Foto omschrijving: MBO studenten van het Zadkine en Albeda college op de Heijplaat Rotterdam zijn opdrachten aan het uitvoeren.

School

Auteurs: Sascha de Breij, Lixin Lakeman, Linda Fernandez Beiro

Leerlingen in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs volgden in schooljaar 2024/’25 iets vaker een vmbo-opleiding dan een havo- of vwo-opleiding. Dit beeld is weinig veranderd de afgelopen jaren. Leerlingen met een havo- of vwo-diploma stroomden in 2024 vaker uit het onderwijs dan vmbo-gediplomeerden. Van de vmbo-gediplomeerden kozen meiden vaker voor een mbo-opleiding in de zorg en jongens vaker voor een opleiding in de (af)bouw, techniek en mobiliteit. De meerderheid van de vmbo-gediplomeerden vond dat het vmbo een goede basis bood voor hun mbo-opleiding.

5.1Leerlingen in het derde leerjaar

In schooljaar 2024/’25 zaten ruim 190 duizend leerlingen in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs (exclusief praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs). Van deze leerlingen zat 52 procent op het vmbo, de anderen volgden havo (23 procent), vwo (22 procent) of een algemeen leerjaar havo/vwo (4 procent). Dit beeld is vergelijkbaar met voorgaande schooljaren. Meiden zaten minder vaak op het vmbo dan jongens (50 procent tegenover 53 procent).

52% van de leerlingen in het derde leerjaar op het vmbo

Leerlingen in het vmbo zijn onderverdeeld in vier leerwegen: de beroepsgerichte leerweg (vmbo-b), de kadergerichte leerweg (vmbo-k), de gemengde leerweg (vmbo-g) en de theoretische leerweg (vmbo-t). In de beroepsgerichte en kadergerichte leerweg ligt de nadruk meer op het beroepsgerichte programma dan bij de gemengde en theoretische leerweg.

In schooljaar 2024/’25 volgde 24 procent van alle leerlingen in het derde leerjaar de beroepsgerichte of kadergerichte leerweg. Een vmbo-b-diploma geeft toegang tot mbo-niveau 2, en vmbo-k tot mbo-niveau 3 en 4. 28 procent van de leerlingen volgde de gemengde of theoretische leerweg. Een diploma voor vmbo-g en vmbo-t geeft toegang tot mbo-niveau 4 en, als er een extra vak gedaan is, ook tot de havo.

5.1.1 Leerlingen in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs, 2024/’25*
Onderwijssoort Leerlingen
Vmbo-b 9
Vmbo-k 15
Vmbo-g 8
Vmbo-t 20
Havo/vwo¹⁾ 4
Havo 23
Vwo 22
1)Havo/vwo is algemeen leerjaar 3

Relatief weinig vmbo’ers in Utrecht en Noord-Holland

In de provincies Utrecht en Noord-Holland volgden respectievelijk 43 en 46 procent van de leerlingen een vmbo-opleiding. Dat was lager dan het landelijke gemiddelde (52 procent). In Groningen (57 procent), Flevoland (57 procent), Overijssel (58 procent), Drenthe (58 procent) en Fryslân (60 procent) lag het percentage vmbo-leerlingen juist hoger dan gemiddeld. Bij de andere provincies zat tussen de 52 en 55 procent van de leerlingen op het vmbo.

Het aandeel vmbo’ers in het derde leerjaar verschilt ook per gemeente. In Pekela was dit met 73 procent het grootst, gevolgd door Harlingen en Almelo (beide 71 procent). Op Ameland lag dit percentage op 92 procent, maar daar ging het in totaal maar om een klein aantal leerlingen in leerjaar 3. Bloemendaal en Oegstgeest hadden met respectievelijk 21 en 22 procent het kleinste aandeel vmbo’ers.

De vier grootste gemeenten laten een wisselend beeld zien. In Rotterdam volgden relatief veel leerlingen een vmbo-opleiding (56 procent), terwijl dat in Utrecht en Amsterdam met respectievelijk 37 en 42 procent juist minder dan gemiddeld was. In Den Haag kwam het aandeel dat op het vmbo zat met 49 procent in de buurt van het landelijk gemiddelde.

5.1.2 Vmbo'ers in leerjaar 3 naar woongemeente, 2024/'25*
Gemeente vmbo-3
Groningen 46
Almere 54
Stadskanaal 56
Veendam 70
Zeewolde 42
Achtkarspelen 63
Ameland 92
Harlingen 71
Heerenveen 59
Leeuwarden 55
Ooststellingwerf 58
Opsterland 61
Schiermonnikoog .
Smallingerland 54
Terschelling 68
Vlieland .
Weststellingwerf 70
Assen 55
Coevorden 66
Emmen 66
Hoogeveen 64
Meppel 55
Almelo 71
Borne 51
Dalfsen 56
Deventer 56
Enschede 58
Haaksbergen 51
Hardenberg 65
Hellendoorn 62
Hengelo 57
Kampen 54
Losser 64
Noordoostpolder 58
Oldenzaal 59
Ommen 55
Raalte 49
Staphorst 54
Tubbergen 57
Urk 65
Wierden 61
Zwolle 50
Aalten 57
Apeldoorn 54
Arnhem 48
Barneveld 56
Beuningen 53
Brummen 61
Buren 59
Culemborg 44
Doesburg 52
Doetinchem 47
Druten 53
Duiven 57
Ede 54
Elburg 58
Epe 58
Ermelo 45
Harderwijk 47
Hattem 53
Heerde 55
Heumen 46
Lochem 47
Maasdriel 57
Nijkerk 52
Nijmegen 48
Oldebroek 61
Putten 56
Renkum 40
Rheden 48
Rozendaal .
Scherpenzeel 49
Tiel 58
Voorst 59
Wageningen 42
Westervoort 59
Winterswijk 62
Wijchen 51
Zaltbommel 61
Zevenaar 59
Zutphen 48
Nunspeet 53
Dronten 54
Amersfoort 45
Baarn 35
De Bilt 33
Bunnik 40
Bunschoten 59
Eemnes 48
Houten 35
Leusden 43
Lopik 48
Montfoort 62
Renswoude 58
Rhenen 53
Soest 41
Utrecht 37
Veenendaal 53
Woudenberg 49
Wijk bij Duurstede 54
IJsselstein 49
Zeist 35
Nieuwegein 51
Aalsmeer 47
Alkmaar 54
Amstelveen 29
Amsterdam 42
Bergen (NH.) 45
Beverwijk 59
Blaricum 33
Bloemendaal 21
Castricum 40
Diemen 35
Edam-Volendam 56
Enkhuizen 60
Haarlem 39
Haarlemmermeer 47
Heemskerk 57
Heemstede 25
Heiloo 41
Den Helder 62
Hilversum 33
Hoorn 51
Huizen 45
Landsmeer 43
Laren 34
Medemblik 60
Oostzaan 42
Opmeer 55
Ouder-Amstel 41
Purmerend 58
Schagen 55
Texel 56
Uitgeest 48
Uithoorn 50
Velsen 55
Zandvoort 46
Zaanstad 55
Alblasserdam 60
Alphen aan den Rijn 51
Barendrecht 47
Drechterland 57
Capelle aan den IJssel 58
Delft 43
Dordrecht 55
Gorinchem 48
Gouda 48
's-Gravenhage 49
Hardinxveld-Giessendam 55
Hendrik-Ido-Ambacht 55
Stede Broec 63
Hillegom 58
Katwijk 53
Krimpen aan den IJssel 60
Leiden 41
Leiderdorp 37
Lisse 50
Maassluis 60
Nieuwkoop 51
Noordwijk 45
Oegstgeest 22
Oudewater 63
Papendrecht 54
Ridderkerk 52
Rotterdam 56
Rijswijk 53
Schiedam 63
Sliedrecht 54
Albrandswaard 46
Vlaardingen 63
Voorschoten 38
Waddinxveen 51
Wassenaar 25
Woerden 53
Zoetermeer 59
Zoeterwoude 48
Zwijndrecht 60
Borsele 59
Goes 45
West Maas en Waal 63
Hulst 63
Kapelle 51
Middelburg 48
Reimerswaal 66
Terneuzen 55
Tholen 64
Veere 52
Vlissingen 52
De Ronde Venen 46
Tytsjerksteradiel 53
Asten 49
Baarle-Nassau 52
Bergen op Zoom 51
Best 56
Boekel 61
Boxtel 58
Breda 45
Deurne 59
Pekela 73
Dongen 53
Eersel 53
Eindhoven 50
Etten-Leur 55
Geertruidenberg 61
Gilze en Rijen 49
Goirle 42
Helmond 60
's-Hertogenbosch 51
Heusden 50
Hilvarenbeek 44
Loon op Zand 57
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 42
Oirschot 60
Oisterwijk 45
Oosterhout 55
Oss 60
Rucphen 60
Sint-Michielsgestel 40
Someren 70
Son en Breugel 43
Steenbergen 54
Waterland 34
Tilburg 51
Valkenswaard 67
Veldhoven 47
Vught 37
Waalre 41
Waalwijk 52
Woensdrecht 57
Zundert 49
Wormerland 54
Landgraaf 54
Beek 59
Beesel 68
Bergen (L.) 65
Brunssum 55
Gennep 61
Heerlen 56
Kerkrade 59
Maastricht 44
Meerssen 48
Mook en Middelaar 47
Nederweert 50
Roermond 56
Simpelveld 47
Stein 50
Vaals 58
Venlo 66
Venray 54
Voerendaal 42
Weert 55
Valkenburg aan de Geul 51
Lelystad 64
Horst aan de Maas 61
Oude IJsselstreek 56
Teylingen 44
Utrechtse Heuvelrug 34
Oost Gelre 53
Koggenland 58
Lansingerland 43
Leudal 58
Maasgouw 49
Gemert-Bakel 56
Halderberge 53
Heeze-Leende 44
Laarbeek 55
Reusel-De Mierden 49
Roerdalen 55
Roosendaal 52
Schouwen-Duiveland 55
Aa en Hunze 55
Borger-Odoorn 59
De Wolden 54
Noord-Beveland 66
Wijdemeren 43
Noordenveld 52
Twenterand 65
Westerveld 54
Lingewaard 52
Cranendonck 57
Steenwijkerland 61
Moerdijk 56
Echt-Susteren 58
Sluis 57
Drimmelen 56
Bernheze 57
Alphen-Chaam 46
Bergeijk 66
Bladel 62
Gulpen-Wittem 48
Tynaarlo 40
Midden-Drenthe 59
Overbetuwe 48
Hof van Twente 56
Neder-Betuwe 66
Rijssen-Holten 56
Geldrop-Mierlo 53
Olst-Wijhe 63
Dinkelland 60
Westland 60
Midden-Delfland 41
Berkelland 63
Bronckhorst 54
Sittard-Geleen 49
Kaag en Braassem 56
Dantumadiel 52
Zuidplas 50
Peel en Maas 60
Oldambt 66
Zwartewaterland 64
Súdwest-Fryslân 60
Bodegraven-Reeuwijk 46
Eijsden-Margraten 45
Stichtse Vecht 39
Hollands Kroon 62
Leidschendam-Voorburg 41
Goeree-Overflakkee 61
Pijnacker-Nootdorp 44
Nissewaard 65
Krimpenerwaard 50
De Fryske Marren 62
Gooise Meren 30
Berg en Dal 47
Meierijstad 55
Waadhoeke 64
Westerwolde 66
Midden-Groningen 64
Beekdaelen 49
Montferland 52
Altena 63
West Betuwe 52
Vijfheerenlanden 54
Hoeksche Waard 56
Het Hogeland 58
Westerkwartier 57
Noardeast-Fryslân 68
Molenlanden 54
Eemsdelta 66
Dijk en Waard 57
Land van Cuijk 54
Maashorst 53
Voorne aan Zee 58

Leerlingen met een herkomstland buiten Europa vaker op het vmbo

Van de 190 duizend derdeklassers in het voortgezet onderwijs had 71 procent een Nederlandse herkomst. Dit zijn leerlingen die in Nederland zijn geboren én van wie de ouders in Nederland zijn geboren. In schooljaar 2024/’25 ging ruim de helft van hen naar het vmbo (51 procent).

Ruim 40 duizend derdeklassers hadden een buiten-Europese herkomst, van hen ging 57 procent naar het vmbo. Zij volgden dus vaker een vmbo-opleiding dan leerlingen met een Nederlandse herkomst. Leerlingen met een Europese herkomst gingen juist minder vaak naar het vmbo (46 procent), met name de leerlingen die zelf in Nederland zijn geboren (44 procent). Onder leerlingen met een herkomst buiten Europa was er nauwelijks verschil in vmbo-deelname tussen degenen die in Nederland zijn geboren (58 procent) en degenen die dat niet zijn (57 procent).

5.1.3 Vmbo'ers in leerjaar 3 naar herkomst, 2024/'25* (%)
Herkomstland Totaal Geboren in Nederland Geboren buiten Nederland
Nederland 51 51 0
Europa (excl. Nederland) 46 44 49
Buiten Europa 57 58 57

Meer havo- en vwo-gediplomeerden stromen uit het onderwijs

Na het behalen van een diploma in het voortgezet onderwijs stromen veel jongeren door naar een vervolgopleiding. Een deel van de gediplomeerden verlaat het onderwijs of gaat een opleiding volgen die niet door de overheid bekostigd wordt, bijvoorbeeld bij een particulier instituut of in het buitenland. Deze door-, in- en uitstroom uit het onderwijs is de afgelopen jaren veranderd.

Deze verandering geldt met name voor de havisten en vwo’ers. Zo is het aandeel havo-gediplomeerden dat een jaar later een hbo-opleiding volgde afgenomen van ruim 72 procent in 2021 naar ruim 70 procent in 2024. In 2024 verliet bijna 20 procent het onderwijs, in 2021 was dit nog ruim 16 procent. Bij de vwo-gediplomeerden is de doorstroom naar het hoger onderwijs in 2024 ten opzichte van 2021 gedaald met 7,5 procentpunten. Net als bij de havo stroomden in 2024 ten opzichte van 2021 meer vwo-gediplomeerden uit het onderwijs. Leerlingen stromen uit het onderwijs als ze bijvoorbeeld een tussenjaar nemen of gaan werken.

Van de vmbo-gediplomeerden volgde bijna iedereen het jaar erop een opleiding in het door de overheid bekostigd onderwijs. Dit is te verwachten, omdat leerlingen met een vmbo-diploma nog geen startkwalificatie hebben en daarmee nog kwalificatieplichtig zijn. In de afgelopen vier jaar bleef de doorstroom van vmbo-b/k-gediplomeerden naar voortgezet onderwijs, vavo en mbo ongeveer gelijk en is daarom niet in de onderstaande figuur opgenomen. Leerlingen met een vmbo-g en vmbo-t diploma stroomden in 2024 minder vaak door binnen het voortgezet onderwijs, en juist vaker naar het mbo dan in de jaren ervoor.

5.1.4 Doorstroom en uitstroom van vmbo-g/t-, havo- en vwo-gediplomeerden (%)
Gediplomeerden vo vavo mbo ho Niet in onderwijs
Vmbo-g 4 met diploma . . . . .
2024* 4,9 0,2 93,7 0,0 1,3
2023 5,8 0,1 92,8 0,0 1,3
2022 6,3 0,2 92,1 0,0 1,4
2021 6,6 0,2 91,8 0,0 1,4
Vmbo-t 4 met diploma . . . . .
2024* 15,1 0,2 82,8 0,0 1,8
2023 17,6 0,2 80,5 0,0 1,7
2022 19,9 0,3 77,9 0,0 1,9
2021 20,4 0,3 77,8 0,0 1,6
Havo 5 met diploma . . . . .
2024* 4,6 0,9 4,3 70,4 19,8
2023 6,0 0,9 3,9 69,5 19,7
2022 6,7 0,8 3,6 69,0 20,0
2021 7,2 0,8 3,3 72,3 16,4
Vwo 6 met diploma . . . . .
2024* 0,0 0,8 0,2 74,2 24,8
2023 0,0 0,7 0,2 75,5 23,6
2022 0,0 0,6 0,1 76,1 23,2
2021 0,0 0,6 0,1 81,7 17,6

5.2Studenten in het mbo

Van de leerlingen die in schooljaar 2023/’24 een vmbo-diploma haalden, stroomde bijna 91 procent door naar een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). In studiejaar 2024/’25 telde het mbo in totaal ruim 407 duizend studenten (exclusief extra‍nei) jonger dan 25 jaar. De meesten volgden een opleiding op het gebied van Zorg en welzijn. Vergeleken met 2021/’22 is de studiekeuze van mbo’ers nagenoeg gelijk gebleven. Alleen het aandeel mbo-studenten dat een opleiding volgde in Voedsel, natuur en leefomgeving is met 3 procentpunten gestegen.

407 duizend jongeren in het mbo in studiejaar 2024/’25*

Vrouwen vaker op mbo-niveau 4 dan mannen

In studiejaar 2024/’25 was 52 procent van de mbo-studenten man en 48 procent vrouw. Mannen volgen relatief vaker een entree-, niveau 2 of niveau 3 opleiding, terwijl vrouwen vaker een opleiding op niveau 4 volgden. Op niveau 2 was bijvoorbeeld 64 procent van de studenten man, terwijl mannen op niveau 4 met 46 procent in de minderheid waren.

5.2.1 Verdeling naar geslacht per mbo-niveau, 2024/’25* (%)
Niveau Mannen Vrouwen
Totaal mbo 52 48
Entreeopleiding 61 39
Niveau 2 (Basisberoepsopleiding) 64 36
Niveau 3 (Vakopleiding) 62 38
Niveau 4 (Middenkader-/specialistenopleiding) 46 54

Vrouwen oververtegenwoordigd in zorgopleidingen

Er zijn grote verschillen tussen mannen en vrouwen en de studierichtingen die zij kiezen binnen het mbo. Van de vrouwen volgde 45 procent in 2024/’25 een opleiding in Zorg en welzijn, terwijl dat bij de mannen 10 procent was. Ook de richting uiterlijke verzorging wordt vaker door vrouwen dan mannen gevolgd. Daarentegen volgde bijna de helft van de mannen een opleiding in de richtingen bouw en afbouw, techniek, mobiliteit, informatie, of veiligheid en sport. In de handel, economie, horeca en voedselopleidingen waren mannen en vrouwen gelijk vertegenwoordigd.

5.2.2 Geslacht mbo-studenten naar domeincode, 2024/’25* (%)
Domein Mannen Vrouwen
Techniek en procesindustrie 14 0
Economie en administratie 10 10
Veiligheid en sport 10 4
Zorg en welzijn 10 45
Informatie en
communicatietechnologie
8 1
Voedsel, natuur en leefomgeving 8 8
Mobiliteit en voertuigen 7 0
Bouw en infra 6 0
Handel en ondernemerschap 6 6
Horeca en bakkerij 5 5
Media en vormgeving 4 6
Transport, scheepvaart
en logistiek
4 2
Afbouw, hout en onderhoud 3 1
Ambacht, laboratorium en
gezondheidstechniek
1 2
Uiterlijke verzorging 1 6
Toerisme en recreatie 0 2
Onbekend 1 1

Ruim twee derde van mbo’ers heeft een Nederlandse herkomst

Van de 407 duizend mbo’ers in studiejaar 2024/’25 had het merendeel een Nederlandse herkomst (69 procent). Dit zijn studenten die in Nederland zijn geboren én van wie de ouders in Nederland zijn geboren. Ruim 103 duizend studenten hadden een buiten-Europese herkomst, van hen was 68 procent in Nederland geboren.

Jongeren met een buiten-Europese herkomst volgden minder vaak een mbo-niveau 4 opleiding (56 procent) dan jongeren met een Nederlandse herkomst (61 procent). Jongeren met een Europese herkomst gingen iets vaker naar een mbo-niveau 4 opleiding (58 procent) dan jongeren met een buiten-Europese herkomst, maar evengoed minder vaak dan jongeren met een Nederlandse herkomst.

Ook de studierichting die jongeren in het mbo kiezen, verschilt naar herkomst. Zo volgde 16 procent van de jongeren met een buiten-Europese herkomst in 2024/’25 een opleiding in de richting Economie en administratie. Dit is vaker dan jongeren met een andere Europese herkomst (13 procent) en een Nederlandse herkomst (8 procent). Ook kozen jongeren met een buiten-Europese herkomst vaker voor een mbo-opleiding in de richting Zorg en welzijn (33 procent), dan jongeren met een Nederlandse herkomst (25 procent) of andere Europese herkomst (20 procent).

5.2.3 Mbo'ers naar herkomst en niveau, 2024/'25* (%)
Herkomst Entreeopleiding Niveau 2 (Basisberoepsopleiding) Niveau 3 (Vakopleiding) Niveau 4 (Middenkader-/specialistenopleiding)
Nederland 2 15 22 61
Europa (excl. Nederland) 8 18 16 58
Buiten Europa 9 23 12 56

5.3Ervaren overgang van vmbo naar mbo

Uit paragraaf 5.2 blijkt dat het merendeel van de vmbo-gediplomeerden doorstroomt naar het mbo. In deze paragraaf wordt, op basis van het Schoolverlatersonderzoek (SVO) 2024, ingegaan op hoe studenten deze overgang ervaren. Het gaat hierbij om studenten die in het schooljaar 2022/’23 zijn geslaagd voor hun diploma en in het najaar van 2024 hebben deelgenomen aan het onderzoek. Vragen die in deze paragraaf aan bod komen zijn: hoe ervaren studenten de aansluiting tussen vmbo en mbo? En zouden mbo-gediplomeerden, als ze de keuze opnieuw mochten maken, dezelfde opleiding kiezen?

Meerderheid van de jongeren vond het vmbo een goede basis voor het mbo

Omdat vmbo-leerlingen nog geen startkwalificatie hebben, zijn ze verplicht door te stromen naar vervolgonderwijs. Het vmbo vormt dan ook de basis voor een vervolgopleiding op havo- of mbo-niveau. Van de vmbo-leerlingen die in 2022/’23 hun diploma behaalden en daarna een mbo-opleiding begonnen, vond 59 procent dat het vmbo een goede basis bood voor hun vervolgopleiding. 30 procent stond hier neutraal tegenover en 11 procent vond dat het vmbo geen goede basis was. Jongens zeiden iets vaker dan meiden dat de opleiding geen goede basis vormde. Ook jongeren met een Europese herkomst vonden vaker dan jongeren met een Nederlandse of Buiten-Europese herkomst dat het vmbo geen goede basis was.

5.3.1 De vmbo-opleiding als basis voor de mbo-opleiding, 2024 (% van vmbo-gediplomeerden uit 2022/’23)
Kenmerken (Helemaal) geen goede basis Neutraal (Zeer) goede basis
Totaal 10,6 30,3 59,2
. . .
Vrouwen 9,2 31,1 59,7
Mannen 11,8 29,5 58,7
. . .
Nederland 9,8 29,6 60,6
Europa (exclusief Nederland) 17,7 29,6 52,7
Buiten Europa 11,5 32,9 55,5

Meiden ervaren de vmbo-mbo-aansluiting vaker als goed dan jongens

De aansluiting tussen de vmbo-opleiding en de mbo-opleiding werd door 31 procent van de studenten als goed ervaren, en door 45 procent als redelijk. 24 procent beoordeelde de aansluiting als matig of slecht. Jongeren met een Europese herkomst (exclusief Nederland) waren hierover iets negatiever dan jongeren met een Nederlandse of Buiten-Europese herkomst. Meiden vinden de aansluiting vaker goed dan jongens.

5.3.2 Aansluiting tussen vmbo-opleiding en mbo-opleiding, 2024 (% van vmbo-gediplomeerden uit 2022/’23)
Slecht Matig Redelijk Goed
Totaal 6,3 18,0 44,9 30,8
. . . .
Vrouwen 5,4 18,6 43,5 32,5
Mannen 7,1 17,5 46,2 29,2
. . . .
Nederland 6,1 17,5 45,7 30,7
Europa (exclusief Nederland) 8,2 22,5 40,8 28,5
Buiten Europa 6,3 18,8 43,1 31,8

7 op de 10 mbo-gediplomeerden zou dezelfde opleiding opnieuw kiezen

Een meerderheid van de mbo-gediplomeerden kijkt tevreden terug op hun opleidingskeuze: ruim 7 op de 10 zouden achteraf dezelfde mbo-opleiding opnieuw kiezen. Dat geldt voor vrouwen net iets vaker dan voor mannen. Ook zijn er verschillen tussen herkomstgroepen: jongeren met een Nederlandse herkomst zouden vaker hun opleiding opnieuw kiezen dan jongeren met een herkomst buiten Nederland.

5.3.3 Achteraf opnieuw de mbo-opleiding kiezen, 2024 (% van mbo-gediplomeerden uit 2022/’23)
Kenmerken Achteraf opleiding opnieuw kiezen
Totaal 72,2
.
Vrouwen 72,9
Mannen 71,4
.
Nederland 73,4
Europa (excl. Nederland) 69,7
Buiten Europa 69,1

5.4Begrippen

Bekostigd onderwijs

Onderwijs dat wordt bekostigd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Domein

Op basis van de Herziene Kwalificatiestructuur (HKS) kan een opleidingscode (crebocode) in het mbo ingedeeld worden in een domein. Dit is een ordening van verwante mbo-opleidingen. Crebocode wordt bij domein ingedikte in 18 klassen.

Extranei

Studenten die alleen staan ingeschreven om examen(s) te doen, zij volgen dus geen onderwijs.

Havo

De havo is een onderwijssoort in het voortgezet onderwijs die vooral bedoeld is als voorbereiding op het hoger beroepsonderwijs. Met een havo-diploma is het tevens mogelijk om door te stromen naar het vijfde leerjaar van het vwo. De havo heeft vijf leerjaren. In de tweede fase (leerjaren 4 en 5) kiezen leerlingen uit vier profielen.

Herkomstland

Het herkomstland geeft aan in welk land iemand geboren is of waar diens ouders geboren zijn. De herkomst van personen die in het buitenland zijn geboren wordt bepaald door hun eigen geboorteland. Bij personen die in Nederland geboren zijn, wordt de herkomst bepaald door het geboorteland van de ouders. Wanneer beide ouders in het buitenland zijn geboren, is het geboorteland van de moeder leidend in het bepalen van de herkomst. De geboorte­gegevens van de moeder zijn vaker bekend dan die van de vader. Wanneer de moeder in Nederland is geboren of het geboorteland van de moeder onbekend is, dan wordt het geboorteland van de vader gebruikt. Het kan in enkele gevallen voorkomen dat het herkomstland van een leerling niet bepaald kan worden. In dit hoofdstuk zijn deze leerlingen samengevoegd bij de categorie Buiten Europa (geboren buiten Nederland).

Mbo

Het mbo bestaat uit 4 niveaus:

  • Entreeopleiding
  • Niveau 2 (basisberoepsopleiding)
  • Niveau 3 (vakopleiding)
  • Niveau 4 (middenkaderopleiding en specialistenopleiding).

Onderwijssoorten

vso = voortgezet speciaal onderwijs

vmbo = voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs

havo = hoger algemeen voortgezet onderwijs

vwo = voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

mbo = middelbaar beroepsonderwijs

vavo = voortgezet algemeen volwassenenonderwijs

hbo = hoger beroepsonderwijs

wo = wetenschappelijk onderwijs

ho = hoger onderwijs. Hieronder vallen hbo en wo.

Startkwalificatie

Een startkwalificatie is een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-niveau 2.

Een startkwalificatie wordt gezien als het minimale niveau dat nodig is voor een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt. Jongeren van 16 tot 18 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald, zijn kwalificatieplichtig.

Vmbo

Het vmbo bestaat uit vier leerwegen:

  • de basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-b)
  • de kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-k)
  • de gemengde leerweg (vmbo-g)
  • de theoretische leerweg (vmbo-t)

Vmbo-b is de vooropleiding voor de basisberoepsopleiding (niveau 2) van het mbo. Vmbo-k is de minimale vooropleiding voor de vakopleiding (niveau 3) en de midden­kader­opleiding (niveau 4) van het mbo.

Vmbo-g en vmbo-t hebben een vergelijkbaar niveau en vormen het hoogste niveau binnen het vmbo. In tegenstelling tot vmbo-t, volgen leerlingen op vmbo-g ook een beroepsgericht vak. Met deze opleidingen kan worden ingestroomd in de middenkaderopleiding (niveau 4) van het mbo. Het is na diplomering, met een extra vak, tevens mogelijk om vanuit vmbo-g en vmbo-t door te stromen naar het vierde leerjaar van de havo.

Vwo

Het vwo is een onderwijssoort in het voortgezet onderwijs, die vooral bedoeld is als voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs (wo). Het vwo heeft zes leerjaren. Leerlingen kunnen in de tweede fase (leerjaren 4, 5 en 6) kiezen uit vier profielen. Het vwo kent twee onderwijssoorten: het atheneum en het gymnasium. Op het gymnasium krijgen alle leerlingen Grieks en Latijn in de onderbouw en minimaal één van deze klassieke talen in de bovenbouw.

5.5Meer informatie en literatuur

Meer informatie

Onderwijscijfers van de groep tot 25 jaar zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Cijfers over het percentage derdejaars leerlingen in het vmbo naar regio zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Cijfers over gediplomeerden in het voortgezet onderwijs zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Cijfers over door- en uitstroom in het voortgezet onderwijs zijn te vinden op StatLine.

Cijfers en achtergrondinformatie over de herkomst van leerlingen en studenten zijn te vinden in hoofdstuk 3 van het Jaarrapport Integratie en Samenleven.

Meer informatie over het Schoolverlatersonderzoek is te vinden in de onderzoeks­beschrijving.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Jessica Kofi (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Saskia te Riele

3. Jeugdzorg en Veilig Thuis

Rudi Bakker

4. Opgroeien in de bijstand

Noortje Pouwels-Urlings

5. School

Sascha de Breij, Lixin Lakeman

6. Werk

Jannes Kromhout

7. Roken, vapen, alcohol, drugs en voeding

Jan-Willem Bruggink

8. Criminaliteit en veiligheid

Mathilde Kennis, Rob Kessels

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Suzanne Loozen, Corina Huisman, Mark Ramaekers

10. Welzijn

Moniek Coumans

11. Wonen

Jesper van Thor

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Francis van der Mooren

Robert de Vries

Eindredactie

Saskia Stavenuiter