Oekraïners in Nederland
Sinds de Russische invasie eind februari 2022 zijn veel Oekraïners hun land ontvlucht. Zij kunnen in Nederland bescherming krijgen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie.noot1 Een aanvraag voor verblijf onder deze richtlijn verloopt anders dan een reguliere asielaanvraag; iemand uit Oekraïne gaat niet langs Ter Apel maar schrijft zich in bij een gemeente en doet de asielaanvraag via een speciaal formulier bij de IND. De richtlijn biedt ook andere rechten, bijvoorbeeld het recht om meteen te werken in Nederland zonder een tewerkstellingsvergunning. De afwijkende procedure rondom Oekraïense vluchtelingen ten opzichte van reguliere asielzoekers is tevens de reden dat zij in dit onderzoek sinds de vorige editie van deze rapportage in een apart hoofdstuk beschreven worden.
In dit hoofdstuk worden de instroom en kenmerken van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland beschreven na hun aankomst in Nederland. Het aantal ingezeten Oekraïense vluchtelingen is in deze editie van de rapportage gebaseerd op informatie van de IND, in tegenstelling tot de vorige editie waarbij de aantallen gebaseerd waren op de Basisregistratie personen (BRP). Hierdoor kunnen er kleine verschillen ontstaan tussen aantallen Oekraïense vluchtelingen in de vorige editie en deze editie van de rapportage. De cijfers omvatten Oekraïense vluchtelingen die in Nederland zijn gearriveerd vanaf 24 februari 2022 (het begin van de grootschalige oorlog in Oekraïne) en die een vergunning hebben gekregen op grond van de hierboven genoemde Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Deze populatie omvat zowel personen met de Oekraïense nationaliteit als personen met een niet-Oekraïense nationaliteit die voorheen gevestigd waren in Oekraïne. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de situatie vanaf vestiging in Nederland. Met vestiging wordt hier het moment bedoeld dat de persoon de status tijdelijke bescherming heeft verkregen.
4.1Vestiging in Nederland
Meer vrouwen dan mannen
Sinds het begin van de grootschalige oorlog tot en met juni 2023 hebben zich 125 570 vluchtelingen uit Oekraïne ingeschreven in een Nederlandse gemeente na het verkrijgen van de status tijdelijke bescherming. Hierbij gaat het om 118 600 personen met de Oekraïense nationaliteit en 6 970 personen met een niet-Oekraïense nationaliteit, hierna ook wel derdelanders genoemd. De meeste vluchtelingen hebben zich in de maanden maart en april 2022 in Nederland gevestigd, ruim 25 duizend personen in maart 2022 en bijna 29 duizend in april 2022. In de periode daarna nam de instroom vrij snel af: in mei 2022 bedroeg de instroom 14 duizend personen, de helft van het aantal in april 2022. In het eerste halfjaar van 2023 vestigden zich 2 tot 3 duizend Oekraïense vluchtelingen per maand in Nederland.
Inmiddels heeft een substantieel deel van de Oekraïense vluchtelingen Nederland weer verlaten. Tot en met juni 2023 ging het om 27 100 personen zodat er op 1 juli 2023 ruim 98 duizend Oekraïense vluchtelingen in Nederland verbleven. Aanvankelijk mobiliseerde Oekraïne alle mannen tussen 18 en 60 jaar oud hetgeen is terug te zien in de leeftijdsopbouw van de vluchtelingen die naar Nederland zijn gekomen. In de eerste maanden van de grootschalige oorlog was ongeveer twee op de drie Oekraïense vluchtelingen vrouw, naderhand zakte dit aandeel tot iets onder de 60 procent. Tegelijkertijd zien we dat in de beginperiode van de oorlog de meerderheid van de mannen die naar Nederland kwamen jonger dan 20 of ouder dan 60 jaar is. Na verloop van tijd vermindert het aandeel jongeren en ouderen onder de mannen en ligt het zwaartepunt bij de 20–45‑jarigen.
| Maand | Oekraïense mannen | Oekraïense vrouwen | Overige nationaliteiten mannen | Overige nationaliteiten vrouwen |
|---|---|---|---|---|
| feb-22 | 15 | 30 | 0 | 0 |
| mrt-22 | 7350 | 17270 | 645 | 205 |
| apr-22 | 8625 | 18495 | 1205 | 415 |
| mei-22 | 4410 | 8180 | 1070 | 330 |
| jun-22 | 2750 | 4465 | 1100 | 285 |
| jul-22 | 2350 | 3390 | 830 | 215 |
| aug-22 | 2685 | 3785 | 100 | 45 |
| sep-22 | 2265 | 3320 | 80 | 25 |
| okt-22 | 2075 | 2890 | 85 | 45 |
| nov-22 | 1955 | 2700 | 60 | 25 |
| dec-22 | 1430 | 2015 | 40 | 10 |
| jan-23 | 1350 | 1865 | 30 | 10 |
| feb-23 | 1100 | 1760 | 25 | 20 |
| mrt-23 | 1205 | 1710 | 15 | 5 |
| apr-23 | 880 | 1220 | 15 | 5 |
| mei-23 | 1120 | 1545 | 15 | 10 |
| jun-23 | 980 | 1410 | 10 | 5 |
| * Voorlopige cijfers | ||||
| Leeftijd | Mannen, april 2022* | Vrouwen, april 2022* | Mannen, november 2022* | Vrouwen, november 2022* | Mannen, juni 2023* | Vrouwen, juni 2023* |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 80 jaar of ouder | -0,17 | 0,55 | -0,23 | 0,4 | -0,04 | 0,33 |
| 75 tot 80 jaar | -0,16 | 0,54 | -0,19 | 0,46 | -0,08 | 0,21 |
| 70 tot 75 jaar | -0,4 | 1,15 | -0,27 | 1,2 | -0,12 | 0,79 |
| 65 tot 70 jaar | -0,68 | 1,72 | -0,59 | 1,5 | -0,33 | 0,87 |
| 60 tot 65 jaar | -1,12 | 2,46 | -1,5 | 2,34 | -0,71 | 1,91 |
| 55 tot 60 jaar | -0,45 | 2,45 | -0,97 | 2,85 | -0,75 | 2,33 |
| 50 tot 55 jaar | -0,8 | 3,1 | -1,56 | 4,01 | -1,5 | 4,49 |
| 45 tot 50 jaar | -1,28 | 4,18 | -2,7 | 5,02 | -2,45 | 5,94 |
| 40 tot 45 jaar | -1,84 | 6,16 | -4,11 | 5,27 | -3,82 | 5,94 |
| 35 tot 40 jaar | -2,29 | 8,06 | -5,31 | 5,29 | -4,2 | 6,23 |
| 30 tot 35 jaar | -2,31 | 6,51 | -4,74 | 5,25 | -4,4 | 5,9 |
| 25 tot 30 jaar | -2,44 | 5,04 | -4,98 | 5,8 | -5,44 | 5,44 |
| 20 tot 25 jaar | -2,24 | 5 | -4,03 | 7 | -4,74 | 7,94 |
| 15 tot 20 jaar | -3,48 | 4,9 | -3,82 | 3,48 | -5,28 | 4,07 |
| 10 tot 15 jaar | -5,51 | 5,1 | -2,8 | 2,61 | -2,66 | 2,16 |
| 5 tot 10 jaar | -5,16 | 5,25 | -2,61 | 2,45 | -2,12 | 2,08 |
| 0 tot 5 jaar | -3,88 | 3,61 | -2,11 | 2,53 | -2,58 | 2,16 |
| * Voorlopige cijfers | ||||||
4.2Verblijfssituatie
Iedereen in zelfstandige woning
Van de ruim 125 duizend Oekraïense vluchtelingen die sinds het begin van de oorlog naar Nederland kwamen, woonden ruim 98 duizend op 1 juli 2023 nog in Nederland. Van deze groep woonde vrijwel iedereen zelfstandig in een gemeente. Enkele tientallen personen verbleven op 1 juli 2023 in een opvanglocatie van COA of waren inmiddels overleden. Iets minder dan een kwart van de Oekraïners was tot 1 juli 2023 weer uit Nederland vertrokken. Oekraïners die vlak na het begin van de oorlog naar Nederland kwamen zijn over het algemeen vaker en sneller weer vertrokken dan de vluchtelingen die later naar Nederland kwamen. Zo was 16 procent van de vluchtelingen die in maart 2022 naar Nederland kwamen na een half jaar weer vertrokken, na een jaar was dat 26 procent. Voor Oekraïners die in juli 2022 naar Nederland zijn gevlucht zijn deze percentages respectievelijk 11 en 19.
| Verblijfsduur in Nederland in maanden | mrt-22 | jul-22 | jan-23 |
|---|---|---|---|
| 1 | 0,22 | 0,46 | 0,55 |
| 2 | 1,79 | 2,76 | 2,33 |
| 3 | 5,59 | 5,53 | 5,19 |
| 4 | 9,29 | 7,94 | 7,61 |
| 5 | 12,24 | 9,56 | 10,53 |
| 6 | 15,63 | 11,05 | 12,13 |
| 7 | 18,53 | 12,86 | . |
| 8 | 20,84 | 14,87 | . |
| 9 | 22,4 | 16,34 | . |
| 10 | 23,55 | 17,8 | . |
| 11 | 24,8 | 18,92 | . |
| 12 | 25,77 | 19,43 | . |
| 13 | 27,03 | . | . |
| 14 | 28,18 | . | . |
| 15 | 29,27 | . | . |
| 16 | 30,02 | . | . |
| * Voorlopige cijfers | |||
4.3Huishoudenssamenstelling
Vooral alleenstaanden en thuiswonende kinderen
Een maand na het verkrijgen van de status tijdelijke bescherming is 42 procent van alle vluchtelingen uit Oekraïne alleenstaand. Iets meer dan 20 procent is een thuiswonend kind en ruim 10 procent is ouder in een eenouderhuishouden. Ten opzichte van reguliere asielzoekers die in de eerste helft van 2023 naar Nederland zijn gekomen, komen Oekraïners minder vaak als alleenstaande naar Nederland (42 om 51 procent) en wat vaker als ouder in een eenouderhuishouden (10 procent onder Oekraïners en 4 procent onder reguliere asielzoekers. Bijna 11 procent is een overig lid in het huishouden, dat zijn bijvoorbeeld grootouders of ooms en tantes. Dit percentage is vergelijkbaar met dat onder reguliere asielzoekers.
Gedurende hun verblijf in Nederland vindt er een lichte verschuiving plaats in de huishoudenspositie van Oekraïense vluchtelingen. Twaalf maanden na vestiging in Nederland zijn er minder alleenstaanden en meer partners in een paar, met name met kinderen. Ook het aandeel thuiswonende kinderen is in deze periode toegenomen.
Er zijn grote verschillen in huishoudenspositie tussen de twee groepen vluchtelingen uit Oekraïne. Vluchtelingen met de Oekraïense nationaliteit zijn veel vaker thuiswonend kind en veel minder vaak alleenstaand dan de derdelanders (vluchtelingen uit Oekraïne met een andere nationaliteit). Voorts komen eenouderhuishoudens onder Oekraïense vluchtelingen vaker voor dan onder derdelanders.
| Categorie | Alleenstaande | Thuiswonend kind | Partner in paar met kinderen | Partner in paar zonder kinderen | Ouder in eenouderhuishouden | Overig lid huishouden |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Oekraïens (1 maand na vestiging) | 40,5 | 23,3 | 8,2 | 6,2 | 11 | 10,8 |
| Oekraïens (12 maanden na vestiging) | 30,8 | 28,3 | 11,4 | 7,5 | 12,4 | 9,6 |
| Overige nationaliteiten (1 maand na vestiging) | 68,8 | 3,4 | 8,6 | 6,6 | 1,7 | 10,9 |
| Overige nationaliteiten (12 maanden na vestiging) | 67,5 | 2,8 | 10,4 | 9,1 | 1,5 | 8,8 |
| * Voorlopige cijfers | ||||||
4.4Werk
Na zes maanden in Nederland werkt 45 procent
Zes maanden na het verkrijgen van de status tijdelijke bescherming werkt 45 procent van de vluchtelingen uit Oekraïne: 43 procent van de personen met een Oekraïense nationaliteit en 63 procent van de derdelanders. In vergelijking met de reguliere statushouders asiel werken Oekraïners veel vaker. Onder de mensen die in 2022 een vergunning asiel hebben ontvangen werkt 11 procent na zes maanden. Dit is te verklaren doordat Oekraïense vluchtelingen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming meteen mogen werken zonder te moeten wachten op een tewerkstellingsvergunning. Na een verblijf van zes maanden in Nederland werkt bijna de helft (46 procent) van de werkende Oekraïners voltijd. De meeste Oekraïense vluchtelingen werken in de uitzendbranche (49 procent) of de horeca (16 procent), net als reguliere statushouders asiel. Dertig procent werkt als werknemer, de overige werkende Oekraïners werken met name als oproepkracht of uitzendkracht. Gedurende het verblijf in Nederland neemt het aandeel dat werkt als werknemer toe: na een jaar is dat 38 procent. Tegelijkertijd daalt het aandeel dat als uitzendkracht werkt van 44 procent na zes maanden naar 35 procent na twaalf maanden. Na zes maanden heeft een derde van werkzame vluchtelingen meer dan 1 baan, na twaalf maanden is dat aandeel opgelopen tot de helft. Na zes maanden bedraagt het gemiddelde uurloon 15 euro, na twaalf maanden is dat opgelopen tot 16 euro. Van de werkende Oekraïners krijgt 6 procent minder dan 11 euro per uur en 30 procent ontvangt 15 euro of meer. Na twaalf maanden is dat respectievelijk 4,5 procent en 43 procent.
Vluchtelingen uit Oekraïne die niet werken ontvangen leefgeld in plaats van een bijstandsuitkering.
| Aantal maanden na vestiging | Oekraïens | Overige nationaliteiten | Totaal |
|---|---|---|---|
| 1 | 19,57 | 16,72 | 19,35 |
| 2 | 35,28 | 47,34 | 36,22 |
| 3 | 41,29 | 61,31 | 42,90 |
| 4 | 43,46 | 64,57 | 45,18 |
| 5 | 43,40 | 65,40 | 45,24 |
| 6 | 43,39 | 63,63 | 45,12 |
| * Voorlopige cijfers | |||
4.5Vestigingsgemeente
Oekraïners wonen verspreid over Nederland
Net als de reguliere statushouders wonen Oekraïners verspreid over Nederland. Absoluut gezien staan de meeste Oekraïners ingeschreven in Amsterdam 1 maand na verkrijgen van de status tijdelijke bescherming (6 duizend), daarnaast in Den Haag en Rotterdam (beide 4 duizend). Met beide 2 duizend Oekraïense vluchtelingen op 1 maand na vestiging, staan de gemeenten Westland en Almere op plaats 4 en 5. De verschillen per gemeente, uitgedrukt per 10 000 inwoners, zijn klein. De uitschieters die zichtbaar zijn betreffen over het algemeen gemeenten met een laag aantal inwoners. Er kan wel opgemerkt worden dat er per gemeente vaak meer Oekraïners dan reguliere statushouders wonen. De twee lichtste kleuren in de figuur gaan samen tot 40 Oekraïners per 10 000 inwoners, waar de lichtste kleuren bij de kaarten over reguliere statushouders betrekking hebben op maximaal 8 statushouders per 10 000 inwoners. Deze cijfers zijn bedoeld om inzicht te verschaffen in de relatieve spreiding (in de tijd). De cijfers zijn niet geschikt om op gemeenteniveau het aantal Oekraïense vluchtelingen te bepalen of de ontwikkeling in de tijd te volgen. De aantallen personen die genoemd worden, zijn niet per se tegelijkertijd in de gemeente gevestigd geweest.
| Gemeente | 22_1 | |
|---|---|---|
| Groningen (gemeente) | 58,4 | |
| Almere | 91,3 | |
| Stadskanaal | 140,7 | |
| Veendam | 37,9 | |
| Zeewolde | 58,7 | |
| Achtkarspelen | 90,9 | |
| Ameland | 26,6 | |
| Harlingen | 79,2 | |
| Heerenveen | 63,8 | |
| Leeuwarden | 74,6 | |
| Ooststellingwerf | 87,6 | |
| Opsterland | 67,8 | |
| Schiermonnikoog | 116,5 | |
| Smallingerland | 70,5 | |
| Terschelling | 112,9 | |
| Vlieland | 25,1 | |
| Weststellingwerf | 42,2 | |
| Assen | 113,5 | |
| Coevorden | 82,5 | |
| Emmen | 77 | |
| Hoogeveen | 94 | |
| Meppel | 129,2 | |
| Almelo | 79,6 | |
| Borne | 167 | |
| Dalfsen | 134,1 | |
| Deventer | 61,6 | |
| Enschede | 55,1 | |
| Haaksbergen | 79,5 | |
| Hardenberg | 46,8 | |
| Hellendoorn | 86,5 | |
| Hengelo (O.) | 80,8 | |
| Kampen | 86,1 | |
| Losser | 59,8 | |
| Noordoostpolder | 120,1 | |
| Oldenzaal | 44,7 | |
| Ommen | 164,7 | |
| Raalte | 66,3 | |
| Staphorst | 164,9 | |
| Tubbergen | 57,1 | |
| Urk | 118,3 | |
| Wierden | 71,8 | |
| Zwolle | 68,6 | |
| Aalten | 54,2 | |
| Apeldoorn | 93,7 | |
| Arnhem | 64,1 | |
| Barneveld | 76,1 | |
| Beuningen | 87,3 | |
| Brummen | 56 | |
| Buren | 134 | |
| Culemborg | 19,7 | |
| Doesburg | 47,1 | |
| Doetinchem | 51,6 | |
| Druten | 115,8 | |
| Duiven | 44,5 | |
| Ede | 80 | |
| Elburg | 105,7 | |
| Epe | 60,7 | |
| Ermelo | 62,7 | |
| Harderwijk | 30,1 | |
| Hattem | 91 | |
| Heerde | 105,4 | |
| Heumen | 119,9 | |
| Lochem | 100,1 | |
| Maasdriel | 159,2 | |
| Nijkerk | 43,3 | |
| Nijmegen | 58,6 | |
| Oldebroek | 158,8 | |
| Putten | 58,5 | |
| Renkum | 56,8 | |
| Rheden | 51,3 | |
| Rozendaal | 244,9 | |
| Scherpenzeel | 82,4 | |
| Tiel | 52,3 | |
| Voorst | 43,6 | |
| Wageningen | 69,9 | |
| Westervoort | 62,2 | |
| Winterswijk | 60,3 | |
| Wijchen | 61,2 | |
| Zaltbommel | 60,1 | |
| Zevenaar | 63,2 | |
| Zutphen | 27,7 | |
| Nunspeet | 90,4 | |
| Dronten | 95,2 | |
| Amersfoort | 51 | |
| Baarn | 47,8 | |
| De Bilt | 52,9 | |
| Bunnik | 70,6 | |
| Bunschoten | 69,4 | |
| Eemnes | 69,8 | |
| Houten | 31,4 | |
| Leusden | 115,6 | |
| Lopik | 91 | |
| Montfoort | 100,6 | |
| Renswoude | 564,5 | |
| Rhenen | 41,5 | |
| Soest | 36,1 | |
| Utrecht (gemeente) | 47,3 | |
| Veenendaal | 35,5 | |
| Woudenberg | 142 | |
| Wijk bij Duurstede | 37,6 | |
| IJsselstein | 39,8 | |
| Zeist | 53,2 | |
| Nieuwegein | 37,8 | |
| Aalsmeer | 163,6 | |
| Alkmaar | 70,9 | |
| Amstelveen | 102,1 | |
| Amsterdam | 71,5 | |
| Bergen (NH.) | 124,1 | |
| Beverwijk | 43 | |
| Blaricum | 55 | |
| Bloemendaal | 84,7 | |
| Castricum | 30,6 | |
| Diemen | 92,4 | |
| Edam-Volendam | 87,7 | |
| Enkhuizen | 99,4 | |
| Haarlem | 69,1 | |
| Haarlemmermeer | 108 | |
| Heemskerk | 28,6 | |
| Heemstede | 58,4 | |
| Heiloo | 30,7 | |
| Den Helder | 45,1 | |
| Hilversum | 156,1 | |
| Hoorn | 44,3 | |
| Huizen | 88,2 | |
| Landsmeer | 53,6 | |
| Laren (NH.) | 123,2 | |
| Medemblik | 140,3 | |
| Oostzaan | 41,5 | |
| Opmeer | 65,4 | |
| Ouder-Amstel | 121,7 | |
| Purmerend | 67,6 | |
| Schagen | 85,2 | |
| Texel | 160,7 | |
| Uitgeest | 22,1 | |
| Uithoorn | 61,9 | |
| Velsen | 48,8 | |
| Weesp | 88,6 | |
| Zandvoort | 95,3 | |
| Zaanstad | 44,8 | |
| Alblasserdam | 142,4 | |
| Alphen aan den Rijn | 71,1 | |
| Barendrecht | 17,7 | |
| Drechterland | 123,6 | |
| Brielle | 60,4 | |
| Capelle aan den IJssel | 45,1 | |
| Delft | 38,3 | |
| Dordrecht | 125,7 | |
| Gorinchem | 62,7 | |
| Gouda | 54 | |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 73,6 | |
| Hardinxveld-Giessendam | 122,1 | |
| Hellevoetsluis | 38 | |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 78,6 | |
| Stede Broec | 63,3 | |
| Hillegom | 87,8 | |
| Katwijk | 49,1 | |
| Krimpen aan den IJssel | 42,2 | |
| Leiden | 60,2 | |
| Leiderdorp | 46,6 | |
| Lisse | 105,1 | |
| Maassluis | 31 | |
| Nieuwkoop | 63,8 | |
| Noordwijk | 149,7 | |
| Oegstgeest | 91,4 | |
| Oudewater | 62 | |
| Papendrecht | 35,1 | |
| Ridderkerk | 32,7 | |
| Rotterdam | 59,3 | |
| Rijswijk (ZH.) | 91,8 | |
| Schiedam | 59,8 | |
| Sliedrecht | 104,3 | |
| Albrandswaard | 24,3 | |
| Westvoorne | 74,2 | |
| Vlaardingen | 51,5 | |
| Voorschoten | 54,2 | |
| Waddinxveen | 100,8 | |
| Wassenaar | 80 | |
| Woerden | 45,4 | |
| Zoetermeer | 35,7 | |
| Zoeterwoude | 69,9 | |
| Zwijndrecht | 61,8 | |
| Borsele | 68,7 | |
| Goes | 63,7 | |
| West Maas en Waal | 111,8 | |
| Hulst | 59,2 | |
| Kapelle | 90,6 | |
| Middelburg (Z.) | 64,6 | |
| Reimerswaal | 131,8 | |
| Terneuzen | 66,1 | |
| Tholen | 126,9 | |
| Veere | 131,8 | |
| Vlissingen | 65,5 | |
| De Ronde Venen | 56,9 | |
| Tytsjerksteradiel | 83 | |
| Asten | 75 | |
| Baarle-Nassau | 66,4 | |
| Bergen op Zoom | 52,9 | |
| Best | 48 | |
| Boekel | 57,1 | |
| Boxtel | 55,2 | |
| Breda | 54 | |
| Deurne | 36,8 | |
| Pekela | 376,4 | |
| Dongen | 49,8 | |
| Eersel | 75,2 | |
| Eindhoven | 70,3 | |
| Etten-Leur | 54,8 | |
| Geertruidenberg | 81,6 | |
| Gilze en Rijen | 27,9 | |
| Goirle | 41,3 | |
| Helmond | 69,9 | |
| 's-Hertogenbosch | 73 | |
| Heusden | 54,2 | |
| Hilvarenbeek | 69,6 | |
| Loon op Zand | 26,1 | |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 51,6 | |
| Oirschot | 32,5 | |
| Oisterwijk | 85,5 | |
| Oosterhout | 62,3 | |
| Oss | 42 | |
| Rucphen | 20,1 | |
| Sint-Michielsgestel | 47,4 | |
| Someren | 70 | |
| Son en Breugel | 51,8 | |
| Steenbergen | 78,5 | |
| Waterland | 136,7 | |
| Tilburg | 49,4 | |
| Valkenswaard | 37,5 | |
| Veldhoven | 26,2 | |
| Vught | 46,3 | |
| Waalre | 34,6 | |
| Waalwijk | 78 | |
| Woensdrecht | 62 | |
| Zundert | 60,6 | |
| Wormerland | 74,5 | |
| Landgraaf | 48,1 | |
| Beek (L.) | 259,8 | |
| Beesel | 61,2 | |
| Bergen (L.) | 34,3 | |
| Brunssum | 44,4 | |
| Gennep | 283,7 | |
| Heerlen | 29,7 | |
| Kerkrade | 53,4 | |
| Maastricht | 56 | |
| Meerssen | 53,3 | |
| Mook en Middelaar | 36,3 | |
| Nederweert | 88,9 | |
| Roermond | 85,8 | |
| Simpelveld | 82,5 | |
| Stein (L.) | 51,2 | |
| Vaals | 149 | |
| Venlo | 73,9 | |
| Venray | 88,7 | |
| Voerendaal | 59,6 | |
| Weert | 91,6 | |
| Valkenburg aan de Geul | 150,3 | |
| Lelystad | 74,6 | |
| Horst aan de Maas | 166,4 | |
| Oude IJsselstreek | 48,7 | |
| Teylingen | 49 | |
| Utrechtse Heuvelrug | 56,8 | |
| Oost Gelre | 49,3 | |
| Koggenland | 178,8 | |
| Lansingerland | 24,8 | |
| Leudal | 61,2 | |
| Maasgouw | 52,9 | |
| Gemert-Bakel | 56,7 | |
| Halderberge | 66,3 | |
| Heeze-Leende | 33,4 | |
| Laarbeek | 63,2 | |
| Reusel-De Mierden | 66,3 | |
| Roerdalen | 40,4 | |
| Roosendaal | 50,4 | |
| Schouwen-Duiveland | 123,6 | |
| Aa en Hunze | 114,9 | |
| Borger-Odoorn | 84,1 | |
| De Wolden | 74,3 | |
| Noord-Beveland | 130,4 | |
| Wijdemeren | 51,8 | |
| Noordenveld | 82,3 | |
| Twenterand | 51 | |
| Westerveld | 42,3 | |
| Lingewaard | 40 | |
| Cranendonck | 39,7 | |
| Steenwijkerland | 105,9 | |
| Moerdijk | 75,6 | |
| Echt-Susteren | 60,2 | |
| Sluis | 84,7 | |
| Drimmelen | 71 | |
| Bernheze | 68,1 | |
| Alphen-Chaam | 72,9 | |
| Bergeijk | 80 | |
| Bladel | 51,6 | |
| Gulpen-Wittem | 65,6 | |
| Tynaarlo | 67,5 | |
| Midden-Drenthe | 101,5 | |
| Overbetuwe | 48,1 | |
| Hof van Twente | 86,7 | |
| Neder-Betuwe | 145,4 | |
| Rijssen-Holten | 66,4 | |
| Geldrop-Mierlo | 51,6 | |
| Olst-Wijhe | 57,9 | |
| Dinkelland | 79,7 | |
| Westland | 180,4 | |
| Midden-Delfland | 14,9 | |
| Berkelland | 50,6 | |
| Bronckhorst | 81,8 | |
| Sittard-Geleen | 41,5 | |
| Kaag en Braassem | 113,6 | |
| Dantumadiel | 129,8 | |
| Zuidplas | 56,6 | |
| Peel en Maas | 153,8 | |
| Oldambt | 88,3 | |
| Zwartewaterland | 109,5 | |
| Súdwest-Fryslân | 101,3 | |
| Bodegraven-Reeuwijk | 77,8 | |
| Eijsden-Margraten | 60,3 | |
| Stichtse Vecht | 59,3 | |
| Hollands Kroon | 124,6 | |
| Leidschendam-Voorburg | 42,5 | |
| Goeree-Overflakkee | 88,1 | |
| Pijnacker-Nootdorp | 64,9 | |
| Nissewaard | 35,4 | |
| Krimpenerwaard | 81,5 | |
| De Fryske Marren | 73,1 | |
| Gooise Meren | 106,9 | |
| Berg en Dal | 126,2 | |
| Meierijstad | 81,3 | |
| Waadhoeke | 67,8 | |
| Westerwolde | 111 | |
| Midden-Groningen | 93,1 | |
| Beekdaelen | 44,5 | |
| Montferland | 97,6 | |
| Altena | 61,4 | |
| West Betuwe | 90,1 | |
| Vijfheerenlanden | 47,1 | |
| Hoeksche Waard | 48,5 | |
| Het Hogeland | 53,3 | |
| Westerkwartier | 102,5 | |
| Noardeast-Fryslân | 41 | |
| Molenlanden | 97,4 | |
| Eemsdelta | 54,6 | |
| Dijk en Waard | 78 | |
| Maashorst | 79,3 | |
| Land van Cuijk | 82,8 | |
| * Voorlopige cijfers | ||
4.6Dashboard
Naast deze rapportage is er een interactief dashboard, met daarin nog meer cijfers over de integratie van statushouders en Oekraïners. In dit dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen en voor welke nationaliteitennoot2 u cijfers (visueel) gepresenteerd wilt zien.
Noten
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.