Veiligheidsbeleving

In dit hoofdstuk staat centraal hoe de burger de veiligheid beleeft. Het gaat dan om gevoelens van onveiligheid, niet alleen in het algemeen maar ook in de eigen woonbuurt en op een aantal specifieke plekken in de eigen woonplaats. Naast deze affectieve dimensie van veiligheidsbeleving komen ook gedragsdimensies van veiligheidsbeleving (vermijdings­gedrag) en cognitieve dimensies van veiligheids­beleving (de verstandelijke inschatting van het vóórkomen en de ontwikkeling van criminaliteit) aan de orde. Meer achtergrondcijfers over verschillen in veiligheids­beleving naar regio, en naar persoonskenmerken zijn te vinden op StatLine.

3.1Onveiligheidsgevoelens in buurt en algemeen

In 2019 voelt 14 procent zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Dat is lager dan in 2017 (16 procent) en 2012 (18 procent). Ruim 1 procent voelt zich in 2019 vaak onveilig in de eigen buurt. Dit is vergelijkbaar met 2017, maar iets lager dan in 2012.

Naast de veiligheidsbeleving in de buurt is in de Veiligheidsmonitor ook naar de veiligheids­beleving in algemene zin gevraagd. In 2019 voelt 32 procent van de mensen zich wel eens onveilig. Dit aandeel is meer dan het dubbele van dat van de onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt. Het percentage dat zich wel eens onveilig voelt is lager dan in 2017 (34 procent) en 2012 (37 procent). In 2019 voelt 1 procent zich in algemene zin vaak onveilig. Dat is ook lager dan in 2017 en 2012.

14% voelt zich wel eens onveilig in eigen buurt Buitenvorm Binnenvorm

In de periode 2005–2019 heeft de algemene veiligheidsbeleving zich gunstig ontwikkeld. De daling van de onveiligheidsgevoelens was het sterkst in de periode 2005–2008, maar de laatste jaren is eveneens sprake van een afnemende tendens. De buurtgerelateerde onveiligheidsgevoelens, die gemeten zijn tussen 2008 en 2019, zijn tussen 2008 en 2009 toegenomen. Daarna zijn fluctuaties zichtbaar, met een daling tussen 2015 en 2016. In vergelijking met 2017 zijn de buurtgerelateerde onveiligheidsgevoelens in 2019 wederom lager. Sinds 2008 zijn de onveiligheidsgevoelens in de buurt met 14 procent afgenomen.

Onveiligheidsgevoelens naar leeftijd

De veiligheidsbeleving verschilt naar leeftijd: 15–24‑jarigen en 25–44‑jarigen voelen zich onveiliger dan 45–64‑jarigen en vooral 65‑plussers. Het verschil naar leeftijd is bij algemene onveiligheidsgevoelens duidelijk groter dan bij buurtgerelateerde onveiligheidsgevoelens.

Onveiligheidsgevoelens naar politieregio

Op het schaalniveau van de tien regionale eenheden varieert het aandeel inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in de buurt in 2019 van 21 procent in Amsterdam tot 12 procent in Noord-Nederland en Oost-Nederland. Op het niveau van de 167 basisteams lopen de onveiligheidsgevoelens uiteen van 45 procent in basisteam De Heemstraat tot 4 procent in Noordoost-Twente.

In de tabellenbijlage II is weergegeven in welke regionale eenheden, politiedistricten en basisteams de onveiligheidsgevoelens in de buurt – rekening houdend met de betrouwbaarheidsmarges rond de uitkomsten – hoger of lager zijn dan het landelijke gemiddelde. Zo voelt men zich onveiliger dan gemiddeld in de regionale eenheden Amsterdam, Den Haag, Limburg en Rotterdam, en veiliger dan gemiddeld in de eenheden Brabant, Noord-Holland, Noord-Nederland en Oost-Nederland.

Onveiligheidsgevoelens naar 70 000+ gemeente

Van de inwoners van de 70 000+ gemeenten voelt 18 procent zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Deze onveiligheidsgevoelens zijn met 23 procent het hoogst in de G4, gevolgd door de G40 met 17 procent en de overige 70 000+ gemeenten met 13 procent. De buurtgerelateerde onveiligheidsgevoelens in de 70 000+ gemeenten zijn daarmee lager dan in 2017.

Op het niveau van de 52 afzonderlijke 70 000+ gemeenten varieert het aandeel inwoners dat veel overlast in de buurt ervaart in 2019 van 30 procent in de gemeente Heerlen tot 7 procent in de gemeente Hoeksche Waard.

In de tabellenbijlage III is weergegeven in welke 70 000+ gemeenten de onveiligheids­gevoelens in de buurt – rekening houdend met de betrouwbaarheidsmarges rond de uitkomsten – hoger of lager is dan het gemiddelde van deze 70 000+ gemeenten. Zo voelt men zich onveiliger dan gemiddeld in de gemeenten Amsterdam, ’s Gravenhage, Heerlen, Maastricht, Rotterdam, Schiedam, Sittard-Geleen en Vlaardingen, en veiliger dan gemiddeld in de gemeenten Almelo, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amstelveen, Apeldoorn, ’s Hertogenbosch, Deventer, Emmen, Groningen, Haarlemmermeer, Hengelo, Hoeksche Waard, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Meierijstad, Nissewaard, Súdwest Fryslân, Westland en Zwolle.

3.2Onveiligheidsgevoelens ’s avonds en vermijdingsgedrag

In 2019 doet 8 procent ’s avonds vaak niet open omdat men het niet veilig vindt, 19 procent doet dat soms niet. Verder voelt 3 procent van de mensen zich ’s avonds vaak onveilig op straat in de eigen buurt; 15 procent heeft deze onveiligheidsgevoelens soms. Het aandeel dat vaak bang is om zelf slachtoffer te worden van criminaliteit bedraagt 2 procent; 19 procent heeft deze angst soms. 2 procent loopt of rijdt vaak om vanwege onveilige plekken; 9 procent doet dat soms. Het aandeel dat zich ’s avonds alleen thuis vaak onveilig voelt ligt ook op 2 procent, 11 procent heeft deze onveiligheidsgevoelens soms.

Het merendeel van de mensen (84 procent) voelt zich ’s avonds alleen thuis zelden of nooit onveilig en loopt of rijdt niet om vanwege onveilige plekken (83 procent). Ook voelt 78 procent van de personen zich zelden of nooit onveilig op straat in de eigen buurt en is 73 procent zelden of nooit bang om slachtoffer te worden van criminaliteit. Daarnaast vertoont 69 procent zelden of nooit vermijdingsgedrag door ’s avonds de deur niet open te doen.

3.3Oordeel plaatsvinden en ontwikkeling criminaliteit

Negen procent van de mensen heeft in 2019 het idee dat er veel criminaliteit in de eigen buurt voorkomt. Het grootste deel (64 procent) denkt dat er weinig criminaliteit plaatsvindt, en 21 procent denkt dat er géén criminaliteit voorkomt.

Wat betreft de ontwikkeling van de criminaliteit in de buurt is het aandeel dat denkt dat de criminaliteit in de afgelopen 12 maanden is toegenomen groter dan het aandeel dat denkt dat deze is afgenomen (11 tegen 5 procent). Ruim de helft denkt dat de criminaliteit gelijk gebleven is.

3.4Onveiligheidsgevoelens op plekken in woonplaats

In de Veiligheidsmonitor is de respondenten een aantal plekken in de eigen woonplaats voorgelegd met de vraag om aan te geven of en hoe vaak men zich hier onveilig voelt. Indien een bepaalde plek niet in de eigen woonplaats voorkomt of indien de respondent nooit op de betreffende plek komt, kon men ‘niet van toepassing’ antwoorden.

In 2019 zijn de onveiligheidsgevoelens het hoogst op plekken waar jongeren rondhangen: 36 procent voelt zich hier wel eens (dat wil zeggen ‘vaak’ of ‘soms’) onveilig. Ook de onveiligheidsgevoelens rondom uitgaansgelegenheden zijn relatief groot. Hier voelt 20 procent zich wel eens onveilig. Het laagst zijn de onveiligheids­gevoelens thuis; in de eigen woning voelt 7 procent zich wel eens onveilig.

Voor de meeste plekken geldt dat de onveiligheidsgevoelens in 2019 lager zijn dan in 2017. Alleen rondom winkelgebieden of winkelcentra verschillen deze gevoelens niet in vergelijking met 2017. In vergelijking met 2012 zijn de onveiligheids­gevoelens in de eigen woonplaats op alle plekken gedaald.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Math Akkermans

Willem Gielen

Rianne Kloosterman

Kim Knoops

Ger Linden

Elke Moons

Met medewerking van

José Gouweleeuw

Jos Kickken

Ralph Meijers

Inge Muijs

Marie-José Poublon-Schijns