ICT-sector groeit harder dan Nederlandse economie

Foto omschrijving: De applestore aan het Leidseplein

ICT en economie

Auteur: Ron de Heij

De ICT-sector presteerde, in termen van bruto toegevoegde waarde, beter dan de totale economie in 2018. De groei van de ICT-sector was wat minder sterk dan in voorgaande jaren. De internationale handel in ICT-goederen en –diensten nam af. Het aantal werkzame ICT’ers nam opnieuw toe. Ook het aantal vacatures in de ICT-sector steeg.

2.1De ICT-sector en de Nederlandse economie

De ICT-sector bestaat uit drie onderdelen: de ICT-industrie, de groothandel in ICT-apparatuur en de ICT-dienstensector. De ICT-industrie omvat bedrijven die voornamelijk informatie- en communicatieapparatuur ontwerpen en produceren. Tot de groothandel in ICT-apparatuur behoren bedrijven die handelen in software, computers en overige elektronica, zoals telecommunicatieapparatuur. Ze leveren deze producten hoofdzakelijk aan dealers en andere niet-eindgebruikers. De ICT-dienstensector bestaat uit bedrijven die het proces rondom elektronische informatieverwerking en communicatie ondersteunen. Zij maken bijvoorbeeld software, verzorgen de telecommunicatie of leveren advies.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft de ICT-sector exact gedefinieerd. Tabel 2.1.1 laat zien welke bedrijfstakken volgens de OESO-definitie tot de ICT-sector behoren, uitgedrukt in termen van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI 2008). Veel landen gebruiken deze definitie in hun statistische publicaties. Dit maakt het eenvoudiger om cijfers over de ICT-sector internationaal te vergelijken. Ook dit hoofdstuk gebruikt deze OESO-definitie, tenzij anders vermeld is.

2.1.1Afbakening ICT-sector

SBI 2008 Omschrijving
ICT-industrie
261 Vervaardiging van elektronische componenten en printplaten
262 Vervaardiging van computers en randapparatuur
263 Vervaardiging van communicatieapparatuur
264 Vervaardiging van consumentenelektronica
268 Vervaardiging van informatiedragers
 
Groothandel in ICT-apparatuur
4651 Groothandel in computers, randapparatuur en software
4652 Groothandel in elektronische en telecommunicatieapparatuur
 
ICT-diensten
582 Uitgeverijen van software
61 Telecommunicatie
62 IT-dienstverlening
631 Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten; webportals
951 Reparatie van computers en communicatieapparatuur

Bron:OESO/CBS

Deze paragraaf gaat in op de economische betekenis van de ICT-sector voor de Nederlandse economie.

Aantal ICT-bedrijven neemt verder toe

In het vierde kwartaal van 2019 bestond de Nederlandse ICT-sector uit ruim 81 duizend bedrijven (figuur 2.1.2). Dat is 53 procent meer dan in 2009. Het totale aantal bedrijven in Nederland nam een fractie minder snel toe in deze periode: met 51 procent.

De meeste bedrijven in de ICT-sector zijn actief als ICT-dienstverlener; eind 2019 waren dit er bijna 75 duizend. Daarnaast waren er 5 400 ICT-groothandelsbedrijven en 945 bedrijven in de ICT-industrie. Gezamenlijk hadden zij een aandeel van 4,4 procent in het totale aantal Nederlandse bedrijven. Sinds 2009 is dit aandeel vrij stabiel.

2.1.2 ICT-bedrijven, vierde kwartaal
jaar ICT-diensten ICT-groothandel ICT-industrie
2009 45250 6925 785
2010 48230 6565 805
2011 51745 6345 815
2012 54315 6090 800
2013 56555 5900 795
2014 59985 5830 825
2015 63145 5685 850
2016 65480 5575 835
2017 67865 5545 840
2018 70795 5405 885
2019** 74670 5400 945
**Nader voorlopige cijfers.

In de loop der jaren is met name het aantal ICT-dienstverleners sterk toegenomen; ten opzichte van 2009 is hun aantal met 65 procent gestegen. Ook het aantal bedrijven in de ICT-industrie nam tussen 2009 en 2019 toe: met 20 procent. Eind 2019 waren er 1 525 ICT-groothandelsbedrijven minder dan in 2009. Dit betekent een daling van 22 procent.

Eind 2019 bestond 92 procent van de ICT-sector uit dienstverlenende bedrijven. Sinds 2009 is hun aandeel flink gegroeid. In dat jaar was nog 85 procent van de bedrijven in de ICT-sector een dienstverlener. Het aandeel van de ICT-groothandel en de ICT-industrie was respectievelijk 7 en 1 procent in 2019. Tien jaar eerder omvatten zij respectievelijk 13 en 1 procent van het totaal aantal ICT-bedrijven.

Ruim vier procent bedrijfsoprichtingen betreft ICT-bedrijf

In 2019 werd een recordaantal van ruim 207 duizend bedrijven opgerichtnoot1 in Nederland; 4,3 procent betrof een ICT-bedrijf. Er werden 8 975 bedrijven opgericht in de ICT-sector (figuur 2.1.3). Het aantal oprichtingen in de ICT-sector nam toe ten opzichte van twee jaar eerder. In 2017 werden nog 7 795 ICT-bedrijven opgericht. Nieuwe ICT-bedrijven zijn vooral ICT-dienstverleners: 8 645 oprichtingen. In de ICT-industrie werden 75 bedrijven opgericht; in de ICT-groothandel 255 bedrijven. Een ICT-dienstenbedrijf starten is aanmerkelijk eenvoudiger dan een industrieel ICT-bedrijf oprichten. De opstartkosten zijn voor een dienstverlenend bedrijf immers fors lager dan voor een industrieel bedrijf. Dit gegeven kan het grote verschil in oprichtingen voor een deel verklaren.

2.1.3 Bedrijvendynamiek ICT-sector
jaren Oprichtingen Opheffingen
2009 8350 5030
2011 8645 5135
2013 8300 6005
2015 7800 4980
2017 7795 4635
2019* 8975 5885
*Voorlopige cijfers.

In 2019 werden ruim 115 duizend Nederlandse bedrijven opgehevennoot2, waarvan 5 885 actief waren in de ICT-sector. Het ging om 5,1 procent van het totale aantal opgeheven bedrijven. Ten opzichte van 2017 werden er meer ICT-bedrijven opgeheven. Per saldo kwamen er echter 3 090 ICT-bedrijven bij in 2019.

Daling productiewaarde ICT-sector

In 2018 daalde de productiewaarde – de waarde van het totaal van goederen en diensten dat is geproduceerd – van Nederlandse ICT-bedrijven met 0,4 procent ten opzichte van 2017, terwijl de productiewaarde van de Nederlandse economie als geheel met 3,5 procent steeg. In 2017 presteerde de ICT-sector juist nog beter dan de totale economienoot3 (tabel 2.1.4). Vooral bedrijven in de ICT-industrie presteerden minder goed in 2018. De productiewaarde van bedrijven in deze branche daalde met ruim 11 procent vergeleken met het jaar ervoor. Het is het derde jaar op rij met krimp in de ICT-industrie. ICT-dienstverleners realiseerden gezamenlijk een 4,7 procent hogere productiewaarde dan in 2017. Binnen de ICT-diensten zijn bedrijven in de IT- en informatiedienstverlening aanjagers van de groei (7,5 procent). De productiewaarde van telecommunicatiebedrijven kromp (–2,6 procent).

2.1.4De ICT-sector vergeleken met de Nederlandse economie

2015 2016 2017 2018
volumemutatie t.o.v. voorgaand jaar (%)
Productiewaarde (omzet)
Totaal Nederland 3,4 2,6 3,3 3,5
Totaal ICT-sector . 2,0 5,2 −0,4
waarvan
ICT-industrie . −7,9 −1,6 −11,4
groothandel in ICT-apparatuur . 4,4 2,1 1,1
ICT-diensten . 7,9 9,6 4,7
waarvan
telecommunicatie . 1,4 4,3 −2,6
IT- en informatiedienstverlening . 11,0 11,9 7,5
 
Bruto toegevoegde waarde
Totaal Nederland 1,7 2,0 2,9 2,3
Totaal ICT-sector . 5,9 5,9 5,2
waarvan
ICT-industrie . 1,4 6,7 9,9
groothandel in ICT-apparatuur . 4,7 0,3 2,4
ICT-diensten . 6,9 7,2 5,4
waarvan
telecommunicatie . −1,6 12,1 5,9
IT- en informatiedienstverlening . 10,9 5,4 5,4
 
Investeringen1)
Totaal Nederland 29,0 −7,3 4,2 3,6
Totaal ICT-sector . 20,5 −13,4 1,2
waarvan
ICT-industrie . 9,2 −0,1 −8,0
groothandel in ICT-apparatuur . −4,6 5,7 −1,4
ICT-diensten . 24,9 −17,0 3,3
waarvan
telecommunicatie . −5,0 3,5 −6,7
IT- en informatiedienstverlening . 57,8 −31,0 13,5
 
Arbeidsvolume
Totaal Nederland 1,3 2,1 2,5 3,0
Totaal ICT-sector . 3,2 4,0 4,2
waarvan
ICT-industrie . −5,5 −1,4 2,9
groothandel in ICT-apparatuur . 2,2 1,5 2,1
ICT-diensten . 4,3 5,1 4,8
waarvan
telecommunicatie . 2,2 2,1 −5,7
IT- en informatiedienstverlening . 4,7 5,6 6,6

Bron:CBS

1)Bruto investeringen.

De bruto toegevoegde waardenoot4 van ICT-bedrijven groeide in 2018 sterker dan die van de Nederlandse economie als geheel. In de totale economie bedroeg de groei namelijk 2,3 procent, tegen 5,2 procent in de ICT-sector. Op alle onderdelen van de ICT-sector was er groei op dit vlak. De ICT-industrie liet de grootste toename van de toegevoegde waarde zien (9,9 procent). Een klein aantal multinationals bepaalt het beeld van de Nederlandse ICT-industrie. Deze grote, vaak internationaal opererende, bedrijven vallen deels onder de Nederlandse industrie, al is een flink deel ervan gevestigd in het buitenland. Cijfers over de Nederlandse economie geven alleen een beschrijving van bedrijven of bedrijfsonderdelen die gevestigd zijn in Nederland. Of een bedrijf eigendom is van Nederlandse partijen, speelt hierbij geen rol. Niet alle kosten en opbrengsten komen dan tot uitdrukking in tabel 2.1.4. Dit kan een vertekend beeld geven wanneer Nederlandse vestigingen bijvoorbeeld kosten maken voor research en development, terwijl vestigingen in het buitenland daarvan de vruchten plukken door nieuwe ICT-goederen te verkopen. Ook de bruto toegevoegde waarde van ICT-dienstverleners nam toe (5,4 procent) in 2018. Zowel onder de telecommunicatiebedrijven als IT- en informatiedienstverleners groeide de toegevoegde waarde sterker dan die van de Nederlandse economie als geheel.

Meer geïnvesteerd door ICT-sector

In 2018 investeerde de ICT-sector 1,2 procent meer dan in 2017. De investeringen van de totale economie namen met 3,6 procent toe in deze periode. Niet alle onderdelen van de ICT-sector kenden hogere investeringen. De investeringen van de ICT-industrie en ICT-groothandel namen af (met respectievelijk 8 en 1,4 procent). In de ICT-dienstensector groeiden de investeringen met 3,3 procent. Binnen deze sector namen de investeringen van IT-dienstverleners met 13,5 procent toe in 2018, maar door telecommunicatiebedrijven werd minder geïnvesteerd (–‍6,7 procent).

1,2% meer geïnvesteerd door ICT-bedrijven in 2018 Buitenvorm Binnenvorm

Arbeidsvolume ICT-sector neemt verder toe

Het arbeidsvolume in de ICT-sector steeg in 2018 met 4,2 procent. Dit betekent dat in 2018 meer arbeidsjarennoot5 gewerkt zijn dan een jaar eerder. Het totale arbeidsvolume in Nederland nam ook toe: met 3 procent. Zowel in de ICT-industrie, ICT-diensten als bij ICT-groothandelaars steeg het arbeidsvolume. Binnen de ICT-diensten is wel een wisselend beeld zichtbaar. Zo steeg het arbeidsvolume bij IT-en informatiedienstverleners (6,6 procent), maar daalde het bij telecommunicatiebedrijven (–5,7 procent).

Zuid-Koreaanse ICT-sector voegt relatief meeste waarde toe

In 2016 zorgden Zuid-Koreaanse ICT-bedrijven voor 9,6 procent van de toegevoegde waarde in de totale economie van het land (figuur 2.1.5). Daarmee was het belang van de ICT-sector in Zuid-Korea voor de nationale economie veel groter dan in Nederland. Nederlandse ICT-bedrijven hadden gezamenlijk een aandeel van 4,6 procent in de totale economie in 2016. Ook in de Finse en Amerikaanse economie is de ICT-sector relatief belangrijk.

IT-dienstverleners waren goed voor 61 procent van de toegevoegde waarde van de Nederlandse ICT-sector. De bijdrage van deze bedrijven is in Nederland groter dan in andere landen. In Zuid-Korea is de industrie veel belangrijker. In 2016 genereerden producenten van computers en elektronische apparaten 68 procent van de toegevoegde waarde van de Zuid-Koreaanse ICT-sector. Vooral in het Verenigd Koninkrijk en België droegen ook telecommunicatiebedrijven relatief veel bij aan de toegevoegde waarde van de ICT-sector: in beide landen 35 procent.

2.1.5 ICT-sector 1) in totale economie, 2016 (% van totale
toegevoegde waarde)
landen Vervaardiging van computers en van elektronische en optische apparatuur Telecommunicatie IT-dienstverlening
Zuid-Korea²⁾ 6,5 1,2 1,9
Finland 2,0 1,2 3,3
Verenigde Staten 1,6 1,6 2,2
Duitsland²⁾ 1,4 1,0 2,6
Verenigd Koninkrijk 0,5 1,7 2,7
Nederland 0,6 1,2 2,8
Frankrijk 0,6 1,3 2,7
België 0,4 1,3 2,0
Italië 0,6 1,2 1,9
Bron: OESO.
1) De ICT-sector is hier gedefinieerd als SBI 2008-codes 26, 61, 62 en 63.
2) 2015 i.p.v. 2016.

Bijdrage telecomsector aan bbp licht afgenomen

De bijdrage van de telecomsector aan het bbp neemt al enkele jaren licht af. De bruto toegevoegde waarde van de telecomsector bedroeg bijna 7,5 miljard euro in 2018 (tabel 2.1.6). Dit komt overeen met 0,97 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In 2015 bedroeg het aandeel van telecombedrijven nog 1,09 procent. De productie van de Nederlandse telecomsector bedroeg 14,7 miljard euro in 2018. Daarmee lag de productiewaarde 0,7 miljard lager dan in het jaar ervoor. De telecombranche investeerde bijna 3,1 miljard euro in 2018. Dat is ruim 4 procent minder dan in 2017. Telecombedrijven namen 1,89 procent van de investeringen in vaste activa van de totale economie voor hun rekening in 2018. Het arbeidsvolume in de telecombranche bedroeg 28 duizend arbeidsjaren in 2018. Ten opzichte van 2017 is het aantal arbeidsjaren afgenomen. Bedrijven in de telecomsector hadden in 2018 een aandeel van bijna 0,37 procent in het totale arbeidsvolume in Nederland. Ook dit is afgenomen; sinds 2015 lag dit aandeel op 0,4 procent.

2.1.6Kerncijfers sector telecommunicatie1)

2015 2016 2017 2018
mln euro
Productiewaarde (omzet, basisprijzen) 15 426 15 372 15 359 14 661
Bruto toegevoegde waarde (basisprijzen) 7 545 7 192 7 417 7 495
Investeringen in vaste activa (lopende prijzen) 3 226 3 046 3 201 3 069
 
1 000 fte
Arbeidsvolume 28 29 30 28
 
% van bbp
Bruto toegevoegde waarde (basisprijzen) 1,09 1,02 1,00 0,97
 
% van de totale economie (bedrijven en overheid)
Investeringen in vaste activa 1,97 2,11 2,11 1,89
Arbeidsvolume 0,40 0,40 0,40 0,37

Bron:CBS

1)SBI 2008-groep 61 (telecommunicatie).

2.2ICT en werkgelegenheid

Deze paragraaf heeft aandacht voor de werkgelegenheid in de ICT-sector. In welke bedrijfstakken zijn ICT’ers werkzaam, en wat zijn hun achtergrondkenmerken? Ook het aantal vacatures in de ICT-sector komt aan bod.

Aantal ICT’ers neemt opnieuw toe

In 2019 waren 452 duizend ICT’ers werkzaam in diverse bedrijfstakken van de Nederlandse economie (figuur 2.2.1). Dat is meer dan in 2018, toen 415 duizend ICT’ers actief waren. Sinds 2011 neemt het aantal werkzame ICT’ers in Nederland onafgebroken toe.

De meeste ICT’ers hebben een vaste arbeidsrelatie, met vaste uren: 334 duizend in 2019. Dat betekent een stijging van ruim 10 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Ook het aantal zelfstandigen nam toe: van 61 duizend in 2018 naar 66 duizend in 2019. Het aantal ICT’ers met een flexibele arbeidsrelatie steeg, met 1 000 naar 52 duizend personen.

2.2.1 Werkzame ICT'ers (x 1 000)
jaren Totaal Werknemers vaste arbeidsrelatie Werknemers flexibele arbeidsrelatie Zelfstandigen
2009 326 252 27 47
2010 336 252 31 53
2011 335 250 29 55
2012 336 254 28 53
2013 339 253 36 50
2014 349 254 40 56
2015 370 273 38 59
2016 378 279 42 57
2017 380 278 44 59
2018 415 303 51 61
2019 452 334 52 66

In de periode 2009–2019 is het aandeel ICT’ers met een vast contract afgenomen. In 2009 had 77 procent van de werkzame ICT’ers een vaste arbeidsrelatie. In 2019 was dit teruggelopen tot 74 procent. Toch wordt er nog altijd relatief veel gewerkt met vaste contracten door ICT’ers. Ter vergelijking: van de totale Nederlandse beroepsbevolking had 62 procent een vaste arbeidsrelatie. Het aandeel zelfstandigen in de ICT-sector ligt al sinds 2008 rond de 15 à 16 procent.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een uitgebreide tabel met achtergrond­kenmerken van werkzame ICT’ers (tabel 2.2.1a). Daaruit blijkt onder andere dat 85 procent van hen een man is, dat 79 procent ten minste 35 uur per week werkt, en dat 77 procent een Nederlandse achtergrond heeft. De tabel bevat ook cijfers over beroepsgroepen, leeftijdscategorieën en onderwijsniveaus van ICT’ers.

Derde ICT’ers werkt in informatie en communicatie

De bedrijfstak informatie en communicatie heeft de meeste ICT’ers in dienst. In 2018 waren 139 duizend ICT’ers werkzaam in deze branche (tabel 2.2.2). Dat betekent dat ruim 33 procent van alle werkzame ICT’ers in Nederland actief was in deze bedrijfstak. Van hen werkte het grootste deel als IT-dienstverlener (86 procent). Twee op drie ICT’ers werken buiten de sector informatie en communicatie. In vrijwel alle bedrijfstakken zijn ze vertegenwoordigd. Onder andere bij advies- en onderzoeksbureaus, in de industrie, overheid en handel werken relatief veel ICT’ers. Met name in de handel nam het aantal ICT’ers relatief sterk toe de afgelopen jaren.

2.2.2Werkzame ICT'ers, naar bedrijfstak (SBI 2008)

2010 2015 2016 2017 2018 Aandeel ICT-ers in totale werkzame beroepsbevolking (internationaal)
2018
x 1 000 %
Totaal 336 370 378 380 415 4,7
 
Landbouw, bosbouw en visserij 0 1 1 1 1 0,6
Delfstoffenwinning 0 1 1 0 0 .
Industrie 27 30 30 30 35 4,2
Energie 4 3 4 3 4 14,2
Water 2 1 1 1 1 3,4
Bouw 8 10 9 8 9 2,1
Handel 18 29 30 30 32 2,5
Transport 7 9 9 8 8 2,0
Horeca 1 1 1 1 2 0,4
Informatie en communicatie 156 126 134 131 139 47,7
waarvan
media 7 9 8 8 9 13,8
telecommunicatie 16 12 11 10 10 35,3
informatiedienstverlening 133 105 115 113 120 60,0
Financiële instellingen 19 30 34 29 29 11,2
Verhuur van en handel in onroerend goed 1 1 1 1 2 2,6
Advies en onderzoek 22 35 29 33 39 5,8
Overige zakelijke dienstverlening 9 12 11 14 12 2,5
Overheid 22 32 30 30 33 6,5
Onderwijs 11 12 12 11 15 2,5
Gezondheidszorg 13 14 14 14 16 1,2
Cultuur, sport en recreatie 4 4 4 5 5 2,7
Overige dienstverlening 6 6 4 5 5 3,0
Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel 0 0 0 0 0 .
Extraterritoriale organisaties 0 0 0 0 0 .
Onbekend 5 15 18 26 28 4,8

Bron:CBS

In 2018 maakten ICT’ers 4,7 procent uit van de totale werkzame beroepsbevolking van Nederland. In sommige bedrijfstakken zijn ICT’ers veel sterker vertegenwoordigd dan dit gemiddelde. Het gaat dan vooral om de bedrijfstak informatie en communicatie (48 procent), maar ook bij energiebedrijven (14 procent) en financiële instellingen (11 procent) komen relatief veel ICT’ers voor. In de horeca (0,4 procent) en landbouw, bosbouw en visserij (0,6 procent) maken ICT’ers naar verhouding juist een relatief klein deel uit van de werkzame beroepsbevolking in die bedrijfstakken.

Relatief veel ICT-specialisten Finland

In Finland was 7,2 procent van de werkzame beroepsbevolking actief als ICT-specialist in 2018 (figuur 2.2.3). Dit aandeel was in Nederland kleiner: 5,4 procent.noot6 Niet alleen in Finland was het aandeel ICT-specialisten groter dan in Nederland. Ook in Zweden maakten ICT-specialisten een groter deel uit van de werkzame beroepsbevolking. Het gemiddelde aandeel ICT-specialisten in de beroepsbevolking in de EU bedroeg 3,8 procent. Onder andere Italië en Spanje kenden een kleiner aandeel ICT-specialisten dan gemiddeld in de 27 EU-landen.

2.2.3 ICT-specialisten, EU-27, 2018 (% van werkzame
beroepsbevolking)
landen ICT-specialisten
Finland 7,2
Zweden 6,8
Nederland 5,4
Verenigd Koninkrijk 5,1
België 4,8
Noorwegen 4,6
Ierland 4,5
Denemarken 4,3
Frankrijk 4,0
Duitsland 3,9
EU-27 3,8
Italië 3,5
Spanje 3,2
Polen 3,0
Bron: Eurostat.

2 op de 5 ICT’ers ouder dan 45 jaar

Waar in 2009 van alle werkzame ICT’ers 31 procent 45 jaar of ouder was, was dit in 2019 gestegen naar 40 procent (figuur 2.2.4). Met name het aandeel 55- tot 65‑jarige ICT’ers groeide sterk. In 2009 behoorde 8 procent tot deze leeftijdscategorie; in 2019 14 procent. Ten opzichte van 2014 is het aandeel werkzame ICT’ers van 25 tot 35 jaar eveneens toegenomen; het bedroeg 28 procent in 2019. Vijf jaar eerder had deze groep een aandeel van 26 procent.

2.2.4 Werkzame ICT'ers, naar leeftijd (%)
leeftijd 2009 2014 2019
15 tot 25 jaar 7 7 7
25 tot 35 jaar 29 26 28
35 tot 45 jaar 33 30 25
45 tot 55 jaar 23 25 25
55 tot 65 jaar 8 11 14
65 tot 75 jaar 0 1 1

Werkzame personen in ICT-beroepen zijn gemiddeld nog steeds jonger dan in de totale economie (zie ook tabel 2.2.1a in de statistische bijlage). Het aandeel 45‑plussers in de gehele Nederlandse economie bedroeg 44 procent in 2019.

40% van de ICT’ers was 45 jaar of ouder in 2019 Buitenvorm Binnenvorm

Aantal vacatures ICT-sector blijft toenemen

Eind 2019 was het aantal openstaande vacatures in de ICT-sector opgelopen naar 16 700 (figuur 2.2.5). Dat is een toename van 1 500, vergeleken met een jaar eerder. In het derde kwartaal van 2019 stonden 17 200 vacatures open bij ICT-bedrijven: een kwartaalrecord in de periode 2009–2019. Het aantal openstaande vacatures bij ICT-bedrijven lag ruim 12 duizend hoger dan in het derde kwartaal van 2009 toen ICT-bedrijven de minste vacatures open hadden staan. Gaandeweg 2014 ontstonden er steeds weer meer vacatures bij ICT-bedrijven. Ook in de economie als geheel zette het herstel op de arbeidsmarkt zich door. Eind 2019 stonden bijna 281 duizend vacatures open, tegen bijna 255 duizend een jaar eerder; een groei van 10 procent.

2.2.5 Openstaande vacatures1) (x 1 000)
jaar kwartaal Totaal ICT-sector
2009 1e kwartaal, 2009 155,9 6,2
2009 2e kwartaal, 2009 138,4 5,0
2009 3e kwartaal, 2009 124,7 4,9
2009 4e kwartaal, 2009 119,4 5,1
2010 1e kwartaal, 2010 116 6,2
2010 2e kwartaal, 2010 124,9 7,1
2010 3e kwartaal, 2010 123,4 7,2
2010 4e kwartaal, 2010 124,4 7,5
2011 1e kwartaal, 2011 135,5 8,5
2011 2e kwartaal, 2011 143,6 8,6
2011 3e kwartaal, 2011 130,6 7,9
2011 4e kwartaal, 2011 116,6 6,6
2012 1e kwartaal, 2012 118,2 7,0
2012 2e kwartaal, 2012 116,1 7,0
2012 3e kwartaal, 2012 106 7,2
2012 4e kwartaal, 2012 94,9 6,9
2013 1e kwartaal, 2013 97,1 6,5
2013 2e kwartaal, 2013 96,8 6,6
2013 3e kwartaal, 2013 93,7 6,5
2013 4e kwartaal, 2013 91 6,5
2014 1e kwartaal, 2014 105,7 7,9
2014 2e kwartaal, 2014 112,9 7,6
2014 3e kwartaal, 2014 112,1 7,8
2014 4e kwartaal, 2014 112,9 7,9
2015 1e kwartaal, 2015 127 9,4
2015 2e kwartaal, 2015 136,5 8,8
2015 3e kwartaal, 2015 130,9 10,0
2015 4e kwartaal, 2015 136,3 10,9
2016 1e kwartaal, 2016 153 11,6
2016 2e kwartaal, 2016 161,8 11,0
2016 3e kwartaal, 2016 159,1 10,1
2016 4e kwartaal, 2016 163,4 10,3
2017 1e kwartaal, 2017 188,5 12,3
2017 2e kwartaal, 2017 212,8 12,8
2017 3e kwartaal, 2017 210,1 11,9
2017 4e kwartaal, 2017 218,6 13,8
2018 1e kwartaal, 2018 237,8 15,8
2018 2e kwartaal, 2018 260,6 15,4
2018 3e kwartaal, 2018 258,3 15,7
2018 4e kwartaal, 2018 254,9 15,2
2019 1e kwartaal, 2019 278,9 17,0
2019 2e kwartaal, 2019 293,8 16,6
2019 3e kwartaal, 2019 283,8 17,2
2019 4e kwartaal, 2019 281,2 16,7
1) De ICT-sector is hier gedefinieerd als de SBI 2008-codes 61, 62 en 63.

Aandeel vacatures ICT-sector stabiliseert

Aan het eind van 2019 maakte het aantal openstaande vacatures in de ICT-sector 5,9 procent uit van alle openstaande vacatures in Nederland (figuur 2.2.6). Het aandeel van de ICT-sector in het totale aantal vacatures was het grootst in het vierde kwartaal van 2015. Het bedroeg toen 8 procent. In de periode 2009–2019 is het aandeel trendmatig toegenomen. Vooral na 2011 groeide het aandeel sterk. Vanaf 2015 maakt het aantal openstaande vacatures in de ICT-sector weer minder uit van het totaal, wat zorgt voor afvlakking van de langjarige trend.

2.2.6 Aandeel ICT-sector1) in alle openstaande vacatures (%)
jaar kwartaal Aandeel ICT-sector
2009 1e kwartaal, 2009 4,0
2009 2e kwartaal, 2009 3,6
2009 3e kwartaal, 2009 3,9
2009 4e kwartaal, 2009 4,3
2010 1e kwartaal, 2010 5,3
2010 2e kwartaal, 2010 5,7
2010 3e kwartaal, 2010 5,8
2010 4e kwartaal, 2010 6,0
2011 1e kwartaal, 2011 6,3
2011 2e kwartaal, 2011 6,0
2011 3e kwartaal, 2011 6,0
2011 4e kwartaal, 2011 5,7
2012 1e kwartaal, 2012 5,9
2012 2e kwartaal, 2012 6,0
2012 3e kwartaal, 2012 6,8
2012 4e kwartaal, 2012 7,3
2013 1e kwartaal, 2013 6,7
2013 2e kwartaal, 2013 6,8
2013 3e kwartaal, 2013 6,9
2013 4e kwartaal, 2013 7,1
2014 1e kwartaal, 2014 7,5
2014 2e kwartaal, 2014 6,7
2014 3e kwartaal, 2014 7,0
2014 4e kwartaal, 2014 7,0
2015 1e kwartaal, 2015 7,4
2015 2e kwartaal, 2015 6,4
2015 3e kwartaal, 2015 7,6
2015 4e kwartaal, 2015 8,0
2016 1e kwartaal, 2016 7,6
2016 2e kwartaal, 2016 6,8
2016 3e kwartaal, 2016 6,3
2016 4e kwartaal, 2016 6,3
2017 1e kwartaal, 2017 6,5
2017 2e kwartaal, 2017 6,0
2017 3e kwartaal, 2017 5,7
2017 4e kwartaal, 2017 6,3
2018 1e kwartaal, 2018 6,6
2018 2e kwartaal, 2018 5,9
2018 3e kwartaal, 2018 6,1
2018 4e kwartaal, 2018 6,0
2019 1e kwartaal, 2019 6,1
2019 2e kwartaal, 2019 5,7
2019 3e kwartaal, 2019 6,1
2019 4e kwartaal, 2019 5,9
1) De ICT-sector is hier gedefinieerd als de SBI 2008-codes 61, 62 en 63.

In paragraaf 4.2 van deze publicatie wordt ook aandacht besteed aan cijfers over ICT-vacatures (figuur 4.2.6). Daar gaat het echter om vacatures voor ICT-specialisten in alle bedrijfstakken, niet om alle vacatures in de ICT-sector zoals in dit hoofdstuk.

2.3ICT-bestedingen

De binnenlandse bestedingen aan ICT-goederen en – diensten omvatten drie categorieën:

  1. De investeringen van bedrijven en overheden in ICT zoals hardware, software en elektronische netwerken.
  2. Het intermediair verbruik zoals de uitgaven van bedrijven en overheid aan goederen en diensten die in een productieproces gebruikt worden (loonkosten, afschrijvingen en investeringen vallen hier niet onder).
  3. De consumptie door huishoudens, zoals de aankoop van computers, tablets en smartphones.

In deze paragraaf komt elk van deze categorieën aan bod.

Lichte groei ICT-investeringen

In 2018 was het volume van de ICT-investeringen 0,2 procent groter dan in 2017 (tabel 2.3.1). Dat betekent dat na twee jaren van krimp, er weer meer geïnvesteerd werd in ICT. Dat is vooral te danken aan hogere investeringen in computer hardware en software. Bedrijven en overheden investeerden 1,1 procent meer in computers en computeronderdelen; in software werd 1,8 procent meer geïnvesteerd. De investeringen in computer hardware kennen een enigszins grillig verloop. Een jaar eerder werd nog 36,2 procent minder geïnvesteerd. De investeringen in elektronische netwerken krompen met 12,7 procent in 2018.

Gezamenlijk investeerden Nederlandse bedrijven en overheden ruim 162,6 miljard euro in 2018. Van dit bedrag betrof bijna 29,5 miljard euro investeringen in ICT. ICT-investeringen vertegenwoordigden 18 procent van de totale investeringen in Nederland. Binnen de ICT-investeringen zijn de investeringen in software het grootst. In 2018 investeerden Nederlandse bedrijven en overheden samen 22,7 miljard euro in software. Dat kwam overeen met 77 procent van de totale investeringen in ICT, tegen 76 procent een jaar eerder.

2.3.1Investeringen in ICT-kapitaal

2015 2016 2017 2018
mln euro (lopende prijzen)
Totaal investeringen Nederland 164 037 144 572 151 432 162 634
waarvan
totaal ICT 32 351 30 216 28 713 29 446
waarvan
computer hardware 4 840 6 516 4 142 4 198
elektronische netwerken 2 818 2 796 2 847 2 527
software 24 693 20 904 21 724 22 721
 
% van totale investeringen in ICT
Computer hardware 15 22 14 14
Elektronische netwerken 9 9 10 9
Software 76 69 76 77
 
% van totale investeringen Nederland
Totaal ICT 20 21 19 18
 
volumemutatie t.o.v. voorgaand jaar (%)
Totale investeringen Nederland . −12,0 4,0 4,7
waarvan
totaal ICT . −5,5 −5,1 0,2
waarvan
computer hardware . 38,9 −36,2 1,1
elektronische netwerken . 0,5 1,6 −12,7
software . −14,8 3,7 1,8

Bron:CBS

ICT-branche: bijna twee derde van investeringen gaat naar ICT

In de informatie- en communicatiebranche was 62 procent van alle investeringen een investering in ICT (figuur 2.3.2). Het aandeel is ten opzichte van 2015 flink gedaald. In dat jaar maakten de ICT-investeringen nog 79 procent uit van alle investeringen in deze bedrijfstak. Ook financiële instellingen investeren relatief veel in ICT. In 2018 omvatten de ICT-investeringen 44 procent van het totaal. In de industrie beslaan ICT-investeringen een relatief veel minder groot aandeel dan in ICT-intensieve bedrijfstakken zoals informatie en communicatie en de financiële sector. In 2018 betrof 18 procent van alle investeringen in de industrie een ICT-investering.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een tabel die het aandeel van ICT-investeringen laat zien voor meer bedrijfstakken (tabel 2.3.2a).

2.3.2 ICT-investeringen (% van totale investeringen)
bedrijfstakken 2015 2018
Alle bedrijfstakken 19,7 18,1
Financiële activiteiten en verzekeringen 51,4 44,2
Informatie en communicatie 78,7 61,7
Industrie 19,2 17,8

ICT-uitgaven nemen af

In 2018 gaven bedrijven, overheden en consumenten samen ruim 62,2 miljard euro uit aan ICT-goederen en -diensten (tabel 2.3.3). Er werd bijna 1 procent minder uitgegeven dan in 2017. Aan het intermediair verbruik van goederen en diensten werd door bedrijven en overheden bijna 51 miljard euro besteed in 2018. Hieronder vallen bijvoorbeeld de uitgaven die samenhangen met het onderhoud van software. De bestedingen van huishoudens aan ICT – de consumptie – bedroeg ruim 11,3 miljard euro in 2018. Bedrijven en overheden gaven dus ruim 4 keer zo veel uit aan ICT als huishoudens. Het aandeel van bedrijven en overheden in de totale ICT-uitgaven is de laatste jaren stabiel gebleven: het schommelde rond 81 à 82 procent in de periode 2015–2018.

2.3.3Uitgaven aan ICT-goederen en -diensten

2015 2016 2017 2018
mln euro (lopende prijzen)
Totaal ICT-uitgaven (goederen + diensten) 61 694 60 628 62 774 62 296
waarvan
intermediair verbruik (bedrijven en overheden) 49 757 49 062 51 161 50 960
consumptie (huishoudens) 11 937 11 566 11 613 11 336
 
Uitgaven aan ICT-goederen 25 278 23 614 23 460 21 519
waarvan
intermediair verbruik (bedrijven en overheden) 20 723 19 341 19 204 17 221
consumptie (huishoudens) 4 555 4 273 4 256 4 298
 
Uitgaven aan ICT-diensten 36 416 37 014 39 314 40 777
waarvan
intermediair verbruik (bedrijven en overheden) 29 034 29 721 31 957 33 739
consumptie (huishoudens) 7 382 7 293 7 357 7 038
 
Totale consumptie (huishoudens) 483 170 490 883 506 752 530 171

Bron:CBS

De uitgaven aan ICT-goederen bedroegen ruim 21,5 miljard euro in 2018. Dat was 15 procent minder dan in 2015. Bedrijven en overheden, maar ook huishoudens, besteedden in 2018 minder aan ICT-goederen. Daarentegen stegen de uitgaven aan ICT-diensten, met 12 procent van 36,4 miljard euro in 2015 naar 40,8 miljard euro in 2018. De stijging komt voor rekening van bedrijven en overheden die in 2018 ruim 16 procent meer uitgaven aan ICT-diensten dan in 2015. Consumenten gaven juist minder uit aan ICT-diensten in deze periode (–4,7 procent).

De totale consumptie van huishoudens bedroeg in 2018 ruim 530 miljard euro. Daarvan ging 2,1 procent naar ICT. Dit aandeel is de laatste jaren licht afgenomen; in 2015 spendeerden huishoudens 2,5 procent aan ICT. Zowel de uitgaven aan ICT-goederen als ICT-diensten namen af onder huishoudens.

2.4Internationale handel in ICT

Bedrijven verhandelen ICT-goederen en -diensten op grote schaal met internationale partners. Fysieke afstanden zijn door technologie minder relevant geworden. In deze paragraaf staat de handel in ICT tussen Nederland en andere landen centraal.

ICT-import en –export neemt af

In 2018 importeerde Nederland voor ruim 61,1 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten (tabel 2.4.1). Dat is 1 procent minder dan in 2017. De ICT-import nam af, terwijl de totale Nederlandse import steeg: met 7 procent ten opzichte van 2017. In 2018 maakte de import van ICT-goederen en –diensten 10,6 procent uit van de totale Nederlandse import, tegen 12,1 procent in 2015.

Nederland exporteerde voor ruim 39,3 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten in 2018 (exclusief wederuitvoer). Dat is bijna vijf procent minder dan een jaar eerder. De totale Nederlandse export groeide in deze periode wel: met ruim 7 procent. De daling van de ICT-export werd veroorzaakt doordat er minder ICT-goederen werden geëxporteerd (–‍11,1 procent), de export van ICT-diensten groeide (6 procent). De exportwaarde van ICT-goederen bedroeg ruim 23,3 miljard euro. De geëxporteerde ICT-diensten vertegenwoordigden een waarde van bijna 16 miljard euro.

2.4.1Import en export ICT-goederen en -diensten

2015 2016 2017 2018
mln euro (lopende prijzen)
Totale import 520 898 493 346 538 421 576 190
waarvan
totale ICT-import 63 168 60 870 61 796 61 172
waarvan
ICT-goederen 53 486 50 854 51 213 50 253
ICT-diensten 9 682 10 016 10 583 10 919
 
Totale export 366 377 354 322 384 557 412 181
waarvan
totale ICT-export 43 687 41 096 41 330 39 317
waarvan
ICT-goederen 29 911 26 397 26 251 23 332
ICT-diensten 13 776 14 699 15 079 15 985
 
Totale wederuitvoer 206 280 211 357 233 254 245 616
waarvan
totale ICT-wederuitvoer 33 359 31 791 34 077 35 283
waarvan
ICT-goederen 33 184 31 622 33 950 35 175
ICT-diensten 175 169 127 108
 
Totale ICT-export (goederen, diensten en wederuitvoer) 77 046 72 887 75 407 74 600
 
%
Aandeel van ICT-goederen in totale ICT-export 38,8 36,2 34,8 31,3
Aandeel van ICT-diensten in totale ICT-export 17,9 20,2 20,0 21,4
Aandeel van ICT-wederuitvoer in totale ICT-export 43,3 43,6 45,2 47,3
 
Aandeel van ICT-goederen en -diensten in totale import 12,1 12,3 11,5 10,6
Aandeel van ICT-goederen en -diensten in totale export 11,9 11,6 10,7 9,5
Aandeel van ICT-goederen en -diensten in totale wederuitvoer 16,2 15,0 14,6 14,4

Bron:CBS

Groot deel ICT-export is wederuitvoer

Een groot deel van de Nederlandse ICT-export betreft wederuitvoer. Er is sprake van wederuitvoer als een ingezetene van Nederland een product (of dienst) importeert om dat vervolgens weer te exporteren, zonder het te bewerken. Nederlandse distributiecentra zijn voorbeelden van bedrijven die op deze manier werken. In 2018 realiseerde Nederland voor bijna 35,3 miljard euro aan ICT-wederuitvoer. Dit komt overeen met 47,3 procent van de totale ICT-export. Het aandeel van wederuitvoer in de totale ICT-export is sinds 2015 toegenomen; dat jaar omvatte wederuitvoer nog 43,3 procent van de totale ICT-exportwaarde.

Het aandeel van ICT-goederen en -diensten in de totale Nederlandse wederuitvoer is de laatste jaren kleiner geworden. In 2015 omvatte het 16,2 procent van de totale Nederlandse wederuitvoer. In 2018 was dit teruggelopen naar 14,4 procent.

47,3% ICT-export is wederuitvoer

Aandeel wereldwijde export Nederlandse ICT-diensten neemt af

In 2018 nam Nederland 4,5 procent van de wereldwijde exportwaarde van ICT-diensten voor zijn rekening. Het aandeel van Nederland is afgenomen ten opzichte van 2014. Destijds had Nederland nog een marktaandeel van 5,5 procent in de wereldwijde export van ICT-diensten. Vooral Ierland en India zijn grote exporteurs op dit terrein. In 2018 had Ierland een aandeel van 16,7 procent en India van 9,6 procent. Ierland is al jarenlang een grote ICT-dienstenexporteur vanwege de aanwezigheid van grote buitenlandse ICT-bedrijven. Het aandeel van het land stijgt nog steeds gestaag. Het aandeel van India is de laatste jaren gekrompen. Met name China heeft marktaandeel gewonnen: het bedroeg 4,3 procent in 2014 tegen 7,8 procent in 2018. Ook voor Duitsland en Israël gold dat hun aandeel in de wereldwijde export van ICT-diensten groeide. Naast Nederland en India zagen onder andere ook Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Italië hun aandeel teruglopen.

2.4.2 Aandeel wereldwijde export ICT-diensten1)2) (%)
landen 2018 2014
Ierland 16,7 12,1
India 9,6 11,7
China 7,8 4,3
Verenigde Staten 7,3 7,4
Duitsland 6,7 6,3
Verenigd Koninkrijk 4,6 5,9
Nederland 4,5 5,5
Frankrijk 3,4 4,1
Zweden 2,5 3,6
Israël 2,4 1,9
Spanje 2,4 2,7
België 2,3 2,5
Singapore 2,2 1,7
Italië 1,6 2,1
Bron: UNCTAD.
1) ICT-diensten zijn hier gedefinieerd als telecommunicatie-, computer- en informatiediensten.
2) Gemeten in US-dollars.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een tabel die het aandeel in de wereldwijde exportwaarde van ICT-diensten bevat voor meer landen (tabel 2.4.2a). Deze tabel bevat cijfers vanaf 2006.

Sterke groei ICT-dienstenexport in Polen en Zuid-Korea

Polen en Zuid-Korea kenden de sterkste gemiddelde jaarlijkse groei van de exportwaarde van ICT-diensten tussen 2014 en 2018. Gemiddeld nam de exportwaarde per jaar in Polen met 17,2 procent toe; in Zuid-Korea met 14,4 procent (figuur 2.4.3). In Nederland groeide de waarde van de ICT-dienstenexport ook (gemiddeld met 1,2 procent), zij het veel minder sterk dan in Polen en Zuid-Korea. De bescheiden Nederlandse groei was lager dan het EU-gemiddelde, dat 7 procent bedroeg. In Zweden, Finland en Italië kromp de ICT-dienstenexport in de periode 2014–2018.

2.4.3 ICT-export, internationaal, 2014-20181) (gemiddelde jaarlijkse
groei (%))
landen ICT-diensten2) ICT-goederen3)
Polen 17,2 3,2
Zuid-Korea 14,4 8,0
Duitsland 10,0 3,1
Japan 9,5 0,9
Ierland 7,3 11,1
EU-28 7,0 1,0
Denemarken 6,2 0,8
Verenigde Staten 5,6 1,0
België 4,7 -0,3
Frankrijk 1,9 0,8
Canada 1,6 -0,7
Nederland 1,2 0,1
Italië -1,3 2,3
Finland -2,0 -1,1
Zweden -2,4 -3,2
Bron: OESO, ITCS-database en EBOPS2010-database.
1)Ierland: ICT-diensten 2014-2016.
2) ICT-diensten betreffen telecommunicatie-, computer- en informatiediensten.
3) ICT-goederen betreffen de goederengroepen 75, 76 en 77 van de Standard International Trade Classification (SITC3).

In veel landen nam de groei van de exportwaarde van ICT-goederen in de periode 2014–2018 toe. In Ierland steeg de ICT-goederenexport het sterkst, met gemiddeld 11,1 procent per jaar. De waarde van de Nederlandse ICT-goederenexport groeide nauwelijks (gemiddeld met 0,1 procent per jaar). Net als bij ICT-diensten liet Zweden de grootste daling zien. De waarde van de Zweedse ICT-goederenexport kromp met gemiddeld 3,2 procent per jaar tussen 2014 en 2018. Ook Finland, Canada en België kenden een negatieve groei in deze periode.

Importwaarde ICT-diensten in Ierland sterk gegroeid

In Ierland nam de importwaarde van ICT-diensten met gemiddeld 28 procent toe in de periode 2014–2018. De cijfers van Ierland worden sterk beïnvloed door herlocatie van grote multinationals. Nederland zag de import van ICT-diensten gemiddeld met 1,8 procent per jaar stijgen. In alle referentielanden nam de importwaarde van ICT-diensten toe tussen 2014 en 2018 (figuur 2.4.4). Zweden laat op internationaal niveau de laagste gemiddelde groei zien (0,7 procent).

2.4.4 ICT-import, internationaal, 2014-2018 (gemiddelde jaarlijkse
groei (%))
landen ICT-diensten1) ICT-goederen2)
Ierland 28,0 5,8
Duitsland 12,3 3,9
Zuid-Korea 10,5 4,6
Polen 9,8 5,5
Japan 8,1 -0,2
Denemarken 6,9 1,1
Finland 6,4 4,0
EU-28 5,4 4,4
België 5,2 -0,8
Spanje 4,0 4,1
Frankrijk 3,8 0,7
Verenigde Staten 3,1 3,8
Italië 2,1 2,3
Nederland 1,8 2,0
Canada 1,1 0,7
Zweden 0,7 0,6
Bron: OESO, ITCS-database en EBOPS2010-database.
1) ICT-diensten betreffen computer- en informatiediensten.
2) ICT-goederen betreffen de goederengroepen 75, 76 en 77 van de Standard Industrial Trade Classification (SITC3).

Ierland kende tussen 2014 en 2018 eveneens de hoogste gemiddelde groei van de importwaarde van ICT-goederen (5,8 procent). Andere landen met een hoge gemiddelde groei waren Polen (5,5 procent) en Zuid-Korea (4,6 procent). Nederland zag de import van ICT-goederen met gemiddeld 2 procent stijgen in de periode 2014–2018. Alleen België (−0,8 procent) kende een negatieve gemiddelde groei.

De statistische bijlage bij deze publicatie bevat een tabel met cijfers over de export- en importwaarde van ICT-goederen van diverse landen in 2018 (tabel 2.4.3a).

Nederland importeert veel ICT-goederen uit China

De meeste ICT-goederen die Nederland importeert, komen uit China. Het gaat dan bijvoorbeeld om ingevoerde computers, printers en smartphones. Eind 2019 was ruim 26 procent van de waarde van ICT-goederen die Nederland importeerde, afkomstig uit China (figuur 2.4.5). Het aandeel van China in de Nederlandse ICT-goederenimport kende in de periode 2012–2018 een vrij grillig verloop. Medio 2014 piekte het aandeel van China, met bijna 34 procent. Daarna slonk het weer. Eind 2019 importeerde Nederland nog altijd ruim twee en half keer zo veel ICT-goederen uit China als uit Duitsland, de op één na belangrijkste handelspartner. Bijna 10 procent van de importwaarde van ICT-goederen was afkomstig uit Duitsland aan het einde van 2019. Ook Maleisië, de Verenigde Staten en Hongkong zijn op dit terrein belangrijke handelspartners voor Nederland. Van deze drie landen steeg vooral het aandeel van Hongkong relatief sterk tussen 2012 en 2019.

2.4.5 Import ICT-goederen1) (%)
jaren maanden China Duitsland Maleisië Verenigde Staten Hongkong
2012 januari, 2012 28,1 10,9 5,8 6,4 2,3
2012 februari, 2012 27,1 10,0 5,2 6,6 2,7
2012 maart, 2012 27,0 10,0 5,4 6,9 2,0
2012 april, 2012 29,7 9,2 5,7 6,5 2,2
2012 mei, 2012 30,2 9,0 5,4 6,2 2,2
2012 juni, 2012 29,2 9,7 6,0 6,0 2,1
2012 juli, 2012 30,9 9,7 6,4 6,3 2,1
2012 augustus, 2012 28,3 9,6 6,8 6,2 2,3
2012 september, 2012 26,8 9,8 6,5 6,3 1,8
2012 oktober, 2012 30,3 9,7 5,5 6,0 2,0
2012 november, 2012 29,9 9,1 4,9 6,5 1,9
2012 december, 2012 29,1 8,7 5,5 6,3 2,6
2013 januari, 2013 28,8 10,6 6,6 5,5 2,3
2013 februari, 2013 28,3 10,6 6,3 5,9 1,6
2013 maart, 2013 27,0 10,6 6,4 6,7 2,0
2013 april, 2013 29,2 10,7 6,8 6,3 2,3
2013 mei, 2013 29,8 10,4 6,9 6,1 2,1
2013 juni, 2013 28,3 10,2 6,2 6,1 2,3
2013 juli, 2013 28,6 10,2 6,6 5,9 2,8
2013 augustus, 2013 28,9 9,6 6,2 6,1 3,0
2013 september, 2013 29,5 10,3 7,1 6,0 2,2
2013 oktober, 2013 31,7 9,6 6,5 5,1 2,3
2013 november, 2013 33,1 9,6 6,2 5,9 2,5
2013 december, 2013 32,4 8,4 6,5 6,2 2,7
2014 januari, 2014 33,3 10,9 5,8 5,5 2,0
2014 februari, 2014 30,8 11,5 5,8 5,6 2,0
2014 maart, 2014 31,9 9,9 5,5 6,1 2,4
2014 april, 2014 32,5 9,8 4,8 6,3 2,1
2014 mei, 2014 33,7 9,7 5,6 6,3 2,2
2014 juni, 2014 31,5 9,9 6,4 6,9 2,3
2014 juli, 2014 32,4 10,2 7,4 6,8 2,1
2014 augustus, 2014 30,7 9,4 7,8 7,1 2,8
2014 september, 2014 29,6 10,5 8,2 7,4 2,3
2014 oktober, 2014 31,5 10,6 7,4 6,3 2,2
2014 november, 2014 30,0 9,6 9,4 6,9 2,8
2014 december, 2014 28,3 9,3 9,3 7,7 2,8
2015 januari, 2015 28,9 11,8 7,8 6,2 2,7
2015 februari, 2015 27,1 10,9 8,0 9,6 2,8
2015 maart, 2015 24,3 10,5 7,7 10,0 3,7
2015 april, 2015 25,9 11,4 7,0 9,8 3,8
2015 mei, 2015 27,7 10,1 7,8 8,3 4,0
2015 juni, 2015 24,5 11,5 6,7 8,7 4,3
2015 juli, 2015 24,9 11,2 8,0 7,8 4,2
2015 augustus, 2015 25,7 9,7 7,5 8,9 4,2
2015 september, 2015 27,0 10,2 6,4 8,2 3,8
2015 oktober, 2015 27,4 10,9 7,0 7,6 4,1
2015 november, 2015 27,7 9,9 6,8 7,9 4,5
2015 december, 2015 25,8 9,3 9,3 7,9 4,7
2016 januari, 2016 26,2 11,8 6,8 7,9 4,2
2016 februari, 2016 25,5 11,6 7,7 8,4 3,6
2016 maart, 2016 23,4 10,8 7,1 8,9 4,1
2016 april, 2016 23,6 11,9 6,9 9,2 4,5
2016 mei, 2016 24,8 11,0 7,5 8,4 4,0
2016 juni, 2016 23,8 12,0 6,3 8,2 4,0
2016 juli, 2016 24,2 10,6 8,4 8,3 4,1
2016 augustus, 2016 25,6 11,1 6,7 8,6 4,6
2016 september, 2016 26,3 10,6 6,3 7,7 4,8
2016 oktober, 2016 27,4 10,9 6,6 7,3 4,9
2016 november, 2016 28,2 10,5 6,6 7,6 5,0
2016 december, 2016 26,9 10,3 8,5 7,6 5,3
2017 januari, 2017 25,6 11,3 7,8 7,9 5,3
2017 februari, 2017 25,9 11,9 7,3 8,6 4,0
2017 maart, 2017 25,0 11,6 7,1 8,4 5,3
2017 april, 2017 24,8 10,8 7,1 9,0 5,6
2017 mei, 2017 26,7 12,4 6,0 9,6 4,8
2017 juni, 2017 25,4 13,3 6,7 8,7 5,5
2017 juli, 2017 24,3 13,1 6,3 8,2 5,9
2017 augustus, 2017 25,4 13,0 5,9 9,2 6,0
2017 september, 2017 25,5 12,8 6,4 8,3 6,1
2017 oktober, 2017 25,4 12,8 6,4 8,7 5,5
2017 november, 2017 26,6 12,8 6,8 7,5 5,8
2017 december, 2017 24,2 12,9 8,8 8,1 6,3
2018 januari, 2018 26,2 13,1 6,2 7,3 5,8
2018 februari, 2018 23,9 14,3 6,7 8,8 5,2
2018 maart, 2018 22,5 13,8 8,0 9,6 5,2
2018 april, 2018 24,5 13,6 6,9 7,7 5,4
2018 mei, 2018 26,9 13,3 6,4 8,0 5,5
2018 juni, 2018 25,2 14,2 6,8 8,4 6,2
2018 juli, 2018 26,5 13,0 7,0 8,6 5,4
2018 augustus, 2018 28,3 12,0 6,7 8,3 6,0
2018 september, 2018 25,9 13,4 6,0 8,2 5,3
2018 oktober, 2018 27,8 13,1 6,1 7,1 6,4
2018 november, 2018 27,5 12,3 6,6 7,9 6,7
2018 december, 2018 26,0 12,3 6,3 8,6 7,3
2019* januari, 2019* 27,4 12,4 5,1 7,6 6,1
2019* februari, 2019* 26,5 13,2 6,8 7,9 4,9
2019* maart, 2019* 23,3 12,5 7,8 7,9 6,5
2019* april, 2019* 26,1 13,3 5,2 8,2 5,7
2019* mei, 2019* 26,6 12,5 6,2 7,6 5,9
2019* juni, 2019* 26,2 12,1 6,7 7,9 5,1
2019* juli, 2019* 26,5 12,3 7,0 7,5 5,3
2019* augustus, 2019* 27,0 11,0 6,7 8,2 5,4
2019* september, 2019* 26,9 11,8 5,7 7,8 6,0
2019* oktober, 2019* 28,9 11,0 7,0 7,4 5,3
2019* november, 2019* 27,7 10,4 7,4 7,0 6,0
2019* december, 2019* 26,4 9,7 8,9 7,8 5,8
*Voorlopige cijfers.
1) ICT-goederen betreffen de goederengroepen 75, 76 en 77 van de Standard Industrial Trade Classification (SITC3).

Vooral door de opkomst van China importeert Nederland steeds minder ICT-goederen uit Europa. In 1996 was 55 procent van de importwaarde van ICT-goederen nog afkomstig uit Europa. Eind 2019 was dit teruggelopen naar 32 procent. Vanuit Azië kwamen juist steeds meer ICT-goederen naar Nederland: 58 procent in 2019, tegen 33 procent in 1996.

Nederlandse ICT-goederen vooral naar Duitsland

Nederland exporteert ICT-goederen vooral naar Duitsland. Dat is al jarenlang zo. Eind 2019 ging ruim 20 procent van de Nederlandse exportwaarde van ICT-goederen naar Duitsland (figuur 2.4.6). In de periode 2012–2019 schommelde dit aandeel tussen 19 en 23 procent. Dit komt onder andere door de centrale ligging van Duitsland in Europa, de zeer grote omvang van de Duitse economie en het grote aantal buurlanden dat Duitsland heeft. Bovendien fungeert Nederland en met name de haven in Rotterdam als overslagpunt van veel goederen die Duitsland als bestemming hebben (CBS, 2020). Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk waren eind 2019 goed voor respectievelijk 8,9 en 8,7 procent van de uitvoerwaarde van Nederlandse ICT-goederen. België en Polen gelden als twee andere belangrijke handelspartners van Nederland met betrekking tot de export van Nederlandse ICT-goederen.

2.4.6 Export ICT-goederen1) (%)
jaren maanden Duitsland Frankrijk Verenigd Koninkrijk België Polen
2012 januari, 2012 21,8 9,9 10,6 6,2 3,2
2012 februari, 2012 20,7 10,1 10,9 6,7 3,0
2012 maart, 2012 21,6 8,8 11,2 6,8 3,3
2012 april, 2012 22,7 9,6 10,4 6,9 2,8
2012 mei, 2012 23,0 8,7 10,3 6,4 3,6
2012 juni, 2012 20,8 9,4 9,7 6,7 3,0
2012 juli, 2012 21,1 10,3 10,6 5,8 3,8
2012 augustus, 2012 21,0 8,6 10,8 6,2 3,5
2012 september, 2012 20,9 9,1 10,2 6,1 3,9
2012 oktober, 2012 19,9 10,0 10,4 5,8 3,9
2012 november, 2012 20,3 9,6 9,5 5,7 4,4
2012 december, 2012 19,5 10,0 10,1 6,6 4,6
2013 januari, 2013 20,4 9,4 10,8 6,9 4,1
2013 februari, 2013 20,4 9,4 10,1 6,4 4,3
2013 maart, 2013 20,9 8,7 11,9 6,1 4,1
2013 april, 2013 20,7 9,5 10,0 6,0 3,9
2013 mei, 2013 20,4 8,7 10,3 7,0 4,6
2013 juni, 2013 19,9 9,4 10,5 6,5 4,3
2013 juli, 2013 21,4 10,0 11,2 5,4 4,2
2013 augustus, 2013 20,0 9,4 10,7 5,5 5,4
2013 september, 2013 20,9 9,3 10,1 5,9 4,3
2013 oktober, 2013 21,3 10,6 10,7 5,8 4,0
2013 november, 2013 20,2 10,2 11,2 6,0 4,4
2013 december, 2013 19,0 9,6 10,3 6,6 4,5
2014 januari, 2014 21,8 10,0 10,6 6,7 3,9
2014 februari, 2014 20,7 8,7 10,8 6,1 4,1
2014 maart, 2014 20,6 8,6 11,6 5,9 4,4
2014 april, 2014 20,5 9,4 11,5 6,5 3,7
2014 mei, 2014 20,4 8,8 11,5 6,1 4,5
2014 juni, 2014 19,2 8,8 11,9 6,9 4,0
2014 juli, 2014 20,8 9,2 12,0 6,3 4,0
2014 augustus, 2014 21,4 8,1 11,4 5,9 4,6
2014 september, 2014 20,0 8,2 10,9 6,6 4,1
2014 oktober, 2014 19,8 8,4 11,3 6,6 4,7
2014 november, 2014 21,0 9,0 11,4 6,0 4,8
2014 december, 2014 19,7 8,8 11,7 6,8 4,4
2015 januari, 2015 20,7 9,5 12,6 7,7 4,4
2015 februari, 2015 19,1 8,9 12,5 6,7 4,3
2015 maart, 2015 19,7 8,5 12,8 6,5 4,4
2015 april, 2015 20,6 9,0 12,5 6,2 4,8
2015 mei, 2015 19,3 8,3 12,3 6,3 5,0
2015 juni, 2015 19,5 8,6 12,8 7,2 4,2
2015 juli, 2015 20,8 8,1 13,6 6,0 4,8
2015 augustus, 2015 21,0 8,0 13,2 6,2 4,6
2015 september, 2015 20,7 8,5 12,7 5,7 4,5
2015 oktober, 2015 21,7 8,7 11,0 6,7 4,6
2015 november, 2015 21,6 9,8 10,9 6,3 4,4
2015 december, 2015 19,8 9,3 13,0 7,4 4,5
2016 januari, 2016 22,3 9,7 11,9 8,0 4,1
2016 februari, 2016 20,5 8,9 11,0 6,7 4,6
2016 maart, 2016 19,9 8,8 12,0 6,6 4,7
2016 april, 2016 22,2 8,6 11,0 6,4 4,0
2016 mei, 2016 21,5 8,9 11,0 6,7 3,8
2016 juni, 2016 19,9 9,2 11,8 6,8 4,4
2016 juli, 2016 20,3 8,7 12,3 6,0 4,9
2016 augustus, 2016 22,2 8,2 12,6 6,4 4,2
2016 september, 2016 21,5 9,1 10,2 6,0 4,2
2016 oktober, 2016 21,6 9,3 10,4 6,0 4,6
2016 november, 2016 21,2 9,1 10,4 6,2 4,4
2016 december, 2016 20,7 9,1 10,2 6,7 4,6
2017 januari, 2017 22,2 9,1 10,9 7,0 4,2
2017 februari, 2017 21,4 8,7 11,1 7,0 4,6
2017 maart, 2017 20,6 8,9 10,9 6,1 4,6
2017 april, 2017 21,2 9,1 10,6 6,6 3,6
2017 mei, 2017 21,3 8,3 10,7 6,9 4,3
2017 juni, 2017 20,3 9,2 10,9 6,5 4,1
2017 juli, 2017 20,8 8,6 11,4 6,4 4,2
2017 augustus, 2017 21,2 8,9 11,0 6,6 3,9
2017 september, 2017 21,7 9,2 10,3 6,2 4,6
2017 oktober, 2017 20,6 9,3 11,0 6,2 3,7
2017 november, 2017 20,1 9,6 10,3 5,7 4,6
2017 december, 2017 20,8 9,3 10,2 6,2 4,9
2018 januari, 2018 20,9 9,1 10,9 6,4 3,8
2018 februari, 2018 19,8 8,3 11,2 6,6 4,6
2018 maart, 2018 19,5 8,3 11,3 5,8 4,6
2018 april, 2018 19,9 8,7 11,5 6,9 3,7
2018 mei, 2018 19,6 7,8 10,9 6,7 4,8
2018 juni, 2018 20,4 8,7 10,1 6,7 4,5
2018 juli, 2018 20,9 7,5 10,9 6,2 4,6
2018 augustus, 2018 20,7 7,6 11,0 5,7 5,2
2018 september, 2018 20,7 7,8 10,4 6,2 4,4
2018 oktober, 2018 21,4 8,6 10,7 6,8 3,9
2018 november, 2018 20,9 8,8 10,2 5,9 5,1
2018 december, 2018 20,3 8,3 10,6 6,4 5,4
2019* januari, 2019* 22,8 9,0 10,8 6,8 3,0
2019* februari, 2019* 20,6 8,5 11,4 6,1 4,6
2019* maart, 2019* 19,3 8,1 11,6 7,1 4,6
2019* april, 2019* 20,6 8,4 10,3 6,7 3,8
2019* mei, 2019* 19,9 7,7 9,2 6,8 4,6
2019* juni, 2019* 19,8 8,1 9,8 6,8 4,6
2019* juli, 2019* 20,5 8,1 10,2 6,0 4,3
2019* augustus, 2019* 20,0 8,1 10,0 6,1 4,8
2019* september, 2019* 20,7 8,3 9,3 6,3 4,5
2019* oktober, 2019* 19,9 8,0 10,0 6,7 4,6
2019* november, 2019* 21,1 8,4 8,9 6,7 5,4
2019* december, 2019* 20,1 8,9 8,7 6,7 5,8
*Voorlopige cijfers.
1) ICT-goederen betreffen de goederengroepen 75, 76 en 77 van de Standard Industrial Trade Classification (SITC3).

Terwijl Azië bij de import van ICT-goederen naar Nederland een grote rol speelt, is dat bij de export veel minder het geval. Eind 2019 ging bijna 9,6 procent van de exportwaarde van Nederlandse ICT-goederen naar Aziatische landen. Daarentegen had bijna 83 procent een Europese bestemming.

2.5Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

CBS (2020). Internationaliseringsmonitor Duitsland, 2020-I. Centraal Bureau voor de Statistiek, Heerlen, Den Haag, Bonaire.

Noten

Een oprichting is het ontstaan van een nieuw bedrijf. Dit betekent dat voldaan moet zijn aan economische criteria voor een bedrijf: er moet informatie beschikbaar zijn over werkgelegenheid of omzet van het bedrijf. Verder is het van belang dat het bedrijf daadwerkelijk nieuw is. De voortzetting van een of meerdere bestaande bedrijven is dan ook geen oprichting.

Een opheffing is de beëindiging van een bestaand bedrijf. Dit betekent dat er geen sprake is van voortzetting van een belangrijk deel van de activiteiten door een ander bedrijf. Er is pas sprake van een opheffing als het bedrijf (met bijbehorende werkgelegenheid) niet meer tot de populatie behoort. Het bekendste voorbeeld hiervan is het faillissement.

Totale economie: bedrijven en overheid.

Bruto toegevoegde waarde is het verschil tussen de productie en het intermediair verbruik. Met productie worden in grote lijnen de inkomsten (omzet) van bedrijven en overheden bedoeld; met intermediair verbruik worden de uitgaven van bedrijven en overheden aangeduid, exclusief bijvoorbeeld loonkosten, afschrijvingen en investeringen.

Een arbeidsjaar is een fulltime-equivalent (fte).

Dit cijfer is gebaseerd op een andere definitie van ICT-specialist dan in de figuren 2.2.1 en 2.2.4 en tabel 2.2.2. Deze wijkt af van de nationale definitie waardoor de uitkomst anders is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Judit Arends-Tóth

Nico Heerschap

Ron de Heij

Raymond Kleingeld

Bart Klijs

Rik van Roekel

Overige bijdragen

John Bechholz

Hugo de Bondt

Linda Bruls

David Gies

Cor Kragt

Ilham Malkaoui

Eelco van Vliet

Eric Wassink

Eindredactie

Ron de Heij