Asielaanvraag en opvang
Dit hoofdstuk beschrijft de instroom van asielzoekers in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2025. Hierin komen de omvang en de samenstelling van de groep, de verblijfssituatie, het verkrijgen van een verblijfsvergunning en vertrekprocedures aan de orde. Er is een uitsplitsing gemaakt naar nationaliteitnoot1, leeftijdsgroepen en gezinsvorming. De laatste paragrafen gaan in op specifieke groepen, de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) en de hervestigers.
2.1Instroom
Lagere instroom COA-opvang in eerste helft 2025
In de eerste helft van 2025 stroomden 4 duizend minder asielzoekers in bij het COA dan in dezelfde periode in 2024. In de eerste helft van 2025 ging het om 20 duizend asielzoekers, in de eerste helft van 2024 waren dit er 24 duizend. In heel 2024 stroomden 48 duizend asielzoekers in. Dat zijn er minder dan het jaar daarvoor (51 duizend). De hogere instroom in 2022, 2023 en 2024 volgt na een lagere instroom in 2020 van 22 duizend asielzoekers. Ook nareizende familieleden die zijn ingestroomd via COA-opvang worden meegeteld. De afname in vooral de eerste helft van 2020 kwam door de coronacrisis. In veel landen, inclusief Nederland, werden grensmaatregelen ingevoerd, en asielprocedures en rechterlijke uitspraken konden niet doorgaan. Asielzoekers werden in andere opvanglocaties geplaatst dan bij het COA. In Ter Apel lag de identificatie en registratie tijdelijk stil en konden asielaanvragen niet worden ingediend. Vanaf eind april 2020 werden veel tijdelijke maatregelen langzaamaan weer versoepeldnoot2noot3 waardoor de instroom in de COA-opvang weer steeg.
| instroomcohort | Syrië | Irak | Afghanistan | Eritrea | Iran | Turkije | Jemen | Somalië | Overig/onbekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste helft 2025 | 9165 | 505 | 470 | 1735 | 265 | 840 | 660 | 885 | 5420 |
| 2024 | 23715 | 3045 | 755 | 1945 | 820 | 2440 | 2090 | 1570 | 11645 |
| 2023 | 22040 | 1960 | 1025 | 2865 | 1205 | 4015 | 2895 | 2035 | 12495 |
| 2022 | 23785 | 915 | 2955 | 2480 | 930 | 3800 | 2915 | 1700 | 9920 |
| 2021 | 15460 | 1100 | 3285 | 2010 | 380 | 3095 | 1820 | 1055 | 6545 |
| 2020 | 7590 | 765 | 615 | 2495 | 465 | 1420 | 1020 | 300 | 7550 |
| 2019 | 7010 | 805 | 670 | 3290 | 1660 | 1325 | 860 | 330 | 13925 |
| 2018 | 7245 | 1115 | 770 | 4760 | 2040 | 1365 | 670 | 385 | 11865 |
| 2017 | 17970 | 1545 | 490 | 4805 | 870 | 515 | 225 | 280 | 9380 |
| 2016 | 12805 | 1215 | 1135 | 2990 | 955 | 310 | 65 | 400 | 11450 |
| 2015 | 29710 | 3355 | 2695 | 7900 | 2030 | 65 | 70 | 675 | 7790 |
| 2014 | 13285 | 1090 | 620 | 3965 | 550 | 50 | 50 | 1330 | 5850 |
2.2Nationaliteiten
Meer asielzoekers uit Eritrea, minder uit Irak en Jemen
In alle jaren zijn Syriërs duidelijk de grootste groep onder asielzoekers die instroomden bij de asielopvang van het COA. Van de ingestroomde asielzoekers in 2024 had 49 procent de Syrische nationaliteit. In de eerste helft van 2025 nam dit aandeel licht af (46 procent). Tot en met 2020 was de op één na grootste groep asielzoekers die met de Eritrese nationaliteit. In 2021 was dat die met de Afghaanse nationaliteit, in 2022 en 2023 die met de Turkse nationaliteit en in 2024 die met de Iraakse nationaliteit. De reden hiervan was een verslechtering van de mensenrechten in Irak in 2024 waardoor veel mensen uit Irak vluchtten.noot4
In de eerste helft van 2025 waren asielzoekers met de Eritrese nationaliteit opnieuw de op één na grootste groep (zie tabel 2.2.1). Vanaf 2020 verschijnen er Jemenieten in de top vijf van aantallen nationaliteiten. Dat er meer Jemenieten naar Nederland kwamen, komt waarschijnlijk door de ernstig verslechterde humanitaire situatie in hun land door het voortdurende conflict tussen het leger van de officiële regering van Hadi en de Houthi’s.noot5 In de eerste helft van 2025 is de instroom uit Jemen gedaald (660). Dit is bijna de helft van het aantal in de eerste helft van 2024 (1250).
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | Eerste helft 2025 | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Syrië | 13 285 | Syrië | 29 710 | Syrië | 12 805 | Syrië | 17 970 | Syrië | 7 245 | Syrië | 7 010 | Syrië | 7 590 | Syrië | 15 460 | Syrië | 23 785 | Syrië | 22 040 | Syrië | 23 715 | Syrië | 9 165 |
| 2 | Eritrea | 3 965 | Eritrea | 7 900 | Eritrea | 2 990 | Eritrea | 4 805 | Eritrea | 4 760 | Eritrea | 3 290 | Eritrea | 2 495 | Afghanistan | 3 285 | Turkije | 3 800 | Turkije | 4 015 | Irak | 3 045 | Eritrea | 1 735 |
| 3 | Somalië | 1 330 | Irak | 3 355 | Albanië | 1 655 | Irak | 1 545 | Iran | 2 040 | Nigeria | 2 235 | Turkije | 1 420 | Turkije | 3 095 | Afghanistan | 2 955 | Jemen | 2 895 | Turkije | 2 440 | Somalië | 885 |
| 4 | Irak | 1 090 | Afghanistan | 2 695 | Marokko | 1 265 | Marokko | 945 | Turkije | 1 365 | Iran | 1 660 | Algerije | 1 120 | Eritrea | 2 010 | Jemen | 2 915 | Eritrea | 2 865 | Jemen | 2 090 | Turkije | 840 |
| 5 | Afghanistan | 620 | Iran | 2 030 | Joegoslavië | 1 230 | Iran | 870 | Algerije | 1 240 | Turkije | 1 325 | Jemen | 1 020 | Jemen | 1 820 | Eritrea | 2 480 | Somalië | 2 035 | Eritrea | 1 945 | Jemen | 660 |
Bron:CBS.
2.3Leeftijd en geslacht
In verhouding veel jonge mannen
De meeste asielzoekers zijn jong. Ruim driekwart van de asielzoekers is jonger dan 35 jaar (en dit geldt voor alle jaren). Ongeveer de helft van alle asielzoekers uit 2014 en 2015 is op het moment van aankomst in Nederland jonger dan 25 jaar. Van de asielzoekers uit 2016 en 2017 is dat bijna 60 procent. Van 2018 tot en met de eerste helft van 2025 is dat weer iets meer dan de helft waarbij er de laatste jaren wel een stijging is te zien (van 53 procent in 2023 naar 60 procent in de eerste helft van 2025). Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking op 1 januari 2025 is 27 procent jonger dan 25 jaar en 40 procent jonger dan 35 jaar.noot6 Het percentage mannen onder asielzoekers was 68 procent in 2014, daalde naar 56 procent in 2017, steeg vervolgens naar 66 procent in de periode 2022–2023 en is in de eerste helft van 2025 gedaald naar 57 procent. De daling in de eerste helft van 2025 komt vooral doordat het aandeel mannen onder Syriërs (de grootste groep) in deze periode flink afnam, van 63 procent in 2024 naar 49 procent in de eerste helft van 2025.
Uit Syrië en Eritrea kwamen in 2014 en 2015 vooral mannen bij COA-opvang binnen. In die jaren was ruim twee derde van alle Syrische asielzoekers man. Vooral in 2016 en 2017 is het percentage vrouwen en jonge kinderen wat hoger dan in de andere jaren. Dit komt vooral doordat er die jaren in verhouding veel nareizigers uit Syrië waren. Deze groep nareizigers bestaat voor een groter deel uit vrouwen en kinderen dan de groep personen die in Nederland een initiële asielaanvraag doet (de referenten). De asielverzoeken in 2014 kwamen vooral van jongvolwassen mannen en die in 2017 vooral van vrouwen en kinderen (nareizigers). In de eerste helft van 2025 was de helft van de Syrische asielaanvragen gedaan door mannelijke asielzoekers, waaronder in verhouding een grote groep 5- tot 10‑jarige kinderen. In deze periode is het percentage mannen onder de Eritrese asielzoekers 71, waaronder de grootste groep tussen 15 en 20 jaar oud. In totaal had 60 procent van alle Eritrese mannen die in de eerste helft van 2025 bij de COA-opvang binnenkwamen deze leeftijd. Ter vergelijking was het aandeel van de totale populatie asielzoekende mannen in deze leeftijdsgroep 21 procent.
| Leeftijdsgroep | Mannen 2014, Totaal nationaliteiten | Vrouwen 2014, Totaal nationaliteiten | Mannen 2017, Totaal nationaliteiten | Vrouwen 2017, Totaal nationaliteiten | Mannen eerste helft 2025, Totaal nationaliteiten | Vrouwen eerste helft 2025, Totaal nationaliteiten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 80 jaar en ouder | . | 0,1 | 0,0 | 0,0 | . | . |
| 75 tot 80 jaar | -0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,1 | . | 0,1 |
| 70 tot 75 jaar | -0,1 | 0,1 | -0,1 | 0,1 | -0,1 | 0,1 |
| 65 tot 70 jaar | -0,3 | 0,2 | -0,2 | 0,2 | -0,3 | 0,2 |
| 60 tot 65 jaar | -0,4 | 0,3 | -0,5 | 0,3 | -0,5 | 0,4 |
| 55 tot 60 jaar | -0,8 | 0,5 | -0,9 | 0,7 | -0,8 | 0,7 |
| 50 tot 55 jaar | -1,5 | 0,7 | -1,6 | 1,4 | -1,4 | 1,2 |
| 45 tot 50 jaar | -2,8 | 1,1 | -2,1 | 1,7 | -1,9 | 1,7 |
| 40 tot 45 jaar | -4,4 | 1,6 | -2,5 | 2,6 | -2,4 | 2,9 |
| 35 tot 40 jaar | -6,5 | 2,2 | -3,3 | 3,4 | -3,2 | 3,3 |
| 30 tot 35 jaar | -9,0 | 3,4 | -5,0 | 4,1 | -4,3 | 3,5 |
| 25 tot 30 jaar | -11,5 | 4,1 | -6,6 | 4,4 | -6,6 | 4,3 |
| 20 tot 25 jaar | -10,4 | 3,9 | -7,1 | 4,6 | -7,0 | 3,6 |
| 15 tot 20 jaar | -7,8 | 3,0 | -8,1 | 4,3 | -11,9 | 5,7 |
| 10 tot 15 jaar | -3,5 | 2,8 | -5,4 | 4,8 | -5,9 | 5,0 |
| 5 tot 10 jaar | -3,9 | 3,7 | -6,2 | 5,7 | -6,2 | 5,9 |
| 0 tot 5 jaar | -4,7 | 4,5 | -6,2 | 5,8 | -4,8 | 4,1 |
| * Deze figuur bevat een selectieknop voor nationaliteit. Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers. | ||||||
2.4Huishoudenssamenstelling
Minder alleenstaande asielzoekers, meer asielzoekers in gezinsverband
Bijna de helft van alle asielzoekers die in 2014 en 2015 in Nederland aankwamen, kwam als alleenstaande asielzoeker bij het COA binnen (respectievelijk 49 en 46 procent). In 2016 en 2017 daalde dit naar 35 en 31 procent. Daarna nam het percentage alleenstaande asielzoekers weer toe en schommelde van 2019 tot en met 2024 tussen 44 en 51 procent. In de eerste helft van 2025 daalde het aandeel alleenstaande asielzoekers naar 34 procent, vergelijkbaar met 2016 en 2017. Deze daling werd vooral veroorzaakt doordat onder de Syriërs veel minder alleenstaande asielzoekers kwamen: hun aandeel daalde van 37 procent in 2024 naar 12 procent in de eerste helft van 2025. In 2014 werden 13 duizend alleenstaande asielzoekers opgevangen. In 2015 was dit aantal bijna verdubbeld naar bijna 25 duizend. In de jaren 2016 tot en met 2021 schommelde het aantal tussen de 11 en 15 duizend, vergelijkbaar met het niveau van 2014. In 2023 lag het aantal met bijna 26 duizend alleenstaande asielzoekers op het hoogste niveau tot nu toe. In de eerste helft van 2025 werden er bijna 7 duizend alleenstaande asielzoekers opgevangen, 4,6 duizend minder dan in de eerste helft van 2024. Van alle alleenstaande asielzoekers over de jaren heen is ongeveer 12 procent minderjarig. Alleenstaand betekent hier dat deze asielzoekers als alleenstaande zijn opgevangen. Het is goed mogelijk dat (een deel van) deze asielzoekers wel een partner of gezin (tijdelijk) hebben achtergelaten en dat zij later herenigd zijn (of worden).
Een deel van de asielzoekers kwam in gezinsverband (als kind, partner, of ouder in een gezin met kinderen). In 2014 was dat 38 procent. Dit percentage liep op naar 59 procent in 2017. Dit daalde daarna weer naar 45 procent in 2024. In de eerste zes maanden van 2025 steeg dit weer naar 58 procent. Het kan hierbij gaan om asielzoekers die met hun gezin in Nederland arriveren, maar ook om nareizigers die zich in de asielopvang bij hun familieleden voegen. Vooral asielzoekers met een Eritrese nationaliteitnoot7 kwamen tot 2020 steeds vaker dan daarvoor in gezinsverband naar Nederland (71 procent in 2020, vergeleken met 11 procent in 2014). Daarna nam dat percentage weer af tot 23 procent in 2024. In de eerste helft van 2025 ging het om 22 procent. Met name het percentage kinderen binnen Eritrese gezinnen steeg tussen 2014 en 2020 sterk – van 7 tot 51 procent – en daalde in de jaren daarna tot 14 procent in de eerste helft van 2025. Onder asielzoekers met een Syrische nationaliteit is het aandeel dat in gezinsverband naar Nederland kwam sinds 2020 juist sterk toegenomen (44 procent in 2020, 55 procent in 2024 en 82 procent in de eerste helft van 2025). Er zijn maar weinig asielzoekers die met partner maar zonder kinderen in Nederland aankomen. In de eerste helft van 2025 ging het om 3 procent van de asielaanvragen. Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking leeft op 1 januari 2025 26 procent met partner zonder kinderen.noot8
Er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen met betrekking tot hun plaats in het huishouden op het moment van instroom, deze verschillen zijn in het dashboard in te zien. Deze verschillen zijn vergelijkbaar voor alle cohorten. In de eerste helft van 2025 zijn vrouwen vaker partner in paar met kinderen (12 tegen 7 procent), ouder in eenouderhuishouden (20 tegen 1 procent) en kind in een gezin met ouder(s) (44 tegen 36 procent) vergeleken met mannen. Mannen zijn vaker alleenstaand vergeleken met vrouwen (48 procent tegen 16 procent).
| jaar van instroom in COA-opvang | Alleenstaand en meerderjarig, Totaal nationaliteiten | Alleenstaand en minderjarig, Totaal nationaliteiten | Kind in een gezin met ouder(s), Totaal nationaliteiten | Partner in paar met kinderen, Totaal nationaliteiten | Partner in paar zonder kinderen, Totaal nationaliteiten | Ouder in eenoudergezin, Totaal nationaliteiten | Overig lid gezin, Totaal nationaliteiten | Onbekend, Totaal nationaliteiten |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 12130 | 950 | 6535 | 2315 | 870 | 1365 | 1760 | 860 |
| 2017 | 10010 | 1150 | 13955 | 4160 | 1035 | 3290 | 925 | 1545 |
| Eerste helft 2025 | 5405 | 1375 | 7895 | 1840 | 565 | 1800 | 490 | 565 |
| * Vanwege kleine aantallen geven de gegevens voor Turkije en Jemen in 2014 een vertekenend beeld. Deze zijn daarom weggelaten. In het dashboard zijn deze cijfers wel beschikbaar. | ||||||||
| ** Deze figuur bevat een selectieknop voor nationaliteit. Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers. | ||||||||
2.5Verblijfssituatienoot9
Eritreeërs en Syriërs na een jaar vaker een eigen adres
Van alle asielzoekers die tussen 2014 en 2023 in de asielopvang van het COA instroomden, was gemiddeld 42 procent na twaalf maanden uitgestroomd uit COA en zelfstandig ingeschreven op een adres in een gemeente. In het kort noemen we dit een eigen adres. Voor het instroomcohort van 2019 was dat met 25 procent het laagst en voor instroomcohort 2017 het hoogst met 62 procent. Eritreeërs en Syriërs hadden na twaalf maanden het vaakst een eigen adres (63 en 61 procent) en Iraniërs het minst vaak (16 procent). Grote verschillen in het aandeel asielzoekers per nationaliteit zijn ook te zien per cohort. Zo had van de in 2023 ingestroomde Iraniërs 7 procent na een jaar een eigen adres, en was dit bij Afghaanse en Syrische asielzoekers 38 procent. Ter vergelijking: van de in 2014 ingestroomde Iraniërs had ongeveer 34 procent een eigen adres na twaalf maanden, bij Afghanen was dit 42 procent en bij Syriërs was dit 70 procent. Wanneer asielzoekers geen eigen adres hebben een jaar na instroom, verbleven zij vaak nog in COA of waren zij vertrokken (of tijdelijk geen adres). Dit hangt samen met inwilligingspercentages en -snelheid, waar later in deze paragraaf verder op ingegaan wordt.
| jaar van instroom in COA-opvang | Zelfstandig in gemeente, Totaal nationaliteiten | In COA met verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten | In COA zonder verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten | Vertrokken (of tijdelijk geen adres), Totaal nationaliteiten | Overig1) met verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten | Overig1) zonder verblijfsvergunning, Totaal nationaliteiten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 14190 | 5870 | 2395 | 4160 | 70 | 95 |
| 2015 | 27490 | 10395 | 6520 | 8755 | 1035 | 80 |
| 2016 | 15535 | 1175 | 3315 | 11210 | 25 | 60 |
| 2017 | 22290 | 2040 | 2560 | 9060 | 50 | 70 |
| 2018 | 11740 | 2175 | 6235 | 9980 | 35 | 35 |
| 2019 | 7535 | 2420 | 9100 | 10735 | 20 | 45 |
| 2020 | 7840 | 3095 | 3630 | 7550 | 40 | 45 |
| 2021 | 15600 | 8135 | 5945 | 4685 | 325 | 40 |
| 2022 | 17185 | 7350 | 18400 | 6115 | 220 | 120 |
| 2023 | 13210 | 4185 | 24890 | 7955 | 85 | 185 |
| * Deze figuur bevat een selectieknop voor nationaliteit. Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers. | ||||||
| 1) Administratief geplaatst of logeer- of hotel- en accommodatieregeling. | ||||||
COA-opvanglocaties
In de eerste maand na instroom woonde bijna de helft van de asielzoekers die in 2024 bij COA instroomden in een reguliere opvang (48 procent). In de meeste gevallen was dat een centrale ontvangstlocatie (COL), waar de asielzoeker wordt geïdentificeerd, geregistreerd en gescreend op tbc. 39 procent woonde in een noodopvang en 3 procent in een crisisnoodopvang. Dit is meer dan bij de cohorten 2023 (noodopvang en crisisnoodopvang was toen samen 35 procent) en 2022 (noodopvang en crisisnoodopvang samen 28 procent, zie de rapportages van vorig jaarnoot10 en twee jaar geledennoot11). Noodopvanglocaties zijn tijdelijke opvanglocaties van COA waar het niveau van kwaliteit en voorzieningen vaak minder zijn. Het gaat bijvoorbeeld om evenementenhallen, leegstaande kantoren, recreatiewoningen, schepen of tijdelijke paviljoens. Crisisnoodopvang zijn locaties die gemeentes of provincies regelen bij een ramp of crisis.noot12 Drie maanden na instroom in COA is het percentage asielzoekers in de reguliere opvang gedaald naar 43 procent. Het aandeel asielzoekers in de noodopvang is gestegen naar 45 procent en het aandeel asielzoekers in de crisisnoodopvang is gestegen naar 9 procent. Dit komt omdat mensen vanuit de centrale ontvangstlocaties (die vallen onder reguliere opvang) doorstromen naar andere locaties. Na zes maanden blijft deze verdeling ongeveer hetzelfde.
| aantal maanden na instroom in COA-opvang | Regulier | Noodopvang | Crisisnoodopvang | Onbekend |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 48,1 | 38,9 | 2,8 | 10,2 |
| 3 | 42,7 | 44,9 | 9,0 | 3,4 |
| 6 | 43,7 | 42,0 | 10,7 | 3,6 |
Meest recente cohorten verhuizen gemiddeld iets vaker in COA-opvang dan cohorten voor 2021
Gemiddeld verhuisdennoot13 asielzoekers 1,5 keer binnen een jaar na instroom in een opvanglocatie.noot14 Asielzoekers uit instroomcohort 2019 verhuisden een jaar na instroom minder vaak dan andere instroomcohorten, namelijk 0,8 keer. Ook twee jaar na instroom is het gemiddeld aantal verhuizingen van dit cohort lager dan in andere cohorten. Gemiddeld verhuisden asielzoekers uit dit cohort 1,3 keer, terwijl het gemiddelde aantal verhuizingen van alle cohorten op 2 ligt (gewogen met het aantal asielzoekers per cohort). Vanaf instroomcohort 2020 stijgt het aantal verhuizingen na twee jaar na instroom. Dit komt mogelijk door meer (gebruik van) tijdelijke noodopvanglocatiesnoot15 (JenV, 2023). Omdat deze locaties maar tijdelijk beschikbaar zijn, kan dit gezorgd hebben voor meer verhuizingen. Personen die in de eerste helft van 2025 in de COA-opvang instroomden, verhuisden gemiddeld iets vaker binnen drie maanden (0,8 keer) na instroom dan de cohorten daarvoor (met uitzondering voor cohort 2014, daar is het aantal keer verhuizing in dezelfde periode gelijk). Voor cohort 2021 en meer recente cohorten is het gemiddelde aantal verhuizingen binnen drie maanden na instroom 0,7 keer terwijl is het gemiddelde voor eerdere cohorten 0,5 keer.
| jaar van instroom in COA-opvang | 3 | 6 | 12 | 24 | 36 | 48 | 60 | 72 | 84 | 96 | 108 | 120 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 0,83 | 1,65 | 1,80 | 1,70 | 2,05 | 2,28 | 2,62 | 3,28 | 3,77 | 4,32 | 5,05 | 5,08 |
| 2015 | 0,53 | 1,17 | 2,07 | 2,70 | 3,11 | 3,51 | 4,03 | 4,28 | 5,04 | 5,76 | 5,47 | . |
| 2016 | 0,43 | 0,97 | 1,78 | 2,34 | 2,58 | 2,92 | 3,28 | 3,94 | 4,89 | 5,56 | . | . |
| 2017 | 0,38 | 0,73 | 1,13 | 1,69 | 2,09 | 2,49 | 3,22 | 4,04 | 4,57 | . | . | . |
| 2018 | 0,40 | 0,85 | 1,55 | 2,04 | 2,41 | 3,17 | 3,99 | 4,34 | . | . | . | . |
| 2019 | 0,28 | 0,40 | 0,78 | 1,33 | 2,14 | 3,15 | 3,47 | . | . | . | . | . |
| 2020 | 0,39 | 0,62 | 1,06 | 1,90 | 3,12 | 3,47 | . | . | . | . | . | . |
| 2021 | 0,64 | 1,08 | 1,67 | 2,55 | 2,95 | . | . | . | . | . | . | . |
| 2022 | 0,74 | 1,21 | 1,87 | 2,52 | . | . | . | . | . | . | . | . |
| 2023 | 0,60 | 0,88 | 1,13 | . | . | . | . | . | . | . | . | . |
| 2024 | 0,60 | 0,88 | . | . | . | . | . | . | . | . | . | . |
| Eerste helft 2025 | 0,78 | . | . | . | . | . | . | . | . | . | . | . |
Daling asielzoekers met verblijfsvergunning na een jaar in Nederland
Van alle asielzoekers die tussen 2014 en 2023 in de asielopvang van het COA zijn ingestroomdnoot16, heeft gemiddeld 71 procent na twaalf maanden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.noot17 Voor de groep die in 2023 asiel aanvroeg was dit 41 procent, een daling vergeleken met de eerdere cohorten en ook lager dan het instroomcohort van 2019, waar het na twaalf maanden 52 procent was. Dit lage aandeel in 2019 werd mogelijk veroorzaakt door de eerste golf van de COVID-pandemie in 2020).noot18 Het lage aandeel in 2023 (41 procent) wordt enerzijds veroorzaakt door een hoog aandeel asielzoekers dat nog in COA verblijft zonder verblijfsvergunning en anderzijds door een laag aandeel dat zelfstandig in een gemeente woont. Het percentage asielzoekers met een verblijfsvergunning verschilt per nationaliteit.noot19 Voor recentere cohorten is nog geen volledig beeld van de situatie na twaalf maanden. Het hoogste percentage van asielzoekers die na twaalf maanden een verblijfsvergunning kregen was 85 procent voor Eritreeërs en daarna 84 procent voor Syriërs. Het laagste percentage was bij Iraanse asielzoekers (28 procent). De politieke situatie in de landen van herkomst beïnvloedt mogelijk beslissingen over welke nationaliteiten vaker in aanmerking komen voor een asielvergunning en leidt tot schommelingen in deze percentages voor verschillende cohorten. Na de machtsovername door de Taliban in augustus 2021noot20 was het percentage Afghaanse asielzoekers dat na twaalf maanden een verblijfsvergunning kreeg nog nooit zo hoog als voor de instroomcohorten van 2021 (92 procent) en 2022 (82 procent). De verslechterde humanitaire situatie in Jemen sinds 2020 zorgde ervoor dat 90 procent van de Jemenieten van de instroomcohorten 2020 en 2021 na twaalf maanden een vergunning had.
Verschillen tussen nationaliteiten in toewijzen verblijfsvergunning
Bijna alle Syriërs (99 procent) en Eritreeërs (98 procent) van het instroomcohort 2014, die op 1 juli 2025 nog in Nederland woonden, kregen binnen anderhalf jaar na instroom een verblijfsvergunning. Ter vergelijking: ongeveer 67 procent van de asielzoekers uit Irak en 78 procent van de asielzoekers uit Afghanistan uit dit cohort kreeg een vergunning na dezelfde tijd. Asielzoekers uit Somalië van dit instroomcohort kregen in verhouding het snelst een verblijfsvergunning. Na drie maanden had driekwart van de Somaliërs (76 procent) die in 2014 instroomden een vergunning, voor Syriërs en Eritreeërs was dit respectievelijk 48 en 11 procent. Na 120 maanden (tien jaar) waren er in totaal nog 105 asielzoekers in de opvang zonder een verblijfsvergunning. Dit betekent niet dat de IND de aanvraag nog in behandeling heeft voor al deze mensen. Na een afwijzing blijven sommigen in de opvang wachten op hun vertrek of wachten op een uitspraak op beroep. Ook kunnen mensen na een afwijzing opnieuw een asielaanvraag indienen (tweede of volgende aanvraag), bijvoorbeeld wanneer er iets is veranderd in hun situatie, of omdat er nieuwe informatie is over het land van herkomst.
| aantal maanden na instroom in COA-opvang | Syrië | Irak | Afghanistan | Eritrea | Iran | Turkije** | Jemen** | Somalië | Overig/onbekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3 | 52,5 | 67,6 | 67,2 | 88,7 | 77,1 | . | . | 23,7 | 86,1 |
| 6 | 8,4 | 54,0 | 50,9 | 17,2 | 54,9 | . | . | 15,9 | 69,3 |
| 12 | 1,7 | 40,6 | 32,4 | 3,2 | 26,8 | . | . | 7,4 | 44,8 |
| 18 | 0,6 | 33,5 | 22,4 | 2,0 | 16,7 | . | . | 6,2 | 33,6 |
| 24 | 0,2 | 21,3 | 18,6 | 1,3 | 12,3 | . | . | 5,5 | 25,1 |
| 30 | 0,1 | 16,4 | 14,9 | 1,1 | 9,6 | . | . | 3,8 | 20,9 |
| 36 | 0,1 | 11,4 | 10,9 | 0,9 | 9,6 | . | . | 3,0 | 16,6 |
| 42 | 0,1 | 8,8 | 7,7 | 0,8 | 4,8 | . | . | 1,7 | 14,4 |
| 48 | 0,1 | 9,5 | 5,6 | 0,9 | 3,6 | . | . | 1,3 | 13,7 |
| 54 | 0,1 | 6,8 | 4,4 | 0,9 | 3,6 | . | . | 1,3 | 12,4 |
| 60 | 0,1 | 5,5 | 4,4 | 0,8 | 2,4 | . | . | 0,9 | 11,3 |
| 66 | 0,1 | 4,2 | 4,4 | 0,7 | 2,4 | . | . | 0,9 | 10,1 |
| 72 | 0,1 | 2,8 | 3,4 | 0,7 | 2,4 | . | . | . | 8,4 |
| 78 | 0,1 | 2,8 | 3,4 | 0,7 | 2,4 | . | . | . | 6,5 |
| 84 | 0,1 | 2,1 | 3,5 | 0,7 | 2,4 | . | . | . | 6,0 |
| 90 | 0,1 | 3,5 | 3,6 | 0,7 | . | . | . | . | 6,0 |
| 96 | 0,1 | 2,2 | 3,6 | 0,5 | . | . | . | . | 4,8 |
| 102 | 0,1 | 2,2 | 2,4 | 0,6 | . | . | . | . | 3,6 |
| 108 | 0,1 | 2,2 | 2,4 | 0,6 | . | . | . | . | 3,2 |
| 114 | . | 2,2 | . | 0,4 | . | . | . | . | 2,8 |
| 120 | . | 1,5 | . | 0,6 | . | . | . | . | 2,4 |
| 126 | . | . | . | 0,4 | . | . | . | . | 2,2 |
| * Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers. | |||||||||
| ** Vanwege kleine aantallen geven de gegevens voor Turkije en Jemen een vertekenend beeld. Deze zijn daarom weggelaten. In het dashboard zijn deze cijfers wel beschikbaar. | |||||||||
Meeste asielzoekers vertrekken zelfstandig (met onbekende bestemming)
Een deel van de asielzoekers die naar Nederland komen vertrekt na een tijd weer. Bij dit vertrek kunnen asielzoekers hulp krijgen van de Nederlandse overheid, zoals van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), of van een andere organisatie.noot21 Van de 26 790 asielzoekers die in 2014 naar Nederland kwamen, zijn er 10,5 jaar na instroom in COA 6 070 personen vertrokken of hebben tijdelijk geen adres: dit is bijna 23 procent van het oorspronkelijke cohort. Als asielzoekers dat vrijwillig (niet gedwongen) doen wordt dat zelfstandig vertrek genoemd. Dit is het geval bij 3 850 asielzoekers. Een deel van de asielzoekers die zelfstandig vertrekken, vertrekt zonder toezicht. Dit wordt zelfstandig vertrek met onbekende bestemming genoemdnoot22, en gold voor 2 055 van deze asielzoekers na 10,5 jaar. Als een asielzoeker niet wil vertrekken en geen hulp aanvaardt, gaat DT&V over tot gedwongen vertrek. Na 10,5 jaar ging dat om 365 personen uit cohort 2014.
Van de in totaal 2 160 vertrokken asielzoekers met een vertrekprocedure met bekende bestemming (zelfstandig of gedwongen vertrek), vertrok 62 procent naar het land van herkomst. Nog eens 29 procent vertrok naar een ander Europees land en 9 procent vertrok naar een overige bestemming. Tot slot is er nog een groep van 1 855 asielzoekers die niet bij COA verblijven en niet ingeschreven staan in een gemeente. Van deze groep is niet bekend waar zij verblijven en of ze vertrokken zijn (zij horen niet bij de groep die vertrokken is met onbekende bestemming). Een asielzoeker kan meerdere vertrekprocedures hebben. In dat geval is gekeken naar de laatste procedure.
| aantal maanden na instroom in COA-opvang | Zelfstandig vertrek met bekende bestemming | Zelfstandig vertrek met onbekende bestemming | Gedwongen vertrek met bekende bestemming | Overig vertrokken of tijdelijk geen adres | Overleden |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | . | . | . | 85 | . |
| 3 | 145 | 340 | 15 | 680 | . |
| 6 | 1040 | 1215 | 110 | 770 | . |
| 12 | 1440 | 1640 | 265 | 815 | 10 |
| 18 | 1545 | 1815 | 280 | 885 | 25 |
| 24 | 1615 | 1895 | 305 | 950 | 35 |
| 30 | 1650 | 1955 | 325 | 990 | 45 |
| 36 | 1695 | 2025 | 350 | 1030 | 60 |
| 42 | 1720 | 2080 | 350 | 1075 | 70 |
| 48 | 1725 | 2070 | 350 | 1120 | 80 |
| 54 | 1730 | 2055 | 350 | 1150 | 85 |
| 60 | 1740 | 2055 | 360 | 1170 | 95 |
| 66 | 1750 | 2030 | 365 | 1235 | 100 |
| 72 | 1760 | 2045 | 365 | 1280 | 105 |
| 78 | 1760 | 2060 | 370 | 1345 | 115 |
| 84 | 1765 | 2095 | 370 | 1415 | 130 |
| 90 | 1775 | 2085 | 370 | 1490 | 145 |
| 96 | 1770 | 2085 | 365 | 1560 | 155 |
| 102 | 1770 | 2080 | 365 | 1660 | 175 |
| 108 | 1780 | 2080 | 365 | 1715 | 195 |
| 114 | 1785 | 2080 | 360 | 1760 | 210 |
| 120 | 1790 | 2065 | 365 | 1805 | 225 |
| 126 | 1795 | 2055 | 365 | 1855 | 240 |
| * Er is gekeken naar meest recente vertrekprocedure. | |||||
| ** Niet alle gegevens per categorie zijn zichtbaar vanwege onderdrukking van cijfers. | |||||
2.6Werkende asielzoekers
In deze editie zijn voor het eerst aantallen opgenomen over werkende asielzoekers die in COA verblijven of administratief geplaatst zijn en nog geen vergunning hebben. Eerder zijn wel cijfers opgenomen over statushouders en Oekraïners. Asielzoekers zonder vergunning mogen alleen werken als hun werkgever voor hen een tewerkstellingsvergunning (TWV) heeft. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) bepaalt (in overleg met de IND) of deze wordt toegekend per individu. Hierbij gelden er een aantal voorwaarden die zijn vastgelegd in het besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, waaronder de voorwaarde dat de asielaanvraag ten minste zes maanden in behandeling moet zijn.noot23noot24 Sinds 29 november 2023 is hierbij de 24‑weken eis opgeheven. De 24‑weken eis stelde dat asielzoekers maximaal 24 weken in een periode van 52 weken mogen werken.noot25
In figuur 2.6.1 zijn de absolute aantallen van het aantal werkende asielzoekers gevisualiseerd. Omdat informatie over het aantal asielzoekers zonder vergunning die in aanmerking zouden komen om te mogen werken niet voorhanden is, zijn er in deze editie nog geen relatieve cijfers opgenomen. Er wordt gewerkt aan een manier om dit in de volgende editie mee te kunnen nemen. Er wordt alleen gekeken naar asielzoekers in COA die (nog) geen verblijfsvergunning hebben en tussen de 18 en 65 jaar oud zijn. De grootte van deze groep verschilt per cohort en per peilmoment, zoals bijvoorbeeld te zien is in figuur 2.3.1 en 2.5.1. Afhankelijk van het cohort heeft 5 tot 17 procent van de personen die in de eerste peilmaand geen verblijfsvergunning hadden twee jaar na instroom in COA nog steeds geen verblijfsvergunning. De populatie die per peilmoment wordt meegenomen neemt dus sterk af door de peilmaanden heen. Dit kan een absolute daling in het aantal werkende asielzoekers veroorzaken die niet per se een relatieve afname is. Er moet daarom voorzichtig omgegaan worden met het trekken van conclusies op basis van aantallen over tijd.
| aantal maanden na instroom in COA-opvang | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024* |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 6 | 15 | 35 | . | 20 | 40 | 95 | 475 |
| 12 | 125 | 120 | 25 | 60 | 405 | 1150 | . |
| 18 | 105 | 95 | 50 | 50 | 530 | 2430 | . |
| * Voor instroomcohort 2024 is nog geen informatie beschikbaar over 12 en 18 maanden na instroom in COA-opvang. | |||||||
Het aantal asielzoekers in COA dat (nog) geen vergunning heeft en een baan heeft als werknemer neemt flink toe in de meest recente cohorten. Een versie van dit figuur met alle cohorten en peilmomenten en verdere uitsplitsmogelijkheden is te vinden in het dashboard, net als figuren over baankenmerken. In de cohorten voor 2018 waren er niet meer dan enkele tientallen werknemers per peilmaand onder de asielzoekers zonder vergunning. Pas vanaf het cohort dat instroomde in COA in 2022 beginnen de aantallen echt toe te nemen, waarbij een flinke stijging te zien is bij cohort 2023 en 2024. Dit kan te maken hebben met het afschaffen van de 24‑weken eis. Deze gold in ieder geval niet meer voor het cohort dat instroomde in 2024, maar kan in de latere peilmaanden ook effect hebben gehad op cohort 2022 en 2023. Daarnaast kunnen er vele andere factoren van invloed zijn, zoals de omvang en samenstelling van de cohorten, het beleid van de Rijksoverheid, COA en Vluchtelingenwerk Nederland en de conjunctuur.
In deze cijfers zijn alleen de banen als werknemer opgenomen, niet eventueel werk als zelfstandige.noot26 De banen die deze werknemers hebben, zijn veelal deeltijdbanen, hoewel in zowel cohort 2022 als 2023 drie op de tien werknemers voltijd werken. Vaak gaat het om banen in de horeca of de sector arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer en hierbij gaat het vrijwel altijd om contracten voor bepaalde tijd.
2.7Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s)
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) zijn alle kinderen en jongeren die als minderjarige een aanvraag om toelating als vluchteling hebben ingediend en bij binnenkomst niet werden begeleid en/of verzorgd door ouders of een wettelijke voogd. Zij kunnen via COA zijn ingestroomd, maar dat is niet altijd het geval. Alle amv’s vallen onder de voogdij van Nidos. In de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2025 stroomden in totaal bijna 35 duizend amv’s in. Het grootste deel van de amv’s bestaat uit Syriërs (38 procent) en Eritreeërs (24 procent). Van alle cohorten was de instroom van amv’s in 2023 het grootst (6 565 nieuwe amv’s). In 2024 was de instroom gedaald naar 4 660 nieuwe amv’s. Tot en met 2018 kwamen de meeste amv’s uit Eritrea. Vanaf 2019 tot en met 2024 was de grootste groep amv’s Syriër. In de eerste helft van 2025 kwamen de meeste amv’s uit Eritrea, gevolgd door Syrië en dan door Somalië.
| Instroomcohort | Syrië | Irak | Afghanistan | Eritrea | Iran | Turkije | Jemen | Somalië | Overig/onbekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste helft 2025 | 170 | 20 | 20 | 830 | . | . | 20 | 180 | 415 |
| 2024 | 2160 | 445 | 60 | 610 | . | 30 | 80 | 325 | 945 |
| 2023 | 2955 | 365 | 130 | 1230 | 15 | 50 | 190 | 580 | 1070 |
| 2022 | 2655 | 115 | 205 | 770 | 10 | 45 | 205 | 385 | 615 |
| 2021 | 1230 | 180 | 205 | 320 | . | . | 75 | 220 | 445 |
| 2020 | 500 | 25 | 60 | 125 | . | . | 25 | 40 | 460 |
| 2019 | 340 | 70 | 65 | 160 | 20 | . | 25 | 40 | 650 |
| 2018 | 220 | 75 | 40 | 685 | 25 | . | 15 | 40 | 690 |
| 2017 | 215 | 50 | 80 | 695 | . | . | . | 40 | 635 |
| 2016 | 310 | 40 | 220 | 820 | 20 | . | . | 50 | 500 |
| 2015 | 1980 | 150 | 570 | 1390 | 30 | . | . | 100 | 280 |
| 2014 | 420 | 20 | 35 | 610 | . | . | . | 140 | 220 |
| * Niet alle gegevens zijn zichtbaar per nationaliteit vanwege onderdrukking van cijfers. | |||||||||
Twee derde van de amv’s is 15 tot 18 jaar oud en meerderheid is man
De meeste amv’s zijn 15, 16 of 17 jaar oud tijdens de eerste maatregelnoot27 van Nidos: gemiddeld 67 procent van alle amv’s sinds 2014 valt in deze leeftijdsklasse. In de cohorten 2017 tot en met 2020 lag dat percentage tussen 56 en 60 procent. Nog eens 16 procent is 10 tot en met 14 jaar. Erg jonge amv’s komen weinig voor: 1 procent is jonger dan vijf jaar. Het gaat om de leeftijd waarop een amv voor het eerst in de registraties te vinden is. Omdat het soms voorkomt dat er bij instroom een te lage leeftijd geregistreerd wordt, vallen er personen die niet minderjarig zijn binnen de populatie amv’s. Bij deze personen is de registratie van de leeftijd op een later moment aangepast. Ongeveer één op de tien van alle amv’s was op de startdatum van de eerste maatregel van Nidos 18 jaar of ouder. Van deze groep is iets meer dan de helft 18 of 19 jaar oud en een kwart 20 of 21 jaar oud.
Het overgrote deel van de amv’s bestaat uit jongens (84 procent), 15 procent bestaat uit meisjes en van minder dan 1 procent is het geslacht (nog) niet bekend.
| Instroomcohort | 0 tot 5 jaar | 5 tot 10 jaar | 10 tot 15 jaar | 15 tot 18 jaar | 18 tot 25 jaar | 25 tot 30 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste helft 2025 | . | 25 | 150 | 1375 | 90 | . |
| 2024 | 15 | 105 | 820 | 3245 | 455 | 15 |
| 2023 | 15 | 145 | 1155 | 4420 | 820 | 30 |
| 2022 | 15 | 105 | 950 | 3480 | 435 | 20 |
| 2021 | 20 | 95 | 560 | 1705 | 290 | 15 |
| 2020 | 20 | 50 | 255 | 700 | 200 | 15 |
| 2019 | 30 | 45 | 250 | 775 | 255 | 15 |
| 2018 | 35 | 40 | 240 | 1035 | 420 | 15 |
| 2017 | 25 | 50 | 215 | 1035 | 390 | 20 |
| 2016 | 25 | 50 | 275 | 1495 | 105 | 10 |
| 2015 | 40 | 170 | 805 | 3435 | 55 | . |
| 2014 | 20 | 85 | 235 | 1040 | 75 | . |
| * Niet alle gegevens zijn zichtbaar per leeftijdsgroep vanwege onderdrukking van cijfers. | ||||||
2.8Hervestigers
Sinds 2014 zijn 8,6 duizend hervestigers ingestroomd in een COA opvanglocatie. Hervestigers zijn vluchtelingen die door de UNHCR zijn uitgenodigd om naar Nederland te komen (zie paragraaf 1.1) en kunnen daardoor in sommige gevallen direct in een gemeente terecht voor een woning, zonder in te stromen in COA. De hoogste instroom van hervestigers in COA was in 2017, toen meer dan 2 duizend hervestigers hier instroomden. Dit was 6 procent van de totale instroom in COA dat jaar. Voor de overige cohorten ligt dit percentage lager. In de eerste helft van 2025 zijn 275 hervestigers ingestroomd in COA, evenveel als in de eerste helft van 2024: dit is iets meer dan 1 procent van de totale COA instroom in de eerste helft van 2025. De groep hervestigers die instromen in COA bestaat voornamelijk uit personen met een Syrische nationaliteit, namelijk 83 procent.
Geslacht is gelijk verdeeld onder hervestigers die instromen in een COA opvanglocatie: iets meer dan de helft van de hervestigers is man (53 procent). De groep hervestigers bestaat vooral uit jonge asielzoekers. Iets meer dan de helft van de hervestigers is jonger dan 20 jaar (53 procent).
Hervestigers die in COA terecht komen wonen sneller zelfstandig in een gemeente dan de totale groep asielzoekers. Twaalf maanden na instroom woont 87 procent zelfstandig in een gemeente, tegen 42 procent van alle asielzoekers.
2.9Dashboard
Naast deze rapportage is er een interactief dashboard. Daarin staan nog meer cijfers over de opvang van asielzoekers. In het dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen, voor welke populaties en voor welke nationaliteitennoot28 u cijfers (visueel) wilt zien.
Noten
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
In figuur 2.5.1 zijn de percentages berekend op de populatie exclusief degenen die zijn vertrokken of overleden, in figuur 2.5.2 zijn de percentages berekend op de populatie inclusief degenen die zijn vertrokken of overleden. Deze keuze hangt samen met de besproken onderwerpen.
Het aantal verhuizingen is bepaald door het adres op de eerste dag van de maand te vergelijken met het adres een maand eerder. Mensen kunnen op deze manier berekend maximaal één keer per maand verhuizen. Daarmee worden deze cijfers op een andere wijze gegenereerd dan het COA dat doet als onderdeel van de Rapportage Vreemdelingenketen over verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin.
Dit gemiddelde is berekend over de gemiddelden per cohort en is niet gewogen naar aantallen asielzoekers per cohort.
Voor cohort 2024 en de eerste helft van 2025 kunnen we nog geen twaalf maanden vooruitkijken.
De aandelen waren berekend op de populatie exclusief degenen die zijn vertrokken of overleden.
Door coronamaatregelen zijn asielprocedures tijdelijk stil komen te liggen, zie https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/21/immigratie-gedaald-na-uitbreken-coronapandemie.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Informatie over vertrekprocedures komt van DT&V en betreft twee overlappende groepen: vreemdelingen die een terugkeerbesluit, overdrachtsbesluit of besluit o.g.v. de Terugkeerrichtlijn hebben ontvangen en vreemdelingen die met behulp van assistentie zijn vertrokken uit Nederland (bijvoorbeeld een reisdocument, ticket en/of een van de ondersteuningsbijdragen door DT&V, EURP, IOM of NGO's). Onder asielzoekers vallen vooral personen met een negatieve asielbeschikking door de IND.
%20verblijf%20in%20Nederland%20hebben%20een%20wettelijke%20plicht,is%20vertrek%20vrijwel%20altijd%20mogelijk en https://www.dienst terugkeerenvertrek.nl/over-dtv/leidraad-terugkeer-en-vertrek/opvanglocaties/col-en-pol
Deze eis is komen te vervallen doordat de Raad van State geoordeeld heeft dat deze eis in strijd is met het EU-recht. Kamerbrief uitspraak Raad van State over 24-weken-eis | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Deze cijfers zijn namelijk minder recent beschikbaar en niet goed te koppelen aan specifieke maanden, omdat ze alleen informatie geven per kalenderjaar. Het aantal zelfstandigen onder asielzoekers is bovendien klein.
Als Nidos de voogdij van een amv op zich neemt, wordt dat een maatregel genoemd. https://www.nidos.nl/wat-doet-nidos/voogdij. De start van de eerste maatregel van Nidos wordt aangehouden als moment van instroom in Nidos in dit onderzoek.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.