Foto omschrijving: iPhone met apps om accommodaties te boeken

Omvang en kenmerken van de Nederlandse digitale handel

Auteurs: Christiaan Visser, Janneke Rooyakkers, Sarah Creemers, Michael Polder

In een tijdperk waarin internet en andere vormen van digitale technologieën het dagelijks leven steeds meer beïnvloeden, ontpopt digitale handel zich als een drijvende kracht achter de groei van internationale handel (OESO, 2023a). Digitalisering verandert bovendien niet alleen de manier waarop goederen en diensten worden besteld en geleverd, maar heeft ook voor een heel scala aan nieuwe digitale producten gezorgd. Toch hebben we nog weinig zicht op de omvang van digitale handel en wie erbij betrokken zijn. Een goed beeld van de digitale handel is noodzakelijk voor beleid op het gebied van internationale handel en digitalisering, maar ook voor andere beleidsterreinen als mededinging, belastingbeleid en economische groei. Dit hoofdstuk geeft voor het eerst inzicht in de omvang van de Nederlandse digitale internationale handel, en in de bedrijven achter die handel.

2.1Inleiding

Het is algemeen bekend dat de digitale economie steeds belangrijker wordt en een grotere rol inneemt in hoe bedrijven internationaal zakendoen. Digitale handel onderscheidt zich van traditionele internationale handel door de manier waarop de handel tot stand komt: het kan digitaal besteld (grensoverschrijdende e-commerce) en/of digitaal geleverd (handel in digitale diensten) worden. Gewoonlijk analyseren we internationale handel dan ook vanuit het oogpunt ‘wat’ er verhandeld wordt: om welke goederen en diensten gaat het? Digitalisering verandert de manier waarop goederen en diensten geproduceerd, verhandeld, besteld en geleverd worden. Het aspect ‘hoe’ handel verloopt (digitaal besteld en/of geleverd) wordt daarmee ook belangrijk, en staat centraal in dit hoofdstuk.

Hoe groot de digitale economie en digitale handel is, weten we echter niet goed. Er zijn wereldwijd verschillende initiatieven om de digitale economie en/of digitale handel te meten, waaronder die van het CBS (zie bijvoorbeeld Hooijmaaijers et al., 2021). In dit hoofdstuk sluiten we daarbij aan en geven we een eerste overzicht van de Nederlandse digitale handel en de bedrijven die daarbij betrokken zijn.

Leeswijzer

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de grensoverschrijdende Nederlandse digitale handel, opgesplitst in grensoverschrijdende e-sales en handel in digitale diensten (digitaal besteld versus digitaal geleverd). Hoe deze concepten gemeten worden, komt aan bod in paragraaf 2.2. In paragraaf 2.3 wordt een beeld gegeven van de omvang van beide onderdelen van de digitale handel. Tevens wordt gekeken naar de typen goederen en diensten die digitaal worden verhandeld. Wijkt deze handel af van niet-digitale internationale handel? In paragraaf 2.4 worden de kenmerken van bedrijven met digitale handel uitgelicht: eerst van de digitaal bestelde handel en daarna van de digitaal leverbare handel. Paragraaf 2.5 geeft vervolgens een overzicht van landen waarmee Nederland digitaal handelt en in hoeverre dat afwijkt van de handelspartners bij de totale internationale handel, weer respectievelijk voor de digitaal bestelde en de digitaal leverbare handel. Ook wordt hier gekeken naar de Nederlandse digitale handel met zogeheten combinatielanden op het gebied van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking.noot1 Afsluitend wordt een samenvatting gegeven van de voorgaande paragrafen in 2.6.

76 miljard euro was de waarde van de digitaal bestelde export in 2021
162 miljard euro was de waarde van de digitaal geleverde export in 2022

2.2Hoe meten we digitale handel in Nederland?

Digitale handel bestaat uit internationale transacties die digitaal worden besteld en transacties die digitaal worden geleverd. Digitaal bestelde handel en digitaal geleverde handel worden daarbij los van elkaar gekwantificeerd. Zoals weergegeven in figuur 2.2.1 zijn deze categorieën deels overlappend: transacties kunnen zowel digitaal geleverd als besteld zijn, denk bijvoorbeeld aan het abonnement op een streamingdienst waarop je series kijkt. Beide stromen zijn dus niet optelbaar en/of vergelijkbaar. We hebben daarmee geen zicht op de totale omvang, maar op basis van Canadees onderzoek verwachten we dat ongeveer één vijfde van de digitaal bestelde handel, ook digitaal geleverd wordt (Statistics Canada, 2022). Hoe die verdeling in Nederland is, zou uitgezocht moeten worden.

Digitaal bestelde handel en digitaal geleverde handel zijn deels overlappend. Beide stromen zijn dus niet optelbaar en/of vergelijkbaar. Internationale transacties die zowel digitaal besteld als digitaal geleverd worden Bron: IMF et al. (2023) 2.2.1 Samenstelling digitale handel D i g i t a al b e s t e ld e h a n d e l = G r e n s ov e r - s chr i j d e n d e e- c o m m e r c e D i g i t a l e h a n d e l Alle handel die digitaal wordt besteld en/of digitaal wordt geleverd D i g i t a al g e l e v e r d e h a n d e l = D i g i t a l e d i e n s t e n h a n d e l

Digitaal bestelde handel (grensoverschrijdende e‍-‍commerce)

Digitale handel bestaat onder andere uit de transacties die online besteld zijn: e-commerce (e-purchases in het geval van aankopen en e-sales in het geval van verkopen). E-commerce is de laatste jaren een steeds belangrijker verkoopkanaal geworden. Bedrijven maken gebruik van de kansen die de digitale markt biedt, vergroten hun handelsbereik en boren de mondiale markt aan. Dit kunnen ze doen middels verkopen via een website of app en/of via EDI (Electronic Data Interchange). Verkopen via het web of apps betreffen de online transacties die worden uitgevoerd via de webshop of app van het bedrijf of (externe) apps of websites aan zowel bedrijven als consumenten. EDI betreft de elektronische uitwisseling van zakelijke documenten tussen bedrijven via speciaal ontworpen systemen, waaronder (internationale) handelstransacties. Per definitie vinden EDI-verkopen dus alleen tussen bedrijven plaats (B2B).

Voor de analyses met betrekking tot e-commerce gebruiken we de jaarlijkse enquête van het CBS: ‘ICT-gebruik bij bedrijven’. We identificeren een bedrijf als deelnemer aan digitaal bestelde handel wanneer dit bedrijf in de ICT-enquête heeft aangegeven aan enige vorm van grensoverschrijdende e-commerce te doen. We koppelen de ICT-enquête vervolgens aan (1) het Bedrijfsdemografisch Kader (BDK) voor bedrijfsinformatie zoals sector of grootteklasse, en (2) aan de statistiek Internationale Handel in Goederen en de statistiek Internationale Handel in Diensten voor informatie over de internationale handel van de bedrijven in de steekproef van de enquête.

Enquête ICT-gebruik bij bedrijven

Door middel van de enquête ‘ICT-gebruik bij bedrijven’ verzamelt het CBS jaarlijks gegevens over de automatisering en de toepassing van ICT bij bedrijven in Nederland. Er worden vragen gesteld over onder andere het computer- en internetgebruik, in- en verkoop via elektronische netwerken, software en ICT-applicaties. De enquête hanteert een steekproef van ruim 15 duizend bedrijven met 10 of meer werkzame personen. Er is sinds enkele jaren ook een minder uitgebreide vragenlijst voor kleine bedrijven en zzp’ers. Echter worden daarin geen vragen gesteld over grensoverschrijdende e-commerce, waardoor we in dit hoofdstuk alleen de bedrijven met 10 of meer werkzame personen meenemen. Niet alle bedrijfstakken behoren tot de onderzoekspopulatie (enkel sectoren C-N en Q); wij nemen sectoren C-N en S95 mee, zonder de financiële instellingen (sector K) van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) om aan te sluiten bij de afbakening van Eurostat. De resultaten van de enquête in 2022 hebben betrekking op het jaar 2021 omdat de vragen over e-commerce over het laatste volledige kalenderjaar gaan. Het is ook mogelijk het Nederlands ICT-gebruik te vergelijken met andere EU-landen doordat alle EU-landen dit onderzoek op eenzelfde manier uitvoeren (Kleingeld, 2022).

Doordat ICT-toepassingen zich zeer snel ontwikkelen, wijzigt de inhoud van de enquête vrijwel jaarlijks. Waar in de jaren 80 centraal stond of bedrijven überhaupt computers en automatiseringspersoneel hadden, ligt in recente jaren de nadruk meer op onderwerpen zoals internet, e-commerce en toepassingen van software. Deze sterk inhoudelijke veranderingen zorgen ervoor dat lange tijdreeksen vaak niet beschikbaar zijn. Wat betreft grensoverschrijdende e-commerce hebben we consistente informatie vanaf 2012 tot en met 2021, met uitzondering van 2019 omdat er in de enquête van 2020 geen vragen gesteld werden over grensoverschrijdende e-sales. Er is in dat jaar alleen informatie over de e-sales aan consumenten in het buitenland, waardoor we een groot deel van de grensoverschrijdende e-sales missen (Kleingeld, 2022).

Digitaal geleverde handel (digitale diensten)

Digitale handel omvat alle digitaal bestelde en geleverde producten. In het geval van digitaal geleverd, betreft dat alleen diensten, omdat goederen per definitie niet digitaal geleverd kunnen worden. Het handboek voor het meten van digitale handel (IMF et al., 2023) heeft een afbakening voor digitaal leverbare diensten op basis van de dienstensoorten (Annex C in het handboek). Het betreft (grotendeels) verzekeringsdiensten, financiële diensten, gebruik van intellectueel eigendom, telecommunicatie-, computer- en informatiediensten, andere zakelijke diensten en persoonlijke en culturele diensten, waarbij in sommige gevallen enkele onderliggende dienstensoorten niet vallen onder de afbakening (zoals operationele leasing en overige persoonlijke diensten).

Van bovenstaande digitaal leverbare diensten weten we dat ze (deels) digitaal geleverd kunnen worden aan een buitenlandse partij. Dat hoeft niet altijd te gebeuren: een groot deel van de export van bijvoorbeeld onderwijsdiensten betreft digitale lespakketten die online geleverd worden, maar het is ook mogelijk dat een aanbieder (docent) naar het buitenland reist om les te geven (tijdelijke aanwezigheid van de dienstverlener in het buitenland), waardoor niet de volledige dienstensoort onderwijsdiensten digitale handel betreft.

Om van de digitaal leverbare diensten tot de digitaal geleverde diensten te komen, gebruiken we informatie over de leveringswijze van diensten: de Mode of Supply (MoS), zie figuur 2.2.2. Diensten kunnen over de grens geleverd worden zonder fysieke samenkomst (mode 1), in het buitenland geconsumeerd worden (mode 2), door middel van dochteronderneming (mode 3; nemen we niet mee in de definitie van dienstenhandel) of door tijdelijke verplaatsing van personen (mode 4). Er zijn internationale standaarden voor de verdeling naar MoS per dienstensoort. Onderzoekers van het CBS hebben deze verdeling in 2019 specifiek voor Nederland uitgevraagd en opgesteld (Statistics Netherlands, 2019) en die verdeling wordt in dit hoofdstuk toegepast.

Om van de digitaal leverbare diensten tot de digitaal geleverde diensten te komen, gebruiken we informatie over de leverwijze van diensten: de Mode of Supply. 2.2.2 M o d e s o f S u p p l y Mode 1: G r ens o v e r schrijdende dienst v erlening Mode 2: C onsumptie v an de dienst in het buitenland Mode 3: C omme r ciële aanwezigheid v an de dienst v erlener in het buitenland Mode 4: Tijdelijke aanwezigheid v an dienst v erlener in het buitenland L e v ering dienst (online , via e-mail/fax/tele f oon) L e v ering dienst L e v ering dienst L e v ering dienst Land A Land B Land A Land B D i e n s t v e r l e n er D i e n s t v e r l e n er D i e n s t v e r l e n er D i e n s t v e r l e n er O n t v a n g er O n t v a n g er O n t v a n g er O n t v a n g er O n t v a n g er r e i s t n a ar h e t b u i t e n l a n d Doc h t e r - o n d er n e m i n g d i e n s t v e r l e n er

Aan de hand van informatie over de samenstelling van de Nederlandse internationale dienstenhandel weten we welke diensten digitaal leverbaar zijn. Gecombineerd met het aandeel dat via mode 1 geleverd wordt per dienstensoort, schatten we de waarde van de digitaal geleverde diensten in de Nederlandse dienstenhandel in navolging van de definitie van het handboek voor digitale handel (IMF et al., 2023) en ander onderzoek (Statistics Canada, 2020). We nemen dus aan dat alle diensten die via mode 1 geleverd worden en digitaal leverbaar zijn, ook effectief digitaal geleverd worden. Hiermee zullen we de daadwerkelijk digitaal geleverde diensten echter vermoedelijk overschatten, omdat diensten geleverd via mode 1 ook andere leveringswijzen kunnen hebben (telefonisch, via e-mail) die niet digitaal zijn. Daarom zijn de schattingen hier een bovengrens.

Belangrijke begrippen in hoofdstuk 2

Digitale handel

Digitale handel is alle handel die digitaal wordt besteld en/of digitaal wordt geleverd.

E-commerce (e-purchases en e-sales)

E-commerce betreft de verkoop of aankoop van een goed of dienst uitgevoerd via computernetwerken met behulp van methoden die specifiek zijn ontworpen voor het ontvangen of plaatsen van bestellingen (dus geen geschreven e-mail of fax). Bestellingen worden rechtstreeks via de website van het bedrijf, via EDI, of via een platform gedaan. Bijvoorbeeld online aankopen van kleding of boeken, bestellingen voor het laten bezorgen van boodschappen of maaltijden, het reserveren van kaartjes voor evenementen of het boeken van vliegtickets of accommodaties.

Digitaal bestelde handel (grensoverschrijdende e-sales)

Digitaal bestelde handel betreft internationale e-commerce: de internationale verkoop of aankoop van een goed of dienst uitgevoerd via computernetwerken met behulp van methoden die specifiek zijn ontworpen voor het ontvangen of plaatsen van bestellingen (dus geen geschreven e-mail of fax).

Digitaal leverbare handel (digitale diensten)

Digitaal leverbare handel betreft alle internationale handelstransacties die op afstand geleverd kunnen worden via computernetwerken. In het handboek over het meten van digitale handel (IMF et al., 2023) worden de dienstensoorten geclassificeerd die digitaal leverbaar zijn. Met behulp van de leveringswijze (Mode of Supply) is daarna mogelijk om de digitaal geleverde diensten te bepalen.

Digitaal geleverde handel (digitale diensten)

Digitaal geleverde handel betreft alle internationale handelstransacties die op afstand worden geleverd via computernetwerken. Het concept van digitaal geleverde handel omvat per definitie alleen diensten. In dit onderzoek maken we gebruik van de Mode of Supply om de digitaal geleverde handel te bepalen.

2.3Omvang van de Nederlandse grensoverschrijdende digitale handel

In deze paragraaf geven we een overzicht van de omvang en de samenstelling van de digitale handel van Nederland. Van de in Nederland gevestigde bedrijven met minstens 10 werkzame personen actief in alle SBI-sectoren van de totale business economy exclusief de financiële sector ontving zo’n 31 procent orders via e-commerce (ofwel: e-sales) in 2021. Dat is relatief hoog: in de hele EU was het gemiddelde aandeel bedrijven met e-sales in datzelfde jaar 17 procent (Eurostat, 2023a). Zo’n 23 procent van de bedrijven in Nederland gebruikte websites of apps voor e-sales; 4 procent gebruikte uitsluitend EDI als online verkoopkanaal en nog eens 4 procent gebruikte beide typen verkoopkanalen voor hun online verkopen.

De groep bedrijven met e-commerce splitsen we in figuur 2.3.1 verder uit in bedrijven met enkel binnenlandse e-sales, bedrijven met binnenlandse e-sales en niet-digitale export, en de bedrijven met (ook) buitenlandse e-sales. Die laatste groep bestaat voornamelijk uit bedrijven met zowel binnenlandse als grensoverschrijdende e-sales; slechts 2 procent van de bedrijven had enkel grensoverschrijdende e-sales.

52% van de bedrijven met e‍-‍sales had in 2021 ook grensoverschrijdende e‍-‍sales

Een groeiend deel van de e-commerce verkopen betreft grensoverschrijdende transacties en daarmee internationale handel. In 2012 had 41 procent van de bedrijven met e-commerce ook grensoverschrijdende e-sales. In 2021 was dat percentage al bijna 52 procent. Tellen we daar de bedrijven met niet-digitale export (niet via het grensoverschrijdende e-sales kanaal) bij op, dan blijkt dat ruim twee derde van de bedrijven met e-sales (binnenlands en/of buitenlands) exporteert. Vergelijken we dit percentage met het totale aandeel exporteurs van goederen en diensten in 2021 (51 procent), dan blijken bedrijven met e-commerce als verkoopkanaal relatief vaak te exporteren.noot2

2.3.1 Bedrijven met e-commerce in de totale afgebakende populatie (%)
Binnenlandse e-sales Binnenlandse e-sales en niet-digitale export Grensoverschrijdende en binnenlandse e-sales Grensoverschrijdende e-sales
2012 7,2 5,9 6,1 2,9
2013 8,5 5,7 7,3 2,5
2014 7,6 6,5 8,2 2,6
2015 8 5,6 9,7 2
2016 8,3 5,5 9,3 2,4
2017 8,3 5,5 10,7 2,9
2018 8,5 5,3 10,7 3,1
2020 9,4 5,2 11,3 2,1
2021 9,6 5,2 13,4 2,4

Een uitsplitsing waarover wij geen informatie in de data hebben is de samenstelling van e-sales naar goederen en diensten. Uit onderzoek in Canada blijkt dat 62 procent van de e-sales (binnenlands en buitenlands) goederen betreft; 18 procent betreft digitaal geleverde diensten en nog eens 20 procent betreft andere niet-digitaal geleverde diensten (Statistics Canada, 2022).

Ruim driekwart grensoverschrijdende e‍-‍commerce met EU‍-‍landen

Nederland exporteerde in 2021 voor 798 miljard euro aan goederen en diensten. Hiervan kwam 532 miljard euro op conto van bedrijven met minstens 10 werkzame personen die actief zijn in alle SBI-sectoren van de totale business economy exclusief de financiële sector.noot3 De totale export die digitaal besteld werd, kwam in 2021 uit op zo’n 76 miljard euro.noot4 In figuur 2.3.2 zien we die omvang van de grensoverschrijdende e-sales als aandeel in de totale goederen- en dienstenexport van de afgebakende populatie. In 2018 was het aandeel digitaal besteld in de totale export 11,5 procent (49,5 miljard euro), in 2021 was dat aandeel 14,3 procent. Daarmee is het Nederlandse aandeel van 14 procent grensoverschrijdende e-sales in de totale export vergelijkbaar met dat van het VK (18 procent), Spanje (12 procent) en Canada (11 procent) (UNCTAD, 2023).

14% van de Nederlandse export werd in 2021 digitaal besteld

We zien ook dat bedrijven met grensoverschrijdende e-sales voornamelijk orders vanuit Europa ontvangen. In 2021 kwam 11 procent van de totale omzet uit grensoverschrijdende e-sales naar de EU; daarmee zijn verkopen aan EU-landen goed voor ruim driekwart van de totale omzet uit grensoverschrijdende e-commerce. In 2018 lag dit aandeel 1,3 procentpunt lager. De digitaal bestelde export door klanten in landen buiten de EU is in 2021 licht gedaald naar ruim 3 procent in de totale export ten opzichte van bijna 4 procent in 2018. De omzet was ondanks de daling wel hoger, namelijk bijna 18 miljard euro in 2021 tegen bijna 17 miljard euro in 2018. In de totale export is het aandeel intra-EU lager, waaruit blijkt dat grensoverschrijdende e-sales vaker naar bestemmingen dichtbij gaat dan niet-digitaal bestelde export.

2.3.2 Grensoverschrijdende e-commerce verkopen in de totale Nederlandse export (%)
jaar E-sales intra-EU E-sales extra-EU
2018 9,7 3,9
2021 11 3,3

Exportportefeuille minder geconcentreerd bij bedrijven met e‍-‍sales

De statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG) maakt geen onderscheid of een product digitaal besteld is of niet. De informatie over e-commerce uit de ICT-enquête maakt dan weer geen onderscheid naar goederen of diensten. Daardoor kunnen we de totale internationale handel in goederen niet direct opsplitsen in digitaal bestelde en niet-digitaal bestelde handel, bijvoorbeeld om verschillen te kunnen bekijken tussen typen goederen en bestemmingen. Door een combinatie van de ICT-enquête en de IHG-statistiek kennen we wel van de bedrijven met grensoverschrijdende e-sales al hun internationale handelstransacties in goederen. Daarmee kunnen we een beeld schetsen van de internationale handel in goederen voor bedrijven met (grensoverschrijdende) e-commerce verkopen. Merk daarbij op dat digitaal bestelde handel ook diensten kan betreffen. Echter, we verwachten op basis van de literatuur, en de omvang van de goederenexport ten opzichte van de dienstenexport, dat de meerderheid goederen betreft (IMF et al., 2023).

Door lagere transactiekosten bij e-commerce als verkoopkanaal is het mogelijk om meer verschillende producten te verkopen. Dat geldt ook voor grensoverschrijdende e-sales (González & Ferencz, 2018). Dat zien we ook terug in de Nederlandse cijfers: bedrijven met relatief veel grensoverschrijdende online verkopen (minimaal 50 procent van e-commerce omzet bestaat uit grensoverschrijdende e-sales) exporteren gemiddeld meer verschillende goederen dan exporteurs die geen verkoop via e-commerce hebben. Het gaat gemiddeld gezien om respectievelijk 34 goederen tegenover 15 goederen (volgens de SITC-goederenindeling op 5 digits). Hoewel dat beschrijvend een overtuigend beeld geeft, houden we hier verder geen rekening met andere verschillen tussen bedrijven die ook verklarend kunnen zijn voor het gemiddeld aantal exportgoederen, zoals grootteklasse of sector.

Ook zit er een verschil in het type goederen dat beide groepen bedrijven exporteren. In figuur 2.3.3 is de top 10 geëxporteerde goederen te zien voor de bedrijven waarvan in 2021 minimaal 50 procent van de e-commerce omzet uit het buitenland kwam. Bloemen en planten werden het meest via digitale bestelling geëxporteerd, gevolgd door huishoudelijke apparaten en plastic producten. Dit zijn grote goederengroepen in de Nederlandse export, en over het algemeen ook homogene producten. Ze kunnen daarmee goed online besteld worden door klanten in het buitenland, denk daarbij aan een bouwbedrijf of een bloemengroothandel die digitaal (herhalende) orders plaatsen bij producenten in Nederland.

Bij exporterende bedrijven zonder e-commerce domineert vooral de goederengroep machines en toestellen. Naast het feit dat machines belangrijke exportproducten zijn voor bedrijven in Nederland, zijn machines veelal maatwerk. In het geval van maatwerk zal er doorgaans veel contact nodig zijn tussen leverancier en klant over specificaties en ligt het minder voor de hand dat de bestelling digitaal plaatsvindt.

2.3.3 Belangrijkste exportproducten van bedrijven met een hoog aandeel1) grensoverschrijdende e-sales, 2021 (%)
aandeel export
Bloemen en planten 14,2
Apparaten voor huishoudelijk gebruik 10,4
Plastic producten 5,2
Toestellen voor filtering en zuivering 4,7
Elektromedische apparaten 4,6
Artikelen van metaal 4,5
Elektrische apparaten 4,1
Auto-onderdelen 3,7
Materiaal voor stroomgeleiding 2,9
Geneesmiddelen 2,8
1)Minimaal 50 procent van de omzet uit e-sales bestaat uit grensoverschrijdende e-sales.

Binnen de web verkopen kan nog een onderscheid gemaakt worden naar bestellingen die door consumenten of door bedrijven zijn geplaatst (bij EDI kan dat niet; dat betreft per definitie B2B-transacties). Kijkend naar bedrijven die minimaal 50 procent van hun web omzet uit de grensoverschrijdende consumentenhandel halen, ziet de top 10 er heel anders uit (figuur 2.3.4 vergeleken met figuur 2.3.3). Buitenlandse consumenten bestellen het vaakst cosmetische artikelen bij bedrijven in Nederland met e-commerce verkopen. Kleding, plastic producten en motorrijwielen (waaronder ook fietsen en e-bikes) volgen: allemaal generieke consumentenartikelen bij uitstek.

2.3.4 Belangrijkste exportproducten van bedrijven met een hoog aandeel1) grensoverschrijdende e-sales aan consumenten, 2021 (%)
exportproduct aandeel export
Parfum en cosmetica 12,6
Kinderkleding 9,2
Plastic producten 6,9
(Motor)rijwielen 6,3
Bloemen en planten 5,2
Zeep en reinigingsmiddelen 5,1
Geneesmiddelen 4,9
Meet- en controle-instrumenten 3,2
Reisartikelen, handtassen 2,7
Huishoudelijke apparaten 2,2
1)Minimaal 50 procent van de web omzet komt uit grensoverschrijdende e-sales aan consumenten.

Meer dan de helft dienstenhandel betreft digitale diensten

Digitale handel bestaat uit digitaal bestelde handel (grensoverschrijdende e-sales zoals tot dusver in deze paragraaf besproken) en digitaal geleverde handel (digitale diensten). Per definitie betreft de digitaal geleverde handel alleen diensten. Denk dan aan het online afsluiten van een verzekering bij een buitenlandse verzekeraar; het streamen van muziek, films of games op een buitenlands streamingplatform; of de aankoop van een standaard softwarepakket waarbij het verkopende bedrijf in het buitenland gevestigd is. Deze en nog veel meer stromen worden tot de digitaal geleverde diensten gerekend, een steeds belangrijker onderdeel van de economie. In de rest van de paragraaf gaan we in op die digitaal geleverde diensten.

In 2022 bedroeg de totale Nederlandse dienstenimport 254 miljard euro en de export was 282 miljard euro (CBS, 2023). Aan de hand van de definitie en methode zoals besproken in paragraaf 2.2, kunnen we de digitaal geleverde handel bepalen. We komen dan uit op 164 miljard euro aan import van digitaal geleverde diensten, en 162 miljard euro export van digitale diensten. In 2022 was dat respectievelijk 64 en 58 procent van de totale dienstenimport en -export, zie figuur 2.3.5. Het aandeel lag in 2022 wat lager dan de voorgaande jaren, wat te maken heeft met het toenemende belang van andere diensten (zoals de toename van de reisdiensten na de coronapandemie). Nederland heeft een relatief hoog aandeel digitale diensten in de totale handel, wanneer vergeleken met andere EU-landen (Eurostat, 2023b). Dat geldt zowel voor de import als voor de export.

2.3.5 Digitaal geleverde diensten binnen de totale Nederlandse dienstenhandel (%)
Stroom Jaar Aandeel digitaal
Import 2014, Import 66,0
Import 2015, Import 71,4
Import 2016, Import 66,7
Import 2017, Import 66,9
Import 2018, Import 64,8
Import 2019, Import 66,1
Import 2020, Import 69,7
Import 2021, Import 68,5
Import 2022, Import 64,4
Import , Import .
Export 2014, Export 55,7
Export 2015, Export 58,0
Export 2016, Export 57,2
Export 2017, Export 58,8
Export 2018, Export 58,1
Export 2019, Export 60,2
Export 2020, Export 64,4
Export 2021, Export 61,4
Export 2022, Export 57,5

In figuur 2.3.6 staat de verdeling van de digitaal geleverde diensten naar dienstensoort. De grootste digitale diensten zijn het gebruik van intellectueel eigendom, telecommunicatie- en ICT-diensten en overige zakelijke diensten. De overige zakelijke dienstverlening betrof vooral advertentiediensten, managementadviesdiensten, bemiddelingsdiensten, R&D (gebruikslicenties) en andere zakelijke diensten. Voor de telecommunicatie-, informatie- en computerdiensten waren het vooral gebruikslicenties voor software en op maat gemaakte software en overige computerdiensten. Bij gebruik van intellectueel eigendom ging het voornamelijk om reproductie- en gebruikslicenties voor franchises en handelsmerken.

2.3.6 Export en import van digitale diensten naar dienstensoort, 2022 (%)
digitaal Verzekeringsdiensten Financiële diensten Gebruik van intellectueel eigendom Telecommunicatie-, computer- en informatiediensten Andere zakelijke diensten Persoonlijke en culturele diensten
Digitale export 1,6 12,0 38,4 31,7 64,6 1,5
Digitale import 0,9 14,5 35,1 21,2 71,4 1,9

2.4De bedrijven achter de Nederlandse grensoverschrijdende digitale handel

In deze paragraaf gaan we in op de bedrijven achter de digitaal bestelde handel, en hoe deze verschillen ten opzichte van de bedrijven zonder (grensoverschrijdende) e-sales. Verderop in de paragraaf zoeken we dat vervolgens ook uit voor de bedrijven die digitaal leverbare diensten exporteren.

Bedrijven met grensoverschrijdende e‍-‍sales zijn meer afhankelijk van het buitenland

E-commerce als verkoopkanaal blijkt positief samen te hangen met internationale handel (Tscheke & Lesher, 2019). Ook uit onze data blijkt dat bedrijven met grensoverschrijdende e-sales een groter aandeel van de omzet aan de export kunnen toeschrijven. De groep bedrijven met relatief veel grensoverschrijdende online verkopen (minimaal 50 procent van e-commerce omzet bestaat uit grensoverschrijdende e-sales) heeft namelijk het hoogste aandeel export in de totale omzet (gemiddeld 43 procent), vergeleken met bedrijven zonder e-sales (28 procent export in de omzet), bedrijven met alleen binnenlandse e-sales (16 procent) en bedrijven met minder dan 50 procent grensoverschrijdende e-sales in de totale e-sales (26 procent).

Zelfstandig mkb minder vaak export via e‍-‍commerce, maar wel grotere groei

Digitale handel kan vooral voor het zelfstandig mkb een belangrijk verkoopkanaal zijn. Waar het voorheen te duur of te ingewikkeld was voor veel zelfstandig mkb’ers om hun producten over de grens te verkopen, heeft digitalisering ervoor gezorgd dat de drempel om de internationale markt te betreden lager is geworden (Dethine et al., 2020). Dit blijkt ook uit de analyse van de bedrijven in Nederland. In 2021 had 49 procent van het zelfstandig mkb met e-sales, ook grensoverschrijdende verkopen via het e-commerce kanaal. Dat is een groei van 12 procentpunt ten opzichte van 2012. Wel blijkt dat dit aandeel binnen het grootbedrijf met 63 procent fors hoger ligt. Echter, tussen 2012 en 2021 was de groei in het aandeel bedrijven met grensoverschrijdende e-sales met 10 procentpunt kleiner bij het grootbedrijf dan bij het zelfstandig mkb.

Het grootbedrijf en het zelfstandig mkb hebben daarnaast vergelijkbare aandelen grensoverschrijdende e-sales in de totale omzet met respectievelijk 5,7 en 4,5 procent. Beide typen bedrijven zijn dus in vergelijkbare mate afhankelijk van online verkopen aan buitenlandse klanten voor hun omzet.

Weinig verschil in leeftijd of omvang bedrijven met grensoverschrijdende e‍-‍sales

Delen we de bedrijven in naar bedrijfsomvang op basis van het aantal werkzame personen, dan zijn er geen noemenswaardige verschillen te duiden. Of een bedrijf nu 10 of 1 000 werknemers heeft, ze zetten in vergelijkbare mate in op export door middel van e-sales: tussen de 50 en 60 procent van alle bedrijven met e-commerce verkopen. Hoe oud een bedrijf is, lijkt ook niet samen te hangen met grensoverschrijdende e-commerce als verkoopkanaal. Voor de meeste leeftijdsklassen lag het aandeel bedrijven met grensoverschrijdende e-sales rond de 50 procent in 2021.

Kijken we naar het aandeel grensoverschrijdende e-sales in de totale omzet, dan blijkt dat aandeel op te lopen met het aantal werkzame personen. Bij de allergrootste bedrijven (500 werkzame personen of meer) wordt dat aandeel dan weer wat lager.

Multinationals met e‍-‍sales exporteren vaker via digitale kanalen

Multinationals en niet-multinationals zetten in vergelijkbare mate in op verkopen via e-sales: met 30 tot 35 procent (tabel 2.4.1) bedrijven met e-sales verkopen zijn de verschillen niet zo groot. Multinationalstatus lijkt wel een rol te spelen bij e-commerce als verkoopkanaal voor export. In de tweede kolom van tabel 2.4.1 zien we dat (Nederlandse en buitenlandse) multinationals in 2021 vaker online orders uit het buitenland ontvangen dan niet-multinationals. Het aandeel Nederlandse multinationals met grensoverschrijdende e-sales ligt met 67 procent net iets hoger dan dat van de buitenlandse multinationals. Mogelijk is het voor de multinationals makkelijker om de verkopen op het buitenland te richten door middel van vertaalde webshops of internationale betaalsystemen, of is deze groep bedrijven sowieso al eerder geneigd om de stap over de grens te zetten.

2.4.1Aandeel bedrijven met grensoverschrijdende e‍-‍sales binnen bedrijven met e‍-‍sales (binnenlands en buitenlands) naar multinationalstatus, 2021
Bedrijven met e‍-‍sales Bedrijven met grensoverschrijdende e‍-‍sales
Multinationalstatus %
Niet-multinational 30 47
Nederlandse multinational 35 67
Buitenlandse multinational 34 65

Meeste retailers met een webwinkel hebben digitale export

De opkomst van de mondiale e-commerce markt heeft ervoor gezorgd dat de manier waarop handel wordt gedreven, veranderd is. Steeds meer bedrijven zien (internationale) e-commerce als een uitbreiding op hun fysieke winkel, maar dit kan ook vice versa: online winkels starten bijvoorbeeld flagship stores op prominente plekken met de optie voor click and collect (Tscheke & Lesher, 2019). De veranderingen zijn vooral in de detailhandel te zien, de sector die zich richt op de verkoop van finale goederen aan consumenten. Hoe bedrijven in die sector goederen en diensten verkopen, kunnen we opdelen in een drietal typen. Een bedrijf kan een fysieke winkel hebben en van daaruit digitale bestellingen verwerken en versturen. Er zijn ook bedrijven die naast een fysieke winkel ook een webwinkel hebben in de vorm van een magazijn of aparte opslag van waaruit bestellingen verzonden worden. Het laatste type betreft de bedrijven die enkel een webwinkel hebben en geen fysieke winkel.

Uit de cijfers in tabel 2.4.2 blijkt dat bedrijven die een webwinkel hebben, vaker orders ontvangen vanuit het buitenland.noot5 Van de bedrijven die naast een fysieke winkel ook een webshop hebben, heeft 83 procent van de bedrijven met binnenlandse e-sales ook grensoverschrijdende online verkopen. Bij bedrijven met alleen een webshop, die zich dus volledig richten op de onlinemarkt, ligt dit aandeel nog iets hoger met bijna 89 procent. Bedrijven die alleen een fysieke winkel hebben, doen aanzienlijk minder aan grensoverschrijdende e-sales.

2.4.2Aandeel bedrijven met grensoverschrijdende e‍-‍sales binnen bedrijven met e‍-‍sales naar vestigingstype, 2021
Grensoverschrijdende e‍-‍commerse binnen de bedrijven met e‍-‍commerce
Vestigingstype %
Wel fysiek; wel web 83
Wel fysiek; geen web 34
Geen fysiek; wel web 89

Bedrijven met handel in digitaal geleverde diensten

Niet alle typen bedrijven blijken dus in dezelfde mate in te zetten op grensoverschrijdende e-sales, oftewel digitaal bestelde handel. Hoe zit dat met de digitale leverbare diensten? We gebruiken daarvoor de definitie van digitale import en export zoals besproken in paragraaf 2.2, waarbij we inzoomen op de export van digitaal leverbare diensten. De Mode of Supply (en daaruit volgende digitaal geleverde diensten) laten we dus buiten beschouwing omdat die op dienstensoortniveau bepaald is, en niet op bedrijfsniveau. We gaan de verschillen bekijken tussen de bedrijven die geen digitaal leverbare export hebben, en de bedrijven die dat volledig of deels hebben. In figuur 2.4.3 zien we de verdeling van de categorieën over de steekproefpopulatie van bedrijven met dienstenhandel. Iets meer dan de helft van de bedrijven met dienstenhandel, exporteert ook digitaal leverbare diensten. Die kunnen we nog verder uitsplitsen; zo’n 43 procent van de bedrijven exporteert alleen maar digitaal leverbare diensten, 10 procent exporteert ook niet-digitaal leverbare diensten.

2.4.3 Verdeling bedrijven met dienstenhandel naar aandeel digitale export, 2021
Aantal bedrijven
Geen 2327
Deels 516
Volledig 2137

Zelfstandig mkb heeft minder vaak export van digitale diensten

Net zoals bij de grensoverschrijdende e-sales, houdt het zelfstandig mkb zich in mindere mate bezig met export van digitaal leverbare diensten dan het grootbedrijf (inclusief dochters van buitenlandse multinationals). Van de zelfstandig mkb-bedrijven in de steekproef van bedrijven met internationale dienstenhandel heeft zo’n 40 procent digitale dienstenexport; bij het grootbedrijf is dat al zo’n 61 procent. Dit verschil werd ook gevonden bij onderzoek naar digitale diensten met Canadese data (Wyman et al., 2023).

Dit beeld wordt nog eens bevestigd wanneer we bedrijven verder uitsplitsen naar omvang op basis van werkzame personen. We zien in figuur 2.4.4 namelijk dat bedrijfsomvang en digitale dienstenexport positief samen lijken te hangen: binnen de hoogste grootteklassen (meeste werkzame personen) is het aandeel bedrijven met export van digitaal leverbare diensten het hoogst.

2.4.4 Bedrijven met digitale dienstenexport naar bedrijfsomvang, 2021 (%)
aantal werkzame personen Digitale export
10-19 werkzame personen 50,8
20-49 werkzame personen 51,8
50-99 werkzame personen 53,7
100-149 werkzame personen 50,2
150-199 werkzame personen 54,7
200-249 werkzame personen 58
250-499 werkzame personen 58,5
500-999 werkzame personen 61,2
1000-1999 werkzame personen 64,3
2000 en meer werkzame personen 62,6

Wanneer we de bedrijven onderscheiden naar multinationalstatus zien we ook grote verschillen. Van de niet-multinationals in de steekproef (zelfstandig mkb en Nederlands grootbedrijf) heeft 34 procent export van digitaal leverbare diensten; bij Nederlandse multinationals is dat een kleine meerderheid met 52 procent. Van de buitenlandse multinationals heeft bijna 64 procent export van digitaal leverbare diensten, een verschil in zeggenschap dat we niet terugzagen bij de online bestelde verkopen in tabel 2.4.1. Ook uit Canadees onderzoek bleek dat niet-multinationals de laagste digitale intensiteit hadden in hun export. Echter hadden Canadese multinationals een hoger aandeel digitale export dan buitenlandse multinationals in Canada (Statistics Canada, 2020). Factoren waarvoor we nu niet controleren – zoals sector – kunnen een deel van de hier geobserveerde verschillen verklaren.

Jonge bedrijven vaker export van digitaal leverbare diensten

We zien in figuur 2.4.5 dat hoe jonger de bedrijven in de steekproef zijn, hoe hoger het aandeel bedrijven met digitale export is. Bij de bedrijven van 3 jaar of jonger is dat aandeel namelijk ruim 60 procent, bij de bedrijven die 10 jaar of langer bestaan zo’n 52 procent. Mogelijk is het zo dat jonge bedrijven vaker in sectoren zitten die digitaal leverbare diensten produceren, terwijl er in sectoren die niet-digitale diensten produceren (ook) vaker oudere bedrijven zitten.

2.4.5 Bedrijven met digitale export naar leeftijd, 2021 (%)
Aandeel digitale export
3 jaar en jonger 60,2
3-5 jaar 55,6
5-10 jaar 55,8
10 jaar en ouder 52,1

Hogere export als aandeel van omzet voor bedrijven met digitale export

Bij de digitaal bestelde handel (e-sales) en uit de literatuur weten we dat bedrijven met digitale handel meer inzetten op grensoverschrijdende handel. Dat zien we ook terug bij digitaal leverbare diensten: uit tabel 2.4.6 blijkt dat als een bedrijf digitale diensten exporteert, dit samengaat met een hogere (mediane of gemiddelde) export als aandeel van de omzet. De groep bedrijven die alleen maar digitaal leverbare diensten exporteert, heeft een fors hoger aandeel export in de totale export. Exporteurs van digitale diensten lijken daarmee relatief meer afhankelijk van de export dan andere dienstenexporteurs.

2.4.6Aandeel export in de omzet per categorie digitale intensiteit van de export, 2021
Gemiddeld aandeel export in de omzet Mediane aandeel export in de omzet
%
Digitaal leverbare export in de totale export
Geen 24 5
Deels 20 6
Volledig 35 23

2.5Geografische dimensie van digitale handel

Bedrijven met e‍-‍sales over de grens exporteren gemiddeld naar meer bestemmingen

De verwachtingen die Lesher en Tscheke (2019) met OESO-data onderbouwen, lijken op basis van beschrijvende analyses ook voor Nederland te gelden: hoe meer digitale export, hoe meer exportbestemmingen. In 2021 exporteerden bedrijven waarvan minimaal de helft van de e-commerce omzet uit verkopen aan het buitenland betrof gemiddeld naar 26 landen (15 EU-landen en 11 niet-EU-landen). De exporterende bedrijven zonder (grensoverschrijdende) e-sales exporteerden naar gemiddeld 18 landen (8 EU-landen en 10 niet-EU-landen).

De belangrijkste bestemmingslanden voor bedrijven met grensoverschrijdende e-commerce verkopen in 2021, zijn te zien in figuur 2.5.1. Het aandeel export uit digitaal bestelde goederen was het grootst bij de buurlanden: circa 33 procent van de exportwaarde uit digitale bestellingen ging naar Duitsland, gevolgd door België (18 procent) en Frankrijk (11 procent). Niet Duitsland, maar België is het land waar de meeste bedrijven naar exporteren: 84 procent van de bedrijven met grensoverschrijdende e-commerce verkopen exporteerde naar onze zuiderburen. Dat is 8 procentpunt meer dan naar Duitsland. Het grotere belang van België als bestemming komt wellicht door het ontbreken van taalbarrières bij online verkopen aan Vlaanderen waardoor de drempel voor export naar België net wat lager ligt dan bij export naar Duitsland.

2.5.1 Top 10 exportbestemmingen van bedrijven met grensoverschrijdende e-commerce, 2021 (%)
land Aandeel exportwaarde Aandeel bedrijven
Duitsland 33,0 75,9
België 17,8 84,4
Frankrijk 10,6 61,8
Verenigd Koninkrijk 7,6 48,3
Italië 4,7 50,9
Spanje 3,7 52,4
Verenigde Staten 3,6 28,6
Polen 3,4 47,7
Zweden 2,3 43
Oostenrijk 1,5 46,5

De top 3 van exportbestemmingen door bedrijven zonder e-sales is hetzelfde als die van bedrijven met grensoverschrijdende e-sales, zie figuur 2.5.2. Daarbuiten is de samenstelling van de belangrijkste exportlanden behoorlijk anders. Wat vooral opvalt is dat EU-landen beter vertegenwoordigd zijn bij bedrijven met online verkopen over de grens dan bij de bedrijven zonder grensoverschrijdende e-sales. Enerzijds kan dat mogelijk te maken hebben met een hoger aandeel consumentenartikelen in de online verkopen die over kleinere afstand verhandeld worden, terwijl de specialistische, op maat gemaakte goederen (van hoge waarde) zoals machines juist vaker naar verder weggelegen partners als Taiwan, China en de VS gaan en minder vaak digitaal besteld (kunnen) worden. Anderzijds kunnen we hieruit voorzichtig concluderen dat afstand nog steeds van belang is als het gaat om grensoverschrijdende e-commerce verkopen. Dit blijkt ook al uit het onderzoek van Kim et al. (2017), dat zegt dat de online vraag afneemt wanneer de afstand groeit tussen producent en afnemer. Belemmeringen voor online bestellen zijn over het algemeen ook lager in Europese landen, wat hier ook een rol kan spelen. Zie daarvoor ook de cijfers over de digitale dienstenbelemmeringen aan het einde van deze paragraaf.

2.5.2 Top 10 exportbestemmingen van bedrijven zonder e-commerce, 2021 (%)
land Aandeel bedrijven Aandeel exportwaarde
Duitsland 29,6 73,6
België 17,4 76,3
Frankrijk 8,7 49,7
Verenigde Staten 6,5 30,2
Verenigd Koninkrijk 6,3 46,2
Taiwan 3,4 9,7
Italië 3,3 37,5
Zuid-Korea 3,1 11,5
China 3,1 18
Spanje 2,6 37,3

Amper groei e‍-‍sales naar combinatielanden

E-commerce biedt, als laagdrempelig verkoopkanaal, niet alleen kansen voor bedrijven die moeite hebben om de internationale markt te bereiken, maar ook voor landen die door allerlei belemmeringen (hogere kosten, geen concurrentie- of schaalvoordelen, minder technologische kennis) minder mogelijkheden hebben om internationaal te gaan handelen (López González & Sorescu, 2021). Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (2022) heeft een lijst met combinatielanden opgesteld voor wat betreft buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. In hoeverre is de handel met die landen digitaal?

Wanneer we de goederenexport door bedrijven met grensoverschrijdende e-commerce naar de combinatielanden bekijken (figuur 2.5.3; lichtblauwe lijn) zien we dat het aandeel van deze landen in de totale goederenexport sinds 2016 niet of nauwelijks toenam. De goederenexport naar de combinatielanden door bedrijven zonder enige vorm van e-sales evenals door bedrijven met e-sales alleen bestemd voor de Nederlandse markt nam daarentegen wel toe vanaf 2016. Ook naar aantallen bedrijven gemeten, worden de combinatielanden niet vaker bereikt door bedrijven met grensoverschrijdende e-commerce verkopen dan de andere twee typen bedrijven: e-commerce als verkoopkanaal lijkt dus niet van belang te zijn voor de goederenexport naar deze landen.

Daar kunnen verschillende verklaringen voor zijn die we hier niet onderzoeken. Wat we echter eerder al zagen is dat e-commerce verkopen met name naar landen dichtbij geëxporteerd worden, terwijl de combinatielanden allemaal buiten Europa liggen. Dat bedrijven uit ontwikkelingslanden beter de internationale markt op kunnen door middel van e-commerce, werkt bovendien mogelijk beter voor import dan voor export. In onze data zien we niet dat de digitale export naar ontwikkelingslanden toeneemt. Mogelijk zijn we voor de export van ontwikkelingslanden wel beter bereikbaar via digitale kanalen, maar dat hebben we hier niet onderzocht.

2.5.3 Handelswaarde combinatielanden in totale goederenexport, per type bedrijf (%)
jaar Bedrijven met (ook) grensoverschrijdende e-sales Bedrijven met binnenlandse e-sales Bedrijven zonder e-sales
2013 0,3 0,3 0,7
2014 0,3 0,3 0,7
2015 0,3 0,1 0,8
2016 0,5 0,1 0,5
2017 0,7 0,2 0,6
2018 0,4 0,3 1,2
2020 0,4 0,5 1,3
2021 0,6 0,5 1,4

Digitale diensten gemiddeld naar meer bestemmingen

Digitalisering hangt doorgaans samen met grotere marktopenheid: meer producten worden naar meer markten geëxporteerd (González & Ferencz, 2018). Uit bestaand onderzoek weten we bovendien dat digitaal leverbare diensten relatief grotere markten bereiken en markten die verder weg liggen (OESO, 2022). In tegenstelling tot de e-commerce bestellingen uit voorgaande alinea’s, hebben digitale diensten weinig fysieke of schaalbeperkingen. Ze lenen zich dus in theorie beter voor export naar meer, en verder weggelegen bestemmingen dan traditionele internationale handel in diensten.

Dat blijkt op het eerste zicht ook uit beschrijvende analyses met de Nederlandse data: gemiddeld exporteren de bedrijven in de steekproef met dienstenhandel naar (afgerond) 5 bestemmingen. Voor de bedrijven met digitaal leverbare dienstenexport is dat 6, en voor de bedrijven zonder digitale export is dat 4. We houden hier echter geen rekening met andere verschillen tussen bedrijven die ook verklarend kunnen zijn voor het aantal exportbestemmingen, zoals sector, grootteklasse en multinationalstatus.

Kijken we echter naar de typen diensten in plaats van de bedrijven, dan is het beschrijvende beeld heel duidelijk: dienstensoorten die getypeerd zijn als digitaal leverbaar worden gemiddeld naar (veel) meer bestemmingen geëxporteerd dan niet-digitaal leverbare diensten. Hetzelfde geldt als we naar de mediaan van het aantal bestemmingen kijken.

Gemiddelde afstand naar bestemming groter bij digitale diensten

De zwaartekrachttheorie verklaart de internationale handel in de basis aan de hand van de economische omvang van bilaterale handelspartners en afstand tussen die twee landen. Economische omvang hangt daarbij positief samen met handel; fysieke afstand negatief (Tinbergen, 1962). Hoewel oorspronkelijk ontwikkeld voor de goederenhandel, blijkt het zwaartekrachtmodel ook voor dienstenhandel te gelden (Kimura & Lee, 2006; Nordås & Rouzet, 2017; Cremers & Jaarsma, 2020). De rol die afstand bij dienstenhandel speelt, heeft veel te maken met de Mode of Supply. Diensten die in fysieke aanwezigheid geleverd worden, kunnen beperkt worden door afstand. Bij digitaal leverbare diensten is afstand niet of nauwelijks een belemmering voor internationale handel. We verwachten dan ook dat digitaal leverbare diensten over grotere afstanden verhandeld worden dan niet-digitale diensten.

De belangrijkste bestemmingslanden van digitaal leverbare diensten zijn te zien in tabel 2.5.4. Daarbij valt op dat, in tegenstelling tot de digitaal bestelde handel, de digitaal leverbare handel wel samen lijkt te gaan met afstand naar bestemmings- of herkomstland. Hoe dichterbij het land, hoe lager namelijk de digitale intensiteit. Dat kunnen we verklaren door de typen diensten die vaker verhandeld worden met landen die in de buurt liggen, namelijk het reisverkeer en de transportdiensten. Dat zijn bij uitstek geen digitaal leverbare diensten. Verder weggelegen landen zoals de VS, het VK en Ierland ontvangen minder van zulke diensten, en de dienstenexport betreft dan ook voor een groter aandeel digitaal leverbare diensten.

Voor de Nederlandse dienstenhandel geldt bovendien dat de gemiddelde afstand hoger is bij de digitaal leverbare diensten dan bij de totale dienstenhandel. Bij de import is het verschil tussen die twee het grootst.

2.5.4Top 10 bestemmingslanden digitaal leverbare dienstenexport, 2021
Top 10 totaal Aandeel digitaal top 10 totaal Top 10 digitaal
%
Duitsland 46,8 Verenigde Staten
Verenigde Staten 76,6 Verenigd Koninkrijk
Verenigd Koninkrijk 67,2 Ierland
Ierland 90,0 Duitsland
Zwitserland 55,1 Zwitserland
België 50,8 Frankrijk
Frankrijk 60,3 België
Italië 58,0 Italië
Zweden 64,3 Zweden
Spanje 53,8 Luxemburg

Digitale diensten relatief belangrijk voor dienstenhandel met combinatielanden

De combinatielanden zijn samen goed voor respectievelijk 2,8 en 2,2 procent van de Nederlandse dienstenimport en -export in 2021. Ze zijn iets belangrijker voor de digitale dienstenhandel van Nederland: daarin vertegenwoordigen die landen samen 3,2 en 2,4 procent van de digitale import en export. Bovendien groeide het aandeel van de combinatielanden tussen 2014 en 2021 harder in de digitale ontvangen dienstenimport (van 2,0 procent in 2014 naar 3,2 procent in 2021) dan in de totale dienstenimport (2,2 procent naar 2,8 procent). Bij de export nam het aandeel van de combinatielanden in de digitale export juist af (van 3,0 procent in 2014 tot 2,4 procent in 2021).

In de dienstenexport ligt het aandeel digitale diensten zo’n 6 procentpunt hoger bij de combinatielanden dan bij de rest van de wereld; in de import is dat verschil zelfs 11 procentpunt. Digitale diensten blijken dus een belangrijk onderdeel van de Nederlandse dienstenhandel met die landen.

Digitale handel is mondiaal, maar regelgeving niet

Digitalisering biedt landen nieuwe kansen om van de handel te profiteren. De voordelen van digitalisering voor de handel – en van handel voor digitalisering – vereisen een regelgevingsklimaat dat grensoverschrijdende digitale transacties mogelijk maakt (UK Board of Trade, 2021). Aan de voordelen van de digitalisering dreigt echter afbreuk gedaan te worden door bestaande en opkomende handelsbarrières (Ferencz, 2019). Handelsliberalisering stelt binnenlandse bedrijven bloot aan internationale concurrentie, wat binnenlandse leveranciers ertoe aanzet efficiënter te worden. Daarnaast stimuleert het om te innoveren (Nordås & Rouzet, 2017). Met de digitale transformatie van de handel zijn niet-tarifaire maatregelen een essentieel instrument geworden om de ontwikkeling van de handel in digitale diensten te belemmeren (Chen & Gao, 2022). Terwijl sommige landen openstaan voor digitale dienstenhandel hebben andere landen gekozen voor een meer restrictief regelgevingsklimaat. In sommige gevallen is dit bedoeld om binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie te beschermen (UK Board of Trade, 2021).

De OESO Digital Services Trade Restrictiveness Index (DSTRI) is een nieuw instrument dat grensoverschrijdende belemmeringen identificeert, catalogiseert en kwantificeert die van invloed zijn op digitaal verhandelde diensten. De DSTRI heeft betrekking op handelsbeperkende en bepaalde handelsbevorderende maatregelen waarbij het ontbreken van regelgeving ook tot handelsverstoringen kan leiden. Handelsbevorderende maatregelen die onder de DSTRI vallen, omvatten de implementatie van internationale standaarden voor elektronische contracten, erkenning van elektronische authenticatiemethoden of de mogelijkheid om online belastingen te registreren en aan te geven.

Digital Services Trade Restrictiveness Index (DSTRI)

Met de Digital Services Trade Restrictiveness Index poogt de OESO de regelgevende obstakels voor digitale diensten te kwantificeren. Deze index richt zich op de regelgevende maatregelen die de openheid of restrictiviteit ten aanzien van digitaal verhandelde diensten beïnvloeden. De DSTRI bestaat uit twee componenten: (1) een regelgevingsdatabase die informatie verzamelt over regelgevende belemmeringen uit de openbaar beschikbare wet- en regelgeving van landen; en (2) samengestelde indices die de handelsbeperkingen van dit beleid meten. De indices hebben waarden tussen nul en één, waarbij nul duidt op een open regelgevingsomgeving voor digitale dienstenhandel en één op een volledig gesloten regime (Ferencz & Gonzales, 2019). De DSTRI-index is beschikbaar voor 85 landen voor de periode 2014–2022 en vormt een uitbreiding op de gewone STRI-index (voor eerder CBS-werk hierover zie o.a. Creemers & Rud, 2022).

De volgende vijf gebieden van regelgeving komen aan bod in de DSTRI: (1) infrastructuur en connectiviteit; (2) elektronische transacties; (3) betalingssystemen; (4) intellectuele eigendomsrechten; en (5) andere belemmeringen die de handel in digitaal ondersteunde diensten beïnvloeden. Op elk van deze gebieden werd het aantal specifieke regelgevende maatregelen geïdentificeerd (Ferencz, 2019; OESO, 2023b). Dit kan bijvoorbeeld gaan om:

  • Grensoverschrijdende overdracht van persoonlijke gegevens dat mogelijk is naar landen met substantieel vergelijkbare wetgeving inzake privacybescherming;
  • Wet- of regelgeving dat voorziet in een elektronische handtekening met dezelfde rechtsgeldigheid als een handgeschreven handtekening;
  • Discriminerende toegang tot betalingsafwikkelingsmethoden;
  • Beperkingen op online adverteren.

De barrières die in deze gebieden worden geïdentificeerd, krijgen een score van één als ze bestaan en van nul als ze niet bestaan. De berekening op basis van de scores en de input van deskundigen maakt het mogelijk de algemene openheid/restrictiviteit van het specifieke nationale regelgevingskader voor digitale diensten per land te beoordelen (Slok-Wodkowska & Mazur, 2021).

Canada heeft geen beperkingen voor digitaal verhandelde diensten

Figuur 2.5.5 toont hoe de DSTRI-index varieert over 85 landen in 2022. Canada is het meest open land als het gaat om digitaal verhandelde diensten: de DSTRI viel in 2017 terug naar nul en bleef sindsdien stabiel. Ook Nederland, Duitsland, België en Frankrijk behoren tot de relatief meer open landen voor grensoverschrijdende digitale diensten.

Deze figuur toont hoe de Digital Services Restrictiveness Index varieert over 85 landen in 2022: Canada heeft geen beperkingen voor digitaal verhandelde diensten, terwijl Cambodja, Saoedi-Arabië, Rusland en Kazachstan veel belemmeringen voor digitale dienstenhandel hebben. B r on: OESO (2023b) 2.5.5 Digital Services Trade Restrictiveness Index per land, 2022 Onbekend Minder dan 0,1 0,1 tot 0,2 0,2 tot 0,3 0,3 tot 0,4 0,4 of meer

Aantal handelsbeperkende maatregelen bij top 10 exportpartners niet afgenomen tussen 2014 en 2022

Van de tien belangrijkste exportpartners in digitale diensten voor Nederland, zijn er zes restrictiever geworden in de periode 2014–2022, zie tabel 2.5.6. Voor de overige vier landen is de mate van restrictiviteit niet veranderd. Dat betekent dus dat voor geen enkele exportpartner uit de top 10 het aantal handelsbeperkende maatregelen tussen 2014 en 2022 is afgenomen. Het gevolg van de toename is dat bedrijven te maken hebben met een groot aantal belemmeringen voor de digitale handel en grensoverschrijdende elektronische transacties. Toch neemt de Nederlandse digitale dienstenhandel naar deze partners toe, wat erop lijkt te duiden dat Nederlandse bedrijven de belemmeringen voor lief nemen.

2.5.6Ontwikkeling digital STRI voor Nederland en top 10 partners digitale export
Land Ranking exportpartner NL Ranking DSTRI DSTRI 2014 DSTRI 2022 Δ DSTRI 2022 t.o.v. 2014
VS 1 8 0,060950 0,060950 0
VK 2 7 0,060950 0,060950 0
Ierland 3 37 0,121900 0,143867 -
Duitsland 4 26 0,121900 0,122617 -
Zwitserland 5 6 0,060950 0,060950 0
Frankrijk 6 29 0,101332 0,123300 -
België 7 40 0,140348 0,162316 -
Luxemburg 8 15 0,060950 0,082918 -
Zweden 9 24 0,121900 0,121900 0
Italië 10 31 0,104168 0,126136 -
Nederland 21 0,082200 0,104168 -

Bron:CBS, OESO (2023b)

Wereldwijd zien we dezelfde trend terug: de gemiddelde DSTRI-score in de wereld is gestegen, van 0,182 in 2014 naar 0,201 in 2022. Dit suggereert dat de regelgeving voor de digitale dienstenhandel strenger is geworden. Er zijn wereldwijd dan ook steeds meer initiatieven om digitale toepassingen zoals artificiële intelligentie, online betalingen en blockchaintechnologie te reguleren om grip te houden op onder andere privacy, concurrentiekracht, desinformatie en bepalende algoritmes.

4 op de 10 digital STRI-belemmeringen in Nederland hebben betrekking op elektronische transacties

Handelsbelemmeringen op het gebied van elektronische transacties zijn in 2022 verantwoordelijk voor 41 procent van alle beperkingen, zie figuur 2.5.7. Daarnaast waren handelsbelemmeringen op het gebied van infrastructuur en connectiviteit verantwoordelijk voor 38 procent van alle belemmeringen. Hierbij kan gedacht worden aan beperkingen op grensoverschrijdende datastromen en datalokalisatievereisten (Ferencz, 2019).

Andere belemmeringen die de handel in digitaal ondersteunde diensten beïnvloeden zijn verantwoordelijk voor de stijging van de totale Nederlandse DSTRI tussen 2014 en 2022. Denk hieraan aan het verplichte gebruik van lokale software en encryptie of verplichte technologieoverdrachten, beperkingen op downloaden en streamen, beperkingen op online adverteren, commerciële of lokale aanwezigheidsvereisten (Ferencz, 2019).

2.5.7 Digital STRI voor Nederland in detail
Jaar Infrastructuur en connectiviteit Elektronische transacties Betalingssystemen Intellectuele eigendomsrechten Andere belemmeringen die de handel
in digitaal ondersteunde diensten beïnvloeden
2014 0,03969935 0,042500854 0 0 0
2015 0,03969935 0,042500854 0 0 0
2016 0,03969935 0,042500854 0 0 0
2017 0,03969935 0,042500854 0 0 0
2018 0,03969935 0,042500854 0 0 0,021967886
2019 0,03969935 0,042500854 0 0 0,021967886
2020 0,03969935 0,042500854 0 0 0,021967886
2021 0,03969935 0,042500854 0 0 0,021967886
2022 0,03969935 0,042500854 0 0 0,021967886
Bron: OESO (2023b)

2.6Samenvatting en conclusie

Digitalisering wordt steeds belangrijker, niet alleen voor de manier waarop bedrijven produceren en wat ze produceren, maar ook hoe ze hun goederen en diensten verkopen. Hiermee verandert de internationale handel: het wordt eenvoudiger om de internationale markt te betreden, en de samenstelling van de goederen en diensten verandert mee. We hadden echter nog geen zicht op de digitale handel, die we tot dusver nog niet konden filteren uit de totale internationale handel. Internationaal zijn er verschillende initiatieven om digitale handel in kaart te brengen, waarbij we in dit hoofdstuk aansluiten. In deze publicatie hanteren we de definitie van digitale handel van IMF et al. (2023). Ze definiëren digitale handel als de digitaal bestelde handel (grensoverschrijdende e-commerce) en de digitaal geleverde handel (digitale diensten), die niet optelbaar of vergelijkbaar zijn.

14 procent van de Nederlandse export van goederen en diensten werd digitaal besteld

Bedrijven gebruiken het e-commerce verkoopkanaal (verkopen via website, app of via EDI) om klanten in eigen land te bereiken, maar gaan er ook mee over de grens. Bijna een derde van de bedrijven in Nederland had in 2021 e-sales verkopen aan consumenten en/of bedrijven; ongeveer de helft daarvan heeft ook e-commerce verkopen aan klanten in het buitenland. Dat komt neer op ongeveer een achtste van de bedrijven in Nederland. Samen exporteerden zij 76 miljard euro aan digitaal bestelde goederen en diensten in 2021. Dat is goed voor 14 procent van de totale Nederlandse export in dat jaar.

Kijken we naar de bedrijven met grensoverschrijdende e-sales, dan valt op dat die bedrijven ook een hoog aandeel van de export aan de omzet kunnen toeschrijven: ze zijn meer afhankelijk van de export dan de bedrijven zonder e-sales. Het zelfstandig mkb gebruikt e-sales in mindere mate als verkoopkanaal dan het grootbedrijf, maar de groei in het aantal bedrijven met grensoverschrijdende e-sales neemt wel harder toe bij het zelfstandig mkb. Er is weinig verschil in leeftijd of bedrijfsomvang voor wat betreft de keuze om online over de grens te gaan verkopen. De multinationals met e-sales exporteren wel vaker grensoverschrijdend via de online kanalen dan niet-multinationals, terwijl er weinig verschil is wanneer we kijken naar binnenlandse e-sales.

Ten slotte exporteren de bedrijven met internationale e-sales gemiddeld naar meer bestemmingen, en zijn de EU-landen beter vertegenwoordigd in de belangrijkste exportbestemmingen van de bedrijven met grensoverschrijdende e-sales dan de bedrijven met enkel niet-digitale export.

58 procent van Nederlandse dienstenexport werd digitaal geleverd

De digitaal geleverde diensten maken een steeds groter deel uit van de Nederlandse dienstenhandel, en kwamen in 2022 neer op 164 miljard euro aan importwaarde en 162 miljard euro aan exportwaarde (respectievelijk 64 en 58 procent van de totale import en export).

Ruim de helft van de bedrijven met dienstenhandel had (ook) digitale dienstenexport in 2021. Van de bedrijven die digitale diensten exporteren, voert 43 procent alleen maar digitaal leverbare diensten uit, 10 procent van de bedrijven exporteert daarnaast ook niet-digitaal leverbare diensten. Net zoals bij de digitaal bestelde handel, heeft het zelfstandig mkb een kleiner aandeel digitaal geleverde export dan het grootbedrijf. Tevens hebben de multinationals vaker export van digitale diensten dan niet-multinationals. Ten slotte zien we dat het aandeel bedrijven met export van digitale diensten hoger is naarmate het bedrijf groter wordt, en naarmate het bedrijf jonger wordt. Net als bij de bedrijven met grensoverschrijdende e-sales, blijken ook de exporteurs van digitale diensten relatief meer afhankelijk van de export dan de andere dienstenexporteurs.

Ook het aantal bestemmingen, het aantal verschillende dienstensoorten en de afstand naar bestemmingen lijkt op basis van beschrijvende analyses positief samen te hangen met export van digitale diensten. Dat kunnen we mogelijk verklaren doordat digitale diensten eenvoudiger op te schalen zijn en bij levering niet beperkt worden door afstand.

Digitale handel wordt echter belemmerd door regelgeving die niet wereldwijd geharmoniseerd is. Nederland behoort, net als belangrijke handelspartners Duitsland, België en Frankrijk, tot de landen die het meest open zijn voor grensoverschrijdende digitale diensten. De regelgeving omtrent digitale diensten neemt over het algemeen toe de laatste jaren, of blijft stabiel.

Dit hoofdstuk geeft een eerste overzicht van de Nederlandse digitale handel, waarbij we ingezoomd hebben op bepaalde aspecten zoals de omvang van de handel, de bedrijven achter de digitale handel en de geografische dimensie. In de toekomst kan dit werk gebruikt worden om op voort te bouwen om bijvoorbeeld verbanden te zoeken tussen digitalisering en internationale handel.

2.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

CBS (2023). Internationale handel; invoer en uitvoer van diensten naar land, kwartaal. [Dataset]. Geraadpleegd op 9 oktober 2023.

Chen, Y., & Gao, Y. (2022). Comparative analysis of digital trade development strategies and governance approaches. Journal of Digital Economy, 1(3), 227–238.

Cremers, D., & Jaarsma, M. (2020). Dienstenhandel en zwaartekracht; anders dan goederenhandel? In S. Creemers & M. Jaarsma (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2020, derde kwartaal: Internationale handel in diensten en R&D. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Creemers, S., & Rud, I. (2022). Potentiële belemmeringen voor dienstenhandel. In D. Herbers & J. Rooyakkers (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2022 2e editie: Belemmeringen dienstenhandel. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Dethine, B., Enjolras, M., & Monticolo, D. (2020). Digitalization and SMEs’ Export Management: Impacts on Resources and Capabilities. Technology Innovation Management Review, 10(4), 18–34.

Eurostat (2023a). E-commerce sales of enterprises by size class of enterprise. [Dataset]. Geraadpleegd op 9 oktober 2023.

Eurostat (2023b). International trade in services (since 2010) (BPM6). [Dataset]. Geraadpleegd op 9 oktober 2023.

Ferencz, J. (2019). The OECD Digital Services Trade Restrictiveness Index. OECD Trade Policy Papers No. 221.

Ferencz, J., & Gonzales, F. (2019). Barriers to trade in digitally enabled services in the G20. OECD Trade Policy Papers, No. 232. OECD Publishing.

González, J. L., & Ferencz, J. (2018). Digital Trade and Market Openness. OECD Trade Policy Papers, No. 217. OECD Publishing.

González, J. L., & Sorescu, S. (2021). Seizing opportunities for digital trade. In OECD (Reds.), Development Co-operation Report 2021: Shaping a Just Digital Transformation. OECD Publishing.

Hooijmaaijers, S., Kuijpers, N. & Vuik, J. (2021). Supply-Use tables for the digital economy. Centraal Bureau voor de Statistiek.

IMF, OESO, UNCTAD & WTO (2023). Handbook on measuring digital trade (2nd edition). World Trade Organization.

Kim, T. Y., Dekker, R., & Heij, C. (2017). Cross-Border Electronic Commerce: distance effects and express delivery in European Union markets. International Journal of Electronic Commerce, 21(2), 184–218.

Kimura, F., & Lee, H. (2006). The Gravity Equation in International Trade in Services. Review of World Economics, 142, 92–121.

Kleingeld, R. (2022). ICT-gebruik bij bedrijven. In R. de Heij & D. Pronk (Reds.), ICT, kennis en economie 2022. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Ministerie van Buitenlandse Zaken (2022). Doen waar Nederland goed in is. Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Beleidsnotitie 2022.

Nordås, H. K., & Rouzet, D. (2017). The Impact of Services Trade Restrictiveness on Trade Flows. The World Economy, 40(6), 1155–1183.

OESO (2022). Digital Trade Review of Brazil. OECD Publishing.

OESO (2023a). Of bytes and trade: quantifying the impact of digitalization on trade. OECD Trade policy paper, No. 273. OECD publishing.

OESO (2023b). Digital Services Trade Restrictiveness Index. [Dataset]. Geraadpleegd op 13 april 2023.

Slok-Wodkowska, M., & Mazur, J. (2021). The EU’s regional trade agreements: How the EU addresses challenges related to digital transformation. International Journal of Management and Economics, 57(2), 105–120.

Statistics Canada (2020). Canada’s services exports through the lens of digital trade. Statistics Canada.

Statistics Canada (2022). Digital technology and internet use, 2021. Statistics Canada. Geraadpleegd op 9 oktober 2023.

Statistics Netherlands (2019). Dutch approach of measuring modes of supply (MoS) in ITSS. Statistics Netherlands.

Tinbergen, J. (1962). Shaping the World Economy: Suggestions for an International Economic Policy. The Twentieth Century Fund.

Tscheke, J., & Lesher, M. (2019). Unpacking e-commerce: The rise of new business models. Centre for Economic Policy Research. Geraadpleegd op 20 oktober 2023.

UK Board of Trade (2021). Digital trade. A Board of Trade Report, November 2021.

UNCTAD (2023). Measuring the value of E-commerce. United Nations Conference on Trade and Development.

Wyman, D., Aston, J., Rodrigues, E., & Uhrbach, M. (2023). Enterprise surveys and the measurement of digital trade in services in Canada. Statistics Canada.

Noten

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (2022) heeft een lijst met 14 combinatielanden opgesteld voor wat betreft buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Het gaat om Bangladesh, Colombia, Egypte, Ghana, India, Indonesië, Ivoorkust, Kenia, Marokko, Nigeria, Oekraïne, Senegal, Vietnam, Zuid-Afrika.

Dit betreft bedrijven met 10 werkzame personen of meer omdat deze informatie er niet is voor kleinere bedrijven. Uit de literatuur weten we dat e-commerce ook juist voor kleine bedrijven een belangrijke rol kan spelen om de internationale markt te betreden.

Een deel van de goederenhandel kan niet worden toegewezen aan individuele bedrijfseenheden in het Algemeen Bedrijvenregister (ABR). Het betreft hoofdzakelijk handel door buitenlandse bedrijven die een Nederlands btw-nummer hebben om hun internationale handel te rapporteren, maar die geen fysieke aanwezigheid in Nederland hebben in de vorm van bijvoorbeeld een fabriek. In 2021 vertegenwoordigde dit onbekende deel ruim 25 procent van de totale export.

De waarde van de digitaal bestelde handel schatten we als volgt: uit de ICT-enquête weten we per bedrijf hoeveel procent van de totale omzet behaald is met grensoverschrijdende e-sales. We berekenen daarmee het gemiddelde aandeel grensoverschrijdende e-sales in de omzet per sector en bedrijfsomvang voor de hele populatie. Door die omzetaandelen toe te passen op de totale omzet per sector en bedrijfsomvang, kunnen we de totale grensoverschrijdende e-sales per sector en grootteklasse bepalen, om vervolgens te sommeren om tot de totale grensoverschrijdende e-sales voor de populatie te komen.

We kunnen bedrijven in de detailhandel indelen op basis van de verschillende vestigingen die ze in Nederland hebben en de economische activiteit daarvan (aan de hand van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI)). Pure webwinkels hebben SBI 4791; detailhandelaren met een fysieke winkel die ook omzet uit internetverkopen hebben vallen onder SBI 47 (exclusief SBI 4773, 473 & 478); pure fysieke winkels hebben SBI 47 (exclusief SBI 4773, 479, 473 & 478).

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Dennis Dahlmans

Dio Limpens

Bart Loog

Michael Polder

Janneke Rooyakkers

Mark Vancauteren

Christiaan Visser

Redactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Marcel van den Berg

Deirdre Bosch

Marjolijn Jaarsma

Bart Klijs

Tim Peeters

Roos Smit

Fiona Smith

Eelco van Vliet

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau