Nederlandse bedrijven worden bij een groot deel van de export geconfronteerd met NTM’s.

Foto omschrijving: Keurmeester bij fruithandel Bud Holland.

NTM’s en de Nederlandse export

Auteurs: Timon Bohn, Loe Franssen, Janneke Rooyakkers

Niet-tarifaire maatregelen vertegenwoordigen een breed scala aan beleidsmaatregelen die betrekking hebben op de internationale handel. Nederlandse bedrijven worden in grote mate geconfronteerd met de regels die andere landen stellen aan hun export. Welk deel van de Nederlandse export heeft te maken met NTM’s, en om welke producten en exportbestemmingen gaat het dan? Aan welk soort regels moet voldaan worden bij het exporteren van goederen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, komen ook de verschillende manieren om NTM’s te meten in dit hoofdstuk aan bod.

2.1Inleiding

Terwijl invoertarieven wereldwijd al jarenlang dalen, hebben Nederlandse exporterende bedrijven juist steeds vaker te maken met een grote verscheidenheid aan niet-tarifaire maatregelen (NTM’s). In het eerste hoofdstuk werd al uitgebreid ingegaan op wat NTM’s zijn, welke typen NTM’s er zijn, waarom ze ingesteld worden en hoe de maatregelen de internationale handel kunnen beïnvloeden. In dit hoofdstuk wordt het belang van deze NTM’s in de Nederlandse uitvoer gemeten: welk deel van de export heeft ermee te maken, en welke producten en exportbestemmingen betreft het? Met welk type maatregelen worden Nederlandse exporteurs geconfronteerd?

NTM’s zijn echter geen homogene groep beleidsmaatregelen: zoals uit hoofdstuk 1 al bleek, omvat het begrip een grote verscheidenheid aan maatregelen. Mede daarom is het niet eenvoudig om NTM’s te kwantificeren. De indicatoren die we gebruiken om de aanwezigheid van NTM’s te meten, en om de bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden, worden dan ook uitgebreid beschreven. Hierin staat de Nederlandse export in 2020, die in het buitenland maatregelen ondervond vanwege opgelegde NTM’s, centraal. Hierbij is de TRAINS database van de UNCTAD (2017) gebruikt, waarbij het belangrijk is op te merken dat op basis van deze data geen conclusies getrokken kunnen worden over hoe strikt een regel is.noot1 In hoofdstukken 4 en 5 van deze publicatie worden echter wel de kosten van NTM’s voor de Nederlandse uitvoer geschat, waardoor de striktheid van NTM’s beter benaderd kan worden.

In deze editie van de Internationaliseringsmonitor worden voor het eerst ook de export-gerelateerde maatregelen onderzocht. Dat zijn maatregelen die door de EU worden opgelegd bij de extra-EU uitvoer. Dit type NTM is in het afgelopen jaar meermaals in de publiciteit geweest in verband met de coronapandemie (Evenett, 2021; Bayer et al., 2020). Door de verhoogde vraag naar bijvoorbeeld beademingsapparaten en vaccins, legden veel landen de export van dit soort goederen aan banden door middel van export-gerelateerde NTM’s. In hoofdstuk 6 wordt specifiek ingegaan op de NTM’s in de coronapandemie.

Zoals beschreven in hoofdstuk 1, worden NTM’s in verschillende zogenoemde hoofdstukken ingedeeld. De sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS, hoofstuk A) en de technische handelsbarrières (TBT, hoofdstuk B) zijn veelvoorkomende NTM’s en worden in de literatuur het meest onderzocht. Andere NTM’s zijn minder bekend en deels ook minder wijdverbreid als het gaat om het aandeel van de uitvoer dat eraan onderhevig is. In deze analyse wordt de aanwezigheid van de andere NTM-hoofdstukken echter wel expliciet meegenomen en beschreven.noot2

Leeswijzer

In paragraaf 2.2 zal ingegaan worden op de verschillende manieren waarop NTM’s gemeten kunnen worden en wordt iedere indicator uitgebreid uitgelegd. In paragraaf 2.3 wordt vervolgens de aanwezigheid van NTM’s bij de Nederlandse export gekwantificeerd aan de hand van de zogenaamde coverage ratio en frequency index. Enkele van de meest voorkomende niet-tarifaire maatregelen zijn SPS- en TBT-maatregelen. In welke mate de Nederlandse export onderhevig is aan zulke maatregelen wordt daarom in paragraaf 2.4 in detail geanalyseerd, waarbij gebruik gemaakt wordt van de indicatoren uit paragraaf 2.2. Daarbij gaan we ook in op de verschillende productcategorieën waarvoor zulke NTM’s gelden, en worden de SPS- en TBT-maatregelen verder uitgediept. In paragraaf 2.5 wordt ten slotte ingegaan op specifieke export-gerelateerde maatregelen (hoofdstuk P). Hierbij zal bovendien een case study met betrekking tot EU-opgelegde maatregelen op Nederlandse uitvoer naar China gepresenteerd worden.

90% van de Nederlandse goederenexport onderhevig aan minimaal één niet-tarifaire maatregel
53% van de Nederlandse goederenexport geconfronteerd met export-gerelateerde maatregelen

2.2Het meten van NTM’s

NTM’s kunnen hoeveelheden en prijzen van internationaal verhandelde goederen beïnvloeden. Echter zijn NTM’s niet eenvoudig te kwantificeren: de aanwezigheid van een NTM zegt nog niets over hoe strikt een maatregel is, hoezeer een bedrijf het product ervoor aan moeten passen, en welke kosten ermee gemoeid zijn. NTM’s kunnen op diverse manieren gemeten worden, waarbij iedere indicator een ander stukje informatie over de NTM’s kan geven. De indicatoren hebben elk hun eigen voor- en nadelen en vullen elkaar aan. Het gebruik van meerdere indicatoren geeft complementaire informatie en dus ook meer inzicht dan één afzonderlijke indicator. Deze paragraaf introduceert vijf verschillende indicatoren om NTM’s te meten, namelijk:

  • Coverage ratio: het aandeel van de handelswaarde waarop één of meerdere NTM’s van toepassing zijn.
  • Frequency index: het aandeel van het aantal verhandelde producten waarop één of meerdere NTM’s van toepassing zijn.
  • Prevalence ratio: het gemiddelde aantal NTM’s op een verhandeld product.
  • Regulatory distance: het aandeel van alle mogelijke producten waarbij de regelgeving in het land van bestemming anders is dan in het herkomstland
  • Ad valorem equivalent (AVE): de NTM uitgedrukt als percentage van de prijs.

Coverage ratio

De coverage ratio is het aandeel van de handelswaarde waarop één of meerdere NTM’s van toepassing zijn. Bij deze indicator geldt dat er geen onderscheid wordt gemaakt in het aantal NTM’s dat op een product van toepassing is, noch op de zwaarte van de NTM’s. Wel wordt er naar de handelswaarde gekeken, waarbij de producten met NTM’s waar veel in gehandeld wordt, dus zwaarder meetellen in deze ratio. De coverage ratio kan op deze manier een vertroebeld beeld geven van de aanwezigheid van NTM’s, omdat het effect ervan op de handel verwerkt zit in de ratio. Wanneer een NTM er bijvoorbeeld toe leidt dat de handelswaarde afneemt, telt deze vervolgens minder zwaar mee in deze indicator. Wanneer een product bijvoorbeeld helemaal niet meer verhandeld wordt als gevolg van NTM’s, valt deze dus zelfs helemaal uit de coverage ratio. Niettemin, vanwege het intuïtieve karakter van deze indicator en omdat er een directe relatie met de handelswaarde met een land tot stand komt, is het een veel gebruikte indicator in de literatuur en ook in onze analyse.

Frequency index

Deze index meet het aantal verhandelde producten waarop één of meerdere NTM’s van toepassing zijn als aandeel van het totaal aantal verhandelde producten. De handelswaarde van het product wordt hierbij niet meegenomen, enkel of het product verhandeld wordt of niet. Daarnaast wordt er geen onderscheid gemaakt in het aantal NTM’s dat voor het verhandelde product geldt, enkel óf er NTM’s voor gelden. Ook hoe zwaar de NTM’s zijn wordt in deze indicator niet meegenomen. Ten laatste kan deze index een onderschatting zijn van de werkelijke aanwezigheid van NTM’s: het kan zo zijn dat er in een product geen handel meer gedreven wordt wanneer een NTM dusdanig zwaar is. Deze producten worden ook in de frequency index dan niet meer meegenomen.

Prevalence ratio

De prevalence ratio meet het gemiddelde aantal NTM’s op een product. Het gaat daarbij niet om het volume van de verhandelde producten, maar om álle mogelijke producten. Aan de ene kant kan dat als een voordeel worden gezien omdat het volume van de verhandelde producten soms een vertekend beeld kan geven, bijvoorbeeld als er voor veel producten maar één NTM opgelegd wordt. Aan de andere kant betekent een groter gemiddeld aantal NTM’s op een product niet automatisch dat de NTM-druk voor dat product ook hoger ligt, omdat individuele NTM’s niet kunnen worden onderscheiden op basis van hun striktheid. De prevalence ratio geeft niettemin een indicatie van de zwaarte van NTM’s voor een product, in tegenstelling tot coverage ratio en frequency index die hier helemaal niets over zeggen. Alleen wordt de striktheid hierbij op productniveau en niet op NTM-niveau gemeten.

Regulatory distance

De regulatory distance geeft het aandeel van alle mogelijke producten waarbij de regelgeving in het importland anders is dan in het exportland in het totaal aantal verhandelde producten. Het aandeel producten dat niet onder dezelfde regelgeving tot stand komt, vormt de regulatory distance. Deze indicator zegt wederom niets over de zwaarte van NTM’s, alleen in hoeverre beide landen dezelfde typen NTM’s stellen aan hun producten. Daar kan mogelijk van afgeleid worden in hoeverre een product nog veel aanpassingen vergt voordat het tussen landen verhandeld kan worden. Echter, zelfs wanneer de regulatory distance nul is, betekent dat niet dat een exportland precies dezelfde eisen stelt aan een product als een importland. Dit komt wederom doordat de data de specifieke inhoud van bepaalde NTM’s niet van elkaar kan onderscheiden; daarvoor is kwalitatieve analyse van de wetteksten vereist (Cadot et al., 2015). Zo’n exercitie zou vervolgens lastig toe te passen zijn voor kwantitatieve analyses op een grotere schaal.

Ad valorem equivalent (AVE)

Bij de ad valorem equivalent drukken we de NTM uit als percentage van de prijs. De eerste drie indicatoren, de coverage ratio, frequency index en prevalence ratio, bieden een overzicht van de aanwezigheid van NTM’s; de regulatory distance biedt daarnaast een beeld van het verschil in regelgeving tussen twee landen. Deze indicatoren zijn echter ongeschikt om te beschrijven hoe zwaar NTM’s zijn. Een andere manier om NTM’s te kwantificeren is om ze om te rekenen tot een ad valorem equivalent (AVE). Een AVE berekent de kosten van iets, in dit geval NTM’s, in termen van de waarde van iets anders, in dit geval de prijs van het verhandelde product. Op die manier kunnen de kosten van AVE’s bijvoorbeeld ook vergeleken worden met de kosten van importtarieven.

Hoe komt een AVE tot stand?

In de literatuur bestaan er tot dusver grofweg twee methodes om de prijs van een NTM berekenen. Ten eerste is er de price-gap methode, die simpel gezegd de prijzen van verhandelde goederen met elkaar vergelijkt waarbij het ene goed wél onderhevig is aan een NTM en de andere niet. Rekening houdend met andere verschillen tussen die twee producten, wordt het verschil in prijs toegekend aan de NTM. Stel dus dat de exportprijs van een product van Nederland naar de VS, dat vrij is van NTM’s, gemiddeld 10 euro is. De exportprijs van datzelfde goed naar Brazilië, waar het wél onderhevig is aan een NTM, is 11 euro. Dan wordt de AVE van die NTM bepaald op 10 procent. Deze methode wordt bijvoorbeeld gebruikt door Cadot & Gourdon (2016). Eén nadeel van deze methode is dat er veel gedetailleerde data, met name prijsinformatie, voor nodig is waardoor onderzoek met deze methode zich doorgaans beperkt tot een select aantal landen of industrieën.

Een tweede methode komt voort uit het werk van Kee, Nicita & Olarreaga (2009) en wordt bijvoorbeeld toegepast door Ghodsi et al. (2016). Hierbij wordt in een eerste stap met behulp van een graviteitsmodel het effect van NTM’s op bilaterale handelswaarden geschat. In een tweede stap wordt dat effect op handelswaarden omgezet naar een effect op prijzen (AVE’s) door gebruik te maken van importelasticiteiten (de verandering in importhoeveelheid als gevolg van een verandering van de importprijs). Het grote voordeel van deze methode is dat er geen gedetailleerde prijsinformatie voor nodig is: standaard handelsinformatie is voldoende. Een nadeel is echter dat importelasticiteiten cruciaal zijn voor deze berekening en dat dit ook weer schattingen zijn.

AVE’s kunnen ook negatief uitvallen: dat komt dan omdat de importhoeveelheid toegenomen is als gevolg van de toegenomen (waargenomen) kwaliteit. We kunnen deze groep NTM’s zien als faciliterend. De NTM’s die de prijs wél verhogen zijn belemmerend. In hoofdstuk 4 worden deze en andere methodologische kwesties rondom AVE’s nog verder besproken. In dit hoofdstuk bekijken we de AVE’s zoals die berekend zijn door Ghodsi et al. (2016), en dus via de methode met prijselasticiteiten.

Beide methodes zijn afhankelijk van een zo goed mogelijke controle voor verschillen tussen producten, voordat enige verschillen in de geobserveerde prijs of handelswaarden worden toegeschreven aan de NTM. Handelsdata is echter verre van perfect, waardoor dergelijke verschillen nog steeds door andere factoren zouden kunnen worden veroorzaakt. Eén voorname factor daarbij is productkwaliteit. Het is mogelijk dat het product van een hogere prijs ook een hogere kwaliteit herbergt, waardoor je het verschil in prijs niet geheel aan de NTM zou toe willen schrijven. Beide methodes zijn vooralsnog niet in staat om hier expliciet rekening mee te houden. In hoofdstuk 4 volgt een eerste opzet om dat wel te doen voor de export van Nederlandse goederen.

Van de bovenstaande indicatoren zal de nadruk in dit hoofdstuk op de coverage ratio liggen, omdat dit intuïtief het meest inzichtelijk is. De frequency index en prevalence ratio zijn in deze analyse alleen op landniveau toegepast; de coverage ratio wordt daarentegen ook toegepast wanneer verschillende productcategorieën voor alle landen samen geanalyseerd worden. Daarnaast komt ook de regulatory distance in dit hoofdstuk aan bod. Ten slotte worden de AVE’s ook kort besproken om een eerste indicatie te geven van hoe zwaar de NTM’s zijn voor Nederlandse exporteurs.

2.3NTM’s en de Nederlandse export

In de vorige paragraaf zijn de verschillende methoden beschreven om NTM’s te meten. In deze paragraaf wordt de coverage ratio toegepast op de Nederlandse goederenexport in 2020, waarbij de verschillende NTM-hoofdstukken en productgroepen uitgelicht worden. Ook de prevalence ratio wordt per land bekeken. De NTM-data is afkomstig van de UNCTAD TRAINS database (UNCTAD, 2017)noot3, en vervolgens gekoppeld aan de handelsdata van het CBS; de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG).noot4 Alle wereldkaartjes getoond in dit hoofdstuk zijn dan ook gebaseerd op de UNCTAD (2017) data gecombineerd met de CBS IHG data.

Bijna de gehele Nederlandse export aan één of meerdere NTM‍´s onderhevig

De meerderheid van exporteurs zal bij de handel geconfronteerd worden met NTM’s: circa 90 procent van de Nederlandse goederenexport was in 2020 onderhevig aan NTM-regelgeving.noot5 De export-gerelateerde maatregelen zijn hier buiten gelaten, daar wordt in paragraaf 2.5 verder op ingegaan.

Zoals ook uit ander onderzoek blijkt, gelden voor de export van landbouw- en voedselproducten en de machines en transportmiddelen relatief de meeste NTM’s, met percentages van ruim boven de 90 procent, zie figuur 2.3.1 (Ghodsi et al., 2016; Gourdon, 2014). De export van minerale brandstoffen en ruwe materialen is relatief minder vaak onderhevig aan NTM’s, met een coverage ratio van respectievelijk 78 en 82 procent. Dat komt bij de minerale brandstoffen vooral door het relatief lage percentage steenkool (30 procent) dat onderhevig is aan één of meerdere NTM’s, en bij de grondstoffen heeft dat te maken met de lage coverage ratio van de metaalertsen (38 procent).

2.3.1 Aandeel van de Nederlandse export onderhevig aan NTM's (coverage ratio), 2020 (%)
Productcategorie Coverage ratio NTM
Voedsel en levende dieren 99,5
Drinken en tabak 98,7
Ruwe materialen, niet eetbaar 82,3
Minerale brandstoffen, smeermiddelen e.d. 78,3
Dierlijke en plantaardige olien, vetten en wassen 92,0
Chemicaliën e.d. 89,9
Gefabriceerde goederen 85,7
Machines en transportmiddelen 94,1
Diverse gefabriceerde artikelen 86,1
Andere grondstoffen en transacties 4,1
.
Totaal 90,2

In figuur 2.3.2 is de prevalence ratio per land zichtbaar: het gemiddelde aantal NTM’s dat landen oplegden aan de Nederlandse uitvoer in 2020. Hierbij speelt de exportwaarde geen rol, enkel de hoeveelheid regels die op een product gelden bij de export naar dat land. Daaruit blijkt dat Guinea met 9,9 NTM’s gemiddeld de meeste NTM’s oplegde aan de Nederlandse export. Voor Guinee heeft het hoge cijfer vooral te maken met het hoge gemiddelde aantal NTM’s gerelateerd aan prijscontrolemaatregelen (hoofdstuk F). Daarna volgden grotere handelspartners van Nederland: Zuid-Korea (gemiddeld 7,8 NTM’s per product), China (7,3) en Brazilië (7,1). Dat betekent dat Nederlandse exporteurs wat betreft export naar deze landen gemiddeld per product aan meer dan 7 verschillende regels moesten voldoen. Deze landen worden ook in internationaal onderzoek naar handels- en investeringsbelemmeringen alle drie genoemd als landen met veel handelsbelemmerende maatregelen (Europese Commissie, 2018). Voor export naar Zwitserland (5,3), de VS (4,1) of Japan (3,5) waren de Nederlandse exportproducten aan minder verschillende NTM’s onderhevig. De EU-landen kennen gemiddeld 6,8 NTM’s per geëxporteerd product (dit zijn met name SPS- en TBT-maatregelen).

In deze figuur zien we een kaartje van de wereld met daarop per land het gemiddelde aantal niet-tarifaire maatregelen bij de Nederlandse uitvoer (prevalence ratio) in 2020. De prevalence ratio varieert hier tussen de 0 en 10 NTM’s per product.

Zoals uit hoofdstuk 1 al bleek, zit er echter veel variatie in het type NTM, zowel wat betreft het beoogde doel, de producten die het betreft, als de resultaten (in kosten en kwaliteit) die het type oplevert. De rest van deze paragraaf en de volgende paragrafen lichten dan ook de verschillende NTM-hoofdstukken uit. Tabel 2.3.3 staat daarbij aan de basis, en toont de coverage ratio van de verschillende productgroepen en typen NTM’s. In de kolommen staat het NTM-hoofdstuk dat van toepassing is en in de rijen staat de productcategorie (SITC-1) die mogelijkerwijs aan het betreffende NTM-hoofdstuk onderhevig is.

Vooral landbouw- en voedselproducten onderhevig aan SPS-maatregelen

Iets meer dan een kwart (26 procent) van de Nederlandse export in 2020 was onderhevig aan SPS-maatregelen (hoofdstuk A). Er is vooral een hoge concentratie van SPS-maatregelen gerelateerd aan landbouwgoederen, natuurproducten en voedsel zichtbaar. Dat is logisch omdat SPS-maatregelen ten doel hebben om de veiligheid van voedselproducten te waarborgen, het milieu te beschermen en de gezondheid van dieren en planten te beschermen, waardoor deze regels dus vooral voor dit soort producten gelden. Andere goederencategorieën zoals chemicaliën (24 procent) en gefabriceerde goederen (17 procent) zijn ook deels onderhevig aan SPS-maatregelen, maar in veel mindere mate (als aandeel van de totale handel) dan landbouw- en voedselproducten. Bij de chemicaliën gaat het voornamelijk om producten van kunststof en medicinale en farmaceutische producten, en bij de gefabriceerde goederen zijn het met name de papier- en kartonproducten, hout- en metaalwaren waarvan een relatief hoog aandeel onder SPS-maatregelen valt.

87% van de totale Nederlandse uitvoerwaarde onderhevig aan minimaal één TBT

Van alle NTM-hoofdstukken is de Nederlandse uitvoer verreweg het meest onderworpen aan TBT-maatregelen (hoofdstuk B); dit type NTM geldt voor 87 procent van de Nederlandse exportwaarde. Dat betekent dat een groot deel van de Nederlandse uitvoer te maken heeft met TBT’s, wat redelijk gelijkmatig over de verschillende productcategorieën verdeeld is: de meeste productcategorieën hebben in zeer hoge mate (>70 procent van de exportwaarde) te maken met TBT’s. Paragraaf 2.4 gaat dieper in op welke typen TBT hierbij het belangrijkst zijn.

Als het gaat om maatregelen gerelateerd aan inspectie vóór verzending en andere formaliteiten (hoofdstuk C) dan blijkt ongeveer 10 procent van de handel onderhevig aan zulke NTM’s te zijn. Daar gaat het dan vooral om handel in dranken en tabak (21 procent) en diverse gefabriceerde artikelen (25 procent), waarbij het voornamelijk optische of medische instrumenten en apparaten en benodigdheden voor optiek en fotografie betreft.

Circa twee derde van de Nederlandse handel is onderhevig aan niet-automatisch verleende vergunningen, importquota en andere kwantitatieve belemmeringen (anders dan voor SPS- of TBT-redenen) (hoofdstuk E). Bijna elke productcategorie heeft hiermee te maken, vooral landbouwproducten, chemicaliën, machines en transportmiddelen, en ruwe materialen. Zoals in hoofdstuk 1 besproken, bevat hoofdstuk E puur handelspolitieke maatregelen. In deze editie van de Internationaliseringsmonitor ligt de focus echter op de maatregelen die betrekking hebben op de kwaliteit en veiligheid van de producten. Hoofdstukken 3 en 4 gaan namelijk in op de kwaliteitsverandering die producten met een NTM ondergaan. Daarom ligt ook in dit hoofdstuk het zwaartepunt bij technische maatregelen, en wordt niet verder ingegaan op hoofdstuk E.

Prijscontrolemaatregelen (hoofdstuk F), financiële maatregelen (hoofdstuk G), maatregelen die de mededinging beïnvloeden (hoofdstuk H) en handelsgerelateerde investeringsmaatregelen (hoofdstuk I) zijn in het algemeen minder belangrijk als belemmering voor de Nederlandse uitvoer. Prijscontrolemaatregelen, met een coverage ratio van 8 procent, zijn vooral van belang voor dranken en bereide voedingsmiddelen. Hoofdstukken G, H, en I dekken minder dan 2 procent van de respectievelijke goederenuitvoer. H en I betreffen voornamelijk parels, edelstenen en edelmetalen (binnen de categorie andere grondstoffen en transacties).

2.3.3Het aandeel van de totale Nederlandse export dat aan een NTM onderhevig is (coverage ratio) naar goederencategorie, SITC-1 en type NTM, 2020
Totaal A B C E F G H I
Goederencategorie (SITC-1) %
Totaal 90,2 26,4 86,8 9,9 67,1 8,3 0,5 1,5 0,1
0 Voedsel en levende dieren 99,5 97,5 95,3 9,1 88,7 12,2 1,0 0,4 0,1
1 Dranken en tabak 98,7 81,7 94,5 20,7 82,6 30,0 1,4 0,5 0,0
2 Grondstoffen, niet eetbaar 82,3 62,2 75,4 8,0 63,4 8,3 0,2 0,2 0,0
3 Minerale brandstoffen, smeermiddelen e.d. 78,3 0,9 69,7 8,0 60,8 6,5 0,4 1,4 0,0
4 Dierlijke en plantaardige oliën, vetten en wassen 92,0 91,9 91,3 3,5 10,4 3,4 0,1 0,0 0,0
5 Chemicaliën e.d. 89,9 23,5 87,2 6,9 81,7 9,6 1,6 1,5 0,0
6 Gefabriceerde goederen 85,7 17,4 83,4 9,0 27,7 1,2 0,1 0,1 0,5
7 Machines en transportmiddelen 94,1 3,9 91,7 6,7 65,6 8,8 0,1 2,7 0,1
8 Diverse gefabriceerde artikelen 86,1 6,1 84,0 25,0 59,2 5,4 0,0 1,9 0,1
9 Andere grondstoffen en transacties 4,1 0,1 4,1 0,1 0,0 0,0 0,0 4,0 4,0

A: Sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS); B: Technische handelsbarrières (TBT); C: Inspectie vóór verzending en andere formaliteiten; E: Niet-automatisch verleende vergunningen, importquota en andere kwantitatieve belemmeringen anders dan voor SPS- of TBT-redenen; F: Prijscontrole­maatregelen, inclusief extra belastingen en toeslagen; G: Financiële maatregelen; H: Maatregelen die de mededinging beïnvloeden; I: Handels-gerelateerde investeringsmaatregelen, waaronder lokale inhoudsvereisten.

2.4SPS- en TBT-maatregelen

Zoals uit de voorgaande paragraaf al bleek, zijn SPS en TBT veelvoorkomende en belangrijke maatregelen, en is het doel de kwaliteit en/of veiligheid te verhogen, waarborgen of ten minste te signaleren. Deze paragraaf gaat verder in op beide typen NTM’s en laat zien welke maatregelen en welke goederen het precies betreft, en welke landen ze vooral aan de Nederlandse export opleggen.

Sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS)

SPS-maatregelen zijn opgebouwd uit acht verschillende onderdelen op het hoogste aggregatieniveau binnen het hoofdstuk (A1–A9). De meeste onderdelen blijken bijna even belangrijk te zijn: verboden of beperkingen van producten of stoffen (A1), tolerantiegrenzen voor residuen (A2), verpakkingsvereisten (A3), hygiënische eisen (A4), andere vereisten voor productie- of post-productieprocessen (A6) en conformiteitsbeoordeling (A8) hebben allemaal een coverage ratio van tussen de 15 procent en 20 procent (als aandeel van de totale export), zie ook tabel 2.4.1. Dit betekent ook dat veel uitgevoerde producten tegelijkertijd met meerdere onderdelen van SPS te maken hebben.

Wat ook consistent naar voren komt, is het type product dat onderhevig is aan de verschillende SPS-onderdelen. Zoals tabel 2.4.1 aantoont, gaat het steeds om landbouw- en voedingsproducten (voeding en dranken) en, in veel mindere mate, om chemische producten. Verboden of beperkingen (A1) en conformiteitsbeoordeling (A8) worden daarnaast relatief vaak geheven op grondstoffen en minerale brandstoffen (en dan vooral hout en houtproducten, en plantaardige oliën en vetten).

Slechts twee onderdelen van SPS-maatregelen (A5 en A9) worden maar heel beperkt geëist van de Nederlandse uitvoer.

2.4.1Het aandeel van de totale Nederlandse export dat aan (onderdelen van) een SPS-maatregel onderhevig is (coverage ratio) naar goederencategorie en type SPS, 2020
A A1 A2 A3 A4 A5 A6 A8 A9
Goederencategorie %
Totaal 26,4 19,5 19,1 16,3 16,4 0,4 15,4 21,2 0,9
Chemische producten 23,5 10,8 10,5 3,9 14,7 0,0 9,8 13,6 0,3
Grondstoffen en minerale brandstoffen 22,0 19,3 4,6 4,4 4,2 1,1 4,1 21,0 0,5
Industriële producten 10,3 0,9 8,7 1,6 0,1 0,0 0,1 1,6 0,0
Machines en Vervoermaterieel 3,9 0,1 2,5 2,5 0,0 0,0 0,0 1,3 0,0
Voeding en dranken 96,1 90,2 85,6 85,9 80,0 1,7 79,9 93,1 4,4

A: Sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS); A1: Verboden of beperkingen van producten of stoffen vanwege SPS; A2: Tolerantiegrenzen voor residuen en beperkt gebruik van stoffen; A3: Etiketterings-, markerings- en verpakkings­vereisten; A4: Hygiënische eisen; A5: Behandeling voor de eliminatie van plantaardig en dierlijk ongedierte en ziekteverwekkende organismen in het eindproduct (bijvoorbeeld Behandeling na de oogst); A6: Andere vereisten voor productie- of post-productieprocessen; A8: Conformiteitsbeoordeling met betrekking tot SPS; A9: SPS-maatregelen n.e.g.;

A7 bestaat niet (UNCTAD, 2019b)

In figuur 2.4.2 wordt de coverage ratio van SPS-maatregelen (A) op Nederlandse exportproducten naar bepaalde landen geïllustreerd, daarbij geen rekening houdend met de onderverdeling in subhoofdstukken A1‑A9. Niet verrassend zijn de landen met de donkere kleuren, waar een hoger percentage van de export naar dat land onderhevig is aan SPS-maatregelen tevens de landen waar Nederland veel voeding en dranken naartoe exporteerde in 2020. Landen met de hoogste coverage ratio’s zijn onder andere Brazilië (78 procent), Argentinië en Colombia (66 procent) en China (47 procent).

In deze figuur zien we een kaartje van de wereld met daarop per land het aandeel van de Nederlandse export dat onderhevig is aan minimaal één SPS-maatregel (coverage ratio) in 2020. De coverage ratio varieert hier tussen de 0 en 80 procent.

Regulatory distance

Hoewel we eerder al zagen dat alle landen NTM’s opleggen aan goederenimport, zijn er significante verschillen tussen welke eisen ze stellen. De regulatory distance brengt in beeld in welke mate de regelgeving verschilt tussen landen, waarmee we een idee krijgen in hoeverre Nederlandse exporteurs hun productieproces mogelijk moeten aanpassen om aan de buitenlandse regelgeving te voldoen. Uit figuur 2.4.3 blijkt ten eerste dat er geen verschil in regelgeving is bij de intra-EU export, omdat Nederlandse bedrijven ook voor de binnenlandse markt onder dezelfde regels vallen; regulatory distance is 0 procent.

Ten tweede blijkt uit figuur 2.4.3 dat er grote verschillen zitten tussen de Europese regelgeving waar Nederland onder valt, en de eisen die landen waar Nederlandse bedrijven naartoe exporteren stellen. Op de export naar EU-landen na, worden Nederlandse goederen geëxporteerd naar landen waarmee SPS-regelgeving voor 60 tot 80 procent van de producten verschilt.

In deze figuur zien we een kaartje van de wereld met daarop per land het aandeel van de producten van de Nederlandse export waarbij de SPS-regelgeving anders is dan in Nederland (regulatory distance) in 2020. De regulatory distance varieert hier tussen de 0 en 90 procent.

NTM’s in de intra-EU handel

Zoals al uit figuur 2.4.3 bleek, hebben EU-landen dezelfde NTM-regelgeving als Nederland; de regulatory distance is dan ook 0. Het feit dat de Europese Unie veel NTM’s oplegt, zou geen extra effect (in de vorm van extra kosten) moeten hebben voor Nederlandse bedrijven die binnen de EU exporteren. Dit komt doordat deze bedrijven sowieso al aan deze regels moeten voldoen, ook wanneer ze alleen voor de Nederlandse markt produceren en verder niet exporteren. Verder zijn er vanwege de interne markt ook geen grenscontroles waar gecontroleerd zou kunnen worden of aan de NTM’s is voldaan. Mogelijke kosten waarmee Nederlandse bedrijven dus geconfronteerd worden als gevolg van EU-regels zijn daardoor eerder algemene productiekosten dan specifieke handelskosten. Het is daarom ook interessant om eens te bekijken hoe de handel onderhevig aan SPS-maatregelen eruit ziet zónder intra-EU handel.

Als we alleen de Nederlandse export naar landen buiten de Europese Unie meenemen, blijkt dat de coverage ratio van SPS-maatregelen in de Nederlandse export van 2020 nog bijna 24 procent is. Dat betekent dat de export onderhevig is aan een vergelijkbare hoeveelheid SPS-regelgeving, met of zonder de intra-EU handel.

Kosten van SPS-maatregelen

Zoals in paragraaf 2.2 besproken, is er een indicator die meeneemt hoe zwaar NTM’s zijn: de ad valorem equivalent (AVE). Deze indicator drukt uit welke kosten er gepaard gaan met het voldoen aan de geëiste maatregel als percentage van de handelsprijs. Op basis van data uit Ghodsi et al. (2016) blijkt dat SPS-maatregelen wereldwijd de prijs van het product met zo’n 2,9 procent verhogen. Daarbij zijn de negatieve AVE’s, zoals in het leeskader in paragraaf 2.2 besproken, ook meegenomen, die de gemiddelde AVE behoorlijk drukken. Wanneer deze niet meegenomen worden, en de handelsbelemmerende NTM’s over blijven, dan is de AVE fors hoger met een percentage van 8,2.

Voor de Nederlandse uitvoer van 2020 geldt dat alle SPS-maatregelen zo’n 0,2 procent aan extra kosten opleverden. Het gaat daarbij om alle export waar een SPS-maatregel voor geldt en waarvoor AVE’s berekend konden worden door Ghodsi et al. (2016). Wanneer we de handel met negatieve AVE’s erbuiten laten, komen we fors hoger uit, met extra kosten van zo’n 19,7 procent. Dat betekent dat wanneer Nederlandse exporteurs geconfronteerd worden met belemmerende SPS-maatregelen, de verhoogde prijs bijna 20 procent van de totale goederenwaarde behelst.

Technische handelsbarrières (TBT)

Uit paragraaf 2.3 bleek al dat technische handelsbarrières (TBT’s) veel voorkomen: aan bijna 87 procent van de Nederlandse exportwaarde in 2020 werden technische voorwaarden gesteld. Voor alle productcategorieën in tabel 2.4.4. geldt dat er voor minimaal 70 procent van de handelswaarde technische eisen gesteld worden, maar in veel gevallen is het meer. Vooral bij de voeding en dranken (95 procent) en het vervoermaterieel (92 procent) valt bijna de gehele exportwaarde onder één of meerdere TBT’s.

TBT’s kunnen verder onderverdeeld worden in meer gedetailleerde producteisen, waarvan etiketterings-, markerings- en verpakkingsvereisten (B3), productkwaliteit of prestatievereisten (B7) en de conformiteitsbeoordeling met betrekking tot TBT (B8) de belangrijksten zijn, met een coverage ratio van respectievelijk 71, 47 en 67 procent van de totale handelswaarde. Een groot deel van de Nederlandse export moet dus voldoen aan meerdere TBT’s tegelijk. De conformiteitsbeoordeling (B8) is een signalering dat aan de eisen van andere TBT’s voldaan is, waardoor deze in de praktijk vaak samengaat met een andere TBT, zoals de eisen aan productkwaliteit (B7). Dit type NTM (B7) heeft dus te maken met technische kwaliteitseisen, waardoor ze relatief veel voorkomen bij industriële producten en machines en vervoermaterieel, en minder bij bijvoorbeeld voeding en dranken. De kwaliteits­eisen van deze laatste goederengroep vallen veelal binnen SPS-maatregelen.

2.4.4Het aandeel van de totale Nederlandse export dat aan (onderdelen van) een TBT-maatregel onderhevig is (coverage ratio) naar goederencategorie en type TBT, 2020
B B1 B2 B3 B4 B6 B7 B8 B9
Goederencategorie %
Totaal 86,8 0,9 17,6 71,1 21,0 1,3 46,5 67,1 2,5
Chemische producten 87,2 1,6 9,9 83,4 10,8 3,2 26,1 74,9 4,9
Grondstoffen en minerale brandstoffen 71,7 1,2 2,0 62,5 5,4 0,3 14,3 50,8 0,9
Industriële producten 82,9 0,5 13,5 60,4 15,5 0,4 61,4 76,7 2,6
Machines en Vervoermaterieel 91,7 0,6 37,6 62,3 45,9 0,3 79,3 86,1 2,3
Voeding en dranken 95,0 0,8 8,8 93,7 7,9 2,8 18,4 24,0 1,4

B: Technische handelsmaatregelen (TBT); B1: Invoervergunningen en licenties gerelateerd aan TBT-maatregelen; B2: Tolerantiegrenzen voor residuen en beperkt gebruik van stoffen; B3: Etiketterings-, markerings- en verpakkings­vereisten; B4: Productie- of post-productievereisten; B6: Vereisten aan productidentiteit; B7: Productkwaliteit of prestatievereisten; B8: Conformiteitsbeoordeling met betrekking tot TBT’s; B9: TBT-maatregelen n.e.g.;

B5 bestaat niet (UNCTAD, 2019b)

Wanneer we naar de TBT’s op de Nederlandse export per land kijken in figuur 2.4.5, vallen er grote verschillen op in de mate van technische eisen die landen stellen aan hun import. Zo gelden er TBT’s voor een groot deel van de export naar de grote handelspartners van Nederland (China, Brazilië, Japan, de VS, Zuid-Korea en Canada). Het gaat voor die landen om 80 tot 95 procent van de totale Nederlandse exportwaarde waaraan technische eisen gesteld worden. Verschillende landen in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië hebben maar op 40–60 procent van de import uit Nederland TBT’s ingesteld.

In deze figuur zien we een kaartje van de wereld met daarop per land het aandeel van de Nederlandse export dat onderhevig is aan minimaal één TBT-maatregel (coverage ratio) in 2020. De coverage ratio varieert hier tussen de 0 en 100 procent.

Bij de frequency ratio wordt de handelswaarde niet meegewogen, enkel of een product naar het desbetreffende land geëxporteerd werd in 2020. Daarbij valt in figuur 2.4.6 op dat landen als de VS en Brazilië lager scoren dan bij de coverage ratio in figuur 2.4.5: ze hebben dus relatief veel TBT’s op de producten die ze voor veel waarde importeren uit Nederland. China, Canada en Zuid-Korea hebben TBT’s ingesteld op circa 80 tot 100 procent van de producten die ze importeren.

In deze figuur zien we een kaartje van de wereld met daarop per land het aandeel van de Nederlandse uitgevoerde producten met minimaal één TBT-maatregel (frequency ratio) in 2020. De frequency ratio varieert hier tussen de 0 en 100 procent.

De prevalence ratio, zoals zichtbaar in figuur 2.4.7, geeft aan hoeveel TBT’s een land gemiddeld per product ingesteld heeft. Het gaat hierbij echter niet alleen om de Nederlandse export, maar om alle producten waar een land TBT’s op instelt.

China steekt er duidelijk bovenuit, met circa 4,2 TBT-maatregelen per product. Daarna volgen Brazilië en Zuid-Korea met respectievelijk 3,5 en 3,4 TBT-maatregelen per product.

In deze figuur zien we een kaartje van de wereld met daarop per land het gemiddelde aantal TBT-maatregelen bij de Nederlandse uitvoer (prevalence ratio) in 2020. De prevalence ratio varieert hier tussen de 0 en 5 TBT-maatregelen.

Omdat andere EU-landen dezelfde TBT-regelgeving hebben als Nederland, nemen we aan dat Nederlandse bedrijven die goederen naar een ander EU-land willen exporteren geen extra kosten hoeven te maken om aan deze TBT-regelgeving te voldoen aangezien ze in eigen land met dezelfde voorwaarden te maken hebben. Wanneer we alleen naar extra-EU handel kijken, waarvoor de regulatory distance veel groter is, blijkt dat de coverage ratio van TBT’s meer dan 20 procentpunten lager is, en op zo’n 65,9 procent van de totale exportwaarde naar deze landen uitkomt. Dat betekent dat EU-landen bovengemiddeld veel technische maatregelen aan de inkomende goederen eisen, en dat de extra-EU uitvoer onderhevig is aan relatief minder TBT-regels.

De afname van TBT-regelgeving naar extra-EU-landen vergeleken met de totale export is voor alle productcategorieën zichtbaar, maar is het grootst voor de gefabriceerde goederen met een verschil in coverage ratio van bijna 50 procentpunten.

Kosten van TBT’s

Op basis van data uit Ghodsi et al. (2016) blijkt dat TBT-maatregelen wereldwijd zo’n 4,1 procent aan extra kosten opleveren. Alleen de handelsbelemmerende TBT’s (negatieve AVE’s uitgesloten) leveren 10,8 procent aan extra kosten op.

Voor de Nederlandse uitvoer in 2020 (alle handel waar een TBT-maatregel op zit) geldt dat de TBT-maatregelen nog zo’n –1,2 procent aan extra kosten opleveren, oftewel het zorgt ervoor dat de exporteur zijn verkoopprijs kan laten zakken. Omdat deze methode de AVE’s bepaalt op basis van de importhoeveelheid, laat een negatieve AVE dus zien dat de verhandelde hoeveelheid toeneemt onder een TBT, waardoor de NTM de kosten kan verlagen. Dat kan te maken hebben met toegenomen (waargenomen) kwaliteit, die de vraag naar het product kan doen toenemen. Hoofdstukken 3 en 4 zullen hier verder op in gaan.

Wanneer we echter alleen naar handelsbelemmerende NTM’s kijken, komen we fors hoger uit, met extra kosten van zo’n 16,8 procent. Dat betekent dat Nederlandse exporteurs die in 2020 producten wilden exporteren naar landen met TBT-maatregelen die een negatief effect hebben op hoeveelheid (enkel de positieve AVE’s), kosten moesten maken ter waarde van gemiddeld bijna 17 procent van de prijs van hun product.

2.5Export-gerelateerde maatregelen

De Nederlandse export wordt niet alleen geconfronteerd met vereisten opgelegd door bestemmingslanden, maar ook met de eigen exportvereisten (in het geval van Nederland opgelegd door de Europese Unie). Export-gerelateerde maatregelen (hoofdstuk P) zijn in het algemeen veel voorkomend en bijna net zo divers als import-gerelateerde maatregelen (UNCTAD, 2019a). Ze worden dus door de overheid van het exporterende land toegepast op de goederen die uitgevoerd worden. Export-gerelateerde maatregelen worden opgelegd om velerlei redenen die grotendeels de redenen voor beperkingen aan de invoerkant weerspiegelen. Zo kunnen er beperkingen worden opgelegd aan de hoeveelheid goederen die naar een bepaald land wordt geëxporteerd vanwege een tekort aan goederen op de binnenlandse markt, of om de productveiligheid of het milieu te waarborgen en beschermen. Ook de regulering van binnenlandse prijzen en export prijsbeheersings­maatregelen zijn hierbij van belang.

Uit tabel 2.5.1. blijkt dat meer dan de helft (53 procent) van de Nederlandse goederenexport naar landen buiten de EU te maken heeft met export-gerelateerde maatregelen. Hierbij gaat het om een breed spectrum van exportvereisten.

Net zoals de andere hoofdstukken is ook hoofdstuk P opgesplitst in onderdelen P1–P9, die in tabel 2.5.1 worden toegelicht. Met in beide gevallen 36 procent van de exportwaarde zijn de belangrijkste exportmaatregelen met betrekking tot SPS- en TBT-exportbelemmeringen (P1) en de exportvergunningen, exportquota, exportverboden en andere beperkingen anders dan SPS- of TBT-maatregelen (P3). P1 bevat alle SPS- en TBT-maatregelen die toegepast zijn op de export, en corresponderen met de import-gerelateerde maatregelen in hoofdstukken A en B. In tegenstelling tot P1 gaat het in alle andere onderdelen van P (P2–P9) om exportvereisten die niet met de technische SPS- en TBT-maatregelen te maken hebben. Maatregelen bij exportprijsbeheersingsmaatregelen (14 procent; P4) en export steunmaatregelen (7 procent; P6) zijn in mindere mate belangrijk. Staatshandelsondernemingen voor de export (P5), exportformaliteiten (P2), en maatregelen bij wederuitvoer (P7) speelden geen grote rol in de export-gerelateerde maatregelen bij Nederlandse goederenuitvoer in 2020.

73% van de Nederlandse export van voeding en dranken naar niet-EU-landen is onderhevig aan minimaal één export-gerelateerde maatregel Buitenvorm Binnenvorm

Als het om productcategorieën gaat, zijn alle productcategorieën die in tabel 2.5.1 getoond worden in gelijke mate onderworpen aan dit type NTM, met minimaal 41 procent aan waarde onderhevig aan export-gerelateerde maatregelen. Het betreft hier alleen extra-EU uitvoer. De export van voeding en dranken (73 procent) en machines en vervoermaterieel (54 procent) wordt daarbij relatief meer geconfronteerd met deze maatregelen. Ook als de productcategorieën verder opgesplitst zouden worden (bijvoorbeeld op SITC-1 of SITC-2 niveau), blijkt dat veel verschillende producten in gelijke mate onderhevig zijn aan export-gerelateerde maatregelen.

2.5.1Het aandeel van de totale Nederlandse export dat aan (onderdelen van) export-gerelateerde maatregelen (P) onderhevig is (coverage ratio) naar goederencategorie en type export-gerelateerde maatregel, 2020
P P1 P2 P3 P4 P5 P6 P7 P9
Goederencategorie %
Totaal 53,0 36,3 3,8 35,6 14,0 2,4 7,1 5,4 17,7
Chemische producten 51,5 33,0 4,3 26,1 11,5 1,3 16,0 1,8 14,6
Grondstoffen en minerale brandstoffen 41,3 21,7 3,3 30,4 5,4 1,1 3,9 2,8 4,2
Industriële producten 46,5 30,4 1,0 24,9 5,4 1,2 3,4 0,6 15,6
Machines en Vervoermaterieel 54,0 37,4 2,9 46,4 21,7 5,0 1,0 11,6 17,7
Voeding en dranken 72,9 61,7 9,7 40,4 17,5 0,1 17,4 3,2 39,4

P: Export-gerelateerde maatregelen; P1: Exportmaatregelen m.b.t. SPS- en TBT-handelsbelemmeringen; P2: Exportformaliteiten; P3: Exportvergunningen, exportquota, exportverboden en andere beperkingen anders dan SPS- of TBT-maatregelen; P4: Exportprijsbeheersings­maatregelen, inclusief extra belastingen en heffingen; P5: Staatshandelsondernemingen voor de export; andere selectieve exportkanalen; P6: Steunmaatregelen export; P7: Maatregelen bij wederuitvoer; P9: Exportmaatregelen n.e.g.;

P8 bestaat niet (UNCTAD, 2019b)

Wel zijn er grote verschillen in de coverage ratio in de Nederlandse uitvoer naar bepaalde landen, zie figuur 2.5.2. Bovenaan de lijst staat de export naar Brazilië (98 procent), Zuid-Korea (93 procent), Cambodja (87 procent) en China (87 procent). In het midden in de ranglijst van landen staan de VS (45 procent) en Rusland (43 procent). Voor veel landen is de coverage ratio minder dan 10 procent, bijvoorbeeld Pakistan (8 procent), Mexico (7 procent) en een groot aantal andere kleine en minder ontwikkelde landen.

In deze figuur zien we een kaartje van de wereld met daarop per land het aandeel van de Nederlandse export onderhevig aan exportgerelateerde maatregelen (coverage ratio) in 2020. De coverage ratio varieert hier tussen de 0 en 100 procent.

Als naar de frequency index wordt gekeken, waaruit blijkt hoeveel van de door Nederland geëxporteerde producten onderhevig zijn aan export-gerelateerde NTM’s (zonder dat de handelswaarde wordt meegewogen), is het verhaal bijna in overeenstemming met de coverage ratio. Dat wil zeggen dat landen waarvoor de Nederlandse export een hoge coverage ratio kent (d.w.z. de donkere kleuren in figuur 2.5.2), ook een hogere frequency index hebben. Daarbij vallen enkele landen op met een hoog aandeel, namelijk Brazilië (95 procent) en Argentinië (93 procent) maar ook landen waar Nederland minder mee handelt, zoals Kazachstan (91 procent) en Myanmar (90 procent). China (71 procent) en Cambodja (66 procent) hebben een wat kleiner aandeel dan bij de coverage ratio, wat betekent dat Nederland relatief veel van de producten naar deze landen uitvoert waar minimaal één NTM op zitten.

87 procent van handel naar China onderhevig aan export-gerelateerde maatregelen

Met circa 87 procent is bijna de gehele exportwaarde naar China onderhevig aan export-gerelateerde maatregelen, zie tabel 2.5.3. Dit komt vooral door de export van voeding en dranken, waarbij afgerond 100 procent van de exportwaarde onderhevig is aan export-gerelateerde maatregelen, en de machines en vervoermaterieel waarbij 94 procent van de exportwaarde onder één of meer van dit type NTM valt. Vooral de exportmaatregelen met betrekking tot SPS- en TBT-handelsbelemmeringen (P1) en de exportvergunningen, exportquota, exportverboden en andere beperkingen anders dan SPS- of TBT-maatregelen (P3) komen veel voor bij de export naar China, met een coverage ratio van meer dan 80 procent.

Bereide voedingsmiddelen, bijvoorbeeld babymelkpoeder – een onderdeel van voeding en dranken – net zoals gespecialiseerde machines zoals chipmachines, zijn heel belangrijke exportproducten waarmee Nederland veel verdient. Dit was eerder gerapporteerd door het CBS (Aerts et al., 2020; CBS, 2021). Precies deze twee productcategorieën zijn voor nagenoeg 100 procent onderhevig aan export-gerelateerde maatregelen (hoofdstuk P). Dus lijkt de export van bereide voedingsmiddelen en gespecialiseerde machines naar China een aanzienlijke invloed te hebben op die 87 procent coverage ratio voor China als geheel. Tegelijkertijd zijn gerelateerde kleinere productcategorieën zoals de export van machines voor metaalbewerking (77 procent) en generatoren en motoren (59 procent) in iets mindere mate onderhevig aan export-gerelateerde maatregelen.

Bij bereide voedingsmiddelen komt de hoge coverage ratio door exportmaatregelen met betrekking tot SPS en TBT (P1), en dan met name maatregelen met betrekking tot productkwaliteit, veiligheid of prestatie-eisen (P14), etiketteringen, markerings- en verpakkingsvereisten (P15) en conformiteitsbeoordelingen (P16).noot6 Andere beperkingen anders dan SPS- of TBT-maatregelen (P3) hebben ook een hoge dekking op deze export. Bij machines komt de hoge coverage ratio ook door exportmaatregelen m.b.t. SPS en TBT (P1) maar dan alleen door conformiteitsbeoordelingen (P16) en niet door de andere bovengenoemde onderdelen. Ook licentie-, vergunning- of registratievereisten (P33) zijn bij de export van machines naar China belangrijke export-gerelateerde maatregelen. Beide producten vallen dus onder meerdere typen NTM's.

Daarnaast is ook vlees een belangrijk exportproduct naar China. Hierop zijn veel export-gerelateerde maatregelen van toepassing die aan de coverage ratio van afgerond 100 procent van de productcategorie voeding en dranken bijdragen. De typen NTM’s omvatten precies dezelfde uitgesplitste NTM-codes met betrekking tot SPS en TBT als voor bereide voedingsmiddelen, hierboven al beschreven (d.w.z., P14; P15; P16), maar daarnaast ook nog productie- en post-productievereisten (P13), exportquota (P32), en exportprijsbeheersingsmaatregelen (P4). De vergelijking tussen maatregelen op bereide voedingsmiddelen en vleesexport toont dus aan dat hoewel voor allebei de producten de coverage ratio rond de 100 procent ligt, het aantal export-gerelateerde maatregelen (gemeten op basis van het aantal NTM-codes op 2 of 3 cijfers) hoger is bij de export van vlees dan bij de export van bereide voedingsmiddelen naar China. Dit zou kunnen duiden op zwaardere exportbeperkingen voor vlees dan voor bereide voedingsmiddelen.

2.5.3Het aandeel van de Nederlandse export naar China dat aan (onderdelen van) export-gerelateerde maatregelen (P) onderhevig is (coverage ratio) naar goederencategorie en type export-gerelateerde maatregel, 2020
P P1 P2 P3 P4 P5 P6 P7 P9
Goederencategorie %
Totaal 86,8 86,1 0,0 80,4 11,6 1,8 1,1 29,9 86,8
Chemische producten 61,3 61,1 0,0 42,1 16,0 4,9 0,0 22,4 61,3
Grondstoffen en minerale brandstoffen 75,6 74,1 0,0 61,9 25,5 9,7 0,3 26,1 75,6
Industriële producten 78,7 74,8 0,0 66,7 3,6 1,7 7,3 12,3 78,7
Machines en Vervoermaterieel 93,9 93,9 0,0 92,3 0,0 0,2 0,0 0,0 93,9
Voeding en dranken 100,0 100,0 0,0 99,9 28,9 0,0 0,0 97,2 100,0

P: Export-gerelateerde maatregelen; P1: Exportmaatregelen m.b.t. SPS- en TBT-handelsbelemmeringen; P2: Exportformaliteiten; P3: Exportvergunningen, exportquota, exportverboden en andere beperkingen anders dan SPS- of TBT-maatregelen; P4: Exportprijsbeheersingsmaatregelen, inclusief extra belastingen en heffingen; P5: Staatshandelsondernemingen voor de export; andere selectieve exportkanalen; P6: Steunmaatregelen export; P7: Maatregelen bij wederuitvoer; P9: Exportmaatregelen n.e.g.;

P8 bestaat niet (UNCTAD, 2019b); P7 komt niet voor bij de Nederlandse export naar China.

2.6Samenvatting en conclusie

Hoofdstuk 1 liet zien hoeveel verschillende niet-tarifaire maatregelen er bestaan, en hoe uiteenlopend ze zijn in motief en in effect op de handel, zowel wat betreft kwaliteit, prijs als handelsvolume. In dit hoofdstuk gingen we in op de NTM’s die Nederlandse bedrijven tegenkomen bij hun export, ofwel opgelegd door Nederland (de EU) zelf, ofwel door de ontvangende partij. NTM’s kunnen op verschillende manieren gemeten worden:

  • De coverage ratio is het aandeel van de handelswaarde waarop één of meerdere NTM’s van toepassing zijn.
  • De frequency index is het aandeel van het aantal verhandelde producten waarop één of meerdere NTM’s van toepassing zijn.
  • De prevalence ratio is het gemiddelde aantal NTM’s op een verhandeld product.
  • De regulatory distance is het aandeel van de verhandelde producten waarbij de regelgeving in het land van bestemming anders is dan in het land van herkomst.
  • Ad valorem equivalent (AVE) is de NTM uitgedrukt als percentage van de prijs.

Al deze indicatoren zijn hier gebruikt om de NTM’s op de Nederlandse uitvoer te analyseren, waarbij een aantal zaken naar voren kwamen. Zo bleek dat meer dan 90 procent van de totale Nederlandse goederenexport onderhevig is aan één of meerdere NTM’s opgelegd door de exportbestemming, van welk type dan ook. Grondstoffen en minerale brandstoffen kwamen het minst in aanraking met NTM’s, maar dan hebben we het alsnog over een coverage ratio van respectievelijk 82 en 78 procent. De technische eisen (TBT’s) zijn veruit het belangrijkst, met op bijna 87 procent van de exportwaarde minimaal één regel. Hierbij gaat het vooral om etiketterings-, markerings- en verpakkingsvereisten (B3), productkwaliteit of prestatievereisten (B7) en de conformiteitsbeoordeling met betrekking tot TBT (B8) met een coverage ratio van respectievelijk 71, 47 en 67 procent van de totale handelswaarde. SPS-maatregelen gelden voor iets meer dan een kwart van de totale Nederlandse export, maar wel voor zo’n 96 procent van de export van voeding en dranken. Kijken we alleen naar de export naar landen buiten de EU, dan is 24 procent onderhevig aan minimaal 1 SPS- en 66 procent aan minimaal 1 TBT-maatregel.

Zuid-Korea, China en Brazilië leggen relatief veel NTM’s op aan de goederen uit Nederland, met een gemiddelde van 7 tot 8 NTM’s per geïmporteerd product. Andere grote handelspartners (VS 4,1; Zwitserland 5,3; Japan 3,5) leggen minder regels op aan producten uit Nederland.

De indicator die de striktheid van de regels kan laten zien, is de AVE. Deze drukt als percentage van de prijs uit welk deel uit kosten bestaat om aan de NTM te voldoen. Uit AVE-data blijkt dat de Nederlandse handel te maken heeft met bijna 20 procent aan kosten voor SPS-maatregelen, en bijna 17 procent voor de TBT’s. Daarbij zijn alleen de belemmerende NTM’s meegenomen. Er zijn namelijk ook NTM’s die met hun regelgeving de kwaliteit dermate verhogen waardoor de kosten negatief uitvallen; in hoofdstuk 4 wordt dit concept verder uitgediept, en worden zowel de kosten als de kwaliteit voor de Nederlandse export geschat.

Naast SPS- en TBT-maatregelen opgelegd door de ontvangende partij, komen ook export-gerelateerde maatregelen (hoofdstuk P) relatief veel voor. Overheden willen niet alleen controleren wat er op de binnenlandse markt komt, maar ook onder welke voorwaarden producten het land (of de Europese Unie) verlaten. Ongeveer 53 procent van de Nederlandse goederenuitvoer naar landen buiten de EU is onderhevig aan een exportmaatregel, waarbij er grote verschillen zitten tussen de exportbestemmingen waar deze voor gelden. Zo is circa 87 procent van de exportwaarde naar China onderworpen aan zo’n maatregel, en dan vooral de voeding en dranken en machines en vervoermaterieel. Belangrijke producten die gereguleerd worden met zulke NTM’s zijn babymelkpoeder, vlees en gespecialiseerde machines.

Dit hoofdstuk heeft laten zien dat een groot deel van de Nederlandse export geconfronteerd wordt met NTM’s. Hoe deze regels van invloed zijn op de kwaliteit van een product, en welke kosten dat oplevert, wordt respectievelijk in hoofdstuk 3 en 4 geanalyseerd.

2.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Aerts, N., Bohn, T., Notten, T. & Wong, K.F. (2020). De Nederlandse import- en exportafhankelijkheid van China, Rusland en de Verenigde Staten: Analyse van de bilaterale investerings- en handelsrelaties in goederen en diensten. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Bayer, L., Deutsch, J., Hanke Vela, J. & Tamma, P. (2020). EU moves to limit exports of medical equipment outside the bloc. van Politico.eu.

Cadot, O., Asprilla, A., Gourdon, O., Knebel, C. & Peters, R. (2015). Deep regional integration and non-tariff measures: a methodology for data analysis. Genève: UNCTAD.

Cadot, O. & Gourdon, J. (2016). Non-tariff measures, preferential trade agreements, and prices: new evidence. Review of World Economics152, 227–249.

CBS (2021). Verdiensten aan export van machines en voeding naar China sterk gegroeid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Europese Commissie (2018). Report from the Commission to the Parliament and the Council on Trade and Investment Barriers. Brussel: Europese Commissie.

Evenett, S. (2021). Export controls on COVID-19 vaccines: Has the EU opened Pandora’s Box? VoxEU.

Franssen, L., Notten, T. & Rooyakkers, J. (2019). Handelspolitiek: barrières en verdragen. In S. Creemers & M. Jaarsma (Red.), Internationaliseringsmonitor, vierde kwartaal: Kwaliteitseisen in handelsbeleid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Ghodsi, M., Grübler, J. & Stehrer, R. (2016). Estimating Importer-Specific Ad Valorem Equivalents of Non-Tariff Measures. Working Paper no. 129. Wenen: Wiener Institut für Internationale Wirtschaftsvergleiche (wiiw).

Gourdon, J. (2014). CEPII NTM-MAP: A Tool for Assessing the Economic Impact of Non-Tariff Measures. Working Papers 2014–24. Parijs: CEPII.

Kee, H.L., Nicita, A. & Olarreaga, M. (2009). Estimating Trade Restrictiveness Indices. The Economic Journal, 119, 172–199.

UNCTAD (2017). TRAINS NTMs: The global database on Non-Tariff Measures. [Data]. Genève: UNCTAD.

UNCTAD (2019a). Guidelines to collect data on official non-tariff measures. Genève: UNCTAD.

UNCTAD (2019b). International classification of non-tariff measures. Genève: UNCTAD.

Noten

In de literatuur spreek men over de stringency van NTM’s. Hoe strikter (of zwaarder) een NTM, hoe meer kosten gepaard gaan met het voldoen aan de NTM.

Hoofdstukken J-O en D worden niet actief verzameld door de UNCTAD, waardoor we over deze typen NTM’s minder goede informatie hebben.

In een eerdere editie van de Internationaliseringsmonitor (Franssen et al., 2019) waarin stilgestaan werd bij niet-tarifaire maatregelen werd de UNCTAD database ook gebruikt, maar dan aangevuld met data van MACMAP, ITC. Behalve dat de UNCTAD data in de tussentijd verder aangevuld is, kan het ontbreken van MACMAP data zorgen voor verschillen tussen deze twee publicaties.

Een deel van de goederenhandel is niet naar land gespecificeerd omdat de waarde van de transactie te klein is. Deze export wordt hier niet meegenomen, omdat we zonder land specificatie niet weten welke NTM’s op deze goederen gelden.

Het gaat in dit totaalcijfer om het aandeel van de handelswaarde die tenminste aan één NTM-hoofdstuk (A, B, C, E, F, G, H, en/of I) onderhevig is. De andere hoofdstukken worden niet actief bijgehouden in de TRAINS database.

Een NTM met 2 (of 3) cijfers is simpelweg een verder uitgesplitste NTM-code, waardoor meer detail mogelijk is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Marcel van den Berg

Timon Bohn

Sarah Creemers

Dennis Dahlmans

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Angie Mounir

Tom Notten

Janneke Rooyakkers

Khee Fung Wong

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Janneke Rooyakkers

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Janneke Rooyakkers

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Deirdre Bosch

Frans Dinnissen

Gerard den Drijver

Mahdi Ghodsi

Janneke Hendriks

Irene van Kuik

Sandra Vasconcellos

Rik Verhulst

Gabriëlle de Vet

Karolien van Wijk

Hendrik Zuidhoek