Foto omschrijving: Man pakt papiergeld uit zijn portemonnaie.

Samenvatting

In Welvaart in Nederland 2019 presenteert het CBS de nieuwste gegevens over inkomen, bestedingen en vermogen van huishoudens en personen in Nederland. Onder meer de volgende vragen komen aan de orde:

  • Hoe is de samenstelling van het inkomen, de bestedingen en het vermogen?
  • Hoe is de welvaart verdeeld over de verschillende bevolkingsgroepen en regio’s?
  • In welke mate verlaagt inkomensherverdeling de ongelijkheid? Hoe heeft de inkomens- en vermogensongelijkheid zich de afgelopen periode ontwikkeld?
  • Hoe hebben de koopkracht en het consumentenvertrouwen zich ontwikkeld?
  • Wat is de omvang van armoede en welke groepen lopen het meeste risico?
  • Hoe hoog is de belastingdruk en wie heeft baat van belastingvoordelen?

De uitkomsten laten zien dat de koopkracht in 2017 minder toenam dan in de drie jaren ervoor, het risico op (langdurige) armoede steeg, en het consumentenvertrouwen vanaf eind 2018 begon te dalen. Tegelijkertijd was er een stijging van het vermogen van huishoudens, kwamen er meer miljonairs en meer mensen met een topinkomen van minstens een ton, bleef het armoederisico bij werkenden gelijk, en steeg de economische zelfstandigheid.

Koopkracht in 2017 minder sterk gestegen

De koopkracht van de bevolking in Nederland steeg in 2017 met 0,5 procent ten opzichte van 2016. Dat was minder dan in de jaren 2014–2016, maar meer dan in de crisisjaren toen de koopkracht een aantal jaren daalde. Werknemers gingen er met 1,4 procent het meest op vooruit in 2017. Bij zelfstandigen was de koopkrachtstijging 0,7 procent. Van de uitkeringsontvangers hadden alleen pensioengerechtigden te maken met een koopkrachtdaling, van 0,3 procent. Aanvullende pensioenen worden al jaren niet of beperkt geïndexeerd, of zelfs gekort.

Risico op armoede toegenomen

In 2017 had 8,2 procent van de huishoudens een inkomen onder de lage-inkomensgrens, tegen 7,9 procent in 2016. Daarmee is het incidentele armoederisico voor het eerst na de economische crisis weer opgelopen. De stijging komt vooral door Syrische vluchtelingen met een verblijfsvergunning die merendeels afhankelijk zijn van bijstand. Het aandeel huishoudens dat al ten minste vier jaar achtereen van een laag inkomen moest rondkomen steeg voortdurend en kwam uit op 3,3 procent in 2017.

Van de werkenden maakte 2,5 procent deel uit van een risicohuishouden, evenveel als in 2016. Alleen onder zzp’ers groeide het armoederisico en kwam uit op 8,6 procent. Onder zmp’ers (4,5 procent) en werknemers (1,6 procent) bleef het gelijk.

Gemiddeld inkomen van huishoudens toegenomen

Het besteedbare inkomen van huishoudens was in 2017 gemiddeld 41 duizend euro. Wanneer in dit netto inkomen rekening wordt gehouden met de inflatie en het verschil in samenstelling van huishoudens had een huishouden gemiddeld bijna 9 procent meer te besteden dan tien jaar eerder. Behalve een methodebreuk in 2011, onder meer door de opwaardering van de economische huurwaarde, komt de toename ook doordat vrouwen meer uren gingen werken. Desondanks bleef het mediane persoonlijk inkomen van alle werkenden in 2007−2017 redelijk stabiel. Het mediane inkomen van zmp’ers is met 49 duizend euro in 2017 het hoogst, van werknemers was het 35 duizend euro en van zzp’ers 28 duizend euro.

Meer economisch zelfstandigen

Van de 13,4 miljoen mensen met een persoonlijk inkomen uit werk of een uitkering in 2017 kwamen mannen gemiddeld uit op 40 duizend euro en vrouwen op bijna 24 duizend euro. Dit verschil komt vooral doordat vrouwen minder vaak werken, en als ze werken dat overwegend in deeltijd doen. Vrouwen zijn daardoor ook minder vaak economisch zelfstandig dan mannen. In 2017 verdienden ruim 3 van de 5 vrouwen van 15 jaar tot AOW-leeftijd met werken minimaal een inkomen op bijstandsniveau, bij mannen was dat 4 van de 5. Sinds 2014 is bij beide sprake van groei, na onveranderlijkheid bij vrouwen en terugloop bij mannen in de crisis.

Meer vrouwen met aanvullend pensioen

In 2017 had 65 procent van de vrouwen een aanvullend pensioen naast de AOW, in crisisjaar 2009 was dat nog 58 procent. Bij de mannen was het aandeel met 92 procent nauwelijks anders dan in 2009. Onder gehuwde of samenwonende vrouwen was het aandeel met een aanvullend pensioen nog steeds betrekkelijk klein (48 procent), maar wel 14 procentpunt hoger dan acht jaar eerder. Het mediane, aanvullend pensioen van vrouwen lag in 2017 met 5,4 duizend euro nog altijd op een lager niveau dan dat van mannen (12,5 duizend euro).

Consumentenvertrouwen begin 2019 weer negatief

De groei van het consumentenvertrouwen na de crisis sloeg vanaf september 2018 om en kwam in februari 2019 onder de nullijn uit. Daarmee waren er voor het eerst sinds vijf jaar weer meer mensen pessimistisch over de economie dan optimistisch. Ook de koopbereidheid en het vertrouwen in het economische klimaat nemen sinds eind 2018 af, maar zijn net als het consumentenvertrouwen nog altijd ver verwijderd van het negatieve sentiment gedurende de economische crisis.

Vermogen stijgt verder

Begin 2017 bedroeg het mediane vermogen van huishoudens ruim 28 duizend euro. Na een daling in de crisis zit het vermogen sinds 2014 weer in de lift. Omdat de eigen woning het belangrijkste bestanddeel is, gaat de ontwikkeling van het vermogen sterk samen met die van de stijgende huizenprijzen.

Bijna 1,5 miljoen huishoudens hadden begin 2017 meer schulden dan bezittingen, 225 duizend minder dan een jaar eerder. Er waren 179 duizend miljonairshuishoudens, een stijging van 11 duizend vergeleken met 2016.

Vermogensongelijkheid neemt weer af

Tijdens de economische crisis is de vermogensongelijkheid voortdurend gestegen. De stijging was vooral het gevolg van de daling van de huizenprijzen tijdens de crisis. Hierdoor zagen veel huishoudens hun vermogen slinken. Bij huishoudens die bijvoorbeeld over grote spaartegoeden of omvangrijke aandelenportefeuilles beschikten, was het effect op het totale vermogen minder groot. Doordat de woningmarkt in 2014 weer aantrok, kwam er een eind aan de toename in de vermogensongelijkheid en sinds 2015 is sprake van een daling.

Lage en constante inkomensongelijkheid

Vergeleken met andere EU-lidstaten kent Nederland relatief weinig inkomensverschillen. Samen met Slowakije, Slovenië, Tsjechië en de Scandinavische lidstaten heeft Nederland de meest egalitaire inkomensverdeling binnen de Europese Unie. De inkomensongelijkheid in Nederland blijft al geruime tijd op een vrijwel gelijk niveau. In de crisisjaren ging dit wel gepaard met hogere heffingen van sociale premies en inkomstenbelasting.

Bestedingen vanaf 2014 toegenomen

De bestedingen van huishoudens lagen met 33,8 duizend euro in 2015 op vrijwel hetzelfde niveau als voor de crisis in 2005 (in prijzen van 2015). Tussen 1995 en 2005 namen de uitgaven steeds toe. De vaste lasten aan huisvesting, energie, verzekeringen, voeding en communicatie vormen de grootste uitgavenpost van huishoudens (46 procent in 2015). Op de tweede plaats komen vervoer, recreatie, uit eten, en alcohol en tabak. De hoogste inkomens geven aan beide posten relatief evenveel uit, terwijl voor de laagste inkomens de vaste lasten meer dan de helft van hun uitgaven beslaan.

Druk van belastingen en premies in 2017 gestegen

De druk van de inkomstenbelasting en premies sociale verzekeringen op het bruto inkomen van huishoudens bedroeg in 2017 gemiddeld 38,6 procent. Ten opzichte van 2016 is dit een stijging van bijna 1 procentpunt, die met name zit in de gestegen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Wel lag de belastingdruk in de crisisjaren gemiddeld op een hoger niveau dan in de jaren 2015–2017.

Aan indirecte en lokale belastingen gaat volgens de recentste gegevens uit 2015 nog eens bijna een tiende van het bruto huishoudensinkomen op.

Minst welvarenden profiteren meest van heffingskortingen

Zonder drukverlichting door heffingskortingen zou in 2017 de laagste welvaartsgroep 25 procent van het bruto inkomen kwijt zijn geweest aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Bij de hoogste welvaartsgroep was dat 33 procent. Door de drukverlichting kwamen deze percentages netto uit op 9 procent voor de minst welvarenden en 30 procent voor de meest welvarenden. Gemiddeld was de nettodruk 19,5 procent in 2017.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Koos Arts

Wim Bos

Marion van den Brakel

Kai Gidding

Daniël Herbers

Reinder Lok

Jasper Menger

Jeroen Nieuweboer

Ferdy Otten

Noortje Pouwels-Urlings

Jan Walschots

Eindredactie

Marion van den Brakel en Ferdy Otten