De verwevenheid van Nederland met Frankrijk in mondiale waardeketens
Frankrijk behoort tot de belangrijkste handelspartners van Nederland. In 2024 exporteerde Nederland voor 60,3 miljard euro aan goederen en diensten naar Frankrijk. Na aftrek van kosten voor ingevoerde grondstoffen, halffabricaten en ondersteunende diensten hield Nederland daar 21,0 miljard euro aan over. Welke bedrijfstakken verdienen het meest aan de productie van deze export? Hoeveel banen zijn daarmee gemoeid? Wat verdient Nederland als toeleverancier aan de export van Frankrijk naar andere landen? In 2024 bedroeg de invoer uit Frankrijk 34,5 miljard euro. Hoe werd deze invoer binnen de Nederlandse economie ingezet? Hoeveel houdt Frankrijk over aan deze invoer? En is dat meer of minder dan wat Nederland aan de export naar Frankrijk verdient? Dit hoofdstuk geeft antwoord op deze en andere vragen door de verwevenheid van Nederland met Frankrijk in mondiale waardeketens te analyseren.
5.1Inleiding
De afgelopen decennia zijn productieprocessen opgeknipt en vinden deelprocessen plaats daar waar dit het meest kostenefficiënt is. In deze mondiale waardeketens importeren bedrijven grondstoffen, halffabricaten en ondersteunende diensten, voegen waarde toe door het verwerken van deze producten om deze vervolgens te exporteren als halffabricaat, ondersteunende dienst of eindproduct. Tegenwoordig bestaat meer dan twee derde van de wereldhandel uit zogenoemde intermediaire producten zoals grondstoffen en halffabricaten die bestemd zijn voor verdere verwerking (Wereldbank & WHO, 2019).
In recente jaren is het businessmodel van mondiale waardeketens toenemend onder druk komen te staan. Tijdens de Covid-19 pandemie bleken mondiale waardeketens kwetsbaar voor verstoringen. Just-in-time systemen kwamen tot stilstand vanwege productieonderbrekingen en in enkele gevallen zelfs door grenssluitingen eerder in toeleveringsketens. De Russische inval in Oekraïne zorgde, naast verstoringen in toeleveringsketens als direct gevolg van oorlogshandelingen, ook voor het besef dat afhankelijkheden van energie en grondstoffen van Rusland niet langer houdbaar zijn. Zeker omdat deze afhankelijkheden meer en meer als geopolitiek wapen worden ingezet. Dat het risicovol is om voor de aanvoer van bepaalde grondstoffen en halffabricaten afhankelijk te zijn van één of enkele landen bleek vorig jaar ook uit de Nexperia-affaire, waarbij China de toelevering van microchips aan de Europese auto-industrie afkneep als reactie op het ingrijpen van de Nederlandse overheid in het bedrijf dat tot voor kort onder Chinese zeggenschap stond. Terwijl deze acties vaak worden geassocieerd met geopolitieke rivalen zoals Rusland en China, zorgde ook het handelsbeleid van bondgenoot Verenigde Staten voor onzekerheden in toeleveringsketens, onder meer door het dreigen met en daadwerkelijk instellen van invoerheffingen op Europese halffabricaten en eindproducten.
De geopolitieke ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande verstoringen in waardeketens hebben ook bijgedragen aan algehele prijsstijgingen, waardoor het concurrentievermogen van de Nederlandse en Europese economie onder druk is komen te staan. In recente jaren is ook bij politici en beleidsmakers het besef doorgedrongen dat de leveringszekerheid van bepaalde goederen niet gegarandeerd is en dat er aan afhankelijkheden van bepaalde landen risico’s verbonden zijn. De EU en de Nederlandse regering pleiten voor open strategische autonomie, waarmee de EU minder afhankelijk wordt van niet-EU-landen voor bijvoorbeeld kritieke grondstoffen en essentiële technologieën (D66, VVD & CDA, 2026; Europese Commissie, 2023). Tijdens (geopolitieke) crises kunnen de toeleveringsketens van deze kritieke grondstoffen en essentiële technologieën namelijk belemmerd worden.
Nederland als knooppunt in Europese en mondiale waardeketens
Nederland is een belangrijk scharnierpunt tussen overzeese markten en het Europese achterland vanwege de Rotterdamse haven (Franssen et al., 2020). De export is goed voor ongeveer een derde van het Nederlandse bbp en de Nederlandse werkgelegenheid (Prenen et al., 2025). Dit leidt tot banen, bedrijfswinsten en lonen, doordat bedrijven direct exporteren of indirect via hun rol als toeleverancier van andere exporterende bedrijven die de buitenlandse markt bedienen.
Frankrijk hoort met Nederland tot één van de zes oorspronkelijke grondleggers van de Europese Economische Gemeenschap en daarmee van de Europese interne markt. Frankrijk is na Duitsland de grootste economie binnen de huidige Europese Unie (EU) en in de hoofdstukken 2 en 3 is al beschreven dat het een belangrijke handelspartner is voor Nederland. Naast dat Frankrijk de grootste landbouwsector heeft in de EU, heeft het ook een sterke industriële basis, waarbij voedingsmiddelen, chemie en de transportmiddelenindustrie de boventoon voeren (OESO, 2021).
De Franse regering zet zwaar in op reshoring (terughalen van productie) en friendshoring (samenwerking met bondgenoten) in zijn France 2030‑plan. De focus ligt op herindustrialisatie van strategische sectoren zoals de farmaceutische industrie, de halfgeleiderindustrie en hernieuwbare energie. De Franse overheid stimuleert dit met subsidies en fiscale voordelen om de industriële bijdrage aan het bbp, die decennia daalde, weer op te krikken (Ministry for Europe and Foreign Affairs, 2020). Als tweede grootste economie heeft Frankrijk een belangrijke rol binnen EU-waardeketens. Het merendeel van de Franse handel in intermediaire goederen vindt plaats met EU-landen (Fritsch & Mathes, 2017).
In dit hoofdstuk focussen we op de rol van Nederland in de Franse handel in intermediaire goederen om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van de verwevenheid van Nederland met Frankrijk in mondiale waardeketens. Naast de wederzijdse exportverdiensten zal er ook gekeken worden naar de Nederlandse afhankelijkheden van import uit Frankrijk en hoe deze import in de Nederlandse economie wordt ingezet. Daarmee pogen we om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van de verwevenheid van Nederland met Frankrijk in mondiale productieketens.
Daarbij staan de volgende onderzoeksvragen centraal:
- Wat is het belang van de rechtstreekse export naar Frankrijk voor de Nederlandse economie
in termen van verdiensten en werkgelegenheid?
- Wat verdiende het Nederlandse bedrijfsleven aan de directe export naar Frankrijk in 2024? En hoeveel werkgelegenheid leverde dat op?
- Hoe is de verhouding exportverdiensten en voltijdbanen dankzij de export van goederen van Nederlandse makelij, wederuitvoer en de export van diensten?
- Welke bedrijfstakken verdienen het meest aan de directe export naar Frankrijk? En hoeveel voltijdbanen zijn daarmee gemoeid?
- Aan welke geëxporteerde goederen en diensten werd het meest verdiend?
- Op welke wijze profiteert Nederland van de export naar Frankrijk in mondiale waardeketens?
- In welke mate verdient Nederland aan de indirecte export naar Frankrijk? Via welke andere handelspartners verloopt deze export en welke bedrijfstakken zijn hierbij betrokken?
- In welke mate is Frankrijk de eindbestemming van de Nederlandse (in)directe export, en in welke mate vervolgen deze producten hun reis in mondiale productieketens na verdere verwerking in Frankrijk?
- Wat doet Nederland met de invoer van goederen en diensten uit Frankrijk?
- Welke invoer is bestemd voor binnenlandse consumptie en welke voor wederuitvoer?
- Welke uit Frankrijk geïmporteerde goederen en diensten worden ingezet in Nederlandse productieprocessen?
- Op welke wijze profiteert Frankrijk van de export naar Nederland in mondiale waardeketens?
- In welke mate verdient Frankrijk aan de (in)directe export naar Nederland? Via welke andere handelspartners verloopt deze export en welke bedrijfstakken zijn hierbij betrokken?
- In welke mate is Nederland de eindbestemming van de Franse (in)directe export, en in welke mate vervolgen deze producten hun reis in mondiale productieketens na verdere verwerking in Nederland?
Leeswijzer
De opbouw van dit hoofdstuk volgt de onderzoeksvragen zoals hierboven beschreven. In paragraaf 5.2 maken we gebruik van CBS-cijfers met verslagjaar 2024 en geven we antwoord op de eerste onderzoeksvraag. Deze paragraaf focust op de Nederlandse verdiensten en werkgelegenheid dankzij de directe export naar Frankrijk. Gebruikmakend van de meest recente internationale data met verslagjaar 2023 geeft paragraaf 5.3 antwoord op de tweede onderzoeksvraag. Hierbij wordt de Nederlandse export naar Frankrijk via mondiale waardeketens geanalyseerd. In paragraaf 5.4 wordt met CBS-cijfers voor verslagjaar 2024 de inzet van de invoer van goederen en diensten uit Frankrijk binnen de Nederlandse economie bestudeerd. Daarmee geven we een antwoord op de derde onderzoeksvraag. In paragraaf 5.5 draaien we de rollen om en wordt de onderzoeksvraag uit paragraaf 5.3 beantwoord vanuit Frans perspectief, oftewel de vierde onderzoeksvraag. De samenvattende conclusies van het hoofdstuk worden gepresenteerd in paragraaf 5.6. Meer informatie over de databronnen en methoden, die gebruikt zijn om de onderzoeksvragen te beantwoorden, staat beschreven in paragraaf 5.7.
5.2Nederlandse verdiensten en werkgelegenheid dankzij de rechtstreekse export naar Frankrijk
De hoofdstukken 2 en 3 van deze editie van de Internationaliseringsmonitor geven een overzicht van de bilaterale handelsstromen tussen Nederland en Frankrijk aan de hand van traditionele handelsstatistieken. Deze cijfers geven echter niet weer wat Nederland onderaan de streep overhoudt aan de export naar Frankrijk. Met cijfers van de nationale rekeningen van het CBS die in dit hoofdstuk gebruikt worden is dat wel mogelijk. Bij de nationale rekeningen staat het concept van eigendomsoverdracht centraal, wat betekent dat bepaalde transacties in het buitenland tot de Nederlandse in- en uitvoer kunnen worden gerekend ook als de verhandelde goederen fysiek niet in Nederland zijn geweest. Mede hierdoor verschillen de cijfers in dit hoofdstuk van de cijfers die gerapporteerd zijn in hoofdstuk 2 en 3, waarbij er wordt uitgegaan van het concept van grensoverschrijding.noot1
Voor de Nederlandse exportverdiensten is het van belang of een product volledig in Nederland is geproduceerd of dat er tijdens het productieproces gebruik is gemaakt van geïmporteerde grondstoffen, halffabricaten en ondersteunende diensten. Hoe groter het aandeel van Nederlandse grondstoffen, halffabricaten en diensten in een product of dienst, hoe hoger de verdiensten per één euro export. De export van diensten genereert over het algemeen meer toegevoegde waarde, omdat er relatief weinig invoer nodig is om deze export te verwezenlijken. Bij wederuitvoer valt de toegevoegde waarde juist lager uit, omdat geïmporteerde producten slechts minimaal worden bewerkt voordat ze opnieuw worden uitgevoerd. Ruim een derde van het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp) komt tot stand door het exporteren van goederen en diensten (Prenen & Voncken, 2025). In deze paragraaf kijken we hoeveel Nederland verdient aan de directe export naar Frankrijk en de daaraan gerelateerde werkgelegenheid.
Bijna de helft van goederenuitvoer naar Frankrijk betreft wederuitvoer
Nederland exporteerde in 2024 voor 60,3 miljard euro aan goederen en diensten naar Frankrijk, zie figuur 5.2.1, wat neerkomt op 6 procent van de totale Nederlandse uitvoer. Daarmee was Frankrijk de op drie na belangrijkste exportpartner voor Nederland, na Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Duitsland nam met 166,5 miljard euro de hoogste positie in en was goed voor 18 procent van de totale export van Nederland. België volgde met een exportwaarde van 81,9 miljard euro, wat overeenkomt met een aandeel van 9 procent.
Een aanzienlijk deel van de Nederlandse uitvoer naar Frankrijk bestond uit wederuitvoer. Dit aandeel bedroeg 49 procent van de bruto exportwaarde naar Frankrijk, terwijl het aandeel van wederuitvoer in de totale Nederlandse export 36 procent was. Frankrijk was daarmee, na Duitsland en België, de belangrijkste bestemming voor Nederlandse wederuitvoer. Vergeleken met 2023 daalde de exportwaarde naar Frankrijk met 2 miljard euro. Zowel de uitvoer van Nederlandse makelij als de wederuitvoer namen met 1,4 miljard euro af, terwijl de uitvoer van diensten juist toenam met 0,8 miljard euro.
| Jaar | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Diensten |
|---|---|---|---|
| 2021 | 14,5 | 25,7 | 11,7 |
| 2022 | 17,2 | 33,5 | 13,8 |
| 2023 | 15,8 | 30,8 | 15,7 |
| 2024* | 14,4 | 29,4 | 16,5 |
Nederland verdient relatief veel aan dienstenexport naar Frankrijk
Nederland verdiende in 2024 in totaal 21,0 miljard euro aan de export naar Frankrijk, goed voor 1,9 procent van het bbp, zie figuur 5.2.2. Daarmee had Frankrijk een aandeel van 5 procent in de totale Nederlandse exportverdiensten en stond het land op de vijfde plaats. De export naar Duitsland leverde Nederland met 59,6 miljard euro het meeste op, goed voor 16 procent van het totaal. Na Duitsland volgden de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. België nam de vierde positie in, met exportverdiensten van 27,3 miljard euro.
Gemiddeld hield Nederland aan één euro export naar Frankrijk 35 eurocent over. Ter vergelijking: voor Duitsland bedroegen de verdiensten gemiddeld 36 eurocent per euro export en voor België 33 eurocent. De export van diensten naar Frankrijk was met 10,2 miljard euro aan verdiensten de grootste exportcategorie. Aan de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij naar Frankrijk verdiende Nederland 7,6 miljard euro, terwijl de wederuitvoer naar Frankrijk 3,2 miljard euro opleverde.
| Jaar | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Diensten |
|---|---|---|---|
| 2021 | 7,7 | 2,9 | 6,6 |
| 2022 | 8,9 | 3,1 | 8,2 |
| 2023 | 8,1 | 3 | 9,7 |
| 2024* | 7,6 | 3,2 | 10,2 |
Groothandel en handelsbemiddeling grootste verdiener aan export naar Frankrijk
Nederlandse bedrijfstakken verdienden in 2024 gezamenlijk 20,4 miljard euro aan de directe export naar Frankrijk.noot2 Met 3,3 miljard euro was de groothandel en handelsbemiddeling de bedrijfstak met de hoogste exportverdiensten, zie figuur 5.2.3. Deze verdiensten kwamen voor 1,6 miljard euro voort uit wederuitvoer, voor 1,2 miljard euro uit export van goederen van Nederlandse makelij en voor 0,4 miljard euro uit dienstenexport. Zowel aan wederuitvoer als aan export van goederen van Nederlandse makelij verdiende de groothandel en handelsbemiddeling het meeste van alle bedrijfstakken. Van de totale verdiensten aan de wederuitvoer naar Frankrijk kwam 54 procent terecht bij de groothandel en handelsbemiddeling, en bij de verdiensten aan de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij ging het om 17 procent. Andere bedrijfstakken die relatief veel verdienden aan de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij zijn de landbouw en de voedings- en genotmiddelenindustrie.
De dominante rol van de groothandel bij de exportverdiensten is niet uniek voor Frankrijk. Ook bij de export naar Duitsland en België was de groothandel de bedrijfstak met de hoogste exportverdiensten (Cremers et al., 2020; Notten & Visser, 2024). Net als bij Frankrijk kwam een groot deel van deze verdiensten voort uit wederuitvoer, waarbij de groothandelaar als tussenpersoon optreedt en andere bedrijven ondersteunt bij het bereiken van buitenlandse afzetmarkten (Wong, 2019).
Gezamenlijk verdienden Nederlandse bedrijfstakken in 2024 het meest aan de export van diensten naar Frankrijk, met een totaal van 9,9 miljard euro of 49 procent van de totale exportverdiensten naar dat land. Van deze verdiensten kwam 1,4 miljard euro terecht bij juridisch en managementadvies. Ook IT- en informatiedienstverlening en verhuur van roerende goederen verdienden relatief veel aan de dienstenexport naar Frankrijk.
Van alle bedrijfstakken was verhuur van roerende goederen in 2024 voor zijn exportverdiensten het meest afhankelijk van Frankrijk: 11 procent van de exportverdiensten van deze bedrijfstak kwamen voort uit handel met Frankrijk. Ook in de visserij was de exportafhankelijkheid van Frankrijk relatief groot: 10 procent van de exportverdiensten van deze bedrijfstak had betrekking op Frankrijk. Bij de groothandel en handelsbemiddeling ging het om een aandeel van 6 procent.
| bedrijfstak | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Diensten |
|---|---|---|---|
| Groothandel en handelsbemiddeling | 1246,4 | 1617,4 | 391,9 |
| Juridisch en managementadvies | 371,7 | 241,3 | 1367,3 |
| IT- en informatiedienstverlening | 136,3 | 80,5 | 1167,4 |
| Verhuur van roerende goederen | 44,2 | 21,9 | 850,4 |
| Opslag, dienstverlening voor vervoer | 140,7 | 144,8 | 561,5 |
| Landbouw | 781,7 | 27,1 | 27,7 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 704,7 | 20,6 | 50,9 |
| Bankwezen | 102,4 | 30,9 | 602,9 |
| Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling | 284,5 | 58,3 | 325,2 |
| Vervoer over land | 121 | 126,9 | 415,4 |
Nederland verdient het meest aan export van voedingsmiddelen
Wat betreft de toegevoegde waarde van exportproducten van Nederlandse makelij naar Frankrijk werd in 2024 het meest verdiend aan voedingsmiddelen, met exportverdiensten van 2,1 miljard euro, zie figuur 5.2.4. Een groot deel hiervan kwam uit de export van kaas en andere zuivelproducten, goed voor 569 miljoen euro. Ook vlees en vleesproducten leverden relatief hoge exportverdiensten op, met een totaal van 475 miljoen euro. Bijna de helft hiervan betrof rundvlees. Daarnaast verdiende Nederland met 279 miljoen euro relatief veel aan de export van groenten en fruit naar Frankrijk. Ook in de totale export van goederen van Nederlandse makelij leveren groenten en fruit relatief hoge exportverdiensten op (Prenen & Voncken, 2025).
Na voedingsmiddelen volgden chemische stoffen en chemische producten, met exportverdiensten van 765 miljoen euro. Op de derde plaats stonden producten van de landbouw en de jacht, waarbij Nederland vooral verdiende aan de export van eenjarige gewassen, waaronder groenten, meloenen, wortel- en knolgewassen. Op de vierde plaats volgden machines, apparaten en werktuigen. De top 5 werd afgesloten door farmaceutische basisproducten en bereidingen, waarvan bijna de helft uit geneesmiddelen bestond.
| Goederencategorie | Verdiensten |
|---|---|
| Voedingsmiddelen | 2051,5 |
| Chemische stoffen en chemische producten |
764,5 |
| Producten en diensten van de landbouw en de jacht |
733,5 |
| Machines, apparaten en werktuigen |
646,9 |
| Farmaceutische basisproducten en bereidingen |
353,4 |
Hoogste exportverdiensten uit technische en zakelijke diensten
Nederland verdiende in 2024 het meest aan de export van zakelijke diensten naar Frankrijk, met exportverdiensten van 2,3 miljard euro, zie figuur 5.2.5. Binnen deze groep werd vooral verdiend aan technische, aan de handel gerelateerde en overige zakelijke diensten, waaronder operationele leasing. Op de tweede plaats stonden vervoersdiensten, goed voor 2,1 miljard euro aan exportverdiensten. Het ging hierbij voornamelijk om vrachtvervoer over de weg. Ook aan de export van telecommunicatie, computer- en informatiediensten werd met 1,8 miljard euro relatief veel verdiend. De export van financiële diensten naar Frankrijk leverde Nederland 1,2 miljard euro op. Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom maakten met 1,1 miljard euro aan exportverdiensten de top 5 compleet.
| Dienstencategorie | Verdiensten |
|---|---|
| Zakelijke diensten |
2277,4 |
| Vervoersdiensten | 2121 |
| Telecommunicatie, computer- en informatiediensten |
1802,8 |
| Financiële diensten | 1212,4 |
| Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom |
1061,1 |
Nederlandse directe export naar Frankrijk goed voor 145 duizend voltijdbanen
In 2024 waren 145 duizend voltijdequivalenten (vte’s) toe te schrijven aan de Nederlandse directe uitvoer naar Frankrijk, goed voor 1,7 procent van de totale werkgelegenheid, zie figuur 5.2.6. Bijna de helft van deze banen (48 procent) kwam tot stand dankzij de dienstenexport, gevolgd door de uitvoer van Nederlandse makelij (37 procent) en de wederuitvoer (15 procent). Daarmee nam Frankrijk, na Duitsland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en België, de vijfde positie in wat betreft werkgelegenheid gerelateerd aan de Nederlandse export. Ter vergelijking: de werkgelegenheid gerelateerd aan de export naar Duitsland was in 2024 aanzienlijk hoger met 422 duizend vte’s. Hiervan werd 52 procent gerealiseerd dankzij de dienstenexport naar Duitsland, 36 procent dankzij de uitvoer van Nederlandse makelij en 12 procent dankzij de wederuitvoer. De export naar België hangt samen met 192 duizend vte’s, waarvan 47 procent afkomstig was uit diensten, 42 procent uit export van Nederlandse makelij en 11 procent uit wederuitvoer.
Vergeleken met 2021 nam de werkgelegenheid gekoppeld aan de export naar Frankrijk in 2024 toe met 5 duizend vte’s. Deze stijging is volledig toe te schrijven aan de dienstenexport, die in deze periode toenam van 57 duizend naar 70 duizend vte’s. Tegelijkertijd daalde de werkgelegenheid dankzij de uitvoer van Nederlandse makelij van 61 duizend naar 54 duizend vte’s.
| Jaar | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Diensten |
|---|---|---|---|
| 2021 | 61,0 | 21,9 | 57,3 |
| 2022 | 59,5 | 21,9 | 62,6 |
| 2023 | 58,5 | 21,6 | 69,7 |
| 2024* | 53,7 | 21,5 | 69,7 |
Export naar Frankrijk levert vooral banen op in groothandel en handelsbemiddeling
In 2024 was de groothandel en handelsbemiddeling de bedrijfstak met de meeste werkgelegenheid dankzij de export naar Frankrijk, met bijna 20 duizend vte’s, zie figuur 5.2.7. Op de tweede plaats volgde juridisch en managementadvies met 13 duizend vte’s, gevolgd door IT- en informatiedienstverlening met 11 duizend vte’s. Dit zijn dezelfde bedrijfstakken die ook het meest verdienden aan de directe export naar Frankrijk, zie figuur 5.2.3. Net als bij de exportverdiensten was de werkgelegenheid in de groothandel en handelsbemiddeling als enige bedrijfstak in sterke mate verbonden met wederuitvoer. Bijna de helft van de werkgelegenheid die samenhing met wederuitvoer naar Frankrijk werd gerealiseerd binnen deze bedrijfstak.
| Bedrijfstak | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Diensten |
|---|---|---|---|
| Groothandel en handelsbemiddeling | 7,2 | 10,0 | 2,3 |
| Juridisch en managementadvies | 2,5 | 1,6 | 9,0 |
| IT- en informatiedienstverlening | 1,0 | 0,6 | 9,1 |
| Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling | 4,6 | 0,9 | 5,2 |
| Landbouw | 7,0 | 0,2 | 0,2 |
| Vervoer over land | 1,3 | 1,3 | 4,3 |
| Overige zakelijke dienstverlening | 1,0 | 0,4 | 4,7 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 5,2 | 0,1 | 0,3 |
| Opslag, dienstverlening voor vervoer | 0,9 | 0,9 | 3,1 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 1,0 | 1,0 | 2,6 |
5.3Nederlandse export naar Frankrijk via mondiale waardeketens
In de vorige paragraaf zijn de verdiensten van de rechtstreekse Nederlandse export naar Frankrijk beschreven. Naast deze directe handel is Nederland ook op indirecte wijze verbonden met de Franse economie, via andere handelspartners binnen wereldwijde waardeketens. Nederlandse goederen en diensten worden namelijk ook verwerkt in de export van andere landen die vervolgens naar Frankrijk gaat. In deze paragraaf wordt onderzocht hoe Nederlandse export via mondiale waardeketens zowel direct als indirect verbonden is met Frankrijk en in welke mate dit bijdraagt aan de Nederlandse economie.
Om ook de indirecte exportstroom in beeld te krijgen – en de daaraan verbonden verdiensten – zijn de nationale cijfers van het CBS niet toereikend. Voor deze analyses wordt daarom gebruikgemaakt van internationale data van Eurostat (Eurostat, 2025; Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche, 2019). Het meest recente verslagjaar is 2023. Deze data zijn voor alle landen onderling consistent gemaakt, waardoor deze cijfers enigszins afwijken van de nationale cijfers van het CBS, zoals gepresenteerd in paragraaf 5.2. Desondanks verschaffen deze externe data extra inzichten in de mondiale waardeketens waar bedrijven in Nederland deel van uitmaken. Meer informatie staat in de technische toelichting in paragraaf 5.7.
Frankrijk derde grootste bestemming Nederlandse exportverdiensten
In 2023 verdiende Nederland 42,5 miljard euro aan de directe en indirecte export van goederen en diensten naar Frankrijk, wat neerkomt op 11,6 procent van de totale Nederlandse exportverdiensten. Alleen aan de directe en indirecte export naar Duitsland en de VS verdiende Nederland meer. De export naar Duitsland was in 2023 goed voor 14,6 procent van de totale exportverdiensten en naar de VS 11,7 procent.
Naast de directe exportverdiensten aan Frankrijk verdiende Nederland in 2023 nog ongeveer 9,3 miljard euro aan indirecte export naar Frankrijk. Dit betekent dat circa 21,9 procent van de totale Nederlandse exportverdiensten aan Frankrijk tot stand komt doordat bedrijven in Nederland als toeleverancier functioneren binnen mondiale waardeketens, waarbij de eindproducten in Frankrijk worden geconsumeerd.
De tijdreeks van de FIGARO-database maakt het mogelijk om de compositie en ontwikkeling van de exportverdiensten naar Frankrijk tussen 2010 en 2023 in kaart te brengen. Net als in figuur 5.3.1 laat figuur 5.3.2 zien hoe de verdiensten uit directe en indirecte exportverdiensten worden uitgesplitst, waarbij ook onderscheid wordt gemaakt tussen consumptie in Frankrijk en consumptie elders.
| jaar | Export van Nederland naar Frankrijk | Indirecte export | Consumptie elders | Consumptie in Frankrijk |
|---|---|---|---|---|
| 2010 | 11,7 | 4,9 | 4,3 | 12,3 |
| 2011 | 12,0 | 5,5 | 4,7 | 12,7 |
| 2012 | 11,8 | 5,1 | 4,6 | 12,3 |
| 2013 | 11,9 | 5,1 | 4,6 | 12,5 |
| 2014 | 12,6 | 5,1 | 4,7 | 12,9 |
| 2015 | 13,9 | 5,3 | 5,3 | 13,9 |
| 2016 | 17,1 | 5,3 | 6,1 | 16,3 |
| 2017 | 16,8 | 5,8 | 6,2 | 16,3 |
| 2018 | 17,8 | 6,3 | 6,6 | 17,5 |
| 2019 | 17,4 | 6,2 | 6,5 | 17,1 |
| 2020 | 20,4 | 6,0 | 6,6 | 19,9 |
| 2021 | 24,3 | 7,4 | 8,5 | 23,2 |
| 2022 | 30,6 | 9,6 | 10,9 | 29,3 |
| 2023 | 33,2 | 9,3 | 11,1 | 31,4 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | ||||
Groei van exportverdiensten aan Frankrijk vooral door directe export
Tussen 2010 en 2023 namen vooral de directe Nederlandse exportverdiensten aan Frankrijk toe, terwijl de groei van indirecte verdiensten tussen 2010 en 2020 beperkt was en er pas vanaf 2021 een sterkere toename te zien was. Voor de directe exportverdiensten aan Frankrijk zette deze sterkere toename al in 2019 in. Een belangrijk deel van deze toename kan worden verklaard door prijseffecten (Prenen et al., 2024). Wat verder opviel was de hoge correlatie tussen directe Nederlandse exportverdiensten en consumptie in Frankrijk en de hoge correlatie tussen indirecte exportverdiensten en consumptie elders.
De indirecte exportverdiensten ontstaan uit grondstoffen, tussenproducten en ondersteunende diensten die Nederland leverde voor de exportproductie van andere handelspartners, met Frankrijk als eindbestemming. Figuur 5.3.3 laat voor de tien belangrijkste landen zien welk aandeel van de Nederlandse indirecte exportverdiensten samenhing met Nederlandse intermediaire goederen en diensten verwerkt in hun export naar Frankrijk. Voor de bepaling van deze aandelen zijn alle overige landen samengevoegd tot één restcategorie.
Indirecte export naar Frankrijk vooral via Europese buurlanden
De groep landen die in 2023 voor veel indirecte exportverdiensten zorgde, bestond grotendeels uit Europese buurlanden van Nederland en Frankrijk. Vooral de handel via België, met zijn ligging tussen Nederland en Frankrijk, leverde rond een derde van de indirecte Nederlandse exportverdiensten op. Een centrale Belgische bedrijfstak was hiervoor bijvoorbeeld de vervaardiging van cokes en geraffineerde aardolieproducten, die de export van de Nederlandse bedrijfstak winning van aardolie en aardgas verwerkt. Andere Nederlandse bedrijfstakken met hoge indirecte exportverdiensten aan Frankrijk via België waren de vervaardiging van voedingsmiddelen, dranken en tabaksproducten en de vervaardiging van metalen in primaire vorm.
Ongeveer 15 procent van de indirecte Nederlandse exportverdiensten ontstond via handel met Duitsland. Via dit oostelijke buurland verdiende Nederland aan Frankrijk vooral dankzij de export van de Duitse chemische industrie, de vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers, en de vervaardiging van machines en apparaten.
Ook Europese landen zonder directe grens spelen een belangrijke rol voor indirecte Nederlandse exportverdiensten. Eerder onderzoek van het CBS (Notten & Visser, 2024) laat zien dat Ierland een belangrijke schakel is als afnemer van grondstoffen, halffabricaten en ondersteunende diensten uit Nederland die uiteindelijk in andere landen werden geconsumeerd. Ongeveer 10 procent van de toegevoegde waarde die Nederland in 2023 verdiende aan de indirecte export naar Frankrijk kwam tot stand via toeleveringen aan Ierland. De meeste Nederlandse exportverdiensten die via Ierland naar Frankrijk tot stand kwamen, werden gerealiseerd door export van de Ierse bedrijfstak IT- en informatiedienstverlening.
| Land | Verdiensten |
|---|---|
| België | 3037 |
| Duitsland | 1415 |
| Ierland | 934 |
| Italië | 698 |
| Spanje | 499 |
| Zwitserland | 322 |
| Verenigd Koninkrijk | 275 |
| Luxemburg | 232 |
| Zweden | 220 |
| Polen | 178 |
| Andere EU-landen | 746 |
| Rest van de wereld | 780 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | |
Groothandel en zakelijke dienstverlening grootverdieners
Zoals figuur 5.3.4 laat zien, zijn vooral de bedrijfstakken groothandel en handelsbemiddeling en juridisch en managementadvies verantwoordelijk voor een groot deel van de Nederlandse verdiensten aan de handel naar Frankrijk. In 2023 verdiende de bedrijfstak groothandel en handelsbemiddeling ongeveer 6,3 miljard euro aan export naar Frankrijk. Daarvan was circa 4,9 miljard euro toe te schrijven aan directe exporten en 1,4 miljard euro aan indirecte exporten. Daarnaast kwam ongeveer 4,1 miljard euro aan exportverdiensten voort uit juridisch en managementadvies, waarvan ongeveer 3,2 miljard euro bestond uit directe exportverdiensten en 0,9 miljard euro uit indirecte verdiensten.
Nederlandse industrieën verdienen vooral via directe export aan Frankrijk
Binnen de Nederlandse industrie levert vooral de export van de voedings- en genotmiddelenindustrie en de machine-industrie belangrijke verdiensten op voor de Nederlandse economie. Bij de voedings- en genotmiddelenindustrie bestaat rond 86 procent van de verdiensten uit directe export. Voor de machine-industrie ligt dit aandeel op een vergelijkbare hoogte van ongeveer 84 procent. Van de tien bedrijfstakken met de hoogste exportverdiensten heeft alleen de elektrotechnische industrie een nog groter aandeel aan directe exportverdiensten, namelijk ongeveer 92 procent. Nederlandse bedrijfstakken die meer aan het begin van een waardeketen staan, verdienen doorgaans vooral via indirecte export. Zo komt bijvoorbeeld 75 procent van de exportverdiensten in de delfstoffenwinning voort uit indirecte export naar Frankrijk.
| Industrie | Direct | Indirect |
|---|---|---|
| Groothandel en handelsbemiddeling | 4,9 | 1,4 |
| Juridisch en managementadvies | 3,2 | 0,9 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 1,8 | 0,3 |
| IT- en informatiedienstverlening | 1,5 | 0,4 |
| Machine-industrie | 1,6 | 0,3 |
| Landbouw | 1,4 | 0,3 |
| Verhuur van roerende goederen | 1,1 | 0,4 |
| Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling | 1,2 | 0,3 |
| Elektrotechnische industrie | 1,2 | 0,1 |
| Delfstoffenwinning | 0,3 | 0,9 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | ||
Driekwart exportverdiensten bestemd voor Franse consumptie en investeringen
Van de totale Nederlandse exportverdiensten aan Frankrijk in 2023 was 74 procent dankzij consumptie of investeringen in Frankrijk. Dit gaat niet alleen om Nederlandse voedingsmiddelen die door Franse huishoudens worden geconsumeerd, maar ook om in Nederland geproduceerde farmaceutische basisproducten die worden verwerkt in farmaceutische eindproducten die in Duitsland worden geproduceerd en vervolgens door Franse huishoudens worden gekocht. Een voorbeeld van een investering is de aankoop van Nederlandse werktuigen door een bedrijf gevestigd in Frankrijk.
Kwart exportverdiensten via Frankrijk door naar andere landen
De overige 26 procent, oftewel 11,1 miljard euro aan verdiensten, zit verwerkt in de Franse export van goederen en diensten naar andere landen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om verdiensten uit Nederlandse farmaceutische basisproducten die in Frankrijk worden bewerkt en uiteindelijk door Amerikaanse huishoudens worden geconsumeerd. De belangrijkste eindbestemmingen zijn de VS (12 procent), China (9 procent) en Duitsland (8 procent), zie figuur 5.3.5. Ongeveer 37 procent van goederen en diensten met Nederlandse inbreng verwerkt in de Franse export hadden een ander EU-land als eindbestemming.
| Landen | Verdiensten |
|---|---|
| Verenigde Staten | 1324 |
| China | 958 |
| Duitsland | 840 |
| Verenigd Koninkrijk | 694 |
| Italië | 585 |
| Spanje | 539 |
| België | 383 |
| Ierland | 346 |
| Zwitserland | 276 |
| Japan | 226 |
| Andere EU-landen | 1140 |
| Rest van de wereld | 3805 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | |
5.4De inzet van de invoer van goederen en diensten uit Frankrijk binnen de Nederlandse economie
Deze paragraaf beschrijft hoe goederen en diensten uit Frankrijk in Nederland worden ingezet. Met andere woorden, wat gebeurt er met de Franse invoer die Nederland binnenkomt? Welke invoer is bestemd voor consumptie door Nederlandse huishoudens, overheidsbestedingen en investeringen door bedrijven in Nederland? En welke invoer wordt door bedrijven in Nederland verwerkt in de productie voor klanten in binnen- en buitenland? En welke invoer verlaat Nederland in vrijwel onbewerkte staat in de vorm van wederuitvoer?
In de hoofdstukken 2 (goederen) en 3 (diensten) werd de ontwikkeling in importwaarde uit Frankrijk al uitvoerig beschreven. Wat deze paragraaf toevoegt aan deze hoofdstukken is een beschrijving van de inzet van deze invoer.
Nederland importeert relatief veel diensten uit Frankrijk
In 2024 importeerde Nederland voor 34,5 miljard euro uit Frankrijk, goed voor 4,3 procent van de totale Nederlandse invoer van goederen en diensten. Gemeten naar de gezamenlijke invoer van goederen en diensten was Frankrijk de op vier na belangrijkste importpartner na Duitsland, de Verenigde Staten, België en China. De invoer uit Frankrijk bestond voor 18,8 miljard euro uit goederen en voor 15,7 miljard euro uit diensten, zie figuur 5.4.1. Het aandeel van diensten bedroeg daarmee 45,6 procent, terwijl dat voor de totale Nederlandse invoer maar 30,2 procent is. Dat betekent dat Nederland relatief veel diensten uit Frankrijk importeert.
De invoer van goederen uit Frankrijk vertegenwoordigde 3,4 procent van de totale Nederlandse goedereninvoer in 2024. Daarmee was Frankrijk de op vijf na belangrijkste invoerpartner voor goederen, na Duitsland, België, de Verenigde Staten, China en het Verenigd Koninkrijk. Het aandeel van Frankrijk in de totale diensteninvoer was 6,5 procent in 2024, goed voor de vijfde plek op de ranglijst van belangrijkste invoerpartners voor diensten na de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Ierland. Vergeleken met 2023 nam de totale importwaarde uit Frankrijk toe met een bescheiden 367 miljoen euro of 1,1 procent. De goedereninvoer uit Frankrijk daalde met 818 miljoen euro of 4,2 procent. Deze afname werd echter gecompenseerd door een groei van de diensteninvoer met 1,2 miljard euro of 8,2 procent.
Meer dan de helft van de goedereninvoer uit Frankrijk bestemd voor wederuitvoer
Ongeveer de helft van de totale Nederlandse goedereninvoer verlaat Nederland weer zonder significante bewerking in de vorm van wederuitvoer. Voor de goedereninvoer uit Frankrijk was dat 53,2 procent, waarmee invoer voor wederuitvoer de grootste invoerstroom was. Deze invoer uit Frankrijk voor wederuitvoer vertegenwoordigde 10 miljard euro in 2024. De grootste goederencategorie in deze invoerstroom was chemische basisproducten, kunstmest en primaire kunststoffen, met een invoerwaarde van 903 miljoen euro, zie figuur 5.4.2. Binnen deze categorie waren organische chemische basisproducten (551 miljoen euro) en kleurstoffen en pigmenten (175 miljoen euro) prominent. Op een tweede plaats stond de invoer voor wederuitvoer van andere chemische producten uit Frankrijk, met een waarde van 534 miljoen euro, waarbij het merendeel (477 miljoen euro) bestond uit overige chemische producten niet elders geclassificeerd. Zeep-, was- en reinigingsmiddelen en toiletartikelen bestemd voor wederuitvoer werden voor 484 miljoen euro ingevoerd. Hier domineerden parfums en toiletartikelen (431 miljoen euro). De invoer van farmaceutische bereidingen en medische en tandheelkundige instrumenten en benodigdheden uit Frankrijk die bestemd waren voor wederuitvoer hadden een waarde van respectievelijk 451 miljoen euro en 412 miljoen euro in 2024.
| goederencategorie | Invoer voor wederuitvoer |
|---|---|
| Chemische basisproducten, kunstmest en primaire kunststoffen | 902,8 |
| Andere chemische producten | 534,2 |
| Zeep-, was- en reinigingsmiddelen en toiletartikelen | 484,3 |
| Farmaceutische bereidingen | 450,7 |
| Medische en tandheelkundige instrumenten en benodigdheden | 411,8 |
| Andere voedingsmiddelen | 406,4 |
| Andere machines en apparaten voor algemeen gebruik | 378,1 |
| Bestralings-, elektromedische en elektrotherapeutische apparatuur | 370,2 |
| Geraffineerde aardolieproducten en fossiele brandstoffen | 369,2 |
| Aardgas, vloeibaar gemaakt of gasvormig | 311,7 |
De invoer van goederen uit Frankrijk voor direct gebruik had een waarde van 2,7 miljard euro in 2024. Met direct gebruik wordt de invoer bedoeld die rechtstreeks verbruikt werd door Nederlandse huishoudens en overheidsinstellingen zonder dat deze nog door bedrijven in ons land significant werd bewerkt. Onder de invoer voor direct gebruik vallen ook kapitaalgoederen, zoals machines die door bedrijven in productieprocessen worden ingezet. Een in Frankrijk geproduceerde en gebottelde fles cognac is een voorbeeld van invoer die direct bestemd is voor Nederlandse huishoudens. Maar ook een vrachtwagen, ingevoerd door een transportbedrijf in Nederland valt onder de goedereninvoer die rechtstreeks bestemd is voor binnenlandse bestedingen.
Personenauto’s en vrachtwagens domineren invoer voor rechtstreeks gebruik
De grootste categorie bij de invoer voor direct of rechtstreeks gebruik was motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers met 761 miljoen euro. Dit waren voornamelijk personenauto’s (450 miljoen euro) en vrachtwagens (263 miljoen euro). Voedingsmiddelen werden voor 517 miljoen euro geïmporteerd voor directe finale bestedingen. Bij de voedingsmiddelen domineerden kaas (74 miljoen euro), vlees (58 miljoen euro) en voer voor huisdieren (56 miljoen euro). De op twee na grootste categorie was machines, apparaten en werktuigen met 299 miljoen euro, met warmtewisselaars, airconditioningapparatuur, koeling- en vriesapparaten voor niet-huishoudelijk gebruik als belangrijkste productgroep (86 miljoen euro). Dranken werden voor een bedrag van 211 miljoen euro uit Frankrijk geïmporteerd voor direct gebruik, waarbij wijn domineerde (161 miljoen euro).
| goederencategorie | Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen |
|---|---|
| Motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers |
761,1 |
| Voedingsmiddelen | 516,7 |
| Machines, apparaten en werktuigen, n.e.g. |
299 |
| Dranken | 210,8 |
| Chemische stoffen en chemische producten |
190 |
| Farmaceutische basisproducten en farmaceutische bereidingen |
148 |
| Informaticaproducten, elektronische en optische producten | 122,8 |
| Papier en papierwaren | 82,6 |
| Kleding | 63,7 |
| Werken van metaal, andere dan machines, toestellen en werktuigen |
47,1 |
Merendeel verwerkte goedereninvoer uit Frankrijk bestemd voor uitvoer
De goedereninvoer uit Frankrijk die door bedrijven in Nederland verder werd verwerkt, had een waarde van 6 miljard euro in 2024. Van deze verwerkte goedereninvoer werd 2,4 miljard euro afgezet op de binnenlandse markt en 3,6 miljard euro geëxporteerd. De twee belangrijkste categorieën in de intermediaire goedereninvoer uit Frankrijk waren landbouwproducten en voedingsmiddelen met een respectievelijke invoer van 993 en 937 miljoen euro. Zowel bij landbouwproducten als bij voedingsmiddelen werd ongeveer twee derde van de invoer verwerkt in exportproducten. Bij landbouwproducten domineerden tarwe (355 miljoen euro), maïs (249 miljoen euro) en gerst, rogge en haver (174 miljoen euro). De grootste goederengroepen bij voedingsmiddelen waren andere zuivelproducten (117 miljoen euro), zetmeel (83 miljoen euro), melk en room (66 miljoen euro) en kaas (63 miljoen euro).
Bedrijven in Nederland importeerden voor 814 miljoen euro aan chemische producten uit Frankrijk, waarbij het merendeel was samengesteld uit pesticiden (108 miljoen euro), organische chemische basisproducten (76 miljoen euro), en kunststoffen in primaire vorm (67 miljoen euro). Basismetalen en rubber- en kunststofproducten vervolledigden de top 5 met invoerwaardes van respectievelijk 588 en 398 miljoen euro.
| goederencategorie | Intermediaire import verwerkt voor binnenlandse bestedingen | Intermediaire import verwerkt voor de uitvoer |
|---|---|---|
| Producten en diensten van de landbouw en de jacht | 322,8 | 669,8 |
| Voedingsmiddelen | 320,5 | 616,4 |
| Chemische stoffen en chemische producten | 245,2 | 568,7 |
| Metalen in primaire vorm | 230,1 | 357,6 |
| Werken van rubber of kunststof | 222,7 | 175,3 |
| Cokes en geraffineerde aardolieproducten | 61,2 | 197,3 |
| Papier en papierwaren | 91,0 | 146,4 |
| Machines, apparaten en werktuigen | 84,0 | 126,4 |
| Werken van metaal, andere dan machines, toestellen en werktuigen | 86,1 | 112,7 |
| Motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers | 91,0 | 94,2 |
Intermediaire diensteninvoer dubbel zo groot als intermediaire goedereninvoer
De intermediaire diensteninvoer uit Frankrijk was met 12,1 miljard euro meer dan tweemaal zo groot als de intermediaire goedereninvoer. Van de intermediaire diensteninvoer uit Frankrijk werd 4,6 miljard euro gebruikt om goederen en diensten op de binnenlandse markt af te zetten en 7,5 miljard euro om de export te verwezenlijken. Bij de intermediaire diensten die uit Frankrijk werden ingevoerd voor gebruik in bedrijfsprocessen waren de zakelijke diensten het grootst met een invoerwaarde van 5,8 miljard euro. Deze zakelijke diensten bestonden vooral uit professionele en managementadviesdiensten (3,6 miljard euro), en technische, aan de handel verbonden diensten (2,1 miljard euro), zie figuur 5.4.5. Vervoersdiensten waren goed voor 2,5 miljard euro. Financiële diensten, telecommunicatie en industriële diensten vervolledigden de top 5, met invoerwaardes van minder dan 1 miljard euro.
| dienstencategorie | Intermediaire import verwerkt voor binnenlandse bestedingen | Intermediaire import verwerkt voor de uitvoer |
|---|---|---|
| Zakelijke diensten | 2363,3 | 3480,4 |
| Vervoersdiensten | 659,4 | 1823,9 |
| Financiële diensten | 522,1 | 418,8 |
| Telecommunicatie, computer- en informatiediensten | 430,0 | 460,3 |
| Industriële diensten | 206,1 | 630,5 |
Privé reisverkeer domineert diensteninvoer uit Frankrijk voor rechtstreeks gebruik
Ingevoerde diensten uit Frankrijk bestemd voor rechtstreeks gebruik hadden een waarde van 3,2 miljard euro. Daarvan bestond ruim 2,2 miljard euro uit privé reisverkeer. Dit omvat de aankoop van diensten en goederen door Nederlandse reizigers in Frankrijk om andere dan zakelijke redenen zoals vakantie, deelname aan culturele en vrijetijdsactiviteiten, bezoek aan vrienden en familie, bedevaart, onderwijs en gezondheid.
Invoer voor rechtstreeks gebruik is niet alleen bestemd voor Nederlandse consumenten, ook bedrijven importeren rechtstreeks in het kader van investeringen in immateriële vaste activa. Uit Frankrijk importeerden bedrijven in Nederland R&D diensten (330 miljoen euro) en computerdiensten (222 miljoen euro).
Voedingsmiddelenindustrie grootste importeur van Franse goederen
De Nederlandse voedings- en genotmiddelenindustrie was – met een invoer van ruim 1,8 miljard euro – de grootste importeur van Franse goederen in 2024, zie figuur 5.4.6. Nederlandse voedingsmiddelenproducenten importeerden vooral tarwe (348 miljoen euro), maïs (243 miljoen) en gerst (171 miljoen euro) uit Frankrijk om hun productie te kunnen realiseren. De bouwnijverheid was in 2024 de op één na grootste importeur uit Frankrijk. Zij importeerden voor 483 miljoen euro uit Frankrijk. Belangrijkste producten voor bouwbedrijven in ons land waren basismetalen (79 miljoen euro), werken van kunststof (55 miljoen euro) en houtwaren (45 miljoen euro). De chemische industrie was in 2024 de op twee na grootste importeur uit Frankrijk. In totaal importeerde de chemische industrie voor 430 miljoen euro uit Frankrijk om verder te verwerken. De belangrijkste door de chemische industrie uit Frankrijk geïmporteerde producten waren organische chemische basisproducten (53 miljoen euro), smeermiddelen (42 miljoen euro) en koolwaterstoffen en derivaten daarvan (37 miljoen euro). De metaalproductenindustrie importeerde voor 253 miljoen euro aan goederen uit Frankrijk, waarbij ijzer en metaal in primaire vorm (89 miljoen euro) en aluminiumhalffabricaten (67 miljoen euro) de belangrijkste producten waren. De horeca importeerde in 2024 voor 247 miljoen euro uit Frankrijk met wijn (43 miljoen euro) en vlees (42 miljoen euro) als belangrijkste invoerproducten.
Grootste import van diensten uit Frankrijk door juridisch en managementadvies
Bedrijven actief in juridisch en managementadvies importeerden in absolute zin het meest aan diensten uit Frankrijk, namelijk voor 3,1 miljard euro, zie figuur 5.4.6. De belangrijkste ingevoerde diensten waren professionele en managementadviesdiensten (619 miljoen euro) en technische en aan de handel verbonden diensten (604 miljoen euro). Op de tweede plaats stond de groothandel en handelsbemiddeling met 2,3 miljard euro. Groothandelsbedrijven in Nederland importeerden voornamelijk professionele en managementadviesdiensten (1,3 miljard euro) uit Frankrijk, gevolgd door technische en aan de handel verbonden diensten (401 miljoen euro) en vervoersdiensten (263 miljoen euro). De voedings- en genotmiddelenindustrie importeerde voor 746 miljoen euro uit Frankrijk, waarbij industriële diensten domineerden (571 miljoen euro). De IT- en informatiedienstverlening en het bankwezen importeerden respectievelijk 635 en 398 miljoen euro. De IT- en informatiedienstverlening importeerde voornamelijk professionele en managementadviesdiensten (248 miljoen euro) en het bankwezen financiële diensten (276 miljoen euro) uit Frankrijk.
| Bedrijfstak | Invoer |
|---|---|
| Goederen | . |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 1841,8 |
| Bouwnijverheid | 483 |
| Chemische industrie | 429,8 |
| Metaalproductenindustrie | 253,4 |
| Horeca | 247,3 |
| Diensten | . |
| Juridisch en managementadvies | 3102,7 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 2254 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 745,8 |
| IT- en informatiedienstverlening | 635,2 |
| Bankwezen | 398,3 |
Kijken we naar het aandeel van de goedereninvoer uit Frankrijk in de totale goedereninvoer van verschillende bedrijfstakken, dan zien we dat de bosbouw relatief het meest uit Frankrijk importeert: 16,5 procent van de goedereninvoer van deze bedrijfstak was afkomstig uit Frankrijk, zie figuur 5.4.7. De omvang van deze invoerstroom was echter bescheiden met nog geen 6 miljoen euro. Bij de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie maakten goederen uit Frankrijk 7,4 procent uit van hun totale goedereninvoer en bij riolering, afvalbeheer en sanering 6,7 procent. De bedrijfstak riolering, afvalbeheer en sanering importeerde voor 68 miljoen euro aan goederen uit Frankrijk.
In relatieve zin importeerde de voedings- en genotmiddelenindustrie het meest aan diensten uit Frankrijk, zie figuur 5.4.7. 19,2 procent van de totale directe dienstenimport van deze bedrijfstak was afkomstig uit Frankrijk. Ook de financiële dienstverlening had een relatief groot aandeel van diensteninvoer uit Frankrijk in zijn totale diensteninvoer met 12,8 procent. De directe dienstenimport uit Frankrijk besloeg 11,1 procent van de totale directe import van bedrijven actief in de groothandel. Frankrijk had een aandeel van 11,1 procent in de invoer van de papierindustrie en 10,2 procent in research.
| Bedrijfstak | Importafhankelijkheid |
|---|---|
| Goederen | . |
| Bosbouw | 16,5 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 7,4 |
| Riolering, afvalbeheer en sanering | 6,7 |
| Uitgeverijen | 6,7 |
| Autohandel en -reparatie | 6,5 |
| Diensten | . |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 19,2 |
| Overige financiële dienstverlening | 12,8 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 11,1 |
| Papierindustrie | 11,1 |
| Research | 10,2 |
5.5Franse export naar Nederland via mondiale waardeketens
Deze paragraaf laat de andere kant van de bilaterale handelsrelatie zien door de Franse exportverdiensten aan Nederland in kaart te brengen. In 2023 behaalde Frankrijk in totaal 578 miljard euro aan inkomsten uit de export van goederen en diensten, wat overeenkomt met 22 procent van het Franse bbp. Van deze exportinkomsten was ongeveer 25,9 miljard euro afkomstig uit de handel met Nederland, zowel via directe handel als via mondiale waardeketens. De exportverdiensten aan Nederland waren goed voor 1 procent van het Franse bbp. Die 25,9 miljard euro stond gelijk aan 4,5 procent van de totale Franse exportopbrengsten. Ter vergelijking: de Nederlandse verdiensten aan export naar Frankrijk waren goed voor circa 11,6 procent van de totale Nederlandse exportopbrengsten.
Binnen de EU is Duitsland veruit de belangrijkste exportbestemming voor Frankrijk
Binnen de EU leverde voor de Franse economie de handel met Duitsland 65,1 miljard euro op, wat gelijk staat met een aandeel aan de Franse exportverdiensten van 11,3 procent. De Franse inkomsten uit export naar Italië, Spanje en België kwamen in 2023 uit op 7,5 procent en twee keer 6,2 procent. De export naar landen buiten de EU was voor Frankrijk ook een belangrijke bron van exportinkomsten. In 2023 was de export naar de VS goed voor 13,8 procent en daarmee de lucratiefste handelspartner voor Frankrijk. Andere belangrijke exportbestemmingen waren China (9,7 procent) en het VK (7,2 procent). Met een aandeel van 4,5 procent in de Franse exportopbrengsten staat Nederland op de tiende plek.
Circa 80 procent Franse exportverdiensten aan Nederland uit directe export
De 25,9 miljard euro aan Franse exportverdiensten uit handel met Nederland in 2023 wordt in figuur 5.5.1 verder uitgesplitst. Het grootste deel, 20,3 miljard euro, verdiende Frankrijk via directe export van goederen en diensten naar Nederland. De resterende 5,6 miljard euro werd verdiend via indirecte export via andere handelspartners. Daarmee vormde de indirecte export ongeveer 22 procent van de totale Franse exportverdiensten aan Nederland.
Ongeveer de helft van de totale Franse verdiensten, 13,2 miljard euro, hing samen met consumptie in derde landen. Dit betekent dat Franse importen in Nederland vooral werden verwerkt en vervolgens verder geëxporteerd. Figuur 5.4.4 laat zien dat dit voornamelijk landbouwgoederen, voedingsmiddelen en chemische producten zijn. De Nederlandse consumptie van Franse goederen en diensten was goed voor 12,6 miljard euro aan verdiensten.
Sterke groei Franse exportverdiensten aan Nederland in recente jaren
Figuur 5.5.2 laat de opbouw van de directe en indirecte exportverdiensten zien in de periode 2010–2023. Een opvallende recente ontwikkeling is de sterke groei van de verdiensten uit directe export van Frankrijk naar Nederland. In 2020 lagen de inkomsten uit deze handelsstroom nog rond de 15 miljard euro, terwijl ze in 2022 stegen tot boven de 20 miljard euro. Daarnaast laat figuur 5.5.2 zien dat circa de helft van de Franse exportverdiensten gerelateerd is aan Nederlandse consumptie en de andere helft aan derde landen. De verhouding tussen Nederlandse consumptie en consumptie elders is door de tijd heen heel stabiel.
| Jaar | Export van Frankrijk naar Nederland | Indirecte export | Consumptie elders | Consumptie in Nederland |
|---|---|---|---|---|
| 2010 | 8,3 | 2,4 | 4,3 | 6,4 |
| 2011 | 9,6 | 2,9 | 5,3 | 7,2 |
| 2012 | 9,0 | 2,8 | 5,3 | 6,5 |
| 2013 | 9,1 | 2,9 | 5,3 | 6,7 |
| 2014 | 9,3 | 2,9 | 5,5 | 6,7 |
| 2015 | 11,8 | 3,6 | 6,6 | 8,8 |
| 2016 | 13,1 | 3,5 | 8,0 | 8,6 |
| 2017 | 13,4 | 3,8 | 8,4 | 8,8 |
| 2018 | 14,5 | 4,1 | 9,3 | 9,3 |
| 2019 | 14,0 | 3,9 | 8,5 | 9,4 |
| 2020 | 14,5 | 4,0 | 9,1 | 9,4 |
| 2021 | 17,5 | 4,7 | 11,1 | 11,1 |
| 2022 | 21,2 | 5,5 | 13,8 | 13,0 |
| 2023 | 20,3 | 5,6 | 13,2 | 12,6 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | ||||
Na de bespreking van de Nederlandse verdiensten uit directe en indirecte export naar Frankrijk in paragraaf 5.3, bieden de cijfers over de Franse exportverdiensten aan Nederland de mogelijkheid om beide richtingen van de bilaterale handelsrelatie samen te bekijken. Door deze informatie te combineren, kan niet alleen de omvang van de handelsstromen worden vergeleken, maar ontstaat ook meer inzicht in de onderlinge economische afhankelijkheden. In het vervolg van deze paragraaf wordt de Nederlands-Franse handelsbalans onderzocht, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bruto handelsstromen en de handelsbalans op basis van toegevoegde waarde.
Frankrijk heeft structureel een handelstekort met Nederland
Figuur 5.5.3 toont de ontwikkeling van de Frans-Nederlandse handelsbalans vanuit het perspectief van Frankrijk in de periode 2010–2023. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de bruto handelsbalans en de handelsbalans op basis van toegevoegde waarde. De bruto handelsbalans vergelijkt de totale waarde van geïmporteerde en geëxporteerde goederen en diensten tussen Frankrijk en Nederland en geldt als gebruikelijke maatstaf voor bilaterale handelsrelaties.
In de periode 2010–2023 was de bilaterale bruto handelsbalans vanuit Frans perspectief steeds negatief. Terwijl het handelstekort aan het begin van de getoonde periode rond 8 miljard euro bedroeg, werd het door de tijd heen nog groter. Dit resulteerde in een bruto balanstekort van bijna 30 miljard euro in 2023. Frankrijk importeerde daarmee gedurende deze gehele periode meer goederen en diensten uit Nederland dan het ernaartoe exporteerde.
Frans handelstekort duidelijk kleiner in toegevoegde waarde
De bruto handelsbalans is een gebruikelijke maatstaf voor handelsstromen, maar kan een vertekend beeld geven. Het omvat immers de volledige waarde van geïmporteerde producten, inclusief de waarde van onderdelen en tussenproducten die oorspronkelijk uit andere landen afkomstig zijn. Uit eerder onderzoek (CBS, 2018) blijkt dat een correctie van de goederenbalans voor wederuitvoerstromen een grote invloed kan hebben op de uitkomst. De handelsbalans op basis van toegevoegde waarde corrigeert hiervoor. Deze maatstaf laat zien hoeveel waarde er daadwerkelijk tussen Frankrijk en Nederland wordt uitgewisseld en aan deze twee landen kan worden toegeschreven. In deze berekening telt alleen de binnenlandse bijdrage aan export mee. Daardoor ontstaat een realistischer beeld dat beter aansluit bij de structuur van handel binnen mondiale waardeketens.
Vanuit Frans perspectief zijn beide handelsbalansen negatief, maar het tekort is sinds 2020 duidelijk kleiner wanneer wordt gekeken naar de toegevoegde waarde van de handel. Tussen 2010 en 2014 was het relatieve verschil tussen de bruto balans en de balans in toegevoegde waarde beperkter. In die periode bedroeg de balans op basis van toegevoegde waarde tussen de 86 procent (in 2010) en 75 procent (in 2014) van de bruto balans. Vanaf 2015 liep het relatieve verschil verder op. In het meest recente jaar, 2023, kwam de balans in termen van toegevoegde waarde (–16,7 miljard euro) uit op 58 procent van de bruto balans (–28,8 miljard euro). Het verschil tussen de bruto handelsbalans en de handelsbalans op basis van toegevoegde waarde is daarmee verder toegenomen. Dit betekent dat het Franse handelstekort ten opzichte van Nederland in termen van toegevoegde waarde relatief kleiner is dan in bruto termen, en dat dit relatieve verschil de afgelopen jaren is toegenomen. Een belangrijke verklaring hiervoor ligt in de relatief sterkere prijsstijgingen van de producten die Nederland naar Frankrijk exporteerde.
| jaar | Handelsbalans | Handelsbalans in toegevoegde waarde |
|---|---|---|
| 2010 | -7,0 | -6,0 |
| 2011 | -6,1 | -5,0 |
| 2012 | -6,2 | -5,1 |
| 2013 | -6,5 | -5,1 |
| 2014 | -7,2 | -5,4 |
| 2015 | -7,0 | -3,8 |
| 2016 | -10,2 | -5,8 |
| 2017 | -9,7 | -5,4 |
| 2018 | -10,4 | -5,5 |
| 2019 | -9,8 | -5,7 |
| 2020 | -15,3 | -7,9 |
| 2021 | -17,8 | -9,5 |
| 2022 | -24,9 | -13,4 |
| 2023 | -28,8 | -16,7 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | ||
Indirecte Franse export naar Nederland verloopt vooral via Europese landen
Figuur 5.5.4 laat zien via welke derde landen Frankrijk indirect verdient aan de export naar Nederland. Van de 5,6 miljard euro aan indirecte exportverdiensten werd meer dan driekwart gerealiseerd via Europese landen. De directe buurlanden België en Duitsland waren samen goed voor rond 45 procent van de indirecte Franse exportverdiensten aan Nederland. Ook Ierland en het VK speelden een belangrijke rol in de waardeketen tussen Frankrijk en Nederland, met aandelen van 8 en 5,9 procent aan de indirecte exportverdiensten.
| Land | Verdiensten |
|---|---|
| België | 1552 |
| Duitsland | 1024 |
| Ierland | 445 |
| Verenigd Koninkrijk | 329 |
| Italië | 238 |
| Spanje | 228 |
| Luxemburg | 150 |
| Zwitserland | 148 |
| Polen | 141 |
| Zweden | 127 |
| Andere EU-landen | 435 |
| Rest van de wereld | 748 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | |
Bescheiden rol industriële bedrijfstakken in Franse exportverdiensten aan Nederland
Figuur 5.5.5 toont welke Franse bedrijfstakken in 2023 het meeste verdienden aan de export van goederen en diensten naar Nederland, uitgesplitst naar directe en indirecte exportstromen. Het grootste deel van de exportverdiensten kwam voor rekening van de groothandel en handelsbemiddeling (circa 3,3 miljard euro). Daarna volgden de bedrijfstak juridisch en managementadvies met 2,5 miljard euro en IT- en informatiedienstverlening met 1,5 miljard euro.
Opvallend is dat geen enkele industriële bedrijfstak tot de top 10 met de grootste exportverdiensten behoort. De exportverdiensten vloeien vooral voort uit dienstenactiviteiten. Het is wel belangrijk op te merken dat in de stromen van de groothandel een groot deel van de producten uit de landbouw en industrie wordt verhandeld. Bovendien zijn de Franse exportverdiensten aan Nederland grotendeels te verklaren door directe exportstromen. Voor de tien belangrijkste Franse bedrijfstakken varieert het directe aandeel tussen de 70 procent (energievoorziening) en 83 procent (verhuur van roerende goederen).
| Industrie | Direct | Indirect |
|---|---|---|
| Groothandel en handelsbemiddeling | 2,6 | 0,73 |
| Juridische diensten en administratie | 2,05 | 0,45 |
| IT- en informatiedienstverlening | 1,22 | 0,27 |
| Verhuur van roerende goederen | 1,17 | 0,24 |
| Overige zakelijke dienstverlening | 0,93 | 0,32 |
| Verhuur en handel in onroerend goed | 0,76 | 0,20 |
| Opslag, dienstverlening voor vervoer | 0,69 | 0,21 |
| Energievoorziening | 0,58 | 0,25 |
| Landbouw | 0,64 | 0,14 |
| Bankwezen | 0,62 | 0,16 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | ||
VS en Duitsland belangrijkste eindbestemmingen van Franse export via Nederland
Figuur 5.5.6 toont de exportverdiensten per eindbestemming van Franse goederen en diensten die via Nederland naar derde landen worden verhandeld. Van deze indirecte Franse exportverdiensten is 10,4 procent te verklaren door bestedingen in de VS en 10,2 procent door bestedingen in Duitsland.
Binnen de EU zijn België, Italië en Spanje belangrijke eindbestemmingen. Buiten de EU werden in China, het VK en Zwitserland relatief veel Franse exportverdiensten gegenereerd, waarbij China de belangrijkste niet-EU-eindbestemming is. Daarnaast wordt 8,8 procent van de Franse exportverdiensten verklaard door Franse goederen en diensten die via Nederland weer terug naar Frankrijk stromen. Een voorbeeld hiervan zijn elektronische onderdelen die een bedrijf in Nederland uit Frankrijk importeert, deze verwerkt in de productie van machines, en vervolgens opnieuw exporteert naar Frankrijk, waar de machine wordt verkocht aan een bedrijf gevestigd in Frankrijk.
| Land | Verdiensten |
|---|---|
| Verenigde Staten | 1376 |
| Duitsland | 1353 |
| Frankrijk | 1168 |
| China | 879 |
| Verenigd Koninkrijk | 765 |
| België | 661 |
| Italië | 579 |
| Spanje | 403 |
| Zwitserland | 278 |
| Polen | 250 |
| Andere EU-landen | 1494 |
| Rest van de wereld | 4026 |
| Bron: Eurostat (2025), eigen berekeningen | |
5.6Samenvatting en conclusie
In dit hoofdstuk is onderzocht in welke mate Nederland en Frankrijk met elkaar verweven zijn in mondiale waardeketens. Daarbij keken we naar wat beide landen verdienen aan de onderlinge export, welke bedrijfstakken hiervan met name profiteren, via welke andere landen verdiend wordt aan de wederzijdse indirecte export en waar de export uiteindelijk terecht komt.
Directe export naar Frankrijk goed voor 1,9 procent van het bbp
De toegevoegde waarde die de Nederlandse economie in 2024 genereerde dankzij de export van goederen en diensten naar Frankrijk was in totaal 21,0 miljard euro, goed voor 1,9 procent van het Nederlandse bbp. Frankrijk is daarmee de vijfde handelspartner van Nederland qua exportverdiensten.
Nederland verdiende, met 10,2 miljard euro, het meest aan de export van diensten naar Frankrijk. De goederenuitvoer van Nederlandse makelij leverde Nederland 7,6 miljard euro op en de wederuitvoer 3,2 miljard euro. De groothandel en handelsbemiddeling verdiende het meest aan de export naar Frankrijk, gevolgd door juridisch en managementadvies en IT- en informatiedienstverlening.
Bij de Nederlandse goederenuitvoer werd het meest verdiend aan voedingsmiddelen, chemische stoffen en chemische producten, en landbouwproducten. Bij de dienstenuitvoer ging het vooral om aan technische en aan de handel verbonden diensten en overige zakelijke diensten, overig vervoer en financiële diensten.
145 duizend voltijdbanen dankzij export naar Frankrijk
In totaal waren 145 duizend voltijdbanen in 2024 gerelateerd aan de export naar Frankrijk, goed voor 1,7 procent van de totale Nederlandse werkgelegenheid. De drie bedrijfstakken met de meeste werkgelegenheid dankzij directe export naar Frankrijk zijn dezelfde als de drie bedrijfstakken met de hoogste toegevoegde waarde dankzij export naar Frankrijk.
Naast de directe export naar Frankrijk verdiende Nederland in 2023 ook nog 9,3 miljard euro aan de export door andere landen naar Frankrijk, waarin Nederlandse tussenproducten, halffabricaten of ondersteunende diensten waren verwerkt. België, Duitsland en Ierland waren de belangrijkste tussenschakels. Van de totale Nederlandse verdiensten aan de export naar Frankrijk was in 2023 circa driekwart uiteindelijk bestemd voor de Franse finale bestedingen. De belangrijkste eindbestemmingen van Franse export waarin Nederlandse toegevoegde waarde was verwerkt, waren de VS, China en Duitsland.
Ruim de helft van goedereninvoer uit Frankrijk bestemd voor wederuitvoer
In 2024 importeerde Nederland voor 34,5 miljard euro uit Frankrijk, waarvan 18,8 miljard euro aan goederen en 15,7 miljard euro aan diensten. Dit zorgde voor een aandeel van 4,3 procent in de totale invoer van goederen en diensten. Ruim de helft (53,2 procent) van de goedereninvoer uit Frankrijk bestond uit geïmporteerde goederen die Nederland in vrijwel onbewerkte vorm weer verlieten als wederuitvoer. De belangrijkste ingevoerde goederen voor wederuitvoer waren chemische stoffen en chemische producten, voedingsmiddelen en informaticaproducten, elektronische en optische producten.
De invoer van goederen uit Frankrijk voor direct gebruik had een waarde van 2,7 miljard euro in 2024. Dit zijn goederen die rechtstreeks geconsumeerd werden door Nederlandse huishoudens en overheidsinstellingen of werden ingezet als investeringen door bedrijven. Hier domineerden motorvoertuigen, voedingsmiddelen en machines.
Merendeel van verwerkte goedereninvoer uit Frankrijk verwerkt in de uitvoer
De goedereninvoer uit Frankrijk die door bedrijven in Nederland verder werd verwerkt, had een waarde van 6 miljard euro in 2024. Van deze verwerkte goedereninvoer werd 2,4 miljard euro afgezet op de binnenlandse markt en 3,6 miljard euro geëxporteerd. Landbouwproducten, voedingsmiddelen en chemische stoffen en chemische producten waren hier de belangrijkste categorieën.
De intermediaire diensteninvoer uit Frankrijk was met 12,2 miljard euro meer dan tweemaal zo groot als de intermediaire goedereninvoer. De belangrijkste ondersteunende dienstencategorieën waren professionele en managementadviesdiensten, technische, aan de handel verbonden en overige zakelijke diensten en financiële diensten. De diensteninvoer voor rechtstreeks verbruik bestond hoofdzakelijk uit privé reisverkeer.
Anders dan de Nederlandse economie is de Franse economie relatief minder georiënteerd op de export. Frankrijk heeft een grotere binnenlandse markt en verdient ongeveer 22 procent van zijn bbp met uitvoer. In Nederland is dat beduidend hoger met ongeveer een derde van het bbp.
Frankrijk verdiende 25,9 miljard euro dankzij export aan Nederland
In 2023 verdiende Frankrijk 25,9 miljard euro aan de export van goederen en diensten naar Nederland, waarvan 20,3 miljard euro direct en 5,6 miljard euro indirect via mondiale waardeketens. Dit was goed voor 1 procent van het Franse bbp. Zowel gemeten in bruto handelswaardes als in toegevoegde waarde heeft Frankrijk een structureel handelstekort met Nederland en sinds 2015 is dit handelstekort gestaag toegenomen. Ongeveer 80 procent van de Franse exportverdiensten aan Nederland kwam tot stand via de directe export. Indirecte Franse export naar Nederland verliep vooral via Europese landen met België en Duitsland als belangrijkste tussenschakels.
De groothandel en handelsbemiddeling verdiende het meest aan de export naar Nederland, gevolgd door juridische diensten en administratie. Iets minder dan de helft (12,6 miljard euro) van de Franse export die Nederland in 2023 bereikte was daadwerkelijk bestemd voor Nederlandse finale bestedingen, zoals consumptie en investeringen; een kleine meerderheid (13,2 miljard euro) werd in Nederland verwerkt en geëxporteerd naar een buitenlandse eindbestemming. De Verenigde Staten en Duitsland waren de belangrijkste eindbestemmingen van Franse goederen en diensten die door bedrijven in Nederland werden ingezet voor het verwezenlijken van de export.
5.7Data en methoden
Door de opdeling van productieprocessen wereldwijd geven traditionele handelsstatistieken slechts een gedeeltelijk beeld van economische verwevenheid. Om de directe en indirecte relaties tussen landen en bedrijfstakken goed in te schatten is waardeketenanalyse noodzakelijk. De onderlinge afhankelijkheid gaat immers verder dan alleen de directe relatie tussen toeleverancier en afnemer; het gaat om alle betrokkenen in de hele keten. Waardeketenanalyse (input-outputanalyse) maakt het mogelijk in kaart te brengen hoeveel waarde wordt toegevoegd op ieder punt in de keten, waardoor dwarsverbanden en afhankelijkheden in de keten inzichtelijk worden.
In dit hoofdstuk analyseren we de verdiensten van de Nederlandse export naar Frankrijk en omgekeerd. Dankzij het koppelen van de statistieken Internationale Handel in Goederen (IHG) en Internationale Handel in Diensten (IHD) aan input-outputtabellen afkomstig van de nationale rekeningen (NR) van het CBS, is het mogelijk om deze verdiensten in kaart te brengen. De methode die gebruikt wordt om deze koppeling tot stand te brengen is ontwikkeld door Lemmers (2015) en maakt het mogelijk vast te stellen wat Nederland verdient aan de directe export naar andere afzetmarkten.
Deze koppeling maakt het ook mogelijk om de werkgelegenheid die gemoeid is met deze export in kaart te brengen door gebruik te maken van cijfers uit de arbeidsrekeningen van het CBS. Daarbij wordt eveneens gebruikgemaakt van input-outputanalyse (Miller & Blair, 2009). Een vergelijkbare koppeling wordt gebruikt om cijfers over de goederen- en diensteninvoer te koppelen met de input-outputtabellen van het CBS, waardoor het mogelijk is uitspraken te doen over de inzet van de invoer binnen de Nederlandse economie (Aerts et al., 2022; Lemmers & Wong, 2019).
Input-outputtabellen laten per bedrijfstak zien hoeveel deze aan de andere bedrijfstakken levert, waar de bedrijfstak de benodigde goederen en diensten zelf inkoopt en hoeveel de bedrijfstak produceert en exporteert. Met behulp van een dergelijke input-outputtabel is het mogelijk te berekenen hoeveel toegevoegde waarde er gegenereerd wordt in iedere bedrijfstak en hoeveel werkgelegenheid hiermee gepaard gaat. Hiermee kunnen afhankelijkheden in waardeketens inzichtelijk worden gemaakt.
Het CBS beschikt echter uitsluitend over gegevens over de directe internationale handel van Nederland met andere handelspartners. Het laatst beschikbare verslagjaar voor deze data was op het moment van schrijven 2024. Het CBS heeft echter geen zicht op wat er met de goederen en diensten gebeurt nadat ze zijn geëxporteerd. Met multiregionale input-outputtabellen gepubliceerd door Eurostat (2025) kan het CBS wel schatten wat er met de export gebeurt: worden de goederen en diensten in het importerende land bijvoorbeeld geconsumeerd of verwerkt voor verdere export? Deze gegevens van Eurostat bestaan uit aan elkaar gekoppelde nationale input-outputtabellen; de zogenaamde multiregionale input-outputtabellen (MRIO). Deze MRIO-tabellen delen de wereld op in 49 landen plus een rest-van-de-wereld aggregaat en 64 bedrijfstakken en laten onder andere zien hoeveel onderlinge leveringen er zijn tussen bedrijfstakken en aan consumenten, overheid en investeringen voor de periode 2010–2023. Om de verdiensten van deze indirecte handel in kaart te brengen wordt eveneens gebruikgemaakt van input-outputanalyse. Voor meer informatie over deze methode zie onder andere Lemmers (2013), Lemmers et al. (2014), en Jaarsma en Wong (2017).
5.8Literatuur
Literatuur
Aerts, N., Bohn, T., Lemmers, O., & Wong, K. F. (2022). Linking micro-data to national input-output tables: by whom and from whom are products imported and to what end? 28th IIOA Conference. Langkawi Island, Maleisië: International Input Output Association.
CBS (2015). De in- en uitvoercijfers van het CBS. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 5 maart 2026.
CBS (2018, 12 december). Handelstekort met VS door wederuitvoerstromen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 6 maart 2026.
Cremers, D., Notten, T., Prenen, L, Rud, I., & Wong, K. F. (2020). Nederlands-Duitse handel in mondiale waardeketens. In S. Creemers, M. Jaarsma & A. Lammertsma (Reds.). Internationaliseringsmonitor 2020, eerste kwartaal: Duitsland. Centraal Bureau voor de Statistiek.
D66, VVD & CDA (2026, 30 januari). Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland. Coalitieakkoord 2026–2030. Geraadpleegd op 22 februari 2026.
Europese Commissie (2023, 20 juni). Europese aanpak voor meer economische veiligheid. Geraadpleegd op 22 februari 2026.
Eurostat (2025). FIGARO tables (2025 edition): annual EU inter-country supply, use and input-output tables [Dataset]. Eurostat. Geraadpleegd op 11 februari 2026.
Franssen, L., Lemmers, O., Prenen, L., & Wong, K. F. (2020). Het Verenigd Koninkrijk afhankelijker van Europese Unie dan eerder gedacht. Economische Statistische Berichten, 105(4786), 268–271.
Fritsch, M., & Matthes, J. (2017). Factory Europe and its ties in Global Value Chains. GED Focus Paper. Bertelsmann Stiftung.
Jaarsma, M., & Wong, K. F. (2017). Wat verdient Nederland aan de export naar het Verenigd Koninkrijk? In M. Jaarsma & R. Voncken (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2017, eerste kwartaal: Verenigd Koninkrijk. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Lemmers, O. (2013). Global value chains and the value added of trade. In M. Jaarsma (Red.), Internationalisation Monitor 2013. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Lemmers, O., Rozendaal, L., van Berkel, F., & Voncken, R. (2014). Nederland en internationale waardeketens. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 11 februari 2026.
Lemmers, O. (2015). Who needs MRIOs anyway? An alternative assignment of value added of trade. 17th Annual Conference of the ETGS. Parijs, Frankrijk: European Trade Study Group.
Lemmers, O., & Wong, K. F. (2019). Distinguishing between imports for domestic use and for re-exports: a novel method illustrated for the Netherlands. National Institute Economic Review 249(1), 59–67.
Miller, R. E., & Blair, P. D. (2009). Input-Output Analysis: Foundations and Extensions. Cambridge University Press.
Ministry for Europe and Foreign Affairs (2020). France Relance recovery plan: building the France of 2030. Geraadpleegd op 11 februari 2026.
Notten, T., & Visser, C. (2024). De verwevenheid van Nederland met België in mondiale waardeketens. In S. Creemers & M. Weusten (Reds.) Internationaliseringsmonitor 2024, eerste kwartaal: België. Centraal Bureau voor de Statistiek.
OESO (2021). OECD Economic Surveys: France 2021. OECD Publishing, Paris. Geraadpleegd op 5 maart 2026.
Prenen, L., Rooyakkers, J., & Notten, T. (2024). Nederlandse verdiensten aan de export. In S. Creemers, M. Houben-van Herten & R. Voncken (Reds.), Nederland Handelsland: Export, import & investeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Prenen, L., & Voncken, R. (2025). Nederlandse verdiensten aan de export. In S. Creemers & R. Voncken (Reds). Nederland Handelsland: Export, import & investeringen 2025. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Remond-Tiedrez, I., & Rueda-Cantuche, J. M. (2019). EU inter-country supply, use and input-output tables: Full international and global accounts for research in input-output analysis (FIGARO). Publications Office of the European Union.
Wereldbank & WHO (2019). Global Value Chain Development Report 2019: Technological Innovation, Supply Chain Trade, and Workers in a Globalized World. Wereldhandelsorganisatie.
Wong, K. F. (2019). Het belang van de groothandel als poort naar de wereldmarkt. In M. Jaarsma & R. Voncken (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2019, eerste kwartaal: Verenigde Staten. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Noten
De gegevens in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op statistieken van de nationale rekeningen. Doordat de nationale rekeningen en de handelsstatistieken onder andere verschillende afbakeningen, methoden, concepten en definities hebben, komen de cijfers over de export naar land niet exact overeen met de handelsstatistieken. Zie CBS (2015) voor meer informatie over het verschil in methodologie en concept.
Het verschil met de totale Nederlandse exportverdiensten ter waarde van 21,0 miljard euro bestaat uit 325 miljoen euro aan belastingen en subsidies en 277 miljoen euro aan toegevoegde waarde, rechtstreeks toe te schrijven aan wederuitvoer (188 miljoen) en reisverkeer (89 miljoen).