Trumps eerste handelsoorlog en de Nederlandse toeleveringsketen
In 2018 ontketende president Donald Trump een handelsoorlog met een verstorend effect op wereldwijde toeleveringsketens. Joe Biden zette de handelsoorlog voort, hoewel de rechtstreekse invoerheffingen op bondgenoten van de VS grotendeels ongedaan werden gemaakt. Concrete data over deze Amerikaanse importheffingen en de daaropvolgende vergeldingsheffingen van andere landen ontbreken echter in de cijfers van de Wereldhandelsorganisatie. Op basis van een door het CBS nieuw ontwikkelde dataset brengen we in dit hoofdstuk daarom voor het eerst de kosten in kaart die de Nederlandse toeleveringsketen tussen 2015 en 2022 heeft ondervonden van zowel de Amerikaanse importheffingen als de vergeldingsheffingen van getroffen landen.
3.1Inleiding
Op 2 april 2025 schetste Donald Trump de contouren van een nieuwe, wereldwijde handelsoorlog. Zijn plan: minimaal 10 procent importheffing over alle goederen die de VS binnenkomen, met fors hogere tarieven voor landen die hij beschuldigt van oneerlijke handelspraktijken. De schaal van dit voornemen overtreft de handelsoorlog van zijn eerste presidentschap vele malen. Het zou niet gaan om 380 miljard US dollar, maar om meer dan 2,5 biljoen US dollar aan getroffen handelswaarde, waardoor de gemiddelde importheffing van de VS explosief zou stijgen van 2,5 naar 16,5 procent (York & Durante, 2025).
Om de potentiële impact van zo’n schok op de Nederlandse economie te kunnen inschatten, moeten we eerst de lessen uit het verleden begrijpen. Tijdens Trumps eerste termijn werden immers al forse heffingen op staal, aluminium en Chinese producten ingevoerd, wat leidde tot een reeks vergeldingsmaatregelen van onder meer China en de EU (Bown & Kolb, 2025). Tegelijkertijd blokkeerde de Trump-regering de benoeming van nieuwe rechters en de herbenoeming van bestaande rechters bij de geschillencommissie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hierdoor voldeed de organisatie niet langer aan het vereiste minimumaantal rechters en werd zij feitelijk buitenspel gezet. Onder Biden zijn de heffingen op staal en aluminium deels opgeschort – voornamelijk voor Amerikaanse bondgenoten – maar de tarieven op Chinese goederen bleven in stand. Ook het blokkeren van rechterbenoemingen bij de WTO werd voortgezet.
Deze ondermijning van de WTO is de sleutel tot een fundamenteel dataprobleem. Omdat de Amerikaanse heffingen en de daaropvolgende tegenreacties officieel buiten de WTO-regels om werden ingevoerd, zijn ze nooit in de standaard tarievendatabases terechtgekomen. Voor ingevoerde wasmachines en zonnepanelen gaat het bijvoorbeeld om zogenoemde vrijwaringsmaatregelen. De heffingen op staal en aluminium werden door de Amerikaanse regering gerechtvaardigd met een beroep op nationale veiligheid: in oorlogstijd zou afhankelijkheid van ingevoerd staal en aluminium ongewenst zijn. Voor de heffingen op Chinese goederen werd verwezen naar vermeende oneerlijke handelspraktijken. Ook de zogenoemde balanceermaatregelen van de EU en de Chinese vergeldingsheffingen vallen officieel buiten de toegestane invoerheffingen van de WTO. Omdat deze heffingen (nog) niet voldoen aan de WTO-regels, ontbreken ze in de eerder door het CBS gebruikte datasets. Dit betekent dat eerdere CBS-waardeketenonderzoeken naar de kosten van protectionisme voor Nederland (Franssen & Notten, 2020; Notten et al., 2024) onbedoeld een onvolledig beeld schetsen. Ze meten enkel de ‘officiële’ tarieven en missen de heffingen die de kern van de handelsoorlog vormden. De werkelijke kosten voor de Nederlandse toeleveringsketen werden hierdoor aanzienlijk onderschat. Dit hoofdstuk brengt die verborgen kosten aan het licht. Daartoe hebben we handmatig een aanvullende dataset samengesteld waarin zowel de Amerikaanse maatregelen als de vergeldingsheffingen van andere landen zijn opgenomen.
Het CBS heeft wel eerder onderzoek gedaan naar deze additionele heffingen met gebruik van handelscijfers op bedrijfsniveau. Franssen et al. (2020a) beschrijven het effect van Amerikaanse invoerheffingen op de Nederlandse uitvoer van staal en aluminium naar de VS. Zij concluderen dat Amerikaanse importtarieven de uitvoerhoeveelheid verlagen. Omdat prijzen onveranderd blijven, daalt daardoor de totale exportwaarde van deze goederen naar de VS. In Franssen et al. (2020b) is gekeken naar de Europese vergeldingsheffingen op Nederlandse invoer uit de VS. Uit de econometrische analyse kwam naar voren dat Amerikaanse exporteurs hun prijzen niet verlagen na invoering van Europese tarieven. De extra kosten komen daardoor terecht bij de Nederlandse importeurs. Deze importheffingen blijken dus een averechts effect te hebben: ze treffen niet de handelspartner, maar het eigen bedrijfsleven.
Aansluitend op de eerdere analyses van Notten & Franssen (2020) en Notten et al. (2024), waarin respectievelijk de kosten van directe Nederlandse invoerheffingen en de kosten van indirecte invoerheffingen stroomopwaarts in de keten zijn onderzocht, worden in dit hoofdstuk de kosten van de additionele heffingen in kaart gebracht. Daarbij gaat het zowel om de kosten van de door de EU opgelegde vergeldingsheffingen via de Nederlandse invoer, als om de kosten van de Amerikaanse heffingen en de daaropvolgende vergeldingsmaatregelen van getroffen landen binnen de Nederlandse toeleveringsketen. Waar in dit hoofdstuk niet is naar gekeken, is wie de kosten van deze additionele heffingen voor zijn rekening neemt. Dat kan iedere importeur of exporteur in de toeleveringsketen zijn, maar ze kunnen ook doorberekend worden aan de uiteindelijke Nederlandse importeur en vervolgens aan de consument. Zo ontdekten Cavallo et al. (2021), dat het de Amerikaanse importeurs zijn die voornamelijk betaalden voor de invoerheffing. Deze extra kosten werden maar gedeeltelijk doorberekend in detailhandelsprijzen. Dit is een bevestiging van bevindingen door Amiti et al. (2019), Amiti et al. (2020) en Fajgelbaum et al. (2020), dat Amerikaanse importeurs in de meeste bedrijfstakken de prijsverhogingen doorberekenden aan de volgende schakel in de keten. In Cavallo et al. (2021) concludeerden de auteurs dat Amerikaanse exporteurs juist wel vaker hun exportprijzen verlaagden in reactie op vergeldingsheffingen. Franssen et al. (2020b) constateerden dat ook Nederlandse importeurs de directe of rechtstreekse invoerheffingen voor hun rekening nemen. Dat betekent echter niet dat Nederlandse importeurs ook de kosten van tarieven eerder in de keten dragen. Uitgaande van eerdere bevindingen dat tarieven meestal voor rekening komen van de importeur, is het waarschijnlijk dat een eerdere importeur in de Nederlandse toeleveringsketen die kosten ook draagt en doorgeeft aan de volgende in de keten in de vorm van een hogere prijs – maar ook dat blijft een aanname.
De volgende onderzoeksvragen, aangevuld met enkele deelvragen, staan in dit hoofdstuk centraal:
- Wat zijn de kosten in de hele Nederlandse toeleveringsketen van de additionele Amerikaanse
invoerheffingen en vergeldingsheffingen door getroffen landen in de periode van 2018
tot en met 2022?
- Wat zijn de kosten van Amerikaanse additionele heffingen?
- Wat zijn de kosten van vergeldingsheffingen?
- Hoe verhouden de voorgaande kosten zich tot de reguliere kosten als gevolg van invoerheffingen (door de rest van de wereld, inclusief de VS) die wel voldoen aan de WTO-regels?
De kosten van de handelsoorlog in de Nederlandse toeleveringsketen kunnen ruwweg worden onderverdeeld in twee componenten: de kosten voortkomend uit de Amerikaanse heffingen op staal en aluminium, inclusief vergeldingsheffingen door getroffen landen, en de kosten door de bilaterale Amerikaans-Chinese handelsoorlog.noot1 Daarom stellen we twee aanvullende onderzoeksvragen met deelvragen:
- Wat zijn de kosten van de Amerikaanse heffingen op staal en aluminium inclusief vergeldingsheffingen
door getroffen landen en hoe zijn deze verweven in de Nederlandse toeleveringsketen?
- Wat zijn de kosten van de door de VS opgelegde heffingen op staal en aluminium? Via welke landen zijn deze kosten via de VS verweven in de Nederlandse toeleveringsketen?
- Wat is de totale omvang van de directe en indirecte kosten die de Nederlandse toeleveringsketen ervaart als gevolg van de EU-vergeldingstarieven? Om welke producten gaat het en via de invoer uit welke EU-landen manifesteren de indirecte kosten zich?
- Wat zijn de indirecte kosten van vergeldingsheffingen door niet-EU-landen? Via de invoer uit welke landen manifesteren deze kosten zich en om welke producten gaat het?
- Wat zijn de kosten van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog en hoe zijn deze verweven
in de Nederlandse toeleveringsketen?
- Wat zijn de kosten van de Amerikaanse heffingen op ingevoerde goederen uit China? Om welke producten gaat het?
- Wat zijn de kosten van Chinese vergeldingsheffingen op ingevoerde goederen uit de VS? Om welke producten gaat het?
Leeswijzer
Paragraaf 3.2 beschrijft de Amerikaanse handelsoorlog onder Trump en deels onder Biden. Paragraaf 3.3 schetst een overzicht van de kosten door de handelsoorlog in de Nederlandse toeleveringsketen. Paragraaf 3.4 becijfert de kosten in de Nederlandse toeleveringsketen door Amerikaanse invoerheffingen op staal en aluminium en de vergeldingsmaatregelen door getroffen landen. Paragraaf 3.5 geeft een schatting van de kosten in de Nederlandse toeleveringsketen door de bilaterale invoerheffingen tussen de VS en China. Paragraaf 3.6 vat samen en concludeert, en paragraaf 3.7 geeft een overzicht van de gebruikte data en methoden.
3.2Trumps eerste handelsoorlog
Na oprichting van de VS in de 18e eeuw waren invoerheffingen de belangrijkste inkomstenbron van de Amerikaanse regering. In de 19e eeuw werden invoerheffingen ook ingezet om industrieën van eigen bodem te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. Zo werden invoerheffingen gebruikt om de Amerikaanse metaalindustrie van de grond te krijgen. De invoerheffingen beschermden de Amerikaanse metaalindustrie tegen de invoer van goedkopere metalen uit Europese landen. Daardoor kon de Amerikaanse metaalindustrie ongehinderd groeien en na verloop van tijd was deze in staat te concurreren met Europese landen, om deze vervolgens voorbij te streven.
De McKinley Tariff Act uit 1890, genoemd naar de latere president William McKinley, verhoogde invoerheffingen op veel producten tot recordhoogtes. Gemiddelde invoerheffingen stegen van 38 procent tot 49 procent. De McKinley Tariff Act bevatte ook wederkerigheidsbepalingen die de Amerikaanse regering de mogelijkheid gaven om handelsakkoorden met andere landen te sluiten. Deze bepalingen waren bedoeld om de tarieven op bepaalde goederen te verlagen in ruil voor vergelijkbare verlagingen door andere landen, met als doel meer evenwichtige handelsbetrekkingen te bevorderen (Taussig, 1910). Trump liet zich naar eigen zeggen inspireren door dit protectionistische handelsbeleid van McKinley.
De Grote Depressie en liberalisering na de Tweede Wereldoorlog
De Tariff Act uit 1930, beter bekend als de Smoot-Hawley Act, werd ingesteld onder president Herbert Hoover en was bedoeld om de Amerikaanse landbouw en industrie te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. De Amerikaanse landbouwsector ging door een diepe crisis en hogere invoerheffingen zouden binnenlandse producenten moeten beschermen tegen lage voedselprijzen op de wereldmarkt. Op meer dan 20 duizend producten werden invoerheffingen verhoogd. Amerikaanse handelspartners reageerden door zelf hun invoerheffingen te verhogen met als gevolg dat de wereldhandel sterk daalde. Het protectionisme leidde tot gespannen diplomatieke relaties en zorgde alleen maar voor een diepere economische crisis tijdens de Grote Depressie. Door de handelsbelemmeringen namen economische activiteiten af en verhevigde de crisis. Na de Tweede Wereldoorlog leidde de VS het initiatief ter liberalisering van de wereldhandel door middel van multilaterale handelsverdragen. In 1947 werd de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT) overeengekomen, een handelsverdrag waarin een groep ontwikkelde landen – waaronder Nederland – zich committeerde aan het verlagen en vereenvoudigen van onderlinge invoerheffingen (Irwin, 2010).
Globalisering en wereldwijde productieketens
Tegen het einde van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw daalden wereldwijde invoerheffingen verder, met als doel de internationale handel en economische integratie te stimuleren. De VS sloot een vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico (het NAFTA vrijhandelsverdrag) en na verschillende onderhandelingsrondes werd de Wereldhandelsorganisatie (WTO) opgericht waarin de GATT werd uitgebreid en geïnstitutionaliseerd. In 2001 trad China toe tot de WTO (Irwin, 2010). Deze ontwikkelingen hadden als doel om handelsbarrières te beslechten en economische groei te bevorderen. Deze periode werd gekenmerkt door vergaande reducering van invoerheffingen en andere handelsbelemmeringen, en een grote toename van internationale handels- en kapitaalstromen. Productieprocessen werden complexer, doordat deze werden opgeknipt en verspreid over verschillende landen. Taken in de internationale productieketens vonden plaats waar dit het meest efficiënt was. In de praktijk leidde dit vaak tot een verplaatsing van productiewerkzaamheden naar lagelonenlanden. Wereldwijd zorgde de liberalisering van de wereldhandel voor een vermindering van de armoede. Maar niet iedereen profiteerde van de liberalisering. Zo verdwenen er in de VS miljoenen banen in de maakindustrie door importconcurrentie en verplaatsing van productie, met name naar China (Autor et al., 2016). Er zijn sterke aanwijzingen dat deze importconcurrentie heeft bijgedragen aan de overwinning van Donald Trump in de presidentsverkiezingen van 2016 (Autor et al., 2020).
Trumps beloftes
In de aanloop naar de presidentverkiezingen van 2016 beloofde Trump invoerheffingen in te zetten tegen landen die volgens hem de VS benadeelden op handelsgebied. Hij stelde dat Amerikaanse bedrijven niet konden concurreren door onder andere valutamanipulatie, illegale staatssteun en dumping. Hij beloofde ook Amerikaanse bedrijven te straffen die hun productie verplaatsen naar het buitenland en handelsverdragen op te zeggen ofwel te heronderhandelen. In zijn verkiezingsretoriek had Trump het vooral gemunt op China en Mexico. Met zijn harde toon over oneerlijke handel en het beschermen van Amerikaanse banen wist hij veel kiezers te overtuigen. Op zijn eerste werkdag als president trok Trump de VS terug uit het ratificatieproces van het Trans-Pacific Partnership (TPP), een voorgesteld vrijhandelsverdrag met landen gelegen rondom de Grote Oceaan. Ook startte hij heronderhandelingen van het NAFTA handelsverdrag met Canada en Mexico (Erken & Marey, 2017). Bovendien liet hij verschillende onderzoeken starten naar oneerlijke handelspraktijken, waaronder naar wasmachines en zonnepanelen, en naar China, dat beschuldigd werd van het stelen van intellectueel eigendom, het afdwingen van kennis- en technologieoverdracht en het belemmeren van Amerikaanse bedrijven tot het toetreden tot de Chinese markt.
Wasmachines en zonnepanelen
In januari 2018 gaf Trump het startschot voor de Amerikaanse handelsoorlog met invoerheffingen op wasmachines en zonnepanelen (EOP, 2018a; EOP, 2018b). Deze zogenoemde vrijwaringsmaatregelen kwamen bovenop reeds geldende MFN-heffingen en werden gerechtvaardigd met het argument dat de invoer van deze producten binnenlandse producenten zou benadelen. Het was vooral Zuid-Korea dat werd getroffen door de extra Amerikaanse invoerheffingen op wasmachines. Bij de invoerheffingen op zonnepanelen kwam voornamelijk de invoer uit China in aanmerking. De heffingen startten op een niveau van 30 procent, maar liepen in de eerste vier jaar geleidelijk terug tot 15 procent. Directe vergeldingsmaatregelen door getroffen handelspartners bleven uit.
Staal en aluminium
In maart 2018 verkondigde Trump additionele heffingen op ingevoerd staal en aluminium, die ook de Nederlandse export direct raakten (EOP, 2018c; EOP, 2018d). De heffingen werden gerechtvaardigd met een beroep op een wet uit 1962 die betrekking had op de nationale veiligheid. Er werd geargumenteerd dat de invoer van staal en aluminium een potentiële bedreiging vormde voor de binnenlandse productie van staal en aluminium ten behoeve van de defensie-industrie. Op staal werd een extra heffing van 25 procent ingesteld en op aluminium 10 procent. Als reactie hierop voerden de meeste grote handelsnaties vergeldingsmaatregelen in, waaronder de EU (Europese Commissie, 2018). Maar ook Mexico en Canada – landen waarmee de VS in een vrijhandelsverdrag zat – voerden vergeldingsheffingen in (Department of Finance Canada, 2018; Secretaría de Gobernación, 2018). Andere landen die vergeldingsheffingen instelden op Amerikaanse invoer – al dan niet op staal en aluminium – waren China, India, Rusland en Turkije (Ministry of Commerce and Industry, 2019; Rossiiskoe Pravitelstvo, 2018; Türkiye Cumhuriyeti Cumhurbaşkanlığı; 2018a; Türkiye Cumhuriyeti Cumhurbaşkanlığı, 2018b; WTO, 2018). Figuur 3.2.1 toont een tijdlijn van de gebeurtenissen.
Ondertussen waren er onderhandelingen gaande tussen de VS en Mexico en Canada om het NAFTA vrijhandelsverdrag te herzien met voor de VS gunstigere voorwaarden. Tijdens de onderhandelingen over een nieuw verdrag schortte de Trump-regering de heffingen op Mexico en Canada op 21 mei 2019 op. Mexico en Canada schortten op hun beurt de vergeldingsheffingen op. De US-Mexico-Canada Agreement (USMCA) werd uiteindelijk van kracht in juli 2020.
De Amerikaans-Chinese handelsoorlog
De handelsoorlog werd in juni 2018 geïntensiveerd door Amerikaanse heffingen die specifiek gericht waren op Chinese invoer. China werd al door de Obama-regering oneerlijke handelspraktijken verweten, waaronder valuta-manipulatie, het schenden van intellectueel eigendom en oneigenlijke staatssteun (Reuters, 2014). Daarbovenop stelde de Trump-regering dat Amerikaanse bedrijven door de Chinese autoriteiten gedwongen werden hun kennis of intellectueel eigendom te delen met Chinese partijen om toegang te krijgen tot de Chinese binnenlandse markt. Ook werd China grootschalige staatssteun verweten in de vorm van subsidies aan industrieën die als een bedreiging werden gezien voor Amerikaanse industrieën (USTR, 2018a). De VS stelde heffingen van 25 procent in op een pakket aan Chinese goederen die in 2017 een invoerwaarde vertegenwoordigden van 46,2 miljard dollar en later bekend werd als ‘lijst 1’. De belangrijkste producten die geraakt werden door deze heffingen waren machines, mechanische apparaten en elektrische apparatuur (Bown, 2018). China sloeg onmiddellijk terug met vergeldingsheffingen van 25 procent op een pakket van Amerikaanse goederen. De belangrijkste goederen die getroffen werden waren transportmiddelen (voertuigen, vliegtuigen en schepen) en sojabonen (MOFCOM, 2018a). De getroffen goederen vertegenwoordigden voor China een invoerwaarde van 49,8 miljard US dollar in 2017 (Bown, 2018).
Uitbreiding van de heffingen tegen China
In augustus 2018 werd de handelsoorlog opnieuw uitgebreid met Amerikaanse invoerheffingen van 25 procent op een lijst van goederen die een invoerwaarde van 16 miljard dollar vertegenwoordigden in 2017, de zogenaamde ‘lijst 2’ (Bown & Kolb, 2025). De belangrijkste goederen op deze lijst waren elektronische onderdelen (waaronder halfgeleiders en microchips), kunststoffen, chemicaliën en spoormaterieel (USTR, 2018b). De Chinese overheid sloeg opnieuw direct terug met heffingen van 25 procent op goederen uit de VS die een invoerwaarde hadden van 16 miljard dollar in 2017. De belangrijkste goederen waren minerale brandstoffen (voornamelijk steenkool), staalproducten en medische apparaten (Bown & Kolb, 2025; MOFCOM, 2018b).
Escalatie van de handelsoorlog met China
De handelsoorlog escaleerde in september 2018 met Amerikaanse invoerheffingen van 10 procent op Chinese goederen met een waarde van 174,6 miljard euro in 2017. De belangrijkste goederen op ‘lijst 3’ waren computers en auto-onderdelen (USTR, 2018c). Wederom sloegen de Chinezen direct terug met heffingen van 5 tot 10 procent op Amerikaanse goederen die een invoerwaarde vertegenwoordigden van 60 miljard euro in 2017 (MOFCOM, 2018c; Bown & Kolb, 2025). De belangrijkste producten waren auto’s, sojabonen, varkensvlees, fruit, noten en andere landbouwproducten. Na mislukte bilaterale onderhandelingen met China verhoogde de Trump-regering in mei 2019 de heffingen op de producten in de vorige heffingengolf (‘lijst 3’) van 10 procent naar 25 procent (USTR, 2019a). Daarop verhoogde China ook de heffingspercentages op een aanzienlijk deel van de producten die deel uitmaakten van de vorige vergeldingsmaatregelen (MOF, 2019a).
Terwijl onderhandelingen in de zomer van 2019 tot niets leidden, kondigde de Trump-regering invoerheffingen van 10 procent in op alle invoer uit China die nog niet eerder werd getroffen (USTR, 2019b). Er werden twee pakketten aangekondigd die voornamelijk consumptiegoederen bevatten. Het eerste pakket – later bekend als ‘lijst 4A’ – vertegenwoordigde 112 miljard US dollar aan invoer uit China in 2017 en bestond onder andere uit kleding en schoenen. De heffingen gingen in op 1 september. Het tweede pakket – later aangeduid als ‘lijst 4B’ – had een invoerwaarde van 160 miljard US dollar in 2017 en betrof onder andere consumentenelektronica. Deze heffingen zouden op 15 december van kracht worden (Bown & Kolb, 2019). China beloofde terug te slaan met heffingen op Amerikaanse goederen die een invoerwaarde van 75 miljard euro vertegenwoordigde in 2017 (MOF, 2019b). Dit waren eveneens twee pakketten, die gelijktijdig met de Amerikaanse heffingen van kracht zouden moeten worden. Daarop reageerde Trump door de geplande invoerheffingen van 10 procent naar 15 procent te verhogen (USTR, 2019c). In navolging van het eerste pakket van de VS (‘lijst 4A’) werd er op 1 september 2019 eveneens het eerste pakket aan heffingen door China van kracht.
De Phase One overeenkomst
Na het ingaan van het eerste pakket aan heffingen, kondigde Trump aan dat het tarief over 250 miljard aan goedereninvoer uit China (‘lijst 1’ en ‘lijst 2’), vanaf 15 oktober zou stijgen van 25 naar 30 procent (USTR, 2019d). De onderhandelingen met China gingen door in het najaar van 2019. En paar dagen voor het ingaan schortte Trump de verhogingen op. Op 13 december, twee dagen voor het ingaan van het tweede heffingenpakket (‘lijst 4B’), kondigde de Amerikaanse regering aan, dat er een akkoord was bereikt met China en dat het tweede pakket aan heffingen werd afgeblazen. In de overeenkomst die beter bekend werd als de Phase One deal, beloofde China in 2020–2021 voor 200 miljard US dollar extra aan Amerikaanse goederen en diensten te importeren vergeleken met 2017. De bestaande invoerheffingen aan beide zijden bleven grotendeels van kracht, al werd het tarief op ‘lijst 4A’ gehalveerd van 15 procent tot 7,5 procent (USTR, 2020). Ook China verlaagde de heffingspercentages op zijn vergeldingslijst voor ‘lijst 4A’ (MOF, 2020). Ondanks de overeenkomst bleven de kwesties van Chinese staatssteun en staatsbedrijven onaangeroerd. De Phase One deal werd van kracht op 14 februari 2020. China kwam zijn verplichtingen echter niet na. Uiteindelijk kocht het geen van de extra 200 miljard dollar aan goederen en diensten. China importeerde zelfs minder dan in 2017 (Bown, 2022).
De Biden-regering neemt het stokje over
De Biden-regering hield vast aan de Phase One deal en hield de bestaande invoerheffingen tegenover China grotendeels in stand. Wel werden er met bondgenoten onderhandelingen gevoerd om de heffingen op staal en aluminium op te schorten. Wereldwijde overcapaciteit in de productie van staal en aluminium drukte de prijzen op de wereldmarkt, wat nadelig was voor zowel Amerikaanse en Europese producenten. De VS en de EU wezen daarbij beiden naar China, dat zijn industrieën subsidieert en zich schuldig zou maken aan ander handelsverstorend beleid. Op 31 oktober 2021 kwamen de Europese Commissie en de Biden-regering overeen de importheffingen op staal en aluminium en de vergeldingsheffingen per direct op te schorten. Deze werden vervangen door quota die de handelsvolumes van 2017 niet mochten overschrijden. Wanneer de import deze quota zou overschrijden zou alsnog een importheffing volgen (Europese Commissie, 2021). De Biden-regering sloot in 2021 vergelijkbare overeenkomsten met Japan en het VK (Bown & Kolb, 2025). In december 2022 oordeelde een geschillencommissie van de WTO dat de Amerikaanse invoerheffingen op staal en aluminium in overtreding waren van de regels van de WTO, omdat er geen sprake was van oorlog (WTO, 2022). Sinds eind 2019 is de geschillencommissie van de WTO echter in feite vleugellam, omdat de VS onder zowel Trump als Biden de benoeming van rechters voor het beroepsorgaan tegenhield.
3.3Heffingen en vergeldingsheffingen in de Nederlandse toeleveringsketen
Deze paragraaf richt zich specifiek op de additionele invoerheffingen die voortvloeiden uit de handelsoorlog die tijdens het eerste presidentschap van Trump werd ingezet en onder de Biden-regering grotendeels zijn voortgezet. Denk hierbij aan de hierboven beschreven extra heffingen op goederen als wasmachines, zonnepanelen, staal, aluminium en een breed scala aan producten uit China.
De totale kosten van zowel deze additionele als de reguliere heffingen voor de Nederlandse toeleveringsketen worden in dit hoofdstuk in kaart gebracht. Daarbij wordt gekeken naar zowel de kosten van Amerikaanse invoerheffingen zelf als naar de kosten die voortkomen uit de vergeldingsheffingen die door getroffen landen, waaronder de EU en China, zijn ingesteld. Er wordt net als door Notten et al. (2024) een onderscheid gemaakt tussen twee soorten tariefkosten:
- Directe tariefkosten: dit zijn de kosten van EU-vergeldingsheffingen die direct op de Nederlandse invoer uit de VS worden geheven. Een voorbeeld hiervan zijn de EU-heffingen op de Nederlandse invoer van Amerikaanse bourbon whiskeys.
- Indirecte tariefkosten: dit zijn de kosten van heffingen op de handel die eerder in de toeleveringsketen van Nederland plaatsvindt, nog voordat de goederen Nederland bereiken. Een voorbeeld daarvan zijn Amerikaanse heffingen op Chinees staal dat in de VS verwerkt wordt tot vliegtuigonderdelen die door Nederland geïmporteerd worden. Een ander voorbeeld zijn EU-heffingen op Amerikaanse auto-onderdelen die door de Duitse auto-industrie worden gebruikt voor de productie van auto’s die Nederland importeert.
Indirecte tariefkosten blijven fors hoger dan directe
Figuur 3.3.1 geeft een schatting van de directe en indirecte reguliere en additionele tariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen. De directe reguliere tariefkosten, gebaseerd op de algemene WTO-afspraken, bedroegen bijna 1,6 miljard euro in 2022. Dit betreft de kosten die het Nederlandse bedrijfsleven had aan (bestaande) Europese invoerheffingen op goederen uit alle landen, inclusief die uit de VS. Dit is een aanzienlijke stijging ten opzichte van 2015, toen deze kosten nog bijna 1,1 miljard euro bedroegen. Ook de indirecte reguliere handelskosten laten in dezelfde periode een forse groei zien, van 1,4 miljard euro naar bijna 2,2 miljard euro. De snelle stijging in 2022 vergeleken met voorgaande jaren kan worden toegeschreven aan de snelle stijging van de internationale handelsprijzen en daarmee de handelswaarde in dat jaar, o.a. als gevolg van een onevenwichtig herstel na de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. De indirecte reguliere tariefkosten zijn in alle jaren hoger dan de directe reguliere tariefkosten. Een uitzondering hierop is de periode tijdens de coronapandemie, toen deze verdeling meer gelijk was. Grenssluitingen en lockdowns zorgden toen wereldwijd voor ernstige verstoringen, waardoor toeleveringsketens geregeld stil kwamen te liggen en de internationale handel afnam.
Additionele tarieven door de handelsoorlog
De additionele heffingen, een direct gevolg van de door Trump ingezette handelsoorlog, begonnen pas in 2018. In het eerste jaar bedroegen deze additionele kosten in totaal 48,4 miljoen euro, waarvan 12 miljoen euro aan directe vergeldingsheffingen die door de EU werden opgelegd en door de Nederlandse douane werden geïnd. In 2019 liepen deze kosten op tot 107,5 miljoen euro en in 2020 groeiden deze kosten – ondanks de wereldwijde handelsverstoringen door de coronapandemie – tot 110,4 miljoen euro. In 2021 piekten de additionele tariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen tot 134 miljoen euro. Door de regeringswissel in de VS werden de invoerheffingen op staal en aluminium uit de EU en andere bondgenoten opgeschort. Als reactie hierop schortten deze landen ook hun vergeldingsheffingen op. Dit had een direct dempend effect op de additionele tariefkosten, die in 2022 daalden tot 117 miljoen euro.
| jaar | Directe reguliere WTO tariefkosten | Indirecte reguliere WTO tariefkosten | Indirecte tariefkosten wasmachines en zonnepanelen | Directe en indirecte tariefkosten staal en aluminium | Indirecte tariefkosten VS-China |
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 1050 | 1431,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| 2016 | 1050 | 1287,9 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| 2017 | 1064 | 1436,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| 2018 | 1083 | 1506,8 | 1,7 | 30,4 | 16,3 |
| 2019 | 1165 | 1490,1 | 2,3 | 44,0 | 61,2 |
| 2020 | 1085 | 1244 | 1,7 | 33,9 | 74,8 |
| 2021 | 1261 | 1539,9 | 1,5 | 44,2 | 88,3 |
| 2022 | 1566 | 2193,2 | 8,3 | 12,0 | 96,7 |
| Bron: CBS, Gaulier & Zignago (2010), Eurostat (2024), Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019). | |||||
Additionele tarieven droegen geleidelijk meer bij aan totale tariefkosten
Wanneer we de additionele heffingen afzetten tegen de totale tariefkosten (dat wil zeggen, de totale directe en indirecte tariefkosten) in de Nederlandse toeleveringsketen, wordt de impact voor Nederland duidelijker. Zoals te zien is in figuur 3.3.2, bedroeg het aandeel van deze kosten 1,8 procent in 2018. In de daaropvolgende jaren is een duidelijk stijgende lijn zichtbaar, wat betekent dat de handelsoorlog een steeds groter deel van de totale tariefdruk voor zijn rekening is gaan nemen. In 2019 werd de intensiteit van de handelsoorlog verder opgevoerd, met name tussen de VS en China, wat resulteerde in een aandeel van 3,9 procent. Hoewel de opschorting van de staal- en aluminiumheffingen tussen de VS, Canada en Mexico in mei 2019 de kosten enigszins heeft gedempt, werd dit effect tenietgedaan door de escalatie met China, waardoor de stijgende trend is doorgezet. Het aandeel van de additionele heffingen piekte in 2021 op 4,6 procent. In 2022 nam dit aandeel af tot 3 procent, doordat de VS de heffingen op staal en aluminium op invoer uit de EU, het VK en Japan opschortte, en bilaterale heffingen tussen de VS en China op een beperkt aantal producten werden gehalveerd in aanloop naar de Phase One overeenkomst.
Het merendeel van de additionele kosten in de Nederlandse toeleveringsketen komt voort uit het handelsconflict tussen de VS en China. In 2021 – toen deze tariefkosten het hoogst waren, namelijk 134 miljoen – was het aandeel van de wederzijdse VS-China heffingen in de niet-reguliere heffingen 65,9 procent. De staal- en aluminiumheffingen (en de daaropvolgende vergeldingsheffingen) vormden 33 procent van de kosten, terwijl de heffingen op wasmachines en zonnepanelen maar 1,5 procent bedroegen. Deze verhouding is echter niet altijd hetzelfde geweest. In 2018, voordat de Amerikaans-Chinese handelsoorlog escaleerde, waren de staal- en aluminiumheffingen nog het belangrijkste onderdeel van de tariefkosten. In 2022 namen de kosten door heffingen op ingevoerde wasmachines en vooral zonnepanelen toe, omdat de vraag naar zonnepanelen in de VS sterk steeg in het kader van de verduurzamingsagenda van de Biden-regering.
| Aandeel van kosten van additionele invoerheffingen in totale directe en indirecte tariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen | |
|---|---|
| 2018 | 1,8 |
| 2019 | 3,9 |
| 2020 | 4,5 |
| 2021 | 4,6 |
| 2022 | 3,0 |
| Bron: CBS, Gaulier & Zignago (2010), Eurostat (2024), Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019). | |
Eerdere cijfers van Notten et al. (2024) hebben al laten zien dat de invoerheffingen in de Nederlandse toeleveringsketen, die voldoen aan de WTO-regels, al geruime tijd dalen. Zoals te zien in tabel 3.3.3noot2, is het gemiddelde directe invoertarief in de periode van 2015 tot en met 2022 afgenomen van 1,31 procent naar 0,97 procent. Een vergelijkbare trend is zichtbaar bij de indirecte heffingen, die in dezelfde periode afnamen van 2,9 procent naar 2,7 procent. Deze ontwikkelingen zijn grotendeels toe te schrijven aan veranderingen in de samenstelling van de Nederlandse invoerportefeuille en de waarde van de ingevoerde producten. Deze daling past binnen de bredere, wereldwijde trend van afnemende tarieven die al decennia gaande is, zoals ook beschreven door Snoussi-Mimouni en Drevinskas (2023).
Tabel 3.3.3 toont ook het gemiddeld tarief op de in dit hoofdstuk behandelde additionele tarieven. In verhouding tot de reguliere tarieven lijken de additionele tarieven bescheiden: de druk begon in 2018 met 0,03 procent, liep op tot 0,07 procent in 2019, en piekte in 2020 en 2021 met 0,08 procent. In 2022 daalde dit percentage weer naar 0,05 procent. Het algemene patroon is dat, ondanks de handelsoorlog, de gemiddelde totale tariefdruk op de Nederlandse toeleveringsketen is blijven dalen. Toch zou het onjuist zijn om de impact van de additionele tarieven te negeren. Hoewel ze qua waarde beperkt zijn, hebben ze het potentieel om de langdurige dalende trend van wereldwijde tariefdruk te vertragen of te stagneren, vooral wanneer ze voor langere tijd van kracht blijven. Dit dempende effect was bijvoorbeeld zichtbaar tussen 2018 en 2021, toen de additionele tarieven de algehele daling van de tariefdruk enigszins heeft vertraagd.
| Gemiddeld tarief op directe invoer (WTO) | Gemiddeld tarief op indirecte invoer (WTO) | Gemiddeld totale tarief WTO (direct en indirect) | Gemiddeld tarief op additionele heffingen | Gemiddeld totale tarief (WTO (direct en indirect) + additioneel) | |
|---|---|---|---|---|---|
| % | |||||
| 2015 | 1,31 | 2,89 | 1,91 | 0,00 | 1,91 |
| 2016 | 1,36 | 2,92 | 1,93 | 0,00 | 1,93 |
| 2017 | 1,26 | 2,85 | 1,85 | 0,00 | 1,85 |
| 2018 | 1,20 | 2,79 | 1,80 | 0,03 | 1,83 |
| 2019 | 1,23 | 2,84 | 1,81 | 0,07 | 1,88 |
| 2020 | 1,17 | 2,71 | 1,68 | 0,08 | 1,76 |
| 2021 | 1,10 | 2,72 | 1,63 | 0,08 | 1,71 |
| 2022 | 0,97 | 2,70 | 1,55 | 0,05 | 1,60 |
Bron:CBS; Gaulier & Zignago (2010); ITC (2024); Eurostat (2024); Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019)
3.4Amerikaanse staal- en aluminiumheffingen
In deze paragraaf zoomen we in op een specifieke reeks heffingen die volgens figuur 3.3.1 een bescheiden impact hebben gehad: de importtarieven op staal en aluminium. Deze werden, zoals uitgebreid besproken in paragraaf 3.2, tijdens het presidentschap van Trump ingevoerd en grotendeels voortgezet onder Biden. Deze maatregelen, gericht op de Amerikaanse import van metalen, hebben wereldwijd tot een reeks van tegenreacties geleid in de vorm van vergeldingstarieven.
Figuur 3.4.1 toont de ontwikkeling van de tariefkosten die specifiek voortkomen uit de Amerikaanse heffingen op staal en aluminium, en de daaropvolgende vergeldingsmaatregelen. De totale tariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen door deze specifieke heffingen laten een grillig verloop zien. Bij de invoering in 2018 waren de kosten 30,4 miljoen euro, en die kosten piekten met 44,0 miljoen euro in 2019. In 2020 was er een daling zichtbaar, voornamelijk doordat de tarieven voor Canada en Mexico werden opgeschort in het kader van de onderhandelingen voor de US-Mexico-Canada Agreement (USMCA), en door de wereldwijde handelsverstoringen als gevolg van de coronapandemie. In 2021 stegen de kosten opnieuw door het economische herstel na de pandemie en de daarmee samenhangende stijgende wereldprijzen voor staal en aluminium. In 2022 namen de kosten vervolgens fors af nadat de Biden-regering de heffingen voor de EU, het VK en Japan opschortte.
Het aandeel van deze specifieke heffingen in de totale tariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen schommelde tussen de 1,2 en 1,6 procent in de periode van 2018 tot en met 2021. Het hoogtepunt werd bereikt in 2019, toen deze tarieven 1,6 procent van de totale kosten vertegenwoordigden. Met de opschorting van de EU-tarieven in 2022 kelderde dit aandeel naar slechts 0,31 procent.
| Jaar | Directe kosten EU-vergeldingsheffingen op Nederlandse import | Indirecte kosten EU-vergeldingsheffingen | Indirecte kosten vergeldingsheffingen niet-EU | Indirecte kosten op Amerikaanse import van buitenlands staal en aluminium |
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 12 | 2,7 | 2,2 | 13,4 |
| 2019 | 20,5 | 6,5 | 2,6 | 14,4 |
| 2020 | 19,5 | 5,2 | 0,6 | 8,6 |
| 2021 | 27 | 4,3 | 0,5 | 12,4 |
| 2022 | 0 | 0 | 0,5 | 11,5 |
| Bron: CBS, Gaulier & Zignago (2010), Eurostat (2024), Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019). | ||||
Oorsprong van de kosten: Amerikaanse heffingen versus vergeldingsmaatregelen
In figuur 3.4.1 wordt een onderverdeling gemaakt tussen kosten vanwege de oorspronkelijke Amerikaanse heffingen en kosten vanwege de vergeldingstarieven door getroffen landen. De donkergroene laag geeft hierin aan wat de kosten zijn in de Nederlandse toeleveringsketen als gevolg van de Amerikaanse heffingen op buitenlands staal en aluminium. Een voorbeeld: als een bedrijf in Nederland een machine uit China importeert, die Amerikaanse onderdelen bevat waarin geïmporteerd staal uit Canada is gebruikt, zijn hieraan indirecte tariefkosten verbonden door Amerikaanse heffingen op Canadees staal. De Amerikaanse tarieven op staal en aluminium waren in 2018, het jaar van invoering, verantwoordelijk voor 44,1 procent van de totale staal- en aluminiumtariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen. Een bijna even groot deel, 39,6 procent, was het gevolg van directe EU-vergeldingstarieven die werden ingesteld op de Nederlandse import uit de VS. De rest bestond uit indirecte kosten via andere EU-landen (9,0 procent) en niet-EU-landen (7,3 procent). Een voorbeeld van indirecte kosten via andere EU-landen zijn de kosten veroorzaakt door het EU-tarief op Amerikaanse basisproducten van staal, dat de Duitse industrie importeert, verwerkt in een auto, en vervolgens naar Nederland exporteert. Een vergelijkbaar voorbeeld voor niet-EU-landen is wanneer een bedrijf in Canada Amerikaanse basisproducten van aluminium met een vergeldingsheffing importeert, deze verwerkt tot een ander product, zoals machines of vliegtuigonderdelen, en dit vervolgens naar Nederland exporteert.
Na 2018 is het zwaartepunt aanzienlijk verschoven naar de vergeldingsmaatregelen van de EU. Het gezamenlijke aandeel van de directe (Nederlandse) en indirecte (via andere EU-landen) vergeldingstarieven groeide van 48,6 procent in 2018 naar ruim 73,0 procent in 2020 en bleef hoog op 70,7 procent in 2021. De kosten van de directe vergeldingstarieven waren in 2021 zelfs meer dan verdubbeld ten opzichte van 2018, mede door gestegen prijzen van importproducten uit de VS. Ook de indirecte EU-vergeldingstarieven kenden een sterke groei in 2019, waarna ze geleidelijk afnamen tot de volledige opschorting in 2022.
De vergeldingstarieven van niet-EU-landen (vooral Canada en Mexico) speelden in 2018 en 2019 nog een relatief grote rol, maar hun aandeel werd na 2019 verwaarloosbaar door de eerdergenoemde opschorting in het kader van de onderhandelingen voor de USMCA.noot3
De samenstelling van de Amerikaanse heffingen op buitenlands staal en aluminium
Om meer inzicht te krijgen in de kosten die de additionele Amerikaanse heffingen op staal en aluminium (de donkergroene laag in figuur 3.4.1) hebben opgeleverd, zoomen we verder in met behulp van tabel 3.4.2. Deze tabel toont niet alleen de absolute tariefkosten in de keten van de Nederlandse import, maar ook de gemiddelde tariefdruk (het invoertarief als percentage van de totale importwaarde van goederen die Amerika importeert voor de Nederlandse toeleveringsketen) en het aandeel van deze heffingen in de totale Amerikaanse heffingen die de Nederlandse toeleveringsketen raken. Een duidelijke ontwikkeling die uit de tabel naar voren komt, is dat de tariefdruk afneemt, met een versnelling onder Biden. Bij de start van de additionele heffingen vertegenwoordigden de Amerikaanse tarieven op staal en aluminium ongeveer 0,45 tot 0,47 procent van de waarde van de indirecte import tussen de VS en andere landen in de Nederlandse keten. Dit percentage daalde naar 0,33 procent na de opschorting van de heffingen voor Canada en Mexico, en verder tot 0,26 procent in 2022 met de opschorting voor de EU. De tarieven op niet-EU-landen (met name Amerikaanse import uit China, Taiwan, India en Turkije) stegen daarentegen onder zowel Trump als Biden. De tabel laat ook zien dat de specifieke tarieven op staal en aluminium een steeds kleiner deel vormen van de totale Amerikaanse tariefkosten die de Nederlandse keten treffen: van 13,3 procent in 2018 naar 6,4 procent in 2022.
| Tariefkosten | Gemiddeld tarief | Aandeel in totale tariefkosten via de VS | |
|---|---|---|---|
| mln euro | % | ||
| 2018 | 13,4 | 0,45 | 13,3 |
| 2019 | 14,4 | 0,47 | 10,1 |
| 2020 | 8,6 | 0,33 | 9,6 |
| 2021 | 12,4 | 0,40 | 8,4 |
| 2022 | 11,5 | 0,26 | 6,4 |
Bron:CBS; Gaulier & Zignago (2010); ITC (2024); Eurostat (2024); Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019)
Staal dominant in de Amerikaanse heffingen
Wanneer we de tariefkosten door Amerikaanse heffingen op buitenlands staal en aluminium verder opsplitsen naar product, blijkt dat deze voornamelijk samenhangen met de import van staal. Tussen 2018 en 2021 waren de heffingen op staalimport goed voor maar liefst 77 tot 81 procent van de kosten die neerslaan in de Nederlandse toeleveringsketen. In 2022 nam dit aandeel af tot 70 procent. Dat kwam niet alleen door een daling van de staalheffingen vanwege allerlei opschortingen van heffingen, maar ook door de forse prijsstijgingen van aluminium in 2021 (Wereldbank, 2021), waardoor de tariefkosten op dat metaal in verhouding zwaarder zijn gaan wegen.
Deze dominantie van staal is een algemeen beeld. De VS heeft wereldwijd aanzienlijk meer op de import van staal dan op aluminium geheven. Het heffingspercentage was 25 procent voor staal en 10 procent voor aluminium (EOP, 2018c; EOP; 2018d). Ook de heffingen die Nederland via import uit andere EU-landen troffen, werden hoofdzakelijk gedreven door staal. De belangrijkste EU-landen waren toen Duitsland, Italië, Oostenrijk, Frankrijk en Zweden. Alleen bij de import uit enkele specifieke landen, zoals Canada en de Verenigde Arabische Emiraten, speelt aluminium een relatief grotere rol in de totale tariefkosten.
Vergeldingstarieven op Amerikaanse goederen
Als antwoord op de Amerikaanse heffingen hebben diverse landen, waaronder de EU, eigen vergeldingstarieven ingesteld op een breed scala aan Amerikaanse producten. Tabel 3.4.3 geeft inzicht in de kosten die deze vergeldingstarieven hebben opgeleverd voor de Nederlandse toeleveringsketen. De tabel bevat zowel directe tariefkosten op Nederlandse import uit de VS als indirecte tariefkosten die via andere landen de Nederlandse keten raakten. In tabel 3.4.3 wordt voor dezelfde landen de gemiddelde invoertariefdruk op de indirecte import gepresenteerd.
In tabel 3.4.3 zien we dat de kosten van deze vergeldingsacties voor Nederland voornamelijk door de eigen import en door de import uit andere EU-landen komen. De EU-vergeldingstarieven op de directe Nederlandse import uit de VS nemen toe door de tijd, met zelfs een verdubbeling van de kosten tussen 2018 en 2021. In 2021 importeerde Nederland voor 13,1 miljard euro aan goederen uit de VS, waarop voor 27 miljoen euro aan EU-vergeldingsheffingen werd betaald. Hoewel dit een gemiddelde tariefdruk van slechts 0,2 procent (zie ook tabel 3.4.3) vertegenwoordigt, is dit een forse stijging ten opzichte van 2018. Toen bedroegen de heffingen 12 miljoen euro op een importwaarde van 12,1 miljard euro, wat neerkomt op een gemiddelde tariefdruk van 0,1 procent. De heffingen op de directe import betreffen grotendeels diverse basisproducten van staal en aluminium (zoals buizen en platen), bewerkte producten daarvan (zoals moeren en schroeven), en verschillende consumentenproducten zoals bourbon whiskey en kledingstukken (met name jeans).
De indirecte import uit de VS, via andere EU-landen, bedroeg in 2021 4,2 miljard euro, waarvoor door Nederland 4,3 miljoen euro aan EU-heffingen werd betaald (wat neerkomt op een gemiddelde tariefdruk van 0,1 procent). Ook hier is een stijging zichtbaar ten opzichte van 2018. De hoogste indirecte tariefkosten komen via Duitsland de keten binnen. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de import van Amerikaans staal en aluminium, dat bijvoorbeeld in de Duitse industrie wordt verwerkt en vervolgens als onderdeel van eindproducten naar Nederland wordt geëxporteerd. Na Duitsland volgen het VK, België, Finland en Frankrijk, waar een vergelijkbaar mechanisme speelt met invoerproducten zoals stalen platen.
In tabel 3.4.3 valt Polen op door zijn hoge gemiddelde tariefdruk ten opzichte van andere EU-landen. Als belangrijke productiehub voor de EU kende het land een gemiddelde tariefdruk van 0,3 procent in 2021. Dit komt doordat Polen veel staalproducten (gemiddeld zo’n 10,8 procent van de importwaarde van dat land uit de VS) en metaalwaren (4,7 procent) importeert waarop tarieven van toepassing zijn. Deze goederen bereiken Nederland rechtstreeks of indirect via bijvoorbeeld de Duitse maakindustrie.
Onze indirecte tariefkosten via niet-EU-landen waren in 2018 en 2019 relatief hoog door de vergeldingsmaatregelen van Canada en Mexico op producten als stalen platen, die bijvoorbeeld via hun auto-industrie Nederland bereikten. Na de opschorting van hun tarieven zijn deze kosten fors gedaald. Via China lopen de kosten voornamelijk via tarieven op metaalafval, dat in China wordt verwerkt tot producten voor bijvoorbeeld de Nederlandse industrie en bouwsector. Bij India betreffen de kosten heffingen op chemische producten, staal en metaalwaren. Als zesde grootste chemieproducent ter wereld (FICCI & PwC India, 2022) en tweede grootste staalproducent (World Steel Association, 2024) is India een cruciale leverancier van grondstoffen en intermediaire goederen voor de Europese industrie.
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| tariefkosten | gemiddeld tarief | tariefkosten | gemiddeld tarief | tariefkosten | gemiddeld tarief | tariefkosten | gemiddeld tarief | tariefkosten | gemiddeld tarief | |
| mln euro | % | mln euro | % | mln euro | % | mln euro | % | mln euro | % | |
| Totaal | 17,0 | 0,09 | 29,7 | 0,15 | 25,3 | 0,15 | 31,8 | 0,16 | 0,5 | 0,00 |
| Nederland | 12,0 | 0,10 | 20,5 | 0,15 | 19,5 | 0,17 | 27,0 | 0,21 | 0,0 | 0,00 |
| Duitsland | 0,7 | 0,08 | 1,5 | 0,14 | 1,3 | 0,14 | 1,5 | 0,14 | 0,0 | 0,00 |
| België | 0,3 | 0,08 | 0,7 | 0,18 | 0,6 | 0,15 | 0,4 | 0,10 | 0,0 | 0,00 |
| Finland | 0,1 | 0,02 | 0,9 | 0,11 | 0,6 | 0,10 | 0,4 | 0,04 | 0,0 | 0,00 |
| Frankrijk | 0,2 | 0,08 | 0,6 | 0,21 | 0,3 | 0,16 | 0,3 | 0,13 | 0,0 | 0,00 |
| VK | 0,7 | 0,10 | 1,3 | 0,18 | 0,9 | 0,13 | 0,3 | 0,06 | 0,0 | 0,00 |
| Polen | 0,1 | 0,13 | 0,3 | 0,40 | 0,2 | 0,33 | 0,2 | 0,30 | 0,0 | 0,00 |
| Ierland | 0,1 | 0,04 | 0,2 | 0,07 | 0,2 | 0,05 | 0,2 | 0,05 | 0,0 | 0,00 |
| Italië | 0,1 | 0,08 | 0,2 | 0,17 | 0,2 | 0,20 | 0,2 | 0,14 | 0,0 | 0,00 |
| Spanje | 0,1 | 0,11 | 0,2 | 0,15 | 0,2 | 0,21 | 0,2 | 0,13 | 0,0 | 0,00 |
| Zweden | 0,0 | 0,06 | 0,1 | 0,12 | 0,1 | 0,11 | 0,1 | 0,14 | 0,0 | 0,00 |
| Overig EU | 0,3 | 0,09 | 0,5 | 0,16 | 0,6 | 0,19 | 0,5 | 0,14 | 0,0 | 0,00 |
| EU totaal | 14,8 | 0,09 | 27,1 | 0,15 | 24,8 | 0,16 | 31,3 | 0,18 | 0,0 | 0,00 |
| Canada | 1,1 | 0,32 | 1,0 | 0,29 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 |
| Mexico | 0,5 | 0,25 | 0,4 | 0,25 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 |
| China | 0,2 | 0,06 | 0,6 | 0,20 | 0,3 | 0,11 | 0,2 | 0,05 | 0,2 | 0,05 |
| India | 0,0 | 0,00 | 0,1 | 0,11 | 0,1 | 0,26 | 0,2 | 0,27 | 0,2 | 0,17 |
| Rusland | 0,1 | 0,13 | 0,2 | 0,42 | 0,1 | 0,25 | 0,1 | 0,30 | 0,0 | 0,22 |
| Turkije | 0,4 | 0,03 | 0,4 | 0,03 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 |
| Overig niet-EU | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 | 0,0 | 0,00 |
| Niet-EU totaal | 2,2 | 0,10 | 2,6 | 0,13 | 0,6 | 0,03 | 0,5 | 0,02 | 0,5 | 0,02 |
Bron:CBS; Gaulier & Zignago (2010); Eurostat (2024); Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019)
3.5De Amerikaans-Chinese handelsoorlog
In de vorige paragraaf zijn de kosten beschreven die voortkwamen uit de Amerikaanse heffingen op staal en aluminium en de vergeldingsheffingen van getroffen landen. In deze paragraaf ligt de focus op de kosten in de Nederlandse toeleveringsketen als gevolg van de wederzijdse invoerheffingen tussen de VS en China.
De kosten van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog voor Nederland
De handelsoorlog tussen de VS en China, gestart onder de eerste Trump-regering, zorgde voor een nieuwe golf van indirecte tariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen. Figuur 3.5.1 illustreert de ontwikkeling van deze kosten, startend in 2018 met de eerste drie rondes van Amerikaanse heffingen op Chinese goederen en de daaropvolgende Chinese vergeldingsheffingen. Deze maatregelen, ingevoerd op 6 juli, 23 augustus en 24 september leidden dat jaar tot een bescheiden kostenpost van 16,3 miljoen euro in de Nederlandse toeleveringsketen.
In 2019 liepen de spanningen verder op. De VS verhoogde de tariefpercentages op het derde pakket aan goederen en introduceerde een vierde heffingsronde. Hierdoor verviervoudigden de kosten voor de Nederlandse keten bijna, tot 61,2 miljoen euro.
De invoerheffingen bleven in de jaren daarna van kracht. Door de combinatie van de heffingen en de coronacrisis daalde de handel tussen de VS en China in 2020. Dit gold ook voor de handel stroomopwaarts in de Nederlandse toeleveringsketen. Met andere woorden: in de handel die plaatsvond tussen die twee landen voordat de goederen door Nederlandse bedrijven werden geïmporteerd. Opvallend is echter dat de kosten door de wederzijdse heffingen dat jaar toch verder toenamen. Dit komt doordat de verhogingen van de derde golf pas op 10 mei en 1 juni 2019 ingingen, terwijl de vierde golf pas op 1 september 2019 van kracht werd.
Met het sterke herstel van de wereldhandel in 2021 herstelde ook het Amerikaans-Chinese aandeel in de Nederlandse productieketens mee. In 2022 zorgden de fors gestegen energieprijzen voor hogere handelsprijzen en daarmee ook voor hogere handelswaarden, wat de tariefkosten verder opdreef. Bovendien liet de Biden-regering de heffingen op Chinese invoer grotendeels intact.
Een opvallende trend in de figuur is de verschuiving in de herkomst van de kosten. Waar aanvankelijk de Amerikaanse heffingen op Chinese producten dominant waren, zijn de kosten na verloop van tijd vrijwel gelijk verdeeld tussen de Amerikaanse heffingen en de Chinese vergeldingstarieven. Dit laat zien dat de Chinese tegenreactie op de Amerikaanse export steeds zwaarder is gaan wegen in de Nederlandse keten.
| jaar | Amerikaanse invoerheffingen | Chinese vergeldingsheffingen |
|---|---|---|
| 2018 | 10,9 | 5,3 |
| 2019 | 40,1 | 21,1 |
| 2020 | 44,7 | 30,1 |
| 2021 | 48,2 | 40,1 |
| 2022 | 51,4 | 45,3 |
| Bron: CBS, Gaulier & Zignago (2010), Eurostat (2024), Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019). | ||
In 2017, voordat de additionele heffingen werden ingevoerd, bedroeg de handel tussen de VS en China stroomopwaarts in de Nederlandse toeleveringsketen 697 miljoen euro. Dit betekent dat Nederland indirect – via handelsstromen met de VS en China – voor 697 miljoen euro aan goederen importeerde uit die twee landen. Na een lichte groei in 2018, daalde dit bedrag in 2019 naar 593 miljoen euro. Ondanks de additionele heffingen en de verstoringen tijdens de coronapandemie groeide de handel tussen de VS en China in de Nederlandse toeleveringsketen in 2020 en 2021 weer gestaag. Figuur 3.5.2 laat zien hoe de kosten van de vergeldingsheffingen zich in de periode van 2018 tot en met 2022 verhouden tot deze handel. Het laat zien hoe zwaar de heffingen daadwerkelijk op deze handel hebben gedrukt. In 2018 waren de kosten met 2,2 procent van de handelswaarde nog beperkt. Dit percentage schoot echter omhoog naar 10,3 procent in 2019 en bereikte in 2021 een piek van 13,3 procent. Deze kosten zijn ergens in de keten geabsorbeerd of doorgegeven naar de volgende stap in de keten, bijvoorbeeld door de Amerikaanse of Chinese exporteur of importeur. Maar het is ook mogelijk dat een andere tussenliggende partij in de keten de kosten heeft gedragen. Ten slotte kan ook een deel van de kosten terecht zijn gekomen bij de Nederlandse importeur door middel van hogere invoerprijzen.
In 2022 zien we een daling van dit percentage naar 11,7 procent. Deze afname wordt niet veroorzaakt door een verlaging van de tarieven, maar door een verandering in de samenstelling van de handelsstromen. De invoer van goederen waarop lage of geen heffingen van toepassing waren, zijn relatief sterker toegenomen dan de invoer van goederen met hoge heffingen. Dit betreft met name minerale brandstoffen en chemicaliën. In alle jaren liggen de gemiddelde Amerikaanse heffingspercentages hoger dan de Chinese vergeldingstarieven.
| jaar | Amerikaanse heffingen | Chinese heffingen | Totaal |
|---|---|---|---|
| 2018 | 2,9 | 1,5 | 2,2 |
| 2019 | 12,9 | 7,5 | 10,3 |
| 2020 | 15,5 | 9,8 | 12,6 |
| 2021 | 15,0 | 11,7 | 13,3 |
| 2022 | 12,6 | 10,9 | 11,7 |
| Bron: CBS, Gaulier & Zignago (2010), Eurostat (2024), Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019). | |||
Welke producten drijven de kosten op?
Om te begrijpen waar de indirecte tariefkosten in de Nederlandse keten precies vandaan komen, is het nuttig om in te zoomen op de specifieke productgroepen die door de VS en China zijn getroffen. Dat zijn dus de verhandelde producten tussen de VS en China en niet de door Nederland geïmporteerde producten waarin de tussen de VS en China verhandelde producten zijn verwerkt. Figuur 3.5.3 toont de kosten die voortkomen uit Amerikaanse tarieven op import uit China. De zwaarst getroffen groep blijkt machines en vervoermaterieel, die in 2022 goed was voor 26,6 miljoen euro. Binnen deze groep gaat het met name om elektrische transformatoren en statische omvormers, pompen en compressoren, schakelmateriaal en auto-onderdelen. Fabricaten volgen met 14,2 miljoen euro aan indirecte tariefkosten. Deze groep wordt gedomineerd door metaalwaren, buizen en pijpen (al eerder getroffen door staal- en aluminiumheffingen), huishoudelijke metalen artikelen en gereedschappen. Chemicaliën zijn goed voor 6,1 miljoen euro aan kosten.
| jaar | 0 Voeding en levende dieren | 2 Grondstoffen, niet eetbaar, behalve brandstoffen | 5 Chemische producten | 6 Fabricaten hoofdzakelijk gerangschikt volgens grondstoffen | 7 Machines en vervoermaterieel | 8 Diverse gefabriceerde goederen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 0,4 | 0,3 | 6,1 | 14,2 | 26,6 | 3,7 |
| 2021 | 0,2 | 0,4 | 5,3 | 12,4 | 25,1 | 4,8 |
| 2020 | 0,2 | 0,3 | 4,9 | 11,3 | 23,7 | 4,3 |
| 2019 | 0,2 | 0,3 | 4,0 | 11,2 | 20,2 | 4,1 |
| 2018 | 0,0 | 0,0 | 0,9 | 1,8 | 7,1 | 1,0 |
| Bron: CBS, Gaulier & Zignago (2010), Eurostat (2024), Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019). | ||||||
Aan de andere kant van het conflict zien we, zoals weergegeven in figuur 3.5.4, dat de Chinese vergeldingsheffingen meer verspreid zijn over verschillende productgroepen. Ook hier vormt de Chinese import van machines en vervoermaterieel uit de VS de grootste categorie, met 9,9 miljoen euro aan indirecte tariefkosten in 2022. Het betreft hier echter andere goederen, namelijk telefoons en onderdelen, personenauto’s en halfgeleiderelementen. Diverse gefabriceerde goederen volgen kort daarop met 9,4 miljoen euro. Dit zijn onder meer drukwerk, meet-, controle- en analyse-instrumenten en producten voor fotografie en cinematografie. Een derde belangrijke categorie zijn minerale brandstoffen en smeermiddelen, die 7,6 miljoen euro bijdragen, vooral door heffingen op Amerikaans LPG en steenkool.
| jaar | 0 Voeding en levende dieren | 2 Grondstoffen, niet eetbaar, behalve brandstoffen | 3 Minerale brandstoffen, smeermiddelen en dergelijke producten | 4 Dierlijke en plantaardige oliën en vetten | 5 Chemische producten | 6 Fabricaten hoofdzakelijk gerangschikt volgens grondstoffen | 7 Machines en vervoermaterieel | 8 Diverse gefabriceerde goederen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 2,7 | 6,3 | 7,6 | 0,0 | 6,2 | 3,1 | 9,9 | 9,4 |
| 2021 | 2,0 | 6,3 | 8,6 | 0,3 | 4,9 | 3,4 | 9,4 | 5,2 |
| 2020 | 1,2 | 5,1 | 2,7 | 0,3 | 3,9 | 3,3 | 8,7 | 4,9 |
| 2019 | 0,9 | 4,2 | 1,0 | 0,1 | 2,7 | 2,3 | 6,0 | 3,8 |
| 2018 | 0,3 | 0,7 | 0,2 | 0,0 | 0,6 | 0,4 | 2,5 | 0,6 |
| Bron: CBS, Gaulier & Zignago (2010), Eurostat (2024), Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche (2019). | ||||||||
3.6Samenvatting en conclusie
Invoerheffingen zijn de laatste jaren, mede door het protectionistische handelsbeleid van de VS onder Trump, een steeds prominenter onderwerp geworden en zullen dat naar verwachting ook blijven. In dit hoofdstuk hebben we de impact van deze zogenoemde additionele heffingen – die buiten de reguliere WTO-regels vallen – en de daaropvolgende vergeldingsreacties op de Nederlandse toeleveringsketen geanalyseerd gedurende de termijnen van Trump en deels Biden. Omdat deze specifieke tarieven in de data van de WTO ontbreken, hebben we hiervoor een nieuwe, eigen dataset ontwikkeld.
Uit onze analyse is gebleken dat de tariefkosten door deze heffingen sinds 2018 zijn toegenomen, in 2021 een piek hebben bereikt en in 2022 weer zijn gezakt na de opschorting van de staal- en aluminiumheffingen voor de EU (en andere bondgenoten van de VS) door de Biden-regering, en vice versa. Hoewel het handelsconflict tussen de VS en China de grootste kostenpost vormt, en met name de Chinese vergeldingsheffingen de Nederlandse keten hard raken, is de aard van de kosten door de jaren heen verschoven. Waar in 2018 de staal- en aluminiumheffingen domineerden, werden in 2022 de heffingen op wasmachines en vooral zonnepanelen – gedreven door de Amerikaanse verduurzamingsagenda – steeds belangrijker.
Hoewel de additionele heffingen steeds meer hebben bijgedragen aan de totale tariefkosten in de Nederlandse keten, lijken de kosten in relatieve zin beperkt. Afgezet tegen de totale handelswaarde bedroeg de gemiddelde tariefdruk van deze heffingen slechts 0,08 procent in 2022, terwijl de totale gemiddelde tariefdruk op de Nederlandse keten in datzelfde jaar 1,55 procent was en sinds 2015 een dalende trend vertoonde. Het zou echter onjuist zijn de impact af te doen als verwaarloosbaar. De heffingen functioneren als drempels die het potentieel hebben om de langdurige daling van de wereldwijde tariefdruk af te remmen of zelfs te stoppen. Dit dempende effect was zichtbaar in de periode van 2018 tot en met 2021, toen de stijging van de additionele tarieven de algehele daling van de tariefdruk wat heeft vertraagd.
Een nadere blik op de staal- en aluminiumheffingen leert dat de kosten voor Nederland vooral kwamen door de tegenheffingen van de EU op Amerikaanse producten, grotendeels via de eigen Nederlandse goedereninvoer. De kosten in de keten als gevolg van de wederzijdse heffingen tussen de VS en China liepen tussen 2018 en 2022 sterk op, van 2,2 procent van de Amerikaans-Chinese handelswaarde in de Nederlandse toeleveringsketen naar een piek van 13,3 procent in 2021. Een opvallende verschuiving hierbij is dat de kosten, die aanvankelijk vooral door Amerikaanse heffingen worden veroorzaakt, na verloop van tijd vrijwel gelijk verdeeld raken tussen Amerikaanse heffingen en Chinese vergeldingstarieven. Dit illustreert het toenemende gewicht van de Chinese tegenreactie.
Vooruitkijkend naar 2025, waarin nieuwe, procentueel hogere heffingen op een breder scala aan producten van kracht worden, én China met gelijke munt terugbetaalt, rijst de vraag of dit soort tarieven nog als drempel zullen fungeren. Het heeft er alle schijn van dat een nieuwe ronde van tarieven en vergeldingen kan werken als een springplank, die de wereldwijde tariefkosten voor het eerst in lange tijd weer een stijgende lijn zal laten inzetten. De komende jaren zal het CBS deze ontwikkelingen nauwgezet blijven volgen.
3.7Data en methoden
Door de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG) te koppelen aan IO-tabellen afkomstig van de nationale rekeningen (NR) van het CBS, berekenen we in dit onderzoek hoeveel en uit welke landen geïmporteerde goederen worden gebruikt door verschillende Nederlandse bedrijfstakken en welke bestemd zijn voor directe consumptie, investeringen en voor wederuitvoer. De gebruikte methoden om de koppeling tussen handelscijfers en IO-tabellen tot stand te brengen zijn gebaseerd op methoden ontwikkeld door Lemmers (2015), Lemmers & Wong (2019) en Aerts et al. (2022).
De geschatte heffingen voor Nederland (directe tariefkosten door de EU vergeldingsheffingen) zijn berekend door invoercijfers van de IHG-statistiek te combineren met informatie over invoerheffingen naar land en goederengroep, verkregen van de Market Access Map van het International Trade Centre van de Verenigde Naties in Genève (ITC, 2025). De Market Access Map geeft informatie over importtarieven voor 239 landen en 5 387 productgroepen (HS-6 digit) voor 2015 tot 2022. De gegevens van de Market Access Map zijn geclassificeerd volgens de Harmonised Standard (HS), die 1‑op-1 koppelt met IHG-data over de invoercijfers en de herwogen BACI-cijfers. De gegevens in de Market Access Map zijn uitgedrukt in zogenaamde Ad Valorem Equivalenten (AVE). Een ad valorem heffing is een schatting van een percentage van de invoerwaarde van een bepaald product. Voor het schatten van betaalde tarieven zijn de ad valorem tarieven vermenigvuldigd met de handelscijfers van IHG. Deze geschatte tariefbetalingen zijn vervolgens geijkt aan de invoerrechten in de nationale input-output tabellen (CBS, 2023).
Om productinformatie in het buitenlandse deel van de toeleveringsketen van Nederland – dat wil zeggen, de indirecte import van Nederland via andere landen – af te leiden, maken we gebruik van de methode ontwikkeld door Lemmers et al. (2023), waarbij de geïmporteerde goederen worden toegewezen aan bedrijfstakken in herkomstlanden. Daarna wordt met behulp van IO-analyse (Miller & Blair, 2009) geschat hoeveel buitenlandse bedrijfstakken met elkaar handelen met behulp van de FIGARO multi-regionale input-output tabellen (MRIOs) van Eurostat. De FIGARO MRIOs bevatten informatie voor 45 landen en de rest van de wereld als één blok voor 64 bedrijfstakken (Eurostat, 2024).
Gebruikmakend van de aanbod- en gebruik tabellen van FIGARO is op grof productniveau bekend welke producten er geproduceerd en gebruikt worden door buitenlandse bedrijfstakken (Remond-Tiedrez & Rueda-Cantuche, 2019). Omdat het detailniveau van de FIGARO-cijfers beperkt is, wordt gebruik gemaakt van de Nederlandse gebruikstabel met de aanname, dat de verhoudingen waarin buitenlandse bedrijfstakken een specifiek product gebruiken hetzelfde zijn als in Nederland. Deze grove productinformatie wordt verfijnd met de BACI-dataset die gecorrigeerd is voor handelsasymmetrieën (Gaulier & Zignago, 2010). De BACI-data bevat geen bedrijfstakinformatie en de totalen wijken af van die uit de eerdere stap. De totalen in de BACI-data worden herwogen naar de totalen uit de vorige stap, waarbij ook gezorgd wordt dat de uiteindelijke gegevens optellen naar de randtotalen van de MRIO. Ten slotte worden de aan NR geijkte IHG-statistieken en de herwogen BACI-cijfers verrijkt met gegevens van ITC Macmap. Bij een aantal landen ontbreekt informatie over een bepaald jaar. In het geval van missende jaren zijn de tariefprofielen van het voorgaande jaar gebruikt.
De dataset van additionele invoerheffingen door getroffen landen zijn samengesteld uit officiële overheidsdocumenten waarin deze zijn aangekondigd of opgelegd. Voor de VS zijn dat de Executive Office of the President (EOP) en de United States Trade Representative (USTR). Voor de EU is dat de Europese Commissie, voor China zijn dat het Ministerie van Handel (MOFCOM) en het Ministerie van Financiën (MOF), voor Canada het Department of Finance, voor India het Ministry of Commerce & Industry en voor Mexico, Turkije en Rusland het uitvoerend kantoor van de president. In de tekst van dit hoofdstuk wordt afzonderlijk verwezen naar deze overheidsdocumenten die terug te vinden zijn in de literatuurlijst.
In veel gevallen werden heffingspakketten van kracht midden in een jaar en vaak ook midden in een maand. In dat geval werden de heffingspercentages berekend door een gewogen gemiddelde van de bilaterale handel tussen de VS en een getroffen land te berekenen met behulp van maandelijkse Amerikaanse internationale handelscijfers van USITC (USITC, 2025).
3.8Literatuur
Literatuur
Aerts, N., Bohn, T., Lemmers, O., & Wong, K. F. (2022). Linking micro-data to national input-output tables: by whom and from whom are products imported and to what end? 28th IIOA Conference. Langkawi Island, Maleisië: International Input Output Association.
Amiti, M., Redding, S. J., & Weinstein, D. E. (2019). The impact of the 2018 tariffs on prices and welfare. Journal of Economic perspectives, 33(4), 187–210.
Amiti, M., Redding, S. J., & Weinstein, D. E. (2020). Who’s Paying for the US Tariffs? A Longer-Term Perspective. AEA Papers and Proceedings, 110, 541–546.
Autor, D., Dorn, D., & Hanson, G. (2016). The China Shock: Learning from Labor-Market Adjustment to Large Changes in Trade. Annual Review of Economics, 8, 205–240.
Autor, D., Dorn, D., Hanson, G., & Majlesi, K. (2020). Importing Political Polarization? The Electoral Consequences of Rising Trade Exposure. American Economic Review, 110(10), 3139–3183.
Bown, C. (2018). More than Soybeans: Trump’s Section 301 Tariffs and China’s Response. Peterson Institute for International Economics. Geraadpleegd op 19 september 2025.
Bown, C. (2022, 19 juli). US-China phase one tracker: China’s purchases of US goods. Peterson Institute for International Economics. Geraadpleegd op 29 september 2025.
Bown, C., & Kolb, M. (2025, 20 januari). Trump’s Trade War Timeline: An Up-to-Date Guide. Peterson Institute for International Economics. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
Cavallo, A., Gopinath, G., Neiman, B., & Tang, J. (2021). Tariff pass-through at the border and at the store: Evidence from us trade policy. American Economic Review: Insights, 3(1), 19–34.
CBS (2023). Tabellensets Nationale Rekeningen 2022 [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 10 juli 2025.
Department of Finance Canada (2018, 28 juni). Countermeasures in Response to Unjustified Tariffs on Canadian Steel and Aluminum Products. Geraadpleegd op 29 augustus 2025.
EOP (2018a, 25 januari). To Facilitate Positive Adjustment to Competition From Imports of Certain Crystalline Silicon Photovoltaic Cells (Whether or Not Partially or Fully Assembled Into Other Products) and for Other Purposes. Federal Register, 83(17), 3541–3551. Geraadpleegd op 14 augustus 2025.
EOP (2018b, 25 januari). To Facilitate Positive Adjustment to Competition From Imports of Large Residential Washers. Federal Register, 83(17), 3553–3562. Geraadpleegd op 14 augustus 2025.
EOP (2018c, 15 maart). Adjusting imports of aluminum into the United States. Federal Register, 83(51), 11619–11624. Geraadpleegd op 12 maart 2025.
EOP (2018d, 15 maart). Adjusting imports of steel into the United States. Federal Register, 83(51), 11625–11630. Geraadpleegd op 12 maart 2025.
Europese Commissie (2018, 21 juni). Uitvoeringsverordening (EU) 2018/886 van de Commissie betreffende bepaalde handelspolitieke maatregelen met betrekking tot bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/724. Publicatieblad van de Europese Unie, L 158/5‑L 158/18. Geraadpleegd op 31 maart 2025.
Europese Commissie (2021, 31 oktober). EU en VS beginnen besprekingen over mondiale regeling voor duurzaam staal en aluminium en schorten handelsgeschillen over staal en aluminium op. Geraadpleegd op 29 september 2025.
Fajgelbaum, P. D., Goldberg, P. K., Kennedy, P. J., & Khandelwal, A. K. (2020). The return to protectionism. The quarterly journal of economics, 135(1), 1–55.
FICCI & PwC India. (2022). Sustainability and the Chemical Industry: Knowledge Paper for India Chem 2022. Geraadpleegd op 8 oktober 2025.
Franssen, L., & Notten, T. (2020). Handelstarieven en productieketens. In M. Jaarsma & A. Lammertsma (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2020, vierde kwartaal: Handelsbeleid: Tarieven & verdragen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Franssen, L., Rud, I., & van den Berg, M. (2020a). Amerikaanse importtarieven en de gevolgen hiervan voor Nederlandse exporteurs. In M. Jaarsma & A. Lammertsma (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2020, vierde kwartaal: Handelsbeleid: Tarieven & verdragen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Franssen, L., van den Berg, M., & Lammertsma, A. (2020b). De handelsrelatie tussen Europa en de VS. In M. Jaarsma & A. Lammertsma (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2020, vierde kwartaal: Handelsbeleid: Tarieven & verdragen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Erken, H., & Marey, P. (2017, 1 mei). Wat heeft Trump in 100 dagen bereikt? MeJudice. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Eurostat (2024). FIGARO tables (2024 edition): annual EU inter-country supply, use and input-output tables [Dataset]. Geraadpleegd op 10 juli 2025.
Gaulier, G., & Zignago, S. (2010). International Trade Database at the Product-Level [Dataset]. Geraadpleegd op 12 juni 2024.
Irwin, D. A. (2010). Trade Policy in American Economic History. Annual Review of Economics, 12, 1–22.
ITC (2025). Market Access map [Dataset]. Geraadpleegd op 10 juni 2025.
Lemmers, O. (2015). Who needs MRIOs anyway? An alternative assignment of value added of trade. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Lemmers, O., & Wong, K. F. (2019). Distinguishing Between Imports for Domestic Use and for Re-Exports: A Novel Method Illustrated for the Netherlands. National Institute Economic Review, 249(1), R59‑R67.
Lemmers, O., Notten, T., Wong, K. F., Dahlmans, D., & Prenen, L. (2023). De toeleveringsketens van vijf bedrijfstakken: welke landen van zeggenschap, welke producten. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Miller, R. E., & Blair, P. D. (2009). Input-Output Analysis: Foundations and Extensions (2e ed.). Cambridge University Press.
Ministry of Commerce and Industry (2019, 3 juli). Customs Duty on US Products. Geraadpleegd op 29 augustus 2025.
MOF (2019a, 14 mei). 国务院关税税则委员会关于对原产于美国的 部分进口商品提高加征关税税率的公告 [Announcement from the State Council Tariff Commission on increasing tariffs on certain imported goods originating from the United States]. Ministry of Finance of the People’s Republic of China. Internet Archive. Geraadpleegd op 26 september 2025.
MOF (2019b, 26 augustus). 国务院关税税则委员会关于对原产于美国的部分进口商品 (第三批)加征关税的公告 [Announcement of the State Council Tariff Commission on the Third Batch of Additional Tariffs on Certain Imported Goods Originating from the United States]. Ministry of Finance of the People’s Republic of China. Internet Archive. Geraadpleegd op 29 augustus 2025.
MOF (2020, 6 februari). 国务院关税税则委员会关于调整对原产于美国的 部分进口商品加征关税措施的公告 [Announcement from the State Council Tariff Commission on Adjusting Additional Tariffs on Certain Imported Goods Originating from the United States]. Ministry of Finance of the People’s Republic of China. Geraadpleegd op 1 oktober 2025.
MOFCOM (2018a, 26 maart). 国务院关税税则委员会关于对原产于美国 500亿美元进口商品加征关税的公告 [Announcement from the State Council Tariff Commission regarding additional tariffs on $50 billion worth of goods originating from the United States]. Ministry of Commerce of the People’s Republic of China. Internet Archive. Geraadpleegd op 29 augustus 2025.
MOFCOM (2018b, 8 augustus). 关于对原产于美国的部分商品加征关税的公告 [Announcement on the imposition of additional tariffs on certain goods originating from the United States]. Ministry of Commerce of the People’s Republic of China. Internet Archive. Geraadpleegd op 29 augustus 2025.
MOFCOM (2018c, 3 augustus). 关于对原产于美国的部分商品加征关税的公告 [Announcement on the imposition of additional tariffs on certain goods originating from the United States]. Ministry of Commerce of the People’s Republic of China. Internet Archive. Geraadpleegd op 29 augustus 2025.
Notten, T., Wong, K. F., Rooyakkers, J., & Dahlmans, D. (2024). Tariefkosten in de Nederlandse toeleveringsketen. In S. Creemers & R. Voncken (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2024, derde editie. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Remond-Tiedrez, I., & Rueda-Cantuche, J. M. (2019). EU inter-country supply, use and input-output tables: Full international and global accounts for research in input-output analysis (FIGARO). Publications Office of the European Union.
Reuters (2014, 11 december). Obama says to keep pressing China on currency, intellectual property. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Rossiiskoe Pravitelstvo. (2018, 6 juli). Об утверждении ставок ввозных таможенных пошлин в отношении отдельных товаров, страной происхождения которых являются США [On approval of import customs duty rates for certain goods originating in the United States]. Geraadpleegd op 8 september 2025.
Secretaría de Gobernación. (2018, 5 juni). Modificaciones al Decreto por el que se establece la Tasa Aplicable durante 2003 del Impuesto General de Importación, para las mercancías originarias de América del Norte [Amendments to the Decree establishing the Applicable Rate during 2003 of the General Import Tax for goods originating in North America]. Diario Oficial de la Federación. 05/06/2018. Geraadpleegd op 8 september 2025.
Snoussi-Mimouni, M., & Drevinskas, E. (2023, 13 april). Tariffs applied by WTO members have almost halved since 1996. Wereldhandelsorganisatie. Geraadpleegd op 9 oktober 2025.
Taussig, F. W. (1910). The Tariff History of the United States. G.P. Putnam’s Sons.
Türkiye Cumhuriyeti Cumhurbaşkanlığı. (2018a, 25 juni). 2018/30 sayılı Cumhurbaşkanlığı Kararnamesi [Presidential Decree No. 2018/30]. Geraadpleegd op 8 september 2025.
Türkiye Cumhuriyeti Cumhurbaşkanlığı. (2018b, 15 augustus). 2018/118 sayılı Cumhurbaşkanlığı Kararnamesi [Presidential Decree No. 2018/118]. Geraadpleegd op 8 september 2025.
USITC (2025). Dataweb U.S. Trade & Tariff Data [Dataset]. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
USTR (2018a, 20 juni). Notice of Action and Request for Public Comment Concerning Proposed Determination of Action Pursuant to Section 301: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 83(119), 28710–28756. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
USTR (2018b, 17 juli). Request for Comments Concerning Proposed Modification of Action Pursuant to Section 301: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 83(137), 33608–33728. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
USTR (2018c, 21 september). Notice of Modification of Section 301 Action: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 83(184), 47974–48192. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
USTR (2019a, 9 mei). Notice of Modification of Section 301 Action: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 84(90), 20459–20460. Geraadpleegd op 26 september 2025.
USTR (2019b, 20 augustus). Notice of Modification of Section 301 Action: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 84(161), 43304–43471. Geraadpleegd op 18 augustus 2025.
USTR (2019c, 30 augustus). Notice of Modification of Section 301 Action: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 84(169), 45821–45823. Geraadpleegd op 26 september 2025.
USTR (2019d, 3 september). Request for Comments Concerning Proposed Modification of Action Pursuant to Section 301: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 84(170), 46212–46417. Geraadpleegd op 26 september 2025.
USTR (2020, 22 januari). Notice of Modification of Section 301 Action: China’s Acts, Policies, and Practices Related to Technology Transfer, Intellectual Property, and Innovation. Federal Register, 85(14), 3741. Geraadpleegd op 1 oktober 2025.
Wereldbank (2021). Soaring energy prices pose inflation risks as supply constraints persist. Geraadpleegd op 8 oktober 2025.
World Steel Association (2023). World Steel in Figures 2023. Geraadpleegd op 8 oktober 2025.
WTO (2018, 3 april). G/SG/N/12/CHN/1 [Safeguard notification]. Geraadpleegd op 29 augustus 2025.
WTO (2022, 9 december). WTO circulates dispute panel reports regarding US measures on steel and aluminium products. Geraadpleegd op 29 september 2025.
York, E., & Durante, A. (2025, 3 oktober). Trump Tariffs: Tracking the Economic Impact of the Trump Trade War. Tax Foundation. Geraadpleegd op 10 oktober 2025.
Noten
Hoewel de VS ook invoerheffingen heeft ingesteld op buitenlandse wasmachines en zonnepanelen, worden deze niet expliciet behandeld vanwege hun geringe omvang en beperkte impact op de Nederlandse toeleveringsketen. Ze komen wel aan bod in hoofdstuk 3.3 en de eerste (deel)onderzoeksvragen.
Heffingen zijn afgezet tegen de extra-EU goedereninvoer, exclusief invoer voor wederuitvoer.
Deze heffingen werden in mei 2019 opgeschort en de heffingspercentages voor 2018 en 2019 zijn als gewogen gemiddelden berekend met maandelijkse Amerikaanse handelscijfers, zie paragraaf 3.7.