Foto omschrijving: Aanbouw Nuon centrale.

Arbeids­omstandigheden

De omstandigheden waaronder mensen werken beïnvloeden de mate waarin ze op korte of lange termijn functioneren en voor de arbeidsmarkt beschikbaar zijn en blijven. Zo kan lichamelijk of mentaal zwaar werk ten koste gaan van gezondheid, vitaliteit en productiviteit. Ook het combineren van arbeid en familie- of gezinstaken speelt een rol bij de inzetbaarheid van werkenden. Daarnaast kan het uitvoeren van werk gepaard gaan met een verhoogd risico op bepaalde gezondheidsklachten. Dit hoofdstuk geeft een globaal overzicht van deze aspecten van de werksituatie van werknemers.

In samenwerking met TNO verzamelt het CBS gegevens over de arbeidsomstandigheden van werknemers met de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). Deze enquête, die jaarlijks wordt uitgevoerd, werd in 2018 ingevuld door ruim 60 duizend werknemers in de leeftijd van 15 tot 75 jaar. Verder is de informatie over ziekteverzuim in dit hoofdstuk gebaseerd op de kwartaalenquête ziekteverzuim, die ieder kwartaal onder ongeveer 20 duizend bedrijven en instellingen wordt afgenomen.

Repeterende bewegingen meest voorkomende vorm fysieke arbeidsbelasting

De fysieke arbeidsbelasting is onder meer te meten aan de frequentie waarmee mensen bij hun werk veel kracht moeten zetten en de mate waarin zij geluiden en trillingen in de werkomgeving waarnemen. Ook het doen van gevaarlijk werk en het werken met gevaarlijke stoffen en de werkhouding bepalen hoe zwaar de arbeidsbelasting is.

De meest voorkomende vorm van fysieke arbeidsbelasting is het maken van repeterende bewegingen tijdens het werk: 1 op de 3 werknemers geeft in 2018 aan dat regelmatig te doen. In de landbouw en visserij is dat zelfs ruim de helft. Ook geeft 1 op de 5 werknemers aan regelmatig veel kracht te moeten zetten. Het werken met water of met waterige oplossingen behoort eveneens tot de meest voorkomende vormen van fysieke belasting.

Verder geeft 16 procent van alle werknemers aan vaak of altijd gevaarlijk werk te doen. De meest voorkomende vorm van gevaar tijdens het werk is struikelen of uitglijden, verder wordt snijden of steken ook relatief vaak aangegeven als een gevaar.

De fysieke arbeidsbelasting die werknemers ervaren, heeft zich de afgelopen paar jaar niet in een duidelijke richting ontwikkeld. Bij enkele vormen valt er een daling te constateren, bij andere juist een stijging.

StatLine: Fysieke arbeidsbelasting van werknemers.

Bijna helft werknemers doet vaak of altijd heel veel werk

De psychosociale (geestelijke) arbeidsbelasting wordt gemeten aan de werkdruk (kwantitatieve taakeisen) en de zelfstandigheid in het werk (autonomie). Als de druk hoog is en werknemers weinig zelfstandigheid hebben bij het uitvoeren van het werk, kunnen er werkgerelateerde psychische vermoeidheidsklachten (burn-outklachten) ontstaan. Ook emotioneel zwaar werk en intimidatie, pesten, ongewenste seksuele aandacht en geweld door klanten en collega’s dragen bij aan de psychosociale arbeidsbelasting.

De laatste paar jaar is de werkdruk onder werknemers vrijwel niet veranderd. In 2018 gaf bijna de helft van de werknemers aan vaak of altijd heel veel werk te moeten doen. Daarnaast werkt ruim 1 op de 3 werknemers vaak of altijd erg snel en werkt 31 procent vaak of altijd extra hard. In de horeca geven werknemers het vaakst aan dat ze erg snel moeten werken, in het onderwijs wordt het vaakst heel veel en extra hard gewerkt.

Als het gaat om zelfstandigheid in het werk, geeft een meerderheid van de werknemers aan regelmatig zelf te kunnen beslissen over uitvoering, volgorde en tempo van het werk. Verder kan de helft van de werknemers zelf beslissen over het opnemen van verlof en ruim een kwart over de eigen werktijden.

De zelfstandigheid van werknemers daalde in de jaren na 2008, waarna deze afname afvlakte. In 2018 is de zelfstandigheid, met name wat betreft het zelf beslissen over de werktijden en het opnemen van verlof, weer licht gestegen ten opzichte van een jaar eerder.

StatLine: Werkdruk en zelfstandigheid van werknemers.

Werknemers in de horeca kunnen het minst zelf bepalen hoe ze hun werk uitvoeren: 42 procent van de werknemers in deze bedrijfstak kan dat regelmatig zelf beslissen. Bij de bedrijfstak verhuur en handel in onroerende goederen was dit percentage met 79 het hoogst. In het onderwijs hebben 2 op de 10 de vrijheid om regelmatig naar wens verlof op te nemen, tegenover bijna 7 op de 10 werknemers in de bedrijfstak informatie en communicatie.

Gemiddeld genomen over alle zes de onderzochte indicatoren (zelf beslissen, bepalen in welke volgorde het werk gedaan wordt, werktempo bepalen, oplossingen bedenken, verlof nemen en werktijden bepalen) hadden werknemers in de bedrijfstak verhuur van en handel in onroerende goederen de meeste zelfstandigheid in het werk en werknemers in de landbouw en visserij het minst.

Meer werknemers psychisch vermoeid door werk

Sinds 2015 is het percentage werknemers toegenomen dat psychische vermoeidheidsklachten door het werk ervaart (burn-outklachten). In 2018 zei 17 procent van alle werknemers zich enkele keren per maand of vaker psychisch vermoeid te voelen door het werk. Psychische vermoeidheidsklachten kunnen zich onder meer uiten in een gevoel van leegte aan het einde van de werkdag; 32 procent heeft vaker dan eens per maand zulke gevoelens. Ook vermoeidheid in de ochtend bij de confrontatie met het werk is een relatief veel voorkomende vorm van werkgerelateerde psychische vermoeidheid. Bij alle vijf onderzochte typen klachten deed de toename zich voor.

25- tot 35 jarigen naar verhouding vaak vermoeid door werk

In 2018 gaf 21 procent van de werknemers van 25 tot 35 jaar aan last te hebben van psychische vermoeidheid door het werk. Minstens een paar keer per maand hadden zij last van deze vermoeidheidsklachten. Bij werknemers in andere leeftijdsgroepen komt dat minder vaak voor.

25- tot 35‑jarige werknemers rapporteerden bijvoorbeeld relatief vaak dat ze zich ’s ochtends moe voelen wanneer ze worden geconfronteerd met het werk, dat ze zich uitgeput of leeg voelen door het werk of dat het veel van hen vergt om de hele dag met mensen te werken.

StatLine: Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) werknemers; geslacht en leeftijd.

Werknemers vaker vermoeid door werk dan zelfstandigen

Zelfstandigen zijn sinds het begin van dit millennium een steeds groter deel van de werkzame beroepsbevolking gaan uitmaken, vooral door het toegenomen aantal zzp’ers. Zelfstandig ondernemers blijken minder last te hebben van psychische vermoeidheid door het werk dan werknemers. In 2017 had 9 procent van hen geregeld psychische vermoeidheidsklachten. Onder werknemers was dat met 16 procent bijna twee keer zoveel.

Zowel zelfstandig ondernemers als werknemers voelden zich in 2017 vaker psychisch vermoeid door het werk dan in 2015, al was de toename bij zelfstandig ondernemers kleiner dan bij werknemers. Bij werknemers nam het percentage met vermoeidheidsklachten in 2018 verder toe. Bij zelfstandig ondernemers wordt de psychische vermoeidheid in 2019 weer gemeten in de Zelfstandigen Enquête Arbeid van het CBS en TNO.

Zie voor meer cijfers over arbeidsomstandigheden van zelfstandig ondernemers in 2017 en 2015:

StatLine: Arbeidsongevallen

StatLine: Duurzame inzetbaarheid

StatLine: Fysieke arbeidsbelasting

StatLine: Psychosociale arbeidsbelasting

StatLine: Psychische vermoeidheid van werknemers.

Emotionele betrokkenheid grootst in het onderwijs

Naast werkdruk en een gebrek aan zelfstandigheid in het werk spelen bij de psychosociale arbeidsbelasting ook zaken als emotionele belasting of ongewenst gedrag een rol. Van alle werknemers geeft 15 procent aan vaak of altijd emotioneel betrokken te zijn bij het werk. In iets mindere mate wordt het werk als emotioneel veeleisend ervaren of blijkt het gepaard te gaan met emotioneel moeilijke situaties. In de afgelopen jaren is het percentage werknemers dat het werk vaak of altijd emotioneel zwaar vindt, licht toegenomen.

Het onderwijs is de bedrijfstak waar de emotionele betrokkenheid van werknemers het grootst is. Ruim een kwart van de werknemers is naar eigen zeggen vaak of altijd emotioneel betrokken bij het werk. In de zorg vergt het werk emotioneel het meest en brengt het werknemers het vaakst in emotioneel moeilijke situaties. Werknemers in deze branche hebben hiermee ruim twee keer zo vaak te maken als gemiddeld.

Wat ongewenst gedrag op het werk betreft komt intimidatie door klanten en – in mindere mate – collega’s vaker voor dan andere voorvallen waarvan mensen op het werk slachtoffer worden. In 2018 had 19 procent van de werknemers persoonlijk te maken met intimidatie door klanten, patiënten, leerlingen of passagiers. In de zorg werd 35 procent van de werknemers hiermee geconfronteerd, het meest van alle bedrijfstakken.

Ook ongewenste seksuele aandacht of lichamelijk geweld komen vaker voor in contacten met klanten dan met leidinggevenden of collega’s. Pestgedrag doet zich juist meer voor onder collega’s dan bij klanten. Ook ongewenst gedrag ervaarden werknemers in 2018 ongeveer net zo vaak voor als in de jaren daarvoor.

StatLine: Emotioneel belastend werk en slachtofferschap op het werk.

Werk-privébalans

Het combineren van arbeid met verantwoordelijkheden thuis voor familie of het gezin kan soms lastig zijn. Van alle werknemers gaf 9 procent in 2018 aan (zeer) vaak familie- of gezinsactiviteiten te verwaarlozen. Dat aandeel was onder mannen (10 procent) iets hoger dan onder vrouwen (9 procent). Mannen en vrouwen verschillen echter alleen van elkaar onder werknemers die in voltijd werken: vrouwelijke werknemers die voltijd werken missen vaker familie- of gezinsactiviteiten door hun werk dan voltijdwerkende mannen. Onder werknemers die in deeltijd werken bestaan er juist geen verschillen naar geslacht.

Aan de andere kant kunnen verantwoordelijkheden thuis er ook voor zorgen dat men werkzaamheden mist of verwaarloost. Dit kwam in 2018 minder vaak voor dan andersom: een kleine 3 procent van de werknemers gaf aan dit (zeer) vaak te ervaren. Dat percentage was gelijk onder zowel mannen als vrouwen. Werknemers in voltijd misten of verwaarloosden hun werkzaamheden iets vaker dan deeltijders, met name onder vrouwen (respectievelijk 4 en 2 procent), maar de verschillen zijn klein.

Duurzame inzetbaarheid

Of werkenden voldoen aan de fysieke en psychische eisen van het werk en of ze gemakkelijk een nieuwe functie of baan denken te kunnen vinden, zegt iets over hun actuele inzetbaarheid. Aanwijzingen voor de inzetbaarheid op de langere termijn zijn de tevredenheid over werk en arbeidsomstandigheden en vooral de vooruitzichten wat betreft de tijd die ze nog werkzaam willen zijn of denken te kunnen zijn. Onder deze duurzame inzetbaarheid wordt het vermogen verstaan om gezond, vitaal en productief deel te nemen aan (betaalde) arbeid, niet alleen nu maar ook op de lange termijn.noot1

In 2018 gaf 90 procent van alle werknemers aan te kunnen voldoen aan de fysieke eisen van het werk en evenveel aan de psychische eisen. Ruim de helft van alle werknemers denkt gemakkelijk een nieuwe functie bij de huidige werkgever te kunnen vinden en 70 procent denkt gemakkelijk aan de slag te kunnen gaan in een nieuwe baan bij een andere werkgever. Deze twee laatste aspecten zijn werknemers in de afgelopen paar jaar steeds positiever gaan inschatten. Vooral het percentage dat denkt gemakkelijk een nieuwe baan te vinden bij een andere werkgever is sinds 2014 weer gestegen. Deze ontwikkeling gaat samen met de opleving van de economie. De arbeidsmarkt was in 2014 zeer ruim en is daarna steeds krapper geworden.

Van alle werknemers is ruim drie kwart tevreden met het huidige werk en een iets kleiner deel met de arbeidsomstandigheden. De leeftijd waarop men wil stoppen met werken bedroeg in 2018 gemiddeld bijna 63 jaar. De leeftijd waarop men – naar eigen inschatting – het huidige werk niet meer kan doen lag op 62 jaar.

StatLine: Duurzame inzetbaarheid van werknemers.

Scholingsdeelname

Ook de scholingsdeelname van werkenden wordt veelal gerekend tot de indicatoren voor duurzame inzetbaarheid. In 2018 had bijna 21 procent van alle werkenden (in de leeftijd van 25–64 jaar) in de voorafgaande vier weken onderwijs of scholing gevolgd. Daarmee staat Nederland op de zesde plaats binnen de Europese Unie (voorlopige cijfers 2018). In Zwitserland was het aandeel werkenden dat onderwijs of scholing volgde met 34 procent het grootst. Gemiddeld volgde bijna 12 procent van de werkenden in de EU onderwijs of scholing. Zie:

StatLine: Scholingsdeelname van werkenden in de EU.

Werk belangrijker voor geluk dan geld

Geld speelt een rol bij de mate waarin mensen gelukkig zijn. Dit gaat maar op tot op zekere hoogte. Andere kenmerken zoals gezondheid, relaties en ook het hebben van werk zijn belangrijker voor het ervaren van geluk. In 2018 was 90 procent van de mensen (van 18 jaar of ouder) met betaald werk gelukkig, tegenover 83 procent van degenen die geen betaald werk hebben. Dit blijkt uit het onderzoek Sociale samenhang & Welzijn 2018 van het CBS.

Ziekteverzuim licht toegenomen

In 2018 bedroeg het ziekteverzuimpercentage van werknemers in Nederland 4,3. Sinds 2014 – toen het ziekteverzuim het laagste niveau van de afgelopen twintig jaar bereikte (3,8 procent) – is het verzuim licht toegenomen. Het ziekteverzuim verschilt daarnaast per bedrijfstak. In 2018 kende de zorg met 5,7 het hoogste verzuimpercentage. Ook in het openbaar bestuur lag dit percentage met 5,6 relatief hoog. In de horeca was het verzuim met 2,3 procent het laagst.

StatLine: Ziekteverzuim per bedrijfstak.

Werknemers schrijven hun verzuim meestal niet toe aan het werk: griep of verkoudheid zijn de meest genoemde reden om te verzuimen. Bijna een kwart van de werknemers die verzuimden, gaf wel aan dat de klachten het gevolg waren van het werk. Volgens 15 procent was dat deels het geval en volgens 9 procent hoofdzakelijk.

Arbeidsongevallen

In 2018 heeft 3,1 procent van de werknemers een ongeval gehad door of tijdens de uitoefening van het werk. Ongevallen die plaatsvinden onderweg van of naar het werk tellen hierbij niet mee. Mannen hadden iets vaker een ongeval (3,4 procent) dan vrouwen (2,8 procent).

Bij bijna de helft van de werknemers die in 2018 een ongeval kregen (1,5 procent van het totaal) leidde het arbeidsongeval tot ziekteverzuim van ten minste een dag. Ongevallen met langdurig verzuim – vier dagen of langer – kwamen bij 1,1 procent van alle werknemers voor.

Werknemers in de horeca en in de bedrijfstak vervoer en opslag hebben het vaakst te maken met een arbeidsongeval met verzuim. In de financiële dienstverlening en de informatie en communicatie komen relatief weinig verzuimongevallen voor.

StatLine: Arbeidsongevallen per bedrijfstak.

Beroepsziekten

Werken is niet altijd zonder risico voor de gezondheid. Ieder jaar krijgt een deel van de werknemers namelijk te maken met een beroepsziekte: een ziekte of aandoening die in grote mate te maken heeft met het werk. In 2018 gaf 3,8 procent van alle werknemers aan in de voorafgaande 12 maanden één of meerdere door een arts vastgestelde beroepsziekten te hebben opgelopen. De beroepsziekte die het vaakst werd gerapporteerd door werknemers was een burn-out, gevolgd door RSI en lage rugklachten.

Als beroepsziekten die langer dan een jaar geleden zijn ontstaan ook worden meegenomen, geeft 11,8 procent van de werknemers aan te maken te hebben met één of meerdere beroepsziekten die door een arts zijn vastgesteld. Een vergelijking met voorgaande jaren is niet mogelijk, omdat in 2018 de vraagstelling is gewijzigd.

Tot 65 jaar is het aandeel werknemers dat te maken kreeg met een beroepsziekte groter naarmate werknemers ouder zijn. Zo liep van alle 55- tot 65‑jarige werknemers 5,1 procent een beroepsziekte op, tegenover 3,9 procent onder 25- tot 35‑jarige werknemers. Ook hebben vrouwelijke werknemers (4,6 procent) vaker dan mannen (3,0 procent) een beroepsziekte opgelopen in de voorgaande 12 maanden.

Noten

Niks, I., Sanders, J., van den Heuvel, S. en Venema, A. (2018), Duurzame inzetbaarheid in Nederland, TNO: Leiden.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Samenstelling

Han van den Berg

Henk-Jan Dirven

Willem Gielen

Redactie

Kees Groenenboom

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 2 september 2019

Door een correctie in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018, een van de bronnen voor deze publicatie, is in hoofdstuk 4 onder ‘Repeterende bewegingen meest voorkomende vorm fysieke arbeidsbelasting’ een wijziging doorgevoerd. Er stond dat 14 procent van alle werknemers aangeeft vaak of altijd gevaarlijk werk te doen. Dit moet zijn: 16 procent.

Ook de bijbehorende grafiek 4.1 is aangepast.