Foto omschrijving: Oekraïners houden een Mars van Dankbaarheid. Zij willen hiermee hun dankbaarheid aan het Nederlandse volk tonen.

Oekraïners in Nederland

Sinds de Russische invasie eind februari 2022 zijn veel Oekraïners hun land ontvlucht. Zij kunnen in Nederland bescherming krijgen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie.noot1 Een aanvraag voor verblijf onder deze richtlijn verloopt anders dan een reguliere asielaanvraag; iemand uit Oekraïne gaat niet langs Ter Apel maar schrijft zich in bij een gemeente en doet de asielaanvraag via een speciaal formulier bij de IND. De richtlijn biedt ook andere rechten, bijvoorbeeld het recht om meteen te werken in Nederland zonder een tewerkstellingsvergunning. De afwijkende procedure rondom Oekraïense vluchtelingen ten opzichte van reguliere asielzoekers is tevens de reden dat zij in dit onderzoek sinds de vorige editie van deze rapportage in een apart hoofdstuk beschreven worden.

In dit hoofdstuk worden de instroom en kenmerken van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland beschreven na hun aankomst in Nederland. Het aantal ingezeten Oekraïense vluchtelingen is in deze editie van de rapportage gebaseerd op informatie van de IND, in tegenstelling tot de vorige editie waarbij de aantallen gebaseerd waren op de Basisregistratie personen (BRP). Hierdoor kunnen er kleine verschillen ontstaan tussen aantallen Oekraïense vluchtelingen in de vorige editie en deze editie van de rapportage. De cijfers omvatten Oekraïense vluchtelingen die in Nederland zijn gearriveerd vanaf 24 februari 2022 (het begin van de grootschalige oorlog in Oekraïne) en die een vergunning hebben gekregen op grond van de hierboven genoemde Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Deze populatie omvat zowel personen met de Oekraïense nationaliteit als personen met een niet-Oekraïense nationaliteit die voorheen gevestigd waren in Oekraïne. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de situatie vanaf vestiging in Nederland. Met vestiging wordt hier het moment bedoeld dat de persoon de status tijdelijke bescherming heeft verkregen.

4.1Vestiging in Nederland

Meer vrouwen dan mannen

Sinds het begin van de grootschalige oorlog tot en met juni 2023 hebben zich 125 570 vluchtelingen uit Oekraïne ingeschreven in een Nederlandse gemeente na het verkrijgen van de status tijdelijke bescherming. Hierbij gaat het om 118 600 personen met de Oekraïense nationaliteit en 6 970 personen met een niet-Oekraïense nationaliteit, hierna ook wel derdelanders genoemd. De meeste vluchtelingen hebben zich in de maanden maart en april 2022 in Nederland gevestigd, ruim 25 duizend personen in maart 2022 en bijna 29 duizend in april 2022. In de periode daarna nam de instroom vrij snel af: in mei 2022 bedroeg de instroom 14 duizend personen, de helft van het aantal in april 2022. In het eerste halfjaar van 2023 vestigden zich 2 tot 3 duizend Oekraïense vluchtelingen per maand in Nederland.

Inmiddels heeft een substantieel deel van de Oekraïense vluchtelingen Nederland weer verlaten. Tot en met juni 2023 ging het om 27 100 personen zodat er op 1 juli 2023 ruim 98 duizend Oekraïense vluchtelingen in Nederland verbleven. Aanvankelijk mobiliseerde Oekraïne alle mannen tussen 18 en 60 jaar oud hetgeen is terug te zien in de leeftijdsopbouw van de vluchtelingen die naar Nederland zijn gekomen. In de eerste maanden van de grootschalige oorlog was ongeveer twee op de drie Oekraïense vluchtelingen vrouw, naderhand zakte dit aandeel tot iets onder de 60 procent. Tegelijkertijd zien we dat in de beginperiode van de oorlog de meerderheid van de mannen die naar Nederland kwamen jonger dan 20 of ouder dan 60 jaar is. Na verloop van tijd vermindert het aandeel jongeren en ouderen onder de mannen en ligt het zwaartepunt bij de 20–45‑jarigen.

4.1.1 In Nederland gevestigde Oekraïners, naar maand van vestiging en geslacht*
Maand Oekraïense mannen Oekraïense vrouwen Overige nationaliteiten mannen Overige nationaliteiten vrouwen
feb-22 15 30 0 0
mrt-22 7350 17270 645 205
apr-22 8625 18495 1205 415
mei-22 4410 8180 1070 330
jun-22 2750 4465 1100 285
jul-22 2350 3390 830 215
aug-22 2685 3785 100 45
sep-22 2265 3320 80 25
okt-22 2075 2890 85 45
nov-22 1955 2700 60 25
dec-22 1430 2015 40 10
jan-23 1350 1865 30 10
feb-23 1100 1760 25 20
mrt-23 1205 1710 15 5
apr-23 880 1220 15 5
mei-23 1120 1545 15 10
jun-23 980 1410 10 5
* Voorlopige cijfers
4.1.2 In Nederland gevestigde Oekraïners, naar maand van vestiging, leeftijd en geslacht (%)
Leeftijd Mannen, april 2022* Vrouwen, april 2022* Mannen, november 2022* Vrouwen, november 2022* Mannen, juni 2023* Vrouwen, juni 2023*
80 jaar of ouder -0,17 0,55 -0,23 0,4 -0,04 0,33
75 tot 80 jaar -0,16 0,54 -0,19 0,46 -0,08 0,21
70 tot 75 jaar -0,4 1,15 -0,27 1,2 -0,12 0,79
65 tot 70 jaar -0,68 1,72 -0,59 1,5 -0,33 0,87
60 tot 65 jaar -1,12 2,46 -1,5 2,34 -0,71 1,91
55 tot 60 jaar -0,45 2,45 -0,97 2,85 -0,75 2,33
50 tot 55 jaar -0,8 3,1 -1,56 4,01 -1,5 4,49
45 tot 50 jaar -1,28 4,18 -2,7 5,02 -2,45 5,94
40 tot 45 jaar -1,84 6,16 -4,11 5,27 -3,82 5,94
35 tot 40 jaar -2,29 8,06 -5,31 5,29 -4,2 6,23
30 tot 35 jaar -2,31 6,51 -4,74 5,25 -4,4 5,9
25 tot 30 jaar -2,44 5,04 -4,98 5,8 -5,44 5,44
20 tot 25 jaar -2,24 5 -4,03 7 -4,74 7,94
15 tot 20 jaar -3,48 4,9 -3,82 3,48 -5,28 4,07
10 tot 15 jaar -5,51 5,1 -2,8 2,61 -2,66 2,16
5 tot 10 jaar -5,16 5,25 -2,61 2,45 -2,12 2,08
0 tot 5 jaar -3,88 3,61 -2,11 2,53 -2,58 2,16
* Voorlopige cijfers

4.2Verblijfssituatie

Iedereen in zelfstandige woning

Van de ruim 125 duizend Oekraïense vluchtelingen die sinds het begin van de oorlog naar Nederland kwamen, woonden ruim 98 duizend op 1 juli 2023 nog in Nederland. Van deze groep woonde vrijwel iedereen zelfstandig in een gemeente. Enkele tientallen personen verbleven op 1 juli 2023 in een opvanglocatie van COA of waren inmiddels overleden. Iets minder dan een kwart van de Oekraïners was tot 1 juli 2023 weer uit Nederland vertrokken. Oekraïners die vlak na het begin van de oorlog naar Nederland kwamen zijn over het algemeen vaker en sneller weer vertrokken dan de vluchtelingen die later naar Nederland kwamen. Zo was 16 procent van de vluchtelingen die in maart 2022 naar Nederland kwamen na een half jaar weer vertrokken, na een jaar was dat 26 procent. Voor Oekraïners die in juli 2022 naar Nederland zijn gevlucht zijn deze percentages respectievelijk 11 en 19.

4.2.1 Aandeel Oekraïners dat tot 1 juli 2023 uit Nederland is vertrokken, naar maand van vestiging in Nederland en verblijfsduur in Nederland* (%)
Verblijfsduur in Nederland in maanden mrt-22 jul-22 jan-23
1 0,22 0,46 0,55
2 1,79 2,76 2,33
3 5,59 5,53 5,19
4 9,29 7,94 7,61
5 12,24 9,56 10,53
6 15,63 11,05 12,13
7 18,53 12,86 .
8 20,84 14,87 .
9 22,4 16,34 .
10 23,55 17,8 .
11 24,8 18,92 .
12 25,77 19,43 .
13 27,03 . .
14 28,18 . .
15 29,27 . .
16 30,02 . .
* Voorlopige cijfers

4.3Huishoudenssamenstelling

Vooral alleenstaanden en thuiswonende kinderen

Een maand na het verkrijgen van de status tijdelijke bescherming is 42 procent van alle vluchtelingen uit Oekraïne alleenstaand. Iets meer dan 20 procent is een thuiswonend kind en ruim 10 procent is ouder in een eenouderhuishouden. Ten opzichte van reguliere asielzoekers die in de eerste helft van 2023 naar Nederland zijn gekomen, komen Oekraïners minder vaak als alleenstaande naar Nederland (42 om 51 procent) en wat vaker als ouder in een eenouderhuishouden (10 procent onder Oekraïners en 4 procent onder reguliere asielzoekers. Bijna 11 procent is een overig lid in het huishouden, dat zijn bijvoorbeeld grootouders of ooms en tantes. Dit percentage is vergelijkbaar met dat onder reguliere asielzoekers.

Gedurende hun verblijf in Nederland vindt er een lichte verschuiving plaats in de huishoudenspositie van Oekraïense vluchtelingen. Twaalf maanden na vestiging in Nederland zijn er minder alleenstaanden en meer partners in een paar, met name met kinderen. Ook het aandeel thuiswonende kinderen is in deze periode toegenomen.

Er zijn grote verschillen in huishoudenspositie tussen de twee groepen vluchtelingen uit Oekraïne. Vluchtelingen met de Oekraïense nationaliteit zijn veel vaker thuiswonend kind en veel minder vaak alleenstaand dan de derdelanders (vluchtelingen uit Oekraïne met een andere nationaliteit). Voorts komen eenouderhuishoudens onder Oekraïense vluchtelingen vaker voor dan onder derdelanders.

4.3.1 Plaats in het huishouden van Oekraïners op moment van huisvesting in gemeente, 1 maand en 12 maanden na vestiging in Nederland* (%)
Categorie Alleenstaande Thuiswonend kind Partner in paar met kinderen Partner in paar zonder kinderen Ouder in eenouderhuishouden Overig lid huishouden
Oekraïens (1 maand na vestiging) 40,5 23,3 8,2 6,2 11 10,8
Oekraïens (12 maanden na vestiging) 30,8 28,3 11,4 7,5 12,4 9,6
Overige nationaliteiten (1 maand na vestiging) 68,8 3,4 8,6 6,6 1,7 10,9
Overige nationaliteiten (12 maanden na vestiging) 67,5 2,8 10,4 9,1 1,5 8,8
* Voorlopige cijfers

4.4Werk

Na zes maanden in Nederland werkt 45 procent

Zes maanden na het verkrijgen van de status tijdelijke bescherming werkt 45 procent van de vluchtelingen uit Oekraïne: 43 procent van de personen met een Oekraïense nationaliteit en 63 procent van de derdelanders. In vergelijking met de reguliere statushouders asiel werken Oekraïners veel vaker. Onder de mensen die in 2022 een vergunning asiel hebben ontvangen werkt 11 procent na zes maanden. Dit is te verklaren doordat Oekraïense vluchtelingen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming meteen mogen werken zonder te moeten wachten op een tewerkstellingsvergunning. Na een verblijf van zes maanden in Nederland werkt bijna de helft (46 procent) van de werkende Oekraïners voltijd. De meeste Oekraïense vluchtelingen werken in de uitzendbranche (49 procent) of de horeca (16 procent), net als reguliere statushouders asiel. Dertig procent werkt als werknemer, de overige werkende Oekraïners werken met name als oproepkracht of uitzendkracht. Gedurende het verblijf in Nederland neemt het aandeel dat werkt als werknemer toe: na een jaar is dat 38 procent. Tegelijkertijd daalt het aandeel dat als uitzendkracht werkt van 44 procent na zes maanden naar 35 procent na twaalf maanden. Na zes maanden heeft een derde van werkzame vluchtelingen meer dan 1 baan, na twaalf maanden is dat aandeel opgelopen tot de helft. Na zes maanden bedraagt het gemiddelde uurloon 15 euro, na twaalf maanden is dat opgelopen tot 16 euro. Van de werkende Oekraïners krijgt 6 procent minder dan 11 euro per uur en 30 procent ontvangt 15 euro of meer. Na twaalf maanden is dat respectievelijk 4,5 procent en 43 procent.

Vluchtelingen uit Oekraïne die niet werken ontvangen leefgeld in plaats van een bijstandsuitkering.

4.4.1 Aandeel werkenden onder 18- tot 65-jarige Oekraïners die zich in 2022 en de eerste helft van 2023 in Nederland vestigden, naar nationaliteit en aantal maanden na vestiging* (%)
Aantal maanden na vestiging Oekraïens Overige nationaliteiten Totaal
1 19,57 16,72 19,35
2 35,28 47,34 36,22
3 41,29 61,31 42,90
4 43,46 64,57 45,18
5 43,40 65,40 45,24
6 43,39 63,63 45,12
* Voorlopige cijfers

4.5Vestigingsgemeente

Oekraïners wonen verspreid over Nederland

Net als de reguliere statushouders wonen Oekraïners verspreid over Nederland. Absoluut gezien staan de meeste Oekraïners ingeschreven in Amsterdam 1 maand na verkrijgen van de status tijdelijke bescherming (6 duizend), daarnaast in Den Haag en Rotterdam (beide 4 duizend). Met beide 2 duizend Oekraïense vluchtelingen op 1 maand na vestiging, staan de gemeenten Westland en Almere op plaats 4 en 5. De verschillen per gemeente, uitgedrukt per 10 000 inwoners, zijn klein. De uitschieters die zichtbaar zijn betreffen over het algemeen gemeenten met een laag aantal inwoners. Er kan wel opgemerkt worden dat er per gemeente vaak meer Oekraïners dan reguliere statushouders wonen. De twee lichtste kleuren in de figuur gaan samen tot 40 Oekraïners per 10 000 inwoners, waar de lichtste kleuren bij de kaarten over reguliere statushouders betrekking hebben op maximaal 8 statushouders per 10 000 inwoners. Deze cijfers zijn bedoeld om inzicht te verschaffen in de relatieve spreiding (in de tijd). De cijfers zijn niet geschikt om op gemeenteniveau het aantal Oekraïense vluchtelingen te bepalen of de ontwikkeling in de tijd te volgen. De aantallen personen die genoemd worden, zijn niet per se tegelijkertijd in de gemeente gevestigd geweest.

4.5.1 Aantal Oekraïners per 10 000 inwoners van de gemeentelijke bevolking, 1 maand na vestiging in Nederland van 2022 t/m de eerste helft van 2023*
Gemeente 22_1
Groningen (gemeente) 58,4
Almere 91,3
Stadskanaal 140,7
Veendam 37,9
Zeewolde 58,7
Achtkarspelen 90,9
Ameland 26,6
Harlingen 79,2
Heerenveen 63,8
Leeuwarden 74,6
Ooststellingwerf 87,6
Opsterland 67,8
Schiermonnikoog 116,5
Smallingerland 70,5
Terschelling 112,9
Vlieland 25,1
Weststellingwerf 42,2
Assen 113,5
Coevorden 82,5
Emmen 77
Hoogeveen 94
Meppel 129,2
Almelo 79,6
Borne 167
Dalfsen 134,1
Deventer 61,6
Enschede 55,1
Haaksbergen 79,5
Hardenberg 46,8
Hellendoorn 86,5
Hengelo (O.) 80,8
Kampen 86,1
Losser 59,8
Noordoostpolder 120,1
Oldenzaal 44,7
Ommen 164,7
Raalte 66,3
Staphorst 164,9
Tubbergen 57,1
Urk 118,3
Wierden 71,8
Zwolle 68,6
Aalten 54,2
Apeldoorn 93,7
Arnhem 64,1
Barneveld 76,1
Beuningen 87,3
Brummen 56
Buren 134
Culemborg 19,7
Doesburg 47,1
Doetinchem 51,6
Druten 115,8
Duiven 44,5
Ede 80
Elburg 105,7
Epe 60,7
Ermelo 62,7
Harderwijk 30,1
Hattem 91
Heerde 105,4
Heumen 119,9
Lochem 100,1
Maasdriel 159,2
Nijkerk 43,3
Nijmegen 58,6
Oldebroek 158,8
Putten 58,5
Renkum 56,8
Rheden 51,3
Rozendaal 244,9
Scherpenzeel 82,4
Tiel 52,3
Voorst 43,6
Wageningen 69,9
Westervoort 62,2
Winterswijk 60,3
Wijchen 61,2
Zaltbommel 60,1
Zevenaar 63,2
Zutphen 27,7
Nunspeet 90,4
Dronten 95,2
Amersfoort 51
Baarn 47,8
De Bilt 52,9
Bunnik 70,6
Bunschoten 69,4
Eemnes 69,8
Houten 31,4
Leusden 115,6
Lopik 91
Montfoort 100,6
Renswoude 564,5
Rhenen 41,5
Soest 36,1
Utrecht (gemeente) 47,3
Veenendaal 35,5
Woudenberg 142
Wijk bij Duurstede 37,6
IJsselstein 39,8
Zeist 53,2
Nieuwegein 37,8
Aalsmeer 163,6
Alkmaar 70,9
Amstelveen 102,1
Amsterdam 71,5
Bergen (NH.) 124,1
Beverwijk 43
Blaricum 55
Bloemendaal 84,7
Castricum 30,6
Diemen 92,4
Edam-Volendam 87,7
Enkhuizen 99,4
Haarlem 69,1
Haarlemmermeer 108
Heemskerk 28,6
Heemstede 58,4
Heiloo 30,7
Den Helder 45,1
Hilversum 156,1
Hoorn 44,3
Huizen 88,2
Landsmeer 53,6
Laren (NH.) 123,2
Medemblik 140,3
Oostzaan 41,5
Opmeer 65,4
Ouder-Amstel 121,7
Purmerend 67,6
Schagen 85,2
Texel 160,7
Uitgeest 22,1
Uithoorn 61,9
Velsen 48,8
Weesp 88,6
Zandvoort 95,3
Zaanstad 44,8
Alblasserdam 142,4
Alphen aan den Rijn 71,1
Barendrecht 17,7
Drechterland 123,6
Brielle 60,4
Capelle aan den IJssel 45,1
Delft 38,3
Dordrecht 125,7
Gorinchem 62,7
Gouda 54
's-Gravenhage (gemeente) 73,6
Hardinxveld-Giessendam 122,1
Hellevoetsluis 38
Hendrik-Ido-Ambacht 78,6
Stede Broec 63,3
Hillegom 87,8
Katwijk 49,1
Krimpen aan den IJssel 42,2
Leiden 60,2
Leiderdorp 46,6
Lisse 105,1
Maassluis 31
Nieuwkoop 63,8
Noordwijk 149,7
Oegstgeest 91,4
Oudewater 62
Papendrecht 35,1
Ridderkerk 32,7
Rotterdam 59,3
Rijswijk (ZH.) 91,8
Schiedam 59,8
Sliedrecht 104,3
Albrandswaard 24,3
Westvoorne 74,2
Vlaardingen 51,5
Voorschoten 54,2
Waddinxveen 100,8
Wassenaar 80
Woerden 45,4
Zoetermeer 35,7
Zoeterwoude 69,9
Zwijndrecht 61,8
Borsele 68,7
Goes 63,7
West Maas en Waal 111,8
Hulst 59,2
Kapelle 90,6
Middelburg (Z.) 64,6
Reimerswaal 131,8
Terneuzen 66,1
Tholen 126,9
Veere 131,8
Vlissingen 65,5
De Ronde Venen 56,9
Tytsjerksteradiel 83
Asten 75
Baarle-Nassau 66,4
Bergen op Zoom 52,9
Best 48
Boekel 57,1
Boxtel 55,2
Breda 54
Deurne 36,8
Pekela 376,4
Dongen 49,8
Eersel 75,2
Eindhoven 70,3
Etten-Leur 54,8
Geertruidenberg 81,6
Gilze en Rijen 27,9
Goirle 41,3
Helmond 69,9
's-Hertogenbosch 73
Heusden 54,2
Hilvarenbeek 69,6
Loon op Zand 26,1
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 51,6
Oirschot 32,5
Oisterwijk 85,5
Oosterhout 62,3
Oss 42
Rucphen 20,1
Sint-Michielsgestel 47,4
Someren 70
Son en Breugel 51,8
Steenbergen 78,5
Waterland 136,7
Tilburg 49,4
Valkenswaard 37,5
Veldhoven 26,2
Vught 46,3
Waalre 34,6
Waalwijk 78
Woensdrecht 62
Zundert 60,6
Wormerland 74,5
Landgraaf 48,1
Beek (L.) 259,8
Beesel 61,2
Bergen (L.) 34,3
Brunssum 44,4
Gennep 283,7
Heerlen 29,7
Kerkrade 53,4
Maastricht 56
Meerssen 53,3
Mook en Middelaar 36,3
Nederweert 88,9
Roermond 85,8
Simpelveld 82,5
Stein (L.) 51,2
Vaals 149
Venlo 73,9
Venray 88,7
Voerendaal 59,6
Weert 91,6
Valkenburg aan de Geul 150,3
Lelystad 74,6
Horst aan de Maas 166,4
Oude IJsselstreek 48,7
Teylingen 49
Utrechtse Heuvelrug 56,8
Oost Gelre 49,3
Koggenland 178,8
Lansingerland 24,8
Leudal 61,2
Maasgouw 52,9
Gemert-Bakel 56,7
Halderberge 66,3
Heeze-Leende 33,4
Laarbeek 63,2
Reusel-De Mierden 66,3
Roerdalen 40,4
Roosendaal 50,4
Schouwen-Duiveland 123,6
Aa en Hunze 114,9
Borger-Odoorn 84,1
De Wolden 74,3
Noord-Beveland 130,4
Wijdemeren 51,8
Noordenveld 82,3
Twenterand 51
Westerveld 42,3
Lingewaard 40
Cranendonck 39,7
Steenwijkerland 105,9
Moerdijk 75,6
Echt-Susteren 60,2
Sluis 84,7
Drimmelen 71
Bernheze 68,1
Alphen-Chaam 72,9
Bergeijk 80
Bladel 51,6
Gulpen-Wittem 65,6
Tynaarlo 67,5
Midden-Drenthe 101,5
Overbetuwe 48,1
Hof van Twente 86,7
Neder-Betuwe 145,4
Rijssen-Holten 66,4
Geldrop-Mierlo 51,6
Olst-Wijhe 57,9
Dinkelland 79,7
Westland 180,4
Midden-Delfland 14,9
Berkelland 50,6
Bronckhorst 81,8
Sittard-Geleen 41,5
Kaag en Braassem 113,6
Dantumadiel 129,8
Zuidplas 56,6
Peel en Maas 153,8
Oldambt 88,3
Zwartewaterland 109,5
Súdwest-Fryslân 101,3
Bodegraven-Reeuwijk 77,8
Eijsden-Margraten 60,3
Stichtse Vecht 59,3
Hollands Kroon 124,6
Leidschendam-Voorburg 42,5
Goeree-Overflakkee 88,1
Pijnacker-Nootdorp 64,9
Nissewaard 35,4
Krimpenerwaard 81,5
De Fryske Marren 73,1
Gooise Meren 106,9
Berg en Dal 126,2
Meierijstad 81,3
Waadhoeke 67,8
Westerwolde 111
Midden-Groningen 93,1
Beekdaelen 44,5
Montferland 97,6
Altena 61,4
West Betuwe 90,1
Vijfheerenlanden 47,1
Hoeksche Waard 48,5
Het Hogeland 53,3
Westerkwartier 102,5
Noardeast-Fryslân 41
Molenlanden 97,4
Eemsdelta 54,6
Dijk en Waard 78
Maashorst 79,3
Land van Cuijk 82,8
* Voorlopige cijfers

4.6Dashboard

Naast deze rapportage is er een interactief dashboard, met daarin nog meer cijfers over de integratie van statushouders en Oekraïners. In dit dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen en voor welke nationaliteitennoot2 u cijfers (visueel) gepresenteerd wilt zien.

Noten

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Dankwoord

We danken de medewerkers van de volgende instanties voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van het Asielcohorten onderzoek:

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V)

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Nidos

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)

Vluchtelingenwerk Nederland

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 31 januari 2025

In figuur 2.4.1 over huishoudsamenstelling waren voor nationaliteit ‘overig/onbekend’ voor cohortjaar 2014 en 2017 ten onrechte verkeerde cijfers weergegeven. Dit figuur is hersteld met de juiste cijfers.
 
Dit was het oorspronkelijke figuur:

[ Ontbreekt! ]

Dit is het nieuwe figuur:
[ Ontbreekt! ]

Daarnaast zijn in figuur 3.9.4 over naturalisaties de absolute aantallen die genoemd worden in de mouse-over aangepast. Deze aantallen gaven ten onrechte de waarde van de verkeerde maand weer, dit is nu hersteld. Het figuur zelf is gebaseerd op de aandelen, deze waren wel correct.
 
Ook is een correctie gedaan in de tekst over baankenmerken, betreffende de soort baan (werknemer/uitzendkracht/oproepkracht). Hierin is ten onrechte geen rekening gehouden met de categorie ‘overig’. De categorie ‘overig’ bestaat uit de werkvormen stagiaire, DGA (directeur/grootaandeelhouder) en WSW-er (Wet Sociale Werkvoorziening). De cijfers in de teksten hierover in paragrafen 3.10 en 4.4 zijn hier nu op aangepast.
 
De betreffende originele tekst in 3.10 was:
Statushouders aanvankelijk vaak als oproepkracht aan het werk
In het begin van hun werkzame carrière werken statushouders in verhouding vaak als oproepkracht. Van cohort 2014 werkt een half tot tweeëneenhalf jaar na het verkrijgen van hun vergunning ongeveer een derde als oproepkracht, 10 tot 15 procent werkt als uitzendkracht en het overige deel is werknemer. Het aandeel dat als oproepkracht werkt daalt tot ongeveer 17 procent na vijf jaar en blijft daarna vrij stabiel. Het aandeel dat als uitzendkracht aan de slag gaat neemt geleidelijk toe tot 30 procent na 4–5 jaar en daalt vervolgens tot 16 procent.
 
Dit is nu aangepast naar:
Statushouders aanvankelijk vaak als oproepkracht aan het werk
In het begin van hun werkzame carrière werken statushouders in verhouding vaak als oproepkracht. Van cohort 2014 werkt een half tot tweeëneenhalf jaar na het verkrijgen van hun vergunning ongeveer een derde als oproepkracht, 8 tot 17 procent werkt als uitzendkracht, 3 tot 4 procent behoort tot de groep overig (stagiaire, DGA of WSW-er) en het overige deel is werknemer. Het aandeel dat als oproepkracht werkt daalt tot ongeveer 17 procent na vijf jaar en blijft daarna vrij stabiel. Het aandeel dat als uitzendkracht aan de slag gaat neemt geleidelijk toe tot 30 procent na 5 jaar en daalt vervolgens tot 16 procent.
 
De betreffende originele tekst in 4.4 was:
Dertig procent werkt als werknemer, de overige werkende Oekraïners werken als oproepkracht of uitzendkracht.
 
Dit is nu aangepast naar:
Dertig procent werkt als werknemer, de overige werkende Oekraïners werken met name als oproepkracht of uitzendkracht.