Samenvatting
De stikstofexcretie is gedaald van 489,4 miljoen kilogram in 2020 tot 471,0 miljoen kg in 2021. Dit is bijna 7 procent onder het productieplafond van 504,4 miljoen kilogram. De fosfaatexcretie in dierlijke mest is gedaald van 150,7 miljoen kilogram in 2020 tot 148,0 miljoen kilogram in 2021, ruim 14 procent onder het productieplafond van 172,9 miljoen kilogram.
De stikstofexcretie in de melkveehouderij daalde in 2021 met 4,7 procent ten opzichte van het jaar daarvoor, met name door een lager stikstofgehalte van graskuil. Door een hoger fosforgehalte van graskuil nam de fosfaatexcretie van melkvee juist toe met 0,7 procent. De stikstof- en fosfaatexcretie van varkens, pluimvee en van de overige diercategorieën is gedaald door de afname van het aantal dieren.
| Rundvee | Varkens | Pluimvee | Overig vee | |
|---|---|---|---|---|
| 1990 | 451,8 | 149,7 | 64,9 | 24,7 |
| 2000 | 339,2 | 120,6 | 62,6 | 26,6 |
| 2010 | 298,5 | 105,5 | 64,5 | 21,2 |
| 2020 | 320,1 | 91,8 | 54,7 | 22,8 |
| 2021 | 305,9 | 88,9 | 54,3 | 21,9 |
| Rundvee | Varkens | Pluimvee | Overig vee | |
|---|---|---|---|---|
| 1990 | 120,8 | 69 | 33 | 6,2 |
| 2000 | 102,1 | 48,2 | 32,1 | 8,5 |
| 2010 | 96,2 | 45,5 | 29,1 | 8,1 |
| 2020 | 82,7 | 36,7 | 24,1 | 7,3 |
| 2021 | 83,2 | 34,5 | 23,2 | 7,1 |
Rundvee
Het aantal melkkoeien daalde in 2021 met ruim 20 duizend stuks en het vrouwelijk jongvee nam toe met 30 duizend stuks. De melkproductie per koe lag in 2021 met 8 845 kilogram 0,6% onder het niveau van 2020. Door de daling van het aantal melkkoeien en door lagere excretiefactoren kwam de stikstofexcretie van melkvee uit op 273,0 miljoen kilogram, 3,1 procent onder het sectorplafond van 281,8 miljoen kilogram. De lagere excretiefactoren van rundvee hangen samen met de daling van het stikstofgehalte van graskuil. De fosfaatproductie van de melkveesector nam in 2021 toe door een hoger fosforgehalte van het gras, maar ligt met 74,2 miljoen kilogram nog altijd ruim onder het sectorplafond van 84,9 miljoen kilogram.
De stikstofexcretie van vleesrundvee daalde van 33,7 miljoen kilogram in 2020 naar 32,9 miljoen kilogram in 2021 door het lagere stikstofgehalte van gras. De fosfaatexcretie bleef in 2021 met 9,1 miljoen kilogram gelijk aan de excretie in 2020. De berekening van de excretie van witvleeskalveren is geactualiseerd door gebruik te maken van de meest recente cijfers van de Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK). Hierdoor daalde de excretiefactor voor stikstof in 2021 met ruim 1 procent en die voor fosfaat met 4,5 procent.
Varkens
Het aantal vleesvarkens op de peildatum van de Landbouwtelling was in 2021 bijna 180 duizend stuks lager dan in 2020. Dat is een daling met 3,3 procent. Het aantal zeugen daalde met bijna 60 duizend stuks (6,7 procent). De stikstof- en fosforgehalten van het voer vielen in 2021 over het algemeen lager uit vergeleken met 2020. Wel werd er meer voer verstrekt per dier.
De stikstofexcretie van de varkenssector daalde in 2021 met 2,9 miljoen kilogram (3,2 procent) naar 88,9 miljoen kilogram, ruim onder het sectorplafond van 99,1 miljoen kilogram. De fosfaatexcretie nam af met 2,2 miljoen kilogram tot 34,5 miljoen kilogram, eveneens ruim onder het sectorplafond van 39,7 miljoen kilogram. Beide dalingen hangen samen met de inkrimping van de varkensstapel als gevolg van de opkoop door de Subsidieregeling sanering varkenshouderij.
Pluimvee
De daling van de stikstof- en fosfaatexcretie van pluimvee hangt vooral samen met de daling van het aantal vleeskuikens. Het aantal vleeskuikens op de peildatum 1 april van de Landbouwtelling lag ruim 14 procent onder het niveau van 2020. Op andere peilmomenten zoals december 2020 en december 2021 was het aantal vleeskuikens vergelijkbaar met het aantal op 1 april. De lagere aantallen zijn het gevolg van het wegvallen van de binnenlandse afzet naar de horeca en de verminderde export door de coronapandemie. Ook de overschakeling van reguliere naar langzaamgroeiende vleeskuikens (conceptkuikens) en de overschakeling op het houden van vleeskuikens met één ster volgens het Beter Leven Keurmerk (BLK) spelen hierbij een rol. Deze dieren hebben meer ruimte en dus is de stalbezetting lager.
In de pluimveesector daalde de stikstofexcretie met 0,7 procent en de fosfaatexcretie met 3,7 procent. De stikstofexcretie bedroeg in 2021 54,3 miljoen kilogram, de fosfaatexcretie 23,2 miljoen kilogram, beide onder de sectorplafonds.
Overig vee
Het overige vee bestond in 2021 uit schapen, geiten, paarden, pony’s en konijnen. De nertsen zijn uit deze groep verdwenen omdat het houden van nertsen met ingang van 2021 niet meer is toegestaan. De stikstofexcretie van het overige vee nam in 2021 af met 0,9 miljoen kilogram (3,9 procent) tot 21,9 miljoen kilogram. De fosfaatexcretie daalde met 0,2 miljoen kilogram. De dalingen zijn toe te schrijven aan het verbod op het houden van nertsen per 1 januari 2021. De excretie van overig vee draagt voor ongeveer 5 procent bij aan de totale excretie.
Vanaf het begin van de jaren negentig stelt de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en mineralencijfers (WUM) jaarlijks standaardfactoren vast per diercategorie voor de excretie van stikstof, fosfaat en kali en voor de hoeveelheid drijfmest en vaste mest. De totale excretie van stikstof, fosfaat en kali en de productie van drijfmest en vaste mest worden berekend door de standaardfactoren per diercategorie te vermenigvuldigen met het aantal dieren in de Landbouwtelling.
Dit rapport geeft een kort overzicht van de rekenmethodiek, de uitgangspunten en de resultaten voor 2021 en enkele voorgaande jaren.