Toekomstbestendig

Foto omschrijving: Landschap in Flevoland met windmolens, fietser, vrachtwagen, tractor en boer die mest uitrijdt.

Inleiding

Op verzoek van de Tweede Kamer benaderde het kabinet het CBS in 2017 met de vraag om een Monitor Brede Welvaart te ontwikkelen, ten behoeve van het Verantwoordingsdebat in mei. Het CBS heeft hier gehoor aan gegeven: de eerste Monitor verscheen in mei 2018. In de tweede editie, die uitkwam in mei 2019, is de monitoring van de Sustainable Development Goals (SDG’s), die eveneens door het CBS werd uitgevoerd, geïntegreerd. Dit heeft grote voordelen: zowel inhoudelijk als beleidsmatig bestrijken beide kaders eenzelfde terrein. Waar de benadering van de brede welvaart een algemene intentie uitspreekt (een brede welvaart die inclusief en duurzaam is in het ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’), wordt deze in de SDG-agenda vertaald in concrete doelstellingen. Dit geeft beleidsmakers concrete handvatten. De beide agenda’s kunnen elkaar dan ook in belangrijke mate versterken. De publicatie is nu voor de vierde keer samengesteld en op basis van de evaluaties van de voorgaande edities op een aantal punten verder aangevuld en verbeterd.

Het doel van de Monitor is om politiek en maatschappij inzicht te verschaffen in de ontwikkeling van brede welvaart in Nederland, én om de stand van zaken te geven ten aanzien van de SDG’s. De doelen van deze duurzaamheidsagenda van de Verenigde Naties (VN) moeten in 2030 behaald zijn. Aan de basis van deze monitor staat een gestructureerde set indicatoren, gegroepeerd in dashboards, waarvoor de trend op de middellange termijn en de positie van Nederland binnen de Europese Unie (EU) gevolgd worden. Hieruit komt naar voren of indicatoren zich in een richting bewegen die de brede welvaart vergroot of dat zij juist verder van het doel verwijderd raken. Het is aan politiek en samenleving om, op basis van deze informatie en waar zij dat nodig vinden, keuzes te maken en prioriteiten te stellen.

1.1Opzet publicatie

Deze publicatie beschrijft primair de ontwikkeling van de brede welvaart en de SDG’s in Nederland op de middellange termijn, gebaseerd op data voor 2013–2020. Voor een groot aantal indicatoren is al een eerste cijfer over 2020 opgenomen, soms speciaal voor deze Monitor geraamd. 2020 was een bijzonder jaar door de komst van COVID-19 en de grote invloed van daarmee verband houdende maatregelen op onze economie en de samenleving. Deze publicatie zal dan ook iets meer de aandacht richten op de ontwikkelingen van het afgelopen jaar dan in vorige edities het geval was. Dit laat onverlet dat de belangrijkste focus blijft liggen op de ontwikkelingen op de middellange termijn. Het begrip brede welvaart is van grote betekenis wanneer wordt gekeken naar de maatschappelijke uitdagingen waarmee Nederland zich nu geconfron­teerd ziet. Tal van aspecten die de kwaliteit van leven bepalen, worden meer dan voorheen in besluitvormingsprocedures betrokken. Het begrip brede welvaart en het behalen van de SDG’s is daardoor relevanter dan ooit.

In deze vierde Monitor wordt meer dan voorheen een brug geslagen tussen het ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ perspectief in hoofdstuk 2 en de beleidspraktijk zoals uitgewerkt aan de hand van de SDG’s in hoofdstuk 4. Brede welvaart wordt gedefinieerd als onze huidige kwaliteit van leven en de mate waarin deze ten koste gaat van die van generaties na ons of mensen uit andere delen van de wereld. Het accent ligt op brede welvaart van individuele burgers, maar er wordt in deze editie van de Monitor ook een eerste aanzet gedaan om de houdbaarheid van brede welvaart in kaart te brengen (schokbestendigheid). Daarbij gaat het om robuustheid en veerkracht van de samenleving als geheel en de mogelijkheden om toekomstige exogene schokken op te vangen. In volgende edities zal verder worden gekeken naar de houdbaarheid van brede welvaart, bijvoorbeeld naar houdbaarheid van stelsels en systemen (zoals de gezondheidszorg en het pensioensysteem) en veerkracht van het bedrijfsleven.

Allereerst beschrijft hoofdstuk 2 de brede welvaart van de inwoners van Nederland in het ‘hier en nu’. Aansluitend worden de gevolgen geschetst van ons huidige welvaartsniveau voor de brede welvaart van toekomstige Nederlandse generaties en die van mensen in andere landen. Het hoofdstuk eindigt met een bespiegeling op de robuustheid van de samenleving en de veerkracht om toekomstige exogene schokken op te kunnen vangen.

Aanvullend gaat hoofdstuk 3 in op hoe de brede welvaart ‘hier en nu’ is verdeeld over verschillende bevolkingsgroepen. Hier is veel aandacht voor recente veranderingen.

In hoofdstuk 4 van de Monitor staan de SDG’s centraal. De SDG’s kunnen gezien worden als internationaal afgesproken doelstellingen op het terrein van de brede welvaart en de houdbaar­heid van deze welvaart over de langere termijn. Per SDG wordt aandacht besteed aan de geleverde inspanningen om het doel te bereiken, het tot dusverre behaalde resultaat en de beleving van de bevolking met betrekking tot het thema. Verder bevat hoofdstuk 4 een eerste aanzet om in beeld te krijgen waar synergieën, afruilen en verknopingen tussen SDG’s liggen.

In deze inleiding wordt nu stilgestaan bij de internationale aanbevelingen en afspraken die ten grondslag liggen aan de presentatie van de brede welvaart en de SDG’s in deze Monitor. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op de gehanteerde definitie van brede welvaart en de gekozen onderverdeling ervan in thema’s. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de operationalisering van de Monitor Brede Welvaart: de concrete meting van de diverse thema’s verbonden aan brede welvaart en de SDG’s aan de hand van gekozen indicatorensets.

1.2Internationale aanbevelingen

De Monitor is op aanbeveling van de Tijdelijke Kamercommissie Brede Welvaart opgesteld conform de Conference of European Statisticians (CES) Recommendations on Measuring Sustainable Development (UNECE, 2014). Het CES-meetsysteem is een internationale richtlijn voor het meten van brede welvaart en duurzaamheid. Duurzaam wil hier zeggen dat de brede welvaart hier en nu niet ten koste gaat van die van latere generaties of andere delen van de wereld.

Met het CES-meetsysteem hebben nationale en internationale statistische organisaties een wetenschappelijk onderbouwde ‘gemeenschappelijke taal’ ontwikkeld om brede welvaart in kaart te brengen. Het CES-meetsysteem is gebaseerd op het rapport van Stiglitz, Sen en Fitoussi (2009) en de wetenschappelijke inzichten die daaraan ten grondslag liggen. Inmiddels zijn de CES-aanbevelingen door circa 65 landen onderschreven en zijn statistische bureaus en internationale organisaties, waaronder de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), over de hele wereld bezig om de aanbevelingen te implementeren. De welvaartsmetingen op basis van de aanbevelingen dienen ter ondersteuning van beleid en politiek, zonder hier echter richting aan te geven.

In het CES-meetsysteem wordt de brede welvaart ‘hier en nu’ onderscheiden van die ‘later’ en ‘elders’. De thema’s die bij ‘hier en nu’ worden gemeten, zijn bepaald op basis van nationale en internationale literatuur en enquêtes waarin burgers is gevraagd welke onderwerpen zij voor hun kwaliteit van leven belangrijk vinden. Daarbij is het tevens de vraag in hoeverre het welvaartstreven in Nederland op dit moment een weerslag heeft op de brede welvaart van toekomstige generaties (‘later’) en van mensen elders in de wereld (‘elders’).

De SDG’s zijn in de Monitor in dit CES-meetsysteem geïntegreerd. De SDG’s zijn in 2015 opgesteld door de VN en door 193 landen ondertekend (VN, 2015). De SDG’s sluiten goed aan bij het streven naar brede welvaart. Onderliggende principes van de SDG-agenda zoals het uitgangspunt van ‘leave no one behind’, de aandacht voor onze voetafdruk en de vijf P’s (people, planet, peace, prosperity & partnership) zijn alle zeer relevant voor onze kwaliteit van leven en voor de toekomst­bestendigheid van die levenskwaliteit.

1.3Definitie van brede welvaart

De in de Monitor gehanteerde definitie sluit aan bij gangbare internationale definities en luidt:

Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of van die van mensen elders in de wereld.

Vanuit deze drie dimensies van brede welvaart zijn in deze monitor drie dashboards ontwikkeld:

  • brede welvaart ‘hier en nu’;
  • brede welvaart ‘later’;
  • brede welvaart ‘elders’.

Brede welvaart ‘hier en nu’

Brede welvaart ‘hier en nu’ betreft de persoonlijke kenmerken van mensen en de kwaliteit van de omgeving waarin zij leven; meer in het algemeen hun materiële welvaart en welzijn, en hun beleving daarvan. Juist omdat welvaart een breed begrip is, wordt een groot aantal thema’s in het ‘hier en nu’-dashboard onderscheiden. Elk thema gebruikt vervolgens specifieke indicatoren waarmee een beeld geschetst kan worden van de ontwikkelingen binnen het thema.

De acht hoofdthema’s met betrekking tot de brede welvaart ‘hier en nu’ zijn:

  • Subjectief welzijn. In bespiegelingen over de brede welvaart staat welzijn centraal. Subjectief welzijn is hier gedefinieerd als de waardering voor het eigen leven en wordt gemeten als de mate waarin mensen tevreden zijn met hun leven, in welke mate zij regie ervaren over hun leven en de persoonlijke welzijnsindex. Die laatste index combineert acht aspecten van het leven tot één overkoepelend cijfer.
  • Materiële welvaart. De materiële welvaart wordt gevormd door het inkomen dat mensen te besteden hebben, en de goederen en diensten die zij met dit inkomen kunnen kopen waarmee zij zelf invulling en kleur kunnen geven aan hun leven.
  • Gezondheid. Gezondheid – zowel de daadwerkelijke als de ervaren gezondheid – is sterk bepalend voor de kwaliteit van leven. Een (chronische) ziekte beperkt onder meer iemands mogelijkheden om actief en volwaardig deel te nemen aan de samenleving. De levenskwaliteit wordt ook in belangrijke mate bepaald door (gezonde) voeding. Eén van de grootste problemen op dat vlak is momenteel bijvoorbeeld overgewicht.
  • Arbeid en vrije tijd. Brede welvaart hangt voor veel mensen sterk af van het hebben van passend en betaald werk. Daar staat tegenover dat ook vrije tijd grote invloed heeft op de levens­kwaliteit die mensen ervaren. Werk en vrije tijd moeten dan ook in balans zijn. Hiervoor zijn vele factoren van belang. Een goede opleiding is bijvoorbeeld belangrijk om een gunstige uitgangspositie op de arbeidsmarkt te hebben.
  • Wonen. Een goed en betaalbaar dak boven het hoofd is één van de eerste levensbehoeften. Nederlanders geven een substantieel deel van hun inkomen uit aan hun huisvesting.
  • Samenleving. Een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen en waarin mensen kunnen vertrouwen op elkaar en op instituties als de overheid en het rechtssysteem vormt ook een onderdeel van brede welvaart. Ook de omvang en kwaliteit van sociale contacten en daarmee de mate waarin mensen in het maatschappelijk leven participeren, zijn belangrijke welvaartsaspecten.
  • Veiligheid. Misdaad en ervaren (on)veiligheid grijpen direct in op de kwaliteit van leven. Zowel feitelijk risico op slachtofferschap als het gevoel van (on)veiligheid doen ertoe in dit verband.
  • Milieu. Schone lucht, schoon drink- en oppervlaktewater, voldoende (gezonde) natuur en biodiversiteit, en een niet-vervuilde bodem zijn belangrijke algemene levens­behoeften. Hoge fijnstofconcentraties in de lucht kunnen tot ernstige gezondheids­klachten leiden, zoals astma en COPD. In een dichtbevolkt land als Nederland is het ook belangrijk dat bepaalde gebieden er primair zijn voor de natuur, zodat flora en fauna zich daar kunnen handhaven en zich goed kunnen ontwikkelen.

Brede welvaart ‘later’

Brede welvaart ‘later’ betreft de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om een zelfde niveau van welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie. De keuzes die alle Nederlanders gezamenlijk maken in het ‘hier en nu’ hebben uiteraard consequenties voor de volgende generaties in Nederland. Om de kwaliteit van leven op peil te houden zijn allerlei hulpbronnen nodig. Deze worden hier aangeduid als ‘kapitaal’; vier soorten kapitaal worden daarbij onderscheiden: economisch, natuurlijk, menselijk en sociaal. De hoeveelheid kapitaal per inwoner moet op zijn minst gelijk blijven, willen volgende generaties een zelfde niveau van welvaart kunnen bereiken.

De vier soorten kapitaal voor de brede welvaart ‘later’ zijn:

  • Economisch kapitaal. Dit omvat de machines en werktuigen, de ICT, het kenniskapitaal en de infrastructuur die nodig zijn voor het opbouwen van materiële welvaart en het genereren van economische groei. Het gaat hier om fysieke kapitaalgoederen die vooral voor het economisch proces van belang zijn. Ook het kenniskapitaal, onder andere gevoed door de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, is belangrijk voor het functioneren van de Nederlandse economie. Schuld wordt gezien als negatief economisch kapitaal.
  • Natuurlijk kapitaal. Dit betreft niet alleen grondstoffenvoorraden (voor Nederland vooral fossiele energiedragers zoals aardolie en aardgas), maar ook de kwaliteit van natuur en milieu. Hieronder vallen biodiversiteit (gemeten aan de hand van fauna van het land en fauna van zoetwater en moeras, maatstaven voor soortenrijkdom), de algemene kwaliteit van de atmosfeer (samenhangend met CO2‑emissies) en de lokale kwaliteit van bodem, water en lucht. Ook de capaciteit aan hernieuwbare vormen van energie wordt onder het natuurlijk kapitaal geschaard, omdat hiermee zowel de intering op niet-hernieuwbare energiebronnen als de uitstoot van broeikasgassen kan worden tegengegaan. Natuurlijk kapitaal vormt een eerste levensvoorwaarde.
  • Menselijk kapitaal. Hierbij staat de factor arbeid centraal. Het omvat het aantal uren dat mensen werken en de kwaliteit van het arbeidspotentieel afgemeten aan gezondheid en opleidingsniveau. Dit zijn tevens aspecten die de productiviteit van arbeid mede bepalen.
  • Sociaal kapitaal. Dit geeft de kwaliteit van sociale verbanden in de samenleving weer. Het wordt gemeten als de omvang van het vertrouwen dat burgers hebben in elkaar en in de belangrijkste instituties. Naast het vertrouwen van alle burgers wordt ook gekeken naar het vertrouwen tussen verschillende groepen onderling, aan de hand van een indicator over discriminatiegevoelens. Deze beschrijft in hoeverre mensen zich onderdeel voelen van bepaalde groepen in de samenleving die ervaren dat zij niet volledig aan het maat­schappelijk proces kunnen deelnemen of in hun hoedanigheid niet volledig worden geaccepteerd.

Brede welvaart ‘elders’

Brede welvaart ‘elders’ betreft de effecten van Nederlandse keuzes op banen, inkomens, (niet-hernieuwbare) hulpbronnen en het milieu in andere landen. Veel afwegingen die Nederlanders maken, hebben consequenties voor mensen in andere landen. De goederen en diensten die in Nederland worden ingevoerd, zijn immers veelal in andere landen geproduceerd. Dat levert elders banen en inkomens op, maar het legt ook een druk op de (niet-hernieuwbare) hulpbronnen en het milieu in die landen. In navolging van het rapport van de Commissie Brundtland (WCED, 1987) wordt in de Monitor bijzondere aandacht besteed aan de armste landen in de wereld. Deze groep wordt hier vertegenwoordigd door de 47 armste landen volgens criteria van de VN, de ‘least developed countries’ (LDC’s).

Twee hoofdthema’s met betrekking tot de brede welvaart ‘elders’ zijn handel en hulp. Deze zijn in deze Monitor samengevoegd:

  • Handel. De handel die Nederland met andere landen drijft, kan de welvaart in die landen vergroten. Bij de invoer worden de continenten van herkomst Europa, Amerika, Azië, Afrika en Oceanië apart onderscheiden.
  • Ontwikkelingssamenwerking en overdrachten. Ontwikkelingshulp die Nederland geeft aan ontwikkelingslanden kan de brede welvaart in die landen vergroten. Hetzelfde geldt voor geld dat migranten overmaken aan familieleden in hun land van herkomst. Overigens kan worden opgemerkt dat deze overdrachten niet noodzakelijkerwijs tot een grotere welvaart leiden, omdat de manier waarop deze gelden worden besteed niet per definitie de welvaart van de hele samenleving ten goede komt.

Het andere hoofdthema met betrekking tot de brede welvaart ‘elders’ is ‘milieu en grondstoffen’:

  • Milieu en grondstoffen. Niet-hernieuwbare hulpbronnen worden ingevoerd en hier of elders gebruikt om goederen en diensten te produceren. Dit gebruik leidt tot uitputting van deze hulpbronnen in het buitenland, wat vooral een grote impact heeft op de (latere) welvaart in de armste landen. De goederen en diensten die uit andere landen worden ingevoerd zijn zoals gezegd elders geproduceerd. Die productie kan daar gepaard gaan met bijvoorbeeld CO2‑emissies, die dan direct gerelateerd zijn aan de Nederlandse consumptie en dus mede bepalend zijn voor onze broeikasgasvoetafdruk.

1.4Het meten van brede welvaart en de SDG’s

Hoofdlijnen

In deze Monitor wordt een gestructureerde set van indicatoren gepresenteerd, gerangschikt naar de drie dimensies en hun onderliggende thema’s. Het beeld van de stand en de ontwikkeling van de brede welvaart, wordt gegeven door al deze indicatoren tezamen.

De gerealiseerde integratie van de meetsystemen van de brede welvaart (CES-raamwerk) met de monitoring van de SDG’s binnen één publicatie kent grote voordelen. Zowel inhoudelijk als beleidsmatig bestrijken beide begrippen immers eenzelfde terrein: een duurzame(re) wereld en de weg ernaartoe. Waar de benadering van de brede welvaart een algemene intentie uitspreekt (een brede welvaart die inclusief en duurzaam is ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’), is deze in de SDG-agenda vertaald in concrete doelstellingen. Dit laatste geeft beleidsmakers meer concrete handvatten. Dat de twee agenda’s elkaar in belangrijke mate versterken en dat de koppeling van brede welvaart en SDG’s voor het werk van velen relevant is, blijkt duidelijk uit de vele positieve reacties vanuit de samenleving en de overheid op het werk van het CBS.

Koppeling van het brede-welvaartsraamwerk en de SDG’s heeft ook geholpen om de SDG-agenda meer concreet te kunnen vertalen naar de Nederlandse context. Met de brede-welvaartsindicatoren is het mogelijk om belangrijke onderliggende principes van de SDG-agenda, die moeilijk meetbaar zijn, toch inzichtelijk te maken. Hierbij gaat het vooral om het streven van de SDG-agenda naar evenwicht tussen de brede welvaart in het ‘hier en nu’, voor mensen ‘elders’ en het zorgvuldig omgaan met de belangen van toekomstige generaties (‘later’). Verder helpt de integratie van de beide meetsystemen ook om de voortgang op de verschillende beleids­terreinen beter in kaart te brengen, dankzij de concrete doelen die met de SDG’s gesteld worden.

Ten slotte geven de brede-welvaartindicatoren die zijn ontleend aan het ‘hier en nu’-dashboard een duidelijk beeld of individuen of groepen kunnen profiteren van welvaartsontwikkelingen of juist achter­blijven. Deze concrete uitwerking helpt om het ‘leave no one behind’-principe uit de SDG-agenda invulling te geven.

Zowel bij de brede-welvaarttrends als bij de SDG’s, wordt voor de indicatoren de meest recente stand gegeven, alsmede de berekende trends over de periode 2013–2020 (voor zover er data beschikbaar zijn). In de buitenste ring van de ‘wielen’ bij de brede-welvaarttrends wordt ook de meest recente jaarmutatie gepresenteerd, waar mogelijk voor 2020. Waar mogelijk is aangegeven welke positie Nederland inneemt in de EU (EU-27). Voor zowel de trend als de positie in de EU wordt ook een kwalificatie gegeven. Voor de trend is dat positief (groen), neutraal (grijs) of negatief (rood). Voor de positie is dat hoog (groen), midden (grijs) of laag (rood). Voor wat betreft de trends moeten nog twee kanttekeningen worden geplaatst. In deze Monitor worden trends over de middellange termijn gepresenteerd, terwijl in andere CBS-publicaties soms kortere trendperiodes worden gehanteerd. Hierdoor kan het geschetste beeld in de Monitor soms iets afwijken van wat het CBS elders beschrijft. Daarnaast is het goed te beseffen wat stijgende of dalende trends vanuit een welvaartsperspectief betekenen. In de dashboards staat niet alleen de richting van de trend aangegeven met een pijl (naar boven: stijgend; naar beneden: dalend), maar ook met een kleur (groen: stijgende brede welvaart; rood: dalende brede welvaart). Het kan dus voorkomen dat een naar beneden gerichte pijl (bijvoorbeeld een dalend aantal slachtoffers van misdaad) een groene kleur krijgt, aangezien een daling van de misdaad wordt gezien als een verbetering van de brede welvaart.

Soms kunnen positieve ontwikkelingen op het ene terrein gepaard gaan met negatieve op het andere: zo kan het stimuleren van economische groei een hogere uitstoot van schadelijke stoffen tot gevolg hebben. Andersom kunnen maatregelen gericht op een reductie van de broeikasgasuitstoot leiden tot een lagere economische groei. De Monitor doet in dergelijke gevallen nadrukkelijk geen uitspraken over welke ontwikkelingen wenselijk zijn. Het CBS verkent in deze editie wel welke synergieën en afruilen er kunnen zijn tussen de verschillende duurzaamheidsdoelen en wil dit onderzoek naar dergelijke verknopingen graag voortzetten voor volgende edities.

Bij de indicatoren in de dashboards wordt bij het bepalen van trend en positie uitgegaan van het primaire of eerste-orde-effect op de brede welvaart.

De selectie van indicatoren

De indicatoren bij de brede-welvaartthema’s zijn geselecteerd aan de hand van het conceptuele raamwerk van het CES-meetsysteem. Dit is gedaan om een duidelijke en traceerbare link te houden met dit internationale, en breed geaccepteerde, raamwerk. Iedere indicator in de Monitor is relevant binnen een thema uit het raamwerk. De ontwikkelingen en standen van deze indicatoren worden gepresenteerd in hoofdstuk 2 (Brede-welvaarttrends). Het betreft gemiddelden of totalen voor heel Nederland.

Aansluitend wordt in hoofdstuk 3 voor indicatoren uit het dashboard voor de brede welvaart ‘hier en nu’, de verdeling over bevolkingsgroepen gepresenteerd. Waar het niet mogelijk was om indicatoren over de gekozen bevolkingsgroepen uit te splitsen, is een alternatieve indicator geselecteerd of is het betreffende thema niet opgenomen.

In hoofdstuk 4 wordt een set indicatoren gebruikt die laat zien hoe Nederland zich ontwikkelt in het licht van de 17 SDG’s in de Nederlandse beleidscontext. In Nederland is het CBS verantwoordelijk voor het monitoren van de voortgang met betrekking tot de SDG’s. Medio februari 2021 publiceerde het CBS op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken de reflectienota Vijf jaar implementatie SDG’s in Nederland (CBS, 2021). Dit rapport geeft aan waar Nederland staat vijf jaar na de nationale SDG-implementatie en tien jaar voordat de targets behaald moeten zijn. Voor het eerst zijn de uitkomsten gepresenteerd in combinatie met het beleid dat de departementen voeren om de targets in 2030 te behalen.

In hoofdstuk 4 wordt het conceptuele onderscheid tussen de dimensies ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ losgelaten, omdat de SDG-agenda dit niet maakt. De indicatoren in hoofdstuk 4 zijn per SDG en per beleidsthema gerangschikt. Hierbij zijn de volgende categorieën indicatoren opgenomen:

  • Een selectie uit de internationaal afgestemde indicatorenset van de SDG’s, namelijk die indicatoren die voor de Nederlandse context relevant zijn. Hierbij wordt voortgebouwd op eerder werk dat het CBS heeft gedaan op het gebied van de SDG’s (CBS, 2016; CBS, 2018). Ook in de huidige editie zijn niet alle voor Nederland relevante SDG-indicatoren integraal opgenomen. Voor een aantal indicatoren moet aanvullend dataonderzoek worden verricht omdat de datakwaliteit niet voldoende is om te worden ingepast in de systematiek van de Monitor. Zo is niet altijd ‘tijdige’ informatie voorhanden. Daarnaast beschikt het CBS niet altijd over consistente tijdreeksen, die nodig zijn om na te gaan in hoeverre indicatoren een significant stijgende of dalende trend vertonen. Daarbij valt ook op dat er in de SDG-agenda een grote nadruk ligt op ‘hier en nu’-indicatoren, terwijl indicatoren die iets zeggen over het gebruik van hulpbronnen minder sterk vertegenwoordigd zijn. Verder zijn er relatief veel ‘inputindicatoren’ opgenomen in de SDG-lijst, maar zijn indicatoren die iets zeggen over de uitkomsten dunner gezaaid.
  • Vrijwel alle indicatoren waarmee in hoofdstuk 2 de staat van de brede welvaart en schokbestendigheid is beschreven en die aan het CES-raamwerk zijn ontleend. Hierbij zijn sommige beleidsthema’s beter gedekt dan andere. Deze CES-indicatoren zijn toegevoegd om de balans in de indicatorenset te waarborgen.
  • Aanvullende indicatoren die de systematiek in de SDG-dashboards ondersteunen, namelijk middelen die worden ingezet, de mogelijkheden die deze creëren, het gebruik dat van mogelijkheden wordt gemaakt, de uitkomsten die aan dat gebruik zijn gerelateerd en de beleving van burgers.

Kwaliteit en tijdigheid van de data

Datakwaliteit is een belangrijk criterium bij het selecteren van indicatoren. Dit betreft de validiteit ten aanzien van het thema, de betrouwbaarheid van de beschikbare bronnen, de volledigheid en internationale vergelijkbaarheid van gegevens en de interne consistentie door de tijd. Het is van belang dat een indicator ook voor de andere EU-landen beschikbaar is, aangezien de positie van Nederland op de EU-ranglijst voor de verschillende welvaarts­thema’s een belangrijk onderdeel van deze Monitor is.

Indicatoren die ook voor uiteenlopende demografische groepen beschikbaar zijn (zoals voor jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, hoog- en laagopgeleiden) verdienen de voorkeur. Daarmee kunnen namelijk ook verdelingsaspecten van brede welvaart worden beschreven, zoals in hoofdstuk 3 van deze Monitor gebeurt voor de brede welvaart ‘hier en nu’.

Aan de selectie van indicatoren is veel aandacht besteed, met name de tijdige beschikbaarheid ervan. Soms zijn goede indicatoren wel beschikbaar, maar ligt het meest recente cijfer te ver terug in de tijd om relevant te zijn voor een publicatie die bestemd is voor een Kamerdebat. Om de tijdigheid van de indicatoren te verbeteren, zijn door het CBS forse inspanningen verricht om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk informatie voor het meest recente jaar (in deze editie: 2020) beschikbaar is. Sommige cijfers in de dashboards zijn gemarkeerd met een noot (A), die aangeeft dat het cijfer voor 2020 een eerste indicatie is en opgenomen is om het politieke debat te faciliteren. Dit snelle cijfer, dat vaak speciaal voor de Monitor gemaakt is, wordt mogelijk bij latere publicatie bijgesteld.

In een zeer beperkt aantal gevallen is een indicator opgenomen waarvoor het aantal datapunten in de periode 2013–2020 ontoereikend is om een trend te kunnen berekenen. Bij deze indicatoren is in de dashboards noot (B) geplaatst: in die gevallen gaat het niet om een stabiele ofwel neutrale trend, maar om het ontbreken van een trendmeting.

Omdat in deze publicatie standaardmethoden voor de berekening van ontwikkelingen en jaarmutaties worden toegepast op alle indicatoren, is het mogelijk dat er afwijkingen ten opzichte van andere CBS-publicaties optreden.

Voor deze Monitor is de gegevensverzameling afgesloten op 22 maart 2021. Dit betekent dat in de tijd die ligt tussen deze datum en de publicatie van de Monitor op woensdag 19 mei 2021 (Verantwoordingsdag) voor een aantal indicatoren nieuwe cijfers beschikbaar zijn gekomen die niet meer verwerkt konden worden.

Dataset: tijdreeksen en regionale verdelingen

Het CBS stelt bij de Monitor lange tijdreeksen van de indicatoren beschikbaar door plaatsing van aanvullende Excel-tabellen op de website. In deze tabellen zijn – waar mogelijk – tijdreeksen opgenomen vanaf 1995. In de visualisaties bij hoofdstuk 2, de ‘wielen’, kan de positie van Nederland door de tijd gevolgd worden. Niet alle in deze publicatie opgenomen data zijn overigens van het CBS afkomstig. De Excel-tabellen bevatten meer informatie over de gebruikte indicatoren. In deze metadata zijn ook steeds de bronnen vermeld.

Het kabinet investeert in de periode 2018–2022 950 miljoen euro in de Regio Envelop, waarmee Regio Deals worden ondersteund waarin grote maatschappelijke uitdagingen worden aangepakt. Alle Regio Deals dienen bij te dragen aan de ontwikkeling van de brede welvaart. Om dit te kunnen beoordelen, wil het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de brede welvaartsontwikkeling op regionaal niveau volgen. Hiervoor is een monitor nodig waarin de basisinformatie in samenhang wordt gepresenteerd. Het CBS heeft hiervoor het conceptueel kader ontwikkeld, aansluitend bij de Monitor Brede Welvaart & de SDG’s (CBS, 2019). In november 2020 is, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een eerste regionale Monitor uitgebracht (CBS, 2020). Hierin wordt met meer dan 40 indicatoren een beeld opgebouwd van de brede welvaart ‘hier en nu’ en ‘later’ in gemeenten, provincies en COROP-gebieden. Tezamen geven deze indicatoren een breder beeld van de staat en ontwikkeling van de regionale samenleving dan alleen de economische indicatoren. Bij het toevoegen van indicatoren aan de landelijke Monitor zal de mogelijkheid tot verbijzondering naar regio’s in het vervolg worden meegewogen bij de beoordeling van de datakwaliteit.

1.5Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

CBS, 2016, Meten van SDG’s: een eerste beeld voor Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2018, Duurzame ontwikkelingsdoelen: de stand voor Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2019, Conceptueel kader regionale Monitor Brede Welvaart. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2020, Regionale Monitor Brede Welvaart. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2021, Vijf jaar implementatie SDG’s in Nederland, 2016–2020. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Stiglitz, J. E., A. Sen en J.-P. Fitoussi, 2009, Report by the Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress. Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress, Parijs.

UNECE, 2014, Conference of European Statisticians (CES) Recommendations on Measuring Sustainable Development. United Nations, New York/Genève.

VN, 2015, UN, 2015, Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development; Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2014 (A/Res/70/1). New York: United Nations.

WCED, 1987, Our Common Future. World Commission on Environment and development, Oxford.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.