Bevindingen per indicator

Verschilt de ontwikkeling van de verkoopprijs en de verkoopbaarheidsindicatoren tussen gebieden met en zonder krimp in risicogebieden met lage, gemiddelde en hoge schade-intensiteit? Deze vraag is in deze paragraaf per indicator beantwoord.

7.1Verkoopprijs

Voor de verkoopprijs geldt dat deze in alle risicogebieden is toegenomen tussen het derde kwartaal van 2012 en het tweede kwartaal van 2019. Voor het volledige risicogebied met krimp blijft de toename in verkoopprijs significant achter bij de toename in het volledige risicogebied zonder krimp.

In het gebied met lage schade-intensiteit geldt dit echter niet. Daar verschilt de ontwikkeling van de verkoopprijs in het gebied met krimp niet significant van de ontwikkeling in het gebied zonder krimp. In beide gebieden is de toename van de verkoopprijs ongeveer 20 procent tussen het derde kwartaal van 2012 en het tweede kwartaal van 2019.

De verkoopprijs in het krimpgebied met gemiddelde schade-intensiteit blijft wel significant achter bij de verkoopprijs in het gebied zonder krimp met gemiddelde schade-intensiteit, zie grafiek 7.1. Hoewel beide gebieden vanaf 2014 een stijging van de verkoopprijs laten zien, is deze stijging met name in de meest recente kwartalen sterker in het gebied zonder krimp.

In de gebieden met hoge schade-intensiteit is de toename van verkoopprijs in het krimpgebied 9,2 procent, terwijl de toename in het gebied zonder krimp 21,3 procent is. De ontwikkeling van de verkoopprijs verschilt daarmee significant tussen de gebieden.

7.2Prijsverhouding

Tussen het derde kwartaal in 2012 en het tweede kwartaal in 2019 is de prijsverhouding, de verhouding tussen vraag- en verkoopprijs, in alle risicogebieden toegenomen. De ontwikkeling in het volledige risicogebied met krimp verschilt hierbij niet significant van die in het volledige risicogebied zonder krimp. Dit geldt eveneens voor de gebieden met lage, gemiddelde en hoge schade-intensiteit afzonderlijk.

Grafiek 7.2 beschrijft de ontwikkeling van het risicogebied met gemiddelde schade-intensiteit met en zonder krimp. Daaruit blijkt dat beide gebieden een soortgelijke ontwikkeling doormaken: in het begin van de reeks daalt de prijsverhouding, waarna het herstel inzet en gestaag blijft toenemen.

7.3Verkochte woningen

Voor alle gebieden geldt dat het aandeel verkochte woningen tussen het derde kwartaal van 2012 en het tweede kwartaal van 2019 toeneemt. Er zijn geen significante verschillen in ontwikkeling te zien wanneer het volledige risicogebied met krimp wordt vergeleken met het volledige risicogebied zonder krimp.

Alhoewel dit eveneens het geval is voor gebieden met gemiddelde en hoge schade-intensiteit, ligt dit anders in het gebied met lage schade-intensiteit. Daar is de toename van het aandeel verkochte woningen in het krimpgebied sterker dan in het gebied zonder krimp,noot1 zie grafiek 7.3. Vanaf medio 2017 is het aandeel verkochte woningen in het gebied zonder krimp stabiel, terwijl in het gebied met krimp een stijging zichtbaar blijft. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat in het gebied zonder krimp het herstel van het aandeel verkochte woningen dusdanig sterk is, dat er nog maar weinig ruimte overblijft voor een verdere toename van het aandeel verkochte woningen.

7.4Te koop staande woningen

Tussen het derde kwartaal van 2012 en het tweede kwartaal van 2019 is in alle krimpgebieden als ook gebieden zonder krimp het aandeel te koop staande woningen meer dan gehalveerd. Wel geldt dat het aandeel te koop staande woningen significant sterker is afgenomen in het volledige risicogebied gebied zonder krimp in vergelijking met het volledige risicogebied met krimp.

Een soortgelijke ontwikkeling is terug te zien in het risicogebied met lage schade-intensiteit,noot2 zie grafiek 7.4. In de latere kwartalen wordt het verschil tussen het gebied met en zonder krimp wel kleiner: in het gebied met krimp zet de daling van het aandeel te koop staande woningen door, terwijl deze in het gebied zonder krimp vanaf begin 2018 afvlakt. Mogelijk geldt ook hier dat het herstel binnen het gebied zonder krimp inmiddels dusdanig is, dat er momenteel nog maar weinig ruimte is om het aandeel te koop staande woningen verder te laten afnemen.

Ook bij de gebieden met gemiddelde schade-intensiteit is sprake van een significant verschil.noot3 Het gebied met krimp en het gebied zonder krimp laten lange tijd een soortgelijke ontwikkeling zien, maar vanaf medio 2017 neemt het aandeel te koop staande woningen sterker af in het gebied zonder krimp.

Anders dan voor de overige twee gebieden, zijn voor het gebied met hoge schade-intensiteit geen significante verschillen in ontwikkeling zichtbaar zijn tussen het krimpgebied en het gebied zonder krimp.

7.5Verkoopduur

De mediane verkoopduur is in alle gebieden afgenomen tussen het derde kwartaal van 2012 en het tweede kwartaal van 2019. De ontwikkeling van het volledige risicogebied met krimp verschilt hierbij niet significant van het volledige risicogebied zonder krimp.

In het krimpgebied met lage schade-intensiteit daalt de mediane verkoopduur van 254 dagen naar 65 dagen. In het gebied zonder krimp daalt de verkoopduur van 178 dagen naar 34 dagen. Terwijl er in beide gebieden sprake is van een forse daling, duurt het in het gebied met krimp dus nog altijd bijna twee keer zo lang om een woning te verkopen. Hoewel er nog altijd een fors verschil is in de mediane verkoopduur, lijkt de ontwikkeling van de verkoopduur in beide gebieden wel op elkaar. Er is daardoor geen significant verschil in ontwikkeling.

Ook in het gebied met gemiddelde schade-intensiteit verschilt de ontwikkeling van het krimpgebied niet significant van de ontwikkeling in het gebied zonder krimp. In het krimpgebied daalt de mediane verkoopduur van 201 dagen naar 66 dagen, en in het gebied zonder krimp daalt de mediane verkoopduur van 168 dagen naar 44 dagen.

De ontwikkeling van de mediane verkoopduur in het krimpgebied met hoge schade-intensiteit is eveneens sterk vergelijkbaar met de ontwikkeling in het gebied zonder krimp. In beide gebieden is de mediane verkoopduur meer dan gehalveerd tussen het derde kwartaal van 2012 en het derde kwartaal van 2019. In het gebied met krimp nam de mediane verkoopduur af van 195 dagen naar 50 dagen. In het gebied zonder krimp nam de mediane verkoopduur af van 168 dagen 56 dagen (zie grafiek 7.5).

7.6Te-koopduur

Tussen het derde kwartaal van 2012 en het tweede kwartaal van 2019 is de mediane te-koopduur in alle gebieden afgenomen, behalve in het gebied met lage schade-intensiteit met krimp. Voor het volledige risicogebied zonder krimp geldt dat de te-koopduur sterker daalt dan in het risicogebied met krimp. Daarnaast heeft het gebied met krimp te maken met een aanzienlijk langere te-koopduur. In het gebied zonder krimp daalt de mediane te-koopduur van 378 naar 149 dagen en in het gebied met krimp van 481 naar 428 dagen. Daarmee is de mediane te-koopduur halverwege 2019 in het gebied met krimp 279 dagen langer.

Voor het gebied met lage schade-intensiteit zonder krimp geldt dat de te-koopduur tot medio 2014 toeneemt en daarna daalt. Over de hele periode, daalt de te-koopduur er van 311 dagen in het derde kwartaal van 2012 naar 101 dagen in het tweede kwartaal van 2019. In het gebied met krimp vertoont de ontwikkeling van de te-koopduur tot 2015 grofweg dezelfde trend. In het gebied met krimp neemt vanaf eind 2015 de te-koopduur echter gestaag toe, terwijl deze in dezelfde periode juist daalde in het gebied zonder krimp. Pas vanaf medio 2018 is ook het krimpgebied een afname van de te-koopduur zichtbaar. Dit heeft ertoe geleid dat de mediane te-koopduur in het derde kwartaal van 2012 (556 dagen) nagenoeg gelijk is aan de mediane te-koopduur in het derde kwartaal van 2019 (557 dagen). In het gebied zonder krimp daalde de te-koopduur in dezelfde periode met ongeveer twee derde. Het verschil in ontwikkeling is hiermee significant (zie grafiek 7.6).

Ook in het gebied met gemiddelde schade-intensiteit geldt dat de ontwikkeling van het gebied met krimp significant verschilt van het gebied zonder krimp.noot4 Hierbij daalt de te-koopduur sterker in het gebied zonder krimp (van 444 dagen naar 242 dagen) dan in het gebied met krimp (van 457 dagen naar 427 dagen).

Voor de gebieden met hoge schade-intensiteit geldt dat zowel voor het gebied met krimp als het gebied zonder krimp een afname van te-koopduur zichtbaar is. Echter, in tegenstelling tot het volledige risicogebied en risicogebieden met lage en gemiddelde schade-intensiteit, verschilt de ontwikkeling hier niet significant van elkaar. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat in het gebied met hoge schade-intensiteit, het effect van krimp een minder grote rol speelt. Mogelijk heeft de hoge schade-intensiteit een sterke invloed op de ontwikkeling van de te-koopduur, waardoor het effect van krimp minder zichtbaar is.

Noten

Het verschil is significant bij een marge van 90%.

Het verschil is significant bij een marge van 90%.

Het verschil is significant bij een marge van 90%.

Het verschil is significant bij een marge van 90%.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Hanneke Posthumus

Fleur Gommans

Manon Joosten

Britt Peeters

Naomi Schalken

Lotte Schoot

Met medewerking van

Thomas de Jonge

Remco Kaashoek

Pim Ouwehand

Frank Pijpers

Erna van der Wal

Eindredactie

Emmy Willems-Pijnenborg