Werk
Jongeren op de arbeidsmarkt
In 2018 steeg zowel het aantal als het percentage jongeren met werk en daalde de jeugdwerkloosheid verder. Daarmee bereikte het werkloosheidspercentage voor jongeren het laagste punt in de afgelopen tien jaar. Het percentage 15- tot 27‑jarige werknemers met werkgerelateerde psychische vermoeidheidsklachten nam in de afgelopen jaren toe, en bijna een derde van de jongere werknemers gaf aan vaak of altijd een hoge werkdruk te ervaren.
6.1Arbeidsdeelname
Twee derde van de jongeren heeft betaald werk
In 2018 had 67 procent van de 15- tot 27‑jarigen betaald werk, dat zijn ruim 1,7 miljoen jongeren. Daarmee is het percentage jongeren met werk weer verder toegenomen ten opzichte van 2017, toen nog 65 procent werkzaam was. In 2008 was de nettoarbeidsparticipatie onder jongeren met 68 procent iets hoger. Jongeren die nog onderwijs volgen hadden met 60 procent minder vaak betaald werk dan niet-onderwijsvolgende jongeren, waarvan 82 procent werkte.
Arbeidsparticipatie onder jongeren relatief laag in G4‑gemeenten
De nettoarbeidsparticipatie lag in 2017 bij jongeren in alle G4‑gemeenten onder het landelijk gemiddelde. Zo werkte in zowel Amsterdam als Utrecht 64 procent van de jongeren van 15 tot 27 jaar. In Rotterdam (59 procent) en Den Haag (56 procent) was dat minder.
In 2017 telde Nederland 31 gemeenten met een inwonertal van 100 duizend of meer. Van deze groep gemeenten was de nettoarbeidsparticipatie onder jongeren veruit het hoogst in de gemeente Westland; bijna 80 procent van de jongeren van 15 tot 27 jaar had hier betaald werk. Ook in de gemeenten Den Bosch, Alphen aan de Rijn, Alkmaar, Haarlemmermeer, Ede en Venlo (allen 70 procent) was relatief een groot aandeel jongeren werkzaam. In Maastricht (44 procent), Delft (49 procent) en Groningen (55 procent) was dit juist lager in vergelijking met de andere gemeenten met 100 duizend inwoners of meer.
Wanneer ook de overige gemeenten worden meegenomen, blijkt dat in 2017 de nettoarbeidsparticipatie onder jongeren relatief hoog was in de gemeenten Boekel, Urk en Texel (81 procent). In Wageningen (40 procent), Laren en Wassenaar (beiden 44 procent) was de groep werkende jongeren het kleinst.
Jongeren met migratieachtergrond hebben minder vaak werk
Van de jongeren van 15 tot 27 jaar met een Nederlandse achtergrond had 71 procent in 2018 werk. Bij de jongeren met een westerse migratieachtergrond of niet-westerse migratieachtergrond was dat percentage over het algemeen lager. Binnen deze laatstgenoemde groep hadden jongeren met een Surinaamse achtergrond het vaakst werk, 15- tot 27‑jarigen met een Antilliaanse achtergrond werkten het minst.
Jeugdwerkloosheid lager dan voor crisis
Van 2008 tot 2013 steeg de werkloosheid onder jongeren van 15 tot 27 jaar sterk. Daarna nam deze ieder jaar weer wat af. In 2018 was nog 6,5 procent van de jongeren van 15 tot 27 jaar werkloos. Met 6,5 was het werkloosheidspercentage zelfs lager dan in 2008, toen 7,4 procent van de jongeren werkloos was. Onder jongeren waren scholieren of studenten vaker werkloos (7,6 procent) dan de niet-onderwijsvolgenden (4,7 procent).
6.2Arbeidskenmerken
Scholieren en studenten werken gemiddeld 14 uur per week
Van de jongeren tussen de 15 en 27 jaar zit het grootste deel nog op school of studeert. Als zij werken doen ze dat daarom vooral in bijbanen voor een relatief klein aantal uren per week. Gemiddeld werkten werkzame scholieren en studenten 14 uur per week in 2018, bij de niet-onderwijsvolgende jongeren was dat 34 uur per week. De gemiddelde arbeidsduur nam na 2008 onder alle jongeren af, maar is sinds 2015 weer wat gestegen.
Voor het eerst weer minder jongeren met flexibele arbeidsrelatie
Jongeren hebben voornamelijk flexibele arbeidscontracten. In 2018 had 60 procent een flexibel contract. Daarmee was dit aandeel, dat sinds 2008 ieder jaar toenam, voor het eerst wat lager dan een jaar daarvoor. In 2017 had nog 62 procent van de jongeren van 15 tot 27 jaar een flexibele arbeidsrelatie als werknemer.
Scholieren of studenten hadden met 73 procent vaker een flexibel contract dan jongeren die geen opleiding volgen. Van hen had 40 procent een flexibele arbeidsrelatie. Van de onderwijsvolgende jongeren met een flexibel contract was het grootste deel oproep- of invalkracht. Bij de niet-onderwijsvolgenden kwam een tijdelijk contract met uitzicht op vast het vaakst voor onder de personen met een flexibele arbeidsrelatie als werknemer.
In 2018 had 34 procent van alle jongeren met een baan een vaste arbeidsrelatie. De niet-onderwijsvolgende jongeren (52 procent) hadden meer dan twee keer zo vaak een vast contract als scholieren of studenten (23 procent). Daarnaast werkte 6 procent van de 15- tot 27‑jarigen als zelfstandige.
Scholieren en studenten vaakst werkzaam als vakkenvuller
Van alle werkzame scholieren en studenten was in 2018 de grootste groep werkzaam als lader, losser of vakkenvuller: 14 procent. Als tweede komt het werken in de horeca aan de bar of als ober (12 procent), gevolgd door het werken als verkoopmedewerker (11 procent).
Onder de niet-onderwijsvolgende jongeren was de grootste groep (6 procent) verkoopmedewerker in de detailhandel, gevolgd door het werken in de horeca aan de bar of als ober (4 procent) en sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders (ook 4 procent).
Doorsnee jaarinkomen van onderwijsvolgende jongeren bijna 5 000 euro
Het doorsnee (mediane) persoonlijk primair jaarinkomen van 15- tot 27‑jarige werknemers die onderwijs volgen bedroeg 4 800 euro in 2017. Bij jonge mannen was dat met 5 200 euro hoger dan de 4 400 euro die vrouwen van 15 tot 27 jaar verdienden.
Jongere werknemers die geen onderwijs meer volgen verdienden in 2017 met een doorsnee jaarinkomen van 27 500 euro aanzienlijk meer. Hierbij was het verschil tussen de jaarinkomens van jonge vrouwen en mannen ook groter: 25 100 euro om 30 000 euro per jaar. Dat heeft er grotendeels mee te maken dat jonge vrouwen minder uren werkten. Worden alleen de voltijdwerkende jongeren vergeleken, dan bedroeg het doorsnee jaarinkomen bij mannen 34 700 euro en bij vrouwen 33 900 euro.
6.3Arbeidsomstandigheden
Meer jongere werknemers last van psychische vermoeidheidsklachten
In 2018 gaf 15 procent van de werknemers tussen de 15 en 27 jaar aan een enkele keer per maand of vaker last te hebben van psychische vermoeidheidsklachten (burn-outklachten) door het werk. Dat percentage is toegenomen: in 2014 bedroeg dat nog 10 procent van de jongere werknemers. Met name tussen 2017 en 2018 steeg de groep jongere werknemers met vermoeidheidsklachten sterk. Werknemers van 27 jaar of ouder waren met 18 procent gemiddeld wel vaker psychisch vermoeid door het werk dan de jongere werknemers. Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018 van CBS en TNO.
Jonge werknemers die geen onderwijs meer volgen hadden in 2018 bijna twee keer zo vaak last van psychische vermoeidheidsklachten door het werk als scholieren of studenten: respectievelijk 21 versus 11 procent. Jonge vrouwen (16 procent) rapporteerden daarnaast wat vaker werkgerelateerde psychische vermoeidheidsklachten dan mannen (14 procent), al was de toename van het percentage werknemers met deze klachten tussen 2017 en 2018 juist sterker onder jonge mannen.
Bijna een derde jonge werknemers ervaart regelmatig hoge werkdruk
In 2018 gaf 31 procent van de werknemers tussen de 15 en 27 jaar aan vaak of altijd een hoge werkdruk te ervaren. Dat is wat lager dan een jaar daarvoor. Onder 15- tot 27‑jarige vrouwen was het aandeel werknemers dat regelmatig een hoge werkdruk ervaart met 33 procent hoger dan bij de mannen, waarvan 29 procent dat aangaf. Jongere werknemers ervoeren wel minder vaak een hoge werkdruk dan werknemers die 27 jaar of ouder waren: daarvan had 40 procent in 2018 hiermee te maken.
Van de jongere werknemers die nog deelnemen aan onderwijs gaf 28 procent aan een hoge werkdruk te ervaren. Bij werknemers die geen onderwijs meer volgen was dat 36 procent.
Ruim drie kwart van de jongeren tevreden met werk
In 2018 was 77 procent van de jonge werknemers (zeer) tevreden met zijn of haar werk. Dat is ongeveer een even hoog percentage als bij de werknemers van 27 jaar of ouder en een percentage dat vergelijkbaar is met eerdere jaren. Onderwijsvolgenden waren (78 procent) iets meer tevreden dan niet-onderwijsvolgende werknemers (75 procent).
Van de meest voorkomende beroepen onder scholieren of studenten waren onder 15- tot 27‑jarige werknemers met 82 procent de kelners en het barpersoneel het vaakst tevreden met het werk. Kassamedewerkers waren met 70 procent het minst vaak (zeer) tevreden. Onder de niet-onderwijsvolgende jongeren waren de leidsters in de kinderopvang en onderwijsassistenten met 85 procent verreweg het vaakst tevreden met hun werk. Vakkenvullers waren met 64 procent het minst tevreden.
6.4Begrippen
Beroepsbevolking
Personen die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking) of die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Flexibele arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd óf een flexibel aantal uren per week.
Nettoarbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Persoonlijk primair inkomen
Het persoonlijk primair inkomen bevat het bruto-inkomen van een persoon uit arbeid en uit eigen onderneming. Inkomen uit arbeid bestaat uit het brutoloon (inclusief de werknemers- en werkgeversbijdrage in de premies voor de sociale verzekeringen), bonussen en de beloning van arbeid die niet in dienstbetrekking is verricht. Ook loon in natura zoals de waarde van het privégebruik van de auto van de werkgever is hiertoe gerekend. Inkomen uit eigen onderneming vormt de beloning van zelfstandigen voor de inzet van hun arbeid en ondernemingsvermogen.
Vaste arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week.
Werkdruk
Werkdruk wordt ook wel omschreven als taakeisen. Dit is gemeten met drie enquêtevragen:
- Moet u extra hard werken om iets af te krijgen?
- Moet u heel veel werk doen?
- Moet u erg snel werken?
De antwoordcategorieën zijn bij elke vraag: altijd (score 4), vaak (score 3), soms (score 2) of nooit (score 1). Als iemand gemiddeld op de drie uitspraken een score heeft van 2,5 of hoger, dan er is sprake van altijd of vaak een hoge werkdruk.
Werkgerelateerde psychische vermoeidheidsklachten
Psychische vermoeidheid door het werk wordt gemeten aan de hand van vijf uitspraken:
- Ik voel me emotioneel uitgeput door mijn werk.
- Aan het einde van een werkdag voel ik me leeg.
- Ik voel me moe als ik ’s morgens opsta en geconfronteerd word met mijn werk.
- Het vergt heel veel van mij om de hele dag met mensen te werken.
- Ik voel me compleet uitgeput door mijn werk.
De antwoordmogelijkheden hierbij zijn: nooit, enkele keren per jaar, maandelijks, enkele keren per maand, wekelijks, enkele keren per week of elke dag. Als iemand gemiddeld op de vijf uitspraken enkele keren per maand of vaker antwoordt, dan is sprake van werkgerelateerde psychische vermoeidheid.
Werkloze beroepsbevolking
Personen zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Werkzame beroepsbevolking
Personen die betaald werk hebben. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
6.5Meer informatie en literatuur
Meer informatie
Cijfers over arbeidsdeelname en werkloosheid onder jongeren in Nederland zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine en StatLine.
Cijfers over duurzame inzetbaarheid van werknemers (waaronder tevredenheid met werk) zijn te vinden op StatLine.
Cijfers over de psychosociale arbeidsbelasting van werknemers (waaronder psychische vermoeidheidsklachten en werkdruk) zijn te vinden op StatLine.
Relevante publicaties
CBS (2019, 13 mei). Mijlpalen twintigers schuiven op. CBS nieuwsbericht.
CBS (2019, 18 april). Het aanbod van arbeid. De arbeidsmarkt in cijfers 2018.
CBS (2019, 18 april). Arbeidsomstandigheden. De arbeidsmarkt in cijfers 2018.
CBS (2019, 25 februari). Steeds meer scholieren hebben een bijbaan. CBS nieuwsbericht.
CBS (2019, 14 februari). Aantal flexwerkers in 15 jaar met drie kwart gegroeid. CBS nieuwsbericht.
CBS (2019, 19 januari). Verschil arbeidsdeelname mannen en vrouwen weer kleiner. CBS nieuwsbericht.