Er zijn veel verschillende typen NTM’s; ook de motieven en effecten variëren.

Foto omschrijving: Rijnaken gevuld met containers leggen aan om te laden en lossen.

Niet-tarifaire maatregelen: een intro‍ductie

Auteurs: Marcel van den Berg, Janneke Rooyakkers

In deze editie van de Internationaliseringsmonitor staan niet-tarifaire maatregelen (NTM’s) centraal. In de verschillende hoofdstukken komt een breed scala aan aspecten van NTM’s aan de orde. Om de analyses in die hoofdstukken op waarde te kunnen schatten is het van belang om een goed beeld te hebben wat NTM’s precies zijn, waarom NTM’s worden ingesteld, hoe dat proces eruit ziet, wat voor typen er zijn en wat we weten over hun effect op de omvang en samenstelling van de internationale handel. In dit inleidende hoofdstuk komen deze vragen uitgebreid aan bod.

1.1Inleiding

Er bestaat brede consensus onder economen dat internationale handel economisch gewin brengt (Costinot & Rodriguez-Clare, 2014). Dat wil zeggen, los van verdelingseffecten waardoor de gevolgen van grensoverschrijdende handel voor verschillende groepen anders kunnen uitpakken. Ook voor Nederland is internationale handel van cruciaal belang getuige het feit dat grofweg een derde van het nationaal inkomen verdiend wordt met het exporteren van goederen en diensten (CBS, 2020a). Het grote belang van handel heeft tot gevolg dat er beleidsmatig en politiek veel aandacht naar uitgaat. Zo hebben veel overheden een uitgebreid instrumentarium ingericht ter stimulering van de export, uiteenlopend van het organiseren van handelsmissies tot exportkredietverzekering of het begeleiden van het midden- en kleinbedrijf bij het zetten van eerste stappen op buitenlandse markten. Naast deze concrete ondersteuning van het bedrijfsleven gaat er in handelspolitieke zin ook veel aandacht uit naar de inrichting van het internationale handelssysteem. Enerzijds door handelsbarrières zoveel mogelijk weg te nemen waardoor internationale handel de gelegenheid krijgt te floreren, bijvoorbeeld door het sluiten van handels- en investeringsverdragen met belangrijke handelspartners, waarin onder andere afspraken worden gemaakt over tariefverlagingen of harmonisatie van regelgeving. Anderzijds door de handel te reguleren door middel van het instellen van bijvoorbeeld importtarieven of niet-tarifaire maatregelen (NTM’s). Daarbij nemen de importtarieven gemiddeld al jarenlang af, terwijl het gebruik van NTM’s juist sterk is toegenomen. NTM’s kunnen de handel echter net zo sterk of zelfs sterker beïnvloeden dan tarieven. Zo laten Niu et al. (2018) zien dat de wereldhandel in toenemende mate beperkt wordt door NTM’s, die hogere kosten opwerpen dan de tarieven die steeds minder belangrijk worden in het wereldwijde handelsbeleid.

Voor de wens om de handel te reguleren is een scala aan uiteenlopende motieven te geven. De motivatie kan bijvoorbeeld liggen bij het feit dat men om politieke redenen de handel met specifieke landen aan banden wil leggen, denk hierbij bijvoorbeeld aan landen als Iran en Noord-Korea. Landen kunnen daarnaast ook de handel reguleren om binnenlandse producenten te beschermen tegen buitenlandse concurrenten. Van een totaal andere orde is consumentenveiligheid als voorbeeld van een motivatie voor handelsregulerende maatregelen, denk hierbij bijvoorbeeld aan grenswaardes voor pesticiden of zware metalen die in producten mogen zitten die ingevoerd worden. In paragraaf 1.3 gaan we hier dieper op in.

Een importtarief is eenvoudigweg een belasting op de invoer van een bepaald product, doorgaans een percentage van de waarde of een vast bedrag per eenheid. Niet-tarifaire maatregelen zijn door UNCTAD (2019) nogal non-descript gedefinieerd als alle andere beleidsmaatregelen dan douanetarieven die mogelijk een economisch effect kunnen hebben op de internationale handel in goederen: op verhandelde hoeveelheden of prijzen, of beide. Met andere woorden, iedere maatregel anders dan een importtarief die de grensoverschrijdende handel beïnvloedt, is een NTM. Een dergelijk algemene formulering vergt vanzelfsprekend de nodige duiding en toelichting die we in dit hoofdstuk (paragraaf 1.2) zullen bieden. Het is daarbij van belang om direct op te merken dat het effect van NTM’s op de handel veel minder evident is dan dat van importtarieven. Hoofdstukken 3, 4 en 5 in deze publicatie zullen daar blijk van geven. Tarieven verhogen de prijs van ingevoerde goederen en hebben in die zin een negatief effect op de handel (CBS, 2020b, in het bijzonder hoofdstukken 2 en 3). NTM’s vormen enerzijds een handelsbarrière omdat het bijvoorbeeld voorschriften betreft waaraan de producent zijn producten moet laten voldoen alvorens deze te mogen exporteren naar het betreffende land. Er zijn logischerwijs kosten verbonden aan het voldoen aan deze regelgeving én om dat aan te tonen. Die kosten hebben, net als bij importtarieven, een prijsopdrijvend effect. Maar – in tegenstelling tot importtarieven – een aantal typen NTM’s heeft ook een positieve keerzijde, namelijk het feit dat ze in het algemeen gericht zijn op het verhogen van met name productveiligheid, kwaliteit en duurzaamheid. Dat maakt het totale effect van NTM’s op de verschillende dimensies van internationale handel diffuus, waarmee de relevantie van empirisch onderzoek aan dit fenomeen en de beleidsrelevantie daarvan evident is. Deze combinatie van positieve en negatieve effecten op de handel maakt dat in de wetenschappelijke literatuur de term niet-tarifaire maatregelen (Engels: non-tariff measure, NTM) doorgaans wordt verkozen boven het frequent gebruikte synoniem niet-tarifaire barrière (Engels: non-tariff barrier, NTB).

Leeswijzer

In deze editie van de Internationaliseringsmonitor staan specifiek de niet-tarifaire maatregelen centraal. Dit eerste hoofdstuk kan daarbij gezien worden als ‘setting the scene’. We gaan uitgebreid in op de vraag wat niet-tarifaire maatregelen nu precies zijn, waarom ze worden genomen en hoe ze tot stand komen (paragraaf 1.2). Heel belangrijk om daarbij in het achterhoofd te houden, is dat beslissingen ten aanzien van het instellen van importtarieven en NTM’s in EU-verband worden genomen en dat Nederland daar dus niet zelfstandig in optreedt. Daarna gaan we in paragraaf 1.3 in op de verschillende typen NTM’s die er zijn. In paragraaf 1.4 geven we vervolgens een overzicht van de effecten die NTM’s kunnen hebben op de handel. We laten zien dat NTM’s vaak een tweeslachtig effect hebben, waarbij een specifieke maatregel enerzijds een belemmerende en prijsverhogende factor is en anderzijds een positieve uitwerking heeft op de kwaliteit of veiligheid van een product.

16 verschillende NTM-hoofdstukken kunnen we onderscheiden
2 typen niet-tarifaire maatregelen zijn er: technische en niet-technische maatregelen

1.2Waarom zijn er NTM’s en hoe komen ze tot stand?

Handelsbeleid: tarieven en handelsverdragen

Landen hebben meerdere instrumenten tot hun beschikking om hun handelsbeleid vorm te geven, waarvan invoerrechten (tarieven), handelsverdragen en niet-tarifaire maatregelen (NTM’s) het meest prominent zijn. Landen kunnen verschillende doelen nastreven met hun handelsbeleid. De meest belangrijke daarvan zijn het beschermen van de binnenlandse markt en producenten tegen buitenlandse concurrentie (protectionistische, economische motieven), de kwaliteit en veiligheid van inkomende goederen waarborgen (kwaliteitsoverwegingen) en het onder druk zetten van landen waarmee een land in conflict is (politieke motieven).

Tarieven zijn bij uitstek een handelspolitiek instrument, waarmee een barrière in de vorm van extra kosten opgeworpen wordt om de binnenlandse markt en producenten te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. De opbrengsten ervan komen bij de overheid terecht. Handelsverdragen worden door landen afgesloten om de toegang tot elkaars markt juist te vereenvoudigen. Binnen een handelsverdrag worden bijvoorbeeld tarieven verlaagd of verwijderd en handelsregels kunnen geharmoniseerd worden tussen beide landen. In een eerdere editie van de Internationaliseringsmonitor werden tarieven en verdragen al onderzocht (CBS, 2020b).

Niet-tarifaire maatregelen

Zoals in de inleiding al besproken, worden niet-tarifaire maatregelen gedefinieerd als alle beleidsmaatregelen anders dan invoerrechten die mogelijk een economisch effect kunnen hebben op de internationale handel in goederen in termen van verhandelde hoeveelheden of prijzen, of beide. Hoewel sommige beleidsmaatregelen ook voor de binnenlandse markt kunnen gelden, worden ze als NTM’s beschouwd wanneer ze import en export reguleren. Landen stellen niet-tarifaire maatregelen in om de binnenlandse markt te controleren: met NTM’s heeft de overheid (hier: EU) controle over de voorwaarden waaronder goederen het land binnenkomen, en kan ze bepaalde eisen stellen aan de producten die op de binnenlandse markt komen.

Technische maatregelen

We kunnen NTM's in twee groepen indelen. Ten eerste zijn er technische maatregelen (hoofdstukken A–C), waarbij eisen gesteld worden aan de kwaliteit en veiligheid van producten die internationaal gestelde criteria overstijgen. Over het algemeen gelden er vergelijkbare eisen voor binnenlands geproduceerde goederen, die eenzelfde kwaliteits- of veiligheidsniveau moeten bereiken (Disdier & Fugazza, 2020). De SPS- en TBT-maatregelen, hoofdstukken A en B, krijgen in de literatuur de meeste aandacht. Niet alleen is er meer en betere data over beschikbaar, ook is het zo dat het effect van deze NTM’s tweeledig is. Enerzijds wordt de kwaliteit verhoogd door de gestelde eisen, wat handelsbevorderend kan zijn, anderzijds kunnen die eisen ook belemmeringen opwerpen voor de handel omdat het voldoen eraan extra kosten op kan leveren. In hoofdstukken 3 en 4 van deze monitor wordt verder ingegaan op de kwaliteits- en kosteneffecten van SPS- en TBT-maatregelen.

Niet-technische maatregelen

Ten tweede zijn er de niet-technische maatregelen (hoofdstukken D–O) waarmee de inkomende goederen gereguleerd kunnen worden. Dit betreft bijvoorbeeld maatregelen met betrekking tot de hoeveelheid of de prijs van inkomende goederen, zoals quota of anti-dumping beleid (hoofdstukken D–F). Daarnaast kunnen landen ook export-gerelateerde NTM’s in stellen (hoofdstuk P). Dit zijn ook niet-technische maatregelen, maar deze gelden specifiek voor de export. In paragraaf 1.3 wordt verder ingegaan op de verschillende typen NTM’s die er zijn en worden de niet-technische maatregelen nog verder onderscheiden.

Procedure en naleving van NTM’s

De meeste landen zijn lid van de Wereldhandelsorganisatie (Engels: World Trade Organization, WTO), en vallen daarmee onder de internationale regels en verdragen van deze organisatie. De WTO heeft als uitgangspunt dat leden niet mogen discrimineren op het vlak van internationale handel. Dit is vastgelegd in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (Engels: General Agreement on Tariffs and Trade, GATT), dat van landen eist dat ze geen beleid aannemen dat zorgt voor oneerlijke concurrentie voor buitenlandse producenten ten gunste van binnenlandse producenten. Er is echter een artikel dat uitzonderingen hierop toestaat, wanneer dit nodig is om de gezondheid en veiligheid te garanderen, het voorzorgsbeginsel. Op basis van deze uitzonderingsmogelijkheid komen de meeste NTM’s tot stand (Hoekman & Nicita, 2018). Daarnaast zijn WTO-leden nog gebonden aan andere verdragen die bestaansrecht aan NTM’s kunnen geven, zoals het Intellectueel eigendomsrecht (IPR) of verdrag omtrent handelsgerelateerde investeringsmaatregelen (TRIMs).

Aanvullende eisen WTO aan SPS en TBT

De juridische verdragen die ten grondslag liggen aan de twee meest voorkomende technische maatregelen zijn het SPS-verdrag en het TBT-verdrag van de WTO. Deze verdragen zetten uiteen dat landen enkel SPS- en TBT-maatregelen in mogen stellen wanneer deze NTM’s niet méér handelsbeperkend zijn dan nodig, voor zover mogelijk overeenkomstig zijn met internationale normen op het gebied van veiligheid en kwaliteit, en – wanneer internationale standaarden niet bestaan of niet hoog genoeg zijn – gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs en/of risicoanalyse. WTO-leden moeten de WTO daarbij zelf op de hoogte stellen van nieuwe SPS- of TBT-maatregelen. Het TBT-verdrag eist bovendien dat dezelfde normen moeten gelden voor zowel geïmporteerde als binnenlands geproduceerde goederen. Het SPS-verdrag stelt dat de maatregel niet mag discrimineren tussen derde landen voor wat betreft de gestelde gezondheids-, milieu- of kwaliteitseisen (Disdier & Fugazza, 2020).

Controle op naleving NTM’s

Wanneer een NTM vervolgens ingesteld is, ligt de verantwoordelijkheid voor de naleving ervan voor het merendeel bij de douane van het importerende land. De douane is verantwoordelijk voor het heffen van de invoerrechten, de uitvoering van verboden, beperkingen en controlemaatregelen. De instantie controleert de in- en uitvoer van goederen en zorgt ervoor dat goederen aan alle regels voldoen. Voor SPS-maatregelen geldt bijvoorbeeld dat een steekproef van geïmporteerde producten gecontroleerd wordt op de naleving van de regels, met assistentie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en keuringsinstanties (NVWA).

De maatregelen die niet direct aan de grens gecontroleerd kunnen worden, vallen binnen het normale nationale wetgevingssysteem. Het gaat dan bijvoorbeeld om de handelsgerelateerde investeringsmaatregelen (hoofdstuk I) of de distributiebeperkingen op geïmporteerde goederen (hoofdstuk J). In de volgende paragraaf worden de verschillende typen NTM’s verder uitgelegd.

1.3Welke NTM’s zijn er?

Uit de vorige paragraaf weten we waarom NTM’s ingesteld worden, hoe ze tot stand komen en wie controleert dat de regels nageleefd worden. Er zitten echter grote verschillen tussen de typen NTM’s en hun achterliggende doel. In deze paragraaf lichten we ze allemaal toe.

Tabel 1.3.1 laat de meest recente NTM-classificatie zien volgens de indeling van de UNCTAD (2019). Een groep internationale organisaties (MAST), gecoördineerd door de UNCTAD, heeft deze classificatie opgesteld om NTM’s zo goed mogelijk in kaart te kunnen brengen. Er worden 16 typen NTM’s (hoofdstukken) onderscheiden, waarvan 15 voor de import, en één voor de export. Die hoofdstukken worden vervolgens nog eens ingedeeld in subgroepen (A1, A2, …), deze komen in de analyses van hoofdstukken 2, 3 en 4 ook aan bod. Daarnaast worden NTM’s ingedeeld in technische en niet-technische maatregelen, waarbij het doel van de NTM leidend is.

1.3.1De classificatie van niet-tarifaire maatregelen
Handelsstroom Type maatregel Motivatie maatregel Hoofdstuk Omschrijving hoofdstuk
Import Technische maatregelen Kwaliteit en veiligheid A Sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS)
B Technische handelsbarrières (TBT)
C Inspectie vóór verzending en andere formaliteiten
Niet-technische maatregelen Verdediging binnenlandse markt D Voorwaardelijke handelsbeschermende maatregelen
Handelspolitiek E Niet-automatisch verleende vergunningen, importquota en andere kwantitatieve belemmeringen anders dan voor SPS- of TBT-redenen
F Prijscontrolemaatregelen, inclusief extra belastingen en toeslagen
G Financiële maatregelen
Behind-the-border H Maatregelen die de mededinging beïnvloeden
I Handelsgerelateerde investeringsmaatregelen, waaronder lokale inhoudsvereisten
J Distributiebeperkingen op geïmporteerde goederen
K Beperkingen op after-sales diensten
L Subsidies
M Beperkende maatregelen op publieke aanbestedingen voor buitenlandse bedrijven
N Intellectueel eigendom
O Regels van oorsprong
Export Handelspolitiek P Export-gerelateerde maatregelen

Bron:UNCTAD (2019)

Technische maatregelen

Ten eerste is er de groep technische maatregelen: SPS-maatregelen (hoofdstuk A), TBT-maatregelen (hoofdstuk B) en de categorie inspectie vóór verzending (hoofdstuk C). Deze maatregelen zijn in theorie niet ingesteld vanuit protectionistische overwegingen, maar ter bescherming van mens en milieu. Met deze NTM’s worden marktimperfecties aangepakt en standaarden gesteld. Er worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan de uitstoot van een brommer die geïmporteerd wordt, om luchtvervuiling te beperken. Hoewel niet hun doel, kunnen technische NTM’s wel degelijk van invloed zijn op de handel, zowel in positieve als in negatieve zin. Daar komen we in paragraaf 1.4 uitgebreid op terug.

  • De SPS-maatregelen (hoofdstuk A) zijn voornamelijk gericht op landbouw- en voedselproducten, waaraan eisen gesteld worden met betrekking tot hygiëne en milieubescherming, het gebruik van pesticiden en chemicaliën en het buiten de deur houden van ziekten en resistenties door middel van testen, inspectie en quarantaine.
     
    Voorbeeld van een SPS: de VS heeft een SPS ingesteld dat een maximum stelt aan de hoeveelheid tolfenpyrad (een pesticide) die in of op een artisjok mag zitten (WTO, 2021 – G/SPS/N/USA/3255). Dit type productvereiste wordt een maximum residu limiet (MRL) genoemd, behorende tot de meer gedetailleerde SPS-maatregel A2: Tolerantiegrenzen voor residuen en beperkt gebruik van stoffen.
  • De TBT-maatregelen (hoofdstuk B) zijn technische maatregelen die de veiligheid en kwaliteit van producten moeten waarborgen en garanderen door middel van etikettering, certificering, testen en inspectie.
     
    Voorbeeld van een TBT: de EU heeft specifieke veiligheidsvereisten voor kinderen die gelden voor aanstekers die in Europa geproduceerd worden, en waar geïmporteerde aanstekers ook aan moeten voldoen.
  • De categorie inspectie vóór verzending (hoofdstuk C) wordt door landen ingezet om de goederen voor export al te laten controleren op hoeveelheid, waarde en naleving van producteisen (waaronder SPS en TBT). Over het algemeen wordt deze NTM ingesteld om te controleren op fraude en over- of onderwaardering van goederen (Hoekman & Nicita, 2018).

Niet-technische maatregelen

Niet-technische maatregelen richten zich specifiek op de handel door de prijs en/of hoeveelheid te reguleren. Deze groep NTM’s kan nog verder opgesplitst worden in drie typen maatregelen (Hoekman & Nicita, 2018):

Maatregelen ter verdediging van de binnenlandse markt

Als reactie op exportsubsidies en dumping van geïmporteerde goederen kunnen landen maatregelen nemen om de binnenlandse markt te beschermen.

  • Hoofdstuk D omvat voorwaardelijke handelsbeschermende maatregelen en betreft compenserende maatregelen voor import die de binnenlandse markt bedreigt met te lage prijzen. Hiertoe behoren onder andere de antidumping maatregelen, extra onderzoek, extra invoerheffingen of verplichte prijsverhogingen. Ze worden ingesteld wanneer een ingevoerd product (vermoedelijk) ingekocht wordt voor een lagere prijs dan de normale marktwaarde van het product, en daarmee schade aan binnenlandse producenten toebrengt. Ook compenserende maatregelen (Engels: countervailing measures) vallen onder dit hoofdstuk. Dit zijn maatregelen die ingesteld worden wanneer een geïmporteerd product met behulp van subsidies tot stand kwam, waarbij ook onderzoek, invoerheffingen en prijsverhogingen tot de mogelijkheden behoren. Ten slotte zijn er vrijwaringsmaatregelen (Engels: safeguarding measures); uitzonderlijke maatregelen zoals een tijdelijke invoerheffing of prijsverhoging voor een geïmporteerd product om de binnenlandse industrie zich te kunnen laten aanpassen aan een plots ontstane situatie.
     
    Voorbeeld van een vrijwaringsmaatregel: de EU heeft in 2018 een tijdelijke invoerheffing opgelegd op de invoer van staal uit de VS naar aanleiding van de tariefverhoging door de VS, waarna de EU haar staalindustrie wilde beschermen.

    Voorbeeld van een anti-dumping maatregel: de EU heft een tarief van 48,5 procent op fietsen uit China en een aantal andere landen omdat ze stelt dat de fietsen onder een kunstmatig lage prijs naar de EU geëxporteerd worden. Op fietsen uit China geldt al sinds 1993 een anti-dumping tarief (Reuters, 2019).

Handelspolitieke maatregelen

Handelsbeperkingen vanuit commerciële (bedrijfseconomische) overwegingen.

  • Hoofdstuk E betreft kwantitatieve maatregelen die de invoer van een bepaald product beperken (middels quota of licentieverplichtingen) of helemaal verbieden. De handel kan om allerlei redenen (tijdelijk) beperkt worden: vanuit economisch-, milieu- of politiek oogpunt, maar het doel is wel onomstotelijk handelsbelemmerend.
     
    Voorbeeld van een quotum: China heeft een quotum op de import van katoen gesteld van 894 duizend ton: 33 procent van de binnenlandse productie, zoals minimaal door de WTO geëist. Daarnaast liet China in 2018 en 2019 nog eens 800 duizend ton binnen; in 2020 werd dat gehalveerd tot een aanvullend quotum van 400 duizend ton (GTA, 2021).
  • Ook bij hoofdstuk F hebben de NTM’s als doel de handel te reguleren, maar dan via prijscontrolemaatregelen, waaronder minimumprijzen of richtprijzen, en extra belastingen en toeslagen die bij de overheid terecht komen.
  • Financiële maatregelen (hoofdstuk G) reguleren de voorwaarden rondom betaling en wisselkoersen, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de betaling van invoertarieven vooraf.
  • Met export-gerelateerde maatregelen (hoofdstuk P) kan een land zijn export reguleren. Hieronder vallen exporttarieven, exportverboden of exportquota. Deze beperkingen kunnen bijvoorbeeld opgelegd worden vanwege een handelsembargo, of om het binnenlandse aanbod te verhogen en de prijzen te verlagen.
     
    Voorbeeld van export-gerelateerde maatregelen: naar aanleiding van de coronapandemie hebben verschillende landen (vaak tijdelijk) de export van medische hulpmiddelen (mondkapjes, beschermende kleding) en medicijnen (vaccins) verboden of beperkt. Zie ook hoofdstuk 6 van deze publicatie voor NTM’s gerelateerd aan de coronapandemie.

Behind-the-border maatregelen

Dit zijn maatregelen die ook achter de grens van invloed zijn. Hier gaat het om regels die niet direct aan de grens gelden of door de douane gecontroleerd worden, maar toch de internationale handel kunnen beperken of buitenlandse bedrijven ermee achterstellen.

  • Maatregelen die de mededinging beïnvloeden (hoofdstuk H) betreffen NTM’s die voordelen of speciale voorwaarden toekennen aan een of meerdere (staats-)bedrijven. Een voorbeeld hiervan is verplicht gebruik van bepaalde verzekeringen of transportbedrijven.
     
    Voorbeeld van een mededingingsmaatregel: in Zweden is de verkoop van alcoholische dranken volledig in handen van één staatsbedrijf. Dit bedrijf mag alcohol importeren, maar niet exporteren. Andere bedrijven mogen op de internationale markt wel in alcoholische dranken handelen, en internationale bedrijven mogen wel in Zweden handelen, maar ze mogen het niet verkopen aan Zweedse consumenten.

 

  • Handelsgerelateerde investeringsmaatregelen (hoofdstuk I) stellen eisen aan handelende of investerende buitenlandse bedrijven waarbij investeringen in binnenlandse producenten gestimuleerd wordt: bijvoorbeeld door te eisen dat een aandeel van het product binnenlands geproduceerd is; de lokale inhoudsvereisten. Deze kwamen in een eerdere editie van de Internationaliseringsmonitor ook al aan bod (CBS, 2020b).
     
    Voorbeeld van lokale inhoudsvereisten: India eist in haar grootschalige zonne-energieprogramma dat ontwikkelaars cellen en modules moeten gebruiken die in India geproduceerd zijn. Dit is door de WTO beoordeeld als een protectionistische maatregel (Weiss, 2016).

 

  • Distributiebeperkingen (hoofdstuk J) zijn maatregelen die de distributie in het land van import beperken voor wat betreft verkoopkanalen of -locaties.

 

  • Beperkingen op after-sales diensten (hoofdstuk K) zijn NTM’s die de diensten aanvullend op goederen beperken of reguleren, bijvoorbeeld door afname van service of reparatie bij een lokaal bedrijf verplicht te stellen.

 

  • Subsidies (hoofdstuk L) zijn de maatregelen waarmee een overheid de binnenlandse producten ondersteunt, bijvoorbeeld door uitzondering van belastingen, goedkopere leningen, een geldoverdracht of wanneer de overheid het risico op zich neemt door verzekering of garanties te bieden.

 

  • Beperkende maatregelen op publieke aanbestedingen voor buitenlandse bedrijven (hoofdstuk M) wanneer bij aanbestedingen de binnenlandse bedrijven bevoordeeld worden door middel van beperkte toegang voor de buitenlandse bedrijven.

 

  • NTM’s omtrent intellectueel eigendom (hoofdstuk N) zorgen ervoor dat de geïmporteerde goederen voldoen aan de regels omtrent patenten, handelsmerken en copyright. In onderstaand leeskader gaan we nog in op één specifiek onderdeel van dit hoofdstuk, namelijk de geographical indicators.

 

  • Oorsprongsregels (hoofdstuk O) vereisen dat exporterende bedrijven kunnen aantonen waar hun goederen geproduceerd zijn. Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld aanspraak maken op preferentiële toegang (verlaagde of geen importtarieven) binnen de kaders van handelsverdragen. Door de voortschrijdende versnippering van productieketens is dit voor bedrijven in toenemende mate een struikelblok. Oorsprongsregels zijn een belangrijk onderdeel van de Trade and Cooperation Agreement waarin het Verenigd Koninkrijk en de EU hun toekomstige handelsrelatie post-Brexit hebben uiteengezet. Goederen die niet voor tenminste de helft in het VK zijn geproduceerd, kan het VK niet vrij exporteren naar de EU maar zullen te maken gaan krijgen met een importheffing vanuit de EU (en andersom).

Geographical indicators

De geographical indication (GI) is een niet-tarifaire maatregel die betrekking heeft op intellectueel eigendom (hoofdstuk N). De GI identificeert een product waarvan de kwaliteit, reputatie of andere karakteristieken gerelateerd zijn aan de geografische oorsprong van het product. Denk hierbij bijvoorbeeld aan producten als fetakaas, Parmezaanse kaas en champagne. Producenten kunnen met een GI hun producten differentiëren van andere producten op de markt en de kwaliteit ervan signaleren. GI’s zijn productstandaarden voor geïmporteerde producten en kunnen zodoende gezien worden als NTM’s (Curzi & Huysmans, 2021); de NTM beschermt het intellectuele eigendom dat de geografische oorsprong toekent. Vooral de EU heeft veel GI’s ingesteld, maar veel niet-EU-landen erkennen de Europese GI’s niet (Raimondi et al., 2020). Zo heeft Rusland onlangs voorgeschreven dat alleen nog maar Russische wijnmakers hun product champagne mogen noemen, terwijl Franse wijnmakers uit de Champagnestreek ‘mousserende wijn’ op hun flessen moeten zetten als ze naar Rusland willen exporteren (Duursma, 2021). De EU heeft echter in veel handelsverdragen die de afgelopen jaren afgesloten werden afgesproken dat GI’s ook gelden in de landen waarmee deze verdragen zijn gesloten (Curzi & Huysmans, 2021). Dat geldt andersom ook: zo wordt de Zuid-Afrikaanse rooibosthee in de EU sinds juni beschermd met een GI (Heiberg & Hutchings, 2021).

 

Er is weinig data beschikbaar over de GI: dit hoofdstuk wordt niet actief verzameld door de UNCTAD. De EU houdt wel gedetailleerd bij welke producten beschermd worden door een GI (Europese Commissie, 2021).

1.4De effecten van NTM’s

In de inleiding van dit hoofdstuk is al kort aangestipt dat de effecten van NTM’s diffuus zijn en niet zomaar gesteld kan worden dat het effect van dit soort maatregelen op de handel uitsluitend negatief is. Wat daar in eerste aanleg sterk aan bijdraagt is de grote verscheidenheid aan maatregelen zoals we in paragraaf 1.3 lieten zien. Evident is dat sommige typen maatregelen een onomstotelijk negatief effect op de omvang van de handel zullen hebben, zoals quota en handelsverboden. Maar van andere maatregelen zoals SPS- en TBT-maatregelen is dit veel minder vanzelfsprekend. In deze paragraaf belichten we dit amalgaam van effecten van NTM’s op de handel.

Productiekosten en verkoopprijs

Bepaalde typen NTM’s, zoals quota, hebben niet direct gevolgen voor de kostprijs waarvoor fabrikanten hun producten – waarop deze maatregelen betrekking hebben – kunnen produceren. Maar voor met name SPS- en TBT-maatregelen geldt dat wel, evenals bijvoorbeeld voor NTM’s die bepaalde eisen stellen aan de inspectie van goederen voordat deze verzonden worden (hoofdstuk C, zie paragraaf 1.3). Immers, informatie verzamelen over de geldende regelgeving, productaanpassingen doen, mogelijk genoodzaakt zijn om andere, duurdere componenten of grondstoffen gebruiken om aan regelgeving met betrekking tot tolerantiewaarden te voldoen, certificering, juiste etikettering zijn allemaal noodzakelijke stappen die gezet moeten worden alvorens een product geëxporteerd mag worden. Dit gaat gepaard met tijd en met additionele kosten (zie bijvoorbeeld Kee & Nicita, 2016). Ook specifieke inspectie-eisen of vervoerseisen zullen gepaard gaan met additionele kosten voor de exporteur die de kostprijs van zijn producten opdrijven. Hoe hoog deze kosten daadwerkelijk zijn, kan geschat worden met een methodiek die deze kosten uitdrukt in het equivalent van een importtarief. In hoofdstuk 4 van deze Internationaliseringsmonitor gaan we daar uitgebreid op in.

De manier waarop, en dan met name het moment in het productie- en leveringsproces, NTM’s van invloed zijn op de kostprijs van een product vormt, in aanvulling op de indelingen die in paragraaf 1.3 zijn besproken, ook een onderscheid tussen verschillende typen maatregelen. Vier categorieën zijn daarbij te onderscheiden (Ederington & Ruta, 2016):

  • Procesmaatregelen: NTM’s die door eisen aan het productieproces (zoals arbeidsvoorwaarden of milieustandaarden) producentenprijzen verhogen.
  • Productmaatregelen: NTM’s die door de geëiste regels aan de kenmerken van een product tot hogere producentenprijzen leiden.
  • Douanemaatregelen: NTM’s die de prijs aan de grens verhogen door regels waaraan moet worden voldaan voordat het product ingevoerd mag worden.
  • Consumentenmaatregelen: NTM’s die de uiteindelijke prijs voor consumenten verhogen, zónder dat de productiekosten hoger zijn (zoals minimum importprijzen).

In hoeverre deze kostprijsverhogende factoren hun weerslag vinden in de prijs die de exporteur in rekening brengt aan zijn afnemer valt echter te bezien, zoals dat ook bij de kosten van importtarieven een vraagstuk is. In Van den Berg et al. (2020) werd aangetoond dat buitenlandse exporteurs een deel van de kosten van importtarieven zelf dragen en slechts een deel in rekening brengen aan hun afnemers in Nederland. Met name grote multinationale bedrijven in Nederland blijken in staat om hun toeleveranciers een flink deel van het invoertarief te laten betalen. Bij de kosten die gepaard gaan met NTM’s zou zich iets soortgelijks voor kunnen doen: de exporteur maakt kosten om zijn product aan de geldende regelgeving te laten voldoen, maar verdisconteert maar een deel van die kosten in de prijs die hij rekent voor het geëxporteerde eindproduct. In hoeverre zich dat voordoet hangt sterk af van factoren als het marktaandeel van de exporteur en de importeur, de intensiteit van de competitie op de betreffende productmarkt of de mate waarin substituten voorhanden zijn voor de importeur. Over de mate waarin dit daadwerkelijk gebeurt, is nog heel weinig bekend, omdat dit methodologisch gezien bijzonder complexe materie is.

Vraag en aanbod

Tot vrij recent ging men er vanuit dat NTM’s, net als importtarieven, negatief van invloed zijn op de omvang van de handel (Ghodsi et al., 2017). Zoals we in paragraaf 1.1 al aanstipten is dat echter te kort door de bocht. Inderdaad, NTM’s zoals quota en handelsverboden hebben ‘by design’ een negatief effect op de omvang van de handel doordat zij voorwaarden opleggen aan het aanbod of dat soms zelfs aan banden leggen. In het geval dat de additionele kosten die gepaard gaan met NTM’s een prijsopdrijvend effect hebben, zal dit ook negatief van invloed zijn op de vraag naar de betreffende producten. Maar NTM’s die bijvoorbeeld gericht zijn op het waarborgen van het welzijn van mens en milieu hebben de potentie om kwaliteitsverhogend te werken, wat juist een positieve weerslag kan hebben op de vraag naar deze producten. Ook specifieke voorschriften met betrekking tot bijvoorbeeld certificering of etikettering kunnen de vraag opstuwen, omdat consumenten weten waar ze vanuit kunnen gaan en transactiekosten daardoor afnemen. Hier raken we aan de kern van het ‘standards as barrier versus standards as catalyst’ vraagstuk (Xiong & Begin, 2014): werken specifieke productstandaarden vooral als handelsbarrière of hebben ze onder de streep een positieve uitwerking op de vraag? Of het netto effect van dergelijke maatregelen op de omvang van de handel positief of negatief is, hangt uiteindelijk af van de balans tussen het negatieve effect aan de zijde van de producent en de positieve effecten aan de zijde van de afnemer (WTO, 2012). Dat er geen eenduidig antwoord is op deze vraag ligt voor de hand. Ghodsi et al. (2017) laten in dit verband dan ook zien dat er grote verschillen zitten in de mate waarin NTM’s handelsbelemmerend werken tussen verschillende typen NTM’s, producten en landen.

Kwaliteit

Naast de prijs en de omvang van de handel hebben bepaalde typen NTM’s, met name SPS- en TBT-maatregelen, ook invloed op de kwaliteit van verhandelde goederen, juist omdat zij gericht zijn op zaken als productveiligheid (zie ook paragraaf 1.3). Echter, ook voor wat betreft kwaliteit kan de uitwerking van een NTM positief of negatief zijn. SPS- en TBT-maatregelen zijn in algemene zin gericht op zaken als bescherming van het menselijk, dierlijk of plantaardig leven, waardoor zij als het ware een soort ondergrens in de markt leggen. Dat wil zeggen, producenten worden door deze maatregelen gedwongen producten van een bepaalde minimale kwaliteit te fabriceren alvorens deze te mogen exporteren naar het land van bestemming. Dit kan leiden tot een verhoging van de gemiddelde kwaliteit van de betreffende producten die worden ingevoerd in het land dat deze regels hanteert. Echter, in het geval dat producenten al voor het instellen van een bepaalde ondergrens ruimschoots aan de gestelde regels voldoen, bestaat de kans dat fabrikanten naar deze ondergrens toe gaan werken waardoor in voorkomende gevallen de gemiddelde exportkwaliteit juist daalt na inwerkingtreding van een NTM. Ghodsi (2021) laat voor de wereldwijde handel zien dat voor SPS- en TBT-maatregelen het positieve effect op de kwaliteit dominant lijkt te zijn. Zijn resultaten laten zien dat TBT’s de handel belemmeren, maar wel een positieve uitwerking op de kwaliteit hebben, terwijl SPS-maatregelen de handel juist bevorderen en ook positief van invloed zijn op de kwaliteit. In hoofdstuk 3 gaan we hier specifiek voor Nederland met gedetailleerde data mee aan de slag.

1.5Samenvatting en conclusie

Dit hoofdstuk biedt een brede introductie van het fenomeen niet-tarifaire maatregelen. Er zijn allerhande aspecten van NTM’s de revue gepasseerd: wat NTM’s precies zijn, wat voor typen er zijn, waarom NTM’s worden ingesteld, hoe dat proces eruit ziet en wat we uit bestaand onderzoek al weten over hun effect op de internationale handel.

Niet-tarifaire maatregelen zijn gedefinieerd als alle andere beleidsmaatregelen dan ‘traditionele’ importtarieven die mogelijk een economisch effect hebben op de internationale handel in goederen: op verhandelde hoeveelheden of prijzen, of beide. Er bestaat een groot aantal uiteenlopende typen NTM’s, die grofweg in twee hoofdgroepen ingedeeld kunnen worden, (1) de technische maatregelen die eisen stellen aan de kwaliteit en veiligheid van producten die internationaal gestelde criteria overstijgen en (2) niet-technische maatregelen die de invoer reguleren in termen van hoeveelheid of prijs. Daarnaast kunnen landen ook niet-technische exportgerelateerde NTM’s instellen, bijvoorbeeld in het kader van sancties.

Met het verlagen van de gemiddelde importtarieven wereldwijd, binnen de kaders van de WTO, hebben landen in de afgelopen decennia in toenemende mate hun toevlucht genomen tot het instellen van NTM’s. Het effect van NTM’s op de handel is echter veel minder evident dan dat van importtarieven. Tarieven verhogen de prijs van ingevoerde goederen en hebben daardoor een negatief effect op de handel. NTM’s vormen enerzijds een handelsbarrière omdat het bijvoorbeeld voorschriften betreft waaraan de producent zijn producten moet laten voldoen alvorens deze te mogen exporteren naar het betreffende land. Er zijn logischerwijs kosten aan verbonden om hieraan te voldoen en die kosten hebben, net als bij importtarieven, een prijsopdrijvend en daardoor een negatief effect op de handel. Daarbij zijn enkele NTM’s, zoals quota en exportverboden, onomstotelijk negatief van invloed op de handel. Anderzijds heeft een aantal typen NTM’s, met name SPS- en TBT-maatregelen, wel een positieve keerzijde, namelijk doordat ze in het algemeen gericht zijn op het verhogen van met name productveiligheid, kwaliteit en duurzaamheid. Dit kan een positieve uitwerking op de handel hebben. Deze tweeledigheid maakt het totale effect van NTM’s op de verschillende dimensies van internationale handel diffuus. Juist daarom is onderzoek naar de effecten van NTM’s, zoals we in deze editie van de Internationaliseringsmonitor uitgebreid doen, zo belangrijk, aangezien de WTO-regels voorschrijven dat het instellen van NTM’s pas geoorloofd is als gezondheid en veiligheid in het geding zijn. De cruciale vraag bij iedere afzonderlijke NTM is dan namelijk of deze de productkwaliteit verhoogt en derhalve een bijdrage levert aan gezondheid en veiligheid van mens en milieu. Indien dat niet zo is en de betreffende maatregel wel handelsbelemmerend is, biedt dit aanknopingspunten voor handelspartners om bezwaar aan te tekenen bij de WTO. In deze discussie gaat veruit de meeste aandacht uit naar SPS- en TBT-maatregelen. Dat is enerzijds ingegeven door het feit dat dit type maatregelen veruit het vaakst wordt genomen en anderzijds omdat juist van dit type maatregelen de effecten zo diffuus zijn, waardoor zij scope voor inzet als een verborgen vorm van protectionisme bieden. Onderzoek naar NTM’s op basis van gedetailleerde data zoals we dat in deze Internationaliseringsmonitor doen, vergroot de kennis van de werking van NTM’s en biedt inzicht in de mate waarin deze kwaliteitsverhogend werkt (en daarmee legitiem is) of enkel handelsbelemmerend werkt (en daarmee geen bestaansgrond heeft).

1.6Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Van den Berg, M., Franssen, L. & Mounir, A. (2020). Europese importtarieven: wie betaalt de rekening? In M. Jaarsma & A. Lammerstma (Red.), Internationaliseringsmonitor 2020, vierde kwartaal: Handelsbeleid: Tarieven en Verdragen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2020a). Een derde bbp wordt verdiend met de export. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2020b). Internationaliseringsmonitor 2020, vierde kwartaal: Handelsbeleid: Tarieven & Verdragen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Costinot, A. & Rodríguez-Clare, A. (2014). Trade theory with numbers: Quantifying the consequences of globalization. In Handbook of international economics (Vol. 4, pp. 197–261). Elsevier.

Curzi, D. & M. Huysmans (2021). The Impact of Protecting EU Geographical Indications in Trade Agreements. American Journal of Agricultural Economics, 00(00), 1–21.

Disdier, A. & Fugazza, M. (2020). A Practical Guide to the Economic Analysis of Non-Tariff Measures. Genève: UNCTAD.

Duursma, M. (2021). Rusland ontketent bubbeltjesoorlog met opeisen van naam ‘champagne’. In: NRC.

Ederington, J. & Ruta, M. (2016). Non-Tariff Measures and the World Trading System. Policy Research Working Paper 7661. Genève: The World Bank.

Europese Commissie (2021). Quality schemes explained. Brussel/Straatsburg: Europese Commissie.

Ghodsi, M., Grübler, J., Reiter, O., & Stehrer, R. (2017). The evolution of non-tariff measures and their diverse effects on trade. Research Report no. 419. Wenen: Wiener Institut für Internationale Wirtschaftsvergleiche (wiiw).

Ghodsi, M. (2021). Exploring ‘Non-Tariff Measures Black Box’: Whose Regulative NTMs on Which Products Improve the Imported Quality? Working Paper no. 195. Wenen: Wiener Institut für Internationale Wirtschaftsvergleiche (wiiw).

GTA (2021). China: 2020 non-state cotton import quota halved from previous year. Global Trade Alert. Global trade alert. Zwitserland.

Heiberg, T. & Hutchings, M. (2021). Unique regional status South Africa’s rooibos tea can turn fortunes for crop 2021. In: Reuters.

Hoekman, B. & Nicita, A. (2018). Non-tariff measures and trade facilitation: WTO disciplines and policy space for development. In UNCTAD (eds.) Non-Tariff Measures: Economic Assessment and Policy Options for Development. Genève: UNCTAD.

Kee, H. L. & Nicita, A. (2016, November). Trade frauds, trade elasticities and non-tariff measures. In 5th IMF-World Bank-WTO Trade Research Workshop, Washington DC, November (Vol. 30).

Niu, Z., Liu, C., Gunessee, S., & Milner, C. (2018). Non-tariff and overall protection: evidence across countries and over time. Review of World Economics, 154(4), 675–703.

Raimondi, V., Falco, C. Curzi, D. & Olper, A. (2020). Trade effects of geographical indication policy: The EU case. Journal of Agricultural Economics, 71(2), 330–356.

Reuters (2019). EU extends tariffs on Chinese bicycles, fearing import flood.

UNCTAD (2019). International Classification of Non-Tariff Measures 2019 Version. Genève: UNCTAD.

Weiss, M. (2016). The role of local content policies in manufacturing and mining in low-and middle-income countries. Inclusive and Sustainable Industrial Development Working Paper Series WP, no. 19. Wenen: UNIDO.

WTO (2012). World Trade Report 2012. WTO: Genève.

WTO (2021). Sanitary and Phytosanitary Information Management System. [Dataset]. Geraadpleegd op 25 augustus 2021.

Xiong, B. & Beghin, J. (2017). Disentangling demand-enhancing and trade-cost effects of maximum residue regulations. In Economic Inquiry, 52(3), pp. 1190–1203.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Marcel van den Berg

Timon Bohn

Sarah Creemers

Dennis Dahlmans

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Angie Mounir

Tom Notten

Janneke Rooyakkers

Khee Fung Wong

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Janneke Rooyakkers

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Janneke Rooyakkers

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Deirdre Bosch

Frans Dinnissen

Gerard den Drijver

Mahdi Ghodsi

Janneke Hendriks

Irene van Kuik

Sandra Vasconcellos

Rik Verhulst

Gabriëlle de Vet

Karolien van Wijk

Hendrik Zuidhoek