ICT-sector groeit harder dan Nederlandse economie

Foto omschrijving: Contactloos betalen met een mobiele telefoon/smartphone.

ICT en economie

Auteur: Ron de Heij

Hoe presteert de Nederlandse ICT-sector? In welke bedrijfstakken zijn ICT’ers werkzaam, wat zijn hun achtergrondkenmerken en hoeveel vacatures zijn er in de ICT-sector? En wat is het belang van de handel in ICT-goederen en –diensten voor de Nederlandse economie? Dit zijn enkele voorbeelden van onderwerpen die in dit hoofdstuk aan bod komen.

2.1De ICT-sector en de Nederlandse economie

De ICT-sector bestaat uit drie onderdelen: de ICT-industrie, de groothandel in ICT-apparatuur en de ICT-dienstensector. De ICT-industrie omvat bedrijven die voornamelijk informatie- en communicatieapparatuur ontwerpen en produceren. Tot de groothandel in ICT-apparatuur behoren bedrijven die handelen in software, computers en overige elektronica, zoals telecommunicatieapparatuur. Ze leveren deze producten hoofdzakelijk aan dealers en andere niet-eindgebruikers. De ICT-dienstensector bestaat uit bedrijven die het proces rondom elektronische informatieverwerking en communicatie ondersteunen. Zij maken bijvoorbeeld software, verzorgen de telecommunicatie of leveren advies.

In deze paragraaf staan de prestaties van de ICT-sector centraal. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft de ICT-sector exact gedefinieerd. Tabel 2.1.1 laat zien welke bedrijfstakken volgens de OESO-definitie tot de ICT-sector behoren, uitgedrukt in termen van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI 2008). Veel landen gebruiken deze definitie in hun statistische publicaties. Dit maakt het eenvoudiger om cijfers over de ICT-sector internationaal te vergelijken. Ook dit hoofdstuk gebruikt deze OESO-definitie, tenzij anders vermeld is.

2.1.1Overzicht afbakening ICT-sector

SBI 2008 Omschrijving activiteit
ICT-industrie
261 Vervaardiging van elektronische componenten en printplaten
262 Vervaardiging van computers en randapparatuur
263 Vervaardiging van communicatieapparatuur
264 Vervaardiging van consumentenelektronica
268 Vervaardiging van informatiedragers
 
Groothandel in ICT-apparatuur
4651 Groothandel in computers, randapparatuur en software
4652 Groothandel in elektronische en telecommunicatieapparatuur
 
ICT-diensten
582 Uitgeverijen van software
61 Telecommunicatie
62 IT-dienstverlening
631 Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten; webportals
951 Reparatie van computers en communicatieapparatuur

Bron:OESO/CBS.

Aantal ICT-bedrijven neemt verder toe

In het vierde kwartaal van 2018 bestond de Nederlandse ICT-sector uit ruim 77 duizend bedrijven (figuur 2.1.2). Dat is bijna 57 procent meer dan in 2008. Ook het totale aantal bedrijven in Nederland nam in deze periode toe: met 53 procent.

De meeste bedrijven in de ICT-sector zijn actief als ICT-dienstverlener; eind 2018 waren dit er ruim 70 duizend. Daarnaast waren er bijna 5,5 duizend ICT-groothandelsbedrijven en bijna 900 bedrijven in de ICT-industrie. Gezamenlijk hadden zij een aandeel van 4,5 procent in het totale aantal Nederlandse bedrijven. Sinds 2008 is dit aandeel vrij stabiel.

In de loop der jaren is met name het aantal ICT-dienstverleners sterk toegenomen; ten opzichte van 2008 is hun aantal met 71 procent gestegen. Ook het aantal bedrijven in de ICT-industrie nam in deze periode toe: met 15 procent. Eind 2018 waren er 1 555 minder ICT-groothandelsbedrijven dan in 2008. Dit betekent een daling van 22 procent.

Eind 2018 bestond 92 procent van de ICT-sector uit dienstverlenende bedrijven. Het aandeel van de ICT-groothandel en de ICT-industrie was respectievelijk 7 en 1 procent. Sinds 2008 is het aandeel van de ICT-dienstensector flink gegroeid. In dat jaar was nog 84 procent van de bedrijven in de ICT-sector een dienstverlener. De ICT-groothandel en de ICT-industrie omvatten in 2008 respectievelijk 14 en 2 procent van het totaal; bij beide twee keer zo veel als in 2018.

Recordaantal bedrijfsoprichtingen ICT-sector

In 2018 werden in Nederland ruim 191 duizend bedrijven opgericht.noot1 Hiervan ging bijna 5 procent aan de slag in de ICT-sector: het betrof 9 060 bedrijven (figuur 2.1.3). Het aantal oprichtingen nam toe ten opzichte van twee jaar eerder. In 2016 werden nog 8 105 ICT-bedrijven opgericht. De nieuwe ICT-bedrijven zijn vooral IT-dienstverleners: 6 980 oprichtingen, tegen 325 oprichtingen in de ICT-industrie. In de ICT-groothandel werden 325 bedrijven opgericht. Een ICT-dienstenbedrijf starten is aanmerkelijk eenvoudiger dan een industrieel ICT-bedrijf oprichten. De opstartkosten zijn voor een dienstverlenend bedrijf immers fors lager dan voor een industrieel bedrijf. Dit gegeven kan het grote verschil in oprichtingen voor een deel verklaren.

In 2018 werden bijna 107 duizend Nederlandse bedrijven opgehevennoot2, waarvan 5 380 actief waren in de ICT-sector. Het ging om 5 procent van het totale aantal opgeheven bedrijven. Ten opzichte van een jaar eerder werden er weer meer ICT-bedrijven opgeheven. Per saldo kwamen er echter 3 680 ICT-bedrijven bij in 2018. Dat betekent de hoogste netto groei sinds 2008. In dat jaar werden er 4 365 ICT-bedrijven meer opgericht, dan er werden opgeheven.

Hogere productiewaarde ICT-sector

In 2017 behaalden Nederlandse ICT-bedrijven een hogere productiewaarde van goederen en diensten dan in 2016. De groei bedroeg 5,2 procent (tabel 2.1.4). Deze groei is sterker dan die van de totale economienoot3 (3,3 procent). In 2016 groeide de ICT-sector nog minder sterk dan de totale economie. Vooral bedrijven in de ICT-dienstensector deden het goed in 2017. Bedrijven in deze branche realiseerden samen bijna 10 procent meer productiewaarde dan in 2016. Binnen de ICT-diensten was vooral de IT- en informatiedienstverlening de aanjager van de groei (11,9 procent), maar ook telecommunicatiebedrijven realiseerden gezamenlijk een hogere waarde van de productie dan in 2016 (4,3 procent). De groei van de productiewaarde van groothandelaars in ICT-apparatuur was ook positief (2,1 procent), maar bleef achter bij die van de totale economie. In 2017 was de waarde van de productie alleen in de ICT-industrie lager dan in 2016 (−1,6 procent). De krimp is wel minder sterk dan in het jaar ervoor (−7,9 procent).

2.1.4De ICT-sector vergeleken met de Nederlandse economie

2015 2016 2017
volumemutatie t.o.v. voorgaand jaar (%)
Productiewaarde
Totaal Nederland 3,4 2,6 3,3
Totaal ICT-sector . 2,0 5,2
waarvan
ICT-industrie . −7,9 −1,6
Groothandel in ICT-apparatuur . 4,4 2,1
ICT-diensten . 7,9 9,6
waarvan
Telecommunicatie . 1,4 4,3
IT- en informatiedienstverlening . 11,0 11,9
 
Bruto toegevoegde waarde
Totaal Nederland 1,7 2,0 2,9
Totaal ICT-sector . 5,9 5,9
waarvan
ICT-industrie . 1,4 6,7
Groothandel in ICT-apparatuur . 4,7 0,3
ICT-diensten . 6,9 7,2
waarvan
Telecommunicatie . −1,6 12,1
IT- en informatiedienstverlening . 10,9 5,4
 
Investeringen1)
Totaal Nederland 29,0 −7,3 4,2
Totaal ICT-sector . 20,5 −13,4
waarvan
ICT-industrie . 9,2 −0,1
Groothandel in ICT-apparatuur . −4,6 5,7
ICT-diensten . 24,9 −17,0
waarvan
Telecommunicatie . −5,0 3,5
IT- en informatiedienstverlening . 57,8 −31,0
 
Arbeidsvolume
Totaal Nederland 1,3 2,1 2,2
Totaal ICT-sector . 3,2 3,9
waarvan
ICT-industrie . −5,5 −1,3
Groothandel in ICT-apparatuur . 2,2 1,8
ICT-dienstensector . 4,3 4,9
waarvan
Telecommunicatie . 2,2 2,2
IT- en informatiedienstverlening . 4,7 5,5

Bron:CBS.

1)Bruto investeringen.

De bruto toegevoegde waardenoot4 van ICT-bedrijven groeide in 2017 sterker dan die van de Nederlandse economie als geheel. In de totale economie bedroeg de groei namelijk 2,9 procent, tegen 5,9 procent in de ICT-sector. Op alle onderdelen van de ICT-sector was er groei op dit vlak. De ICT-dienstensector liet de grootste toename van de toegevoegde waarde zien (7,2 procent). Zowel onder de telecommunicatiebedrijven en IT- en informatiedienstverleners groeide de toegevoegde waarde sterker dan die van de Nederlandse economie als geheel. Ook in de ICT-industrie nam de bruto toegevoegde waarde relatief sterk toe (6,7 procent). Een klein aantal multinationals bepaalt het beeld van de Nederlandse ICT-industrie. Deze grote, vaak internationaal opererende, bedrijven vallen deels onder de Nederlandse industrie, al is een flink deel ervan gevestigd in het buitenland. Cijfers over de Nederlandse economie geven alleen een beschrijving van bedrijven of bedrijfsonderdelen die gevestigd zijn in Nederland. Of een bedrijf eigendom is van Nederlandse partijen, speelt hierbij geen rol. Niet alle kosten en opbrengsten komen dan tot uitdrukking in tabel 2.1.4. Dit kan een vertekend beeld geven wanneer Nederlandse vestigingen bijvoorbeeld kosten maken voor research en development, terwijl vestigingen in het buitenland daarvan de vruchten plukken door nieuwe ICT-goederen te verkopen.

Daling investeringen door ICT-sector

In 2017 investeerde de ICT-sector 13,4 procent minder dan in 2016, terwijl de investeringen van de totale economie 4,2 procent toenamen in deze periode. Vooral in de ICT-dienstensector daalden de investeringen sterk (−17 procent). Binnen deze sector namen de investeringen van telecombedrijven met 3,5 procent toe in 2017, maar door IT-dienstverleners werd fors minder geïnvesteerd (31 procent). In het jaar ervoor namen de investeringen in deze bedrijfstak nog zeer sterk toe (57,8 procent).

Industriële ICT-bedrijven investeerden in 2017 een fractie minder (−0,1 procent), terwijl een jaar eerder nog sprake was van een stijging van ruim 9 procent. De investeringen door groothandelsbedrijven laten eveneens een wisselend beeld zien: waar de investeringen in 2016 nog met 4,6 procent daalden, zijn de investeringen in 2017 met 5,7 procent toegenomen.

13,4% minder geïnvesteerd door ICT-bedrijven in 2017 Buitenvorm Binnenvorm

Arbeidsvolume ICT-sector neemt verder toe

Het arbeidsvolume in de ICT-sector steeg in 2017 met 3,9 procent. Dit betekent dat in 2017 meer arbeidsjarennoot5 gewerkt zijn dan een jaar eerder. Het totale arbeidsvolume in Nederland nam ook toe: met 2,2 procent. Van de bedrijven in de ICT-sector nam alleen het arbeidsvolume van de ICT-industrie af in 2017: met 1,3 procent. Bij ICT-groothandelaars en bedrijven in de ICT-dienstverlening steeg het arbeidsvolume. Binnen de ICT-dienstensector steeg het arbeidsvolume het sterkst bij IT- en informatiedienstverleners: met 5,5 procent.

Zuid-Koreaanse ICT-sector voegt relatief meeste waarde toe

In 2016 zorgden Zuid-Koreaanse ICT-bedrijven voor 9,6 procent van de toegevoegde waarde (verschil productie en inkoopwaarde) in de totale economie van het land (figuur 2.1.5). Daarmee was het belang van de Zuid-Koreaanse ICT-sector veel groter dan in Nederland. Nederlandse ICT-bedrijven hadden gezamenlijk een aandeel van 4,6 procent in de totale economie in dat jaar. Ook in de Finse en Amerikaanse economie is de ICT-sector relatief belangrijk.

IT-dienstverleners waren goed voor 61 procent van de toegevoegde waarde van de Nederlandse ICT-sector. De bijdrage van deze bedrijven is in Nederland groter dan in andere landen. In Zuid-Korea is de industrie veel belangrijker. In 2016 genereerden producenten van computers en elektronische apparaten 68 procent van de toegevoegde waarde van de Zuid-Koreaanse ICT-sector. Vooral in het Verenigd Koninkrijk en België droegen ook telecommunicatie­bedrijven relatief veel bij aan de toegevoegde waarde van de ICT-sector: in beide landen 35 procent.

Bijdrage telecomsector aan bbp licht afgenomen

De bruto toegevoegde waarde van de telecomsector bedroeg 7,4 miljard euro (tabel 2.1.6). Dit komt overeen met 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De bijdrage van de telecomsector aan het bbp is daarmee licht afgenomen. In 2015 bedroeg het aandeel van telecombedrijven nog 1,09 procent. De productie van de Nederlandse telecomsector bedroeg 15,4 miljard euro in 2017. Daarmee lag de productie ongeveer op hetzelfde niveau als in de twee jaren ervoor.

De telecombranche investeerde ruim 3,2 miljard euro in 2017. Dat is 1 procent minder dan in 2015. Telecombedrijven namen 2,11 procent van de investeringen van de totale economie voor hun rekening in 2017. In 2015 bedroeg het aandeel van de telecomsector nog 1,97 procent.

Het arbeidsvolume in de telecombranche bedroeg 30 duizend arbeidsjaren in 2017. Ten opzichte van 2015 is het aantal arbeidsjaren weer licht toegenomen. Bedrijven in de telecomsector hadden in 2017 een aandeel van bijna 0,4 procent in het totale arbeidsvolume in Nederland. Sinds 2015 is dit aandeel stabiel.

2.1.6Kerncijfers sector telecommunicatie1)

2015 2016 2017
x mln euro
Productiewaarde (basisprijzen) 15 426 15 372 15 359
Bruto toegevoegde waarde (basisprijzen) 7 545 7 192 7 417
Investeringen in vaste activa (lopende prijzen) 3 226 3 046 3 201
x 1 000 fte
Arbeidsvolume 28 29 30
% van bbp
Bruto toegevoegde waarde (basisprijzen) 1,09 1,02 1,00
% van de totale economie (bedrijven en overheid)
Investeringen in vaste activa 1,97 2,11 2,11
Arbeidsvolume 0,40 0,40 0,40

Bron:CBS.

1)SBI 2008-groep 61 (telecommunicatie).

2.2ICT en werkgelegenheid

Deze paragraaf heeft aandacht voor de werkgelegenheid in de ICT-sector. In welke bedrijfstakken zijn ICT’ers werkzaam, en wat zijn hun achtergrondkenmerken? Ook het aantal vacatures in de ICT-sector komt aan bod.

Aantal ICT’ers neemt opnieuw toe

In 2018 waren 415 duizend ICT’ers werkzaam in diverse bedrijfstakken van de Nederlandse economie (figuur 2.2.1). Dat is meer dan in 2017, toen 380 duizend ICT’ers actief waren. Sinds 2011 neemt het aantal werkzame ICT’ers in Nederland onafgebroken toe.

De meeste ICT’ers hebben een vaste arbeidsrelatie, met vaste uren: 303 duizend in 2018. Dat betekent een stijging van 9 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Het aantal zelfstandigen steeg licht: van 59 duizend in 2017 naar 61 duizend in 2018. Ook het aantal ICT’ers met een flexibele arbeidsrelatie steeg, van 44 duizend naar 51 duizend personen.

In de periode 2008–2018 is het aandeel ICT’ers met een vast contract afgenomen. In 2008 had 76 procent van de werkzame ICT’ers een vaste arbeidsrelatie. In de jaren daarna daalde dit aandeel tot 73 procent in 2018. Toch wordt er nog altijd relatief veel gewerkt met vaste contracten door ICT’ers. Ter vergelijking: van de totale Nederlandse beroepsbevolking had 61 procent een vaste arbeidsrelatie. Het aandeel zelfstandigen in de ICT-sector ligt al sinds 2008 rond de 15–16 procent.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een uitgebreide tabel met achtergrond­kenmerken van werkzame ICT’ers (tabel 2.2.1a). Daaruit blijkt onder ander andere dat 87 procent van hen een man is, dat 80 procent ten minste 35 uur per week werkt, en dat 77 procent een Nederlandse achtergrond heeft. De tabel bevat ook cijfers over beroepsgroepen, leeftijdscategorieën en onderwijsniveaus van ICT’ers.

Ruim een derde ICT’ers werkt in informatie en communicatie

De bedrijfstak informatie en communicatie heeft de meeste ICT’ers in dienst. In 2017 waren 131 duizend ICT’ers werkzaam in deze branche (tabel 2.2.2). Dat betekent dat 34 procent van alle werkzame ICT’ers in Nederland actief was in deze bedrijfstak. Van hen werkte het grootste deel als IT-dienstverlener (86 procent). Ongeveer 2 op de 3 ICT’ers werken buiten de sector informatie en communicatie. In vrijwel alle bedrijfstakken zijn ze vertegenwoordigd. Onder andere bij advies- en onderzoeksbureaus, bij de overheid en in de industrie en handel werken relatief veel ICT’ers.

2.2.2Werkzame ICT'ers naar bedrijfstak (SBI 2008)

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2017
x 1 000 ICT-ers als % van totale
werkzame beroepsbevolking (internationaal)
Totaal bedrijfstakken 336 335 336 339 349 370 378 380 4,4
 
Landbouw, bosbouw en visserij 0 0 0 0 0 1 1 1 0,3
Delfstoffenwinning 0 1 1 1 1 1 1 0 .
Industrie 27 28 30 30 30 30 30 30 3,7
Energie 4 3 4 4 3 3 4 3 12,9
Water 2 1 1 2 1 1 1 1 2,1
Bouw 8 7 7 9 10 10 9 8 2,2
Handel 18 22 23 25 29 29 30 30 2,3
Transport 7 7 7 6 7 9 9 8 2,3
Horeca 1 1 0 1 1 1 1 1 0,2
Informatie en communicatie 156 149 142 114 117 126 134 131 47,6
waarvan
Media 7 10 9 7 7 9 8 8 13,6
Telecommunicatie 16 13 15 9 10 12 11 10 37,9
Informatiedienstverlening 133 126 117 98 99 105 115 113 60,0
Financiële instellingen 19 19 22 31 28 30 34 29 13,3
Handel 1 2 2 1 1 1 1 1 1,8
Advies en onderzoek 22 22 25 30 33 35 29 33 4,8
Overige zakelijke dienstverlening 9 10 10 11 11 12 11 14 2,4
Overheid 22 23 23 29 30 32 30 30 5,9
Onderwijs 11 13 11 11 10 12 12 11 2,1
Gezondheidszorg 13 13 13 13 14 14 14 14 1,1
Cultuur, sport en recreatie 4 4 4 4 5 4 4 5 2,3
Overige dienstverlening 6 5 4 4 4 6 4 5 2,4
Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel 0 0 0 0 0 0 0 0 0,0
Extraterritoriale organisaties 0 0 0 0 0 0 0 0 .
Onbekend 5 5 6 13 14 15 18 26 2,9

Bron:CBS.

In 2017 maakten ICT’ers 4,4 procent uit van de totale werkzame beroepsbevolking van Nederland. In sommige bedrijfstakken zijn ICT’ers veel sterker vertegenwoordigd dan dit gemiddelde. Het gaat dan vooral om de bedrijfstak informatie en communicatie (48 procent), maar ook bij financiële instellingen en energiebedrijven (beide 13 procent) komen relatief veel ICT’ers voor. In de horeca (0,2 procent) en landbouw, bosbouw en visserij (0,3 procent) maken ICT’ers naar verhouding juist een relatief klein deel uit van de werkzame beroepsbevolking in die bedrijfstakken.

Relatief veel ICT-specialisten Finland

In Finland was 6,8 procent van de werkzame beroepsbevolking actief als ICT-specialist in 2017 (figuur 2.2.3). Dit aandeel was in Nederland kleiner: 5 procent.noot6 Niet alleen in Finland was het aandeel ICT-specialisten groter dan in Nederland. Ook in Zweden en het Verenigd Koninkrijk maakten ICT-specialisten een groter deel uit van de werkzame beroepsbevolking. Onder andere Duitsland en Frankrijk kenden een kleiner aandeel ICT-specialisten dan Nederland.

2 op de 5 ICT’ers ouder dan 45 jaar

De gemiddelde leeftijd van ICT’ers is tussen 2008 en 2018 flink toegenomen: waar in 2008 29 procent van alle werkzame ICT’ers 45 jaar of ouder was, was dit in 2018 gestegen naar 40 procent (figuur 2.2.4). Met name het aandeel 55- tot 65‑jarigen ICT’ers groeide sterk; het verdubbelde tussen 2008 en 2018. Ten opzichte van 2013 is het aandeel werkzame ICT’ers van 25 tot 35 jaar weer licht toegenomen. Het bedroeg 27 procent in 2018; vijf jaar eerder had deze groep een aandeel van 26 procent in het aantal werkzame ICT’ers.

Niet alleen ICT’ers vergrijzen. Tussen 2013 en 2018 steeg ook het aandeel 45‑plussers in de gehele Nederlandse economie: van 42 naar 44 procent. Daarmee zijn de werkzame personen in ICT-beroepen gemiddeld nog steeds jonger dan in de totale economie (zie ook tabel 2.2.1a in de statistische bijlage van deze publicatie).

40% van de ICT’ers was 45 jaar of ouder in 2018 Buitenvorm Binnenvorm

Recordaantal vacatures ICT-sector in 2018

In het laatste kwartaal van 2018 stonden ruim 15 duizend vacatures open in de ICT-sector (figuur 2.2.5). Daarmee lag het aantal vacatures 4 procent lager dan tijdens het hoogtepunt dat eerder in 2018 werd bereikt. In het eerste kwartaal van dat jaar stonden bijna 16 duizend vacatures open bij ICT-bedrijven. Gedurende heel 2018 lag het aantal vacatures bij bedrijven actief in de ICT-sector boven het vorige kwartaalrecord, dat in het tweede kwartaal van 2008 werd bereikt. Op dat moment stonden er bijna 15 duizend vacatures open. Daarna daalde het aantal vacatures in de sector sterk met bijna 10 duizend in een jaar tijd. Vanaf 2010 volgde een periode van herstel, maar vanaf 2011 zette zich weer een dalende trend in. Gaandeweg 2014 werd deze omgebogen in een stijgende trend: er ontstonden steeds weer meer vacatures bij ICT-bedrijven. Ook in de economie als geheel zette het herstel op de arbeidsmarkt zich door. Eind 2018 stonden bijna 255 duizend vacatures open, tegen ruim 218 duizend een jaar eerder; een groei van 17 procent.

Aandeel vacatures ICT-sector stabiliseert

Aan het eind van 2018 maakte het aantal openstaande vacatures in de ICT-sector 6 procent uit van alle openstaande vacatures in Nederland (figuur 2.2.6). Het aandeel van de ICT-sector in het totale aantal openstaande vacatures is groter dan het aandeel van de ICT-sector in de werkgelegenheid, wat duidt op een krappe arbeidsmarkt voor de ICT-sector.

Het aandeel van de ICT-sector in het totale aantal vacatures was het grootst in het vierde kwartaal van 2015. Het bedroeg toen 8 procent. In de periode 2008–2018 is het aandeel trendmatig toegenomen. Vooral na 2011 groeide het aandeel sterk. Vanaf 2015 maakt het aantal openstaande vacatures in de ICT-sector weer minder uit van het totaal, wat zorgt voor afvlakking van de langjarige trend.

In paragraaf 4.2 van deze publicatie wordt ook aandacht besteed cijfers over ICT-vacatures (figuur 4.2.6). Daar gaat het echter om vacatures voor ICT-specialisten in alle bedrijfstakken, niet om alle vacatures in de ICT-sector zoals in dit hoofdstuk.

2.3ICT-bestedingen

ICT-goederen zijn sneller verouderd dan veel andere kapitaalgoederen. Daardoor zijn veel bedrijven en overheden genoodzaakt om te blijven investeren in ICT, zodat ze over actuele versies van hard- en software beschikken. De binnenlandse bestedingen aan ICT- goederen en -diensten omvatten drie categorieën:

  1. De investeringen van bedrijven en overheden in ICT zoals hardware, software en elektronische netwerken.
  2. Het intermediair verbruik, zoals de uitgaven van bedrijven en overheid, bijvoorbeeld aan het onderhoud van computers (loonkosten, afschrijvingen en investeringen vallen hier niet onder).
  3. De consumptie door huishoudens, zoals de aankoop van computers, tablets en smartphones.

In deze paragraaf komt elk van deze categorieën aan bod.

ICT-investeringen nemen af

De investeringen in ICT namen af in 2017 (−5,1 procent). Vooral in computer hardware werd minder geïnvesteerd dan een jaar eerder (tabel 2.3.1). Bedrijven en overheden gaven 36,2 procent minder uit aan computer- en computeronderdelen; een jaar eerder werd hieraan nog 38,9 procent meer gespendeerd. Ook de investeringen in software kennen een enigszins grillig verloop; waar in 2016 nog 14,8 procent minder in software werd geïnvesteerd, namen de investeringen in 2017 weer toe (3,7 procent). Gezamenlijk investeerden Nederlandse bedrijven en overheden ruim 151 miljard euro in 2017. Van dit bedrag betrof 28,7 miljard euro investeringen in ICT. ICT-investeringen vertegenwoordigden 19 procent van de totale investeringen in Nederland. Binnen de ICT-investeringen zijn de investeringen in software het grootst. In 2017 investeerden Nederlandse bedrijven en overheden samen 21,7 miljard euro in software. Dat kwam overeen met 76 procent van de totale investeringen in ICT, tegen 69 procent een jaar eerder.

2.3.1Investeringen in ICT-kapitaal

2015 2016 2017
x mln euro (lopende prijzen)
Totaal investeringen Nederland 164 037 144 572 151 432
waarvan
Totaal ICT 32 351 30 216 28 713
waarvan
Computer hardware 4 840 6 516 4 142
Elektronische netwerken 2 818 2 796 2 847
Software 24 693 20 904 21 724
% van totale investeringen in ICT
Computer hardware 15 22 14
Elektronische netwerken 9 9 10
Software 76 69 76
% van totale investeringen Nederland
Totaal ICT 20 21 19
volumemutatie t.o.v. voorgaand jaar (%)
Totale investeringen Nederland1) . −12,0 4,0
waarvan
Totaal ICT . −5,5 −5,1
waarvan
Computer hardware . 38,9 −36,2
Elektronische netwerken . 0,5 1,6
Software . −14,8 3,7

Bron:CBS.

1)Exclusief desinvesteringen.

ICT-branche: twee derde van investeringen gaat naar ICT

Van alle bedrijfstakken maakten ICT-investeringen het grootste deel uit van het totaal aan investeringen in de informatie en communicatie; 66 procent van alle investeringen was een ICT-investering in 2017 (figuur 2.3.2). Het aandeel is ten opzichte van 2016 flink gedaald. In dat jaar maakten de ICT-investeringen nog 82 procent uit van alle investeringen in de informatie en communicatie. Ook financiële instellingen investeren relatief veel in ICT. In 2017 omvatten de ICT-investeringen 45 procent van het totaal. Voor de industrie zijn ICT-investeringen relatief veel minder groot dan in ICT-intensieve bedrijfstakken zoals informatie en communicatie en de financiële sector. In 2017 ging 19 procent van alle investeringen in de industrie naar ICT, evenveel als in de twee voorgaande jaren.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een tabel die het aandeel van ICT-investeringen laat zien voor meer bedrijfstakken (tabel 2.3.2a).

ICT-uitgaven nemen toe

In 2017 gaven bedrijven, overheden en consumenten samen bijna 63 miljard euro uit aan ICT-goederen en -diensten (tabel 2.3.3). Dat betekent dat er 3,5 procent meer werd uitgegeven dan in 2016. ICT-uitgaven bestaan uit het intermediair verbruik door bedrijven en overheden én de bestedingen aan ICT door huishoudens. Het intermediair verbruik bestaat uit uitgaven die niet het karakter hebben van investeringen. Door bedrijven en overheden werd hieraan 51 miljard euro besteed in 2017. Hieronder vallen bijvoorbeeld de uitgaven die samenhangen met het onderhoud van software. De bestedingen van huishoudens – consumptie – bedroeg ruim 11,6 miljard euro in 2017. Bedrijven en overheden gaven dus ruim 4 keer zo veel uit aan ICT als huishoudens. Het aandeel van bedrijven en overheden in de totale ICT-uitgaven is de laatste jaren stabiel gebleven: het schommelde rond 81–82 procent in de jaren 2015, 2016 en 2017.

2.3.3Uitgaven aan ICT-goederen en -diensten

2015 2016 2017
x mln euro (lopende prijzen)
Totaal ICT-uitgaven (goederen + diensten) 61 694 60 628 62 774
waarvan
Intermediair verbruik (bedrijven en overheden) 49 757 49 062 51 161
Consumptie (huishoudens) 11 937 11 566 11 613
 
Uitgaven aan ICT-goederen 25 278 23 614 23 460
waarvan
Intermediair verbruik (bedrijven en overheden) 20 723 19 341 19 204
Consumptie (huishoudens) 4 555 4 273 4 256
 
Uitgaven aan ICT-diensten 36 416 37 014 39 314
waarvan
Intermediair verbruik (bedrijven en overheden) 29 034 29 721 31 957
Consumptie (huishoudens) 7 382 7 293 7 357
 
Totale consumptie (huishoudens) 483 170 490 883 506 752

Bron:CBS.

De uitgaven aan ICT-goederen bedroegen 23,5 miljard euro in 2017. Dat was 7,2 procent minder dan in 2015. Zowel bedrijven en overheden als huishoudens besteedden in 2017 minder aan ICT-goederen. Daarentegen stegen de uitgaven aan ICT-diensten met 8 procent van 36,4 miljard euro in 2015 naar 39,3 miljard euro in 2017. Deze stijging komt voor rekening van bedrijven en overheden die in 2017 ruim 10 procent meer uitgaven aan ICT-diensten dan in 2015. Consumenten gaven juist 0,3 procent minder uit aan ICT-diensten in deze periode.

De totale consumptie van huishoudens bedroeg in 2017 bijna 507 miljard euro. Daarvan ging 2,3 procent naar ICT. Dit aandeel is de laatste jaren licht afgenomen; in 2015 gaven huishoudens 2,5 procent van hun totale bestedingen uit aan ICT. Ook deze afname komt vooral doordat huishoudens minder aan ICT-goederen zijn gaan uitgeven.

2.4Internationale handel in ICT

Bedrijven verhandelen ICT-goederen op grote schaal met internationale partners. Dankzij internet is het ook steeds eenvoudiger geworden om ICT-diensten internationaal uit te wisselen. Fysieke afstanden zijn daardoor minder relevant geworden. In deze paragraaf staat de handel in ICT tussen Nederland en andere landen centraal.

Import en export van ICT stijgt

In 2017 importeerde Nederland voor bijna 62 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten (tabel 2.4.1). Dat is 1,5 procent meer dan in 2016. De ICT-import nam minder sterk toe dan de totale Nederlandse import die steeg met 9,1 procent. In 2017 maakte de import van ICT 11,5 procent uit van de totale Nederlandse import, tegen 12,3 procent in 2016.

Nederland exporteerde voor ruim 41 miljard euro aan ICT-goederen en diensten in 2017.noot7 Dat is 0,6 procent meer dan een jaar eerder. Net als bij de ICT-import nam ook de ICT-export minder sterk toe dan de totale Nederlandse export. Deze steeg met 8,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. De ICT-dienstenexport nam toe met 2,6 procent terwijl de exportwaarde van ICT-goederen met 0,6 procent afnam. Goederen waren goed voor ongeveer 26 miljard euro aan ICT-export en diensten 15 miljard euro.

€ 41,3 miljard aan ICT exporteerde Nederland in 2017 Buitenvorm Binnenvorm

2.4.1Import en export ICT-goederen en -diensten

2015 2016 2017
x mln euro (lopende prijzen)
Totale import 520 898 493 346 538 421
waarvan
Totale ICT-import 63 168 60 870 61 796
waarvan
ICT-goederen 53 486 50 854 51 213
ICT-diensten 9 682 10 016 10 583
 
Totale export 366 377 354 322 384 557
waarvan
Totale ICT-export 43 687 41 096 41 330
waarvan
ICT-goederen 29 911 26 397 26 251
ICT-diensten 13 776 14 699 15 079
 
Totale wederuitvoer 206 280 211 357 233 254
waarvan
Totale ICT-wederuitvoer 33 359 31 791 34 077
waarvan
ICT-goederen 33 184 31 622 33 950
ICT-diensten 175 169 127
 
Totale ICT-export (goederen, diensten en wederuitvoer) 77 046 72 887 75 407
%
Aandeel van ICT-goederen in totale ICT-export 38,8 36,2 34,8
Aandeel van ICT-diensten in totale ICT-export 17,9 20,2 20,0
Aandeel van ICT-wederuitvoer in totale ICT-export 43,3 43,6 45,2
 
Aandeel van ICT-goederen en -diensten in totale import 12,1 12,3 11,5
Aandeel van ICT-goederen en -diensten in totale export 11,9 11,6 10,7
Aandeel van ICT-goederen en -diensten in totale wederuitvoer 16,2 15,0 14,6

Bron:CBS.

Groot deel ICT-export is wederuitvoer

Een groot deel van de Nederlandse ICT-export betreft wederuitvoer. Er is sprake van wederuitvoer als een ingezetene van Nederland een product importeert om dat vervolgens weer te exporteren, zonder het te bewerken. Nederlandse distributiecentra zijn voorbeelden van bedrijven die op deze manier werken. In 2017 realiseerde Nederland voor 34,1 miljard euro aan ICT-wederuitvoer. Dit komt overeen met 45,2 procent van de totale ICT-export. Het aandeel van wederuitvoer in de totale ICT-export is sinds 2015 licht toegenomen; dat jaar omvatte wederuitvoer nog 43,3 procent van de totale ICT-exportwaarde. Het aandeel van ICT in de totale wederuitvoer van Nederland is de laatste jaren kleiner geworden. In 2015 omvatte ICT 16,2 procent van de totale Nederlandse wederuitvoer. In 2017 was dit nog ruim 14,6 procent.

Aandeel wereldwijde export Nederlandse ICT-diensten neemt af

In 2017 nam Nederland 4,8 procent van de wereldwijde exportwaarde van ICT-diensten voor zijn rekening. Het aandeel van Nederland is afgenomen ten opzichte van 2014. Destijds had Nederland nog een marktaandeel van 7,1 procent in de wereldwijde export van ICT-diensten. Vooral Ierland en India zijn grote exporteurs op dit terrein. In 2017 had Ierland een aandeel van 16,1 procent en India van 10,4 procent. Ierland is al jarenlang een grote ICT-dienstenexporteur vanwege de aanwezigheid van grote buitenlandse ICT-bedrijven. Het aandeel van het land stijgt nog steeds gestaag. Het aandeel van India is in de laatste jaren licht gekrompen. China en Duitsland hebben marktaandeel gewonnen tussen 2014 en 2017. Ook voor Israël en Singapore gold dat het aandeel in de ICT-dienstenexport steeg. Naast Nederland en India zagen ook Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Italië hun aandeel teruglopen.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een tabel die het aandeel in de wereldwijde exportwaarde van ICT-diensten bevat voor meer landen (tabel 2.4.2a). Deze tabel bevat cijfers vanaf 2005.

Sterke groei ICT-dienstenexport in Azië

Japan en Zuid-Korea kenden de sterkste gemiddelde jaarlijkse groei van de exportwaarde van ICT-diensten tussen 2014 en 2017. Gemiddeld steeg de exportwaarde per jaar in Japan met 19,8 procent en in Zuid-Korea met 15,4 procent (figuur 2.4.3). Nederland behoorde samen met onder andere Zweden, Finland en Italië tot de groep landen waar de exportwaarde van ICT-diensten daalde gedurende 2014–2017. In Nederland kromp de ICT-dienstenexport met gemiddeld een half procent per jaar in deze periode. In Zweden daalde de ICT-dienstenexport het hardst: gemiddeld met −5,6 procent per jaar.

In veel landen daalde de exportwaarde van ICT-goederen in de periode 2014–2017. In Ierland steeg de ICT-goederenexport als een van de weinige landen, met gemiddeld 12,5 procent per jaar. Zweden liet met −5,6 procent de grootste daling zien. Ook de Nederlandse ICT-goederenexport vertoonde een negatieve groei (−2,9 procent). Dat betekent dat in Nederland zowel de export van ICT-diensten als ICT-goederen daalde in de periode 2014–2017. Dit geldt overigens niet alleen voor Nederland, maar ook voor onder andere Zweden, Finland, Italië en Canada.

Import ICT-diensten in Ierland sterk gegroeid

In de meeste landen nam de importwaarde van ICT-diensten toe tussen 2014 en 2017 (figuur 2.4.4). De groei was vooral sterk in Ierland. Daar groeide de importwaarde van ICT-diensten met gemiddeld 64,6 procent per jaar. De cijfers van Ierland zijn sterk beïnvloed door herlocatie van grote multinationals. Ook in Zuid-Korea en Duitsland steeg de ICT-diensteninvoer relatief sterk. Nederland zag de import van ICT-diensten gemiddeld met 0,6 procent per jaar dalen tussen 2014 en 2017. Canada laat op internationaal niveau de sterkste daling zien.

Tussen 2014 en 2017 groeide de ICT-goederenimport het sterkst in Zuid-Korea (4,5 procent). Andere landen met een hoge gemiddelde groei op dit terrein waren de Verenigde Staten (3,4 procent) en Duitsland (2,3 procent). Nederland zag de import van ICT-goederen met gemiddeld 1,8 procent dalen. Alleen in Zweden (−2,2 procent) en België (−2,3 procent) was de daling sterker.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een tabel met cijfers over de export- en importwaarde van ICT-goederen van diverse landen in 2017 (tabel 2.4.3a).

Nederland importeert veel ICT-goederen uit China

De meeste ICT-goederen die Nederland importeert, komen uit China. Het gaat dan bijvoorbeeld om ingevoerde computers, printers en smartphones. Eind 2018 was 26 procent van de waarde van ICT-goederen die Nederland importeerde, afkomstig uit China (figuur 2.4.5). Het aandeel van China in de Nederlandse ICT-goederenimport kende in de periode 2012–2018 een vrij grillig verloop. Medio 2014 piekte het aandeel van China, met bijna 34 procent. Daarna slonk het weer. Eind 2018 importeerde Nederland nog altijd ruim twee keer zo veel ICT-goederen uit China als uit Duitsland, de op één na belangrijkste handelspartner. Ruim 12 procent van de importwaarde van ICT-goederen was afkomstig uit Duitsland aan het einde van 2018. Ook de Verenigde Staten, Hongkong en Maleisië zijn belangrijke handelspartners voor Nederland. Van deze drie landen steeg vooral het aandeel van Hongkong relatief sterk tussen 2012 en 2018.

Vooral door de opkomst van China, importeert Nederland steeds minder ICT-goederen uit Europa. In 1996 was 55 procent van de importwaarde van ICT-goederen nog afkomstig uit Europa. In 2018 was dit teruggelopen naar 33 procent. Vanuit Azië kwamen juist steeds meer ICT-goederen naar Nederland: 56 procent in 2018, tegen 33 procent in 1996.

Nederlandse ICT-goederen vooral naar Duitsland

Nederland exporteert zijn ICT-goederen vooral naar Duitsland. Dat is al jarenlang zo. Eind 2018 ging ruim 20 procent van de Nederlandse exportwaarde van ICT-goederen naar Duitsland (figuur 2.4.6). In de periode 2012–2018 schommelde dit aandeel tussen 19 en 23 procent. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk waren eind 2018 goed voor respectievelijk 10,6 en 8,3 procent van de uitvoerwaarde van Nederlandse ICT-goederen. België en Polen gelden als twee andere belangrijke handelspartners van Nederland met betrekking tot de export van Nederlandse ICT-goederen.

Terwijl Azië bij de import van ICT-goederen naar Nederland een grote rol speelt, is dat bij de export veel minder het geval. Eind 2018 ging bijna 10 procent van de exportwaarde van Nederlandse ICT-goederen naar Aziatische landen. Daarentegen had 84 procent een Europese bestemming.

Noten

Een oprichting is het ontstaan van een nieuw bedrijf. Dit betekent dat voldaan moet zijn aan economische criteria voor een bedrijf: er moet informatie beschikbaar zijn over werkgelegenheid of omzet van het bedrijf. Verder is het van belang dat het bedrijf daadwerkelijk nieuw is. De voortzetting van een of meerdere bestaande bedrijven is dan ook geen oprichting.

Een opheffing is de beëindiging van een bestaand bedrijf. Dit betekent dat er geen sprake is van voortzetting van een belangrijk deel van de activiteiten door een ander bedrijf. Er is pas sprake van een opheffing als het bedrijf (met bijbehorende werkgelegenheid) niet meer tot de populatie behoort. Het bekendste voorbeeld hiervan is het faillissement.

Totale economie: bedrijven en overheid.

Bruto toegevoegde waarde is het verschil tussen de productie en het intermediair verbruik. Met productie worden in grote lijnen de inkomsten (omzet) van bedrijven en overheden bedoeld; met intermediair verbruik worden de uitgaven van bedrijven en overheden aangeduid, exclusief bijvoorbeeld loonkosten, afschrijvingen en investeringen.

Een arbeidsjaar is een fulltime-equivalent (fte).

Dit cijfer is gebaseerd op een andere definitie van ICT-specialist dan in de figuren 2.2.1 en 2.2.4 en tabel 2.2.2. Deze wijkt af van de nationale definitie waardoor de uitkomst anders is.

In deze cijfers is de wederuitvoer niet meegerekend.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Judit Arends-Tóth

Raymond Kleingeld

Laura Wielenga-van der Pijl

Rik van Roekel

Ron de Heij

Astrid Pleijers

Francis van der Mooren

Overige bijdragen

John Bechholz

Marijke Hartgers

Cor Kragt

Kasper Leufkens

Linda Muller-Geuzinge

Hugo de Bondt

David Gies

Jacqueline van Beuningen

Yuri Boskamp

Eric Wassink

Eindredactie

Ron de Heij