Foto omschrijving: Toerist haalt zijn bagage uit het laadraam van een touringbus

Internationale handel in diensten

Auteurs: Sarah Creemers, Dio Limpens, Shalane Pijnenburg, Roger Voncken

De VS, het VK en Duitsland waren in 2024 de belangrijkste handelspartners van Nederland wat betreft dienstenhandel. Vanuit internationaal perspectief was Nederland in 2023 belangrijk voor de dienstenexport van Barbados, België en Roemenië. Voor de dienstenimport van België, Roemenië en Polen speelde Nederland een hoofdrol. Nederland in de internationale dienstenhandel Belangrijkste bestemmingen Nederlandse export 2024* Nederland in 2023 hoog aandeel in de export van Nederland in 2023 hoog aandeel in de import van Duitsland VS VK 14% 11% 10% België Roemenië Polen 14% 7% 7% Belangrijkste herkomstpartners Nederlandse import 2024* VS Duitsland VK 18% 12% 13% Barbados Roemenië België 21% 7% 16% Bron: CBS, OESO-WTO (2025a)

In dit hoofdstuk staat de internationale handel in diensten centraal. Hoe ontwikkelde de Nederlandse dienstenhandel zich in 2024? Welke diensten voerde Nederland meer of juist minder in en uit? Met welke landen werd het meest gehandeld? En hoe belangrijk was Nederland voor de wereldwijde dienstenhandel? Hoe belangrijk was Nederland voor de dienstenhandel van andere landen? Door de samenstelling en geografische spreiding van de dienstenexport en -import te analyseren, geven we antwoord op deze en andere vragen.

4.1Belangrijkste bevindingen

Nederlandse dienstenexport in 2024

  • In 2024 exporteerde Nederland volgens de statistiek Internationale Handel in Diensten ter waarde van 306,6 miljard euro aan diensten naar het buitenland. Dat is 4,3 procent meer dan in 2023.
  • Wanneer we uitgaan van de dienstenhandel volgens de Nationale Rekeningen – waarin onder andere de brievenbusmaatschappijen (SPE’s) buiten beschouwing worden gelaten – is er sprake van een stijging van 6,5 procent. Het exportvolume nam naar schatting toe met 2,5 procent ten opzichte van 2023, terwijl de exportprijzen naar schatting stegen met 4,0 procent. Dit betekent dat de groei in exportwaarde toe te schrijven is aan zowel hogere exportprijzen als -volumes.
  • Met een aandeel van 30 procent waren zakelijke diensten in 2024 opnieuw de grootste dienstensoort voor de Nederlandse dienstenexport qua waarde. Denk bij zakelijke diensten aan R&D, juridische of boekhoudkundige diensten, en zakelijk, technisch of aan de handel gerelateerd advies. Vervoersdiensten en telecommunicatie-, computer- en informatiediensten vervolledigen de top 3.
  • Ten opzichte van 2023 groeide de export van vervoersdiensten in waarde het hardst (+‍3,8 miljard euro). De grootste absolute daling zien we bij de export van zakelijke diensten; in 2024 was de exportwaarde van deze dienstensoort 1 miljard euro lager dan een jaar eerder. De afname speelt zich met name af bij technische, aan de handel gerelateerde en overige diensten.
  • In 2024 was maar liefst 69,4 procent van de dienstenexport bestemd voor Europa – en 51,4 procent voor de andere EU-landen – waarmee Europa veruit de belangrijkste exportbestemming blijft; 15,4 procent van de exportwaarde ging naar het Amerikaanse continent en 12,4 procent naar Azië.
  • Duitsland, de VS, het VK, Ierland en Zwitserland waren in 2024 de belangrijkste bestemmingen voor de Nederlandse dienstenexport; 47,8 procent van de Nederlandse dienstenexport was bestemd voor deze vijf grootste exportpartners.
  • De VS was in 2024 de belangrijkste bestemming voor zakelijke diensten uit Nederland. Voor de export van telecommunicatie-, computer- en informatiediensten was dat Ierland. Duitsland was in waarde gemeten onze grootste afnemer van vervoersdiensten in 2024.

Nederlandse dienstenimport in 2024

  • De totale Nederlandse dienstenimport steeg volgens de statistiek Internationale Handel in Diensten in 2024 ten opzichte van 2023 met 5,4 procent tot 282,6 miljard euro.
  • Wanneer we de internationale dienstenhandel volgens de Nationale Rekeningen nemen, is er sprake van een stijging van 5,7 procent. Het importvolume steeg tussen 2023 en 2024 met 2,2 procent; daar waar de prijsstijging 3,4 procent bedroeg.
  • Zakelijke diensten domineerden in 2024 met een aandeel van ruim 36 procent de import, gevolgd door vervoersdiensten en vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom.
  • De importwaarde van alle afzonderlijke dienstensoorten was in 2024 hoger dan in 2023, behalve voor diensten verbonden aan de be- en verwerking van goederen en overheidsdiensten. Van deze twee dienstensoorten kocht Nederland in 2024 minder in. De import van zakelijke diensten groeide in absolute zin het hardst, namelijk met 6,4 miljard euro.
  • In 2024 kwam 68,5 procent van de Nederlandse dienstenimport uit Europese landen. In 2024 bedroeg de Nederlandse import van diensten uit Europa 193,5 miljard euro. Uit EU-landen haalden we 51,9 procent van de importwaarde. Naast Europa is ook de importwaarde uit Azië sterk toegenomen. In 2024 bedroeg de Nederlandse import van diensten afkomstig van Aziatische partners 24,4 miljard euro.
  • De VS, het VK, Duitsland, Ierland en Frankrijk waren in 2024 de belangrijkste herkomstpartners voor de Nederlandse dienstenimport; 57,0 procent van de Nederlandse dienstenimport kwam van deze vijf grootste importpartners.
  • Het VK was in 2024 de belangrijkste leverancier van zakelijke diensten aan Nederland. Voor de import van vervoersdiensten was dat Duitsland. De VS en Ierland waren in waarde gemeten onze grootste leveranciers van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom in 2024.

Nederland als dienstenleverancier voor andere landen in 2023

  • De cijfers vanuit het internationale perspectief zijn afkomstig van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De meest recente cijfers zijn van 2023.
  • Nederland leverde in 2023 3,6 procent van alle geëxporteerde diensten wereldwijd, en is daarmee de zevende grootste dienstenexporteur ter wereld. De VS is verreweg de belangrijkste leverancier van diensten.
  • Van alle landen importeert België naar verhouding de meeste diensten uit Nederland: in 2023 was 14,4 procent van de totale dienstimport van onze zuiderburen afkomstig uit Nederland. Het Nederlandse aandeel in de dienstenimport van Frankrijk groeide in 2023 met 0,7 procentpunt ten opzichte van 2022 relatief sterk. Het zijn voornamelijk de zakelijke diensten die vaker door Frankrijk geïmporteerd worden uit Nederland.

Nederland als dienstenafnemer van andere landen in 2023

  • Nederland was in 2023 verantwoordelijk voor 3,8 procent van alle geïmporteerde diensten wereldwijd, en is daarmee naar waarde de zevende dienstenimporteur ter wereld. De VS, Duitsland en het VK nemen mondiaal de meeste diensten af. Hoewel het aandeel in 2023 afnam, blijft de VS wereldwijd verreweg de belangrijkste importeur van diensten.
  • Van alle landen exporteerde Barbados verhoudingsgewijs de meeste diensten naar Nederland; 21,2 procent van de totale dienstenexport van het Caraïbische eiland had Nederland als bestemming. België en Roemenië waren andere landen die relatief veel diensten exporteren naar Nederland.
Zakelijke diensten waren de belangrijkste dienstensoort voor de Nederlandse invoer én uitvoer in 2024. Deze diensten waren goed voor 30 procent van de totale exportwaarde en 36% van de totale importwaarde. Export Import Zakelijke diensten (30%) Vervoersdiensten (20%) Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten (15%) Reisverkeer (7%) Zakelijke diensten (36%) Vervoersdiensten (17%) Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten (10%) Reisverkeer (8%) 4.1.1 Internationale handel in diensten, 2024*
4.1.1 Internationale handel in diensten, 2024*
%
Export
Zakelijke diensten 30
Vervoersdiensten 20
Telecommunicatie-, computer en informatiediensten 15
Intellectueel eigendom 14
Reisverkeer 7
Import
Zakelijke diensten 36
Vervoersdiensten 17
Intellectueel eigendom 14
Telecommunicatie-, computer en informatiediensten 10
Reisverkeer 8

Leeswijzer

Dit hoofdstuk behandelt zowel de samenstelling als de geografische dimensie van de Nederlandse dienstenhandel. In paragraaf 4.2 tot en met 4.4 kijken we vanuit een Nederlands perspectief op basis van cijfers van het CBS. In paragraaf 4.2 beschrijven we de belangrijkste ontwikkelingen in de Nederlandse dienstenhandel en de prijsontwikkelingen van die handel. Paragraaf 4.3 beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen in de export van diensten, waarna paragraaf 4.4 ingaat op de import. In paragrafen 4.5 en 4.6 draaien we de rollen om en bekijken we Nederland door de ogen van andere landen. Hoe belangrijk is Nederland als leverancier en afnemer van diensten voor andere landen? Voor deze analyse vanuit internationaal perspectief gebruiken we gegevens van OESO-WTO. Om de bevindingen op basis van OESO-WTO te kunnen duiden, worden in paragraaf 4.5 en 4.6 – om de nodige kwaliteit van de cijfers te waarborgen – CBS-cijfers op dienstensoort-niveau als spiegelbeeld van de internationale handelsstromen gebruikt.

4.2Belangrijkste ontwikkelingen Nederlandse dienstenhandel

Er is sprake van internationale handel in diensten wanneer bedrijven of personen uit het ene land diensten inkopen van of verkopen aan bedrijven of personen gevestigd in andere landen. Er is sprake van Nederlandse dienstenexport wanneer iemand in Nederland betaald wordt voor geleverde diensten aan iemand die in het buitenland gevestigd is. Bij Nederlandse dienstenimport betaalt een bedrijf of persoon uit Nederland juist voor geleverde diensten door een bedrijf of persoon gevestigd in het buitenland. Ter illustratie, wanneer een Nederlands architectenbureau ontwerpen levert voor een Chinees bouwproject, dan spreken we over Nederlandse export van architectendiensten naar China. Wanneer een bedrijf in Nederland de hulp inroept van een callcenter uit India, dan spreken we van Nederlandse import van zakelijke diensten.

Goederen zijn tastbaar. Ze zijn vaak input voor of onderdeel van een productieproces, of voor consumenten te koop in een winkel. Diensten zijn daarentegen niet tastbaar en minder zichtbaar dan goederen. Daar waar bij de internationale handel in goederen vaak de focus ligt op fysieke grensoverschrijding, gaat het bij diensten over financiële grensoverschrijding (CBS, 2017). Voor meer gedetailleerde informatie over de handel in diensten en meer voorbeelden van dienstensoorten zie CBS (2017 en 2025a).

Internationale handel in diensten mondiaal steeds belangrijker…

Diensten veranderen de wereldeconomie ingrijpend. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw is de dienstensector de belangrijkste bron van economische groei. En het overgrote deel van de mondiale beroepsbevolking werkt in de dienstensector (OESO, 2023). Logistiek, informatie­technologie en financiële diensten zijn simpelweg niet weg te denken uit moderne economieën (WTO & Wereldbank, 2023). En diensten zoals transport en logistiek vormen de lijm die productieketens bij elkaar houden (Low, 2013). Tegelijkertijd zijn diensten als onderzoek, distributie en marketing zelf belangrijke stappen in het productieproces en zijn hieraan verwante diensten steeds meer een onderdeel van het verdienmodel van bedrijven (Miroudot & Cadestin, 2017). In Nederland is de commerciële dienstverlening verantwoordelijk voor meer dan de helft van het bbp. Tellen we daar de quartaire sector bij op – met onder meer de overheid en zorg – dan zijn de dienstverlenende sectoren in Nederland goed voor 77,3 procent van het bbp in 2023 (CBS, 2025b). Wereldwijd is de dienstensector goed voor ruim twee derde van het mondiale bbp: tweemaal het gezamenlijke aandeel van de landbouw en de industrie (Sauvé, 2023). Daarnaast laat steeds meer onderzoek zien dat de groei van de dienstensector een belangrijke impuls geeft aan de ontwikkeling van landen (Baldwin & Forslid, 2020; Nayyar et al., 2021).

Het belang van de dienstensector zien we ook terug in de groeiende handel in diensten. Tussen 2005 en 2022 verdrievoudigde de wereldwijde export van commerciële diensten bijna, mede gedreven door de ontwikkelingen in de informatie- en communicatie­technologie. De export van digitaal geleverde diensten groeide zelfs bijna vier keer zo snel. De handel in goederen groeide zeker ook in deze periode, maar duidelijk minder hard dan de dienstenhandel (WTO & Wereldbank, 2023). En daar waar de goederenhandel zijn piek bereikte in 2008, blijft de wereldwijde handel in diensten ten opzichte van het bbp groeien. Baldwin et al. (2024) laten zien dat de dienstenhandel een belangrijke pijler van de hedendaagse wereldhandel vormt; diensten zijn nu goed voor meer dan een vijfde van de wereldwijde exportverdiensten. Bovendien beargumenteren zij dat dienstenhandel het zwaartepunt van de toekomstige wereldhandel zal worden, waarbij Baldwin et al. (2024) een belangrijke rol voorspellen voor intermediaire diensten, oftewel business-to-business diensten. Voorbeelden hiervan zijn allerlei soorten backofficediensten zoals callcenterdiensten, IT-ondersteuning en het ontwikkelen van websites.

Het toenemend belang van de dienstenhandel lijkt niet slechts tijdelijk van aard, maar lijkt een structurele verandering in de wereldeconomie. De groei zit met name in digitale en zakelijke diensten – zoals IT, financiële dienstverlening en professionele consultancy – die steeds eenvoudiger grensoverschrijdend geleverd kunnen worden door technologische vooruitgang, waaronder cloud computing, AI en verbeterende infrastructuur (WTO, 2019). Tegelijkertijd krijgen ook opkomende economieën een steeds belangrijkere rol als dienstverleners in de wereld (WTO & Wereldbank, 2023). Denk hierbij aan India en de Filipijnen als leveranciers van computerdiensten en zakelijke diensten.

… en het belang van de dienstenexport neemt ook toe voor Nederland

Dat toenemende belang van de internationale handel in diensten geldt ook voor Nederland. De bijdrage van de dienstenexport aan het Nederlandse bbp kwam in 2023 uit op 15,7 procent: 0,2 procentpunt meer dan een jaar eerder (CBS, 2024). In 1995 was nog 7,1 procent van het bbp te danken aan de dienstenexport (CBS, 2016). Om dit in perspectief te plaatsen: in 2023 was het belang van de dienstenexport groter voor de Nederlandse welvaart dan de export van goederen van Nederlandse makelij. Immers, de goederenexport van Nederlandse makelij was goed voor 15,5 procent van het Nederlandse bbp. Hoewel het belang van de goederenexport in het bbp afnam in 2023, bleef de goederenexport in z’n geheel nog wel belangrijker dan de dienstenexport. De wederuitvoer van goederen leverde namelijk nog een bijdrage van 3,9 procent aan het Nederlandse bbp in 2023 (CBS, 2024). Zie ook hoofdstuk 6 van deze publicatie voor meer informatie over de Nederlandse exportverdiensten.

15,7% was de bijdrage van de dienstenexport aan het Nederlandse bbp, tegenover 15,5% door de export van in Nederland bewerkte goederen

Een grotere focus op de dienstenhandel kan voor landen een bewuste keuze zijn. In sommige gevallen is er ook geen beter alternatief. China heeft zich de afgelopen decennia ontpopt als ‘de fabriek van de wereld’ (Baldwin, 2024). En hoewel menig land China’s exportmacht wil afremmen (Smid, 2025), valt het voor landen niet mee om op dit vlak met China te concurreren (Baldwin, 2024). In het algemeen lijkt deze ontwikkeling voor Nederland niet negatief. Aan het produceren van arbeidsintensieve en laag technologische goederen verdien je relatief weinig geld. Specialiseren in de activiteiten die plaatsvinden voor en na de daadwerkelijke productie is naar verhouding lucratiever. Denk daarbij aan R&D, marketing en verkoop (Voncken et al., 2015). Een euro aan dienstenexport levert Nederland meer op dan een euro export van Nederlandse goederen of wederuitvoer, zie ook hoofdstuk 6 van deze publicatie. Een verschuiving van productieactiviteiten naar dienstverlenende activiteiten is uiteraard niet enkel een Nederlands fenomeen; eenzelfde patroon speelt zich af in veel andere geavanceerde economieën. Wel is dat patroon in Nederland sterker uitgesproken (Wache et al., 2024).

Herontwerp statistiek Internationale Handel in Diensten

Vanwege een herontwerp van de statistiek Internationale Handel in Diensten in 2020 is er sprake van een breuk in de bestaande tijdreeksen voor de internationale dienstenhandel. Hierdoor zijn er twee afzonderlijke verzamelingen tijdreeksen ontstaan: één oorspronkelijke verzameling reeksen voor de periode 2014–2020 (CBS, 2022) en één nieuwe verzameling reeksen die start in 2020 (CBS, 2023a), het jaar waarin het herontwerp plaatsvond. Om toch ontwikkelingen over een langere tijdsperiode in kaart te kunnen brengen zijn er tijdreeksen ontwikkeld waarin trendmatige ontwikkelingen uit de oorspronkelijke reeksen worden gekoppeld aan de waarden en ontwikkelingen uit de ‘nieuwe’ reeksen. Hierdoor is het mogelijk om ontwikkelingen vanaf 2014 in plaats van vanaf 2020 in kaart te brengen.

Exportwaarde bijna 2x hoger dan in 2015

In 2024 exporteerde Nederland ter waarde van 306,6 miljard euro aan diensten, zie figuur 4.2.1. Omgekeerd importeerde ons land voor 282,6 miljard euro aan diensten uit het buitenland. De waarde van de dienstenexport en -import groeide met respectievelijk 4,3 en 5,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee bereikte zowel de export- als importwaarde een recordhoogte. In 2015 lag de exportwaarde 134,5 miljard euro lager dan in 2024. Langs de importzijde was dat 90,9 miljard euro.

De dienstenhandel viel in 2020 terug. Naast de coronacrisis werd de groei van de internationale dienstenhandel ook afgeremd door bedrijfsherstructureringen – mogelijk gedreven door een veranderend fiscaal klimaat in Nederland voor multinationals (Poulissen et al., 2022). Het jaar 2020 was ook het jaar dat het VK uit de EU stapte. Daarnaast hadden wereldwijde verstoringen in productieketens, tekorten aan microchips, hogere energie­kosten – en hiermee gepaard gaande hoge inflatiecijfers – mogelijk ook hun weerslag op de internationale dienstenhandel. Dit had niet alleen betrekking op 2020, deels ook op de jaren daarna. Desondanks laat de dienstenhandel de afgelopen jaren weer een opwaartse trend zien.

4.2.1 Waarde Nederlandse dienstenhandel1) (mld euro)
Jaar Export Import
2015 172,1 191,6
2016 164,0 164,7
2017 179,1 183,9
2018 199,9 206,0
2019 217,7 218,9
2020 200,2 190,8
2021 221,8 210,9
2022 280,7 262,3
2023* 294,0 268,2
2024* 306,6 282,6
1)De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.

Prijzen dienstenhandel weer harder gestegen dan volume

Een toegenomen handelswaarde kan het resultaat zijn van een toegenomen dienstenvolume, een toegenomen prijs van deze diensten of een combinatie van beide. Er zijn bij het CBS geen prijsindices voorhanden die het volume- en prijseffect binnen de Internationale Handel in Diensten statistiek van elkaar onderscheiden. Wel is het mogelijk een indicatie te geven op basis van de gegevens die bekend zijn over de opbouw van het bbp vanuit de finale bestedingen, op basis van de Nationale Rekeningen van het CBS (CBS, 2025c), zie figuren 4.2.2 en 4.2.3. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat deze databronnen niet exact dezelfde principes toepassen ten aanzien van internationale dienstenhandel. Het deel van de internationale dienstenhandel dat verloopt via Special Purpose Entities (SPE’s) – ook wel brievenbusmaatschappijen genoemd en in het verleden aangeduid als bijzondere financiële instellingen (BFI’s) – is bijvoorbeeld niet opgenomen in de Nationale Rekeningen.

Volgens de concepten van de Nationale Rekeningen steeg de totale exportwaarde van diensten met 6,5 procent in 2024 ten opzichte van een jaar eerder. De exportprijzen stegen in 2024 met 4,0 procent ten opzichte van een jaar eerder. Figuur 4.2.2 laat zien dat ook het exportvolume in 2024 toenam, weliswaar minder hard dan de prijzen. Dit betekent dat de groei in exportwaarde toe te schrijven is aan zowel hogere exportprijzen als -volumes.

4.2.2 Nederlandse export van diensten (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Jaar Volume Prijs
2018 9,1 2,2
2019 6,2 2,2
2020 -7,6 2,1
2021 2,5 2,2
2022 11,9 7,5
2023* 0,6 5,2
2024* 2,5 4,0

Volgens de concepten van de Nationale Rekeningen steeg de importwaarde in 2024 met 5,7 procent ten opzichte van 2023. Die groei werd veroorzaakt door hogere prijzen én grotere volumes, zie figuur 4.2.3. Het importvolume steeg tussen 2023 en 2024 met 2,2 procent; daar waar de prijsstijging 3,4 procent bedroeg.

4.2.3 Nederlandse import van diensten (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Jaar Volume Prijs
2018 9,4 1,7
2019 0,5 1,9
2020 -9,1 1,5
2021 -0,4 5,7
2022 11,5 5,2
2023* 0,9 5,0
2024* 2,2 3,4

4.3Nederlandse export van diensten in detail

Figuur 4.3.1 toont de samenstelling van de Nederlandse export van diensten. Net als een jaar eerder werden in 2024 voornamelijk zakelijke diensten geëxporteerd, goed voor 29,8 procent van de totale exportwaarde. Ten opzichte van 2023 nam de exportwaarde van zakelijke diensten met 1,0 procent af, terwijl voor de vijf andere grootste dienstensoorten juist een stijging is waargenomen. Na zakelijke diensten werden vervoersdiensten het meest geëxporteerd, met een aandeel van 19,7 procent, gevolgd door telecommunicatie-, computer- en informatiediensten, die 14,7 procent van de export uitmaakten.

4.3.1 Exportwaarde naar dienstensoort 1) (mld euro)
Jaar Zakelijke diensten Vervoersdiensten Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom Reisverkeer Financiële diensten Overig
2024* 91,4 60,3 45,1 41,4 21,1 18,3 28,9
2023* 92,4 56,5 41,6 39,0 19,6 18,1 26,8
2015 49,4 34,3 34,8 20,9 12,4 6,0 14,3
1)De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.

Grootste relatieve groei bij export van telecommunicatie-, computer- en informatiediensten

Tabel 4.3.2 toont de exportcijfers van de zes belangrijkste dienstensoorten in meer detail. De sterkste relatieve toename in de dienstenexport ten opzichte van een jaar eerder was zichtbaar binnen de telecommunicatie-, computer- en informatiediensten. Binnen deze dienstensoort blijkt dat computerdiensten het grootste aandeel van de export voor hun rekening nemen, gevolgd door informatiediensten. De groei in de export van telecommunicatie-, computer- en informatiediensten hangt mogelijk samen met toenemende investeringen in digitalisering en automatisering, gericht op het vergroten van de arbeidsproductiviteit (Volkerink et al., 2024). Vergeleken met 2023 is de export van informatiediensten in 2024 met 21,7 procent toegenomen, de grootste procentuele stijging binnen deze dienstensoort. De stijging komt deels door meer export naar Ierland, de VS en Duitsland. De export van computerdiensten laat een meer gematigde groei zien van 8,4 procent. Bij telecommunicatiediensten was daarentegen sprake van een daling ten opzichte van het voorgaande jaar.

Daling bij export van zakelijke diensten

In de export van zakelijke diensten is een lichte daling waargenomen. Vergeleken met een jaar eerder daalde de export van deze dienstensoort van 92,4 miljard naar 91,4 miljard euro, wat overeenkomt met een afname van 1,0 procent. Binnen de zakelijke diensten werden met name technische, aan de handel gerelateerde en overige diensten geëxporteerd, gevolgd door professionele- en managementadviesdiensten. R&D-diensten hadden het kleinste aandeel in de export binnen deze dienstensoort.

Herstel voor vervoersdiensten na jaar van krimp

Na een daling in 2023 is de export van vervoersdiensten in 2024 weer toegenomen. Het gaat hierbij om het vervoer van passagiers- en/of vracht, en diensten ter ondersteuning daarvan. Ten opzichte van een jaar eerder was de exportwaarde van vervoersdiensten gestegen van 56,5 miljard naar 60,3 miljard euro. In absolute termen groeiden de vervoersdiensten daarmee het hardst van alle dienstensoorten, al ligt dit nog altijd onder het niveau van 2022. De groei is vooral toe te schrijven aan een stijging van 2 miljard euro in de exportwaarde van zeevaart, waarbij een toename van 1,5 miljard euro gerelateerd aan het laten vervoeren van vracht over zee de belangrijkste bijdrage leverde. Deze toename hangt mogelijk samen met recente verstoringen in mondiale logistieke ketens. Denk daarbij aan de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten, waar Houthi’s een bedreiging vormen voor zeevracht (The Economist, 2025), maar ook aan het instorten van een brug in de haven van Baltimore in de Verenigde Staten – waarbij ook enkele doden vielen. Hierdoor ontstonden tijdelijke knelpunten in andere havens, wat vrachttarieven op bepaalde routes verhoogde (WTO, 2024). Ook de luchtvaart laat na een eerdere terugval een duidelijke groei zien, waarbij de exportwaarde met 1 miljard euro toenam tot een recordhoogte. Daarmee deed de luchtvaartsector het in 2024 beter dan voor de coronacrisis. Deze groei kan deels worden toegeschreven aan de versoepeling van visumvereisten door verschillende economieën, gericht op het stimuleren van internationaal reizen (WTO, 2024).

Reisverkeer neemt toe

Ook het reisverkeer is toegenomen, zo laat tabel 4.3.2 zien. Ten opzichte van 2023 nam de exportwaarde in 2024 toe met 1,5 miljard euro. Reisverkeer wordt soms verward met vervoersdiensten. Vervoersdiensten omvatten het vervoer van goederen of personen en alle daarmee samenhangende diensten wanneer de leverancier en de gebruiker in verschillende landen zijn gevestigd, ongeacht de fysiek afgelegde route. Zo kan een bedrijf in Duitsland een Nederlandse vervoerder inhuren om goederen te transporteren naar het VK. Voor personen gaat het bijvoorbeeld om het vliegticket of het internationale treinkaartje dat een Nederlandse reiziger koopt van een buitenlandse vervoerder. Reisverkeer omvat juist alle uitgaven van reizigers – zowel toeristen als zakenreizigers – in het buitenland, exclusief het internationale vervoer zelf. Denk daarbij aan hotelovernachtingen, maaltijden, excursies, lokale vervoersmiddelen en andere consumptieve uitgaven tijdens een verblijf in het buitenland. Ook de uitgaven van bijvoorbeeld internationale studenten of bestedingen aan zorg – bijvoorbeeld een operatie – in een ander land, vallen onder het reisverkeer.

4.3.2Exportwaarde top 6 dienstensoorten, in detail
2023* 2024*
mld euro
Zakelijke diensten 92,4 91,4
Technische, aan de handel gerelateerde en overige diensten 47,2 46,6
Professionele en managementadviesdiensten 37,6 37,3
R&D-diensten 7,6 7,5
Vervoersdiensten 56,5 60,3
Overig vervoer 23,1 23,6
Luchtvaart 17,3 18,3
Zeevaart 14,4 16,4
Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten 41,6 45,1
Computerdiensten 28,3 30,6
Informatiediensten 8,5 10,4
Telecommunicatiediensten 4,8 4,2
Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom 39,0 41,4
Vergoedingen voor het gebruik van audiovisuele producten . .
Franchises en soortgelijke rechten 12,5 13,2
Vergoedingen voor het gebruik van R&D . 10,0
Vergoedingen voor het gebruik van software 3,9 .
Reisverkeer 19,6 21,1
Privé reisverkeer 13,8 14,7
Zakelijk reisverkeer 5,8 6,4
Financiële diensten 18,1 18,3
Expliciet in rekening gebrachte financiële diensten 11,9 12,1
Indirect waargenomen diensten van financiële instellingen 6,2 6,2

Nederlandse diensten gaan nog altijd voornamelijk naar Europese bestemmingen

Figuur 4.3.3 laat het aandeel van verschillende regio’s zien in de totale exportwaarde van Nederlandse diensten. In 2024 was maar liefst 69,4 procent van de dienstenexport bestemd voor Europa, waarmee deze regio veruit de belangrijkste exportbestemming blijft. Ter vergelijking ging maar 15,4 procent van de export naar het Amerikaanse continent en 12,4 procent naar Azië. Afrika speelt slechts een kleine rol binnen de Nederlandse dienstenexport. De Europese interne markt biedt Nederlandse dienstverleners aanzienlijke voordelen door transactiekosten te verlagen en het vrije verkeer van diensten te bevorderen, waardoor dienstenexport naar Europese bestemmingen aantrekkelijker is dan naar andere regio’s (Europese Commissie, 2023); 51,4 procent van de Nederlandse dienstenexport wordt geleverd aan bedrijven of personen in andere EU-landen.

In vergelijking met 2015 is het aandeel van Europa in de Nederlandse dienstenexport in 2024 met 9,7 procentpunt gestegen, wat erop wijst dat Europa in relatieve zin belangrijker is geworden als exportbestemming. Deze stijging is toe te schrijven aan een forse toename van de exportwaarde naar Europa, die is gestegen van 102,7 miljard euro in 2015 naar 212,8 miljard euro in 2024. Dit komt neer op een groei van 107,2 procent, aanzienlijk meer dan de toename richting Amerika (19,6 procent) of Azië (65,5 procent). Daarbij moet wel aangemerkt worden dat 2015 een uitzonderlijk jaar was wat betreft de export naar Amerika; de export was een stuk hoger dan de jaren ervoor of erna. Wanneer we 2016 als uitgangspunt nemen, dan is de exportwaarde naar het Amerikaanse continent in 2024 gestegen met 76,0 procent: nog steeds lager dan de Europese groei.

4.3.3 Exportwaarde naar regio 1) (%)
Land Europa Amerika Azië Afrika Overig
2024* 69,4 15,4 12,4 1,2 1,6
2023* 69,5 15,4 12,4 1,2 1,6
2015 59,7 23,0 13,4 2,3 1,7
1) De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.
69,4% van de Nederlandse dienstenuitvoer is bestemd voor Europa

Duitsland behoudt koppositie als exportpartner

Figuur 4.3.4 toont de vijftien belangrijkste afnemers van Nederlandse diensten. Net als in 2015 en 2023 was Duitsland ook in 2024 de belangrijkste bestemming voor de Nederlandse dienstenexport. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bezetten, net als in eerdere jaren, respectievelijk de tweede en derde plaats. In totaal was 14,3 procent van de export van diensten in 2024 bestemd voor Duitsland. Gezamenlijk waren Duitsland, de VS en het VK goed voor 35,0 procent van de totale exportwaarde. Zakelijke diensten vormen met 25,8 procent het grootste deel van de Nederlandse dienstenexport naar Duitsland, gevolgd door vervoersdiensten met 21,2 procent. Ook richting de VS domineren zakelijke diensten met een aandeel van 44,0 procent, terwijl vervoersdiensten hier goed zijn voor 21,2 procent. Voor het VK is een vergelijkbaar patroon zichtbaar, waarbij zakelijke diensten het grootste aandeel hebben met 33,9 procent, gevolgd door vervoersdiensten met 23,9 procent.

In 2024 is Duitsland in relatieve zin als exportpartner nog belangrijker geworden voor Nederlandse diensten dan een jaar eerder. Waar in 2023 nog 13,8 procent van de totale exportwaarde naar Duitsland ging, was dit in 2024 gestegen naar 14,3 procent. Daarmee was het aandeel van Duitsland binnen de totale export toegenomen, terwijl het omgekeerde het geval was voor de VS en het VK. Beide landen zagen hun aandeel in de Nederlandse dienstenexport dalen naar respectievelijk 10,7 en 9,9 procent. De exportwaarde naar Duitsland kwam in 2024 uit op 44,0 miljard euro, een stijging van 8,0 procent ten opzichte van een jaar eerder. Deze groei is vooral toe te schrijven aan een hogere export van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom. Ondanks de afname in het relatieve aandeel van het VK, steeg de exportwaarde naar dit land nog wel met 1,2 procent. De waarde van de dienstenexport naar de VS liet daarentegen een lichte daling zien van 0,5 procent.

4.3.4 Exportwaarde naar partner 1) (mld euro)
2024* 2023* 2015
Duitsland 44,0 40,7 20,0
VS 32,7 32,9 19,4
VK 30,5 30,1 17,9
Ierland 21,1 20,4 7,7
Zwitserland 18,2 17,2 11,0
Frankrijk 17,9 17,3 8,1
België 17,6 16,9 9,2
Italië 8,5 8,3 3,4
Spanje 7,8 7,5 2,7
Zweden 7,2 6,8 2,6
Polen 5,4 4,6 1,9
Saoedi-Arabië 5,1 4,2 4,2
Luxemburg 4,7 4,9 1,8
Denemarken 4,7 4,4 1,9
Japan 4,4 3,9 1,7
1) De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.

Zwitserland weer vijfde exportpartner van Nederland

Figuur 4.3.5 laat de bestemming van de zes grootste dienstensoorten bij de export zien, waarbij we de vijf belangrijkste exportpartners en de overige bestemmingen onderscheiden. In 2024 nam Zwitserland opnieuw de vijfde plek in en verving daarmee Frankrijk, die een jaar eerder nog deel uitmaakte van de kopgroep. Daarmee is de samenstelling van de top 5 weer gelijk aan die van 2022. Er werd in 2024 voor 21,1 miljard euro aan diensten naar Ierland geëxporteerd, waardoor het op de vierde plek stond met een exportaandeel van 6,9 procent. Voor Zwitserland was dit 18,2 miljard euro met een aandeel van 5,9 procent. Gezamenlijk waren de vijf grootste exportpartners in 2024 goed voor 47,8 procent van de totale exportwaarde. Het gezamenlijke aandeel van de top 5 was met 54,2 procent het grootst bij reisverkeer, waarbij Duitsland met 42,1 procent veruit de grootste afnemer was. Ook bij financiële diensten was het gezamenlijke aandeel van de top 5 met 49,1 procent aanzienlijk. Duitsland voert hier de lijst aan met 14,0 procent, op de voet gevolgd door de VS met 12,2 procent. Voor vervoersdiensten was Duitsland in 2024 eveneens de belangrijkste bestemming. Dit aanzienlijke exportaandeel van Duitsland is mede te verklaren door de geografische nabijheid van Duitsland en de logistieke functie van de Rotterdamse haven als overslagpunt voor goederenvervoer richting Duitsland (Creemers et al., 2020). De VS ontving de meeste zakelijke diensten.

4.3.5 Top 5 exportpartners en top 6 dienstensoorten, 2024* (%)
Dienstensoort Duitsland VS VK Ierland Zwitserland Overig
Zakelijke diensten 12,4 15,8 11,3 5,5 3,6 51,5
Vervoersdiensten 15,5 11,5 12,0 2,5 5,7 52,8
Telecommunicatie-,
computer- en
informatiediensten
12,1 8,7 10,2 15,0 2,5 51,6
Vergoedingen voor
gebruik van
intellectueel eigendom ¹⁾
8,5 3,5 8,9 12,3 0,0 66,8
Reisverkeer 42,1 4,4 5,9 0,8 1,1 45,8
Financiële diensten 14,0 12,2 9,5 10,9 2,5 50,9
1) De exportwaarde van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom is exclusief Zwitserland, omwille van geheimhouding.

4.4Nederlandse import van diensten in detail

Figuur 4.4.1 geeft de samenstelling van de Nederlandse import van diensten weer. De zes grootste dienstensoorten waren in 2024 goed voor 90,9 procent van de totale Nederlandse dienstenimport. De zakelijke diensten voerden de ranking aan, gevolgd door vervoers­diensten en vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom. Ruim 36 procent van de Nederlandse importwaarde bestond in 2024 uit zakelijke diensten. Voor vervoersdiensten en vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom was dat respectievelijk 16,8 en 14,2 procent. De import van de overige diensten – diensten verbonden aan de be- en verwerking van goederen, onderhouds- en reparatiediensten, bouwdiensten, verzekerings­diensten, persoonlijke, culturele en recreatieve diensten, en overheids­diensten – was verantwoordelijk voor slechts een klein deel van de totale Nederlandse dienstenimport.

De importwaarde van alle afzonderlijke dienstensoorten was in 2024 hoger dan in 2023, behalve voor diensten verbonden aan de be- en verwerking van goederen, en overheidsdiensten. Van deze twee dienstensoorten kocht Nederland in 2024 minder in.

4.4.1 Importwaarde naar dienstensoort1) (mld euro)
Jaar Zakelijke diensten Vervoersdiensten Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten Reisverkeer Financiële diensten Overig
2024* 102,5 47,6 40,1 28,1 22,7 15,9 25,6
2023* 96,1 46,0 38,0 27,3 20,5 15,5 24,7
2015 48,8 20,4 39,1 44,9 18,0 9,0 11,5
1)De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.

Grootste absolute importstijging voor zakelijke diensten

Onder meer bij de zakelijke diensten en het reisverkeer zien we een hogere importwaarde ten opzichte van een jaar eerder. In de meer gedetailleerde tabel 4.4.2 zien we een groei bij met name technische en aan de handel gerelateerde diensten, en professionele en managementadviesdiensten. De import van zakelijke diensten groeide in 2024 hard: 6,4 miljard euro meer dan in 2023. Dat is een stijging van 6,6 procent. Het aandeel van zakelijke diensten in het Nederlandse importpakket nam toe van 35,8 procent in 2023 naar 36,3 procent in 2024.

Mede dankzij het verleggen van internationale geldstromen was er enkele jaren geleden sprake van minder import van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom (Poulissen et al., 2022). Denk hierbij aan het gebruik van licenties of de rechten voor het beginnen van een franchise. Multinationals met een Nederlandse vestiging factureren bovendien geregeld binnen de eigen onderneming – intra-company – royalty’s voor merken, patenten, software of content. Sinds 2020 is er weer sprake van een gestage groei van deze vergoedingen, maar de import van intellectueel eigendom lag in 2024 nog onder het niveau van 2019. In 2024 was er sprake van een stijging van 2,1 miljard euro – oftewel 5,6 procent – ten opzichte van 2023. In 2023 lag de importwaarde nog 4,8 miljard euro – oftewel 11,1 procent – lager dan in 2022.

Vervoersdiensten net wat minder belangrijk in totale importpakket

De import van vervoersdiensten was in 2024 zo’n 1,6 miljard euro hoger dan in 2023. Die toename kan toegeschreven worden aan een hogere importwaarde van passagiersvervoer via de lucht. Ondanks de groeiende importwaarde hebben de vervoersdiensten aan belang ingeboet: het aandeel in de totale importwaarde nam af van 17,2 procent in 2023 naar 16,8 procent in 2024. Ook telecommunicatie-, computer- en informatiediensten en financiële diensten werden wat minder belangrijk in het totale importpakket. Het importaandeel daalde tot respectievelijk 9,9 en 5,6 procent in 2024. Beide dienstensoorten zijn wel qua waarde toegenomen.

4.4.2Importwaarde top 6 dienstensoorten, in detail
2023* 2024*
mld euro
Zakelijke diensten 96,1 102,5
Professionele en managementadviesdiensten 55,8 58,1
Technische, aan de handel gerelateerde en overige diensten 32,4 35,4
R&D diensten 8,0 9,1
Vervoersdiensten 46,0 47,6
Overig vervoer 29,0 29,2
Zeevaart 9,0 9,3
Luchtvaart 6,5 7,5
Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom 38,0 40,1
Vergoedingen voor het gebruik van audiovisuele producten . .
Franchises en soortgelijke rechten 12,2 12,6
Vergoedingen voor het gebruik van software 10,1 .
Vergoedingen voor het gebruik van R&D . 3,5
Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten 27,3 28,1
Computerdiensten 20,0 20,4
Telecommunicatiediensten 4,6 4,6
Informatiediensten 2,8 3,0
Reisverkeer 20,5 22,7
Privé reisverkeer 18,1 20,1
Zakelijk reisverkeer 2,4 2,7
Financiële diensten 15,5 15,9
Expliciet in rekening gebrachte financiële diensten 12,8 13,0
Indirect waargenomen diensten van financiële instellingen 2,7 2,9

Uitgaand reisverkeer voor het eerst weer op hoger niveau dan voor corona

De uitgaven door Nederlandse reizigers tijdens hun verblijf in het buitenland – ook wel uitgaand reisverkeer genoemd – worden gezien als import van diensten. In 2024 waren de bestedingen van Nederlandse reizigers in het buitenland 9,3 procent hoger dan in 2019, zie figuur 4.4.3. Door de coronamaatregelen vielen deze fors terug in 2020 en 2021. Maar het uitgaand reisverkeer is aan een opmars bezig, en kende in 2024 een hogere waarde dan het pre-coronaniveau. In 2019 bestond 9,5 procent van de totale importwaarde uit reisverkeersdiensten. In 2020 en 2021 nam dat belang af tot 3,8 procent, waarna het in 2024 weer opliep tot 8,0 procent. Het aandeel reisverkeer in de totale importwaarde bereikte daarmee nog niet dat van voor corona.

4.4.3 Import van reisverkeer1)
Jaar Importwaarde (mld euro) Aandeel in totale importwaarde (%)
2024* 22,7 8,0
2023* 20,5 7,6
2022 18,0 6,9
2021 8,0 3,8
2020 7,3 3,8
2019 20,8 9,5
2018 19,4 9,4
2017 19,6 10,6
2016 18,1 11,0
2015 18,0 9,4
1)De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.

Europa nog steeds belangrijkste dienstenleverancier

De Nederlandse dienstenimport is vooral afkomstig van het Europese continent. In 2024 kwam 68,5 procent van de Nederlandse dienstenimport uit Europese landen, zie figuur 4.4.4. In 2024 bedroeg de Nederlandse import van diensten uit Europa 193,5 miljard euro. Dat is 5,6 procent meer dan in 2023. Uit EU-landen haalden we 51,9 procent van de importwaarde. Naast Europa is ook de waarde van de geïmporteerde diensten uit Azië toegenomen. In 2024 bedroeg de Nederlandse import van diensten afkomstig van Aziatische partners 24,4 miljard euro. Dat is 9,9 procent meer dan in 2023.

4.4.4 Importwaarde naar regio1) (%)
Jaar Europa Amerika Azië Afrika Overig
2024* 68,5 21,2 8,6 0,9 0,8
2023* 68,3 21,8 8,3 0,8 0,8
1)De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.

Bijna 18 procent van de dienstenimport uit de VS

Kijken we in figuur 4.4.5 naar de individuele landen, dan werd de hoogste waarde aan diensten in 2024 uit de Verenigde Staten geïmporteerd. Dat is niet veranderd sinds 2015. De importwaarde lag in 2024 op 50,5 miljard euro. Het importpakket uit de VS bestond in 2024 voor 42,7 procent uit vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom. Ook zakelijke diensten maakten een relatief groot deel uit. De totale diensteninvoer uit de VS was in 2024 zo’n 3,1 miljard euro hoger dan in 2023. Die groei is met name toe te schrijven aan een hogere importwaarde van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom uit de VS. Bij het gebruik van intellectueel eigendom kun je denken aan het gebruik van licenties of de rechten voor een franchise. Zie ook CBS (2025d) voor meer details over de Amerikaanse economie en de handelsrelatie tussen Nederland en de VS.

Duitsland en het Verenigd Koninkrijk vervolledigen de top 3. Zakelijke diensten domineren met een aandeel van 35,6 procent de import uit Duitsland, gevolgd door vervoers- en reisverkeersdiensten. De import uit het VK bestaat met name uit zakelijke diensten, telecommunicatie-, computer- en informatiediensten, en vervoersdiensten. Bedrijven in Nederland importeerden uit alle partners in figuur 4.4.5, behalve Luxemburg, een hogere waarde aan diensten in 2024 dan in 2023.

4.4.5 Importwaarde naar partner1) (mld euro)
Partner 2024* 2023* 2015
VS 50,5 47,4 32,5
VK 36,3 33,7 19,1
Duitsland 33,3 31,6 15,8
Ierland 23,3 22,6 10,1
Frankrijk 17,8 17,2 6,9
België 17,7 17,4 8,3
Spanje 9,0 7,8 4,2
Italië 8,1 7,2 3,7
Polen 7,1 6,4 2,0
India 6,4 6,1 1,8
Zwitserland 6,2 5,7 14,5
Luxemburg 3,9 3,9 2,4
Zweden 3,9 3,9 1,5
China 3,5 2,8 2,5
Singapore 3,1 2,9 2,0
1)De cijfers tot en met 2019 zijn in verband met een methodebreuk gebaseerd op een voorlopige teruglegging.

Bijna 90 procent van de betalingen voor gebruik intellectueel eigendom gericht aan de 5 grootste importpartners

Figuur 4.4.6 geeft voor de zes belangrijkste dienstensoorten qua importwaarde weer wat het aandeel van de vijf belangrijkste herkomstlanden is. In 2024 kwam 57,0 procent van de Nederlandse dienstenimport uit de vijf grootste importpartners. Dat waren de VS, het VK, Duitsland, Ierland en Frankrijk. De import van zakelijke diensten, vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom, telecommunicatie-, computer- en informatiediensten, en financiële diensten was in 2024 geconcentreerd bij de vijf grootste importpartners. We importeerden in 2024 meer dan de helft van deze diensten uit de VS, het VK, Duitsland, Ierland en Frankrijk. Bijna 54 procent van de betalingen voor het gebruik of distributie van intellectueel eigendom werd aan de VS gedaan. De import van vervoers- en reisverkeers­diensten is minder geconcentreerd bij de vijf grootste importpartners: de vijf belangrijkste importpartners zijn samen goed voor respectievelijk 40,8 en 37,0 procent van de importwaarde van vervoers- en reisverkeersdiensten. De vervoersdiensten werden, naast de top 5 importpartners, voor een groot deel uit België, Polen, Italië, Spanje en Zwitserland gehaald. Duitsland, Spanje, Frankrijk, België en Italië zijn de landen waar Nederlandse reizigers in 2024 het meeste geld uitgaven.

4.4.6 Top 5 importpartners en top 6 dienstensoorten, 2024* (%)
Dienstensoort VS VK Duitsland Ierland Frankrijk Overig
Zakelijke diensten 13,6 16,7 11,9 7,5 7,5 45,3
Vervoersdiensten 4,0 4,1 6,6 1,6 3,2 28,2
Vergoedingen voor
het gebruik van intellectueel
eigendom
21,6 2,4 1,4 9,8 0,6 4,2
Telecommunicatie-,
computer- en
informatiediensten
4,5 4,4 3,1 2,7 1,4 12,1
Reisverkeer 1,0 1,2 3,9 0,1 2,2 14,3
Financiële diensten 2,0 3,1 1,7 0,7 1,3 7,1

4.5Belang van Nederland als dienstenleverancier voor andere landen

Uit voorgaande paragrafen is duidelijk geworden wat het belang van de partnerlanden in de Nederlandse dienstenhandel is. In deze en de hierop volgende paragraaf analyseren we hoe belangrijk Nederland is voor onze partnerlanden. Dit gebeurt door te kijken vanuit een internationaal perspectief. Hiervoor wordt aanspraak gedaan op de gebalanceerde dataset BaTIS van de OESO-WTO (OESO-WTO, 2025a). In deze paragraaf zullen we het belang van Nederland als dienstenleverancier analyseren. Dit betreft vanuit Nederlands perspectief de export, maar voor de partnerlanden hun import.

Dienstenhandel in de lift

Zoals eerder aangehaald in dit hoofdstuk neemt het belang van diensten in de wereldeconomie snel toe. Dat bleek ook uit de vorige editie van Nederland Handelsland (Creemers & Voncken, 2024). Na een stevige dip rondom de coronapandemie neemt de wereldwijde handel in diensten jaar op jaar toe. Zo groeide de wereldwijde dienstenexport met 8,3 procent in 2023 (UNCTAD, 2024). Waar de mondiale dienstenexport over de continenten ongeveer in gelijke mate toenam, vond de meeste groei in de dienstenimport plaats in Azië, Oceanië en Europa (UNCTAD, 2024). Waar landen voorheen economische groei nastreefden door middel van export van goederen uit industriële productie, zijn er steeds meer aanwijzingen dat diensten de toekomst zijn bij het realiseren van economische groei (Baldwin & Forslid, 2023; García Guzmán et al., 2024). Waarbij in ontwikkelde landen, via de komst van informatietechnologie, economische groei verkregen wordt door middel van moderne diensten, onder andere financiële, zakelijke en telecommunicatie en computerdiensten (Eichengreen & Gupta, 2013). Tevens is er een positieve relatie tussen economische groei en de uitvoer van geavanceerdere diensten, waarbij deze relatie over de jaren belangrijker wordt (Mishra et al., 2011).

Gebruik van databronnen voor het internationale perspectief

Voor het bepalen van het belang van Nederland in de dienstenhandel van andere landen, zijn we aangewezen op internationale databronnen. In deze editie van Nederland Handelsland gebruiken we hiervoor de Balanced Trade in Services (BaTis) dataset van OESO en WTO. In 2023 maakten we al gebruik van deze bron, zie CBS (2023b). Vorig jaar moesten we hier noodgedwongen van afwijken, omdat op het moment van schrijven de jaarlijkse update nog niet had plaatsgevonden. Nu er nieuwe cijfers voor de BaTIS beschikbaar zijn, keren we terug naar de BaTIS dataset vanwege de kwaliteit van de bron voor het maken van internationale vergelijkingen. Hierdoor zullen de cijfers van 2022 dit jaar verschillen van die uit de editie van 2024.

OESO-WTO verzamelen voor de BaTIS dataset gegevens bij de OESO, Eurostat, VN Comtrade, Nationaal Statistische Instituten en aanvullende nationale bronnen (OESO-WTO, 2025b). Dit resulteert in een matrix met bilaterale handelsstromen. Vervolgens worden ontbrekende stromen geschat. Tot slot wordt de asymmetrie in waardes tussen het rapporterende land en het partnerland geherwaardeerd en gebalanceerd via een asymmetrie-index. Dit resulteert in een dataset voor meer dan 200 landen en 26 dienstensoorten, waarbij de import- en exportwaarde tussen twee partnerlanden overeenkomen. Om de bevindingen op basis van OESO-WTO te kunnen duiden, worden in paragraaf 4.5 en 4.6 – om de nodige kwaliteit van de cijfers te waarborgen – CBS-cijfers op dienstensoort-niveau als spiegelbeeld van de internationale handelsstromen gebruikt.

Opkomst van gespecialiseerde dienstenhandelaren

Over de jaren heen zijn de mondiale verhoudingen in de export van diensten aardig veranderd. De constante factor is de dominantie van de VS. De VS is al lange tijd marktleider in de export van diensten, zie figuur 4.5.1. In 2023 lag het Amerikaanse aandeel op 15,3 procent, vrijwel identiek aan het aandeel in 2005. Naast de VS zijn ook het VK en Duitsland grote spelers in de dienstenexport. Wel is het aandeel van het VK, mede door Brexit (ECB, 2023) en opkomende concurrentie van onder andere buurland Ierland, met 2,7 procentpunt gedaald sinds 2005. Duitsland zag, net als Frankrijk, het aandeel in de dienstenexport over de jaren lichtjes slinken. Daarentegen is de positie van Nederland constant gebleven over de jaren: sinds 2005 schommelend rond de 4 procent, en was in 2023 3,6 procent.

Tegenover de daling van het aandeel van veel West-Europese landen stond een stijging van het aandeel van de Aziatische landen China, India en Singapore. Ook Ierland werd belangrijker als wereldwijde dienstenexporteur. China’s aandeel groeide met 0,9 procentpunt sinds 2005 tot een aandeel van 4,1 procent in 2023. Hierin speelde de groei van de Chinese economie onder andere een rol. De groei van Ierland, Singapore en India werd gekenmerkt door hun specialisatie in specifieke dienstensectoren. Zo is het aandeel van Ierland sinds 2005 verdubbeld tot 4,5 procent in 2023 vanwege haar sterke digitale en zakelijke dienstensector. Relatief steeg het aandeel van India zelfs harder, namelijk van 1,3 procent in 2005 tot 2,9 procent in 2023, mede vanwege haar IT-diensten (Herbers et al., 2023).

4.5.1 Aandeel in wereldwijde dienstenexport (%)
Land VS VK Duitsland Ierland Frankrijk China Nederland Singapore India Japan
2005 15,0 8,9 6,5 2,2 5,3 3,2 4,0 1,9 1,3 3,5
2006 14,7 8,9 6,4 2,2 5,2 3,3 3,9 2,1 1,5 3,4
2007 14,5 8,8 6,4 2,3 5,1 3,5 3,9 2,1 1,6 3,1
2008 14,2 8,1 6,4 2,2 5,1 3,6 3,9 2,2 1,7 3,1
2009 14,9 7,8 6,5 2,3 5,1 3,5 4,1 2,2 1,8 3,0
2010 15,2 7,7 6,1 2,2 4,8 3,9 3,8 2,4 2,0 3,1
2011 15,2 7,7 6,0 2,3 4,9 3,9 3,8 2,5 2,1 3,0
2012 15,7 7,6 5,9 2,2 4,7 3,9 3,7 2,6 2,1 3,0
2013 15,6 7,6 6,0 2,3 4,8 3,8 3,8 2,6 2,1 2,9
2014 15,6 7,6 6,1 2,4 4,8 3,8 3,9 2,6 2,1 3
2015 16,4 7,7 5,9 2,6 4,6 4,0 4,0 2,8 2,2 3,1
2016 16,4 7,4 6,0 2,8 4,5 3,9 3,8 2,7 2,2 3,3
2017 16,1 7,2 6,0 3,1 4,5 3,8 4,0 2,8 2,3 3,2
2018 15,3 7,2 6,0 3,4 4,5 4,0 4,1 3,0 2,3 3,1
2019 15,3 7,0 5,9 3,6 4,2 3,9 4,1 3,1 2,4 3,1
2020 16,3 7,7 6,3 4,7 4,1 4,4 3,9 3,6 2,6 2,9
2021 15,8 7,5 6,4 4,8 4,3 4,9 3,7 3,8 2,6 2,6
2022 15,7 7,0 6,0 4,4 4,3 4,8 3,6 3,8 2,8 2,4
2023 15,3 7,2 5,8 4,5 4,2 4,1 3,6 3,5 2,9 2,5
Bron: OESO-WTO (2025a)

Nederland 2e dienstenleverancier van België

In 2023 bleef Nederland als dienstenleverancier een sterke speler in de internationale dienstenhandel, zeker binnen Europa, waar het Nederlandse aandeel in de dienstenimport van diverse landen verder toenam. Deze stijging weerspiegelde deels het herstel na de coronapandemie en een toegenomen vraag naar hoogwaardige zakelijke en digitale diensten – sectoren waarin Nederland traditioneel sterk is. Uit figuur 4.5.2 blijkt dat vanuit landen in Centraal- en Oost-Europa, zoals Polen en Roemenië de vraag naar Nederlandse diensten toenam. In deze landen bezet Nederland in 2023 de tweede plek als dienstenleverancier, waarbij het aandeel in Roemenië in 2023 met 1,1 procentpunt zelfs sterk steeg. Dit hangt samen met een sterke toename in de Roemeense vraag naar zakelijke diensten uit Nederland. Ook in België, Frankrijk en Finland behield Nederland haar positie. Bij onze Belgische buren daalde het Nederlandse aandeel met 0,1 procentpunt; maar bleef dit het land waar Nederland veruit het grootste aandeel had in de dienstenimport (14,4 procent). Het Nederlandse aandeel in de dienstenimport van Frankrijk groeide in 2023 met 0,7 procentpunt relatief sterk en gezien de ontwikkeling sinds 2015 weten de Franse dienstenimporteurs Nederland steeds vaker te vinden. Het zijn voornamelijk de zakelijke diensten die vaker door Frankrijk geïmporteerd werden uit Nederland. In 2023 bestond een derde van de Franse dienstenimport uit Nederland uit zakelijke diensten. De grootste aandeelstijging ten opzichte van 2022 in de top 10 kwam voor rekening van Saoedi-Arabië. Met een aandeelstijging van 1,7 procentpunt in 2023, bereikte het Nederlandse aandeel de 6 procent. Het aandeel van Brazilië halveerde ten opzichte van 2015: de grootste afname vond plaats tussen 2020 en 2021 toen het aandeel van de Nederlandse diensten in de import van Brazilië afnam met ruim 7,5 procentpunt.

4.5.2 Aandeel Nederlandse diensten in import van partnerlanden1) (%)
Land 2023 2022 2015
België 14,4 14,5 13,3
Roemenië 7,2 6,1 4,8
Polen 6,9 6,3 5,4
Frankrijk 6,7 6,0 4,9
Finland 6,7 6,9 4,7
Duitsland 6,7 6,4 6,4
Brazilië 6,1 5,9 13,3
Zweden 6,1 5,9 4,2
Saoedi-Arabië 6,0 4,3 5,6
Zwitserland 6,0 6,1 4,0
Bron: OESO-WTO (2025a)
1) Landen met minimaal 1 miljard US dollar dienstenimport uit Nederland in 2023.

4.6Belang van Nederland als dienstenafnemer voor andere landen

In 2023 bleef, net als bij de dienstenexport, de mondiale dienstenimport grotendeels gedomineerd worden door traditionele grootmachten, met de VS als onbetwiste koploper met een aandeel van 12,3 procent, zie figuur 4.6.1. Dit aandeel lag weliswaar iets lager dan in 2022, maar de VS bleef – net als bij de mondiale dienstenexport – verreweg de belangrijkste importeur van diensten wereldwijd. Duitsland volgde op afstand en had in 2023 een aandeel van 6,8 procent, terwijl het VK met 6,4 procent herstelde van een eerdere terugval.

China – in 2023 qua waarde de 14de importpartner van Nederland – maakte een flinke opmars in de dienstenimport met hun grootste aandeel in de periode 2015–2019, maar zag het aandeel na een aantal jaar van dalen weer licht stijgen tot 5,7 procent. Ierland behoorde – net als bij de dienstenexport – ook bij de grote stijgers in de dienstenimport. Het aandeel van het smaragdgroene eiland bedroeg in 2023 4,5 procent. De forse stijging in het aandeel van Ierland hangt onder meer samen met de aanwezigheid van grote multinationals uit de IT-sector (Andersson et al., 2023). Japan verliest, net als bij de dienstenexport, al jaren terrein, ondanks dat Japan relatief weinig niet-tarifaire belemmeringen kent in de nationale wetgeving ten aanzien van internationale dienstenhandel. In de Services Trade Restrictiveness Index van de OESO (2025) scoort Japan zelfs het best van alle gerapporteerde landen. Het Japanse aandeel zakte in 2023 desondanks naar 2,8 procent. Daarmee sloot het de rangen van de top 10. Nederland vinden we terug op de 7e plaats. Met een aandeel van 3,8 procent is ons land al ruim twintig jaar een stabiele dienstenimporteur.

4.6.1 Aandeel in wereldwijde dienstenimport (%)
Jaar VS Duitsland VK China Ierland Frankrijk Nederland Zwitserland Singapore Japan
2005 13,1 7,8 7,8 3 2,6 4,8 3,8 3,2 2 4,6
2006 13 7,5 7,6 3,1 2,6 4,7 4,2 3,1 2 4,2
2007 12,3 7,4 7,5 3,3 2,7 4,6 4,2 3,2 2 3,8
2008 11,9 7,3 7 3,5 2,8 4,7 4,2 3,2 2,1 3,7
2009 12,4 7,1 6,7 3,8 2,9 4,7 4,4 3,5 2,1 3,7
2010 12,3 6,9 6,5 4,3 2,8 4,5 3,6 3,5 2,3 3,8
2011 11,9 6,9 6,3 4,7 2,9 4,5 3,6 3,5 2,3 3,6
2012 12 6,7 6,1 5,1 2,6 4,3 3,4 3,5 2,4 3,7
2013 11,5 7 6,1 5,6 2,6 4,5 3,4 3,6 2,6 3,4
2014 11,4 6,7 6,3 6,3 2,7 4,6 3,7 3,6 2,7 3,4
2015 11,8 6,4 6,4 6,9 3,2 4,4 4 3,5 2,7 3,3
2016 12 6,5 6,3 7,1 3,8 4,4 3,6 3,5 2,8 3,4
2017 11,8 6,6 6,3 6,8 3,8 4,3 3,9 3,5 2,9 3,3
2018 11,4 6,6 6,4 7 3,8 4,3 4,1 3,4 3 3,2
2019 11,5 6,5 6,2 6,7 5,6 4,1 4 3,3 2,9 3,3
2020 11,8 6,5 6,1 6 6,2 4,2 4 3,7 3,3 3,5
2021 12,5 6,8 5,9 5,8 4,8 4,1 3,9 3,7 3,3 3,2
2022 12,9 6,8 6,1 5,4 4,4 4 3,8 3,5 3,4 2,9
2023 12,3 6,8 6,4 5,7 4,5 4,1 3,8 3,5 3,3 2,8
Bron: OESO-WTO (2025a)

Nederlandse aandeel van diensten uit Barbados verdubbeld in 2023

Nederland neemt ook veelvuldig diensten af en doet hierbij aanspraak op haar partnerlanden, met in sommige gevallen opvallende stijgingen in recente jaren. Het meest in het oog springend was Barbados, waar het aandeel van Nederland in de dienstenexport spectaculair steeg van slechts 0,2 procent in 2015 naar 21,2 procent in 2023. Deze toename suggereert mogelijk een specifieke economische relatie, zoals belasting gerelateerde structuren die via Nederland lopen. Ten opzichte van 2022 verdubbelde het Nederlandse aandeel van diensten uit Barbados, tot een niveau dat ook gangbaar was in 2020 en 2021. In 2019 ging zelfs een derde van de dienstenexport van Barbados naar ons land. De groei in 2023 komt doordat Nederland met name meer professionele en management­advies­diensten is gaan importeren uit Barbados. Hierdoor was Nederland de tweede exportbestemming van Barbados in 2023, achter de VS.

Ook voor onze buurlanden bleef Nederland een belangrijke afnemer van diensten. België exporteerde in 2023 16,1 procent van de totale dienstenexport naar Nederland, een lichte daling ten opzichte van 2022. Desondanks behoudt Nederland haar positie als voornaamste bestemming van de Belgische dienstenexport. Het Nederlandse aandeel in de Duitse dienstenexport zit sinds 2015 in de lift en steeg naar 7,2 procent in 2023. Deze groei wordt voornamelijk veroorzaakt door een groei in de Nederlandse import van financiële diensten en zakelijke diensten uit Duitsland.

Voor Centraal- en Oost-Europese landen zoals Roemenië en Polen was het beeld gemengd. Polen kende een piek van 7,3 procent in 2022, maar dit aandeel daalde licht naar 6,8 procent in 2023. Roemenië liet juist een lichte stijging zien tot 7,3 procent in 2023, waaruit Nederland voornamelijk vervoersdiensten en zakelijke diensten importeerde. De Litouwse vervoersdiensten bestemd voor Nederland zijn in 2023 sterk toegenomen in waarde en zijn goed voor 58,4 procent van de totale Nederlandse dienstenimport uit Litouwen. Daarmee is het Nederlandse aandeel in de Litouwse dienstenexport stabiel met 6,7 procent in zowel 2022 als 2023. Noorwegen is alle diensten – behalve zakelijke diensten, die fors terugliepen – meer gaan leveren aan Nederland en zag het aandeel van Nederland als exportbestemming oplopen tot 6,3 procent. Bij Malta steeg het Nederlandse aandeel tot 5,5 procent in 2023. Nederland maakte vooral gebruik van Maltese vervoersdiensten, vergoedingen voor intellectueel eigendom, zakelijke diensten en telecommunicatie-, computer- en informatiediensten.

4.6.2 Aandeel Nederlandse diensten in export van partnerlanden1) (%)
Land 2023 2022 2015
Barbados 21,2 10,6 0,2
België 16,1 16,6 14,6
Roemenië 7,3 6,8 8,0
Duitsland 7,2 6,6 6,3
Polen 6,8 7,3 5,3
Litouwen 6,7 6,7 3,5
Frankrijk 6,4 6,5 5,1
Noorwegen 6,3 5,2 4,1
Ierland 5,6 5,9 6,1
Malta 5,5 4,9 2,4
Bron: OESO-WTO (2025a)
1) Landen met minimaal 1 miljard US dollar dienstenexport naar Nederland in 2023.

4.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Andersson, M., Byrne, S., Emter, L., González Pardo, B., Jarvis, V., & Zorell, N. (2023). Intangible assets of multinational enterprises in Ireland and their impact on euro area GDP. European Central Bank.

Baldwin, R. (2024, 17 januari). China: The world’s sole manufacturing superpower – A line sketch of the rise. VoxEU.

Baldwin, R., Freeman, R., & Theodorakopoulos, A. (2024). Deconstructing deglobalization: The future of trade is in intermediate services. Asian Economic Policy Review, 19(1), 18–37.

Baldwin, R., & Forslid, R. (2020). Globotics and development: When manufacturing is jobless and services are tradable. NBER Working Paper, Nr. 26731. National Bureau of Economic Research.

CBS (2016, 13 oktober). Export van diensten goed voor 10 procent bbp. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2017). Internationaliseringsmonitor 2017, tweede kwartaal: Internationale handel in diensten. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2022). Internationale handel; invoer en uitvoer van diensten 2014–2020. [Dataset]. Geraadpleegd op 30 april 2025.

CBS (2023a). Internationale handel; invoer en uitvoer van diensten naar land, kwartaal. [Dataset]. Geraadpleegd op 16 mei 2025.

CBS (2023b). Nederland Handelsland 2023: Export, import en investeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2024). Verdiensten en arbeidsvolume; uitvoerstromen. [Dataset]. Geraadpleegd op 20 mei 2025.

CBS (2025a). Handleiding Internationale Handel in Diensten. Versie 2025. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2025b). Opbouw binnenlands product (bbp); nationale rekeningen. [Dataset]. Geraadpleegd op 18 juni 2025.

CBS (2025c). Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, mutaties, nationale rekeningen. [Dataset]. Geraadpleegd op 16 mei 2025.

CBS (2025d). Internationaliseringsmonitor 2025, eerste editie: Verenigde Staten. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Creemers, S., Jacobs, M., Lammertsma, A., Ras, P., & Rooyakkers, J. (2020). Trends in de Nederlands-Duitse handel. In S. Creemers, M. Jaarsma & A. Lammertsma (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2020, eerste editie: Duitsland. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Creemers, S., & Voncken, R. (2024). Internationale handel in diensten. In S. Creemers, M. Houben-van Herten & R. Voncken (Reds.), Nederland Handelsland 2024: export, import en investeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Eichengreen, B., & Gupta, P. (2013). The two waves of service-sector growth. Oxford Economic Papers, 65(1), 96–123.

ECB (2023). The impact of Brexit on UK–EU trade. ECB Economic Bulletin, Issue 2/2023. Europese Centrale Bank.

Europese Commissie (2023). Annual Single Market Report 2023. Commission Staff Working Document.

García Guzmán, P., Grahed, A., Javorcik, B., & Schweiger, H. (2024, 27 november). The rise of services exports: New pathways for growth. VoxEU. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

Herbers, D., Creemers, S., & Rooyakkers, J. (2023). De Nederlandse dienstenhandel met India. In S. Creemers & D. Herbers (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2023, eerste editie: India. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Low, P. (2013). The role of services in global value chains. In D. Elms & P. Low (Reds.), Global value chains in a changing world. WTO iLibrary.

Miroudot, S., & Cadestin, C. (2017). Services In Global Value Chains: From Inputs to Value-Creating Activities. OECD Trade Policy Papers, 197. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Mishra, S., Lundström, S., & Anand, R. (2011). Service export sophistication and economic growthWorld Bank Policy Research Working Paper, (5606). Geraadpleegd op 15 mei 2025.

Nayyar, G., Hallward-Driemeier, M., & Davies, E. (2021). At Your Service?: The Promise of Services-Led Development. International Bank for Reconstruction and Development/The World Bank.

OESO (2023). Right here, right now? New evidence on the economic effects of services trade reform. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Geraadpleegd op 19 mei 2025.

OESO (2025). OECD Services Trade Restrictiveness Index: Policy trends up to 2025. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

OESO-WTO. (2025a). Balanced trade in services (BaTIS). [Dataset]. Geraadpleegd op 18 februari 2025.

OESO-WTO. (2025b). The OECD-WTO Balanced Trade in Services Database (BaTIS). Geraadpleegd op 21 Mei 2025.

Poulissen, D., Rooyakkers, J., & Smit, R. (2022). De internationale dienstenhandel in woelige tijden. In D. Herbers & J. Rooyakkers (Reds.), Internationaliserings­monitor 2022, tweede kwartaal: Dienstenhandel: Ontwikkelingen en belemmeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Sauvé, P. (2023, 19 september). Services offer a springboard to jobs and growth for developing countries. Wereldbank Blogs. Geraadpleegd op 19 mei 2025.

Smid, R. (2025). China’s positie als fabriek van de wereld wordt aan alle kanten bedreigd. Het Financieele Dagblad. Geraadpleegd op 3 juni 2025.

The Economist (2019, 24 januari). Globalisation has faltered. Geraadpleegd op 16 mei 2025.

The Economist (2025, 18 januari). Inside the Houthis’ moneymaking machine After a ceasefire in Gaza, they may continue their Red Sea racket. Geraadpleegd op 1 juli 2025.

UNCTAD (2024, september). Trade in Services: Annual Bulletin 2023 (UNCTAD/STAT/INF/2024/4). United Nations Conference on Trade and Development. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

Volkerink, M., van Moock, F., & van Rooij, M. (2024). Arbeidsmarktkrapte: het nieuwe normaal? De Nederlandsche Bank.

Voncken, R., Lemmers, O., Rozendaal, L., & van Berkel, F. (2015). ‘Made in the world’: oorzaken en gevolgen. In M. Jaarsma (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2015, eerste kwartaal. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

Wache, B., Boeters, S., Freeman, D., Meijerink, G., van ’t Riet, M., & Sommer, K. (2024). Het belang van de Nederlandse diensten in wereldwijde goederenproductie. Centraal Planbureau.

WTO (2019). World Trade Report 2019: The Future of services trade. World Trade Organization.

WTO (2024). Global Trade Outlook and Statistics. World Trade Organization. Geraadpleegd op 19 mei 2025.

WTO & Wereldbank (2023). Trade in services for development: fostering sustainable growth and economic diversification.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nieke Aerts

Arjen Berkenbos (DNB)

Melle Bijlsma (DNB)

Timon Bohn

Sarah Creemers

Jurriaan Eggelte (DNB)

Robin Konietzny

Dio Limpens

Tom Notten

Shalane Pijnenburg

Mauro Pinna

Leen Prenen

Pascal Ramaekers

Janneke Rooyakkers

Anne Maaike Stienstra (DNB)

Fons Verkerk (DNB)

Christiaan Visser

Roger Voncken

Manon Weusten

Redactie

Sarah Creemers

Janneke Rooyakkers

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van Nederland Handelsland:

Deirdre Bosch

Anniek Erkens

Loe Franssen

Jan-Pieter Heijmans

Marjolijn Jaarsma

Tim Peeters

Davey Poulissen

Stef Weijers

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Jan Pieter Barendse

Diederik Berghuijs

Vasant Bhoendi

Tom Harmsen

Jeroen Jacobs

Ries Kamphof

Judith Kikkert

Harry Oldersma