Staldieren

De stikstof- en fosfaatexcretie van varkens was in 2021 lager dan in 2020 door een daling van het aantal vleesvarkens en zeugen.

4.1Krachtvoer

Het voer voor staldieren kan bestaan uit mengvoer, enkelvoudige krachtvoergrondstoffen en, voor sommige diercategorieën, vochtrijke bijproducten. In de toegepaste kengetallen van het voerverbruik van staldieren wordt het verbruik uitgedrukt als verbruik van droog voer met een drogestofgehalte van ongeveer 87 procent. Voor de voersamenstelling wordt gebruikgemaakt van de afzet van mengvoer en enkelvoudig voer die voerleveranciers jaarlijks moeten rapporteren aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In de geregistreerde voerleveringen zijn echter ook leveringen van vochtrijk voer opgenomen. Het drogestofgehalte van deze voeders kan niet uit de voerleveringen worden afgeleid maar ligt voor de meest verbruikte soorten tussen 10 en 30 procent. Door het ontbreken van informatie over het drogestofgehalte is het niet mogelijk om de samenstelling van leveringen van vochtrijk voer om te rekenen naar de samenstelling van droog voer zoals die in kengetallen over het voerverbruik worden toegepast. Leveringen van vochtrijk voer zijn daarom uit de RVO-bestanden verwijderd om de gemiddelde stikstof- en fosforgehalten van droog voer te kunnen berekenen. Het stikstofgehalte van het geleverde voer is hierbij gebruikt als indicatie van de levering van vochtrijk voer. Het verbruik en de samenstelling van vochtrijk voer bestemd voor varkens is afkomstig van de OPNV.

Bij pluimvee spelen vochtrijke voeders geen rol. Hierdoor is het mogelijk een gemiddelde samenstelling van het verstrekte voer te berekenen op basis van de geregistreerde leveringen van mengvoer en enkelvoudig voer. Een uitzondering hierop vormen de vleeskuikens vanwege het aandeel enkelvoudige tarwe in het rantsoen. Het aandeel enkelvoudige tarwe is in het Bedrijveninformatienet (BIN) van Wageningen Economic Research hoger dan in geregistreerde voerleveringen van RVO. De leveringen van akkerbouwer naar veehouder en het verbruik van tarwe van het eigen bedrijf zitten namelijk niet in de geregistreerde voerleveringen maar wel in het BIN. Om die reden is voor vleeskuikens uit de RVO-gegevens alleen de samenstelling van mengvoer berekend. Het verbruik van tarwe is gebaseerd op gegevens van Wageningen Economic Research. Van het kaliumgehalte in varkens- en pluimveemengvoer is geen jaarlijkse informatie beschikbaar. De samenstelling van het voer voor staldieren is weergegeven in Tabel 4.1.1.

4.1.1Samenstelling van staldiervoeders (g/kg)
Stikstof (N) Fosfor (P)
2020 2021 2020 2021
Varkensvoer
Opfokzeugen en -beren1) 25,4 24,9 5,3 5,1
Zeugen1) 24,1 23,9 4,9 4,9
Beren1) 23,0 22,9 5,1 5,0
Vleesvarkens1) 24,3 24,1 4,5 4,3
Pluimveevoer
Vleeskuikenvoer2) 29,1 29,1 4,2 4,1
Opfokvoer voor vleeskuikenouderdieren 25,1 25,2 5,4 5,4
Foktoomvoer voor vleeskuikenouderdieren 22,7 22,7 4,5 4,3
Opfokvoer voor legrassen 27,4 27,6 5,6 5,5
Legvoer 26,1 26,0 4,9 4,7
Eendenvoer 25,4 25,7 5,3 5,1
Kalkoenenvoer 28,3 28,9 5,1 4,9
Konijnenvoer
Konijnenvoer 25,0 24,9 5,4 5,3

1)Inclusief vochtrijk krachtvoer en enkelvoudig vervoederde grondstoffen.

2)Inclusief enkelvoudig vervoederde tarwe.

4.2Dierlijke productie

De vastlegging van mineralen in dierlijke producten is afhankelijk van het productieniveau van vlees en eieren en van de mineralengehalten van die producten. Het levend gewicht van staldieren wordt incidenteel aangepast. De mineralengehalten van dierlijke producten worden jaarlijks afgestemd op de forfaitaire waarden in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Nieuwe gegevens over gehalten aan stikstof en fosfor in het levend gewicht van staldieren komen incidenteel beschikbaar. De samenstelling van dierlijke producten is weergegeven Tabel 4.2.1.

4.2.1Gewicht en samenstelling van staldieren en van dierlijke producten in 2021
Gewicht (Gew) (kg) Stikstof (N) (g/kg) Fosfor (P) (g/kg) Kalium (K) (g/kg) Bron [Gew] [N] [P] [K]
Varkens
Doodgeboren big 1,3 18,7 6,15 1,81 [1] [2] [2] [2]
Uitval biggen 2,8 23,1 5,36 2,64 [2] [2] [2] [2]
Big bij afleveren 26,2 24,8 5,32 2,42 [3] [2] [2] [2]
Vleesvarken 125 25,0 5,36 2,28 [3] [2] [2] [2]
Opfokzeug 145 24,9 5,78 2,25 [4] [2] [5] [2]
Fokzeug 230 25,0 5,35 2,08 [6] [7] [7] [2]
Fokbeer 325 25,0 5,35 2,04 [8] [7] [7] [2]
Kippen
Eendagskuiken - legsector 0,035 25,8 2,53 2,00 [8] [9] [9] [10]
Eendagskuiken - vleessector 0,042 25,8 2,53 2,40 [8] [9] [9] [10]
Witte leghen - ca. 18 weken 1,285 28,0 5,50 1,91 [8] [10] [7] [10]
Witte leghen - eindgewicht 1,600 28,0 5,60 1,85 [8] [10] [7] [10]
Middelzware leghen - ca. 18 weken 1,520 28,0 5,50 1,65 [8] [10] [7] [10]
Middelzware leghen - eindgewicht 1,700 28,0 5,60 1,85 [8] [10] [7] [10]
Moederdier van reguliere vleesrassen - ca. 20 weken 2,200 33,4 4,93 2,50 [11] [12] [12] [12]
Moederdier van trager groeiende vleesrassen - ca. 20 weken 1,350 33,4 4,93 2,50 [11] [12] [12] [12]
Moederdier van reguliere vleesrassen - eindgewicht 3,900 28,4 5,41 2,20 [6] [12] [12] [12]
Moederdier van trager groeiende vleesrassen - eindgewicht 2,200 28,4 5,41 2,20 [6] [12] [12] [12]
Vaderdier van vleesrassen - ca. 20 weken 3,000 34,5 5,46 2,50 [6] [12] [12] [12]
Vaderdier van vleesrassen - eindgewicht 4,800 35,4 5,68 2,50 [6] [12] [12] [12]
Vleeskuiken 2,471 28,3 4,40 2,40 [13] [15] [14] [12]
Eenden en kalkoenen
Eend - begingewicht 0,056 28,0 2,97 1,83 [16] [15] [15] [16]
Vleeseend 3,200 29,5 5,07 2,49 [6] [15] [15] [16]
Kalkoen - begingewicht 0,057 30,0 3,40 2,04 [7] [8] [7] [7]
Vleeskalkoen, hen 10,000 33,0 5,00 2,04 [6] [7] [7] [7]
Vleeskalkoen, haan 20,000 33,0 5,20 2,04 [6] [7] [7] [7]
Konijnen
Konijnen1) 28,3 5,19 2,00
Eieren
Legsector2) 18,5 1,70 1,20 [7][7][7]
Vleessector 0,062 19,3 1,90 1,20 [8] [12][12][12]

1)Gemiddelde samenstelling van de dierlijke productie.

2)In de berekening van de vastlegging wordt gerekend met de totale omvang van de eierproductie in kg.

N.B. Het gewicht van dieren is het levend gewicht.

[1] Coppoolse et al. (1990).

[2] Jongbloed en Kemme (2002a).

[3] Agrovision kengetallen vleesvarkens en zeugen (jaarlijks).

[4] Evers et al. (2011).

[5] Jongbloed (2010).

[6] KWIN (2020).

[7] Jongbloed en Kemme (2002b).

[8] Jongbloed en Kemme (2005).

[9] Ipema en Jongbloed (2011).

[10] WPSA (1985).

[11] Groenestein (2017).

[12] Versteegh en Jongbloed (2000a).

[13] Bedrijveninformatienet (BIN). Wageningen Economic Research.

[14] Versteegh en Jongbloed (2000b).

[15] Tabellen mestbeleid.

[16] De Buisonjé et al. (2009).

4.3Mineralenexcretie

De excretiefactoren voor staldieren staan in Tabel 4.3.1. Voor vleesvarkens, zeugen, leghennen en vleeskuikens is de berekening van de excretiefactoren in deze paragraaf opgenomen.

4.3.1Excretiefactoren van staldieren in 2021 (kg/dier/jaar)
Stikstof (N) Fosfaat (P2O5) Kali (K2O)
Varkens
Vleesvarkens 11,6 4,1 8,2
Opfokzeugen en -beren 15,0 6,6 8,5
Gedekte zeugen, zeugen bij de biggen en overige fokzeugen1) 31,5 14,6 22,1
Opfokberen, 50 kg en meer 15,0 6,6 8,5
Dekrijpe beren 21,9 11,2 11,5
Pluimvee
Vleeskuikens 0,44 0,12 0,25
Ouderdieren van vleesrassen-opfok, jonger dan ca. 20 weken 0,36 0,21 0,17
Ouderdieren van vleesrassen-leg, ca. 20 weken en ouder 0,96 0,47 0,43
Leghennen-opfok, jonger dan ca. 18 weken 0,37 0,17 0,15
Leghennen-leg, ca. 18 weken en ouder 0,80 0,40 0,35
Vleeseenden 0,68 0,36 0,47
Kalkoenen 1,65 0,69 0,84
Konijnen
Konijnen (voedsters)2, 3) 8,0 4,2 8,5

1)Inclusief excretie van biggen.

2)Inclusief excretie van vleeskonijnen.

3)Inclusief excretie van mannelijke dieren en opfokdieren.

N.B. De factoren gelden per bij de landbouwtelling geteld dier.

Varkens

De technische kengetallen van vleesvarkens en zeugen zijn gebaseerd op cijfers van Agrovision. De bij RVO geregistreerde leveringen van mengvoer en enkelvoudig voer in kilogrammen voer, stikstof en fosfor zijn gebruikt bij de bepaling van de mineralengehalten van droge voeders voor de onderscheiden categorieën varkens. Dit is gedaan door bedrijven waaraan varkensvoer is geleverd, te koppelen aan de gegevens in de Landbouwtelling. Vervolgens zijn de stikstof- en fosforgehalten van het voer voor een bepaalde categorie varkens zoals vleesvarkens of zeugen gebaseerd op de gemiddelde samenstelling van het geleverde voer aan bedrijven die alleen de betreffende categorie varkens houden. Deze werkwijze impliceert dat er bij de samenstelling geen onderscheid hoeft te worden gemaakt tussen verschillende typen voeders zoals startvoer, opfokvoer en afmestvoer bij vleesvarkens of tussen verschillende typen zeugenvoeders bij fokzeugen.

De uitgangspunten en de excretieberekening voor vleesvarkens zijn weergegeven in Tabel 4.3.2 en voor fokzeugen in Tabel 4.3.3. Hoewel het aantal dieren is afgenomen, werd er per dier wel meer voer verbruikt. Het hogere voerverbruik kan te maken hebben met de grondstoffensamenstelling van het mengvoer of een groter aandeel welzijnsvoer. Daarnaast speelt bij zeugen de toegenomen biggenproductie een rol.

4.3.2Mineralenexcretie van vleesvarkens
Eenheid 2020 2021
Voerverbruik
Startvoer kg/dier.jaar 143 143
Vleesvarkensvoer kg/dier.jaar 656 671
Vastlegging in vlees kg/dier.jaar 315 321
Eindgewicht vleesvarken kg 125 125
Gehalten vlees
Stikstof g N/kg 25,1 25,1
Fosfor g P/kg 5,4 5,4
Kalium g K/kg 2,2 2,2
Opname
Stikstof kg N/dier.jaar 19,4 19,6
Fosfor kg P/dier.jaar 3,6 3,5
Kalium kg K/dier.jaar 7,4 7,5
Vastlegging
Stikstof kg N/dier.jaar 7,9 8,0
Fosfor kg P/dier.jaar 1,7 1,7
Kalium kg K/dier.jaar 0,7 0,7
Excretie
Stikstof kg N/dier.jaar 11,5 11,6
Fosfaat1) kg P2O5/dier.jaar 4,3 4,1
Kali2) kg K2O/dier.jaar 8,0 8,2

1)De omrekenfactor voor P in P2O5 is 2,29.

2)De omrekenfactor voor K in K2O is 1,205.

4.3.3Mineralenexcretie van zeugen
Eenheid 2020 2021
Voerverbruik
biggenvoer kg/big 30 31
biggenvoer kg/zeug.jaar 891 952
zeugenvoer kg/zeug.jaar 1244 1267
Vastlegging zeug kg/dier.jaar 37 37
Grootgebrachte biggen aantal/zeug.jaar 30 31
Grootgebrachte biggen kg/zeug.jaar 778 815
Uitval biggen kg/zeug.jaar 13 15
Doodgeboren biggen kg/zeug.jaar 3,3 3,4
Eindgewicht big kg 25,8 26,2
Gehalte vastlegging zeug
stikstof g N/kg 25,2 25,2
fosfor g P/kg 4,6 4,6
kalium g K/kg 1,8 1,8
Gehalte vastlegging grootgebrachte biggen
stikstof g N/kg 24,8 24,8
fosfor g P/kg 5,3 5,3
kalium g K/kg 2,4 2,4
Gehalte vastlegging uitgevallen biggen
stikstof g N/kg 23,1 23,1
fosfor g P/kg 5,4 5,4
kalium g K/kg 2,6 2,6
Gehalte vastlegging doodgeboren biggen
stikstof g N/kg 18,7 18,7
fosfor g P/kg 6,2 6,2
kalium g K/kg 1,8 1,8
Opname
stikstof kg N/dier.jaar 51,4 53,1
fosfor kg P/dier.jaar 10,5 11,0
kalium kg K/dier.jaar 19,4 20,4
Vastlegging
stikstof kg N/dier.jaar 20,6 21,5
fosfor kg P/dier.jaar 4,4 4,6
lalium kg K/dier.jaar 2,0 2,1
Excretie
stikstof kg N/dier.jaar 30,8 31,5
fosfaat1) kg P2O5/dier.jaar 13,9 14,6
kali2) kg K2O/dier.jaar 21,0 22,1

1)De omrekenfactor voor P in P2O5 is 2,29.

2)De omrekenfactor voor K in K2O is 1,205.

Pluimvee en konijnen

De technische kengetallen voor vleeskuikens en leghennen ouder dan circa 18 weken worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de deeladministraties leghennen en vleeskuikens in het Bedrijveninformatienet (BIN) van Wageningen Economic Research. Bij de bepaling van de mineralengehalten van kippenvoer voor de onderscheiden categorieën kippen zijn de bedrijven waaraan kippenvoer is geleverd, gekoppeld aan de gegevens in de Landbouwtelling. De samenstelling van het voer voor een bepaalde pluimveecategorie is gebaseerd op de gemiddelde samenstelling van het voer dat geleverd is aan bedrijven die uitsluitend de betreffende pluimveecategorie houden. Op deze manier is de samenstelling bepaald van leghennenvoer, vleeskuikenvoer en voer voor vleeskuikenouderdieren. Voor eenden, kalkoenen en konijnen komen de voercategorieën in de overzichten van RVO overeen met de diercategorieën in de Landbouwtelling. Een nadere uitsplitsing van deze voercategorieën zoals bij varkens en kippen is dus niet nodig.

De uitgangspunten en de excretieberekening voor vleeskuikens zijn weergegeven in Tabel 4.3.4.en voor leghennen in Tabel 4.3.5.

4.3.4Mineralenexcretie van vleeskuikens
Eenheid 2020 2021
Vleeskuiken
verbruik voer kg/dier.jaar 34,4 35,4
groei gram/dier.dag 56,5 56,8
vastlegging kg/dier.jaar 20,6 20,7
Gehalte vastlegging dier
stikstof g N/kg 28,3 28,3
fosfor g P/kg 4,4 4,4
kalium g K/kg 2,4 2,4
Opname
stikstof kg N/dier.jaar 1,00 1,03
fosfor kg P/dier.jaar 0,14 0,14
kalium kg K/dier.jaar 0,25 0,26
Vastlegging
stikstof kg N/dier.jaar 0,58 0,59
fosfor kg P/dier.jaar 0,09 0,09
lalium kg K/dier.jaar 0,05 0,05
Excretie
stikstof kg N/dier.jaar 0,41 0,44
fosfaat1) kg P2O5/dier.jaar 0,12 0,12
kali2) kg K2O/dier.jaar 0,24 0,25

1)De omrekenfactor voor P in P2O5 is 2,29.

2)De omrekenfactor voor K in K2O is 1,205.

4.3.5Mineralenexcretie van leghennen
Eenheid 2020 2021
Verbruik legvoer kg/dier.jaar 43,3 44,0
Groei leghen gram/dier.dag 0,5 0,5
Vastlegging leghen kg/dier.jaar 0,2 0,2
Eiproductie vanaf 20 weken kg/dier.jaar 19,0 19,2
Eiproductie vanaf 18 weken kg/dier.jaar 18,2 18,4
Gehalte vastlegging dier
stikstof g N/kg 28,0 28,0
fosfor g P/kg 6,1 6,1
kalium g K/kg 2,1 2,1
Gehalte vastlegging eieren
stikstof g N/kg 18,5 18,5
fosfor g P/kg 1,7 1,7
kalium g K/kg 1,2 1,2
Opname
stikstof kg N/dier.jaar 1,129 1,146
fosfor kg P/dier.jaar 0,211 0,208
kalium kg K/dier.jaar 0,305 0,309
Vastlegging dier
stikstof kg N/dier.jaar 0,006 0,006
fosfor kg P/dier.jaar 0,001 0,001
kalium kg K/dier.jaar 0,000 0,000
Vastlegging eieren
stikstof kg N/dier.jaar 0,336 0,340
fosfor kg P/dier.jaar 0,031 0,031
kalium kg K/dier.jaar 0,022 0,022
Excretie
stikstof kg N/dier.jaar 0,79 0,80
fosfaat1) kg P2O5/dier.jaar 0,41 0,40
kali2) kg K2O/dier.jaar 0,34 0,35

1)De omrekenfactor voor P in P2O5 is 2,29.

2)De omrekenfactor voor K in K2O is 1,205.

4.4Mestproductievolume

De hoeveelheid mest per dier is gedefinieerd als de hoeveelheid mest in kilogram die na enkele maanden bewaring aanwezig is in de stalopslag, inclusief voerresten, schoonmaakwater en vermorst drinkwater.

De mestproductiefactoren van staldieren worden periodiek geactualiseerd door de mestafvoer van grondloze bedrijven te vergelijken met het aantal dieren op het bedrijf. Voor de meeste categorieën staldieren is de mestproductiefactor geactualiseerd door de mestafvoer van grondloze bedrijven in 2019, 2020 en 2021 te vergelijken met het aantal dieren in die jaren. Een grondloos bedrijf zal in principe alle mest moeten afvoeren. Een bedrijf wordt als grondloos beschouwd als het meer dan 15 grootvee-eenheden per hectare heeft. De spreiding in de mestproductie per dier is doorgaans groot. Als de huidige mestproductiefactor buiten het 95% betrouwbaarheidsinterval valt van de berekende nieuwe waarde, wordt de nieuwe berekende waarde als mestproductiefactor overgenomen. Dit bleek alleen bij kalkoenen het geval. De mestproductiefactor van vleeskuikens is door Wageningen Livestock Research (WLR) geactualiseerd op basis van informatie uit het Bedrijveninformatienet (BIN) van Wageningen Economic Research en informatie van coöperatie DEP. Bij de berekening door WLR is uitgegaan van 6 weken productie en 1 week (15%) leegstand.

4.4.1Mestproductiefactoren van staldieren in 2021 (kg/dier/jaar)
Aantal waar­nemingen Gemiddelde 95%-betrouw­baarheids­interval-minimum 95%-betrouw­baarheids­interval-maximum Vorige waarde Nieuw waarde
Vleesvarkens, 20 tot 50 kg en 50 kg en meer 531 1 028 958 1 098 1 000 1 000
Opfokzeugen en -beren 1 200 1 200
Gedekte zeugen, kraamzeugen en overige fokzeugen1) 151 4 751 4 374 5 127 4 500 4 500
Opfokberen, 50 kg en meer 1 200 1 200
Dekrijpe beren 3 200 3 200
Vleeskuikens2) 330 11,0 10,3 11,7 10,0 11,6
Ouderdieren van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken 51 8,6 7,2 10,0 8,2 8,2
Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder 135 21,5 14,0 29,1 20,00 20,0
Leghennen-opfok, jonger dan ca. 18 weken 71 12,3 3,1 21,5 6,5 6,5
Leghennen-leg, ca. 18 weken en ouder 331 25,9 13,7 38,1 17,5 17,5
Vleeseenden 21 49,0 36,7 61,4 45,00 45,0
Kalkoenen 14 58,7 47,8 69,5 45,00 60,0
Konijnen (voedsters)3) 25 381 304 457 377 377

1)Inclusief excretie van biggen.

2)De nieuwe waarde is berekend door Wageningen Livestock Research met data van coöperatie DEP en van Wageningen Economic Research (Bedrijveninformatienet).

3)Excretie per voedster inclusief excretie van mannelijke dieren, vleeskonijnen en opfokkonijnen.

N.B. Varkensmest is dunne mest, pluimveemest is vaste mest.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Cor van Bruggen

Werkgroep Uniformering berekening Mest en mineralen (WUM)

Paul Bikker1)

Aart Evers1)

Jan van Harn1)

Harmen van Laar1)

Harry Luesink2)

Katrin Oltmer2)

Marian van Schijndel (agendalid)4)

Léon Sebek1)

Gerard Velthof (agendalid)3)

Tim van der Zee (agendalid)5)

1) Wageningen Livestock Research

2) Wageningen Economic Research

3) Wageningen Environmental Research

4) Planbureau voor de Leefomgeving

5) Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu