Foto omschrijving: Centraal Orgaan opvang asielzoekers tijdens de Burendag waarbij omwonenden kennis kunnen maken met de bewoners en medewerkers van de COA-locatie.

Asielaanvraag en opvang

Dit hoofdstuk beschrijft de instroom van asielzoekers in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2025. Hierin komen de omvang en de samenstelling van de groep, de verblijfs­situatie, het verkrijgen van een verblijfsvergunning en vertrekprocedures aan de orde. Er is een uitsplitsing gemaakt naar nationaliteitnoot1, leeftijdsgroepen en gezinsvorming. De laatste paragrafen gaan in op specifieke groepen, de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) en de hervestigers.

2.1Instroom

Lagere instroom COA-opvang in eerste helft 2025

In de eerste helft van 2025 stroomden 4 duizend minder asielzoekers in bij het COA dan in dezelfde periode in 2024. In de eerste helft van 2025 ging het om 20 duizend asielzoekers, in de eerste helft van 2024 waren dit er 24 duizend. In heel 2024 stroomden 48 duizend asielzoekers in. Dat zijn er minder dan het jaar daarvoor (51 duizend). De hogere instroom in 2022, 2023 en 2024 volgt na een lagere instroom in 2020 van 22 duizend asielzoekers. Ook nareizende familieleden die zijn ingestroomd via COA-opvang worden meegeteld. De afname in vooral de eerste helft van 2020 kwam door de coronacrisis. In veel landen, inclusief Nederland, werden grensmaatregelen ingevoerd, en asielprocedures en rechterlijke uitspraken konden niet doorgaan. Asielzoekers werden in andere opvanglocaties geplaatst dan bij het COA. In Ter Apel lag de identificatie en registratie tijdelijk stil en konden asielaanvragen niet worden ingediend. Vanaf eind april 2020 werden veel tijdelijke maatregelen langzaamaan weer versoepeldnoot2noot3 waardoor de instroom in de COA-opvang weer steeg.

2.1.1 Ingestroomde asielzoekers in COA-opvang, 2014-eerste helft 2025
instroomcohort Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Turkije Jemen Somalië Overig/onbekend
Eerste helft 2025 9165 505 470 1735 265 840 660 885 5420
2024 23715 3045 755 1945 820 2440 2090 1570 11645
2023 22040 1960 1025 2865 1205 4015 2895 2035 12495
2022 23785 915 2955 2480 930 3800 2915 1700 9920
2021 15460 1100 3285 2010 380 3095 1820 1055 6545
2020 7590 765 615 2495 465 1420 1020 300 7550
2019 7010 805 670 3290 1660 1325 860 330 13925
2018 7245 1115 770 4760 2040 1365 670 385 11865
2017 17970 1545 490 4805 870 515 225 280 9380
2016 12805 1215 1135 2990 955 310 65 400 11450
2015 29710 3355 2695 7900 2030 65 70 675 7790
2014 13285 1090 620 3965 550 50 50 1330 5850

2.2Nationaliteiten

Meer asielzoekers uit Eritrea, minder uit Irak en Jemen

In alle jaren zijn Syriërs duidelijk de grootste groep onder asielzoekers die instroomden bij de asielopvang van het COA. Van de ingestroomde asielzoekers in 2024 had 49 procent de Syrische nationaliteit. In de eerste helft van 2025 nam dit aandeel licht af (46 procent). Tot en met 2020 was de op één na grootste groep asielzoekers die met de Eritrese nationaliteit. In 2021 was dat die met de Afghaanse nationaliteit, in 2022 en 2023 die met de Turkse nationaliteit en in 2024 die met de Iraakse nationaliteit. De reden hiervan was een verslechtering van de mensenrechten in Irak in 2024 waardoor veel mensen uit Irak vluchtten.noot4

In de eerste helft van 2025 waren asielzoekers met de Eritrese nationaliteit opnieuw de op één na grootste groep (zie tabel 2.2.1). Vanaf 2020 verschijnen er Jemenieten in de top vijf van aantallen nationaliteiten. Dat er meer Jemenieten naar Nederland kwamen, komt waarschijnlijk door de ernstig verslechterde humanitaire situatie in hun land door het voortdurende conflict tussen het leger van de officiële regering van Hadi en de Houthi’s.noot5 In de eerste helft van 2025 is de instroom uit Jemen gedaald (660). Dit is bijna de helft van het aantal in de eerste helft van 2024 (1250).

2.2.1Top vijf nationaliteiten van ingestroomde asielzoekers in COA-opvang, 2014 tot en met eerste helft 2025
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Eerste helft 2025
1 Syrië 13 285 Syrië 29 710 Syrië 12 805 Syrië 17 970 Syrië 7 245 Syrië 7 010 Syrië 7 590 Syrië 15 460 Syrië 23 785 Syrië 22 040 Syrië 23 715 Syrië 9 165
2 Eritrea 3 965 Eritrea 7 900 Eritrea 2 990 Eritrea 4 805 Eritrea 4 760 Eritrea 3 290 Eritrea 2 495 Afghanistan 3 285 Turkije 3 800 Turkije 4 015 Irak 3 045 Eritrea 1 735
3 Somalië 1 330 Irak 3 355 Albanië 1 655 Irak 1 545 Iran 2 040 Nigeria 2 235 Turkije 1 420 Turkije 3 095 Afghanistan 2 955 Jemen 2 895 Turkije 2 440 Somalië 885
4 Irak 1 090 Afghanistan 2 695 Marokko 1 265 Marokko 945 Turkije 1 365 Iran 1 660 Algerije 1 120 Eritrea 2 010 Jemen 2 915 Eritrea 2 865 Jemen 2 090 Turkije 840
5 Afghanistan 620 Iran 2 030 Joegoslavië 1 230 Iran 870 Algerije 1 240 Turkije 1 325 Jemen 1 020 Jemen 1 820 Eritrea 2 480 Somalië 2 035 Eritrea 1 945 Jemen 660

Bron:CBS.

2.3Leeftijd en geslacht

In verhouding veel jonge mannen

De meeste asielzoekers zijn jong. Ruim driekwart van de asielzoekers is jonger dan 35 jaar (en dit geldt voor alle jaren). Ongeveer de helft van alle asielzoekers uit 2014 en 2015 is op het moment van aankomst in Nederland jonger dan 25 jaar. Van de asielzoekers uit 2016 en 2017 is dat bijna 60 procent. Van 2018 tot en met de eerste helft van 2025 is dat weer iets meer dan de helft waarbij er de laatste jaren wel een stijging is te zien (van 53 procent in 2023 naar 60 procent in de eerste helft van 2025). Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking op 1 januari 2025 is 27 procent jonger dan 25 jaar en 40 procent jonger dan 35 jaar.noot6 Het percentage mannen onder asielzoekers was 68 procent in 2014, daalde naar 56 procent in 2017, steeg vervolgens naar 66 procent in de periode 2022–2023 en is in de eerste helft van 2025 gedaald naar 57 procent. De daling in de eerste helft van 2025 komt vooral doordat het aandeel mannen onder Syriërs (de grootste groep) in deze periode flink afnam, van 63 procent in 2024 naar 49 procent in de eerste helft van 2025.

Uit Syrië en Eritrea kwamen in 2014 en 2015 vooral mannen bij COA-opvang binnen. In die jaren was ruim twee derde van alle Syrische asielzoekers man. Vooral in 2016 en 2017 is het percentage vrouwen en jonge kinderen wat hoger dan in de andere jaren. Dit komt vooral doordat er die jaren in verhouding veel nareizigers uit Syrië waren. Deze groep nareizigers bestaat voor een groter deel uit vrouwen en kinderen dan de groep personen die in Nederland een initiële asielaanvraag doet (de referenten). De asielverzoeken in 2014 kwamen vooral van jongvolwassen mannen en die in 2017 vooral van vrouwen en kinderen (nareizigers). In de eerste helft van 2025 was de helft van de Syrische asielaanvragen gedaan door mannelijke asielzoekers, waaronder in verhouding een grote groep 5- tot 10‑jarige kinderen. In deze periode is het percentage mannen onder de Eritrese asielzoekers 71, waaronder de grootste groep tussen 15 en 20 jaar oud. In totaal had 60 procent van alle Eritrese mannen die in de eerste helft van 2025 bij de COA-opvang binnenkwamen deze leeftijd. Ter vergelijking was het aandeel van de totale populatie asielzoekende mannen in deze leeftijdsgroep 21 procent.

2.3.1 Asielzoekers naar cohort-jaar, leeftijd, geslacht en nationaliteit*, Totaal nationaliteiten (%)
Leeftijdsgroep Mannen 2014, Totaal nationaliteiten Vrouwen 2014, Totaal nationaliteiten Mannen 2017, Totaal nationaliteiten Vrouwen 2017, Totaal nationaliteiten Mannen eerste helft 2025, Totaal nationaliteiten Vrouwen eerste helft 2025, Totaal nationaliteiten
80 jaar en ouder . 0,1 0,0 0,0 . .
75 tot 80 jaar -0,1 0,1 0,0 0,1 . 0,1
70 tot 75 jaar -0,1 0,1 -0,1 0,1 -0,1 0,1
65 tot 70 jaar -0,3 0,2 -0,2 0,2 -0,3 0,2
60 tot 65 jaar -0,4 0,3 -0,5 0,3 -0,5 0,4
55 tot 60 jaar -0,8 0,5 -0,9 0,7 -0,8 0,7
50 tot 55 jaar -1,5 0,7 -1,6 1,4 -1,4 1,2
45 tot 50 jaar -2,8 1,1 -2,1 1,7 -1,9 1,7
40 tot 45 jaar -4,4 1,6 -2,5 2,6 -2,4 2,9
35 tot 40 jaar -6,5 2,2 -3,3 3,4 -3,2 3,3
30 tot 35 jaar -9,0 3,4 -5,0 4,1 -4,3 3,5
25 tot 30 jaar -11,5 4,1 -6,6 4,4 -6,6 4,3
20 tot 25 jaar -10,4 3,9 -7,1 4,6 -7,0 3,6
15 tot 20 jaar -7,8 3,0 -8,1 4,3 -11,9 5,7
10 tot 15 jaar -3,5 2,8 -5,4 4,8 -5,9 5,0
5 tot 10 jaar -3,9 3,7 -6,2 5,7 -6,2 5,9
0 tot 5 jaar -4,7 4,5 -6,2 5,8 -4,8 4,1
* Deze figuur bevat een selectieknop voor nationaliteit. Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers.

2.4Huishoudenssamenstelling

Minder alleenstaande asielzoekers, meer asielzoekers in gezinsverband

Bijna de helft van alle asielzoekers die in 2014 en 2015 in Nederland aankwamen, kwam als alleenstaande asielzoeker bij het COA binnen (respectievelijk 49 en 46 procent). In 2016 en 2017 daalde dit naar 35 en 31 procent. Daarna nam het percentage alleenstaande asielzoekers weer toe en schommelde van 2019 tot en met 2024 tussen 44 en 51 procent. In de eerste helft van 2025 daalde het aandeel alleenstaande asielzoekers naar 34 procent, vergelijkbaar met 2016 en 2017. Deze daling werd vooral veroorzaakt doordat onder de Syriërs veel minder alleenstaande asielzoekers kwamen: hun aandeel daalde van 37 procent in 2024 naar 12 procent in de eerste helft van 2025. In 2014 werden 13 duizend alleenstaande asielzoekers opgevangen. In 2015 was dit aantal bijna verdubbeld naar bijna 25 duizend. In de jaren 2016 tot en met 2021 schommelde het aantal tussen de 11 en 15 duizend, vergelijkbaar met het niveau van 2014. In 2023 lag het aantal met bijna 26 duizend alleenstaande asielzoekers op het hoogste niveau tot nu toe. In de eerste helft van 2025 werden er bijna 7 duizend alleenstaande asielzoekers opgevangen, 4,6 duizend minder dan in de eerste helft van 2024. Van alle alleenstaande asielzoekers over de jaren heen is ongeveer 12 procent minderjarig. Alleenstaand betekent hier dat deze asielzoekers als alleenstaande zijn opgevangen. Het is goed mogelijk dat (een deel van) deze asielzoekers wel een partner of gezin (tijdelijk) hebben achtergelaten en dat zij later herenigd zijn (of worden).

Een deel van de asielzoekers kwam in gezinsverband (als kind, partner, of ouder in een gezin met kinderen). In 2014 was dat 38 procent. Dit percentage liep op naar 59 procent in 2017. Dit daalde daarna weer naar 45 procent in 2024. In de eerste zes maanden van 2025 steeg dit weer naar 58 procent. Het kan hierbij gaan om asielzoekers die met hun gezin in Nederland arriveren, maar ook om nareizigers die zich in de asielopvang bij hun familieleden voegen. Vooral asielzoekers met een Eritrese nationaliteitnoot7 kwamen tot 2020 steeds vaker dan daarvoor in gezinsverband naar Nederland (71 procent in 2020, vergeleken met 11 procent in 2014). Daarna nam dat percentage weer af tot 23 procent in 2024. In de eerste helft van 2025 ging het om 22 procent. Met name het percentage kinderen binnen Eritrese gezinnen steeg tussen 2014 en 2020 sterk – van 7 tot 51 procent – en daalde in de jaren daarna tot 14 procent in de eerste helft van 2025. Onder asielzoekers met een Syrische nationaliteit is het aandeel dat in gezinsverband naar Nederland kwam sinds 2020 juist sterk toegenomen (44 procent in 2020, 55 procent in 2024 en 82 procent in de eerste helft van 2025). Er zijn maar weinig asielzoekers die met partner maar zonder kinderen in Nederland aankomen. In de eerste helft van 2025 ging het om 3 procent van de asielaanvragen. Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking leeft op 1 januari 2025 26 procent met partner zonder kinderen.noot8

Er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen met betrekking tot hun plaats in het huishouden op het moment van instroom, deze verschillen zijn in het dashboard in te zien. Deze verschillen zijn vergelijkbaar voor alle cohorten. In de eerste helft van 2025 zijn vrouwen vaker partner in paar met kinderen (12 tegen 7 procent), ouder in eenouder­huishouden (20 tegen 1 procent) en kind in een gezin met ouder(s) (44 tegen 36 procent) vergeleken met mannen. Mannen zijn vaker alleenstaand vergeleken met vrouwen (48 procent tegen 16 procent).

2.4.1 Plaats in huishouden op het moment van instroom* naar nationaliteit**, Totaal nationaliteiten
jaar van instroom in COA-opvang Alleenstaand en meerderjarig, Totaal nationaliteiten Alleenstaand en minderjarig, Totaal nationaliteiten Kind in een gezin met ouder(s), Totaal nationaliteiten Partner in paar met kinderen, Totaal nationaliteiten Partner in paar zonder kinderen, Totaal nationaliteiten Ouder in eenoudergezin, Totaal nationaliteiten Overig lid gezin, Totaal nationaliteiten Onbekend, Totaal nationaliteiten
2014 12130 950 6535 2315 870 1365 1760 860
2017 10010 1150 13955 4160 1035 3290 925 1545
Eerste helft 2025 5405 1375 7895 1840 565 1800 490 565
* Vanwege kleine aantallen geven de gegevens voor Turkije en Jemen in 2014 een vertekenend beeld. Deze zijn daarom weggelaten. In het dashboard zijn deze cijfers wel beschikbaar.
** Deze figuur bevat een selectieknop voor nationaliteit. Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers.

2.5Verblijfssituatienoot9

Eritreeërs en Syriërs na een jaar vaker een eigen adres

Van alle asielzoekers die tussen 2014 en 2023 in de asielopvang van het COA instroomden, was gemiddeld 42 procent na twaalf maanden uitgestroomd uit COA en zelfstandig ingeschreven op een adres in een gemeente. In het kort noemen we dit een eigen adres. Voor het instroomcohort van 2019 was dat met 25 procent het laagst en voor instroomcohort 2017 het hoogst met 62 procent. Eritreeërs en Syriërs hadden na twaalf maanden het vaakst een eigen adres (63 en 61 procent) en Iraniërs het minst vaak (16 procent). Grote verschillen in het aandeel asielzoekers per nationaliteit zijn ook te zien per cohort. Zo had van de in 2023 ingestroomde Iraniërs 7 procent na een jaar een eigen adres, en was dit bij Afghaanse en Syrische asielzoekers 38 procent. Ter vergelijking: van de in 2014 ingestroomde Iraniërs had ongeveer 34 procent een eigen adres na twaalf maanden, bij Afghanen was dit 42 procent en bij Syriërs was dit 70 procent. Wanneer asielzoekers geen eigen adres hebben een jaar na instroom, verbleven zij vaak nog in COA of waren zij vertrokken (of tijdelijk geen adres). Dit hangt samen met inwilligingspercentages en -‍snelheid, waar later in deze paragraaf verder op ingegaan wordt.

2.5.1 Verblijfstatus één jaar na instroom naar nationaliteit*, Totaal nationaliteiten
jaar van instroom in COA-opvang Zelfstandig in gemeente, Totaal nationaliteiten In COA met verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten In COA zonder verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten Vertrokken (of tijdelijk geen adres), Totaal nationaliteiten Overig1) met verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten Overig1) zonder verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten
2014 14190 5870 2395 4160 70 95
2015 27490 10395 6520 8755 1035 80
2016 15535 1175 3315 11210 25 60
2017 22290 2040 2560 9060 50 70
2018 11740 2175 6235 9980 35 35
2019 7535 2420 9100 10735 20 45
2020 7840 3095 3630 7550 40 45
2021 15600 8135 5945 4685 325 40
2022 17185 7350 18400 6115 220 120
2023 13210 4185 24890 7955 85 185
* Deze figuur bevat een selectieknop voor nationaliteit. Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers.
1) Administratief geplaatst of logeer- of hotel- en accommodatieregeling.

COA-opvanglocaties

In de eerste maand na instroom woonde bijna de helft van de asielzoekers die in 2024 bij COA instroomden in een reguliere opvang (48 procent). In de meeste gevallen was dat een centrale ontvangstlocatie (COL), waar de asielzoeker wordt geïdentificeerd, geregistreerd en gescreend op tbc. 39 procent woonde in een noodopvang en 3 procent in een crisis­noodopvang. Dit is meer dan bij de cohorten 2023 (noodopvang en crisisnoodopvang was toen samen 35 procent) en 2022 (noodopvang en crisisnoodopvang samen 28 procent, zie de rapportages van vorig jaarnoot10 en twee jaar geledennoot11). Noodopvanglocaties zijn tijdelijke opvanglocaties van COA waar het niveau van kwaliteit en voorzieningen vaak minder zijn. Het gaat bijvoorbeeld om evenementenhallen, leegstaande kantoren, recreatiewoningen, schepen of tijdelijke paviljoens. Crisisnoodopvang zijn locaties die gemeentes of provincies regelen bij een ramp of crisis.noot12 Drie maanden na instroom in COA is het percentage asielzoekers in de reguliere opvang gedaald naar 43 procent. Het aandeel asielzoekers in de noodopvang is gestegen naar 45 procent en het aandeel asielzoekers in de crisisnoodopvang is gestegen naar 9 procent. Dit komt omdat mensen vanuit de centrale ontvangstlocaties (die vallen onder reguliere opvang) doorstromen naar andere locaties. Na zes maanden blijft deze verdeling ongeveer hetzelfde.

2.5.2 Opvanglocaties van in 2024 ingestroomde asielzoekers (%)
aantal maanden na instroom in COA-opvang Regulier Noodopvang Crisisnoodopvang Onbekend
1 48,1 38,9 2,8 10,2
3 42,7 44,9 9,0 3,4
6 43,7 42,0 10,7 3,6

Meest recente cohorten verhuizen gemiddeld iets vaker in COA-opvang dan cohorten voor 2021

Gemiddeld verhuisdennoot13 asielzoekers 1,5 keer binnen een jaar na instroom in een opvanglocatie.noot14 Asielzoekers uit instroomcohort 2019 verhuisden een jaar na instroom minder vaak dan andere instroomcohorten, namelijk 0,8 keer. Ook twee jaar na instroom is het gemiddeld aantal verhuizingen van dit cohort lager dan in andere cohorten. Gemiddeld verhuisden asielzoekers uit dit cohort 1,3 keer, terwijl het gemiddelde aantal verhuizingen van alle cohorten op 2 ligt (gewogen met het aantal asielzoekers per cohort). Vanaf instroomcohort 2020 stijgt het aantal verhuizingen na twee jaar na instroom. Dit komt mogelijk door meer (gebruik van) tijdelijke noodopvanglocatiesnoot15 (JenV, 2023). Omdat deze locaties maar tijdelijk beschikbaar zijn, kan dit gezorgd hebben voor meer verhuizingen. Personen die in de eerste helft van 2025 in de COA-opvang instroomden, verhuisden gemiddeld iets vaker binnen drie maanden (0,8 keer) na instroom dan de cohorten daarvoor (met uitzondering voor cohort 2014, daar is het aantal keer verhuizing in dezelfde periode gelijk). Voor cohort 2021 en meer recente cohorten is het gemiddelde aantal verhuizingen binnen drie maanden na instroom 0,7 keer terwijl is het gemiddelde voor eerdere cohorten 0,5 keer.

2.5.3 Gemiddeld aantal verhuizingen tijdens verblijf in COA-opvang naar aantal maanden na instroom
jaar van instroom in COA-opvang 3 6 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120
2014 0,83 1,65 1,80 1,70 2,05 2,28 2,62 3,28 3,77 4,32 5,05 5,08
2015 0,53 1,17 2,07 2,70 3,11 3,51 4,03 4,28 5,04 5,76 5,47 .
2016 0,43 0,97 1,78 2,34 2,58 2,92 3,28 3,94 4,89 5,56 . .
2017 0,38 0,73 1,13 1,69 2,09 2,49 3,22 4,04 4,57 . . .
2018 0,40 0,85 1,55 2,04 2,41 3,17 3,99 4,34 . . . .
2019 0,28 0,40 0,78 1,33 2,14 3,15 3,47 . . . . .
2020 0,39 0,62 1,06 1,90 3,12 3,47 . . . . . .
2021 0,64 1,08 1,67 2,55 2,95 . . . . . . .
2022 0,74 1,21 1,87 2,52 . . . . . . . .
2023 0,60 0,88 1,13 . . . . . . . . .
2024 0,60 0,88 . . . . . . . . . .
Eerste helft 2025 0,78 . . . . . . . . . . .

Daling asielzoekers met verblijfsvergunning na een jaar in Nederland

Van alle asielzoekers die tussen 2014 en 2023 in de asielopvang van het COA zijn ingestroomdnoot16, heeft gemiddeld 71 procent na twaalf maanden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.noot17 Voor de groep die in 2023 asiel aanvroeg was dit 41 procent, een daling vergeleken met de eerdere cohorten en ook lager dan het instroomcohort van 2019, waar het na twaalf maanden 52 procent was. Dit lage aandeel in 2019 werd mogelijk veroorzaakt door de eerste golf van de COVID-pandemie in 2020).noot18 Het lage aandeel in 2023 (41 procent) wordt enerzijds veroorzaakt door een hoog aandeel asielzoekers dat nog in COA verblijft zonder verblijfsvergunning en anderzijds door een laag aandeel dat zelfstandig in een gemeente woont. Het percentage asielzoekers met een verblijfsvergunning verschilt per nationaliteit.noot19 Voor recentere cohorten is nog geen volledig beeld van de situatie na twaalf maanden. Het hoogste percentage van asielzoekers die na twaalf maanden een verblijfs­vergunning kregen was 85 procent voor Eritreeërs en daarna 84 procent voor Syriërs. Het laagste percentage was bij Iraanse asielzoekers (28 procent). De politieke situatie in de landen van herkomst beïnvloedt mogelijk beslissingen over welke nationaliteiten vaker in aanmerking komen voor een asielvergunning en leidt tot schommelingen in deze percentages voor verschillende cohorten. Na de machtsovername door de Taliban in augustus 2021noot20 was het percentage Afghaanse asielzoekers dat na twaalf maanden een verblijfsvergunning kreeg nog nooit zo hoog als voor de instroomcohorten van 2021 (92 procent) en 2022 (82 procent). De verslechterde humanitaire situatie in Jemen sinds 2020 zorgde ervoor dat 90 procent van de Jemenieten van de instroomcohorten 2020 en 2021 na twaalf maanden een vergunning had.

Verschillen tussen nationaliteiten in toewijzen verblijfsvergunning

Bijna alle Syriërs (99 procent) en Eritreeërs (98 procent) van het instroomcohort 2014, die op 1 juli 2025 nog in Nederland woonden, kregen binnen anderhalf jaar na instroom een verblijfsvergunning. Ter vergelijking: ongeveer 67 procent van de asielzoekers uit Irak en 78 procent van de asielzoekers uit Afghanistan uit dit cohort kreeg een vergunning na dezelfde tijd. Asielzoekers uit Somalië van dit instroomcohort kregen in verhouding het snelst een verblijfsvergunning. Na drie maanden had driekwart van de Somaliërs (76 procent) die in 2014 instroomden een vergunning, voor Syriërs en Eritreeërs was dit respectievelijk 48 en 11 procent. Na 120 maanden (tien jaar) waren er in totaal nog 105 asielzoekers in de opvang zonder een verblijfsvergunning. Dit betekent niet dat de IND de aanvraag nog in behandeling heeft voor al deze mensen. Na een afwijzing blijven sommigen in de opvang wachten op hun vertrek of wachten op een uitspraak op beroep. Ook kunnen mensen na een afwijzing opnieuw een asielaanvraag indienen (tweede of volgende aanvraag), bijvoorbeeld wanneer er iets is veranderd in hun situatie, of omdat er nieuwe informatie is over het land van herkomst.

2.5.4 Asielzoekers zonder verblijfsvergunning ingestroomd in 2014 (exclusief vertrokken/overleden)* (%)
aantal maanden na instroom in COA-opvang Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Turkije** Jemen** Somalië Overig/onbekend
3 52,5 67,6 67,2 88,7 77,1 . . 23,7 86,1
6 8,4 54,0 50,9 17,2 54,9 . . 15,9 69,3
12 1,7 40,6 32,4 3,2 26,8 . . 7,4 44,8
18 0,6 33,5 22,4 2,0 16,7 . . 6,2 33,6
24 0,2 21,3 18,6 1,3 12,3 . . 5,5 25,1
30 0,1 16,4 14,9 1,1 9,6 . . 3,8 20,9
36 0,1 11,4 10,9 0,9 9,6 . . 3,0 16,6
42 0,1 8,8 7,7 0,8 4,8 . . 1,7 14,4
48 0,1 9,5 5,6 0,9 3,6 . . 1,3 13,7
54 0,1 6,8 4,4 0,9 3,6 . . 1,3 12,4
60 0,1 5,5 4,4 0,8 2,4 . . 0,9 11,3
66 0,1 4,2 4,4 0,7 2,4 . . 0,9 10,1
72 0,1 2,8 3,4 0,7 2,4 . . . 8,4
78 0,1 2,8 3,4 0,7 2,4 . . . 6,5
84 0,1 2,1 3,5 0,7 2,4 . . . 6,0
90 0,1 3,5 3,6 0,7 . . . . 6,0
96 0,1 2,2 3,6 0,5 . . . . 4,8
102 0,1 2,2 2,4 0,6 . . . . 3,6
108 0,1 2,2 2,4 0,6 . . . . 3,2
114 . 2,2 . 0,4 . . . . 2,8
120 . 1,5 . 0,6 . . . . 2,4
126 . . . 0,4 . . . . 2,2
* Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers.
** Vanwege kleine aantallen geven de gegevens voor Turkije en Jemen een vertekenend beeld. Deze zijn daarom weggelaten. In het dashboard zijn deze cijfers wel beschikbaar.

Meeste asielzoekers vertrekken zelfstandig (met onbekende bestemming)

Een deel van de asielzoekers die naar Nederland komen vertrekt na een tijd weer. Bij dit vertrek kunnen asielzoekers hulp krijgen van de Nederlandse overheid, zoals van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), of van een andere organisatie.noot21 Van de 26 790 asielzoekers die in 2014 naar Nederland kwamen, zijn er 10,5 jaar na instroom in COA 6 070 personen vertrokken of hebben tijdelijk geen adres: dit is bijna 23 procent van het oorspronkelijke cohort. Als asielzoekers dat vrijwillig (niet gedwongen) doen wordt dat zelfstandig vertrek genoemd. Dit is het geval bij 3 850 asielzoekers. Een deel van de asielzoekers die zelfstandig vertrekken, vertrekt zonder toezicht. Dit wordt zelfstandig vertrek met onbekende bestemming genoemdnoot22, en gold voor 2 055 van deze asielzoekers na 10,5 jaar. Als een asielzoeker niet wil vertrekken en geen hulp aanvaardt, gaat DT&V over tot gedwongen vertrek. Na 10,5 jaar ging dat om 365 personen uit cohort 2014.

Van de in totaal 2 160 vertrokken asielzoekers met een vertrekprocedure met bekende bestemming (zelfstandig of gedwongen vertrek), vertrok 62 procent naar het land van herkomst. Nog eens 29 procent vertrok naar een ander Europees land en 9 procent vertrok naar een overige bestemming. Tot slot is er nog een groep van 1 855 asielzoekers die niet bij COA verblijven en niet ingeschreven staan in een gemeente. Van deze groep is niet bekend waar zij verblijven en of ze vertrokken zijn (zij horen niet bij de groep die vertrokken is met onbekende bestemming). Een asielzoeker kan meerdere vertrekprocedures hebben. In dat geval is gekeken naar de laatste procedure.

2.5.5 Vertrekprocedures* van asielzoekers ingestroomd in 2014**
aantal maanden na instroom in COA-opvang Zelfstandig vertrek met bekende bestemming Zelfstandig vertrek met onbekende bestemming Gedwongen vertrek met bekende bestemming Overig vertrokken of tijdelijk geen adres Overleden
1 . . . 85 .
3 145 340 15 680 .
6 1040 1215 110 770 .
12 1440 1640 265 815 10
18 1545 1815 280 885 25
24 1615 1895 305 950 35
30 1650 1955 325 990 45
36 1695 2025 350 1030 60
42 1720 2080 350 1075 70
48 1725 2070 350 1120 80
54 1730 2055 350 1150 85
60 1740 2055 360 1170 95
66 1750 2030 365 1235 100
72 1760 2045 365 1280 105
78 1760 2060 370 1345 115
84 1765 2095 370 1415 130
90 1775 2085 370 1490 145
96 1770 2085 365 1560 155
102 1770 2080 365 1660 175
108 1780 2080 365 1715 195
114 1785 2080 360 1760 210
120 1790 2065 365 1805 225
126 1795 2055 365 1855 240
* Er is gekeken naar meest recente vertrekprocedure.
** Niet alle gegevens per categorie zijn zichtbaar vanwege onderdrukking van cijfers.

2.6Werkende asielzoekers

In deze editie zijn voor het eerst aantallen opgenomen over werkende asielzoekers die in COA verblijven of administratief geplaatst zijn en nog geen vergunning hebben. Eerder zijn wel cijfers opgenomen over statushouders en Oekraïners. Asielzoekers zonder vergunning mogen alleen werken als hun werkgever voor hen een tewerkstellingsvergunning (TWV) heeft. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) bepaalt (in overleg met de IND) of deze wordt toegekend per individu. Hierbij gelden er een aantal voorwaarden die zijn vastgelegd in het besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, waaronder de voorwaarde dat de asielaanvraag ten minste zes maanden in behandeling moet zijn.noot23noot24 Sinds 29 november 2023 is hierbij de 24‑weken eis opgeheven. De 24‑weken eis stelde dat asielzoekers maximaal 24 weken in een periode van 52 weken mogen werken.noot25

In figuur 2.6.1 zijn de absolute aantallen van het aantal werkende asielzoekers gevisualiseerd. Omdat informatie over het aantal asielzoekers zonder vergunning die in aanmerking zouden komen om te mogen werken niet voorhanden is, zijn er in deze editie nog geen relatieve cijfers opgenomen. Er wordt gewerkt aan een manier om dit in de volgende editie mee te kunnen nemen. Er wordt alleen gekeken naar asielzoekers in COA die (nog) geen verblijfsvergunning hebben en tussen de 18 en 65 jaar oud zijn. De grootte van deze groep verschilt per cohort en per peilmoment, zoals bijvoorbeeld te zien is in figuur 2.3.1 en 2.5.1. Afhankelijk van het cohort heeft 5 tot 17 procent van de personen die in de eerste peilmaand geen verblijfsvergunning hadden twee jaar na instroom in COA nog steeds geen verblijfsvergunning. De populatie die per peilmoment wordt meegenomen neemt dus sterk af door de peilmaanden heen. Dit kan een absolute daling in het aantal werkende asielzoekers veroorzaken die niet per se een relatieve afname is. Er moet daarom voorzichtig omgegaan worden met het trekken van conclusies op basis van aantallen over tijd.

2.6.1 Aantal werknemers onder asielzoekers zonder verblijfsvergunning, naar instroomcohort
aantal maanden na instroom in COA-opvang 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024*
6 15 35 . 20 40 95 475
12 125 120 25 60 405 1150 .
18 105 95 50 50 530 2430 .
* Voor instroomcohort 2024 is nog geen informatie beschikbaar over 12 en 18 maanden na instroom in COA-opvang.

Het aantal asielzoekers in COA dat (nog) geen vergunning heeft en een baan heeft als werknemer neemt flink toe in de meest recente cohorten. Een versie van dit figuur met alle cohorten en peilmomenten en verdere uitsplitsmogelijkheden is te vinden in het dashboard, net als figuren over baankenmerken. In de cohorten voor 2018 waren er niet meer dan enkele tientallen werknemers per peilmaand onder de asielzoekers zonder vergunning. Pas vanaf het cohort dat instroomde in COA in 2022 beginnen de aantallen echt toe te nemen, waarbij een flinke stijging te zien is bij cohort 2023 en 2024. Dit kan te maken hebben met het afschaffen van de 24‑weken eis. Deze gold in ieder geval niet meer voor het cohort dat instroomde in 2024, maar kan in de latere peilmaanden ook effect hebben gehad op cohort 2022 en 2023. Daarnaast kunnen er vele andere factoren van invloed zijn, zoals de omvang en samenstelling van de cohorten, het beleid van de Rijksoverheid, COA en Vluchtelingenwerk Nederland en de conjunctuur.

In deze cijfers zijn alleen de banen als werknemer opgenomen, niet eventueel werk als zelfstandige.noot26 De banen die deze werknemers hebben, zijn veelal deeltijdbanen, hoewel in zowel cohort 2022 als 2023 drie op de tien werknemers voltijd werken. Vaak gaat het om banen in de horeca of de sector arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer en hierbij gaat het vrijwel altijd om contracten voor bepaalde tijd.

2.7Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s)

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) zijn alle kinderen en jongeren die als minderjarige een aanvraag om toelating als vluchteling hebben ingediend en bij binnenkomst niet werden begeleid en/of verzorgd door ouders of een wettelijke voogd. Zij kunnen via COA zijn ingestroomd, maar dat is niet altijd het geval. Alle amv’s vallen onder de voogdij van Nidos. In de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2025 stroomden in totaal bijna 35 duizend amv’s in. Het grootste deel van de amv’s bestaat uit Syriërs (38 procent) en Eritreeërs (24 procent). Van alle cohorten was de instroom van amv’s in 2023 het grootst (6 565 nieuwe amv’s). In 2024 was de instroom gedaald naar 4 660 nieuwe amv’s. Tot en met 2018 kwamen de meeste amv’s uit Eritrea. Vanaf 2019 tot en met 2024 was de grootste groep amv’s Syriër. In de eerste helft van 2025 kwamen de meeste amv’s uit Eritrea, gevolgd door Syrië en dan door Somalië.

2.7.1 Amv's op moment van instroom bij Nidos naar nationaliteit*
Instroomcohort Syrië Irak Afghanistan Eritrea Iran Turkije Jemen Somalië Overig/onbekend
Eerste helft 2025 170 20 20 830 . . 20 180 415
2024 2160 445 60 610 . 30 80 325 945
2023 2955 365 130 1230 15 50 190 580 1070
2022 2655 115 205 770 10 45 205 385 615
2021 1230 180 205 320 . . 75 220 445
2020 500 25 60 125 . . 25 40 460
2019 340 70 65 160 20 . 25 40 650
2018 220 75 40 685 25 . 15 40 690
2017 215 50 80 695 . . . 40 635
2016 310 40 220 820 20 . . 50 500
2015 1980 150 570 1390 30 . . 100 280
2014 420 20 35 610 . . . 140 220
* Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers.

Twee derde van de amv’s is 15 tot 18 jaar oud en meerderheid is man

De meeste amv’s zijn 15, 16 of 17 jaar oud tijdens de eerste maatregelnoot27 van Nidos: gemiddeld 67 procent van alle amv’s sinds 2014 valt in deze leeftijdsklasse. In de cohorten 2017 tot en met 2020 lag dat percentage tussen 56 en 60 procent. Nog eens 16 procent is 10 tot en met 14 jaar. Erg jonge amv’s komen weinig voor: 1 procent is jonger dan vijf jaar. Het gaat om de leeftijd waarop een amv voor het eerst in de registraties te vinden is. Omdat het soms voorkomt dat er bij instroom een te lage leeftijd geregistreerd wordt, vallen er personen die niet minderjarig zijn binnen de populatie amv’s. Bij deze personen is de registratie van de leeftijd op een later moment aangepast. Ongeveer één op de tien van alle amv’s was op de startdatum van de eerste maatregel van Nidos 18 jaar of ouder. Van deze groep is iets meer dan de helft 18 of 19 jaar oud en een kwart 20 of 21 jaar oud.

Het overgrote deel van de amv’s bestaat uit jongens (84 procent), 15 procent bestaat uit meisjes en van minder dan 1 procent is het geslacht (nog) niet bekend.

2.7.2 Amv's op moment van instroom bij Nidos naar leeftijdsgroep*
Instroomcohort 0 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar 10 tot 15 jaar 15 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar 25 tot 30 jaar
Eerste helft 2025 . 25 150 1375 90 .
2024 15 105 820 3245 455 15
2023 15 145 1155 4420 820 30
2022 15 105 950 3480 435 20
2021 20 95 560 1705 290 15
2020 20 50 255 700 200 15
2019 30 45 250 775 255 15
2018 35 40 240 1035 420 15
2017 25 50 215 1035 390 20
2016 25 50 275 1495 105 10
2015 40 170 805 3435 55 .
2014 20 85 235 1040 75 .
* Niet alle gegevens zijn zichtbaar per leeftijdsgroep vanwege onderdrukking van cijfers.

2.8Hervestigers

Sinds 2014 zijn 8,6 duizend hervestigers ingestroomd in een COA opvanglocatie. Hervestigers zijn vluchtelingen die door de UNHCR zijn uitgenodigd om naar Nederland te komen (zie paragraaf 1.1) en kunnen daardoor in sommige gevallen direct in een gemeente terecht voor een woning, zonder in te stromen in COA. De hoogste instroom van hervestigers in COA was in 2017, toen meer dan 2 duizend hervestigers hier instroomden. Dit was 6 procent van de totale instroom in COA dat jaar. Voor de overige cohorten ligt dit percentage lager. In de eerste helft van 2025 zijn 275 hervestigers ingestroomd in COA, evenveel als in de eerste helft van 2024: dit is iets meer dan 1 procent van de totale COA instroom in de eerste helft van 2025. De groep hervestigers die instromen in COA bestaat voornamelijk uit personen met een Syrische nationaliteit, namelijk 83 procent.

Geslacht is gelijk verdeeld onder hervestigers die instromen in een COA opvanglocatie: iets meer dan de helft van de hervestigers is man (53 procent). De groep hervestigers bestaat vooral uit jonge asielzoekers. Iets meer dan de helft van de hervestigers is jonger dan 20 jaar (53 procent).

Hervestigers die in COA terecht komen wonen sneller zelfstandig in een gemeente dan de totale groep asielzoekers. Twaalf maanden na instroom woont 87 procent zelfstandig in een gemeente, tegen 42 procent van alle asielzoekers.

2.9Dashboard

Naast deze rapportage is er een interactief dashboard. Daarin staan nog meer cijfers over de opvang van asielzoekers. In het dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen, voor welke populaties en voor welke nationaliteitennoot28 u cijfers (visueel) wilt zien.

Noten

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

In figuur 2.5.1 zijn de percentages berekend op de populatie exclusief degenen die zijn vertrokken of overleden, in figuur 2.5.2 zijn de percentages berekend op de populatie inclusief degenen die zijn vertrokken of overleden. Deze keuze hangt samen met de besproken onderwerpen.

Het aantal verhuizingen is bepaald door het adres op de eerste dag van de maand te vergelijken met het adres een maand eerder. Mensen kunnen op deze manier berekend maximaal één keer per maand verhuizen. Daarmee worden deze cijfers op een andere wijze gegenereerd dan het COA dat doet als onderdeel van de Rapportage Vreemdelingenketen over verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin.

Dit gemiddelde is berekend over de gemiddelden per cohort en is niet gewogen naar aantallen asielzoekers per cohort.

Voor cohort 2024 en de eerste helft van 2025 kunnen we nog geen twaalf maanden vooruitkijken.

De aandelen waren berekend op de populatie exclusief degenen die zijn vertrokken of overleden.

Door coronamaatregelen zijn asielprocedures tijdelijk stil komen te liggen, zie https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/21/immigratie-gedaald-na-uitbreken-coronapandemie.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Informatie over vertrekprocedures komt van DT&V en betreft twee overlappende groepen: vreemdelingen die een terugkeerbesluit, overdrachtsbesluit of besluit o.g.v. de Terugkeerrichtlijn hebben ontvangen en vreemdelingen die met behulp van assistentie zijn vertrokken uit Nederland (bijvoorbeeld een reisdocument, ticket en/of een van de ondersteuningsbijdragen door DT&V, EURP, IOM of NGO's). Onder asielzoekers vallen vooral personen met een negatieve asielbeschikking door de IND.

Deze eis is komen te vervallen doordat de Raad van State geoordeeld heeft dat deze eis in strijd is met het EU-recht. Kamerbrief uitspraak Raad van State over 24-weken-eis | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Deze cijfers zijn namelijk minder recent beschikbaar en niet goed te koppelen aan specifieke maanden, omdat ze alleen informatie geven per kalenderjaar. Het aantal zelfstandigen onder asielzoekers is bovendien klein.

Als Nidos de voogdij van een amv op zich neemt, wordt dat een maatregel genoemd. https://www.nidos.nl/wat-doet-nidos/voogdij. De start van de eerste maatregel van Nidos wordt aangehouden als moment van instroom in Nidos in dit onderzoek.

Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.