Foto omschrijving: Families schrijven hun kinderen in voor school die in januari start voor de kinderen.

Scroll naar Samenvatting

Samenvatting

Het CBS volgt sinds 2017 alle asielzoekers die sinds 2014 bij COA-opvang zijn ingestroomd en de statushouders die vanaf 2014 een verblijfsvergunning asiel hebben ontvangen, inclusief hun nareizigers en gezinsherenigers. Deze derde jaarlijkse rapportage van dit cohortonderzoek geeft inzicht in de actuele instroom van asielzoekers bij het COA en in de samenstelling van de nieuwste groep statushouders. Daarnaast wordt in deze webpublicatie een actueel beeld geschetst van hoe het gaat met de statushouders die sinds 2014 een verblijfsvergunning asiel hebben gekregen. Er worden cijfers gepresenteerd over het verblijf in COA-opvang, de wachttijd tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, huisvesting, inburgering, huishoudenssamenstelling, gezinshereniging, onderwijs, werk en inkomen, zorggebruik en criminaliteit. Er zullen er nog minstens twee jaarlijkse updates verschijnen van dit onderzoek, dat wordt uitgevoerd in opdracht van de ministeries Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Justitie en Veiligheid (JenV), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Actuele ontwikkelingen met betrekking tot nieuwe instroom van asielzoekers bij het COA en de periode van het verblijf in COA-opvanglocaties:

  • Instroom COA-opvang loopt iets terug in eerste helft 2018 – Ten opzichte van een jaar eerder zijn er in de eerste helft van 2018 minder asielzoekers door het COA opgevangen. Ook nareizende familieleden die zijn ingestroomd via COA-opvang worden meegeteld.
  • Meer asielzoekers uit veilige landen – Vooral in de recentere jaren zien we meer instroom vanuit veilige landen zoals Marokko en Algerije. Ook het aantal Turken dat asiel aanvraagt in Nederland is in 2018 sterk toegenomen.
  • Stijging aandeel nareizigers gestopt – Nareis komt vooral voor onder Syriërs en Eritreeërs. Van de ingestroomde Eritrese asielzoekers in 2017 betreft 59 procent een nareiziger.
  • Asielzoekers nog steeds jong – Ruim driekwart van alle asielzoekers is jonger dan 35 jaar op het moment van aankomst in Nederland.
  • Leeftijdsopbouw Syrische asielzoekers steeds gelijkmatiger – Vooral in 2016 en 2017 is het aandeel vrouwen en ook het aandeel jonge kinderen wat hoger dan in de voorgaande jaren. Dit komt vooral doordat het aantal nareizigers onder Syriërs in 2016 en 2017 hoger is.
  • Eritrese asielzoekers vaker in gezinsverband naar Nederland – In 2017 reisde 60 procent van alle asielzoekers in gezinsverband naar Nederland. In 2018 was dit aandeel 50 procent. In 2014 en 2015 reisden asielzoekers relatief vaker alleen naar Nederland.
  • Minder verhuizingen tijdens verblijf in COA-opvang – Asielzoekers die in de periode 2015–2017 bij het COA zijn binnengekomen verhuisden in de eerste 6 maanden gemiddeld ruim één keer naar een andere opvanglocatie.
  • Meeste Syriërs en Eritreeërs na 12 maanden een verblijfsvergunning asiel – Van alle Syriërs en Eritreeërs die in de periode 2014–2016 in de asielopvang van het COA zijn ingestroomd, had na 12 maanden zo’n 90 procent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Voor andere nationaliteitennoot1 ligt dit cijfer tussen de 12 tot 57 procent.
  • Na drie-en-een-half jaar nog 570 asielzoekers zonder vergunning in COA-opvang – Niet al deze mensen wachten nog steeds op het verkrijgen van een vergunning. Na een afwijzing blijven sommigen in de opvang in afwachting van vertrek, of in afwachting van een uitspraak op beroep. Ook kunnen mensen na een afwijzing opnieuw een asielaanvraag indienen (tweede of volgende aanvraag), bijvoorbeeld wanneer er iets is veranderd in hun situatie, of omdat er nieuwe informatie is over het land van herkomst.
  • Syriërs ingestroomd in 2014 sneller eigen woonruimte dan Eritreeërs – Twaalf maanden na aankomst in de asielopvang in 2014 heeft 70 procent van de Syriërs een eigen woonruimte tegenover 45 procent van de Eritreeërs. Pas na 2 jaar zijn de percentages Syriërs en Eritreeërs met een eigen woonruimte ongeveer aan elkaar gelijk.
  • Eritreeërs ingestroomd in 2015 en 2016 korter in opvang door meer nareis – Voor de Eritreeërs die zijn ingestroomd in 2015 is de situatie wel verbeterd: van deze groep had 61 procent na 12 maanden een eigen woonruimte. Voor cohort 2016 is dit percentage 79 procent. Dit komt doordat een aanzienlijk deel van de asielzoekers in de meest recente jaren nareiziger was.
  • Afghanen langer in asielopvang en vaker terugkeer/vertrek – Voor Afghanen geldt dat, ten opzichte van bijvoorbeeld Syriërs en Eritreeërs, relatief vaak de eerste asielaanvraag wordt afgewezen. Zij dienen vaak een herhaalde asielaanvraag in, waardoor zij in totaal langer in een opvanglocatie verblijven. Ook is een relatief groot aandeel van de Afghaanse asielzoekers na 12 maanden weer vertrokken.
  • Na twee jaar nauwelijks meer nareis – Vergunningen voor nareizigers (mvv’s) moeten door de referent binnen drie maanden na het ontvangen van de verblijfsvergunning worden aangevraagd. De mvv’s zijn vervolgens 90 dagen geldig. Binnen die termijn moet de nareis plaatsvinden.

Actuele ontwikkelingen met betrekking tot huisvesting en integratie van statushouders en hun nareizigers en gezinsherenigers:

  • Aantal verleende vergunningen gedaald – Sinds de start van dit cohort­onderzoek zien we voor het eerst dat het aantal verleende verblijfs­vergunningen is gedaald (in 2017). Ook nareizigers van statushouders ontvangen een (afgeleide) asielvergunning en behoren net als gezinsherenigers in dit onderzoek tot de statushouders.
  • Top 5 nationaliteitennoot2 nauwelijks veranderd – In alle jaren staan de Syrische en de Eritrese nationaliteiten op de plaatsen één en twee. In alle jaren staan ook de Afghaanse en de Iraakse nationaliteiten in de top vijf.
  • Meer nareizigers onder verleende vergunningen Eritreeërs – In 2014 wordt 27 procent van de verblijfsvergunningen aan een nareiziger verleend. In 2017 is dat aandeel toegenomen tot 49 procent. Vooral onder Eritreeërs is het aandeel verleende vergunningen aan nareizigers toegenomen (van vier procent in 2014 naar 66 procent in de eerste helft van 2018).
  • Gemiddelde wachttijd Eritreeërs laagst in verband met nareis – Syriërs en Eritreeërs krijgen relatief snel een verblijfsvergunning. Nareizigers brengen de gemiddelde wachttijd omlaag. Onder het meest recente cohort zijn er vooral onder Eritreeërs relatief veel nareizigers.
  • Statushouders wonen steeds een beetje stedelijker – Van het cohort 2014 woonde na twee maanden 51,6 procent in sterk of zeer sterk stedelijk gebied, na 36 maanden is dat toegenomen naar 54,3 procent. Voor de cohorten 2015 en 2016 zien we een ook een kleine toename in stedelijkheid.
  • Steeds minder alleenstaande statushouders – De afname van het aandeel alleenstaanden wordt enerzijds veroorzaakt door de nareis van familieleden. Anderzijds lijken gemeenten moeite te hebben met de huisvesting van alleenstaanden.
  • Niet-leerplichtige statushouders volgen ook onderwijs – Van de mensen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen volgt een steeds groter aandeel onderwijs (40 procent in 2018). Ook niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud volgen vaker onderwijs, naarmate ze langer in Nederland zijn.
  • Steeds meer mbo en hoger mbo-niveau – Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroeps­onderwijs. In oktober 2018 volgde 33 procent van het totaal aantal onderwijsvolgende statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen een mbo-opleiding. Het gaat vooral om mbo niveau 1, maar geleidelijk wordt dat ook meer mbo niveau 2.
  • 30 procent van cohort 2014 niet inburgeringsplichtig – 14 procent van het totale vergunning-cohort 2014 heeft nog niet voldaan aan de inburgeringsplicht, maar ook (nog) geen overschrijding, bijvoorbeeld om dat zij verlenging van de inburgeringstermijn hebben gekregen. Ruim 1 procent van het totale vergunning-cohort 2014 heeft te maken met verwijtbare overschrijding van de inburgeringstermijn en krijgt daardoor een boete.
  • 58 procent van inburgeringsplichtigen cohort 2014 heeft het inburgeringsexamen behaald – Wanneer alleen wordt gekeken naar inburgeringsplichtigen, dan heeft 58 procent van het vergunning-cohort 2014 in oktober 2018 het inburgeringsexamen behaald. Bijna 19 procent heeft een ontheffing of vrijstelling gekregen. 21 procent heeft het examen nog niet gehaald, maar heeft nog wel tijd om dat alsnog te doen. Twee procent heeft het examen nog niet gehaald en heeft daarmee de inburgeringstermijn overschreden.
  • Aandeel werkende statushouders stijgt gestaag – Het totale vergunning-cohort 2016 heeft na anderhalf jaar net iets vaker een baan dan het vergunning-cohort van 2015 (respectievelijk zeven en vijf procent). Het vergunning-cohort 2015 heeft op haar beurt weer iets vaker een baan dan het vergunning-cohort van 2014 (vier procent na anderhalf jaar). Voor vergunning-cohort 2014 zien we dat na drie-en-een-half jaar ongeveer een kwart van alle 18 tot 65‑jarige statushouders een baan heeft. Niet alleen stijgt de arbeidsdeelname van deze statushouders gestaag; we zien ook dat de verschillen in arbeidsdeelname tussen de nationaliteiten kleiner worden. De meeste werkende statushouders werken in deeltijd (81 procent) en met een tijdelijk contract (89 procent).
  • Aandeel bijstandsgerechtigden onder Eritreeërs en Syriërs op zelfde niveau – Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning, ontvangt 90 procent van de 18 tot 65‑jarigen die in 2014 een vergunning hebben gekregen, een bijstandsuitkering. Twee jaar later – na in totaal drie-en-een-half jaar na het verkrijgen van een vergunning – is dit percentage gedaald naar 67 procent en zijn ook de verschillen tussen nationaliteitennoot3 afgenomen.
  • Bijstandsafhankelijkheid neemt iets af – Na anderhalf jaar geldt dat voor 63 procent van de statushouders uit 2014 een uitkering of pensioen de voornaamste bron van inkomen is. Na drie jaar is het percentage gedaald naar 53 procent. Het gaat dan in de meeste gevallen om een bijstandsuitkering. Hoewel steeds meer statushouders een (deeltijd) baan hebben, leveren die banen vaak onvoldoende inkomen op. Hierdoor kan een uitkering ook voor deze groep de voornaamste inkomstenbron zijn.
  • Bijstandsafhankelijkheid Eritreeërs het hoogst – Ongeveer 70 procent van de statushouders uit Eritrea heeft drie jaar na het verkrijgen van hun vergunning een uitkering of pensioen als belangrijkste inkomensbron en 21 procent is schoolgaand. Ter vergelijking: van de (relatief kleinere groep) Afghaanse statushouders heeft na drie jaar ongeveer 42 procent een uitkering als belangrijkste inkomensbron en gaat 40 procent naar school.
  • Weinig inkomensverschillen door hoge uitkeringsafhankelijkheid – Dit komt doordat verreweg het grootste deel van de statushouders een bijstandsuitkering ontvangt en dat zijn vaste bedragen, afhankelijk van de gezinssituatie.
  • Zorggebruik neemt toe, vooral onder Eritreeërs – Van alle statushouders (18+) die in 2014 een vergunning hebben ontvangen en eind 2015 niet meer in een COA-opvang verblijven, heeft 80 procent kosten gemaakt voor de huisarts, waarvan 77 procent ook daadwerkelijk een consult heeft gehad en 23 procent alleen inschrijvingskosten heeft gemaakt. Een jaar later (in 2016) heeft bijna 95 procent van de statushouders uit cohort 2014 kosten gemaakt voor de huisarts. Het zorggebruik onder Eritrese statushouders steeg het sterkst: in 2015 maakte 67 procent kosten voor de huisarts, in 2016 was dat 90 procent.
  • Aandeel jongeren met jeugdzorg neemt toe – Van alle jongeren (tot en met 21) die in 2014 of 2015 een verblijfsvergunning asiel ontvingen en niet meer bij een opvanglocatie van het COA verblijven maakte ongeveer 3,5 procent in 2016 gebruik van een vorm van jeugdzorg. Een jaar later is dat percentage gestegen tot 5 procent. Het gaat hier om zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische-, psychosociale- en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.
  • Weinig ontwikkeling in aandeel geregistreerde verdachten – Mannelijke statushouders worden in verhouding (nog steeds) vaker verdacht van een misdrijf dan mannen met een Nederlandse of westerse migratieachtergrond, maar minder vaak dan mannen met een niet-westerse migratie-achtergrond.

Noten

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland of land van herkomst indien de nationaliteit onbekend is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland of land van herkomst indien de nationaliteit onbekend is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland of land van herkomst indien de nationaliteit onbekend is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Zoë Driessen

Evelien Ebenau

Corina Huisman

Luc Verschuren (projectleider)

Stephan Verschuren

Dankwoord

We danken de medewerkers van de volgende instanties voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van het Asielcohorten onderzoek:

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)