multinational |
Topbestuur zonder vrouw, Niet- multinational |
1394,477059 |
| Niet- multinational |
Topbestuur met minimaal een derde vrouw, Niet- multinational |
975,5984012 |
2.4Regressie analyses: het effect van het aandeel vrouwen in TMT’s op verwachte duurzame investeringen
In paragraaf 2.3 tonen we, aan de hand van beschrijvende analyses, dat bij bedrijven die duurzame investeringen verrichten, er een grotere vertegenwoordiging is van vrouwen in TMT’s. Deze resultaten wijzen reeds in de richting dat er een positief verband bestaat tussen diversiteit in TMT’s en duurzame investeringen. In dit deel van dit hoofdstuk wordt empirisch onderzocht wat het effect is van het aandeel vrouwen in TMT’s op verwachte duurzame investeringen. Uit de literatuur (zie paragraaf 2.2) kunnen we afleiden dat er een positief verband bestaat tussen het aandeel vrouwen in TMT’s en duurzaamheidsprestaties van ondernemingen.
In deze paragraaf onderzoeken we allereerst welke factoren het aandeel vrouwen in TMT’s kunnen verklaren. De cultuur van het bedrijf zelf kan de werving en benoemingen van vrouwen in TMT’s beïnvloeden. Verder toont de literatuur (zie inleiding) ook aan dat bedrijven die in het algemeen beter presteren (zowel economisch als financieel) en meer gericht zijn op social responsibility (vrouwvriendelijkheid, duurzaamheid), ook vaker meer vrouwen in TMT’s aanwerven. Vervolgens onderzoeken we het verband tussen het aandeel vrouwen in het TMT en de verwachte investeringen in duurzaamheid.
Tabel 2.4.1 presenteert de resultaten van het model. De analyses worden in twee stappen uitgevoerd. De resultaten die worden weergegeven in kolom 2 tonen aan welke factoren het aandeel vrouwen in een TMT kunnen beïnvloeden. Het aandeel vrouwen in een TMT wordt gemeten als het aandeel vrouwelijke topmanagers in het totaal aantal TMT leden. De tweede kolom bevat de resultaten van factoren die een effect kunnen hebben op duurzame investeringen. We verwijzen naar paragraaf 2.6 voor een volledige technische beschrijving van het model alsook van de variabelen.
Determinanten van het aandeel vrouwen in TMT’s
De eerste regressievergelijking onderzoekt welke factoren het aantal vrouwen in een TMT kunnen beïnvloeden. Uit de resultaten blijkt dat een toename van vrouwelijke werknemers leidt tot meer vrouwen in het topmanagement team. Een toename van 1 procent in het aandeel vrouwelijke werknemers leidt tot een toename van 1,141 procent in het aandeel vrouwen in topmanagementteam. Daarnaast blijkt dat bedrijven met meer groene patenten een groter aandeel vrouwen in hun topmanagementteam hebben. Dit wijst erop dat bedrijven die duurzamer zijn (door meer te investeren in groene technologieën), een groter aandeel vrouwen in hun topmanagement hebben. Dit is een belangrijke bevinding, aangezien de richting van causaliteit tussen duurzaam investeren mogelijkerwijs ook in de tegenstelde richting kan lopen; bedrijven die innovatief zijn in groene technologieën hebben, gemiddeld gezien, ook meer vrouwen in topmanagement.
Ook de leeftijd van de onderneming heeft een significant effect, en geeft aan dat oudere ondernemingen, een groter aandeel vrouwen in hun topmanagementteam hebben. Daarnaast kunnen we afleiden dat buitenlandse multinationals een lager aandeel vrouwen in hun TMT hebben vergeleken met niet-multinationals. Ten slotte blijkt dat een toename in het aandeel hoogopgeleiden binnen het topmanagementteam geassocieerd wordt met een verhoogd aandeel vrouwen in datzelfde team.
Associatie tussen vrouwen in TMT’s en duurzame investeringsverwachtingen
De tweede vergelijking (kolom 3) onderzoekt wat het effect is van een hoger aandeel vrouwen aan de top op duurzame investeringen. De resultaten tonen aan dat een meer divers TMT kan bijdragen aan meer verwachte groene investeringen: een coëfficiënt van 0,336 betekent dat een stijging van 1 procent in het aandeel vrouwen in het topmanagementteam resulteert in een toename van 0,336 procent verwachte groene investeringen per werkzame personen.
In de analyse is ook rekening gehouden met controlevariabelen en niet-waargenomen bedrijfskenmerken (random effecten). Hieruit kunnen we afleiden dat vrouwelijke TMT-leden een sleutelrol spelen in het stimuleren van duurzame milieustrategieën aangezien de resultaten aantonen dat een hoger aandeel vrouwen op werkvloer leidt tot minder duurzame investeringen. Een interessante vraag voor vervolgonderzoek is of deze negatieve samenhang geldt voor alle niet-TMT werknemers of voor een specifieke subgroep van werknemers (b.v. laag-midden-hoog verdieners). Verder blijkt uit de analyse dat de dummyvariabele voor financiële beperkingen (gemeten volgens de WW-index, zie paragraaf 2.6), een negatieve waarde van –0,344 heeft en statistisch significant is. Dit betekent dat financieel beperkte ondernemingen gemiddeld 0,344 procent minder verwachten te investeren in duurzaamheid t.o.v. ondernemingen zonder financiële beperkingen. De dummyvariabele voor buitenlandse multinationals is statistisch significant en positief wat suggereert dat buitenlandse multinationals meer verwachten te investeren in groene initiatieven dan niet-multinationals.
| Variabelen | Model 1 | Model 2 |
|---|---|---|
| Log(aandeel vrouwen TMT) | Log(waarde van duurzame investeringsverwachtingen per werkzame personen) | |
| Log(aandeel vrouwen TMT) | 0,336* | |
| (0,180) | ||
| Log(aandeel vrouwen) | 1,141*** | –1,488*** |
| (0,156) | (0,316) | |
| D(financieel beperkt) | –0,344*** | |
| (0,069) | ||
| Log(patent) | 0,046** | –0,006 |
| (0,023) | (0,043) | |
| Log(leeftijd) | 0,047* | 0,031 |
| (0,024) | (0,045) | |
| D(buitenlandse multinational) | –0,265*** | 0,242*** |
| (0,053) | (0,088) | |
| D(Nederlandse multinational) | –0,071 | –0,000 |
| (0,049) | (0,091) | |
| D(export) | 0,125 | |
| (0,091) | ||
| D(beursgenoteerd) | 0,611 | |
| (0,651) | ||
| D(beid is ogid) | 0,065 | 0,452 |
| (0,264) | (0,326) | |
| D(alle beids uitgevraagd) | –0,315 | –0,851** |
| (0,267) | (0,336) | |
| Log(hoog opgeleid TMT) | 0,128*** | |
| (0,042) | ||
| Constante | –0,767*** | 0,532** |
| (0,132) | (0,245) | |
| Observaties | 3,395 | 3,395 |
| Industrie dummies | Ja | Ja |
| Random bedrijfseffecten | Ja | Ja |
Robuuste standaardfouten tussen haakjes. De coëfficiënten in een log-log-model zijn de geschatte procentuele verandering in de afhankelijke variabele (b.v. log aandeel vrouwen TMT) voor een procentuele verandering in de onafhankelijke variabele (b.v. log(patent). *p<0,1; **p<0,05; ***p<0,01).
Om de robuustheid van de resultaten te testen, voeren we dezelfde analyse nogmaals uit maar dan met een dummyvariabele voor vrouwen in het TMT (namelijk een aandeel van 33 procent) als afhankelijke variabele. De resultaten bevestigen voorgaande analyses.
2.5Samenvatting en conclusie
Dit hoofdstuk onderzoekt de relatie tussen vrouwen in topmanagementteams en verwachte groene investeringen en milieukosten door middel van beschrijvende en econometrische analyses. De resultaten laten zien dat bedrijven met uitsluitend mannen in het TMT gemiddeld de hoogste milieukosten per werkzaam persoon hebben. Dit beeld wordt echter voornamelijk bepaald door een klein aantal bedrijven met zeer hoge uitgaven, wat het gemiddelde sterk omhoog trekt. Bedrijven met minimaal een derde vrouwen in het TMT rapporteren lagere gemiddelde milieukosten per werkzaam persoon.
Bij de duurzame investeringsverwachtingen zien we dat ondernemingen met een meer divers TMT, waarin vrouwen minstens 33 procent van het team uitmaken, hogere verwachtingen voor toekomstige investeringen in milieuvriendelijke technologieën en processen hebben dan bedrijven met uitsluitend mannen in het TMT. Dit ondersteunt het idee dat diversiteit in het TMT kan bijdragen aan een grotere bereidheid om te investeren in duurzaamheid.
Verdere uitsplitsingen van de data tonen aan dat bedrijven met een divers TMT specifieke prioriteiten hebben bij milieukosten en investeringsverwachtingen. Zo besteden zij meer aan energiebesparing en luchtkwaliteit, terwijl bedrijven met uitsluitend mannen in het TMT meer uitgeven aan hernieuwbare energie. Bij de groene investeringsverwachtingen hebben bedrijven met vrouwen in het TMT bij ieder type duurzame investering hogere verwachte uitgaven dan bedrijven met enkel mannen.
De bedrijfsgrootte blijkt ook een belangrijke factor. Bij grote bedrijven zijn de milieukosten per werkzaam persoon hoger bij ondernemingen met een divers TMT, terwijl dit effect niet zichtbaar is bij kleinere bedrijven (zelfstandig mkb). Dit suggereert dat in grotere bedrijven een meer diverse samenstelling van het management kan samenhangen met intensievere investeringen in milieumaatregelen.
Ook de multinationalstatus van bedrijven speelt een rol. Bij buitenlandse multinationals zien we dat bedrijven met vrouwen in het TMT veel hogere milieukosten per werkzaam persoon hebben dan die met alleen mannen in het TMT. Dit kan wijzen op de invloed van internationale normen en verwachtingen op duurzaamheidsprestaties. Nederlandse multinationals laten juist een ander beeld zien: zij hebben lagere milieukosten bij een divers TMT, maar wel hogere investeringsverwachtingen. Dit wijst erop dat diversiteit in managementstructuren vooral bij buitenlandse multinationals samenhangt met een grotere focus op verwachte duurzame investeringen en milieukosten.
Deze bevindingen worden ondersteund door econometrisch econometrische analyses. Deze suggereren dat een stijging van 1 procent in het aandeel vrouwen in het TMT resulteert in een toename van 0,336 procent in groene investeringen per werknemer. Dit resultaat wijst erop dat bedrijven met een hoger percentage vrouwen in hun TMT meer investeren in groene initiatieven. Deze bevindingen benadrukken het belang van het bevorderen van genderdiversiteit in TMT’s als een manier om duurzame investeringen te stimuleren. Verder tonen onze resultaten ook aan dat (1) meer vrouwelijke werknemers in een bedrijf en (2) bedrijven die actief betrokken zijn bij groene technologieën, een positieve impact heeft op het aandeel vrouwen in TMT’s.
Samenvattend suggereren de resultaten dat diversiteit in het topmanagement van bedrijven samenhangt met een grotere focus op duurzame investeringen, vooral in grote bedrijven en buitenlandse multinationals. Deze relatie wordt bevestigd in de econometrische analyses, waar we een positieve relatie zien tussen het aandeel vrouwen in het TMT en groene investeringen. De bevindingen benadrukken het potentieel van diverse TMT’s voor een bredere kijk op duurzaamheid en strategische investeringen in een groene economie.
2.6Data en methoden
Milieukosten
De statistiek milieukosten van bedrijven van het CBS geeft informatie over de milieukosten van bedrijven met 10 of meer werknemers in de bedrijfstakken delfstoffenwinning, industrie, energievoorziening en waterwinning volgens de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008).
De basisgegevens worden verzameld door middel van een schriftelijke (op basis van een Europese verordening verplichte) enquête naar ruim 4 000 bedrijven. In de dataset zitten variabelen over de kosten die bedrijven maken ten behoeve van afval, afvalwater, milieuschade, bodemsanering, milieuonderzoek, milieucoördinatie, investeringen in nieuw geïnstalleerde milieuvoorzieningen (toegevoegde en procesgeïntegreerde voorzieningen), en plannen voor milieuvoorzieningen die gebruiksklaar beschikbaar komen in de twee jaren na het verslagjaar. Daarnaast worden gegevens gebruikt die niet rechtstreeks van de bedrijven afkomstig zijn, maar berekend worden, zoals de rente en afschrijvingen van milieu-investeringen. In dit onderzoek kijken we enkel naar gemaakte en geplande kosten voor duurzame investeringen, en laten we boetes, heffingen en kosten voor het afvoeren van afval buiten beschouwing.
Investeringsverwachtingen
Om meer zicht te krijgen over de groene investeringen bij bedrijven in Nederland is er een enquête waarbij ze hun investeringsverwachtingen in 2023 omtrent materiële vaste activa aangeven. Daarin wordt beschreven wat de totale waarde (in lopende prijzen) van de materiële vaste activa is, die ondernemers verwachten in het lopende kalenderjaar in gebruik te nemen. Het gaat daarbij om in eigendom te verkrijgen activa. Verder worden ook de motieven hiervoor en factoren van invloed hierop meegenomen. De populatie betreft bedrijfseenheden in de industrie met 10 of meer werknemers.
Bedrijven moeten aangeven hoeveel procent van het totale bedrag aan verwachte investeringen gerelateerd is aan:
- Emissiereductie: verminderen van uitstoot of afvang en opslag van CO2, stikstof, fijnstof of dergelijke uitstoot
- Energiebesparing: isolatie, warmtepomp of procesvernieuwing met het oog op energiebesparing
- Circulair produceren: hergebruik van grondstoffen en afvalstoffen
- Digitalisering: e-commerce, digitale scholing, ICT-hardware inclusief bijhorende software, cyber security
- Andere/geen van bovenstaande
Belangrijk om te benadrukken is dat deze gegevens verzameld zijn op bedrijfsniveau (BEID). Door gebruik te maken van het Algemeen Bedrijven Register (ABR) werd de variabel groene investeringen geaggregeerd tot op ondernemingsniveau (OGID) om de verschillende datasets te kunnen koppelen.
We definiëren groene investeringen als de som van investeringen gerelateerd aan emissiereductie, energiebesparing en circulair produceren.
Data gebruikt voor de analyses in paragraaf 2.4
Om de onderzoeksvragen beschreven in paragraaf 2.4 te kunnen beantwoorden is een microdataset samengesteld van ondernemingen in Nederland waarin verwachte groene investeringen, financiële en boekhoudkundige gegevens en informatie over het TMT aan elkaar zijn gekoppeld. Daarnaast zijn algemene kenmerken zoals industrietak, leeftijd, aantal werkzame personen, export en een indicator voor beursgenoteerd toegevoegd. We werken op ondernemingsniveau (OGID) dit wil zeggen dat alle resultaten worden geanalyseerd op dit niveau.
De data omtrent de samenstelling van het TMT is gekoppeld aan deze dataset. Het geeft informatie over de grootte van het bestuur en de samenstelling ervan. Uit de data blijkt dat 83,7 procent van alle TMT’s geen vrouwen bevatten. Slechts 16,3 procent heeft vrouwelijke bestuurders binnen het topmanagementteam.
Regressiemodellen
We onderzoeken het effect van het aandeel vrouwen in TMT’s op groene investeringen. Voor de econometrische analyses is gebruikt gemaakt van twee regressievergelijkingen die we simultaan in een structureel model te schatten. De eerste vergelijking kijkt of we de aanwezigheid van vrouwen in TMT’s kunnen verklaren met exogene factoren. De tweede vergelijking bekijkt in hoeverre vrouwen in TMT’s verwachte groene investeringen beïnvloeden. Omdat onderzoek aantoont dat bedrijven die zich conformeren aan een duurzaam en maatschappelijk verwacht beleid, o.a. groene investeringen en de vrouwvriendelijke cultuur binnen de organisatie, de kans op vrouwelijke vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur verhoogt, worden de foutmarges in beide vergelijkingen met elkaar vergeleken. Als er sprake is van samenhang (correleren), controleren we dus voor een mogelijke zelfselectie wat zorgt voor een betere identificatie van het model. Het empirische model bestaat dus uit twee vergelijkingen die de rol van vrouwen in TMT’s bij het verklaren van groene investeringen beschrijven.
Logaritmische transformatie
Bij het onderzoeken van de groene investeringen merkten we dat de waarden sterk uiteenlopen en vaak scheef verdeeld zijn met enkele ondernemingen die aanzienlijk meer investeren dan anderen. Een effectieve manier om deze scheefheid aan te pakken is door het toepassen van een logaritmische transformatie. Deze transformatie resulteert in een elasticiteitsmodel: een verandering van 1% in de onafhankelijke variabele leidt tot een wijziging van β% in de afhankelijke variabele.
Het structureel model
We specificeren de volgende vergelijkingen:
Waarbij i (bedrijf) = 1, . . . , N ;
Het systeem bevat in elke vergelijking ook industrie dummy’s, aangegeven als en . Ook wordt er gekeken wat de rol is van bijkomende bedrijf- en sectorkenmerken, hier samengepakt in een zogenaamde vector genoteerd als X. De willekeurige variabelen zijn gemeenschappelijke, niet-geobserveerde heterogeniteitscomponenten van het bedrijf.
Overzicht variabelen regressiemodellen
Eerste vergelijking
Afhankelijke variabelen:
- D(vrouwen drempel): Een dummyvariabele die aangeeft of er minimaal een derde vrouwen in TMT’s zitten.
- Log(aandeel vrouwen TMT): De logaritme van het aandeel vrouwen in TMT’s.
Onafhankelijke variabelen:
- Log(aandeel vrouwen): De logaritme van het aandeel vrouwen op de werkvloer.
- Log(leeftijd): De logaritme van de leeftijd van de onderneming.
- D(buitenlandse multinational): Een dummyvariabele die aangeeft of de onderneming een buitenlandse multinational is.
- D(Nederlandse multinational): Een dummyvariabele die aangeeft of de onderneming een Nederlandse multinational is.
- Log(patent): De logaritme van het aantal groene patenten dat de onderneming in de afgelopen drie jaar heeft geregistreerd.
- D(beid is ogid): Een dummyvariabele die aangeeft of de ondernemingsgroep (OGID) bestaat uit slechts één bedrijfseenheid (BEID). Deze controlevariabel controleert voor mogelijke ruis bij het aggregeren van BEID naar OGID niveau en is niet voor interpretatie vatbaar.
- D(alle beids uitgevraagd): Een dummyvariabele die aangeeft of alle bedrijven binnen een ondernemingsgroep werden uitgevraagd in de enquête omtrent groene investeringen. Deze controlevariabel controleert voor mogelijke ruis bij het aggregeren van BEID naar OGID niveau en is niet voor interpretatie vatbaar.
- Log(hoog opgeleid TMT): De logaritme van het aandeel hoog opgeleiden in het topmanagementteam.
- Industrie dummies: Dummyvariabelen die verschillende industriële sectoren vertegenwoordigen.
Tweede vergelijking
Afhankelijke variabele:
- Log(groene investeringen per werknemers): De logaritme van de verwachte uitgaven aan groene investeringen in het jaar 2023 gecorrigeerd voor het aantal werkzame personen.
Onafhankelijke variabelen (niet uitgelegd in eerste model):
- D(financieel beperkt): Een dummyvariabele die aangeeft of een onderneming financieel beperkt is op basis van de WW-index (zie figuur 2.6.1 voor de constructie van deze variabel).
- D(export): Een dummyvariabele die aangeeft of het bedrijf exporteert.
- D(beursgenoteerd): Een dummyvariabele die aangeeft of het bedrijf beursgenoteerd is.
Financiële beperkingsindex
Whited & Wu (2006) maakt gebruik van de investerings Euler-vergelijking om een externe financieringsbeperkingsindex te construeren, genaamd de Whited–Wu (WW) index. De WW-index index is een lineaire combinatie van de volgende zes factoren:
Om de financiële beperking te kunnen construeren, maken we gebruik van de balans en resultatenrekening van de niet financiële ondernemingen uit de Statistiek Financiën van Ondernemingen. Deze data is beschikbaar voor de jaren 2020, 2021 en 2022 en is verzameld op ondernemingsniveau (OGID).
| Maatstaf | Component | Definitie |
|---|---|---|
| WW-index | Kasstroom | (Operationele winst + afschrijving)/totale activa |
| Dividend dummy | Gelijk aan 1 indien er dividenden worden uitgekeerd, 0 anders | |
| Schuldgraad | Langlopende schulden/totale activa | |
| Bedrijfsgrootte | Natuurlijk logaritme van totale activa | |
| Industriegroei | (Totale verkopen dit jaar – totale verkopen vorig jaar)/totale verkopen vorig jaar | |
| Bedrijfsgroei | (Bedrijfsverkopen dit jaar – bedrijfsverkopen vorig jaar)/bedrijfsverkopen vorig jaar |
Voor de index geldt dat hogere waarden overeenkomen met een grotere waarschijnlijkheid van financieringsbeperkingen, terwijl lagere indexwaarden betekenen dat financieringstekorten minder waarschijnlijk zijn. Om de ondernemingen redelijkerwijs in te delen in groepen van meer of minder financieel beperkt, analyseren we de distributie van de index. Bedrijven die in het bovenste segment van deze distributies vallen, worden beschouwd als meer financieel beperkt. In dit onderzoek hanteren we de mediaanwaarde van 50 procent als afkappunt wat inhoudt dat bedrijven boven dit percentage als financieel beperkt worden beschouwd.
Voor het analyseren van de invloed van financiële beperkingen maken we gebruik van dummyvariabelen in ons regressiemodel. Deze variabele krijgt de waarde 1 als de onderneming in het bovenste segment van de gekozen verdeling valt en wordt beschouwd als financieel beperkt, anders krijgt het de waarde 0.
2.7Literatuur
Literatuur
Ahmadova, A., & Valenzuela-Ortiz, C. (2023). What determines the presence of women on corporate boards? Empirical evidence from emerging markets. Corporate Governance Journal, 23(5), 977–994.
Bear, S., Rahman, N., & Post, C. (2010). The impact of board diversity on corporate social responsibility and firm reputation. Journal of Business Ethics, 97(2), 207–221.
Brahma, S., Nwafor, C., & Boateng, A. (2021). Board gender diversity and firm performance: The UK evidence. International Journal of Finance & Economics, 26(1), 45–58.
Carter, D. A., Simkins, B. J., & Simpson, W. G. (2003). Corporate governance, board diversity, and firm value. The Financial Review, 38(1), 33–53.
Catalyst (2004). The bottom line: Connecting corporate performance and gender diversity. Catalyst.
Eagly, A. H., & Carli, L. L. (2007). Women and the labyrinth of leadership. Harvard Business Review, 85(9), 62–71.
Galbreath, J. (2011). Are there gender-related influences on corporate sustainability? A study of women on boards of directors. Journal of Management & Organization, 17(1), 17–38.
Galbreath, J. (2019). Drivers of Green Innovations: The Impact of Export Intensity, Women Leaders, and Absorptive Capacity. Journal of Business Ethics, 158(1), 47–61.
Glass, C., Cook, A., & Ingersoll, A. R. (2016). Do women leaders promote sustainability? Analyzing the effect of corporate governance composition on environmental performance. Business Strategy and the Environment, 25(7), 495–511.
Griffin, D., Li, K., & Xu, T. (2021). Board Gender Diversity and Corporate Innovation: International Evidence. Journal of Financial and Quantitative Analysis, 56(1), 123–154.
Hillman, A. J., Shropshire, C., & Cannella, A. A. (2007). Organizational Predictors of Women on Corporate Boards. Academy of Management Journal, 50(4), 941–952.
Herring, C. (2009). Does diversity pay?: Race, gender, and the business case for diversity. American Sociological Review, 74(2), 208–224.
Joecks, J., Pull, K., & Vetter, K. (2013). Gender diversity in the boardroom and firm performance: What exactly constitutes a “critical mass”? Journal of Business Ethics, 118(1), 61–72.
McKinsey & Company. (2015). Diversity Matters. McKinsey & Company Report.
Miller, T., & Triana, M. (2009). Demographic diversity in the boardroom: Mediators of the board diversity–firm performance relationship. Journal of Management Studies, 46(5), 755–786.
Naveed, K., Voinea, C. L., & Roijakkers, N. (2022). Board Gender Diversity, Corporate Social Responsibility Disclosure, and Firm’s Green Innovation Performance: Evidence From China. Frontiers in Psychology, 13, 892551.
Nielsen, S., & Huse, M. (2010). The contribution of women on boards of directors: Going beyond the surface. Corporate Governance: An International Review, 18(2), 136–148.
Post, C., Rahman, N., & McQuillen, E. (2014). From Board Composition to Corporate Environmental Performance Through Sustainability-Themed Alliances. Journal of Business Ethics, 103, 423–435.
Post, C., Lokshin, B., & Boone, C. (2022). What Changes after Women Enter Top Management Teams? A Gender-Based Model of Strategic Renewal. Academy of Management Journal, 65(1), 273–303.
Provasi, R., & Harasheh, M. (2021). Gender diversity and corporate performance: Emphasis on sustainability performance. Corporate Social Responsibility and Environmental Management, 28(1), 127–137.
Rao, K., & Tilt, C. (2020). Board diversity and corporate sustainability reporting: An Australian study. Corporate Governance: The International Journal of Business in Society, 20(4), 674–693.
Whited, T. M., & Wu, G. (2006). Financial Constraints Risk. The Review of Financial Studies, 19(2), 531–559.
Xie, J., Nozawa, W., & Managi, S. (2020). The role of women on boards in corporate environmental strategy and financial performance: A global outlook. Corporate Social Responsibility and Environmental Management, 27(5), 2044–2059.
Noten
Wat bedoelen we met topmanagement? Bestuursleden en topmanagement zijn in de Nederlandse context verwante begrippen. De Raad van Bestuur (RvB) of de directie heeft de dagelijkse leiding van de onderneming in handen en is verantwoordelijk voor het beleid. Het is het hoogste leidinggevende orgaan in een onderneming. De analyse-eenheid bevindt zich op het hoogste niveau van een bedrijf, de onderneming dus. Dat betekent dat we kijken naar de vertegenwoordiging van vrouwen op ondernemingsniveau.
Het is bij al deze resultaten van belang te benadrukken dat door steeds verdere uitsplitsing van de steekproeven het aantal ondernemingen in de Nederlandse multinationals en niet-multinational aanzienlijk kleiner zijn dan de groep buitenlandse multinationals, wat de grotere variabiliteit in de resultaten kan verklaren.