Foto omschrijving: Mensen met hindoestaanse afkomst zijn gevoelig hart en vaatziekten, overgewicht en diabestes en worden hierop gecontroleerd.

Gezondheid

De gezondheid van personen met een Nederlandse achtergrond is doorgaans beter dan die van personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Personen met een niet-westerse achtergrond hebben hogere zorgkosten en ervaren hun eigen gezondheid minder vaak als (zeer) goed. Dit hoofdstuk beschrijft verschillen in gezondheidsbeleving, rookgedrag, obesitas, zorgkosten en medicijngebruik naar migratieachtergrond.

Gezondheidsbeleving bij niet-westerse achtergrond minder goed

Personen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond ervaren hun gezondheid minder vaak als (zeer) goed dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Dit geldt het sterkst voor mensen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond. In de leeftijdsgroep van 12 tot 65 jaar ervaart 64 procent van de Marokkanen de eigen gezondheid als (zeer) goed, tegen 83 procent van de mensen zonder migratieachtergrond. Dit is extra opmerkelijk omdat personen met een Marokkaanse migratieachtergrond gemiddeld een stuk jonger zijn dan personen zonder migratieachtergrond en jonge mensen gemiddeld positiever zijn over hun gezondheid dan ouderen.

Turken, Marokkanen, Surinamers en Antilianen van de eerste generatie ervaren de eigen gezondheid duidelijk minder vaak als (zeer) goed dan de tweede generatie. Bij Marokkanen en Turken is het verschil tussen de generaties het grootst. Hier speelt mee dat tweede generatie, geboren in Nederland, aanzienlijk jonger is dan de eerste generatie.

Het aandeel mensen met een als (zeer) goed ervaren gezondheid is tussen 2003/2007 en 2013/2017 niet significant veranderd; dit geldt voor alle herkomstgroepen.

Eerste generatie met Turkse achtergrond rookt vaakst

Personen met een Marokkaanse achtergrond rookten in de periode 2013–2017 duidelijk minder vaak (14 procent) dan mensen met een Nederlandse achtergrond (25 procent). Turken rookten met 35 procent juist relatief vaak. Mensen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond verschillen op het gebied van roken weinig van mensen zonder migratieachtergrond, al rookten Surinamers met 28 procent iets meer.

Marokkanen en Turken van de eerste generatie roken vaker dan hun herkomstgenoten van de tweede generatie. Bij Surinamers en Antillianen verschilt het aandeel rokers niet tussen de generaties.

In de periode 2013–2017 rookten in Nederland minder mensen dan in de periode 2003–2007. Deze daling is zowel bij mensen met een Nederlandse achtergrond zichtbaar als bij mensen met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond. Alleen bij Antillianen was de daling niet statistisch significant.

22 procent Antillianen heeft ernstig overgewicht

Personen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond hebben vaker ernstig overgewicht (obesitas) dan mensen zonder migratieachtergrond. Van de personen met een Antilliaanse achtergrond is 22 procent obees, tegen 11 procent bij personen met een Nederlandse achtergrond.

Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen van de eerste generatie kampen vaker met obesitas dan de tweede generatie. Hierbij speelt mee dat de eerste generatie gemiddeld ouder is en ouderen over het algemeen vaker ernstig overgewicht hebben dan jongeren.

Tussen 2003/2007 en 2013/2017 steeg het aandeel personen van 12 tot 65 jaar met obesitas. Dat gold zowel voor mensen zonder migratieachtergrond als voor mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. Bij Surinamers en Antillianen was de stijging niet statistisch significant.

Tot 65 jaar hogere zorgkosten bij niet-westerse achtergrond

Met het toenemen van de leeftijd neemt de gezondheid af en stijgen de zorgkosten. Dit geldt zowel voor mensen met een Nederlandse als met een migratieachtergrond. Voor iedere leeftijdsgroep geldt dat de zorgkosten van mannen en vrouwen met een niet-westerse achtergrond in 2016 hoger waren dan van mensen met een Nederlandse of andere westerse achtergrond.

Een moeilijkheid bij de vergelijking van groepen met en zonder migratieachtergrond is dat de groepen aanmerkelijk verschillen in leeftijdsopbouw. Zo zijn er op dit moment bijvoorbeeld nog betrekkelijk weinig oudere migranten, terwijl ouderen de hoogste zorgkosten hebben.

Als voor de leeftijd tot 65 jaar wordt gecorrigeerd voor leeftijdsverschillen (door standaardisatie naar de leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking) kunnen migratiegroepen worden vergeleken zonder dat leeftijd een rol speelt. De zorgkosten van mensen met een niet-westerse achtergrond blijken in 2016 dan 14 procent hoger dan voor personen met een Nederlandse achtergrond. Voor personen met een Surinaamse, Turkse en Antilliaanse achtergrond zijn de zorgkosten circa 24 procent hoger dan voor mensen met een Nederlandse achtergrond; voor mensen met een Marokkaanse achtergrond liggen de zorgkosten 15 procent hoger. Overige niet-westerse personen hebben zorgkosten die gelijk zijn aan die van mensen met een Nederlandse achtergrond. Voor mensen met een andere westerse achtergrond geldt dat de zorgkosten 6 procent lager liggen dan van mensen met een Nederlandse achtergrond.

In alle herkomstgroepen zijn de zorgkosten voor vrouwen tot 65 jaar hoger dan voor mannen, voor een belangrijk deel vanwege kosten voor zwangerschap en bevalling. Bij vergelijking van de migratiegroepen onderling blijken de verschillen in zorgkosten tussen mannen echter groter dan tussen vrouwen. Zo liggen de zorgkosten van mannen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond bijvoorbeeld 33 procent hoger dan die van mannen met een Nederlandse achtergrond.

Hoogste kosten GGZ-zorg voor mannen met Antilliaanse achtergrond

Kijken we naar het type zorg waarvoor de meeste kosten worden gemaakt, dan blijkt dat vooral kosten voor gespecialiseerde GGZ-zorg en geneesmiddelen onder niet-westerse mannen relatief hoog zijn ten opzichte van mannen met een Nederlandse achtergrond. Voor Antilliaanse mannen waren in 2016 de gemiddelde kosten voor GGZ per persoon met 387 euro het dubbele van de kosten van mannen met een Nederlandse achtergrond (185 euro). Ook voor Surinaamse en Marokkaanse mannen waren GGZ-kosten met respectievelijk 355 euro en 315 euro per persoon relatief hoog. Voor mannen met een Turkse of overig niet-westerse achtergrond lagen de kosten respectievelijk 16 procent en 18 procent hoger dan voor mannen met een Nederlandse achtergrond. Bij kosten voor medicijnen zijn de verschillen tussen de niet-westerse groepen minder groot. Mannen met een overig niet-westerse achtergrond hadden met gemiddeld 280 euro de hoogste medicijnkosten.

Mannen met Marokkaanse achtergrond vaakst antipsychotica

Mannen en vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond kregen in 2016 vaker een antipsychoticum verstrekt dan mannen en vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Als wordt gestandaardiseerd naar de leeftijdsopbouw van mannen en vrouwen in de totale Nederlandse bevolking onder 65 jaar, dan blijkt dat bijna 5 procent van de Marokkaanse mannen tot 65 jaar een antipsychoticum krijgt verstrekt; meer dan driemaal zo veel als mannen met een Nederlandse achtergrond. Voor mannen met een Turkse achtergrond is dat aandeel met 4 procent iets lager. Bij mensen met een Nederlandse of andere westerse achtergrond is het aandeel mannen en vrouwen tot 65 jaar dat antipsychotica krijgt vrijwel gelijk (ruim 1 procent). Gemiddeld krijgen niet-westerse mannen anderhalf keer vaker antipsychotica dan niet-westerse vrouwen. Bij mensen met een Marokkaanse achtergrond is het verschil tussen mannen en vrouwen het grootst: bijna tweemaal zoveel mannen als vrouwen krijgen antipsychotica.

Turkse vrouwen krijgen vaakst antidepressiva

Vrouwen krijgen vaker antidepressiva verstrekt dan mannen; dat geldt voor alle herkomstgroeperingen. Van de Nederlandse vrouwen tot 65 jaar kreeg bijna 7 procent in 2016 een antidepressivum; van de Nederlandse mannen was dat 3,6 procent. Gestandaardiseerd voor de leeftijdsopbouw van de totale bevolking tot 65 jaar is het aandeel personen dat een antidepressivum krijgt verstrekt het hoogst onder Turkse vrouwen: 12 procent. Personen met een westerse migratieachtergrond krijgen minder vaak antidepressiva dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Vrouwen met een niet-westerse achtergrond krijgen ongeveer even vaak een antidepressivum als Nederlandse vrouwen, maar de verschillen tussen niet-westerse migratiegroepen zijn aanzienlijk. Vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond gebruiken vaker antidepressiva dan Nederlandse vrouwen en andere niet-westerse groepen juist minder vaak. Bij mannen geldt ongeveer hetzelfde, behalve dat de niet-westerse groep als geheel vaker antidepressiva krijgt dan de Nederlandse groep.

Mensen met een Marokkaanse achtergrond krijgen op iedere leeftijd het vaakst diabetesmiddelen

Mensen met een migratieachtergrond krijgen vaker een diabetesmiddel (insuline of een ander bloedglucoseverlagend middel) dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Dat is opvallend omdat mensen met een Nederlandse achtergrond gemiddeld ouder zijn en ouderen vaker lijden aan (ouderdoms-)diabetes. Van de mensen met een migratieachtergrond is het aandeel personen dat diabetesmiddelen krijgt bij mensen met een Surinaamse achtergrond met bijna 9 procent het grootst. Echter, als de migratiegroepen per leeftijdscategorie worden vergeleken dan krijgen personen met een Marokkaanse achtergrond het vaakst middelen tegen suikerziekte verstrekt. Omdat mensen met een Surinaamse achtergrond gemiddeld ouder zijn dan die met een Marokkaanse achtergrond, krijgt de totale groep met een Surinaamse achtergrond relatief toch vaker een diabetesmiddel.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Copyright foto’s: Hollandse Hoogte

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2017–2018 2017 tot en met 2018
2017/2018 Het gemiddelde over de jaren 2017 tot en met 2018
2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2017 en eindigend in 2018
2015/’16–2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2015/’16 tot en met 2017/’18

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Redactie

Martine de Mooij, Caroline Bloemendal en Dion Dieleman

Eindredactie

Annelie Hakkenes-Tuinman

Opmaakcoördinatie

Roel Schaart

Monitordeel

  1. Bevolking
    Carel Harmsen, Vincent de Heij, Niels Kooiman en Dominique van Roon
  2. Onderwijs
    Marijke Hartgers, Nelet Kuipers en Frank Linder
  3. Sociaaleconomische positie
    Ruben van Gaalen, Willem Gielen, Vincent de Heij, Frank Hoekema en Johan van Rooijen
  4. Criminaliteit
    Jurriën de Jong, Rob Kessels, Rianne Kloosterman, Michelle van Rosmalen en Wim Vissers
  5. Gezondheid
    Jan-Willem Bruggink en Laura Voorrips
  6. Sociale samenhang en participatie
    Hans Schmeets

Verdiepend deel

  1. Veranderingen in relatie- en gezinsvorming binnen de tweede generatie
    Gusta Wachter (NIDI/KNAW/RuG) en Helga de Valk (NIDI/KNAW/RuG)
  2. Schooluitval onder de tweede generatie
    Eva van der Heijden (IISG/KNAW/LEI) en Helga de Valk (NIDI/KNAW/RuG)