Foto omschrijving: Vrouw aan het online shoppen

Digitalisering en internationalisering

Auteurs: Sarah Creemers, Janneke Rooyakkers

Digitalisering heeft een grote invloed op de wereldwijde handel. Bedrijven benutten digitale toepassingen zoals e‍-‍mail, geautomatiseerde processen, robotica en artificiële intelligentie om hun productieproces en bedrijfsvoering efficiënter te maken. E-commerce opent daarnaast de deur voor nieuwe markten en klanten, terwijl digitalisering ook leidt tot nieuwe digitale producten. In dit hoofdstuk definiëren we wat digitale handel is, hoe we het meten en over welke relevante cijfers het CBS beschikt. We vergelijken tevens de mate waarin Nederland gedigitaliseerd is in vergelijking met de rest van de Europese Unie.

1.1Inleiding

In de 21e eeuw heeft de wereld een ware metamorfose ondergaan, gedreven door een onstuitbare kracht: digitalisering. Deze digitale revolutie heeft de manier waarop we leven, werken en zakendoen radicaal veranderd, net zoals de industriële revolutie dat 200 jaar eerder deed. Denk bijvoorbeeld aan de wijze waarop we nieuwe contacten leggen en met elkaar communiceren, hoe we kennis tot ons nemen en informatie delen, hoe we aankopen doen en hoe we ons vermaken. Veel van dat alles gebeurt tegenwoordig online. WhatsApp, Instagram, Amazon, Google Maps, Netflix en Spotify zijn in de afgelopen jaren in vrijwel elk huishouden onderdeel geworden van het alledaagse vocabulaire.

De opmars van het internet heeft ook de wereldeconomie fundamenteel hervormd: de manier waarop we communiceren, consumeren en produceren (WTO, 2018). Door gebruik te maken van digitale toepassingen – van relatief standaard toepassingen zoals e-mail tot meer geavanceerde toepassingen als artificiële intelligentie (AI) en robotica – kunnen bedrijven hun productieproces efficiënter organiseren. Dat stelt hen in staat om innovatiever en productiever te worden, wat zorgt voor een betere concurrentiepositie (Añón Higón & Bonvin, 2023; IMF et al., 2023; Gal et al., 2019). Over het algemeen wordt aangenomen dat de inzet van ICT arbeidsbesparend kan zijn en daarmee dus nadelig voor de werkgelegenheid. Dat effect is echter niet eenduidig. Aan de andere kant wordt namelijk vaak verondersteld dat de inzet van de nieuwste technologieën ten goede komt aan de efficiëntie van het productieproces, waardoor bedrijven groeien en de werkgelegenheid juist weer toe kan nemen. Door efficiënter en productiever te produceren onder invloed van digitale toepassingen, kunnen bedrijven bovendien concurrerender worden op de internationale markt met mogelijk positieve gevolgen voor de export. De relatie tussen digitalisering en export, productiviteit en werkgelegenheid wordt verder onderzocht in hoofdstuk 3 van deze publicatie; in hoofdstuk 4 wordt onder andere ingegaan op de samenhang tussen robotisering en werkgelegenheid.

Digitalisering beïnvloedt niet alleen productieprocessen, maar ook de internationale handel voor wat betreft wat we verhandelen, hoe we handelen en wie handelt (WTO, 2018). Digitalisering heeft (1) de kosten van internationale handel verlaagd waardoor het voor bedrijven betaalbaarder is geworden om de mondiale markten te bereiken, (2) de coördinatie van mondiale waardeketens vergemakkelijkt, (3) ideeën en technologieën helpen verspreiden en (4) een groter aantal bedrijven en consumenten wereldwijd met elkaar verbonden (OESO, 2019a).

De opkomst van digitale bemiddelingsplatforms is daar illustratief voor. Deze platforms spelen een steeds belangrijkere rol bij het afstemmen van het aanbod op de vraag op internationale markten, en bij het faciliteren van economische transacties (IMF et al., 2023). De opkomst van online retail- en groothandelsplatforms heeft de toegang van bedrijven tot (internationale) markten vergemakkelijkt, waarbij ook consumenten profiteren van toegang tot een bredere selectie producten en meer maatwerk (Coreynen et al., 2017). Diensten die voorheen nabijheid tussen dienstverlener en consumenten vereisten, worden nu op afstand verhandeld.

Ondanks het groeiende belang van digitalisering in de internationale handel, is dit aspect lang onderbelicht gebleven in de statistieken. Hoewel internationale handelsstatistieken in principe digitale handel omvatten, vergroten digitale bestellingen en leveringen enkele van de meetproblemen die gepaard gaan met het registreren van internationale transacties. Traditioneel hebben handelsstatistieken namelijk een grote focus op de grote bedrijven, die het gros van de handel voor hun rekening nemen. Digitalisering zorgt er echter voor dat internationale handel steeds meer bij kleine bedrijven én huishoudens plaatsvindt. Maar kleine transacties van consumenten en kleine bedrijven komen niet altijd boven de drempelwaarde voor waarneming, of worden niet standaard uitgevraagd in enquêtes in het geval van consumenten. Daarnaast zorgt de betrokkenheid van digitale bemiddelingsplatforms zelf voor grotere meetproblemen: door een extra partij – het platform – toe te voegen aan de transactie, is niet altijd duidelijk of het internationale handel betreft en wat de omvang van de transactie en van de vergoeding voor de bemiddeling is (IMF et al., 2023). Voldoende aanleiding dus om de digitale handel verder onder de loep te nemen.

Leeswijzer

Dit hoofdstuk start in paragraaf 1.2 met het definiëren en contextualiseren van digitale handel. Wat is digitale handel en wie zijn de actoren die betrokken zijn bij digitale handel? In paragraaf 1.3 introduceren we de al bij het CBS beschikbare cijfers over digitale handel. Zo komt onder meer de ICT-enquête, de internetomzet van de detailhandel en de platformenquête aan bod. Hoe de mate van digitalisering van de Nederlandse economie zich verhoudt tot die van andere EU-landen, wordt uitgelicht in paragraaf 1.4. Hiervoor worden verschillende maatstaven voor digitalisering en internationale handel gebruikt, verzameld door Eurostat en UNCTAD. In paragraaf 1.5 geven we een beknopt overzicht van onderzoek naar digitale handel vanuit verschillende invalshoeken. Paragraaf 1.6 concludeert en vat het hoofdstuk samen.

16% van de verkopen via websites/apps bestemd voor klanten buiten Nederland in 2021
2x meer export van digitaal leverbare diensten wereldwijd in 2022 t.o.v. 2010

1.2Wat is digitale handel en wie doet eraan?

Figuur 1.2.1 illustreert de verbanden tussen e-commerce en digitale handel. Deze twee begrippen overlappen deels, in de vorm van digitaal bestelde handel, oftewel grensoverschrijdende e-commerce. Deze figuur is gebaseerd op het conceptuele raamwerk zoals dat gepresenteerd is in het gezamenlijke handboek van het IMF, de OESO, de WTO en de UNCTAD (IMF et al., 2023). Het vormt tevens het uitgangspunt voor dit hoofdstuk – en de hele publicatie – wanneer we het hebben over digitale handel.

Onder e-commerce vallen aan- of verkopen via internet bij bedrijven, ofwel rechtstreeks via de website van het bedrijf of via een bemiddelingsplatform, zoals Amazon of andere online toepassingen die specifiek ontworpen zijn voor het ontvangen of plaatsen van bestellingen. Het kunnen binnenlandse of buitenlandse orders zijn: binnenlandse e-commerce of grensoverschrijdende e-commerce. Digitale handel wordt in het handboek gedefinieerd als ‘alle handel die digitaal wordt besteld en/of digitaal wordt geleverd’. De statistische definitie van digitale handel is daarmee gebaseerd op de aard van de transactie, en niet op de kenmerken van het product/dienst dat wordt verhandeld of op de kenmerken van de betrokkenen bij de transactie (IMF et al., 2023). Op het onderscheid tussen digitaal bestelde en geleverde handel, zoomen we nu verder in.

Hier worden de verbanden tussen e-commerce en digitale handel weergegeven. E-commerce kan opgedeeld worden in binnenlandse e-commerce of grensoverschrijdende. Digitale handel bestaat uit digitaal bestelde handel en digitaal geleverde handel. D i g i t a al b e s t e ld e h a n d e l = g r e n s ov e r s chr i j d e n d e e- c o m m e r c e D i g i t a l e h a n d e l E- c o m m e r c e B i n n e n l a n d s e e- c o m m e r c e De internationale verkoop of aankoop van een goed of dienst, uitgevoerd via computernetwerken met behulp van methoden die specifiek zijn ontworpen voor het ontvangen of plaatsen van bestellingen Alle handel die digitaal wordt besteld en/of digitaal wordt geleverd De binnenlandse verkoop of aankoop van een goed of dienst, uitgevoerd via computernetwerken met methoden die specifiek zijn ontworpen voor het ontvangen of plaatsen van bestellingen De verkoop of aankoop van een goed of dienst, uitgevoerd via computernetwerken met methoden die specifiek zijn ontworpen voor het ontvangen of plaatsen van bestellingen D i g i t a al g e l e v e r d e h a n d e l Alle internationale handelstransacties die op afstand worden geleverd via computernetwerken Bron: IMF et al. (2023) 1.2.1 Digitale handel en e-commerce: fundamentele concepten en definities

Digitaal bestelde handel: definitie en voorbeelden

Digitaal bestelde handel is een synoniem voor grensoverschrijdende e-commerce: een goed of dienst wordt internationaal verhandeld via webshops, online bemiddelingsplatforms of andere online toepassingen die specifiek ontworpen zijn voor het ontvangen of plaatsen van bestellingen. Hiertoe behoort dus niet het plaatsen van een bestelling via e-mail of fax (IMF et al., 2023).

Enkele voorbeelden van digitaal bestelde goederen zijn:

  • Een bedrijf in Nederland koopt een onderdeel voor productie van een leverancier in een ander land via de EDI (electronic data interchange).noot1
  • Een consument koopt een kledingstuk via de website van een bedrijf uit het buitenland.
  • Een consument in Nederland bestelt een fiets bij een verkoper uit ons land via Amazon Marketplace. In dit geval worden alleen de bemiddelingskosten van internationale handel beschouwd als digitale internationale handel, en niet de waarde van de transactie. In dit voorbeeld wordt het Amerikaanse Amazon betaald, waarmee het import van diensten uit de VS betreft.

Enkele voorbeelden van digitaal bestelde diensten zijn:

  • Een bedrijf koopt transportdiensten van een leverancier in het buitenland via de EDI.
  • Een consument in Nederland koopt een hotelverblijf in het buitenland rechtstreeks via de website van een bedrijf in het buitenland.
  • Een consument in België huurt de woning van een consument in Nederland via het Amerikaanse Airbnb en betaalt daarvoor ook kosten voor de bemiddeling door Airbnb. Vanuit België bezien betreft het dus digitaal bestelde import uit Nederland (accommodatiediensten betaald aan de consument in Nederland) en uit de Verenigde Staten (bemiddelingsdiensten betaald aan Airbnb).

Digitaal geleverde handel: definitie en voorbeelden

Digitaal geleverde handel zijn alle internationale handelstransacties die op afstand worden geleverd via computernetwerken. Het concept van digitaal geleverde handel omvat per definitie alleen diensten (IMF et al., 2023).

Enkele voorbeelden van digitaal geleverde diensten zijn:

  • Een bedrijf koopt gestandaardiseerde computerdiensten rechtstreeks van de website van een leverancier gevestigd in het buitenland.
  • Een consument koopt een verzekeringspolis rechtstreeks op de website van een buitenlandse verzekeraar.
  • Een consument bestelt een breipatroon bij een consument woonachtig in een ander land via Etsy.
  • Een consument in Nederland bekijkt een film via een buitenlands streaming platform zoals HBO.
  • Een bedrijf in Nederland is geabonneerd op een muziekstreamingdienst uit het buitenland.

Volgens deze definities kunnen goederen alleen digitaal worden besteld – grensoverschrijdende e-commerce – terwijl diensten digitaal kunnen worden besteld, digitaal geleverd, of zowel digitaal besteld als digitaal geleverd (IMF et al., 2023).

Wie zijn de actoren die betrokken zijn bij digitale handel?

Zowel personen, bedrijven als organisaties kunnen zich bezighouden met digitale handel. Bedrijven verzorgen het merendeel van de internationale handel. Ze produceren en verkopen producten. Digitale handel biedt bedrijven efficiënte manieren om meer (internationale) klanten te bereiken en inputs te kopen tegen de beste prijs-kwaliteitverhouding. Technologische veranderingen hebben ook consumenten meer mogelijkheden geboden om goederen en diensten van buitenlandse leveranciers te kopen. Ook is hun rol als leverancier via digitale bemiddelingsplatforms toegenomen. Tot slot kunnen ook overheden en non-profit instellingen digitaal bestellen en leveren (IMF et al., 2023).

1.3Digitalisering in Nederland: wat weten we al?

Het CBS verzamelt verschillende data die te maken hebben met digitalisering en/of met internationale handel. In een inventarisatie uit 2021 (Polder & Rooyakkers, 2021) zijn de mogelijke statistieken en bronnen over digitalisering en internationale handel al eens op een rij gezet. Echter, veel van de daarin genoemde bronnen zijn (nog) niet bruikbaar voor analysedoeleinden. Ze zijn bijvoorbeeld nog niet beschikbaar of compleet. Daarom laten we in deze paragraaf alleen zien welke cijfers momenteel al beschikbaar zijn.

De twee belangrijkste vragenlijsten die het CBS uitzet over digitalisering betreffen de ICT-enquête bij huishoudens en personen en de ICT-enquête bij bedrijven (CBS 2023a; 2023b; 2023c). De resultaten van deze enquêtes geven een overzicht van het gebruik van ICT-middelen door huishoudens en bedrijven in brede zin: in hoeverre doen consumenten hun aankopen over het internet, en wat kopen ze dan online? Hoe is de toegang tot het internet bij Nederlanders en waarvoor gebruiken ze het internet? En in het geval van bedrijven, in welke mate gebruiken bedrijven ICT-toepassingen, robotica of AI in hun bedrijfsvoering; hoeveel ICT-specialisten hebben ze in dienst en in hoeverre gebruiken ze e-commerce bij hun verkopen? Deze en meer vragen kunnen we aan de hand van die ICT-enquêtes beantwoorden. De vergelijking van deze statistieken in Europees perspectief komt in paragraaf 1.4 aan bod.

97% van Nederlanders vanaf 12 jaar had in 2022 toegang tot internet

Hoe digitaal zijn de Nederlandse huishoudens?

Figuur 1.3.1 laat zien dat inwoners van Nederland (hier ook: Nederlanders) digitaal zeer actief zijn: bijna 97 procent van de inwoners van ons land van 12 jaar of ouder had in 2022 toegang tot het internet, en bijna 90 procent gebruikt het ook dagelijks. De groep die geen internet gebruikt, bestaat voornamelijk uit 75‑plussers, al is dat ook in die groep een minderheid (CBS, 2023a).

1.3.1 Dagelijks gebruik internet naar leeftijd, 2022 (%)
leeftijd gebruikt dagelijks internet
12 tot 25 jaar 92,9
25 tot 35 jaar 95,7
35 tot 45 jaar 94,7
45 tot 55 jaar 95,0
55 tot 65 jaar 91,9
65 tot 75 jaar 83,9
75 jaar of ouder 60,5

Communicatie meest gebruikte toepassing van het internet

Uit de ICT-enquête blijkt ook waarvoor Nederlanders het internet gebruikten in 2022. Dat was met name voor e-mail en WhatsApp (respectievelijk 90 en 89 procent), om informatie te zoeken over goederen (85 procent), nieuws (75 procent) en gezondheidsinformatie (74 procent), en om video’s en filmpjes te kijken (77 procent). Ten slotte gebruikte zo’n 86 procent van de Nederlanders internet om te internetbankieren.

Daarnaast gebruiken consumenten het internet om online aankopen te doen. Driekwart van alle Nederlanders van 12 jaar of ouder gaf aan iets online gekocht te hebben in de laatste drie maanden voor het onderzoek. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen binnenlandse en buitenlandse transacties. De meest gekochte goederen waren kleding, schoenen of accessoires (54 procent van de Nederlanders kocht die producten) en maaltijden (43 procent). Films en series via streamingdiensten (46 procent), een internet- of telefoonabonnement, en muziek downloads of streams (37 procent) waren de populairste diensten die aangekocht werden (CBS, 2023b).

Bijna een derde van de consumenten die online winkelen, doet dat (ook) grensoverschrijdend

Wanneer consumenten online aankopen doen bij een buitenlandse aanbieder, hebben we te maken met internationale handel. Drie op de tien Nederlanders gaven in 2022 aan dat zij in de drie maanden voorafgaand aan de enquête online producten of diensten hebben gekocht bij buitenlandse aanbieders (Eurostat, 2023a). Consumenten hebben echter zelf niet altijd in de gaten of ze over de grens aankopen, omdat de webwinkel bijvoorbeeld in het Nederlands vertaald is. Of ze weten niet dat het verkopende bedrijf geen vestiging in Nederland heeft. Hierdoor is deze statistiek mogelijk een onderschatting van de grensoverschrijdende online aankopen.

Nederlandse huishoudens gebruiken het internet niet alleen om te communiceren, zichzelf te informeren of te amuseren, of goederen en diensten aan te kopen. Ze verkopen ook in toenemende mate goederen of diensten, met name via bemiddelingsplatforms zoals Vinted, eBay of Etsy. In 2022 gebruikte 41 procent van de Nederlanders tussen de 16 en 75 het internet om goederen of diensten te verkopen. Dat aandeel is het hoogst van alle EU-landen, en fors hoger dan het EU-gemiddelde (18 procent). Hier kunnen we geen onderscheid maken naar binnenlandse en grensoverschrijdende online verkopen (Eurostat, 2023b).

93 op 100 bedrijven had in 2022 eigen website

Hoe digitaal is het Nederlandse bedrijfsleven?

Ook bedrijven in Nederland maken volop gebruik van digitale toepassingen. Met 97 procent hadden praktisch alle bedrijven toegang tot internet in 2022; 93 procent had een eigen website.noot2 Bedrijven gebruiken allerlei digitale toepassingen in de bedrijfsvoering, waaronder software voor klantbeheer (CRM-software; 53 procent van de bedrijven) en voor bedrijfsprocessen (ERP-software; 46 procent), artificiële intelligentie (16 procent) en robotica (6 procent). Digitalisering maakt het bij veel bedrijven ook mogelijk dat medewerkers (deels) op afstand kunnen werken; bij 84 procent van de bedrijven gevestigd in Nederland kwam telewerk voor (CBS, 2023c).

Voor een completer beeld van de digitalisering bij Nederlandse bedrijven waarbij de verschillende onderdelen van digitalisering samengevat worden, geeft figuur 1.3.2 de mate weer waarin bedrijven naar eigen zeggen hun informatie en data gedigitaliseerd hebben om (interne) bedrijfsvoering te optimaliseren. Slechts 14 procent van de bedrijven geeft aan de bedrijfsvoering niet of nauwelijks gedigitaliseerd te hebben; de overige 86 procent heeft dat in meer of mindere mate wel ontwikkeld (CBS, 2023c).

1.3.2 Bedrijven naar mate van digitalisering van de bedrijfsvoering, 2022
Mate van digitalisatie digitalisering bedrijven
Niet gedigitaliseerd 6
Nauwelijks gedigitaliseerd 8
Gemiddeld gedigitaliseerd 34
Veel gedigitaliseerd 29
(Bijna) volledig gedigitaliseerd 23

Naast de bedrijfsvoering hebben sommige bedrijven ook hun verkoopkanalen (deels) gedigitaliseerd: 29 procent van de Nederlandse bedrijven met 10 werkzame personen of meer had in 2021 verkoop via e-commerce (EDI of website/app).noot3 Voor 14 procent van de bedrijven met e-commerce verkopen maakt de e-commerce omzet 25 tot 50 procent van de totale omzet uit; voor 11 procent van alle Nederlandse bedrijven is dat zelfs 50 procent of meer (CBS, 2023c).

Bedrijven kunnen via het internet makkelijker klanten in het buitenland bereiken. Van de verkopen via websites/apps was 84 procent van de waarde bestemd voor afnemers in Nederland, 13 procent voor klanten in andere EU-landen, en 3 procent voor klanten buiten de EU. Bij de EDI-verkopen was het aandeel Nederlandse afnemers lager, namelijk 75 procent, terwijl 20 procent van de EDI-omzet bestemd was voor klanten in andere EU-landen en 5 procent voor klanten buiten de EU (CBS, 2023c).

Internetomzet van de detailhandel piekt tijdens corona-pandemie

In de Productiestatistieken van het CBS is informatie beschikbaar welke omzet de detailhandel – de sector die voornamelijk aan consumenten verkoopt behaalt via internet. Figuur 1.3.3 geeft de ontwikkeling van de totale omzet en de ontwikkeling van de internetomzet van die bedrijfstak weer, exclusief tankstations en apotheken (CBS, 2023d; CBS, 2023e). Zichtbaar is de grote groei van de internetomzet sinds 2015, en dan met name in 2020 en 2021, waarschijnlijk gerelateerd aan de coronapandemie en de maatregelen die fysieke aankopen beperkten in die periode. Waar de totale omzet nog wel doorgroeide in 2022, liet de internetomzet in 2022 juist een krimp zien. Die krimp lijkt op basis van cijfers over de eerste maanden van 2023 ook dit jaar nog verder door te zetten; consumenten lijken na de pandemie weer vaker bij fysieke winkels te kopen in plaats van online.

1.3.3 Ontwikkeling omzet detailhandel en internetomzet detailhandel (2015 = 100)
Internetomzet detailhandel Totale omzet detailhandel
2015 100 100
2016 120,1 102,7
2017 144,1 106,6
2018 169,8 110,2
2019 198,7 113,8
2020 285,3 120,7
2021 356,3 125,9
2022 335,6 135,3

Platformenquête: meerderheid Nederlandse platforms enkel gericht op eigen land

Naast de eerder genoemde statistieken zijn er verschillende initiatieven (geweest) bij het CBS om (delen van) de digitale economie in kaart te brengen (zie bijvoorbeeld Hooijmaaijers et al., 2021). Eén hiervan is de platformenquête. Sinds 2019 voert het CBS jaarlijks onderzoek uit naar online platforms via deze enquête voor alle in Nederland gevestigde platforms, met de resultaten gepubliceerd in de monitor online platformen (Klijs, 2023). Deze enquête richt zich op online bemiddelingsplatforms die kopers en verkopers met elkaar verbinden en de transactie faciliteren, waarbij aankopen per definitie digitaal besteld worden. Als één van de drie actoren (koper, verkoper of het bemiddelende platform) in het buitenland gevestigd is, wordt het beschouwd als digitale internationale handel. De vergoeding voor het platform behoort ook tot digitale handel.

Wanneer we alleen de platforms meenemen die betaald werden voor hun bemiddeling – en dus onder de definitie van digitale handel vallen volgens IMF et al. (2023) – kunnen we een beeld schetsen van de internationale activiteiten van in Nederland gevestigde platforms. Ruim de helft (57 procent) van de platforms gevestigd in Nederland had in 2022 alleen aanbieders uit Nederland, zie tabel 1.3.4. De overige platforms hebben dus (ook) buitenlandse aanbieders. Het aantal buitenlandse aanbieders is bij de meeste platforms gering; maar bij zo’n 15 procent van de platforms maakt het aantal meer dan 25 procent van het totale aanbod uit, en maar bij 9 procent bestond dat aanbod voor meer dan de helft uit buitenlandse aanbieders. De belangrijkste herkomstlanden voor buitenlands aanbieders waren België, Duitsland en/of Luxemburg, 39 procent van de platforms had aanbieders uit die landen. Ongeveer 21 procent had aanbieders uit andere EU-landen en zo’n 13 procent had (ook) aanbieders uit landen buiten de EU. Die groepen sluiten elkaar niet uit, omdat een platform aanbieders uit alle drie de groepen landen kan hebben, wat bijdraagt aan alle drie de aandelen.

1.3.4Aandeel Nederlandse platforms met aanbieders of afnemers uit binnen- en/of buitenland, 2022
Aanbieders Afnemers
%
Alleen Nederland 57 54
België, Duitsland en/of Luxemburg 39 44
Andere EU-landen 21 21
Niet-EU-landen 13 15

Tabel 1.3.4 toont dat in 2022 meer dan de helft van de Nederlandse platforms uitsluitend afnemers uit Nederland had. Slechts 12 procent van de platforms had meer dan een kwart van het totaal afnemers uit het buitenland, terwijl zo’n 6 procent van de platforms meer dan de helft afnemers uit het buitenland had.

1.4Nederland langs de Europese digitale meetlat

Digitale transformatie staat hoog op de Europese beleidsagenda en is een van de belang­rijkste politieke prioriteiten van de Europese Commissie voor de komende jaren. Op 9 maart 2021 presenteerde de Commissie een notitie over de Digital Decade, waarin de visie en doelstellingen worden uiteengezet voor een succesvolle digitale transformatie van Europa tegen 2030 (Eurostat, 2023c). In deze paragraaf lichten we uit hoe Nederland presteert op het gebied van digitalisering en digitale handel vergeleken met andere EU-landen. Dit doen we aan de hand van verschillende maatstaven voor digitalisering en internationale handel.

Dat Nederland op de goede weg is met digitalisering, blijkt uit de meest recente ranking van ons land op de toonaangevende Digital Economy and Society Index van de Europese Commissie (2023). Nederland neemt met zijn digitale prestaties de derde plaats in van alle EU-landen, achter koplopers Finland en Denemarken. Nederland wordt in het bijzonder geroemd op het vlak van menselijk kapitaal en digitale infrastructuur.

Een andere index is de Digital Intensity Index (DII). Dit is een samengestelde indicator, afgeleid uit de ICT-enquête bij bedrijven. De DII is een belangrijke prestatie-indicator in de context van de Digital Decade. De DII-indicator beschrijft de mate waarin EU-bedrijven zijn gedigitaliseerd. Het meet het gebruik van verschillende technologieën door bedrijven en wordt samengesteld sinds 2015. Eén van de doelen is dat voor 2023 meer dan 90 procent van de mkb’ers in de EU ten minste het basisniveau van digitale intensiteit bereikt heeft. Het basisniveau omvat het gebruik van ten minste vier van de twaalf geselecteerde digitale technologieën, waaronder AI-technologie en de vereiste dat e-commerce minimaal 1 procent van de totale omzet vertegenwoordigt (Eurostat, 2023d).

81% van de bedrijven in Nederland bereikte het basisniveau van digitalisering t.o.v. 70% voor de hele EU

In figuur 1.4.1 zien we dat 70 procent van de EU-27‑bedrijven in 2021 het basisniveau van digitale intensiteit bereikte. In 2020 was dat nog maar 56 procent. Bedrijven in Nederland scoren bovengemiddeld: bijna 81 procent bereikte in 2021 het basisniveau van digitale intensiteit. Nederland scoorde in 2021 hoog op onder meer het gebruik van artificiële intelligentie, big data-analyse en het gebruik van geavanceerde cloud computing-diensten.

1.4.1 Digital Intensity Index, 20211) (%)
Land DII
Finland 89,9
Denemarken 89,1
Zweden 87,1
Ierland 85,2
Nederland 80,8
Malta 78,3
Duitsland 78,0
België 77,8
Portugal 70,9
Cyprus 70,7
Italië 70,4
EU-27 70,0
Tsjechië 69,3
Spanje 68,3
Oostenrijk 68,2
Slovenië 68,0
Estland 67,6
Luxemburg 67,3
Litouwen 64,7
Frankrijk 64,4
Polen 62,3
Slowakije 61,7
Kroatië 59,0
Roemenië 53,6
Letland 53,3
Hongarije 53,0
Bulgarije 48,3
Griekenland 42,2
Bron: Eurostat (2023d)
1)Bedrijven vanaf 10 werkzame personen. Alle SBI activiteiten exclusief financiële sector.

Het e‍-‍commercelandschap na de coronapandemie

E-commerce zit al jaren in de lift, maar kende een forse groei sinds het uitbreken van de coronapandemie. De beperkende maatregelen in de coronacrisis dwongen veel fysieke winkels tot (tijdelijke) sluiting. Het resultaat was een enorme stijging in online aankopen en verkopen, ten koste van fysieke winkels. In 2021 werd wereldwijd bijna 20 procent van de totale wereldomzet behaald via online aankopen. In 2025 zal naar verwachting bijna een kwart van alle wereldwijde verkopen online plaatsvinden (McKinsey & Company, 2023). De overstap naar e-commerce tijdens de coronalockdown heeft mogelijk geleid tot een lange termijn verandering in het bestedingspatroon van consumenten en de bedrijfsmodellen van detailhandelaren (Zanzana & Martin, 2023).

Figuur 1.4.2 laat zien in welke mate bedrijven met e-commerce gestart zijn als gevolg van de coronapandemie. Zo geeft 12 procent van de EU-27‑bedrijven aan dat de beperkingen van de coronamaatregelen hen ertoe aanzetten de verkoop van hun goederen en/of diensten via internet op te starten of verder uit te breiden. Voor bedrijven in Nederland was dit 17 procent. De door COVID-19 veroorzaakte crisis heeft ook aangetoond dat digitalisering belangrijk is voor de economische veerkracht van bedrijven (Eurostat, 2023e).

Bijna 23 procent van de EU-27‑bedrijven met minstens 10 werkzame personen had in 2021 – het laatst beschikbare jaar op Eurostat – verkopen via e-commerce in binnen- en/of buitenland.noot4 In 2019, het laatste pre-coronajaar, was dat 21 procent. Bedrijven in Nederland scoren bovengemiddeld: bijna 31 procent verkocht in 2021 via e-commerce. In 2019 was dat nog 25 procent.

1.4.2 Bedrijven die als gevolg van corona hun verkoop via internet opgestart of uitgebreid hebben in 20201) (%)
Land 2021
Malta 31,8
Cyprus 22,7
Portugal 21,3
Zweden 20,3
Oostenrijk 19,4
Italië 18,9
Nederland 17,2
Finland 16,6
België 15,6
Hongarije 14,5
EU-27 11,5
Slowakije 10,9
Litouwen 10,1
Letland 10,0
Luxemburg 10,0
Bulgarije 8,8
Slovenië 6,6
Polen 6,2
Duitsland 4,7
Bron: Eurostat (2023f)
1)Bedrijven vanaf 10 werkzame personen. Alle SBI activiteiten exclusief financiële sector.

Tijdens de coronacrisis verschoven vraagpatronen en maakte fysieke handel versneld de weg vrij voor contactloze e-commerce. Deze digitale verschuiving heeft grote gevolgen gehad voor het consumentengedrag (Sheth, 2020; Jiang & Stylos, 2021; Szász et al., 2022). In figuur 1.4.3 zien we dat 56 procent van de EU-27‑inwoners in 2022 online aankopen heeft gedaan.. In 2019, het laatste pre-coronajaar, was dat net geen 49 procent. Nederlanders scoren bovengemiddeld: bijna 80 procent kocht in 2022 online. Dat is bijna 10 procentpunt meer dan in 2019.

1.4.3 Consumenten met online aankopen in de laatste 3 maanden
Land 2022 2019
Nederland 79,48 69,88
Denemarken 77,85 73,89
Ierland 77,31 59,19
Zweden 75,9 70,29
Luxemburg 70,33 62,71
Tsjechië 66,35 42,56
Duitsland 66,23 71,01
Slowakije 65,18 46,76
Frankrijk 63,48 57,96
Finland 63,47 55,23
België 62,6 54,61
Hongarije 60,75 35,01
Estland 59,11 56,3
Malta 58,95 49,55
Oostenrijk 56,82 54,43
EU-27 56,05 48,97
Spanje 55,26 46,93
Polen 50,91 41,39
Slovenië 50,16 44,79
Litouwen 46,25 37,88
Griekenland 45,8 32,43
Kroatië 44,4 34,97
Portugal 42,67 28,22
Letland 42,17 33,86
Italië 37,28 28,15
Cyprus 33,67 31,13
Roemenië 27,09 14,59
Bulgarije 23,92 14,05
Bron: Eurostat (2023h; 2023i)

E-commerce over de grenzen heen

Een groeiend deel van de e-commerce betreft grensoverschrijdende verkoop en draagt daarom bij aan globalisering en internationale handel. Zo neemt het aantal personen dat wereldwijd online aankopen doet in andere landen de afgelopen jaren toe. E-commerce vergemakkelijkt de handel over de grenzen heen, vergroot het gemak voor de consument en stelt bedrijven in staat nieuwe markten te bereiken. Bedrijven die online in het buitenland verkopen schrijven een groter deel van de inkomsten toe aan export en zij exporteren naar meer landen (Tscheke & Lesher, 2019).

Figuur 1.4.4 toont dat bijna de helft van alle bedrijven in Nederland die in 2020 via e-commerce verkochten, dat deden aan andere EU-landen. Bijna een vijfde van alle bedrijven in Nederland met e-commerce hadden online verkopen aan niet-EU-landen.noot5 Voor de EU-27‑bedrijven was het percentage intra-EU e-commerce verkoop 41 procent in 2020. Het percentage extra-EU e-commerce was 23,3 procent.

1.4.4 Bedrijven met intra-EU e-commerce verkoop, 20201) (%)
Land Intra-EU
Luxemburg 62,4
Oostenrijk 56,6
België 51,6
Slovenië 51,6
Portugal 49,7
Duitsland 49,1
Tsjechië 47,8
Nederland 47,0
Malta 46,7
Kroatië 44,0
Slowakije 44,0
Cyprus 42,4
Estland 41,5
EU-27 41,0
Italië 40,3
Letland 40,2
Denemarken 37,8
Hongarije 36,0
Frankrijk 35,7
Litouwen 35,1
Griekenland 34,5
Polen 33,7
Spanje 33,4
Roemenië 32,7
Bulgarije 32,2
Zweden 30,7
Ierland 28,9
Finland 28,4
Bron: Eurostat (2023f)
1)Bedrijven vanaf 10 werkzame personen. Alle SBI activiteiten exclusief financiële sector. Binnen de groep bedrijven die in 2020 (binnenlandse of grensoverschrijdende) e-commercebestellingen heeft ontvangen.

Ook consumenten kunnen profiteren van meer keuzemogelijkheden en een grote markttransparantie (Malkawi, 2007; Añón Higón & Bonvin, 2023). Consumenten kunnen er verder van profiteren doordat ze goederen en diensten sneller kunnen krijgen doordat er minder tussenpersonen bij betrokken zijn (UNCTAD, 2022). Van alle personen in Nederland die in de laatste drie maanden van 2022 online aankopen deden, kocht ruim 30 procent goederen en/of diensten in een ander EU-land (Eurostat, 2023a). Dat percentage intra-EU online aankopen is vergelijkbaar met dat voor de EU-27. Meer dan 17 procent van alle Nederlandse consumenten met online aankopen had e-commerce aankopen in niet-EU-landen.noot6

Meer dan helft van wereldexport van diensten betreft digitaal leverbare diensten

Digitaal leverbare diensten omvatten diensten die op afstand kunnen worden geleverd via computernetwerken. Hieronder vallen onder meer ICT-diensten zelf, verkoop- en marketingdiensten, verzekeringen en financiële diensten (IMF et al., 2023). Het is belangrijk op te merken dat een dienst die digitaal leverbaar is, niet per definitie digitaal geleverd wordt wanneer het internationaal verhandeld wordt. Denk dan aan marktonderzoek dat grensoverschrijdend met name digitaal geleverd wordt – bijvoorbeeld met behulp van online vragenlijsten – maar soms ook niet digitaal gebeurt wanneer het bedrijf een enquêteur naar het buitenland stuurt om marktonderzoek te doen. De digitaal leverbare handel zal daarom groter zijn dan de handel die daadwerkelijk digitaal wordt geleverd (UNCTAD, 2023b).noot7

In de afgelopen dertien jaar is de totale waarde van de wereldwijde export van digitaal leverbare diensten meer dan verdubbeld, van 1 842 miljard US dollar in 2010 naar 3 942 miljard US dollar in 2022. In 2010 vertegenwoordigden digitaal leverbare diensten 46 procent van de mondiale dienstenexport, zie figuur 1.4.5. Dit aandeel was 51 procent in 2019 en 61 procent in 2021, wat de impact van de COVID-19‑pandemie op zowel de samenstelling als de aard van internationaal verhandelde diensten weerspiegelt. In coronajaar 2020 werden er wereldwijd 17 procent minder diensten geëxporteerd ten opzichte van 2019. De export van digitaal leverbare diensten nam in diezelfde periode wel toe, met 1,5 procent. Het beeld voor de importzijde is vergelijkbaar.

1.4.5 Wereldexport van diensten (mld US dollar)
Jaar Totaal diensten Digitaal leverbare diensten
2010 3990 1842
2011 4485 2104
2012 4615 2184
2013 4897 2341
2014 5255 2554
2015 5021 2481
2016 5098 2572
2017 5554 2793
2018 6123 3097
2019 6315 3246
2020 5228 3295
2021 6210 3817
2022 7127 3942
Bron: UNCTAD (2023a; 2023b)

1.5Literatuur en internationaal onderzoek

Academici en statistici zijn volop bezig om digitalisering in kaart te brengen. Er wordt allerlei verdiepend onderzoek gedaan naar digitalisering, de gevolgen ervan en welke factoren daarbij een rol spelen. Denk dan bijvoorbeeld aan digitalisering en werkgelegenheid (zie bijvoorbeeld Degryse, 2016; Domini et al., 2021), digitalisering en productiviteit (Cardona et al., 2013; Vu et al., 2020), en digitalisering en export (Añón Higón & Bonvin, 2023; Casetta et al., 2020). Maar met onderzoek naar een (relatief) nieuw onderzoeksgebied als digitalisering komen ook meetproblemen en ontbrekende informatie kijken.

In deze paragraaf geven we een beknopt (en niet uitputtend) overzicht van internationaal onderzoek naar digitale handel. Het startpunt voor veel onderzoeken is het handboek over digitale handel, waarvan inmiddels de tweede editie uit is (IMF et al., 2023). Naast het conceptuele raamwerk om digitale handel te meten, zijn daar ook mogelijke bronnen, methoden en de ervaringen van landen in opgenomen.

Digitale handel vanuit een waardeketen perspectief

González et al. (2023) combineren digitaal geleverde handel (ICT-diensten en digitaal leverbare diensten) met digitale inputs (ICT-goederen en diensten en digitaal leverbare diensten) in niet-digitale sectoren als zijnde digitaal bestelde handel, om de totale digitale handel te bepalen. Op basis van de TiVA-dataset kunnen ze analyses doen voor 66 landen. Hieruit blijkt wederom dat digitale handel sneller groeit dan niet-digitale handel, waarbij digitaal geleverde diensten belangrijker worden in de totale digitale handel ten opzichte van digitaal bestelde handel.

E-commerce verkopen

Eén van de onderdelen van digitale handel waar veel onderzoek naar gedaan wordt, zijn de verkopen via e-commerce (e-sales). Sommige landen publiceren cijfers over de waarde van grensoverschrijdende e-commerce; velen hebben er inmiddels verkennend onderzoek naar gedaan. Zo heeft het CBS voor Nederland de aankopen door consumenten bij Europese webwinkels in kaart gebracht (CBS, 2017; CBS, 2021). UNCTAD heeft de bevindingen van verschillende studies en statistieken verzameld, en berekende dat grensoverschrijdende e-commerce verkopen gemiddeld 21 procent van de totale e-commerce verkopen uitmaken (UNCTAD, 2023c).

De-minimis en pakketpost

(Deels) onderdeel van e-commerce, maar niet altijd volledig opgenomen in internationale handelsstatistieken is de-minimis handel (van lage waarde) en pakketpost. Consumenten nemen vaker deel aan internationale handel nu ze via e-commerce goederen kunnen bestellen, maar ook voor het midden- en kleinbedrijf biedt digitaal bestelde export toegang tot internationale handel (González & Sorescu, 2021). Het volume van pakketpost, dat zo’n 13 procent van de totale goederenhandel uitmaakt (OESO, 2022), groeide in het afgelopen decennium dan ook ruim 3 keer harder dan het totale volume van de goederenhandel (González & Sorescu, 2021). Het verlagen van de drempelwaarden bij statistieken of het gebruik van pakketpost als bron kan helpen deze transacties beter in kaart te brengen.

Digitale bemiddelingsplatforms

Online platforms spelen een grote rol in de toenemende participatie van consumenten in internationale handel door het kopen van goederen en diensten. Wanneer een van de betrokken partijen (koper, verkoper of platform) gevestigd is in een ander land, betreft het internationale handel. Transacties via platforms worden echter niet altijd weerspiegeld in traditionele (handels)statistieken. Om deze reden verzamelen onderzoekers informatie over de transacties via platforms vanuit verschillende invalshoeken. Het CBS heeft bijvoorbeeld de platformenquête ontwikkeld voor platforms die geïdentificeerd zijn aan de hand van webscraping (zie ook Klijs, 2023), terwijl andere landen cijfers over platforms samenstellen op basis van de ICT-enquête bij personen, bedrijvenenquête, toerisme enquête en/of multinational enquête (IMF et al., 2023).

Betalingsdata als bron voor digitale handel

Ten slotte gebruiken verschillende landen creditcardinformatie om digitale stromen in kaart te brengen. Zo schatten Israël en Jamaica de digitaal bestelde handel via creditcard­transacties van consumenten wanneer ze de kaart online gebruiken en de ontvanger in het buitenland gevestigd is (IMF et al., 2023). Onderzoek met creditcardinformatie over Spaanse consumenten wees uit dat afstand minder van belang is voor digitale internationale handel dan voor traditionele handel (OESO, 2019b).

Er zijn dus wereldwijd tal van (nieuwe) bronnen en methoden die inzicht geven in de omvang en actoren van digitalisering en digitale handel. In Nederland zijn echter (nog) niet alle bovengenoemde bronnen beschikbaar, waardoor niet al deze analyses met Nederlandse data uitgevoerd kunnen worden.

1.6Samenvatting en conclusie

Digitale technologieën transformeren vrijwel elk aspect van de economie, waarbij de internationale handel geen uitzondering is. Digitalisering verandert de manier waarop producten worden gekocht en geleverd. Veel diensten die traditioneel nabijheid tussen producenten en consumenten vereisten, worden nu op afstand verhandeld. Digitale handel wordt hierbij gedefinieerd als alle handel die digitaal wordt besteld en/of digitaal wordt geleverd. Ondanks het groeiende belang van digitalisering in de internationale handel, is dit aspect lang onderbelicht gebleven in de statistiek. Sinds enkele jaren lopen er internationale initiatieven om dit beter in beeld te krijgen. Met deze Internationaliseringsmonitor sluiten we daarbij aan.

De twee belangrijkste statistieken die het CBS maakt over digitalisering zijn gebaseerd op de ICT-enquête bij huishoudens en personen en de ICT-enquête bij bedrijven. Uit de ICT-enquête bij huishoudens blijkt dat in 2022 bijna 90 procent van de Nederlanders dagelijks het internet gebruikt, communicatie (e-mail en WhatsApp) is daarbij de meest gebruikte toepassing. Driekwart van de Nederlanders gebruikt het internet bovendien om online aankopen te doen. Bijna een derde van de consumenten die dat doet, doet dat (ook) grensoverschrijdend. Ten slotte gebruikt 41 procent van de Nederlanders het internet om goederen en/of diensten te verkopen.

Nederlandse bedrijven maken ook volop gebruik van digitale toepassingen voor hun bedrijfsvoering, productie en verkoop: slechts één op de acht bedrijven geeft aan de bedrijfsvoering niet of nauwelijks gedigitaliseerd te hebben. Uit de ICT-enquête bij bedrijven weten we ook dat 29 procent van de bedrijven e-commerce als verkoopkanaal gebruikt, en in hoeverre ze daarmee buitenlandse afnemers bereiken. Respectievelijk 16 en 25 procent van de verkopen via websites/apps en via EDI waren in 2021 bestemd voor klanten buiten Nederland.

Daarnaast laat de ontwikkeling van de internetomzet van de detailhandel zien dat internetverkopen tussen 2015 en 2021 explosief gegroeid zijn, maar in 2022 weer minder belangrijk werden. De platformenquête geeft ten slotte inzicht in de bedrijfsvoering en gebruikers van Nederlandse platforms.

Als we de mate van digitalisering van de Nederlandse economie vergelijken met die van andere EU-landen zien we dat Nederland vooroploopt. Zo is het percentage van bedrijven in Nederland met het basisniveau van digitale intensiteit in 2021 aanzienlijk hoger dan in de hele EU-27. Het percentage consumenten met online aankopen in 2022 lag in Nederland op 80 procent. In de volledige EU-27 was dat 56 procent. Nederland scoort ook bovengemiddeld als er gekeken wordt naar het aandeel bedrijven met e-commerce verkopen. Dit geldt ook als er ingezoomd wordt op intra-EU e-commerce.

Een groeiend aantal studies probeert meer inzicht te krijgen in de digitale handel, een fenomeen dat steeds prominenter wordt in de wereldeconomie. In dit hoofdstuk hebben we de beschikbare informatie van het CBS op nationaal niveau uiteengezet en vergeleken in Europees verband, en een selectie gegeven van internationale onderzoeken. Vanwege de brede reikwijdte van digitale handel, worden vaak één of enkele onderdelen van digitale handel onderzocht. Het verschil in beschikbaarheid van (actuele) data en bronnen tussen landen, is daar ook een oorzaak van. Wat deze studies gemeen hebben is, is de inzet om obstakels te overwinnen die vaak gepaard gaan met het meten van nieuwe fenomenen. Volgend op het overzicht van bestaand onderzoek naar digitalisering en internationale handel in dit hoofdstuk geven de volgende hoofdstukken van deze publicatie, ieder vanuit een andere invalshoek, nieuwe inzichten in de samenhang tussen digitalisering en internationalisering bij bedrijven in Nederland.

1.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Añón Higón, D., & Bonvin, D. (2023). Digitalization and trade participation of SMEs. Small Business Economics, 1–21.

Casetta., E., Monarca, U., Dileo, I., Di Berardino, C., & Pini, M. (2020). The relationship between digital technologies and internationalization. Evidence from Italian SMEs. Industry and Innovation, 27(4), 311–339.

Cardona, M., Kretschmer, T., & Strobel, T. (2013). ICT and productivity: conclusions from the empirical literature. Information Economics and Policy, 25(3), 109–125.

CBS (2017). Ruim 1 miljard euro besteed bij Europese webwinkels. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 2 november 2023.

CBS (2021, 23 juli). Europese webwinkels verkochten ruim 63 procent meer aan Nederlanders. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

CBS (2023a). Internettoegang en internetactiviteiten; persoonskenmerken. [Dataset]. Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

CBS (2023b). Internetaankopen; persoonskenmerken. [Dataset]. Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

CBS (2023c). ICT-gebruik bij bedrijven; bedrijfsgrootte, 2022. [Dataset]. Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

CBS (2023d). Detailhandel; omzetontwikkeling, index 2015 = 100. [Dataset]. Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

CBS (2023e). Detailhandel; omzetontwikkeling internetverkopen, index 2015 = 100. [Dataset]. Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

Coreynen, W., Matthyssens, P., & van Bockhaven, W. (2017). Boosting servitization through digitization: Pathways and dynamic resource configurations for manufacturers. Industrial Marketing Management, 60, 42–53.

Degryse, C. (2016). Digitalisation of the economy and its impact on labour markets. Working Paper, No. 2016.02. European Trade Union Institute.

Domini, G., Grazzi, M., Moschella, D., & Treibich, T. (2021). Threats and opportunities in the digital era: Automation spikes and employment dynamics. Research Policy, 50(7).

Europese Commissie (2023, 27 september). The Digital Economy and Society Index (DESI). European Commission. Geraadpleegd op 29 september 2023.

Eurostat (2023a). Internet purchases – origin of sellers (2020 onwards). [Dataset]. Geraadpleegd op 29 september 2023.

Eurostat (2023b). Individuals using the internet for selling goods or services. [Dataset]. Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

Eurostat (2023c, 28 september). Towards Digital Decade targets for Europe. Eurostat. Geraadpleegd op 29 september 2023.

Eurostat (2023d). Digital Intensity by NACE Rev.2 activity. [Dataset]. Geraadpleegd op 29 september 2023.

Eurostat (2023e, 30 augustus). Impact of COVID-19 on e-sales of enterprises. Eurostat. Geraadpleegd op 12 oktober 2023.

Eurostat (2023f). Covid-19 Impact on ICT usage by NACE Rev.2 activity. [Dataset]. Geraadpleegd op 12 oktober 2023.

Eurostat (2023g). E-commerce sales of enterprises by NACE Rev.2 activity. [Dataset]. Geraadpleegd op 29 september 2023.

Eurostat (2023h). Internet purchases by individuals (2020 onwards). [Dataset]. Geraadpleegd op 29 september 2023.

Eurostat (2023i). Internet purchases by individuals (until 2019). [Dataset]. Geraadpleegd op 18 oktober 2023.

Gal, P., Nicoletti, G., Renault, T., Sorbe, S., & Timiliotis, C. (2019). Digitalisation and productivity: In search of the holy grail – Firm-level empirical evidence from EU Countries. Working Paper, No. 1533. OECD Economics Department.

González, J. L., & Sorescu, S. (2021). Trade in the Time of Parcels. OECD Trade Policy Paper, No. 249. OECD publishing.

González, J. L., Sorescu, S., & Kaynak, P. (2023). Of bytes and trade: Quantifying the impact of digitalisation on trade. OECD Trade Policy Working Papers, No. 273. OECD Publishing.

Hooijmaaijers, S., Kuijpers, N. & Vuik, J. (2021). Supply-Use tables for the digital economy. Centraal Bureau voor de Statistiek.

IMF, OESO, UNCTAD & WTO (2023). Handbook on measuring digital trade (2nd edition). World Trade Organization.

Jiang, Y. & Stylos, N. (2021). Triggers of consumers’ enhanced digital engagement and the role of digital technologies in transforming the retail ecosystem during COVID-19 pandemic. Technological Forecasting and Social Change, 172.

Kituyi, M. (2020, 22 juni). The intricacies, impact and opportunities of e-commerce for trade and development. United Nations Conference on Trade and Development.

Kleingeld, R. (2022). ICT-gebruik bij bedrijven. In R. de Heij & D. Pronk (Reds.), ICT, kennis en economie 2022. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Klijs, B. (2023). Monitor online platformen 2022. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Malkawi, B. H. (2007). E-Commerce in Light of International Trade Agreements: The WTO and the United States-Jordan Free Trade Agreement. International Journal of Law and Information Technology, 15(2), 153–169.

McKinsey & Company (2023, 29 juni). What is e-commerce? McKinsey & Company. Geraadpleegd op 29 september 2023.

OESO (2019a). Digital trade. Trade Policy Brief: October 2019.

OESO (2019b). BBVA big data on online credit card transactions. The patterns of domestic and cross-border e-commerce. OECD Digital Economy Papers, No. 278. OECD Publishing.

OESO (2022). Digital Trade Review of Brazil. OECD Publishing.

Polder, M., & Rooyakkers, J. (2021). Grensoverschrijdende digitale handel: welke informatie is er beschikbaar? Centraal Bureau voor de Statistiek.

Sheth, J. (2020). Impact of Covid-19 on consumer behavior: Will the old habits return or die? Journal of Business Research, 117, 280–283.

Szász, L., Bálint, C., Csíki, O., Nagy, B. Z., Rácz, B.-G., Csala, D., & Harris, L. C. (2022). The impact of COVID-19 on the evolution of online retail: The pandemic as a window of opportunity. Journal of Retailing and Consumer Services, 69.

Tscheke, J., & Lesher, M. (2019, 25 juli). Unpacking e-commerce: The rise of new business models. Centre for Economic Policy Research. Geraadpleegd op 20 oktober 2023.

UNCTAD (2022, 25 maart). Digitalisation of Services: What does it imply to trade and development? United Nations Conference on Trade and Development.

UNCTAD (2023a). Services (BPM6): Exports and imports by service-category, trade-partner World, annual. [Dataset]. Geraadpleegd op 20 oktober 2023.

UNCTAD (2023b). International trade in digitally-deliverable services, value, shares and growth, annual. [Dataset]. Geraadpleegd op 28 september 2023.

UNCTAD (2023c). Measuring the value of E-commerce. United Nations Conference on Trade and Development.

Vu, K., Hanafizadeh, P., & Bohlin, E. (2020). ICT as a driver of economic growth: A survey of the literature and directions for future research. Telecommunications Policy, 44(2).

World Customs Organization (2023). Compendium of Case Studies on E-Commerce: 4th edition. World Customs Organization.

WTO (2018). World Trade Report 2018: The future of world trade; How digital technologies are transforming global commerce. World Trade Organization.

Zanzana, S. & Martin, J. (2023, 21 februari). Retail e-commerce and COVID-19: How online sales evolved as in-person shopping resumed. Statistics Canada.

Noten

EDI is een proces tussen twee computersystemen waarmee twee bedrijven door middel van gestandaardiseerde berichten en specifieke communicatiesystemen bedrijfsinformatie kunnen uitwisselen (aankooporders, facturen, verzendberichten, enz.).

Alle cijfers over ICT-gebruik bij bedrijven hebben betrekking op bedrijven met 10 werkzame personen of meer.

Naast de internationaal afgesproken populatie heeft het CBS voor een breder beeld nog enkele extra bedrijfstakken in het onderzoek betrokken, namelijk de financiële instellingen en de gezondheidszorg. Door dit methodologische verschil kunnen de totaaluitkomsten van Nederland op StatLine (en dus die in deze paragraaf) afwijken van de internationale vergelijkingen in dit hoofdstuk en de analyses van hoofdstuk 2 (Kleingeld, 2022).

Deze gegevens worden jaarlijks verzameld door de Nationale Statistische Instituten en zijn gebaseerd op de jaarlijkse modelvragenlijsten van Eurostat over het gebruik van ICT en e-commerce in ondernemingen (Eurostat, 2023g).

In de Eurostat cijfers wordt een onderscheid gemaakt tussen grensoverschrijdende e-commerce binnen de EU, grensoverschrijdende e-commerce met niet-EU-landen en grensoverschrijdende e-commerce met zowel EU- als niet-EU-landen. Deze categorieën sluiten elkaar niet uit waardoor ze niet opgeteld kunnen worden om uitspraken te kunnen doen over de volledige grensoverschrijdende e-commerce (Eurostat, 2023d).

In de Eurostat cijfers wordt een onderscheid gemaakt tussen grensoverschrijdende online aankopen binnen de EU, grensoverschrijdende online aankopen in niet-EU-landen en grensoverschrijdende online aankopen in EU- of niet-EU-landen. Deze categorieën sluiten elkaar niet uit waardoor ze niet opgeteld kunnen worden om uitspraken te kunnen doen over de volledige grensoverschrijdende online aankopen (Eurostat, 2023a).

Zie paragraaf 2.2 voor verdere uitleg over digitaal leverbare en digitaal geleverde diensten.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Dennis Dahlmans

Dio Limpens

Bart Loog

Michael Polder

Janneke Rooyakkers

Mark Vancauteren

Christiaan Visser

Redactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Marcel van den Berg

Deirdre Bosch

Marjolijn Jaarsma

Bart Klijs

Tim Peeters

Roos Smit

Fiona Smith

Eelco van Vliet

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau