Waarom brede welvaart?

Foto omschrijving: Een lerares in het basisonderwijs zwaait vanuit de klas naar haar leerlingen die haar online les volgen

Achtergrond

Het CBS publiceert de Monitor Brede Welvaart jaarlijks op verzoek van de Tweede Kamer. Al vanaf de tweede editie van de monitor in 2019 werden de Sustainable Development Goals (SDG’s) in de publicatie opgenomen. Brede welvaart en de SDG’s hebben veel gemeen en vullen elkaar aan: waar de eerste een algemene intentie uitspreekt, vertaalt de SDG-agenda deze in concrete doelstellingen voor 2030. De monitor is bedoeld om politiek en maatschappij inzicht geven in de ontwikkeling van brede welvaart in Nederland, en te laten zien hoe Nederland het doet met betrekking tot de SDG’s.

Aan de basis van de monitor staat een gestructureerde set indicatoren die de trend op de middellange termijn en de positie van Nederland binnen de Europese Unie weergeven. Zo kunnen we zien of op de beschreven terreinen de brede welvaart stijgt of daalt, en of we dichter bij de SDG-doelen komen.

Internationale aanbevelingen

De monitor is op aanbeveling van de Tijdelijke Kamercommissie Brede Welvaart opgesteld conform de Conference of European Statisticians (CES) Recommendations on Measuring Sustainable Development.noot1 Het CES-meetsysteem is gebaseerd op het rapport van Stiglitz, Sen en Fitoussi.noot2 Welvaartsmetingen op basis van deze aanbevelingen dienen ter ondersteuning van beleid en politiek, zonder hier echter richting aan te geven.

In het CES-meetsysteem wordt de brede welvaart ‘hier en nu’ onderscheiden van die ‘later’ en ‘elders’. De thema’s die bij ‘hier en nu’ worden gemeten zijn bepaald op basis van nationale en internationale literatuur en enquêtes over wat burgers belangrijk vinden voor hun kwaliteit van leven. Daarbij is ook belangrijk hoe het welvaartstreven hier en nu zijn weerslag heeft op de brede welvaart van toekomstige generaties (‘later’) en van mensen elders in de wereld (‘elders’).

In de monitor zijn de SDG’s in dit CES-meetsysteem geïntegreerd. De SDG’s zijn in 2015 opgesteld door de VN en door 193 landen ondertekend.noot3 Deze doelen sluiten goed aan bij het streven naar brede welvaart: onderliggende uitgangspunten van de SDG-agenda als ‘leave no one behind’, de aandacht voor onze voetafdruk en de vijf P’s (people, planet, peace, prosperity & partnership) zijn zeer relevant voor onze kwaliteit van leven en de toekomstbestendigheid daarvan.

Definitie van brede welvaart

De in de monitor gehanteerde definitie van brede welvaart sluit aan bij gangbare internationale definities en luidt:

Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier en nu en de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of van mensen elders in de wereld.

Vanuit deze drie dimensies van brede welvaart zijn in deze monitor drie dashboards ontwikkeld:

  • brede welvaart ‘hier en nu’;
  • brede welvaart ‘later’;
  • brede welvaart ‘elders’.

Brede welvaart ‘hier en nu’

Brede welvaart ‘hier en nu’ betreft de persoonlijke kenmerken van mensen en de kwaliteit van de omgeving waarin zij leven; meer in het algemeen hun materiële welvaart en welzijn, en hun beleving daarvan. Omdat welvaart een breed begrip is, benaderen we het via acht thema’s.

  • Subjectief welzijn. In bespiegelingen over de brede welvaart staat welzijn centraal. Subjectief welzijn is hier gedefinieerd als de waardering voor het eigen leven. Om dit te meten kijken we hoe tevreden mensen zijn met hun leven en in welke mate zij regie ervaren over hun leven.
  • Materiële welvaart. De materiële welvaart is het inkomen dat mensen te besteden hebben en de goederen en diensten die zij daarmee kunnen kopen en waarmee zij zelf invulling en kleur kunnen geven aan hun leven.
  • Gezondheid. Gezondheid – zowel de daadwerkelijke als de ervaren gezondheid – is sterk bepalend voor de kwaliteit van leven. Een (chronische) ziekte beperkt onder meer iemands mogelijkheden om actief en volwaardig deel te nemen aan de samenleving. De levenskwaliteit wordt ook in belangrijke mate bepaald door (gezonde) voeding. Eén van de grootste problemen op dat vlak is momenteel overgewicht.
  • Arbeid en vrije tijd. Welvaart hangt voor veel mensen sterk af van het hebben van passend en betaald werk. Daar staat tegenover dat ook vrije tijd grote invloed heeft op de levenskwaliteit die mensen ervaren. Werk en vrije tijd moeten dan ook in balans zijn. Hiervoor zijn vele factoren van belang. Een goede opleiding is bijvoorbeeld belangrijk om een gunstige uitgangspositie op de arbeidsmarkt te hebben.
  • Wonen. Een goed en betaalbaar dak boven het hoofd is één van de eerste levensbehoeften. Nederlanders geven een groot deel van hun inkomen uit aan hun huisvesting.
  • Samenleving. Een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen en waarin mensen kunnen vertrouwen op elkaar en op instituties als de overheid en het rechtssysteem vormt ook een onderdeel van brede welvaart. Andere belangrijke welvaartsaspecten zijn de omvang en kwaliteit van sociale contacten en daarmee hoeveel en hoe vaak mensen meedoen in het maatschappelijk leven.
  • Veiligheid. Misdaad en ervaren (on)veiligheid grijpen direct in op de kwaliteit van leven. Zowel feitelijk risico op slachtofferschap als het gevoel van (on)veiligheid doen ertoe.
  • Milieu. Schone lucht, schoon drink- en oppervlaktewater, schone grond en voldoende (gezonde) natuur en biodiversiteit zijn belangrijke algemene levensbehoeften. Hoge fijnstofconcentraties in de lucht kunnen tot ernstige gezondheidsklachten leiden, zoals astma en COPD. In een dichtbevolkt land als Nederland is het ook belangrijk dat bepaalde gebieden er primair zijn voor de natuur, zodat flora en fauna zich daar kunnen handhaven en zich goed kunnen ontwikkelen.

Brede welvaart ‘later’

Brede welvaart ‘later’ betreft de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om eenzelfde niveau van welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie. De keuzes die alle Nederlanders gezamenlijk ‘hier en nu’ maken, hebben consequenties voor de volgende generaties in Nederland. Om de kwaliteit van leven op peil te houden zijn allerlei hulpbronnen nodig. Deze worden hier aangeduid als ‘kapitaal’. Vier soorten kapitaal worden daarbij onderscheiden: economisch, natuurlijk, menselijk en sociaal. De hoeveelheid kapitaal per inwoner moet op zijn minst gelijk blijven, willen volgende generaties eenzelfde niveau van welvaart kunnen bereiken.

De vier soorten kapitaal voor de brede welvaart ‘later’ zijn:

  • Economisch kapitaal. Dit omvat de machines en werktuigen, de ICT, het kenniskapitaal en de infrastructuur die nodig zijn voor het opbouwen van materiële welvaart en het genereren van economische groei. Naast fysieke kapitaalgoederen, heeft de Nederlandse economie het kenniskapitaal nodig om te functioneren, onder andere gevoed door investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Schuld wordt gezien als negatief economisch kapitaal.
  • Natuurlijk kapitaal. Dit betreft niet alleen grondstoffenvoorraden (voor Nederland vooral fossiele energiedragers zoals aardolie en aardgas), maar ook de kwaliteit van natuur en milieu. Hieronder vallen biodiversiteit (gemeten aan de hand van fauna van het land en van zoetwater en moeras, maatstaven voor soortenrijkdom), de algemene kwaliteit van de atmosfeer (samenhangend met CO2‑emissies) en de lokale kwaliteit van bodem, water en lucht. Ook de capaciteit aan hernieuwbare energie wordt gezien als natuurlijk kapitaal, omdat hiermee zowel de intering op fossiele energiebronnen als de uitstoot van broeikasgassen kan worden tegengegaan. Natuurlijk kapitaal vormt een eerste levensvoorwaarde.
  • Menselijk kapitaal. Hierbij staat de factor arbeid centraal. Het omvat het aantal uren dat mensen werken en de kwaliteit van het arbeidspotentieel afgemeten aan gezondheid en opleidingsniveau. Dit zijn tevens aspecten die de productiviteit van arbeid mede bepalen.
  • Sociaal kapitaal. Dit geeft de kwaliteit van sociale verbanden in de samenleving weer. Het wordt gemeten als de omvang van het vertrouwen dat burgers hebben in elkaar en in de belangrijkste instituties. Naast het vertrouwen van alle burgers kijken we ook naar het vertrouwen tussen verschillende groepen onderling, aan de hand van een indicator over discriminatiegevoelens: in hoeverre vinden mensen dat ze tot een groep behoren die ervaart dat deze niet volledig aan het maatschappelijk proces kan deelnemen of in zijn hoedanigheid niet volledig wordt geaccepteerd?

Brede welvaart ‘elders’

Brede welvaart ‘elders’ betreft de effecten van de keuzes die Nederlanders maken op banen, inkomens, (niet-hernieuwbare) hulpbronnen en het milieu in andere landen. Veel afwegingen die Nederlanders maken, hebben consequenties voor mensen in andere landen. Goederen en diensten die in andere landen zijn geproduceerd en in Nederland ingevoerd, leveren weliswaar elders banen en inkomens op, maar ze leggen ook een druk op de (niet-hernieuwbare) hulpbronnen en het milieu in die landen. In navolging van het rapport van de Commissie Brundtlandnoot4 besteedt de monitor bijzondere aandacht aan de armste landen in de wereld. Deze groep wordt hier vertegenwoordigd door de 46 armste landen volgens criteria van de VN, de ‘least developed countries’ (LDC’s).

De twee hoofdthema’s met betrekking tot de brede welvaart ‘elders’ zijn:

  • Handel en hulp. De handel die Nederland met andere landen drijft, kan de welvaart in die landen vergroten. Bij de invoer worden de continenten van herkomst Europa, Amerika, Azië, Afrika en Oceanië apart onderscheiden. Ontwikkelingshulp die Nederland geeft aan ontwikkelingslanden kan de brede welvaart in die landen vergroten. Hetzelfde geldt voor geld dat migranten overmaken aan familieleden in hun land van herkomst. Overigens leiden deze overdrachten niet noodzakelijkerwijs tot een grotere welvaart: dit geld wordt besteed aan zaken die niet per definitie ten goede komen aan de welvaart van de hele samenleving.
  • Milieu en grondstoffen. Niet-hernieuwbare hulpbronnen worden ingevoerd en gebruikt om goederen en diensten te produceren. Dit leidt tot uitputting van deze hulpbronnen in het buitenland, wat vooral een grote impact heeft op de (latere) welvaart in de armste landen. De productie van goederen en diensten die uit andere landen worden ingevoerd kan daar ter plaatse gepaard gaan met bijvoorbeeld CO2‑emissies, die dan direct gerelateerd zijn aan de Nederlandse consumptie en dus medebepalend zijn voor onze broeikasgasvoetafdruk.

Het meten van brede welvaart en de SDG’s

Hoofdlijnen

In deze monitor wordt een gestructureerde set van indicatoren gepresenteerd, gerangschikt naar de boven genoemde dimensies ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ en onderliggende thema’s. Samen geven deze indicatoren het beeld van de stand en de ontwikkeling van de brede welvaart.

Het combineren van het CES-raamwerk om brede welvaart te meten en de monitoring van de SDG’s heeft grote voordelen. Beide agenda’s streven inhoudelijk en beleidsmatig hetzelfde na: een duurzame(re) wereld en de weg daarnaartoe. Waar de benadering van brede welvaart een algemene intentie uitspreekt (een brede welvaart die inclusief en duurzaam is ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’), vertaalt de SDG-agenda deze in concrete doelstellingen die in 2030 behaald moeten zijn. Dit laatste geeft beleidsmakers meer concrete handvatten.

Koppeling van het brede-welvaartsraamwerk en de SDG’s heeft ook geholpen om de SDG-agenda meer concreet te kunnen vertalen naar de Nederlandse context. Met de brede-welvaartsindicatoren is het mogelijk om belangrijke onderliggende principes van de SDG-agenda, die moeilijk meetbaar zijn, toch inzichtelijk te maken. Verder helpt de integratie van de beide meetsystemen ook om de voortgang op de verschillende beleidsterreinen beter in kaart te brengen, dankzij de concrete doelen van de SDG’s.

Ten slotte geven de brede-welvaartsindicatoren die zijn ontleend aan het ‘hier en nu’-dashboard een duidelijk beeld of individuen of groepen kunnen profiteren van welvaartsontwikkelingen of juist achterblijven. Deze concrete uitwerking in hoofdstuk 3 helpt om het ‘leave no one behind’-principe uit de SDG-agenda invulling te geven.

In de dashboards van de brede-welvaarttrends en die van SDG’s wordt voor elke indicator de meest recente stand weergegeven. Deze is aangevuld met de berekende middellangetermijntrend over de periode 2014–2021. De buitenste ring van de ‘wielen’ bij de brede-welvaarttrends bevat bovendien de jaarmutatie van het meest recente verslagjaar. In deze editie is dat waar mogelijk 2021. Ook is aangegeven welke positie Nederland inneemt binnen de EU-27. De kleuren geven aan of de trend positief (groen), neutraal (grijs) of negatief (rood) is. Voor de positie in de EU geven de kleuren aan of die hoog (groen), midden (grijs) of laag (rood) is.

N.B. De monitor presenteert trends over de middellange termijn (laatste acht jaar), terwijl andere CBS-publicaties soms kortere of langere trendperiodes beslaan. Hierdoor kan het geschetste beeld in de monitor soms afwijken van wat het CBS elders beschrijft. Daarnaast is het goed te beseffen wat stijgende of dalende trends vanuit een welvaartsperspectief betekenen. Voor het bepalen van trend en positie wordt bij de indicatoren in de dashboards uitgegaan van het primaire of eerste-orde-effect op de brede welvaart.

De dashboards geven niet alleen met pijlen de richting van de trends aan (naar boven = stijgend; naar beneden = dalend), maar ook met kleuren (groen = stijgende brede welvaart; rood = dalende brede welvaart). Het kan dus voorkomen dat een pijl naar beneden (bijvoorbeeld een dalend aantal misdaadslachtoffers) een groene kleur krijgt, aangezien een daling van slachtoffers wordt gezien als een verbetering van de brede welvaart.

Soms gaan positieve ontwikkelingen op het ene terrein gepaard met negatieve op het andere: zo kan het stimuleren van economische groei leiden tot een hogere uitstoot van schadelijke stoffen. Andersom kunnen maatregelen gericht op een reductie van de broeikasgasuitstoot leiden tot een lagere economische groei. De monitor doet in dergelijke gevallen nadrukkelijk geen uitspraken over welke ontwikkelingen wenselijk zijn. Het CBS heeft verkend welke synergieën en afruilen er kunnen zijn tussen de verschillende duurzaamheidsdoelen en zet dit onderzoek voort.

De selectie van indicatoren

De indicatoren bij de brede-welvaartthema’s zijn geselecteerd aan de hand het CES-meetsysteem. Zo is er een duidelijke en traceerbare link met dit internationale raamwerk. Iedere indicator in de monitor is relevant binnen een thema uit meetsysteem. Hoofdstuk 1 (Brede-welvaarttrends) presenteert de ontwikkelingen en standen van deze indicatoren. Het betreft gemiddelden of totalen voor heel Nederland.

Aansluitend geeft hoofdstuk 3 voor indicatoren uit het dashboard voor de brede welvaart ‘hier en nu’ de verdeling over bevolkingsgroepen. Waar het niet mogelijk was om indicatoren over de gekozen groepen uit te splitsen, is een alternatieve indicator geselecteerd of is het betreffende thema niet opgenomen.

De indicatoren in hoofdstuk 4 laten de ontwikkelingen zien voor de 17 SDG’s tegen de achtergrond van relevant Nederlands beleid. Naast de SDG-monitoring in de Monitor Brede Welvaart publiceerde het CBS in 2021 op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken de reflectienota Vijf jaar implementatie SDG’s in Nederland.noot5 In deze tussenstand, vijf jaar na de nationale SDG-implementatie en tien jaar voordat de targets behaald moeten zijn, zijn uitkomsten aangevuld met beleid dat de departementen voeren om de targets in 2030 te behalen.

Hoofdstuk 4 maakt geen onderscheid tussen ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’, omdat de SDG-agenda dit ook niet doet. De indicatoren in hoofdstuk 4 zijn per SDG en per beleidsthema gerangschikt. Hierbij zijn de volgende categorieën indicatoren opgenomen:

  • Een selectie uit de internationaal afgestemde indicatorenset van de SDG’s, namelijk die indicatoren die voor de Nederlandse context relevant zijn. Hierbij wordt voortgebouwd op eerder werk van het CBS op het gebied van de SDG’s.noot6 Ook in de huidige editie zijn niet alle voor Nederland relevante SDG-indicatoren opgenomen. Voor een aantal indicatoren moet aanvullend onderzoek worden gedaan omdat de datakwaliteit niet voldoende is om te worden gebruikt in de monitor. Zo is de beschikbare informatie niet altijd voldoende actueel. Daarnaast ontbreken soms consistente tijdreeksen, die nodig zijn om na te gaan of indicatoren een significant stijgende of dalende trend vertonen. Daarbij valt ook op dat de SDG-agenda een grote nadruk legt op ‘hier en nu’-indicatoren, terwijl weinig indicatoren iets zeggen over het gebruik van hulpbronnen. Verder zijn er relatief veel ‘inputindicatoren’ in de SDG-lijst, maar zijn indicatoren die iets zeggen over de uitkomsten sporadischer aanwezig.
  • Vrijwel alle indicatoren die in hoofdstuk 1 de staat van de brede welvaart beschrijven en die aan het CES-raamwerk zijn ontleend. Deze dekken sommige beleidsthema’s beter dan andere. Deze CES-indicatoren zijn toegevoegd om de balans in de indicatorenset te waarborgen.
  • Aanvullende indicatoren die de systematiek in de SDG-dashboards ondersteunen, namelijk middelen die worden ingezet, de mogelijkheden die deze creëren, het gebruik dat van mogelijkheden wordt gemaakt, de uitkomsten die aan dat gebruik zijn gerelateerd en de beleving van burgers.

Kwaliteit en tijdigheid van de data

Datakwaliteit is een belangrijk criterium bij het selecteren van indicatoren. Passen de data bij het thema? Komen ze van een betrouwbare bron? Zijn ze compleet? Zijn ze consistent door de tijd? Het is ook belangrijke dat de indicator voor de andere EU-landen beschikbaar is: de positie van Nederland op de EU-ranglijst voor de verschillende welvaartsthema’s is een belangrijk onderdeel van de monitor.

Indicatoren die ook voor uiteenlopende demografische groepen beschikbaar zijn (zoals jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, hoog- en laagopgeleiden) verdienen de voorkeur. Daarmee kunnen we namelijk ook verdelingsaspecten van brede welvaart beschrijven (zie hoofdstuk 3). Met de komst van de regionale Monitor Brede welvaart weegt ook de mogelijkheid tot geografische uitsplitsing mee bij het bepalen van de datakwaliteit.

Aan de selectie van indicatoren is veel aandacht besteed, met name de tijdige beschikbaarheid ervan. Soms zijn goede indicatoren wel beschikbaar, maar is het meest recente cijfer te oud om relevant te zijn voor een Kamerdebat. Het CBS heeft forse inspanningen verricht om de tijdigheid van de indicatoren te verbeteren, en ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk informatie voor het meest recente verslagjaar (in deze editie: 2021) beschikbaar is. Cijfers voor 2021 in de dashboards met noot (A) betreffen een eerste indicatie die is opgenomen om het politieke debat te faciliteren. Deze snelle cijfers, vaak speciaal voor de monitor gemaakt, worden mogelijk later bijgesteld.

In een klein aantal gevallen zijn er voor een indicator te weinig datapunten in de periode 2014–2021 om een trend te kunnen berekenen. Als er minder dan drie datapunten zijn, is in de dashboards noot (B) geplaatst: in die gevallen gaat het niet om een stabiele of neutrale trend, maar om het ontbreken van een trendbepaling.

Omdat standaardmethoden voor de berekening van ontwikkelingen en jaarmutaties worden toegepast op alle indicatoren, is het mogelijk dat er verschillen zijn met andere CBS-publicaties.

Voor deze monitor is de gegevensverzameling afgesloten op 24 maart 2022. Dit betekent dat in de tijd tussen deze datum en de publicatie van de monitor op 18 mei 2022 (Verantwoordingsdag) voor een aantal indicatoren nieuwe cijfers beschikbaar zijn gekomen die niet meer verwerkt konden worden.

Dataset: tijdreeksen en regionale verdelingen

Het CBS stelt bij de monitor lange tijdreeksen van de indicatoren beschikbaar in aanvullende Excel-tabellen op de website. Deze tabellen bevatten – waar mogelijk – tijdreeksen vanaf 1995. In de visualisaties in de samenvatting, de ‘wielen’, kan interactief de positie van Nederland door de tijd gevolgd worden. Niet alle in deze publicatie opgenomen data zijn van het CBS afkomstig. De Excel-tabellen bevatten meer informatie over de gebruikte indicatoren. In deze metadata zijn ook steeds de bronnen vermeld.

Het kabinet investeert in de periode 2018–2022 in de Regio Envelop, waarmee Regio Deals worden ondersteund. Deze Regio Deals gaan grote maatschappelijke uitdagingen aan en dienen alle bij te dragen aan de ontwikkeling van de brede welvaart. Om dit te kunnen beoordelen, wil het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de brede welvaartsontwikkeling op regionaal niveau kunnen volgen. Hiervoor heeft het CBS een monitor ontwikkeld waarin de basisinformatie in samenhang wordt gepresenteerd op een manier die aansluit bij de Monitor Brede Welvaart & de SDG’s. In december 2021 is, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een tweede regionale Monitor uitgebracht. Hierin wordt een beeld geschetst van de brede welvaart ‘hier en nu’ en ‘later’ in gemeenten, provincies en COROP-gebieden. Tezamen geven de indicatoren een breder beeld van regionale samenleving dan alleen de economische aspecten.

Noten

UNECE, 2014, Conference of European Statisticians (CES) Recommendations on Measuring Sustainable Development. United Nations, New York/Genève.

Stiglitz, J. E., A. Sen en J.-P. Fitoussi, 2009, Report by the Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress. Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress, Parijs.

VN, 2015, UN, 2015, Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development; Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2014 (A/Res/70/1). New York: United Nations.

WCED, 1987, Our Common Future. World Commission on Environment and development, Oxford.

CBS, 2021, Vijf jaar implementatie SDG’s in Nederland, 2016–2020. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2016, Meten van SDG’s: een eerste beeld voor Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2018, Duurzame ontwikkelingsdoelen: de stand voor Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

De Samenvatting biedt een beknopt overzicht van de ontwikkelingen bij de welvaartsthema’s ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ en laat zien hoe Nederland presteert op het gebied van de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s).

In hoofdstuk 2, Brede-welvaarttrends, worden de indicatoren bij de welvaartsthema’s ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ meer in detail beschreven. Dit hoofdstuk gaat ook kort in op de relatie met uitkomsten uit de Natuurlijk Kapitaalrekeningen over het gebruik van de – in Nederland schaarse – ruimte<> en de samenhang tussen circulaire economie en de SDG’s

De brede welvaart in het ‘hier en nu’ is niet gelijk verdeeld over de bevolkingsgroepen en de regio’s binnen Nederland. Zie hiervoor Hoofdstuk 3 Verdeling van brede welvaart en de Regionale monitor brede welvaart.

Hoofdstuk 4, Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) in de Nederlandse context, beschrijft afzonderlijke thema’s binnen de brede welvaart, gegroepeerd naar de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN.

Hoofdstuk 5, ten slotte, gaat in op de vraag hoe schokbestendig de onderliggende systemen van onze brede welvaart zijn, nu en in de toekomst.

De uitkomsten van de Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2022 kunnen niet zonder meer vergeleken worden met de cijfers uit voorgaande edities. Bijvoorbeeld omdat voorlopige cijfers vervangen zijn door definitieve, ander bronnen zijn gebruikt, of tijdreeksen zijn gereviseerd.

De afsluitdatum van de gegevensverwerking was 24 maart 2022.

Op de website van het CBS is alle onderliggende informatie toegankelijk gemaakt, inclusief een technische toelichting bij de Monitor Brede Welvaart & de SDG’s, en tabellen met de gebruikte data.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.