Inleiding
De Veiligheidsmonitor is een terugkerende grootschalige bevolkingsenquête waarin de thema’s leefbaarheid van de woonbuurt, veiligheidsbeleving, slachtofferschap van criminaliteit, het oordeel van de burger over het functioneren van de politie en preventiegedrag worden onderzocht. Tussen 2012 en 2017 is de Veiligheidsmonitor jaarlijks uitgevoerd. In 2017 is besloten de frequentie van dit onderzoek te verlagen naar één keer per twee jaar. Deze Veiligheidsmonitor 2019 is dus de eerste in deze tweejaarlijkse uitvoeringsfrequentie.
Opdrachtgevers van de Veiligheidsmonitor zijn het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Door de opdrachtgevers is de Raad voor de Veiligheidsmonitor ingesteld die toezicht uitoefent op de uitvoering van het onderzoek. In deze Raad zijn behalve de opdrachtgevers ook andere organisaties zoals de G4, G40, Politie en WODC vertegenwoordigd. Door de Raad is een Adviesgroep ingesteld voor ondersteuning en advisering bij de uitvoering van de Veiligheidsmonitor. Ook hierin hebben vertegenwoordigers van deze organisaties zitting.
De dataverzameling van de Veiligheidsmonitor heeft plaatsgevonden door middel van internetvragenlijsten en papieren vragenlijsten, en is uitgevoerd door het CBS en onderzoeksbureau I&O Research in de periode augustus–november 2019. In totaal is een steekproef van ruim 325 duizend Nederlanders van 15 jaar of ouder gevraagd om aan het onderzoek deel te nemen. Ruim 135 duizend hebben een ingevulde vragenlijst geretourneerd; een respons van 41,6% die hoger is dan de respons van de editie 2017 (39,3%).
De Veiligheidsmonitor wordt sinds 2012 op een identieke wijze uitgevoerd, dat wil zeggen met dezelfde methode van dataverzameling en grotendeels dezelfde vragenlijst. Hierdoor is het goed mogelijk de onderzoeksuitkomsten in de periode 2012–2019 met elkaar te vergelijken. In dit rapport worden de uitkomsten van 2019 standaard vergeleken met 2012, het jaar van de nulmeting, en 2017, het jaar van de vorige Veiligheidsmonitor. Daarmee wordt zowel de middellangetermijnontwikkeling als de kortetermijnontwikkeling in beeld gebracht.
De Veiligheidsmonitor zoals we die sinds 2012 kennen heeft een aantal voorgangers, namelijk de Veiligheidsmonitor Rijk (VMR; 2005–2007) en de Integrale Veiligheidsmonitor (IVM; 2008–2011). Deze VMR en IVM wijken qua methode van dataverzameling en qua vragenlijst af van de actuele versie van de Veiligheidsmonitor. Door deze ‘methodebreuken’ is het niet zonder meer mogelijk de uitkomsten van deze eerdere onderzoeken over de periode 2005–2011 te vergelijken met die van de Veiligheidsmonitor 2012 en volgende jaren. Om desondanks langetermijnontwikkelingen in beeld te kunnen brengen, is een methodologische reparatieprocedure voor deze methodebreuken ontwikkeld, waardoor voor een set van kernindicatoren de uitkomsten van de jaren 2005–2011 vergelijkbaar zijn met die vanaf 2012. Ook deze trenduitkomsten zijn in dit rapport opgenomen.
Verder is het mogelijk de onderzoeksuitkomsten te verbijzonderen naar kenmerken van respondenten. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere geslacht, leeftijd, herkomst en stedelijkheidsgraad van de gemeente waar men woont.
Door de relatief grote responsomvang van de Veiligheidsmonitor is het ten slotte mogelijk de landelijke uitkomsten geografisch uit te splitsen naar de 10 regionale eenheden, 43 districten en 167 basisteams van politie. Daarnaast zijn ook de uitkomsten van de 52 grootste (70 000+) gemeenten van ons land opgenomen.
Meer informatie over de opzet en uitvoering van de Veiligheidsmonitor treft u aan in de Onderzoeksverantwoording die in de bijlage is opgenomen.
1.1Samenvatting
Deze samenvatting laat de onderzoeksresultaten van de Veiligheidsmonitor 2019 voor de diverse thema’s op hoofdlijnen zien. Eerst wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste landelijke uitkomsten. Daarna volgt een korte samenvatting van de regionale uitkomsten. Deze uitkomsten worden beschreven voor het jaar 2019 met enerzijds het landelijke gemiddelde en anderzijds het jaar 2012 als referentiepunt. Het geheel correspondeert in grote lijnen met de kleurenoverzichten waarin de scores op de belangrijkste VM-indicatoren op het niveau van regionale politie-eenheden en -districten visueel zijn weergegeven. Een toelichting op het gebruik van dit overzicht wordt gegeven in de tekstbox die vooraf gaat aan het overzicht.
Landelijke uitkomsten
Leefbaarheid en overlast in buurt
- De tevredenheid over de fysieke voorzieningen is iets hoger dan in 2017 en 2012.
- De tevredenheid over de sociale cohesie is iets hoger dan in 2017 en 2012.
- Op de langere termijn, respectievelijk vanaf 2008 en 2005, is het oordeel over de fysieke voorzieningen en over de sociale cohesie weinig veranderd.
- Het rapportcijfer voor de leefbaarheid in de buurt bedraagt een 7,6. Dit is iets hoger dan in 2017 en 2012.
- De fysieke verloedering waar Nederlanders in hun buurt veel overlast van ervaren is minder dan in 2017 en 2012. De ervaren sociale overlast is niet veranderd in vergelijking met 2017 maar minder dan in 2012. De ervaren verkeersoverlast is hoger dan in 2017 en gelijk aan die in 2012.
- In totaliteit is de ervaren buurtoverlast gelijk aan die in 2017 en minder dan in 2012.
Veiligheidsbeleving
- In 2019 voelt 32 procent van de Nederlanders zich wel eens onveilig in het algemeen. Dit is lager dan in 2017 en 2012
- De algemene onveiligheidsgevoelens zijn in vergelijking met 2005, het eerste vergelijkbare meetjaar, met 34 procent gedaald.
- 14 procent van de Nederlanders voelt zich in 2019 wel eens onveilig in eigen buurt; ook dit is lager dan in 2017 (16 procent) en 2012 (18 procent).
- In 2019 liggen de onveiligheidsgevoelens in de buurt 14 procent lager dan in 2008, het eerste jaar dat deze op een vergelijkbare manier gemeten zijn.
- In vergelijking met 2017 geven minder Nederlanders in 2019 aan ’s avonds de deur niet open te doen omdat ze het niet veilig vinden. Ook voelt een kleinere groep zich ’s avonds alleen thuis onveilig en is de groep die bang is om zelf slachtoffer te worden van criminaliteit gedaald. Het aandeel dat omloopt of omrijdt vanwege onveilige plekken of zich ’s avonds op straat onveilig voelt is wel vergelijkbaar met 2017. Ten opzichte van 2012 zijn de onveiligheidsgevoelens ’s avonds en het vermijdingsgedrag in de buurt over het algemeen ook afgenomen.
- Van alle Nederlanders voelt 36 procent zich wel eens onveilig op plekken waar groepen jongeren rondhangen. Een op de vijf voelt zich wel eens onveilig rondom uitgaansgelegenheden. Verder voelt 6 procent zich wel eens onveilig in hun eigen huis. Dat is minder dan in voorgaande jaren.
Slachtofferschap criminaliteit
- In 2019 is 2 procent van de Nederlanders slachtoffer geweest van geweld, 9 procent van vermogensdelicten en 5 procent van vandalisme.
- Het slachtofferschap van vandalisme- en vermogensdelicten is gedaald ten opzichte van 2017; het slachtofferschap van geweld is in de afgelopen twee jaar gelijk gebleven.
- In totaal is 14 procent in 2019 slachtoffer geweest van één of meer van deze vormen van ‘traditionele’ criminaliteit; dit is lager dan in 2017 (15 procent) en 2012 (20 procent)
- Op de langere termijn, vanaf 2005, is het slachtofferschap van criminaliteit met 50 procent afgenomen.
- In 2019 werd van 23 procent van de ondervonden delicten door slachtoffers van traditionele criminaliteit aangifte gedaan bij de politie. Dit is vergelijkbaar met 2017 (24 procent) en minder dan in 2012 (29 procent).
- Een op de negen Nederlanders (13 procent) is in 2019 slachtoffer geweest van cybercrime; dit is hoger dan in 2017 en 2012.
- Van de cybercrimedelicten komt hacken in 2019 het meest voor (6 procent). Dit wordt gevolgd door koop- of verkoopfraude (5 procent), pesten via het internet (4 procent) en identiteitsfraude (1 procent).
- In 2019 werd van 8 procent van de ondervonden delicten door slachtoffers van cybercrime aangifte gedaan bij de politie. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.
Burgers en politie
- 19 procent van de Nederlanders heeft in 2019 contact gehad met de politie in de eigen gemeente; dit is minder dan in voorgaande jaren.
- 66 procent was (zeer) tevreden over dit contact; dit is hoger dan in 2017 en 2012.
- Op de lange termijn, vanaf 2005, is de tevredenheid over het contact met de politie in de eigen gemeente met 23 procent toegenomen.
- 28 procent is (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in de buurt; 35 procent is (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in het algemeen. Een relatief groot deel geeft aan hierover geen oordeel te hebben.
- De tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt en in het algemeen is toegenomen in vergelijking met 2017 en 2012.
- Sinds 2005 is de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt met 14 procent gestegen.
Preventie
- Bijna zeven op de tien Nederlanders nemen in 2019 vaak waardevolle spullen mee uit de auto om diefstal te voorkomen.
- 45 procent laat ’s avonds vaak het licht branden wanneer er niemand thuis is.
- Sociaal-preventief gedrag in totaliteit is tussen 2017 en 2019 licht toegenomen.
- 63 procent van de Nederlanders heeft extra veiligheidssloten.
- 12 procent heeft thuis een alarminstallatie.
- De aanwezigheid van preventieve voorzieningen in/rond de woning is in vergelijking met 2017 iets gedaald.
70 000+ gemeenten
- Bijna de helft van de inwoners (49 procent) van de 70 000+ gemeenten ervaart in 2019 veel buurtoverlast; vooral in de vier grootste steden wordt veel overlast ervaren; de buurtoverlast is vergelijkbaar met 2017.
- 18 procent van de inwoners van de 70 000+ gemeenten voelt zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Deze onveiligheidsgevoelens zijn het hoogst in de G4 (23 procent), gevolgd door de G40 (17 procent) en de overige 70 000+ gemeenten (13 procent). De buurtgerelateerde onveiligheidsgevoelens in de 70 000+ gemeenten zijn daarmee lager dan in 2017.
- 17 procent van de inwoners van de 70 000+ gemeenten is in 2019 slachtoffer geweest van één of meer vormen van criminaliteit. Dit is lager dan in 2017 (19 procent). Het slachtofferschap is het grootst in de G4 (21 procent), gevolgd door de G40 (15 procent) en de overige 70 000+ gemeenten (12 procent). Met name in de G40 en de overige 70 000+ gemeenten is het slachtofferschap gedaald ten opzichte van 2017. In de G4 is het slachtofferschap gelijkgebleven.
- De tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt is in de 70 000+ gemeenten iets hoger dan het landelijke gemiddelde (29 tegen 28 procent); de tevredenheid is vergelijkbaar met 2017. Vooral de inwoners van de vier grootste steden zijn relatief positief over het functioneren van de politie in de buurt.
Toelichting bij overzicht Regionale eenheden en districten 2019
Het kleurenoverzicht hieronder geeft voor een aantal VM-indicatoren weer hoe de 10 regionale eenheden (vetgedrukt in de linker kolom van het overzicht) en de 43 daarbinnen liggende politiedistricten scoren. In het eerste overzicht wordt door middel van kleurschakeringen significante verschillen met het landelijke gemiddelde in 2019 aangegeven. In het daarna volgende overzicht staan significante verschillen tussen 2019 en 2012 weergegeven.
De scores op de indicatoren kunnen in twee richtingen wijzen. Bij positief geformuleerde indicatoren (zoals ‘rapportcijfer leefbaarheid’ of ‘tevredenheid contact politie’) is een hogere score gunstiger, terwijl bij negatief geformuleerde indicatoren (zoals ‘fysieke verloedering’ of ‘slachtofferschap totaal’) een hogere score juist ongunstiger is. Om de scores voor de positief en negatief geformuleerde indicatoren in het overzicht eenduidig te kunnen interpreteren zijn de scores daarom niet uitgedrukt in termen van ‘hoger’ of ‘lager’, maar in termen van ‘gunstiger’, of ‘ongunstiger’. In de overige hoofdstukken van deze rapportage gebeurt dit niet, omdat de indicatoren daar meer op zichzelf worden beschreven. Voor de inhoud en betekenis van de indicatoren wordt verwezen naar de betreffende hoofdstukken.
Regionale uitkomsten
Uit het overzicht komen enkele duidelijke patronen naar voren:
- Inwoners van de districten in het noorden en oosten van het land (Fryslân, Drenthe, IJsselland, Twente en Noord en Oost Gelderland) en ook van de districten Oost Utrecht, Noord Holland Noord, Leiden – Bollenstreek, Alphen aan den Rijn – Gouda, Zeeland, ’s Hertogenbosch, Helmond en Noord- en Midden-Limburg zijn gemiddeld positiever over (de meeste) zaken als fysieke verloedering, sociale overlast, verkeersoverlast en veiligheidsbeleving. Ook wat betreft de mate van slachtofferschap van criminaliteit doet een aantal van deze districten het beter dan gemiddeld. Qua tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt doen vooral districten in Den Haag en Amsterdam het bovengemiddeld goed. Op het gebied van de aanwezigheid van preventieve voorzieningen in of rond de woning scoren bijna alle districten in Zeeland – West-Brabant, Oost-Brabant en Limburg hoger dan gemiddeld.
- Inwoners van veel districten in de grootstedelijke regionale eenheden Amsterdam, Rotterdam en Limburg zijn gemiddeld minder positief over de leefbaarheid en overlast in de buurt en ze voelen zich gemiddeld ook onveiliger. Ook in de districten Utrecht Stad, Den Haag Centrum, Den Haag West en Den Haag Zuid is dat het geval. In alle districten van de regionale eenheid Amsterdam, in veel districten van de regionale eenheden Rotterdam en Den Haag en in Utrecht Stad ligt het slachtofferschap van criminaliteit in totaliteit hoger dan gemiddeld in Nederland. Inwoners van de meeste districten in Amsterdam en Den Haag oordelen daarentegen positiever over het functioneren van de politie in de buurt. Aan preventie rondom de woning wordt in alle districten van Amsterdam en veel districten van Rotterdam en Den Haag relatief weinig gedaan.
- Tussen 2012 en 2019 is het totale slachtofferschap in alle districten van Oost-Nederland, Noord-Holland, Den Haag, Zeeland-West-Brabant, Oost-Brabant en Limburg, en in de meeste districten van Noord-Nederland, Midden-Nederland en Rotterdam, afgenomen. In Amsterdam is dit bij de meeste districten gelijk gebleven. Met name het slachtofferschap van vermogens- en vandalismedelicten is gedaald in vergelijking met 2012. Ook leefbaarheid, fysieke verloedering en onveiligheidsgevoelens worden door inwoners van veel districten in 2019 gunstiger ingeschat dan in 2012. Voor de meeste andere indicatoren geldt dat de scores in veel districten niet afwijken van 2012. Daar waar wel verschuivingen hebben plaatsgevonden zijn deze in bijna alle gevallen gunstig. Cybercrime en preventieve voorzieningen rond de woning wijken hierin wel af, doordat deze zich in een aantal districten juist ongunstiger hebben ontwikkeld tussen 2012 en 2019. Regionale eenheden die zich op de onderzochte indicatoren gunstig hebben ontwikkeld zijn met name Zeeland – West-Brabant, Den Haag en Rotterdam.
Regionale eenheden en districten – 2019: vergelijking ten opzichte van het landelijke gemiddelde
| Regionale eenheid, district | Rapportcijfer leefbaarheid | Fysieke verloedering | Sociale overlast | Verkeersoverlast | Wel eens onveilig in buurt | Wel eens onveilig | Geweldsdelicten | Vermogensdelicten | Vandalismedelicten | Slachtofferschap totaal | Cybercrime totaal | Tevredenheid contact politie | Tevredenheid functioneren politie in buurt | Preventieve voorzieningen woning |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Noord-Nederland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | – | ||||
| Fryslân | + | + | + | + | + | + | + | + | – | |||||
| Groningen | + | + | + | – | ||||||||||
| Drenthe | + | + | + | + | + | + | + | + | – | |||||
| Oost-Nederland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||
| IJsselland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | |||
| Twente | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||
| Noord en Oost Gelderland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | |||
| Gelderland Midden | + | + | ||||||||||||
| Gelderland Zuid | + | + | + | – | + | |||||||||
| Midden-Nederland | + | + | – | – | – | |||||||||
| Gooi en Vechtstreek | + | |||||||||||||
| Flevoland | – | |||||||||||||
| Oost Utrecht | + | + | + | + | + | |||||||||
| Utrecht Stad | – | – | – | – | – | – | – | – | – | |||||
| West Utrecht | + | + | + | + | + | |||||||||
| Noord-Holland | + | + | + | – | – | |||||||||
| Noord Holland Noord | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||||
| Zaanstreek Waterland | – | – | ||||||||||||
| Kennemerland | – | – | – | – | ||||||||||
| Amsterdam | + | – | – | – | – | – | – | – | – | + | – | |||
| Amsterdam Noord | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | |||
| Amsterdam Oost | – | – | – | + | – | – | – | – | – | – | + | – | ||
| Amsterdam Zuid | + | + | – | – | + | – | ||||||||
| Amsterdam West | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | ||||
| Den Haag | + | – | – | – | – | – | – | – | + | – | ||||
| Den Haag Centrum | – | – | – | – | – | – | – | – | – | + | – | |||
| Den Haag West | + | – | – | – | – | – | – | + | – | |||||
| Den Haag Zuid | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | + | – | ||
| Zoetermeer - Leidschendam | + | + | ||||||||||||
| Westland - Delft | + | + | + | – | ||||||||||
| Leiden - Bollenstreek | + | + | + | + | + | + | – | |||||||
| Alphen aan den Rijn - Gouda | + | + | + | + | ||||||||||
| Rotterdam | – | – | – | – | – | – | – | + | – | |||||
| Rijnmond Noord | – | – | – | – | – | – | – | |||||||
| Rotterdam Stad | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | + | – | ||
| Rijnmond Oost | – | – | – | – | – | – | – | – | ||||||
| Rotterdam Zuid | – | – | – | – | – | – | – | – | – | + | – | |||
| Rijnmond Zuid-West | – | – | – | + | + | – | + | |||||||
| Zuid-Holland Zuid | – | + | + | + | + | + | ||||||||
| Zeeland - West-Brabant | – | + | + | – | + | |||||||||
| Zeeland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||
| De Markiezaten | – | – | – | – | – | – | + | |||||||
| De Baronie | – | + | + | |||||||||||
| Hart van Brabant | – | + | ||||||||||||
| Oost-Brabant | + | + | + | + | + | + | + | + | – | + | ||||
| ’s Hertogenbosch | + | + | + | + | + | + | + | + | + | |||||
| Eindhoven | + | + | ||||||||||||
| Helmond | + | + | + | + | + | + | ||||||||
| Limburg | – | – | – | – | – | – | + | |||||||
| Noord en Midden Limburg | + | + | + | + | + | – | + | |||||||
| Parkstad-Limburg | – | – | – | – | – | – | – | + | ||||||
| Zuid-West-Limburg | – | – | – | – | – | – | – | – | – | + | ||||
| Regionale eenheid, district | Rapportcijfer leefbaarheid | Fysieke verloedering | Sociale overlast | Verkeersoverlast | Wel eens onveilig in buurt | Wel eens onveilig | Geweldsdelicten | Vermogensdelicten | Vandalismedelicten | Slachtofferschap totaal | Cybercrime totaal | Tevredenheid contact politie | Tevredenheid functioneren politie in buurt | Preventieve voorzieningen woning |
Regionale eenheden en districten – 2019: vergelijking ten opzichte van 2012
| Regionale eenheid, district | Rapportcijfer leefbaarheid | Fysieke verloedering | Sociale overlast | Verkeersoverlast | Wel eens onveilig inbuurt | Wel eens onveilig | Geweldsdelicten | Vermogensdelicten | Vandalismedelicten | Slachtofferschap totaal | Cybercrime totaal | Tevredenheid contactpolitie | Tevredenheid functioneren politie in buurt | Preventieve voorzieningen woning |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Noord-Nederland | + | + | + | + | + | + | + | – | ||||||
| Fryslân | + | + | + | – | ||||||||||
| Groningen | + | + | + | + | + | – | ||||||||
| Drenthe | + | + | + | + | + | |||||||||
| Oost-Nederland | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||||
| IJsselland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | |||||
| Twente | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||||
| Noord en Oost Gelderland | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||||
| Gelderland Midden | + | + | + | + | + | + | + | – | ||||||
| Gelderland Zuid | + | + | + | + | + | |||||||||
| Midden-Nederland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | – | ||||
| Gooi en Vechtstreek | + | + | + | + | + | + | + | + | + | – | ||||
| Flevoland | + | + | + | + | + | + | ||||||||
| Oost Utrecht | + | + | + | + | + | |||||||||
| Utrecht Stad | + | |||||||||||||
| West Utrecht | + | + | + | + | + | – | ||||||||
| Noord-Holland | + | + | + | + | + | + | + | + | + | – | ||||
| Noord Holland Noord | + | + | + | + | + | + | + | + | – | |||||
| Zaanstreek Waterland | + | + | + | |||||||||||
| Kennemerland | + | + | + | + | + | + | ||||||||
| Amsterdam | + | + | + | + | + | + | ||||||||
| Amsterdam Noord | + | |||||||||||||
| Amsterdam Oost | – | |||||||||||||
| Amsterdam Zuid | + | |||||||||||||
| Amsterdam West | + | + | + | |||||||||||
| Den Haag | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | – | |||
| Den Haag Centrum | + | + | + | + | + | + | + | – | ||||||
| Den Haag West | + | + | + | + | + | + | ||||||||
| Den Haag Zuid | + | + | + | + | + | + | + | + | – | |||||
| Zoetermeer - Leidschendam | + | + | + | + | + | – | ||||||||
| Westland - Delft | + | + | + | + | + | |||||||||
| Leiden - Bollenstreek | + | + | + | + | + | |||||||||
| Alphen aan den Rijn - Gouda | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||||
| Rotterdam | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | – | ||
| Rijnmond Noord | + | + | ||||||||||||
| Rotterdam Stad | + | + | + | ○ | – | |||||||||
| Rijnmond Oost | + | |||||||||||||
| Rotterdam Zuid | ||||||||||||||
| Rijnmond Zuid-West | + | + | + | + | – | |||||||||
| Zuid-Holland Zuid | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | – | |||
| Zeeland - West-Brabant | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | + | |||
| Zeeland | + | + | + | + | + | + | + | |||||||
| De Markiezaten | + | + | ||||||||||||
| De Baronie | + | + | + | + | ||||||||||
| Hart van Brabant | + | + | + | + | + | |||||||||
| Oost-Brabant | + | + | + | + | + | + | + | + | + | |||||
| ’s Hertogenbosch | + | + | + | + | + | + | + | |||||||
| Eindhoven | + | + | + | + | + | |||||||||
| Helmond | + | + | – | |||||||||||
| Limburg | + | + | + | + | + | + | + | – | + | + | ||||
| Noord en Midden Limburg | + | + | + | + | + | + | + | + | ||||||
| Parkstad-Limburg | + | + | ||||||||||||
| Zuid-West-Limburg | + | + | + | + | + | + | ||||||||
| Regionale eenheid, district | Rapportcijfer leefbaarheid | Fysieke verloedering | Sociale overlast | Verkeersoverlast | Wel eens onveilig inbuurt | Wel eens onveilig | Geweldsdelicten | Vermogensdelicten | Vandalismedelicten | Slachtofferschap totaal | Cybercrime totaal | Tevredenheid contactpolitie | Tevredenheid functioneren politie in buurt | Preventieve voorzieningen woning |
1.2Leeswijzer
Kern van dit rapport zijn de hoofdstukken 2 tot en met 6 waarin achtereenvolgens de uitkomsten voor de 5 hoofdthema’s (leefbaarheid en overlast woonbuurt, veiligheidsbeleving, slachtofferschap criminaliteit, burgers en politie, preventie) worden beschreven. Elk hoofdstuk bevat de landelijke uitkomsten van 2019, de vergelijking met de uitkomsten van 2012 en 2017, in een aantal gevallen trends over de periode 2005–2019, uitsplitsingen naar achtergrondkenmerken en regionale uitsplitsingen van de landelijke uitkomsten.
De bijlagen bevatten tabellen met achterliggend landelijk, politieregionaal en gemeentelijk cijfermateriaal behorende bij deze hoofdstukken, trendcijfers en een lijst met deelnemende gemeenten aan de Veiligheidsmonitor 2019.
Afgesloten wordt met een onderzoeksverantwoording, een lijst met recent verschenen literatuur op basis van de Veiligheidsmonitor, een verwijzing naar meer cijfers op StatLine en een overzicht van medewerkers die aan deze publicatie hebben bijgedragen.
Weergave regionale uitkomsten
In de hoofdstukken 2 tot en met 5 zijn de regionale uitkomsten weergegeven in de vorm van kaarten van Nederland met een vijfklassenindeling. Deze kaarten geven de spreiding van het onderzochte fenomeen over het land weer. Bij alle kaarten is de vijfklassenindeling tot stand gekomen door het verschil tussen de hoogste en laagste waarde door vijf te delen. Stel de percentages voor een bepaalde indicator lopen uiteen van 20,0 in regio X tot 60,0 in regio Y, dan zijn de vijf klassen (gebaseerd op het verschil van 40,0 : 5 = 8,0): (1) ‘minder dan 28,0’, (2) ‘28,0 tot 36,0’, (3) ‘36,0 tot 44,0’, (4) ‘44,0 tot 52,0’ en (5) ‘52,0 of meer’.
In de tabellenbijlagen is weergegeven in welke regionale eenheden, politiedistricten en basisteams (bijlage II) respectievelijk in welke 70 000+ gemeenten (bijlage III) de uitkomsten – rekening houdend met de betrouwbaarheidsmarges – hoger of lager zijn dan gemiddeld.
Daarnaast zijn in deze tabellen voor bovengenoemde gebieden de percentages inclusief de bijbehorende betrouwbaarheidsmarges opgenomen. In de webpublicatie zijn deze percentages en marges via de mouse-over/touchscreen-functie in de kaarten beschikbaar.