Asielaanvraag en opvang
In dit hoofdstuk wordt de instroom van asielzoekers in de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2022 besproken. Achtereenvolgens komen de omvang en de samenstelling van de groep, het verkrijgen van een verblijfsvergunning en gezinshereniging aan de orde. De laatste paragraaf besteedt aandacht aan een specifieke groep, de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s).
2.1Instroom
Hoge jaarlijkse instroom COA-opvang sinds 2021
Ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder zijn er in de eerste helft van 2022 9 500 meer asielzoekers in het COA ingestroomd. Dat is in lijn met de forse toename van asielzoekers in 2021, na een relatief lage instroom in 2020. Ook nareizende familieleden die zijn ingestroomd via COA-opvang worden meegeteld. In 2014 zijn er 27 duizend asielzoekers via COA-opvanglocaties naar Nederland gekomen, in 2015 54 duizend, in 2016 31 duizend, in 2017 36 duizend, in 2018 30 duizend, in 2019 eveneens 30 duizend, in 2020 22 duizend, in 2021 34 duizend en in de eerste helft van 2022 19 duizend. De afname in met name de eerste helft van 2020 is een gevolg van de coronacrisis. Zo werden in tal van herkomstlanden en ook in Nederland grensmaatregelen ingevoerd, maar ook konden asielgehoren en rechterlijke uitspraken niet plaatsvinden en werden asielzoekers in noodopvang geplaatst in plaats van in de COA-opvang. In Ter Apel heeft de identificatie en registratie tijdelijk stilgelegen en konden asielaanvragen niet worden ingediend. Vanaf eind april 2020 werden voor veel tijdelijke maatregelen langzaam aan weer versoepelingen doorgevoerdnoot1 noot2 waardoor de instroom in de COA-opvang weer toenam.
| Categorie 1 | Syrië | Irak | Afghanistan | Eritrea | Iran | Turkije | Overig/onbekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste helft 2022 | 8190 | 370 | 1390 | 895 | 215 | 1295 | 6220 |
| 2021 | 15295 | 1035 | 3265 | 2025 | 370 | 3075 | 9370 |
| 2020 | 7585 | 760 | 610 | 2490 | 460 | 1415 | 8875 |
| 2019 | 7005 | 800 | 670 | 3285 | 1660 | 1325 | 15125 |
| 2018 | 7240 | 1115 | 770 | 4750 | 2035 | 1365 | 12940 |
| 2017 | 17960 | 1540 | 490 | 4800 | 870 | 515 | 9900 |
| 2016 | 12775 | 1210 | 1135 | 2985 | 955 | 310 | 11960 |
| 2015 | 29695 | 3350 | 2680 | 7895 | 2035 | 60 | 8565 |
| 2014 | 13260 | 1080 | 615 | 3960 | 550 | 50 | 7270 |
2.2Nationaliteiten
Meer asielzoekers uit Jemen en Turkije
In alle jaren zijn Syriërs veruit de grootste groep onder asielzoekers die instroomden bij de asielopvang van het COA. De figuur laat zien dat in 2014 en 2015 ongeveer de helft van de ingestroomde asielzoekers de Syrische nationaliteitnoot3 heeft. In 2018 en 2019 is het aandeel Syrische asielzoekers gedaald naar een kwart om vervolgens via een derde in 2020 weer te stijgen naar 44 procent in 2021 en de eerste helft van 2022. Tot en met 2020 betreft de op één na grootste groep die met de Eritrese nationaliteit. In 2021 en 2022 is dat die met de Afghaanse nationaliteit.noot4 Vooral in 2018 en 2019 zien we meer instroom vanuit destijds veilige landennoot5 zoals Marokko en Algerije. Vanaf 2020 is de toename van asielverzoeken van Jemenieten opvallend. Dit heeft waarschijnlijk te maken met een ernstig verslechterde humanitaire situatie in Jemen als gevolg van het voortdurende conflict tussen het leger van de officiële regering van Hadi en de Houthi’s.noot6 Dit lijkt geen tijdelijke ontwikkeling: Jemen staat in 2022 op de vierde plek qua instroom in de COA-opvang. Ook het aantal Turken dat asiel aanvraagt in Nederland is vooral sinds 2018noot7 en 2019 sterk toegenomen. De redenen waarom asielverzoeken toenemen, variëren per land. Dit kan te maken hebben met zaken als een verslechterde veiligheidssituatie (Nigeria), onzekere politieke situaties in combinatie met een slechte economische situatie (Algerije) of veranderingen in de dienstplicht (Marokko).noot8 In Turkije lopen aanhangers van de islamitische geestelijke Fethulla Gülen net als critici van de regering, een grote kans om vervolgd te worden door de Turkse overheid.noot9 Door de coronacrisis is de neergang van de economie in veel herkomstlanden nog groter geworden.noot10 noot11 Coronamaatregelen en reisrestricties in Nederland en in transitlanden hadden vooral in 2020 een dempend effect op het aantal asielverzoeken. Deze maatregelen en restricties werden in het begin van 2021 weer losgelaten.noot12
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | Eerste helft 2022 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Syrië | 13 260 | Syrië | 29 695 | Syrië | 12 775 | Syrië | 17 960 | Syrië | 7 240 | Syrië | 7 005 | Syrië | 7 585 | Syrië | 15 295 | Syrië | 8 190 |
| 2 | Eritrea | 3 960 | Eritrea | 7 895 | Eritrea | 2 985 | Eritrea | 4 800 | Eritrea | 4 750 | Eritrea | 3 285 | Eritrea | 2 490 | Afghanistan | 3 265 | Afghanistan | 1 390 |
| 3 | Somalië | 1 295 | Irak | 3 350 | Albanië | 1 655 | Irak | 1 540 | Iran | 2 035 | Nigeria | 2 235 | Turkije | 1 415 | Turkije | 3 075 | Turkije | 1 295 |
| 4 | Irak | 1 080 | Afghanistan | 2 680 | Marokko | 1 265 | Marokko | 940 | Turkije | 1 365 | Iran | 1 660 | Algerije | 1 130 | Eritrea | 2 025 | Jemen | 1 240 |
| 5 | Afghanistan | 615 | Iran | 2 035 | Joegoslavië | 1 230 | Iran | 870 | Algerije | 1 240 | Turkije | 1 325 | Jemen | 1 015 | Jemen | 1 785 | Eritrea | 895 |
Bron:CBS.
2.3Nareis
Aandeel nareizigers varieert
Sinds 2014 zijn er bijna 66 duizend nareizigers via COA naar Nederland gekomen. De figuur laat zien dat het grootste deel bestaat uit instroom van nareizigers van Eritreeërs en Syriërs: twee derde van alle nareizigers sinds 2014 betreft Syriërs, bij nog eens zestien procent gaat het om Eritreeërs. Het aandeel nareizigers in de totale instroom verschilt sterk per nationaliteit. Zo betreft 31 procent van de ingestroomde Syrische asielzoekers in de eerste helft van 2022 een nareiziger terwijl dat onder Afghanen maar drie procent is.
Van alle ingestroomde asielzoekers was aanvankelijk een steeds groter aandeel nareiziger. Van alle instromers in 2014 gaat het om 15 procent van alle asielzoekers. Dit percentage stijgt via 17 procent in 2015 en 32 procent in 2016 naar 40 procent in 2017. Daarna daalde het aandeel via 21 procent in 2018 naar 14 procent in 2019. In 2020 is het aandeel weer licht gestegen naar 20 procent, terwijl het aandeel in 2021 weer verder is opgelopen naar 27 procent. In de eerste helft van 2022 is het met 18 procent gedaald naar ongeveer het niveau van 2015.
In absolute aantallen is het aantal nareizigers afgenomen. In 2017 kwamen 14 460 nareizigers naar Nederland, in 2018 was dit met 6 400 nareizigers meer dan gehalveerd. In de eerste helft van 2022 kwamen 3 295 nareizigers naar Nederland.
| Jaar van instroom in COA-opvang | Geen nareis, Syrië | Nareis, Syrië |
|---|---|---|
| 2014 | 10715 | 2550 |
| 2015 | 21685 | 8010 |
| 2016 | 4485 | 8295 |
| 2017 | 7865 | 10095 |
| 2018 | 4820 | 2420 |
| 2019 | 5525 | 1480 |
| 2020 | 5725 | 1860 |
| 2021 | 8985 | 6310 |
| Eerste helft 2022 | 5635 | 2555 |
2.4Leeftijd/geslacht
Aandeel jonge mannen relatief groot
De meeste asielzoekers zijn jong. Ruim driekwart van de asielzoekers is jonger dan 35 jaar (dit geldt voor alle jaren). Ongeveer de helft van alle asielzoekers uit 2014 en 2015 is op het moment van aankomst in Nederland jonger dan 25 jaar. Van de asielzoekers uit 2016 en 2017 is dat bijna 60 procent; in de periode 2018 tot en met de eerste helft van 2022 is dat weer ongeveer de helft. Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking op 1 januari 2022 is 28 procent jonger dan 25 jaar en 41 procent is jonger dan 35 jaar. Het aandeel mannen onder asielzoekers is van 68 procent in het cohort 2014 gedaald naar 56 procent in het cohort 2017 en vervolgens weer gestegen naar 67 procent in het cohort 2020. Onder instromers in de eerste helft van 2022 bedraagt het percentage mannen 66 procent.
| Mannen, eerste helft 2022 | Vrouwen, eerste helft 2022 | Mannen, 2014 | Vrouwen, 2014 | Mannen, 2017 | Vrouwen, 2017 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 80 jaar of ouder | -0,01 | 0,05 | -0,03 | 0,05 | -0,03 | 0,04 |
| 75 tot 80 jaar | -0,03 | 0,06 | -0,06 | 0,1 | -0,05 | 0,07 |
| 70 tot 75 jaar | -0,09 | 0,09 | -0,14 | 0,13 | -0,1 | 0,12 |
| 65 tot 70 jaar | -0,25 | 0,2 | -0,26 | 0,24 | -0,25 | 0,17 |
| 60 tot 65 jaar | -0,51 | 0,31 | -0,38 | 0,32 | -0,52 | 0,3 |
| 55 tot 60 jaar | -0,94 | 0,6 | -0,83 | 0,52 | -0,94 | 0,7 |
| 50 tot 55 jaar | -1,66 | 0,96 | -1,48 | 0,73 | -1,6 | 1,42 |
| 45 tot 50 jaar | -3,03 | 1,44 | -2,85 | 1,06 | -2,11 | 1,73 |
| 40 tot 45 jaar | -3,81 | 2,19 | -4,47 | 1,64 | -2,46 | 2,6 |
| 35 tot 40 jaar | -5,25 | 2,73 | -6,56 | 2,26 | -3,27 | 3,35 |
| 30 tot 35 jaar | -7,26 | 3,12 | -8,99 | 3,44 | -5 | 4,15 |
| 25 tot 30 jaar | -10,05 | 3,58 | -11,51 | 4,13 | -6,63 | 4,44 |
| 20 tot 25 jaar | -10,34 | 3,37 | -10,42 | 3,84 | -7,14 | 4,59 |
| 15 tot 20 jaar | -10,5 | 3,69 | -7,71 | 2,99 | -8,11 | 4,26 |
| 10 tot 15 jaar | -4,52 | 3,81 | -3,47 | 2,77 | -5,38 | 4,81 |
| 5 tot 10 jaar | -4,34 | 3,62 | -3,85 | 3,69 | -6,22 | 5,69 |
| 0 tot 5 jaar | -3,74 | 3,84 | -4,62 | 4,46 | -6,04 | 5,68 |
Weer meer mannen uit Syrië
Uit Syrië en Eritrea zijn het in 2014 en 2015 vooral mannen die bij COA-opvang binnenkomen. In die jaren bestaat twee derde van alle Syrische asielzoekers uit mannen, in 2016 is dat 44 procent en daarna is het aandeel mannen weer toegenomen tot 68 procent in 2020. In 2021 en in de eerste helft van 2022 bedraagt het percentage ongeveer 64. Vooral in 2016, 2017 en in 2021 is het aandeel vrouwen en ook het aandeel jonge kinderen wat hoger dan in de andere jaren. Dit komt vooral doordat het aandeel nareizigers onder Syriërs in deze jaren hoger is. Deze groep nareizigers bestaat voor een groter deel uit vrouwen en kinderen dan de groep mensen die in Nederland een eerste asielaanvraag doet (de referenten). In de periode 2018–2020 neemt het aandeel vrouwen en kinderen onder Syrische asielzoekers weer af. Een vergelijking van de piramides tussen 2014, 2017 en 2022 laat duidelijk zien dat de asielverzoeken in 2014 vooral jongvolwassen mannen betroffen, die in 2017 vooral vrouwen en kinderen (nareizigers) terwijl er in de eerste helft van 2022 sprake is van een iets evenwichtiger verdeling tussen mannen en vrouwen, waarbij wel de groep 15 tot 20‑jarige mannen opvalt.
| Mannen, eerste helft 2022 | Vrouwen, eerste helft 2022 | Mannen, 2017 | Vrouwen, 2017 | Mannen, 2014 | Vrouwen, 2014 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 80 jaar of ouder | -0,01 | 0,02 | -0,05 | 0,04 | -0,03 | 0,07 |
| 75 tot 80 jaar | -0,04 | 0,04 | -0,05 | 0,08 | -0,04 | 0,08 |
| 70 tot 75 jaar | -0,07 | 0,07 | -0,09 | 0,11 | -0,07 | 0,09 |
| 65 tot 70 jaar | -0,23 | 0,15 | -0,31 | 0,14 | -0,23 | 0,11 |
| 60 tot 65 jaar | -0,5 | 0,31 | -0,79 | 0,31 | -0,41 | 0,26 |
| 55 tot 60 jaar | -1,21 | 0,68 | -1,18 | 0,84 | -1,03 | 0,48 |
| 50 tot 55 jaar | -2,04 | 1,21 | -2,11 | 2,07 | -2,13 | 0,71 |
| 45 tot 50 jaar | -3,3 | 1,51 | -2,38 | 2,49 | -4,25 | 1,25 |
| 40 tot 45 jaar | -4,13 | 2,38 | -1,97 | 3,44 | -5,97 | 1,76 |
| 35 tot 40 jaar | -4,64 | 2,88 | -1,98 | 4,05 | -8,04 | 2,32 |
| 30 tot 35 jaar | -5,64 | 2,65 | -2,25 | 4,47 | -10,17 | 3,25 |
| 25 tot 30 jaar | -7,05 | 3,04 | -2,32 | 4,39 | -10,98 | 3,09 |
| 20 tot 25 jaar | -8,12 | 3,64 | -3,33 | 5,55 | -8,17 | 2,45 |
| 15 tot 20 jaar | -11,3 | 4,12 | -5,73 | 5,45 | -6,25 | 2,42 |
| 10 tot 15 jaar | -5,75 | 4,8 | -7,19 | 6,51 | -3,81 | 2,86 |
| 5 tot 10 jaar | -5,25 | 4,43 | -7,93 | 7,44 | -4,54 | 4,19 |
| 0 tot 5 jaar | -4,26 | 4,52 | -6,62 | 6,33 | -4,34 | 4,19 |
2.5Huishoudenssamenstelling
Minder alleenstaande mannen uit Syrië, minder kinderen uit Eritrea
Bijna de helft van alle asielzoekers die in 2014 en 2015 in Nederland zijn aangekomen, kwam als alleenstaande asielzoeker bij het COA binnen. In 2016 en 2017 daalde dit aandeel respectievelijk naar 35 en 31 procent. Dit aandeel is vervolgens weer gestegen naar bijna 50 procent in 2020. In de eerste helft van 2022 bedraagt het percentage 44 procent, hetzelfde aandeel als in 2012. In absolute zin werden in 2014 ruim 13 duizend alleenstaande asielzoekers opgevangen. Dit aantal steeg in 2015 naar bijna 25 duizend alleenstaande asielzoekers. In de periode 2016–2020 schommelde het aantal tussen de 11 en 13 duizend, in 2021 waren het er ruim 15 duizend terwijl het in de eerste helft van 2022 om 8,3 duizend alleenstaanden ging. Van alle alleenstaande asielzoekers is grofweg 10 procent minderjarig. Alleenstaand betekent hier overigens dat deze asielzoekers als alleenstaande zijn opgevangen. Het is goed mogelijk dat (een deel van) deze asielzoekers wel een partner of gezin (tijdelijk) hebben achtergelaten.
Een deel van de asielzoekers is gekomen in gezinsverband (als kind of ouder in een gezin met kinderen); in 2014 bijna 40 procent. Dit percentage loopt op naar bijna 60 procent in 2017. Dit aandeel is daarna weer gedaald naar 46 procent in 2021 en 45 procent in de eerste helft van 2022. Het kan hierbij gaan om asielzoekers die met hun gezin in Nederland arriveren, maar ook om nareizigers die zich in de asielopvang bij hun familieleden voegen. Vooral asielzoekers met een Eritrese nationaliteitnoot13 komen steeds vaker dan voorheen in gezinsverband (54 procent in 2021 en 43 procent in de eerste helft van 2022, ten opzichte van 10 procent in 2014) naar Nederland. Tussen 2014 en 2021 is het aandeel kinderen onder ingestroomde Eritreeërs toegenomen van 7 naar 37 procent. In de eerste helft van 2022 daalde dit percentage naar 29. Er zijn maar weinig asielzoekers die met partner zonder kinderen in Nederland arriveren (2 tot 5 procent). Ter vergelijking: van de Nederlandse bevolking leeft op 1 januari 2022 26 procent met partner zonder kinderen.
| nationaliteittabel | instroomcohort | Alleenstaand, meerderjarig | Alleenstaand, minderjarig | Kind in een gezin met ouder(s) | Partner in paar met kinderen | Partner in paar zonder kinderen | Ouder in eenoudergezin | Overig lid gezin | Onbekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Syrië | '14, Syrië | 5690 | 175 | 3575 | 1410 | 385 | 605 | 1065 | 355 |
| Syrië | '17, Syrië | 2195 | 145 | 9070 | 2795 | 410 | 1990 | 425 | 930 |
| Syrië | '22, Syrië | 2540 | 410 | 3130 | 925 | 105 | 490 | 305 | 275 |
| Irak | '14, Irak | 470 | 10 | 320 | 95 | 35 | 65 | 50 | 35 |
| Irak | '17, Irak | 485 | 25 | 610 | 175 | 30 | 95 | 45 | 75 |
| Irak | '22, Irak | 100 | 5 | 100 | 55 | 15 | 10 | 65 | 20 |
| Afghanistan | '14, Afghanistan | 220 | 35 | 170 | 75 | 40 | 35 | 30 | 15 |
| Afghanistan | '17, Afghanistan | 145 | 45 | 160 | 40 | 20 | 30 | 20 | 30 |
| Afghanistan | '22, Afghanistan | 185 | 55 | 665 | 310 | 50 | 40 | 25 | 60 |
| Eritrea | '14, Eritrea | 2710 | 500 | 270 | 30 | 90 | 115 | 50 | 190 |
| Eritrea | '17, Eritrea | 1150 | 510 | 1860 | 105 | 35 | 680 | 125 | 335 |
| Eritrea | '22, Eritrea | 225 | 200 | 260 | 65 | 5 | 55 | 55 | 30 |
| Iran | '14, Iran | 290 | 5 | 90 | 40 | 45 | 40 | 20 | 20 |
| Iran | '17, Iran | 370 | 10 | 195 | 105 | 65 | 65 | 15 | 40 |
| Iran | '22, Iran | 95 | 0 | 45 | 25 | 25 | 15 | 5 | 10 |
| Turkije* | '14, Turkije* | . | . | . | . | . | . | . | . |
| Turkije* | '17, Turkije* | . | . | . | . | . | . | . | . |
| Turkije* | '22, Turkije* | . | . | . | . | . | . | . | . |
| Overig/onbekend | '14, Overig/onbekend | 2740 | 195 | 2090 | 650 | 270 | 510 | 540 | 275 |
| Overig/onbekend | '17, Overig/onbekend | 5445 | 395 | 1800 | 810 | 420 | 365 | 280 | 385 |
| Overig/onbekend | '22, Overig/onbekend | 3565 | 285 | 1030 | 425 | 250 | 205 | 230 | 235 |
| * Vanwege kleine aantallen geven de gegevens voor Turkije een vertekend beeld. Deze nationaliteit is daarom in deze figuur weggelaten. In het dashboard vindt u wel de cijfers voor Turkije. | |||||||||
2.6COA verhuizingen
Aantal verhuizingen in COA-opvang neemt voor recente cohorten iets toe
Figuur 2.6.1 laat zien hoe vaak asielzoekers gemiddeld zijn verhuisdnoot14 tussen opvanglocaties, uitgesplitst naar instroomcohort en aantal maanden na instroom in een COA-opvanglocatie. Personen uit het instroomcohort 2014 zijn na zes maanden gemiddeld 1,7 keer verhuisd. Mensen uit de instroomcohorten tot en met 2019 verhuisden grofweg steeds iets minder vaak in de eerste zes maanden na instroom in een opvanglocatie dan de voorgaande instroomcohorten maar de recente instroomcohorten (2020 en 2021) laten een kentering zien: mensen uit die cohorten verhuisden gemiddeld juist weer iets vaker dan eerdere cohorten. Het gemiddeld aantal verhuizingen na zes maanden van instroomcohort 2021 ligt met 1,0 weer op hetzelfde niveau als van instroomcohort 2016. Syriërs en Eritreeërs ingestroomd in 2014 verhuisden in de eerste zes maanden wat vaker (gemiddeld bijna twee keer) dan bijvoorbeeld Afghanen en Irakezen (gemiddeld iets meer dan één keer), maar voor de instroomcohorten van 2017 en later is dit verschil verdwenen. Mensen ingestroomd in 2015 en 2016 verhuisden binnen anderhalf jaar vaker dan mensen die in 2014 zijn ingestroomd. Dit komt vermoedelijk doordat eind 2016 en begin 2017 verschillende COA-opvanglocaties (vooral tijdelijke crisisnoodopvanglocaties opgericht in 2015) werden gesloten en de bewoners om die reden moesten verhuizen.noot15 Asielzoekers die in 2017 en 2019 bij COA-opvang zijn ingestroomd verhuisden juist minder vaak binnen anderhalf jaar.
| Aantal maanden na instroom in COA-opvang | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3 | 0,83 | 0,54 | 0,43 | 0,38 | 0,4 | 0,28 | 0,62 | 0,63 | 0,61 |
| 6 | 1,65 | 1,18 | 0,98 | 0,74 | 0,85 | 0,4 | 0,81 | 1 | . |
| 12 | 1,85 | 2,27 | 1,82 | 1,18 | 1,58 | 0,79 | 1,24 | 1,44 | . |
| 18 | 1,79 | 2,63 | 2,27 | 1,53 | 1,91 | 1,14 | 1,55 | . | . |
| 24 | 1,8 | 2,79 | 2,41 | 1,74 | 2,09 | 1,39 | 1,79 | . | . |
| 30 | 2,05 | 2,88 | 2,48 | 1,86 | 2,27 | 1,62 | . | . | . |
| 36 | 2,16 | 3,17 | 2,62 | 2,08 | 2,49 | 1,87 | . | . | . |
| 42 | 2,33 | 3,38 | 2,81 | 2,38 | 2,71 | . | . | . | . |
| 48 | 2,42 | 3,57 | 2,94 | 2,57 | 2,97 | . | . | . | . |
| 54 | 2,44 | 3,82 | 3,24 | 2,88 | . | . | . | . | . |
| 60 | 2,71 | 4,04 | 3,24 | 3,04 | . | . | . | . | . |
| 66 | 2,95 | 4,13 | 3,44 | . | . | . | . | . | . |
| 72 | 3,36 | 4,31 | . | . | . | . | . | . | . |
| 78 | 3,81 | . | . | . | . | . | . | . | . |
2.7Verblijfssituatienoot16
Dalende aandelen met vergunning na 12 maanden, maar in 2020 weer sprake van een stijging
Van de Syriërs en Eritreeërs die in 2014 t/m 2018 in de asielopvang van het COA zijn ingestroomd, heeft na twaalf maanden ruim 90 procent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit is veel hoger dan onder de groep statushouders met andere nationaliteitennoot17, waar dit cijfer na twaalf maanden tussen de 20 en 78 procent ligt. Voor de asielzoekers uit Irak, Afghanistan, Iran en Turkije die in 2017 zijn ingestroomd zijn de percentages opvallend gestegen vergeleken met asielzoekers die in de jaren daarvoor instroomden. Voor de Afghaanse instromers uit 2018 geldt dit ook. Deze stijging heeft zeer waarschijnlijk te maken met het hogere aandeel nareizigers in de betreffende instroomcohorten (zie figuur 2.3.1): zij hebben vaak al een verblijfsvergunning op het moment van aankomst in Nederland. Een tweede verklaring is dat dit te maken heeft met een meer selectieve migratiestroom uit deze landen, waarvoor de kans op een toekenning van de verblijfsvergunning wat hoger is. Voor de meeste groepen is het aandeel met verblijfsvergunning binnen twaalf maanden voor cohort 2018 maar met name voor cohort 2019 wat lager dan voor de voorgaande cohorten. Dit is mogelijk een effect van de opgelopen achterstanden bij de IND, waarvoor in april 2020 een speciale taskforce is opgericht met het doel achterstallige asielaanvragen weg te werken.noot18 In juli 2021 was het merendeel van de achterstallige asielaanvragen weggewerkt.noot19 In 2020 zien we voor alle nationaliteiten behalve de Eritrese weer een stijging van het aandeel met een verblijfsvergunning binnen twaalf maanden.
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Syrië | 98,3 | 97,4 | 96,6 | 97,2 | 93,3 | 70,8 | 89,3 |
| Irak | 59,2 | 39,0 | 49,8 | 79,1 | 51,6 | 35,0 | 57,2 |
| Afghanistan | 68,0 | 27,5 | 33,8 | 58,7 | 78,2 | 49,9 | 58,9 |
| Eritrea | 96,8 | 98,1 | 96,6 | 96,2 | 86,7 | 86,6 | 84,7 |
| Iran | 73,1 | 30,8 | 32,0 | 64,0 | 20,1 | 8,3 | 32,7 |
| Turkije | 28,6 | 27,8 | 24,9 | 75,4 | 45,9 | 47,6 | 90,6 |
| Overig/onbekend | 65,6 | 54,4 | 51,6 | 57,6 | 45,6 | 25,2 | 46,1 |
Na zeven-en-een-half jaar nog 240 asielzoekers zonder vergunning in COA-opvang
Van het instroomcohort 2014 verblijven na 90 maanden nog steeds 240 personen in de opvang zonder een vergunning. Dit betekent echter niet dat de IND hun aanvraag nog niet heeft afgehandeld. Na een afwijzing blijven sommigen in de opvang in afwachting van vertrek, of in afwachting van een uitspraak op beroep. Ook kunnen mensen na een afwijzing opnieuw een asielaanvraag indienen (tweede of volgende aanvraag), bijvoorbeeld wanneer er iets is veranderd in hun situatie, of omdat er nieuwe informatie is over het land van herkomst. Een groot deel van deze mensen zal geen verblijfsvergunning krijgen. Een aanzienlijk deel van de asielzoekers is bovendien inmiddels vertrokken uit de COA-opvang (of overleden). Wanneer we met deze laatste groep (vertrokken of overleden) rekening houden, zien we dat van het instroomcohort 2014 na 90 maanden nog 1,1 procent (ofwel de eerder genoemde 240 personen) zonder een verblijfsvergunning in de COA-opvang verblijven. Dit percentage is nauwelijks lager dan in de vorige rapportage werd gevonden (1,3 procent) hetgeen inhoudt dat er in het meest recente jaar nauwelijks meer vergunningen zijn verleend aan mensen uit dit instroomcohort. Van het instroomcohort 2015 verblijven er na 78 maanden nog 675 personen (1,6 procent) in de COA-opvang zonder een verblijfsvergunning. Voor meer dan de helft bestaat deze groep uit personen met een Iraakse of Afghaanse nationaliteit. Van het instroomcohort 2016 verblijven na 66 maanden nog 430 personen in de COA-opvang zonder verblijfsvergunning (2,3 procent). Voor dit instroomcohort bestaat deze groep voor de helft uit personen met ‘overige’ nationaliteiten. Van het instroomcohort 2017 zijn er na 54 maanden nog 615 personen in de COA-opvang zonder een verblijfsvergunning (2,3 procent). Van het instroomcohort 2018 ten slotte, zijn er na 42 maanden nog 1470 personen in de COA-opvang zonder een verblijfsvergunning (7,6 procent).
De snelheid waarmee asielzoekers een verblijfsvergunning krijgen verschilt sterk per nationaliteit. Zo zien we dat bijna alle (98 procent) Syriërs en Eritreeërs van het instroomcohort 2014 binnen anderhalf jaar een verblijfsvergunning hebben gekregen. Dit is veel sneller dan asielzoekers uit de overige hier gepresenteerde landen: vergelijkbare aandelen met een verblijfsvergunning werden voor asielzoekers uit Afghanistan, Irak en Iran pas na ongeveer zes jaar bereikt. Dit heeft vooral te maken met de kansen dat asielzoekers uit de verschillende landen hun asielverzoek gehonoreerd krijgen. Binnen zes maanden heeft al 92 procent van de Syriërs en 83 procent van de Eritreeërs uit instroomcohort 2014 een verblijfsvergunning. Voor Syriërs die in 2017 zijn ingestroomd, verlopen de procedures nog steeds snel: van hen had 91 procent al binnen zes maanden een verblijfsvergunning. Voor de instroomcohorten 2018 t/m 2020 zijn de aandelen met verblijfsvergunning binnen een half jaar lager: van de in 2018 ingestroomde Syriërs heeft 68 procent binnen een half jaar een verblijfsvergunning ontvangen, van de in 2019 ingestroomde Syriërs was dit 48 procent en van instroomcohort 2020 was dit 43 procent. Voor alle nationaliteiten geldt een soortgelijke trend: van cohort 2017 had 79 procent binnen zes maanden een verblijfsvergunning, dit aandeel daalde in de jaren daarna tot 50 procent voor cohort 2021. De recent lagere aandelen met een verblijfsvergunningen worden vermoedelijk veroorzaakt door de eerder genoemde opgelopen achterstanden bij de IND.
| Aantal maanden na instroom in COA-opvang | Syrië | Irak | Afghanistan | Eritrea | Iran | Turkije* | Overig/onbekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 3 | 52,5 | 67,4 | 67,2 | 88,7 | 77,3 | . | 73,6 |
| 6 | 8,3 | 54,1 | 50,1 | 17,1 | 55,4 | . | 56,1 |
| 12 | 1,7 | 40,8 | 32 | 3,2 | 26,9 | . | 34,4 |
| 18 | 0,6 | 33,7 | 22,5 | 2 | 17 | . | 25,5 |
| 24 | 0,2 | 21,4 | 18,3 | 1,4 | 12,6 | . | 19,1 |
| 30 | 0,1 | 16,5 | 14,4 | 1,1 | 10,4 | . | 15,6 |
| 36 | 0,1 | 11,9 | 10,1 | 1 | 9,7 | . | 12,4 |
| 42 | 0,1 | 9,3 | 7,8 | 0,9 | 4,8 | . | 10,3 |
| 48 | 0,1 | 9,4 | 5,2 | 1 | 3,9 | . | 9,7 |
| 54 | 0,1 | 6,8 | 4,3 | 1 | 3,9 | . | 8,9 |
| 60 | 0,1 | 5,3 | 3,8 | 0,9 | 3,1 | . | 8,1 |
| 66 | 0,1 | 4,5 | 4,1 | 0,7 | 2,4 | . | 7,3 |
| 72 | 0,1 | 3,1 | 3,4 | 0,6 | 2,4 | . | 6,1 |
| 78 | 0,1 | 2,7 | 3,5 | 0,6 | 2,9 | . | 5 |
| 84 | 0,1 | 2,6 | 3,1 | 0,7 | 2,9 | . | 4,4 |
| 90 | 0,1 | 3,2 | 3,1 | 0,7 | 2 | . | 4,4 |
| * Vanwege kleine aantallen geven de gegevens voor Turkije een vertekend beeld. Deze nationaliteit is daarom in deze figuur weggelaten. In het dashboard vindt u wel de cijfers voor Turkije. | |||||||
Vaker een eigen woning voor Eritreeërs ingestroomd in 2016 en 2017 door meer nareis
Van de in 2014 ingestroomde Syriërs had 70 procent na twaalf maanden een eigen woonruimte, veel meer dan de overige nationaliteiten waarbij dit aandeel varieerde van 12 procent voor Turken tot 45 procent voor Eritreeërs. Voor met name die laatste groep is in de jaren daarna, 2016 en 2017, de woonsituatie aanmerkelijk verbeterd. Van de Eritreeërs die zijn ingestroomd in 2016 en 2017 had zo’n 80 procent na twaalf maanden een eigen woonruimte. Voor Syriërs die in 2016 en 2017 zijn ingestroomd nam het aandeel met een eigen woning na twaalf maanden verder toe tot 87 procent. De verbeterde situatie komt doordat een aanzienlijk deel van de asielzoekers in de recentere jaren nareiziger was. De referent wacht het langst, de nareizigers korter. In 2018 is het aandeel nareizigers afgenomen en daarmee daalden ook de aandelen met een eigen woonruimte binnen een jaar (71 procent voor de Syriërs en 73 procent voor de Eritreeërs). Vooral alleenstaanden moeten lang wachten op woonruimte. Een deel van deze groep wacht nog op nareis van familieleden, waardoor nog niet altijd duidelijk is welk type woning nodig is.noot20 Van de Eritreeërs die zijn ingestroomd in 2018 t/m 2020 verblijft een relatief groot aandeel na twaalf maanden nog zonder verblijfsvergunning in COA-opvang (respectievelijk 12, 13 en 14 procent), in de voorgaande instroomcohorten was dit maximaal 4 procent. Ook onder Syriërs in de cohorten 2018–2020 is een relatief groot aandeel dat na twaalf maanden nog zonder verblijfsvergunning in COA-opvang verblijft: zes procent in 2018 en negen procent in 2020, in de jaren daarvoor was dit aandeel hooguit drie procent. Deze stijging wordt vermoedelijk veroorzaakt door de (inmiddels weggewerkte) achterstanden bij de IND en door een afnemend aandeel nareizigers.
| Jaar van instroom in COA-opvang | Zelfstandig in gemeente | In COA met verblijfsvergunning | In COA zonder verblijfsvergunning | Vertrokken (of tijdelijk geen adres) | Overleden |
|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 1780 | 1895 | 120 | 160 | 0 |
| 2015 | 4790 | 2710 | 145 | 245 | 0 |
| 2016 | 2370 | 230 | 90 | 300 | 0 |
| 2017 | 3890 | 355 | 170 | 385 | 5 |
| 2018 | 3470 | 235 | 570 | 470 | 5 |
| 2019 | 2475 | 215 | 420 | 165 | 5 |
| 2020 | 1755 | 160 | 345 | 225 | 0 |
Afghanen uit recente jaren minder vaak een eigen woning
De woonsituatie van Afghanen laat sinds 2014 een wisselend beeld zien. Tot en met 2018 verbeterde de woonsituatie van Afghanen aanzienlijk: van het cohort 2018 had 62 procent na 12 maanden een eigen woonruimte, vier keer zoveel als het cohort 2015 waarvoor dat aandeel 14 procent bedroeg. In dezelfde periode daalde het aandeel Afghanen dat nog zonder verblijfsvergunning in COA-opvang verbleef van 60 procent voor cohort 2015 naar 18 procent voor cohort 2018. Met ingang van het instroomcohort 2019 is deze trend gekeerd: 37 procent verblijft na twaalf maanden in een COA-opvanglocatie zonder een verblijfsvergunning. Voor Afghanen geldt dat, ten opzichte van bijvoorbeeld Syriërs en Eritreeërs, de eerste asielaanvraag relatief vaak wordt afgewezen. Zij dienen relatief vaak een herhaalde asielaanvraag in, waardoor zij in totaal vaak langer in een opvanglocatie verblijven. Tegelijkertijd zien we een stijging in het aandeel Afghanen dat vertrekt: 17 procent van de instroomcohorten 2014 en 2018 is na twaalf maanden weer vertrokken, dit aandeel is in 2019 en 2020 gestegen naar respectievelijk 26 en 31 procent. Dit kan erop wijzen dat zich met name in het cohort 2018 meer nareizigers bevinden en/of dat er zich vooral Afghanen bevinden met goede kansen op toekenning van een asielaanvraag. Vertrokken betekent hier dat mensen niet meer via de registers in beeld zijn. Het betekent niet per se dat zij Nederland hebben verlaten.
| Jaar van instroom in COA-opvang | Zelfstandig in gemeente | In COA met verblijfsvergunning | In COA zonder verblijfsvergunning | Vertrokken (of tijdelijk geen adres) | Overleden |
|---|---|---|---|---|---|
| 2014 | 260 | 85 | 160 | 110 | 0 |
| 2015 | 380 | 225 | 1600 | 475 | 0 |
| 2016 | 225 | 65 | 575 | 265 | 0 |
| 2017 | 165 | 30 | 135 | 155 | 0 |
| 2018 | 480 | 20 | 140 | 130 | 0 |
| 2019 | 205 | 45 | 245 | 175 | 0 |
| 2020 | 190 | 55 | 175 | 190 | 0 |
2.8Nareis en (reguliere) gezinshereniging
Minder nareis en meer vertrek onder recente cohorten
Van alle asielzoekers (exclusief nareizigers) uit 2014 heeft 21 procent binnen tweeënhalf jaar familieleden laten overkomen via de nareisregeling en 9 procent via reguliere gezinshereniging. Dat er meer familieleden komen via de nareisregeling komt doordat er bij reguliere gezinshereniging strengere eisen gelden dan bij nareis.noot21 Deze percentages lopen terug naar 2 tot 7 procent voor de asielzoekers die zijn ingestroomd in de periode 2016 t/m 2019. Tegelijkertijd geldt voor alle nationaliteiten gezamenlijk dat, in vergelijking met de instroomcohorten 2014 en 2015, een groot aandeel van de cohorten 2016 t/m 2019 na 30 maanden weer is vertrokken: 42 tot 55 procent, ruim twee keer zoveel als de cohorten 2014 en 2015. Dit betreft voor een belangrijk deel asielzoekers van wie de asielaanvraag is afgewezen. Voor de cohorten 2017–2019 is het aandeel vertrokken vergeleken met cohort 2016 weer wat afgenomen, wat waarschijnlijk samenhangt met de instroom van mensen met meer kansrijke asielverzoeken.
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overleden | -0,2 | -0,1 | -0,1 | -0,1 | -0,1 | -0,1 |
| Vertrokken | -21,5 | -22,7 | -54,9 | -41,6 | -42,9 | -43,6 |
| Geboorte kind in Nederland | 10,3 | 8,1 | 4,2 | 5,4 | 4,8 | 4,1 |
| Overige gezinsherening/vorming door immigratie partner/kinderen | 9,4 | 6,4 | 2,4 | 2,9 | 2,2 | 1,6 |
| Nareizigers | 21,2 | 20,3 | 3,9 | 4,3 | 5,6 | 7,2 |
| Geen wijziging in gezinssituatie | 49,7 | 50,9 | 36,9 | 48,9 | 47,0 | 44,7 |
Onder Syriërs zijn de percentages asielzoekers die familieleden hebben laten overkomen aanzienlijk hoger dan de hiervoor genoemde: het percentage Syrische asielzoekers dat in 2014 is ingestroomd en een nareiziger heeft laten overkomen is na tweeënhalf jaar 36 procent terwijl 13 procent familieleden liet overkomen via reguliere gezinshereniging. Ook onder Syriërs lopen deze aandelen terug voor jongere instroomcohorten. Van de Syriërs die in 2015 in COA zijn ingestroomd, heeft 34 procent na tweeënhalf jaar een nareiziger laten overkomen, en voor de instroomcohorten 2016 en 2017 bedraagt dit 7 à 8 procent. Cohort 2018 laat echter een kentering zien in deze daling: 17 procent van dit cohort heeft een nareiziger laten overkomen, een aandeel dat voor cohort 2019 verder toeneemt tot een kwart. Onder Syrische asielzoekers is het aandeel dat na tweeënhalf jaar is vertrokken minder sterk toegenomen dan voor de totale populatie asielzoekers. Van de instroomcohorten 2014 en 2015 vertrok 8 procent, van de cohorten daarna vertrok 9 tot 13 procent.
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overleden | -0,2 | -0,1 | -0,3 | -0,1 | -0,2 | -0,3 |
| Vertrokken | -7,8 | -7,7 | -12,7 | -10,3 | -12,6 | -9 |
| Geboorte kind in Nederland | 13,4 | 10,4 | 8,4 | 7,9 | 8 | 4,6 |
| Overige gezinsherening/vorming door immigratie partner/kinderen | 13,2 | 9,4 | 5 | 4,8 | 5,7 | 3,8 |
| Nareizigers | 36,4 | 33,8 | 7,8 | 7 | 17,1 | 24,8 |
| Geen wijziging in gezinssituatie | 48,5 | 51,8 | 70,6 | 75,2 | 63,5 | 61 |
2.9Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s)
In deze paragraaf wordt de groep alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) gemonitord. Zoals aangegeven in de populatiebeschrijving bestaat deze groep, naast de jongeren die via COA zijn ingestroomd, ook uit jongeren die niet via COA zijn binnengekomen maar onder de verantwoordelijkheid van NIDOS vallen. In de periode 2014 tot en met de eerste helft van 2022 hebben in totaal ruim 18 duizend jongeren gebruik gemaakt van de speciale regeling voor amv’s. Van deze groep zijn ruim 16 duizend ingestroomd via COA. Dit betekent dat iets meer dan 11 procent van de amv’s uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van NIDOS valt. Bijna 60 procent van de amv’s bestaat uit Syriërs (31 procent) en Eritreeërs (28 procent). Vooral in 2015 werd veel gebruik gemaakt van deze regeling (4 500 nieuwe amv’s). Ook in de recentere cohorten is een opleving van het aantal amv’s te zien: in de eerste helft van 2022 zijn er bijna 1 500 jongeren die nieuw onder deze regeling vallen.
| Categorie 1 | Syrië | Irak | Afghanistan | Eritrea | Iran | Turkije | Overig/onbekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste helft 2022 | 510 | 35 | 65 | 260 | 0 | 10 | 660 |
| 2021 | 1160 | 140 | 195 | 335 | 5 | 5 | 845 |
| 2020 | 500 | 25 | 55 | 120 | 5 | 0 | 525 |
| 2019 | 340 | 70 | 60 | 160 | 20 | 0 | 720 |
| 2018 | 215 | 75 | 40 | 680 | 25 | 0 | 745 |
| 2017 | 210 | 50 | 80 | 685 | 5 | 0 | 685 |
| 2016 | 310 | 40 | 215 | 815 | 20 | 5 | 545 |
| 2015 | 1975 | 145 | 560 | 1385 | 30 | 5 | 400 |
| 2014 | 420 | 20 | 35 | 610 | 10 | 0 | 365 |
Twee derde van de amv’s is 15 tot 18 jaar oud
Verreweg de meeste amv’s zijn 15, 16 of 17 jaar oud: 67 procent van alle amv’s sinds 2014 valt in deze leeftijdsklasse. In de vroegere cohorten (2014–2016) lag dat percentage met 75 procent wat hoger dan in de cohorten daarna (rond de 57 procent), in de eerste helft van 2022 is dit aandeel weer gestegen naar 72 procent. Nog eens 16 procent valt in de leeftijdscategorie 10 t/m 14 jaar. Erg jonge amv’s komen weinig voor: slechts 1 procent is jonger dan vijf jaar. Het betreft de leeftijd op het moment dat we een persoon voor het eerst kunnen volgen. Ongeveer 80 procent van de amv's is man.
| Categorie | 0 tot 5 jaar | 5 tot 10 jaar | 10 tot 15 jaar | 15 tot 18 jaar | 18 tot 25 jaar | 25 tot 30 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste helft 2022 | 5 | 25 | 235 | 1105 | 155 | 10 |
| 2021 | 25 | 90 | 550 | 1640 | 365 | 15 |
| 2020 | 15 | 50 | 240 | 685 | 235 | 15 |
| 2019 | 30 | 45 | 245 | 775 | 265 | 15 |
| 2018 | 35 | 40 | 230 | 1030 | 430 | 15 |
| 2017 | 20 | 50 | 200 | 1035 | 395 | 20 |
| 2016 | 20 | 55 | 270 | 1475 | 120 | 15 |
| 2015 | 35 | 170 | 780 | 3450 | 65 | 5 |
| 2014 | 20 | 85 | 235 | 1030 | 80 | 5 |
Ook onder amv’s minder nareis en meer vertrek onder recente cohorten
Van alle amv’s uit 2014 heeft 28 procent binnen tweeënhalf jaar familieleden laten overkomen via de nareisregeling en 18 procent via reguliere gezinshereniging. Dat er meer familieleden komen via de nareisregeling komt doordat er bij reguliere gezinshereniging strengere eisen gelden dan bij nareis.noot22 Deze percentages lopen terug naar 19, respectievelijk 6 procent voor de amv’s die zijn ingestroomd in 2019 maar liggen wel duidelijker hoger dan voor de totale instroom van asielzoekers in COA (zie paragraaf 2.8.1). Evenals voor de totale instroom van asielzoekers in COA geldt ook voor amv’s dat een groot aandeel van de cohorten 2016 t/m 2019 na 30 maanden weer is vertrokken: 32 tot 48 procent, ongeveer drie keer zoveel als de cohorten 2014 en 2015. Dit betreft voor een belangrijk deel asielzoekers van wie de asielaanvraag is afgewezen.
| 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overleden | 0,0 | 0,0 | -0,1 | -0,1 | 0,0 | 0,0 |
| Vertrokken | -11,6 | -14,0 | -32,1 | -47,7 | -43,7 | -46,4 |
| Geboorte kind in Nederland | 3,1 | 1,8 | 2,4 | 1,6 | 1,6 | 0,8 |
| Overige gezinsherening/vorming door immigratie partner/kinderen | 18,0 | 10,4 | 8,2 | 4,2 | 3,0 | 5,6 |
| Nareizigers | 28,2 | 37,3 | 20,9 | 14,4 | 11,9 | 18,5 |
| Geen wijziging in gezinssituatie | 50,8 | 44,5 | 42,4 | 36,1 | 42,0 | 31,8 |
2.10Dashboard
Naast deze rapportage is er een interactief dashboard, met daarin nog meer cijfers over de opvang van asielzoekers. In dit dashboard kunt u zelf kiezen over welke onderwerpen en voor welke nationaliteitennoot23 u cijfers (visueel) gepresenteerd wilt zien.
Noten
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Het aantal verhuizingen is bepaald door het adres op de eerste dag van de maand te vergelijken met het adres een maand eerder. Mensen kunnen op deze manier berekend maximaal één keer per maand verhuizen. Daarmee worden deze cijfers op een andere wijze gegenereerd dan het COA dat doet als onderdeel van de Rapportage Vreemdelingenketen over verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin.
In figuren 2.7.1 en 2.7.2 zijn de aandelen berekend op de populatie exclusief degenen die zijn vertrokken of overleden, in figuren 2.7.3 en 2.7.4 zijn de aandelen berekend op de populatie inclusief degenen die zijn vertrokken of overleden. Deze keuze hangt samen met de besproken onderwerpen.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.
Nationaliteit wordt afgeleid van geboorteland, land van herkomst of de oorspronkelijke nationaliteit indien de nationaliteit onbekend of inmiddels Nederlands is.