Foto omschrijving: Kinderen uit het azc. De allerlaatste schooldag wordt afgesloten met lekker eten en een lach en en traan.

Over het onderzoek

1.1Introductie

De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Justitie en Veiligheid (JenV), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gevraagd om in kaart te brengen hoe het de asielmigranten die vanaf 2014 in Nederland zijn aangekomen, vergaat op terreinen als de asielprocedure, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, onderwijs, gezondheidszorg en criminaliteit.

In juni 2017 zijn van dit onderzoek de eerste resultaten gepubliceerd over de positie van asielzoekers in de periode 2014 – medio 2016. Die periode stond voor veel asielzoekers in het teken van het verkrijgen van een verblijfsvergunning, het betrekken van een nieuwe woning, gezinshereniging en de start van de inburgeringsperiode. In april 2018 publiceerde het CBS een eerste update waarin data van juli 2016 tot en met juni 2017 zijn toegevoegd.

Inmiddels heeft het CBS de tweede update uitgevoerd; we weten nu ook hoeveel asielzoekers in de periode van juli 2017 tot en met juni 2018 naar Nederland zijn gekomen. Ook is er nu een actueel beeld van hoe het gaat met de migranten die sinds 2014 in Nederland een verblijfsvergunning asiel hebben gekregen. In het vorige rapport werd aandacht besteed aan integratie op het gebied van arbeidsmarkt, inburgering, onderwijs, sociale zekerheid, zorggebruik, inkomen en op het vlak van criminaliteit. In deze editie besteden we naast deze facetten ook aandacht aan de inburgering van statushouders. Voor dit thema en ook voor onderwijsdeelname kunnen we deze keer bovendien een actueler beeld presenteren dan vorig jaar.

Uit eerder onderzoek (Engbersen e.a., 2015, Maliepaard e.a., 2017, Ooijevaar e.a., 2016) blijkt dat er verschillen zijn in bijvoorbeeld onderwijsprestatie en arbeidsmarktparticipatie tussen asielmigranten met verschillenden landen van herkomst. Daarom onderscheiden we, net als in de twee voorgaande publicaties, ook in deze publicatie vijf nationaliteitennoot1: Syrië, Eritrea, Irak, Afghanistan en Iran. Aanvankelijk waren dit de nationaliteiten met de grootste aantallen ingestroomde asielzoekers. Nu zijn dit de nationaliteiten met de grootste aantallen verleende verblijfsvergunningen. Alle andere nationaliteiten worden in deze publicatie gegroepeerd in de groep ‘Overig’.

Het CBS zal dit onderzoek in ieder geval tot en met 2020 jaarlijks uitvoeren, waardoor we de asielzoekers die sinds 2014 Nederland instromen en in Nederland een verblijfsvergunning krijgen, over een steeds langere periode kunnen volgen. Dit vergroot de meerwaarde van dit unieke onderzoek: er wordt immers steeds meer bekend over hoe deze groep asielzoekers in Nederland participeert. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat achterstanden in integratie eerder dan voorheen kunnen worden gesignaleerd.

Deze cohortstudie op basis van registerinformatie maakt deel uit van een breder onderzoeksprogramma, waarin ook kennispartners SCP, WODC en RIVM participeren (Dagevos e.a., 2018).

Populaties

In dit onderzoek worden twee (deels overlappende) groepen beschreven: asielzoekers in COA-opvang en statushouders.

Onder asielzoekers in COA-opvang valt in dit onderzoek iedereen die wordt opgevangen door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hiertoe behoren zowel mensen die een lopende asielaanvraag hebben, als mensen die al een asielvergunning hebben ontvangen, maar nog wel wonen in een opvanglocatie van het COA. Deze laatste groep is formeel geen asielzoeker meer: het asielverzoek is toegewezen. Maar zolang zij nog bij het COA verblijven, behoren ze in dit onderzoek tot de groep asielzoekers. Indien nareizende familieleden worden opgevangen door het COA, worden zij in dit onderzoek ook tot de asielzoekers gerekend. Ook mensen die na een afwijzing in afwachting van vertrek of in afwachting van een uitspraak op beroep of herhaalde aanvraag verblijven in een COA-opvanglocatie behoren tot deze populatie.

Tot de statushouders rekenen we alle personen die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd hebben ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In andere publicaties wordt ook wel de term vergunninghouder gebruikt. Ook nareizigers van statushouders ontvangen een (afgeleide) asielvergunning en behoren in dit onderzoek tot de statushouders. Nareizigers zijn gezinsleden van de statushouders aan wie onder speciale voorwaarden een machtiging voorlopig verblijf (mvv) wordt verleend. Wanneer een mvv wordt verstrekt, krijgen deze gezinsleden na binnenkomst in Nederland een afgeleide asielvergunning.

Daarnaast worden in dit onderzoek ook de familieleden van statushouders asiel meegenomen die via reguliere gezinshereniging naar Nederland komen. Deze familieleden worden in dit onderzoek meegeteld in het cohort statushouders, hoewel ze feitelijk geen asielvergunning hebben.

In het eerste deel van deze rapportage wordt de eerste fase na aankomst van asielzoekers in Nederland besproken. Dit is de periode waarin mensen door het COA worden opgevangen. In het bijzonder wordt ingegaan op de omvang en samenstelling van de populatie, de asielprocedure en gezinshereniging. De populatie bestaat in dit deel uit alle asielzoekers en nareizigers die in de asielopvang verblijven, al dan niet met een verblijfsvergunning. Het tweede deel van de rapportage gaat over personen die een verblijfsvergunning asiel hebben ontvangen. Hier wordt aandacht besteed aan hoe het de statushouders vergaat op het vlak van huisvesting, onderwijs, inburgering, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, zorggebruik en criminaliteit. De populatie van dit deel bestaat uit alle asielzoekers en nareizigers met een verblijfsvergunning, en de gezinsherenigers die horen bij deze statushouders. Onderstaande figuur geeft een schematisch overzicht van de populaties in hoofdstuk 2 en 3.

010101 1.1.1 Overzicht populaties in hoofdstuk 2 en 3 Asielzoeker (referent) Nareiziger Gezinhereniger Opvang in COA Verkrijgen vergunning Verkrijgen vergunning Verlaten COA Populatie hoofdstuk 2 (asielzoekers) Populatie hoofdstuk 3 (statushouders) Populatie in zowel hoofdstuk 2 als 3 tijd

1.2Dashboard

Naast deze rapportage is er een interactief dashboard, met daarin nog meer cijfers over de opvang van asielzoekers en de integratie van statushouders. In dit dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen en voor welke nationaliteitennoot2 u cijfers (visueel) gepresenteerd wilt zien.

1.3Methode en begrippen

Meer details over de methode, begrippen en afkortingen zijn te vinden in het Dashboard op de laatste pagina (Toelichting), in het rapport van 2018 of in het rapport van 2017.

1.4Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Dagevos, J., Huijnk W., Maliepaard M. & Miltenburg E. (2018) Syriërs in Nederland. Een studie over de eerste jaren van hun leven in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Engbersen, G., Dagevos, J., Jennissen, R., Bakker, L., Leerkens, A., Klaver, J. & Odé, A. (2015). Geen tijd te verliezen: Van opvang naar integratie van asielmigranten. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Maliepaard, M., Witkamp, B. & Jennissen, R. (2017). Een kwestie van tijd? De integratie van asielmigranten: een cohortonderzoek (CAHIER, 2017-3). Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

Ooijevaar, J. & Bloemendal, C. (2016). Jaarrapport Integratie 2016. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Noten

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland of land van herkomst indien de nationaliteit onbekend is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland of land van herkomst indien de nationaliteit onbekend is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Zoë Driessen

Evelien Ebenau

Corina Huisman

Luc Verschuren (projectleider)

Stephan Verschuren

Dankwoord

We danken de medewerkers van de volgende instanties voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van het Asielcohorten onderzoek:

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 9 april 2020

Pagina 7: Oorspronkelijke tekst

Niet-leerplichtige statushouders volgen ook onderwijs – Van de mensen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen volgt een steeds groter aandeel onderwijs (40 procent in 2018). Ook niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud volgen vaker onderwijs, naarmate ze langer in Nederland zijn.
Steeds meer mbo en hoger mbo-niveau – Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. In oktober 2018 volgde 33 procent van het totaal aantal onderwijsvolgende statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen een mbo-opleiding. Het gaat vooral om mbo niveau 1, maar geleidelijk wordt dat ook meer mbo niveau 2.

Pagina 7: Vernieuwde tekst

Niet-leerplichtige statushouders volgen ook onderwijs – Van de mensen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen volgt een steeds groter aandeel onderwijs (39 procent in 2018). Ook niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud volgen vaker onderwijs, naarmate ze langer in Nederland zijn.
Steeds meer mbo en hoger mbo-niveau – Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. In oktober 2018 volgde 32 procent van het totaal aantal onderwijsvolgende statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen een mbo-opleiding. Het gaat vooral om mbo niveau 1, maar geleidelijk wordt dat ook meer mbo niveau 2.

Pagina 12: Oorspronkelijke tekst

Status holders not at school age also enrolled in education – A growing number of people who obtained an asylum residence permit in 2014 are enrolled in education (40 percent in 2018). Even young people over the age of 18 who are not at school age are progressively likely to be in education as their duration of stay becomes longer.
Higher enrolment in MBO, higher MBO levels – Many status holders who leave secondary education move on to senior secondary vocational education (MBO).
As of October 2018, 33 percent of all status holders in education who received an asylum residence permit in 2014 were enrolled in MBO. Most were enrolled in MBO Level 1, although the number of status holders enrolled at Level 2 is increasing gradually.

Pagina 12: Vernieuwde tekst

Status holders not at school age also enrolled in education – A growing number of people who obtained an asylum residence permit in 2014 are enrolled in education (39 percent in 2018). Even young people over the age of 18 who are not at school age are progressively likely to be in education as their duration of stay becomes longer.
Higher enrolment in MBO, higher MBO levels – Many status holders who leave secondary education move on to senior secondary vocational education (MBO).
As of October 2018, 32 percent of all status holders in education who received an asylum residence permit in 2014 were enrolled in MBO. Most were enrolled in MBO Level 1, although the number of status holders enrolled at Level 2 is increasing gradually.

Pagina 46–47: Oorspronkelijke tekst

Niet-leerplichtige statushouders volgen ook onderwijs
Van alle statushouders die in 2014 hun vergunning kregen, volgt 28 procent onderwijs op 1 oktober 2015 en een jaar later (op 1 oktober 2016) volgt 31 procent van hen onderwijs. Dit percentage blijft stijgen naar 36 procent in 2017 en naar 40 procent in 2018. Van de statushouders die in 2015 een vergunning kregen volgt 42 procent op 1 oktober 2018 onderwijs en voor degenen die in 2016 een vergunning kregen is dit 37 procent. Een interessant gegeven is dat niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud vaker onderwijs volgen naarmate ze langer in Nederland zijn.

Steeds meer mbo en hoger mbo-niveau
Naarmate statushouders langer in Nederland zijn, stromen zij van het voortgezet onderwijs vooral door naar het middelbaar beroepsonderwijs en het praktijkonderwijs. Waar er van de personen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen ongeveer 35 personen (1,6 procent) praktijkonderwijs volgen in 2015, zijn dat er in 2016 ongeveer 175 (7,7 procent). Deze aantallen stijgen naar 305 (12,2 procent) in 2017 en 335 (13,6 procent) in 2018. Het praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen die beter zijn in het opdoen van praktische kennis dan van heoretische kennis, en moeite hebben om een vmbo-diploma te halen vanwege een leerachterstand op de gebieden taal en rekenen. Uit de data blijkt niet dat personen met een bepaalde nationaliteit7) vaker doorstromen naar praktijkonderwijs dan personen met een andere nationaliteit. Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. Ongeveer 350 statushouders van het cohort 2014 volgen een mbo-opleiding in 2015. Dat aantal stijgt via 1 125 in 2016 en 2 070 in 2017 naar 2 470 in 2018 (33 procent van het totaal aantal onderwijsvolgende statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen. Met betrekking tot het niveau van de mbo-opleiding volgt men in de eerste jaren met name niveau 1 (ca. 55% van alle statushouders die mbo volgen in 2016), maar dat verandert geleidelijk naar niveau 2. In oktober 2018 volgen er meer statushouders niveau 2 dan niveau 1. Ook de andere niveaus (3 en 4) nemen in aantal toe, zij het niet zo hard als niveau 2. Er volgen overwegend veel statushouders uit Eritrea een mbo-opleiding (75 procent van alle onderwijsvolgende Eritrese statushouders in 2018). Dat heeft te maken met de leeftijdsverdeling van de statushouders: er zijn relatief veel Eritrese statushouders in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.

Pagina 46–47: Vernieuwde tekst

Niet-leerplichtige statushouders volgen ook onderwijs
Van alle statushouders die in 2014 hun vergunning kregen, volgt 28 procent onderwijs op 1 oktober 2015 en een jaar later (op 1 oktober 2016) volgt 32 procent van hen onderwijs. Dit percentage blijft stijgen naar 37 procent in 2017 en naar 39 procent in 2018. Van de statushouders die in 2015 een vergunning kregen volgt 41 procent op 1 oktober 2018 onderwijs en voor degenen die in 2016 een vergunning kregen is dit 35 procent. Een interessant gegeven is dat niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud vaker onderwijs volgen naarmate ze langer in Nederland zijn.

Steeds meer mbo en hoger mbo-niveau
Naarmate statushouders langer in Nederland zijn, stromen zij van het voortgezet onderwijs vooral door naar het middelbaar beroepsonderwijs en het praktijkonderwijs. Waar er van de personen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen ongeveer 30 personen (1,3 procent van VO+) praktijkonderwijs volgen in 2015, zijn dat er in 2016 ongeveer 175 (6 procent). Deze aantallen stijgen naar 290 (7,7 procent) in 2017 en 300 (7,0 procent) in 2018. Het praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen die beter zijn in het opdoen van praktische kennis dan van theoretische kennis, en moeite hebben om een vmbo-diploma te halen vanwege een leerachterstand op de gebieden taal en rekenen. Uit de data blijkt niet dat personen met een bepaalde nationaliteit7) vaker doorstromen naar praktijkonderwijs dan personen met een andere nationaliteit. Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. Ongeveer 285 statushouders van het cohort 2014 volgen een mbo-opleiding in 2015. Dat aantal stijgt via 1 010 in 2016 en 1 955 in 2017 naar 2 385 in 2018. Met betrekking tot het niveau van de mbo-opleiding volgt men in de eerste jaren met name niveau 1 (ca. 71% van alle statushouders die mbo volgen in 2016), maar dat verandert geleidelijk naar niveau 2. In oktober 2018 volgen er meer statushouders niveau 2 dan niveau 1. Ook de andere niveaus (3 en 4) nemen in aantal toe, zij het niet zo hard als niveau 2. Er volgen overwegend veel statushouders uit Eritrea een mbo-opleiding (74 procent van alle onderwijsvolgende Eritrese statushouders in 2018). Dat heeft te maken met de leeftijdsverdeling van de statushouders: er zijn relatief veel Eritrese statushouders in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.

Pagina 46: Oorspronkelijk figuur

Pagina 46: Oorspronkelijk figuur

Pagina 46: Vernieuwd figuur

Pagina 46: Vernieuwd figuur

Pagina 47: Oorspronkelijk figuur

Pagina 47: Oorspronkelijk figuur

Pagina 47: Vernieuwd figuur

Pagina 47: Vernieuwd figuur