Gebruik vier grootste regelingen nader bekeken
Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens in op de vier meest gebruikte coronasteunmaatregelen: loonkostenregelingen, vastelastenregelingen, Tozo en uitstel van belastingbetaling. Voor de eerste drie regelingen wordt hierbij stilgestaan bij het aantal bedrijven dat er per aanvraagperiode gebruik van maakte. Verder wordt ingezoomd op de branches waar de meeste steun werd aangevraagd en er wordt ingegaan op de vraag hoe lang bedrijven een beroep deden op de regelingen. Bij de loonkosten- en vastelastenregelingen komt ook het verschil tussen de toegekende bedragen en de vastgestelde bedragen aan de orde. Voor het uitstel van belastingbetaling wordt getoond hoeveel bedrijven op verschillende peilmomenten uitstel hadden aangevraagd, wat de hoogte van de aanslag was en op welke soorten belastingen het uitstel betrekking had. Aan het slot van het hoofdstuk komt aan bod in welke mate bedrijven meerdere van de vier regelingen combineerden.
4.1Loonkostenregelingen
Gebruik per aanvraagperiode
De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) was een subsidie voor werkgevers om het loon van werknemers door te kunnen betalen tijdens de coronacrisis. Vooral aan het begin van de coronacrisis werd er een groot beroep gedaan op de eerste loonkostenregeling. Bedrijven konden op dat moment logischerwijs niet helemaal goed inschatten wat de gevolgen zouden zijn van de beperkende maatregelen op hun bedrijfsvoering. Van alle bedrijven vroeg 6 procent de NOW-1‑regeling aan. Dat waren bijna 121 duizend bedrijven. De daaropvolgende loonkostenregelingen werden door minder bedrijven aangevraagd. Van de laatste regeling, de NOW-6, maakte nog ongeveer 24 duizend bedrijven gebruik.
| 1 wp | 2 tot 10 wp | 10 tot 50 wp | 50 wp of meer | |
|---|---|---|---|---|
| NOW-1 | 13,31 | 76,11 | 25,44 | 5,835 |
| NOW-2 | 5,47 | 31,275 | 13,84 | 3,195 |
| NOW-3.1 | 7,095 | 42,95 | 14,71 | 2,915 |
| NOW-3.2 | 6,68 | 40,525 | 14,645 | 2,85 |
| NOW-3.3 | 3,99 | 22,16 | 9,935 | 2 |
| NOW-4 | 2,4 | 12,695 | 5,66 | 1,435 |
| NOW-5 | 3,33 | 19,895 | 8,33 | 1,48 |
| NOW-6 | 2,2 | 13,705 | 6,85 | 1,32 |
| Bron: CBS, UWV | ||||
Van de bedrijven met een loonkostensubsidie nam een op de drie één keer deel aan een NOW-regeling. De meeste van deze bedrijven namen deel aan de NOW-1. Het aantal bedrijven dat beroep deed op meerdere loonkostenregelingen neemt af bij een oplopend aantal regelingen. Bedrijven die minstens zes keer gebruik maakten van de in totaal acht, worden gezegd hier frequent gebruik van te hebben gemaakt. Dit gold voor bijna 19 procent van de bedrijven met loonkostensteun. Deze bedrijven horen tot de sectoren die het hardst geraakt zijn door de genomen maatregelen tijdens de coronacrisis.
| Aantal keren dat bedrijven deelnamen aan een loonkostenregeling | |
|---|---|
| Eén | 34,2 |
| Twee | 18,2 |
| Drie | 12,5 |
| Vier | 8,9 |
| Vijf | 7,5 |
| Zes | 6,9 |
| Zeven | 5,7 |
| Acht (alle regelingen) | 6,2 |
| Bron: CBS, UWV | |
Gebruik per branche
Vooral bioscopen maakten frequent gebruik van de loonkostenregeling. Van de bedrijven in deze branche nam bijna drie kwart minstens zes keer deel aan een van de acht NOW-regelingen. Ook door theaters en schouwburgen en hotel-restaurants werd veelvuldig een beroep op de regeling gedaan, respectievelijk 64 en 54 procent. Deze drie branches horen dan ook tot de sectoren die gedurende de gehele coronacrisis in hun bedrijfsvoering werden belemmerd. Daartegenover waren er branches die zwaar in hun bedrijfsvoering werden geraakt tijdens de eerste lockdownperiode in 2020, maar die daarna weer (gedeeltelijk) klanten konden ontvangen. Tot de branches die om die reden voornamelijk in de eerste fase van de pandemie een groot beroep op een loonkostenregeling deden, behoren warenhuizen, tandartsen en tandheelspecialisten, zwembaden en sportaccommodaties, en kappers.
Bedrag aan steun
Niet alleen deden relatief veel horecabedrijven een beroep op de loonkostenregelingen (zie ook B2), ook ontvingen ze tezamen het meeste aan loonkostensteun van alle bedrijfstakkennoot1: 4,3 miljard euro. Ruim de helft van deze loonkostensubsidie in de horeca ging naar bedrijven met minder dan 50 werkzame personen. De sectoren waar de meeste bedrijven beroep deden op loonsteun ontvingen niet automatisch de hoogste subsidies. De hoogte van de loonkostensubsidie van bedrijven en daarmee de sector hangt grotendeels af van de personeelsomvang. Dit is goed zichtbaar in de sector vervoer en opslag, en verhuur en overige zakelijke diensten. Van alle vervoer- en opslagbedrijven ontvingen bedrijven met 50 of meer werkzame personen bijna 2,8 miljard van de 3,1 miljard euro aan NOW.
| Bedrijfstak | 1 wp | 2 tot 10 wp | 10 tot 50 wp | 50 wp of meer |
|---|---|---|---|---|
| Horeca | 0,1 | 0,7 | 1,6 | 2,0 |
| Verhuur en overige zakelijke diensten | 0,0 | 0,2 | 0,6 | 2,8 |
| Handel | 0,0 | 0,6 | 1,1 | 1,9 |
| Vervoer en opslag | 0,0 | 0,1 | 0,3 | 2,8 |
| Nijverheid (geen bouw) | 0,0 | 0,2 | 0,7 | 1,9 |
| Cultuur, sport en recreatie | 0,0 | 0,2 | 0,4 | 1,0 |
| Specialistische zakelijke diensten | 0,0 | 0,4 | 0,6 | 0,5 |
| Informatie en communicatie | 0,0 | 0,1 | 0,3 | 0,3 |
| Bouwnijverheid | 0,0 | 0,1 | 0,3 | 0,3 |
| Overige dienstverlening | 0,0 | 0,2 | 0,1 | 0,1 |
| Gezondheids- en welzijnszorg | 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Onderwijs | 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,0 |
| Financiele dienstverlening | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Bron: CBS, UWV | ||||
| Het bedrag is een optelsom van vastgestelde bedragen en nog niet vastgestelde bedragen. | ||||
Toekenningen en vaststellingen
Bedrijven die beroep deden op een loonkostenregeling kregen door het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen een bedrag toegekend op basis van het verwachte omzetverlies in een bepaalde periode en de loonsom in een bepaalde referentiemaand. Achteraf werd vastgesteld hoe hoog de tegemoetkoming daadwerkelijk moest zijn, op basis van gerealiseerde omzetten en daadwerkelijke loonsommen in de betreffende periode.
Voor de meeste NOW-regelingen heeft deze vaststelling nog niet of gedeeltelijk plaats gevonden. Alleen voor de eerste aanvraagperiode was de vaststelling van de bedragen op 30 juni 2022 (peildatum van dit rapport) voor een belangrijk deel compleet (69 procent). Bij het merendeel van de bedrijven met de NOW-1‑regeling bleek de vaststelling lager dan de toekenning (59 procent) of zelfs gelijk aan nul (26 procent). Bij deze bedrijven bleek hun omzetverlies dus achteraf mee te vallen (minder dan 20 procent in de drie aangesloten maanden). Kijkend naar de vastgestelde bedragen per medio 2022 voor de NOW-1, komt dit totaalbedrag per saldo tot nu toe 3,4 miljard euro lager uit dan eerder is toegekend op basis van ingeschat omzetverlies. Aan het begin van de coronacrisis waren bedrijven vrij pessimistisch over de omzetverwachtingen. Er heerste vanzelfsprekend veel onzekerheid en kennelijk verwachtte men een grotere negatieve impact op de omzet.
In totaal was met de NOW-1‑regeling een subsidiebedrag gemoeid van bijna 6,5 miljard euro. Dit was het hoogste bedrag van alle loonkostenregelingen. Bedrijven ontvingen uit de laatste regeling, de NOW-6, tezamen nog 1,5 miljard euro.
| Vastgesteld | Nog niet vastgesteld | |
|---|---|---|
| NOW-1 | 4,491 | 1,987 |
| NOW-2 | 1,478 | 2,183 |
| NOW-3.1 | 0,408 | 2,953 |
| NOW-3.2 | 0,211 | 3,739 |
| NOW-3.3 | 0,081 | 2,406 |
| NOW-4 | 0,049 | 1,282 |
| NOW-5 | . | 1,148 |
| NOW-6 | . | 1,497 |
| Bron: CBS, UWV | ||
4.2Vastelastenregelingen
De tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS) was een eenmalige uitkering aan midden- en kleinbedrijven. Deze regeling was bedoeld voor verschillende specifieke bedrijfstakken die direct schade ondervonden van diverse kabinetsmaatregelen om het coronavirus in te dammen. Daarna kwam de regeling ter tegemoetkoming voor de vaste lasten (TVL). Deze regeling (TVL-1) was in eerste instantie ook bedoeld voor specifieke groepen mkb-ondernemers met een significant omzetverlies en werd later beschikbaar gesteld voor meer bedrijfstakken en tevens voor startende en grote ondernemingen.
Gebruik per aanvraagperiode
Een op de tien bedrijven in Nederland deed via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een beroep op de TOGS. Dat waren in totaal 195 duizend bedrijven, ruim anderhalf keer zo veel als het aantal bedrijven met NOW in deze periode. De TVL-1 werd door minder bedrijven aangevraagd (39 duizend). Van de vastelastenregelingen die golden tijdens de lockdownperiode eind 2020 en begin 2021 (TVL Q4 2020 en TVL Q1 2021) werd weer vaker gebruik gemaakt. Dat hangt niet alleen samen met de mate waarin bedrijven werden getroffen, maar ook met het feit dat de laatste voor meer bedrijven open stonden dan de TVL-1.
| Vastelastenregeling | 1 wp | 2 tot 10 wp | 10 tot 50 wp | 50 wp of meer |
|---|---|---|---|---|
| TOGS | 99,1 | 81,4 | 12,6 | 1,8 |
| TVL-1 | 15,0 | 18,8 | 4,6 | 0,8 |
| TVL Q4 2020 | 26,8 | 36,8 | 8,9 | 1,2 |
| TVL Q1 2021 | 35,6 | 46,3 | 10,0 | 1,5 |
| TVL Q2 2021 | 20,7 | 26,3 | 7,0 | 1,0 |
| TVL Q3 2021 | 13,1 | 14,5 | 3,2 | 0,6 |
| TVL Q4 2021 | 21,9 | 27,8 | 7,0 | 1,0 |
| TVL Q1 2022 | 12,7 | 16,7 | 4,5 | 0,6 |
| Bron: CBS, RVO | ||||
Ruim de helft van alle bedrijven met een vastelastenregeling maakte eenmalig gebruik. De bedrijven die één keer deelnamen aan de vastelastenregeling maakten vooral gebruik van de TOGS-regeling (83 procent). Net als bij de NOW neemt het aantal bedrijven dat beroep deed op meerdere vastelastenregelingen af bij een oplopend aantal regelingen. Van de deelnemende bedrijven nam 11 procent minstens zes keer deel aan een vastelastenregeling.
| Bedrijven met een vastelastenregeling | |
|---|---|
| Eén | 51,4 |
| Twee | 15,8 |
| Drie | 9,5 |
| Vier | 7 |
| Vijf | 5,6 |
| Zes | 4,5 |
| Zeven | 3,3 |
| Acht (alle regelingen) | 2,8 |
| Bron: CBS, RVO | |
Gebruik per branche
Net als bij de loonkostenregeling maakten vooral bioscopen veelvuldig gebruik van een vastelastenregeling. Voor 44 procent van de bioscopen gold dat ze minstens zes keer deelnamen aan een vastelastenregeling. Ook door de horecabranches werd veelvuldig beroep gedaan op zowel de loonkosten- als de vastelastenregelingen. De kermisattracties en fitnesscentra maakten vooral gebruik van de vastelastenregeling en minder van de loonkostenregeling. In deze twee branches zijn vooral bedrijven met weinig personeel actief. Ook taxichauffeurs deden vooral frequent beroep op tegemoetkoming voor vaste lasten (25 procent) en veel minder vaak voor loonkosten (8 procent). Binnen de taxibranche zijn er veel kleine bedrijven, 81 procent is een eenmanszaak.
Bedrag aan steun
Horecabedrijven ontvingen niet alleen het hoogste bedrag aan loonkostensteun, maar ook aan vastelastensteun.noot2 In totaal ontvingen horecabedrijven 2,7 miljard euro als tegemoetkoming voor hun vaste lasten. Daarop volgden de handel- en de cultuursector met respectievelijk 1,6 en 1,2 miljard euro.
Bij de loonkostenregeling bepaalde de bedrijfsgrootte in termen van werkgelegenheid de omvang van de steun. Van het totale bedrag aan loonsteun ging ruim de helft naar bedrijven met 50 werkzame personen of meer. Bij de vastelastenregeling hing de omvang van de steun niet samen met de personeelsomvang, maar met de hoogte van de afschrijvingen op vaste activa en van de overige bedrijfskosten. Het merendeel van de subsidie ging naar middelgrote bedrijven van 2 tot 10 en van 10 tot 50 werkzame personen.
| Bedrijfstak | 1 wp | 2 tot 10 wp | 10 tot 50 wp | 50 wp of meer |
|---|---|---|---|---|
| Horeca | 0,2 | 0,9 | 1,1 | 0,4 |
| Handel | 0,3 | 0,7 | 0,5 | 0,2 |
| Cultuur, sport en recreatie | 0,3 | 0,4 | 0,3 | 0,1 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 0,2 | 0,6 | 0,1 | 0,0 |
| Verhuur en overige zakelijke diensten | 0,1 | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| Specialistische zakelijke diensten | 0,1 | 0,2 | 0,2 | 0,0 |
| Vervoer en opslag | 0,1 | 0,2 | 0,1 | 0,1 |
| Nijverheid (geen bouw) | 0,0 | 0,1 | 0,2 | 0,1 |
| Informatie en communicatie | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,0 |
| Overige dienstverlening | 0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,0 |
| Bouwnijverheid | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,0 |
| Onderwijs | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Gezondheids- en welzijnszorg | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Financiële dienstverlening | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Bron: CBS, RVO | ||||
| Het bedrag is een optelsom van vastgestelde bedragen en nog niet vastgestelde bedragen. | ||||
Toekenningen en vaststellingen
Bij de TOGS ontvingen ondernemers bij toekenning meteen het definitieve bedrag van 4 duizend euro. Voor deze regeling vond geen vaststelling achteraf plaats. De daaropvolgende vastelastenregelingen waren, net als de loonkostenregelingen, gebaseerd op een verwacht percentage omzetverlies en een vooraf vastgesteld gemiddeld aandeel vaste lasten in de omzet per bedrijfstak. Achteraf wordt het bedrag vastgesteld op basis van de daadwerkelijke omzetten.
Voor de vastelastenregelingen ligt het aantal vaststellingen hoger dan bij de loonkostenregeling. Bij de eerste vier TVL-regelingen (TVL-1, TVL Q4 2020, TVL Q1 2021 en TVL Q2 2021) was het merendeel (86 tot 97 procent) van de toegekende bedragen eind juni 2022 vastgesteld. Voor de TVL Q3 2021 gold dit voor bijna de helft van de toegekende bedragen. Voor de recentere regelingen hebben er medio 2022 nog (vrijwel) geen vaststellingen plaats gevonden.
In totaal ontvingen bedrijven 864 miljoen euro uit de TOGS-regeling. Via de TVL Q1 2021 en TVL Q2 2021 werden in totaal de meeste subsidies verstrekt aan bedrijven; respectievelijk 2,1 en 2 miljard euro. Vanaf de TVL Q1 2021 stond de vastelastenregeling ook voor startende en grotere bedrijven open.
| Vastelastenregeling | Vastgesteld | Nog niet vastgesteld |
|---|---|---|
| TOGS | 0,864 | . |
| TVL-1 | 0,404 | 0,011 |
| TVL Q4 2020 | 1,091 | 0,044 |
| TVL Q1 2021 | 2,01 | 0,12 |
| TVL Q2 2021 | 1,779 | 0,281 |
| TVL Q3 2021 | 0,479 | 0,534 |
| TVL Q4 2021 | . | 1,533 |
| TVL Q1 2022 | . | 0,965 |
| Bron: CBS, RVO | ||
Van meer dan de helft van de bedrijven met een TVL-1 regeling lag het vastgestelde bedrag lager dan het toegekende. Precies het omgekeerde gold voor de daaropvolgende regeling, de TVL Q4 2020. Ruim twee derde van de bedrijven kreeg bij deze regeling een hogere vaststelling dan toekenning. Wat hierbij een rol speelde, is dat in de laatste drie maanden van 2020 Nederland van een gedeeltelijke lockdown naar een volledige lockdown ging. Hierdoor viel het omzetverlies van veel bedrijven hoger uit dan vooraf ingeschat. Tevens van belang is dat bij vaststelling van de TVL Q4 2020 een hoger subsidiepercentage werd gehanteerd dan bij de verlening. Bij de verlening was het subsidiepercentage 50 procent en bij vaststelling was dit 50 tot 70 procent, afhankelijk van de omzetderving.
Bij de TVL Q1 2021 en TVL Q2 2021 bleek dat het merendeel van de bedrijven vaak een goede inschatting had gemaakt van hun verwachte omzetverlies. Voor het eerste kwartaal van 2021 was bij 54 procent van de bedrijven de vaststelling gelijk aan de toekenning en in het tweede kwartaal was dit bij 77 procent het geval. In de loop der tijd werd tevens de groep bedrijven steeds kleiner waarvoor de vaststelling van de vastelastenregeling gelijk was aan nul. Bij de TVL-1 regeling gold dit voor 21 procent van de bedrijven en bij de TVL Q2 2021 nog voor slechts 2,5 procent. Bedrijven werden steeds realistischer in het inschatten van hun te verwachten omzetverlies. Het totaal van de vastgestelde bedragen per medio 2022 voor TVL-regelingen is 5,8 miljard euro. Per saldo tot nu toe valt dat 0,6 miljard euro lager uit dan eerder is toegekend op basis van ingeschat omzetverlies.
| Vaststelling hoger dan toekenning (>=105%) | Vaststelling gelijk aan toekenning (95%-105%) | Vaststelling lager dan toekenning (<=95%) | Vaststelling is 0 | |
|---|---|---|---|---|
| TVL 1 | 11,4 | 36,1 | 31,8 | 20,7 |
| TVL Q4 2020 | 64,1 | 14,0 | 9,5 | 12,4 |
| TVL Q1 2021 | 12,2 | 54,1 | 26,4 | 7,3 |
| TVL Q2 2021 | 9,7 | 77,1 | 10,7 | 2,5 |
| Bron: CBS, RVO | ||||
| Als het vastgestelde bedrag meer dan 5 procent hoger was dan het eerder toegekende bedrag, dan telt een bedrijf in deze figuur mee als ‘hoger’. Bij 'lager' hoort een vastgesteld bedrag van meer dan 5 procent beneden het eerder toegekende bedrag lag. Daartussen is het ‘gelijk’. | ||||
4.3Tozo
De Tozo was bedoeld om zelfstandig ondernemers te ondersteunen in hun inkomen voor levensonderhoud. Deze steun werd door gemeentes uitgekeerd aan huishoudens waarvan zeker één getroffen zelfstandige lid was. De registratie van het gebruik van de Tozo-regeling is dan ook op huishoudensniveau. Om te bepalen hoeveel bedrijven Tozo gebruikten, zijn de personen in deze huishoudens gekoppeld aan gegevens over zelfstandig ondernemers. Het gebruik van Tozo door bedrijven zoals beschreven in deze paragraaf is dan ook een indicatie.
Gebruik per aanvraagperiode
De Tozo werd aangekondigd in het eerste steunpakket van maart 2020 en liep in vijf aanvraagperiodes tot 1 oktober 2021. Tijdens de eerste aanvraagperiode werd het vaakst gebruik gemaakt van deze regeling. Bijna 313 duizend bedrijven maakten gebruik van Tozo-1, oftewel 17 procent van alle bedrijven. Tozo-2 werd door ongeveer 109 duizend bedrijven aangevraagd. Vanaf de tweede aanvraagperiode gold voor de Tozo een partnerinkomenstoets: de hoogte van de aanvullende uitkering was afhankelijk van het totale huishoudinkomen, in plaats van het persoonlijk inkomen zoals bij Tozo-1. Van Tozo-3 maakten bijna 124 duizend bedrijven gebruik. Daarna nam het gebruik af tot iets minder dan 45 duizend bij Tozo-5.
| 1 wp | 2 tot 10 wp | 10 tot 50 wp | 50 wp of meer | |
|---|---|---|---|---|
| Tozo-1 | 251,95 | 58,76 | 2,05 | 0,02 |
| Tozo-2 | 87,73 | 20,4 | 0,67 | . |
| Tozo-3 | 95,93 | 26,64 | 1,07 | . |
| Tozo-4 | 54,63 | 15,58 | 0,65 | . |
| Tozo-5 | 36,49 | 8,01 | 0,17 | . |
Het grootste deel (57 procent) van de bedrijven die een beroep deden op de Tozo, deed dat maar één keer. Veruit het grootste deel van deze bedrijven (93 procent) gebruikte alleen Tozo-1. Van alle Tozo-gebruikers nam 16 procent twee keer deel aan een regeling. Een op de tien bedrijven met Tozo maakte van alle vijf aanvraagperiodes gebruik. Maakten bedrijven vier of vijf keer gebruik van een Tozo-regeling, dan wordt hier gesproken van frequent gebruik. Dit gold voor 17 procent van alle bedrijven met een Tozo-regeling.
| Bedrijven met een Tozo-regeling | |
|---|---|
| Eén | 57,3 |
| Twee | 16,2 |
| Drie | 10,1 |
| Vier | 7 |
| Vijf (alle regelingen) | 9,5 |
Gebruik per branche
Bij de resultaten naar branches worden alleen de bedrijven met één werkzame persoon meegenomen. De Tozo-regeling werd vooral door eenmanszaken aangevraagd (81 procent). Vooral taxichauffeurs deden veelvuldig beroep op de Tozo-regeling, namelijk 44 procent. Daarnaast vallen kermisexploitanten op, 36 procent van hen gebruikte minstens vier keer Tozo. Naast vervoer per taxi komt in de top 10 van frequent gebruik ook de branche ongeregeld personenwegvervoer voor: 16 procent van deze eenmanszaken gebruikte frequent Tozo. Onder deze groep valt bijvoorbeeld vervoer per autobus van toeristen of andere groepen personen zonder vaste dienstregeling, en ander toeristisch vervoer als huifkarren. Van de kappers en auto- en motorrijscholen maakten respectievelijk 68 en 67 procent minimaal één keer gebruik van een Tozo-regeling. In deze branches werd door relatief weinig eenmanszaken frequent gebruik gemaakt van Tozo. Door 3 procent van de kappers en 4 procent van de rijscholen werd de Tozo veelvuldig gebruikt.
4.4Uitstel van belastingbetaling
Gedurende de hele steunperiode was er de mogelijkheid om bijzonder uitstel van belastingbetaling aan te vragen. Het uitstel kon voor bijna alle soorten belastingen verleend worden. Het uitstel betrof de op het moment van verzoek openstaande schuld. Er waren geen restricties qua type bedrijf. De cijfers in deze paragraaf hebben betrekking op bepaalde peilmomenten die overeenkomen met de momenten waarop de monitoringscijfers verschenen. Tussen deze peilmomenten kunnen bedrijven hun belastingschuld (volledig) hebben betaald.
Gebruik uitstel van belastingbetaling
In 2020 schommelde het aantal bedrijven met openstaand uitstel van belastingbetaling tussen de 127 en 140 duizend. Op 30 juni 2022 hadden bijna 205 duizend bedrijven openstaand uitstel van belastingbetaling. Dat is ongeveer 11 procent van alle bedrijven. Van alle bedrijven die eind juni 2022 nog belasting moesten betalen, was twee derde een eenmanszaak en een kwart een bedrijf met twee tot tien werkzame personen.
| 1 wp | 2 tot 10 wp | 10 tot 50 wp | 50 wp of meer | |
|---|---|---|---|---|
| 12-6-2020 | 65,685 | 40,62 | 16,735 | 4,78 |
| 31-7-2020 | 71,04 | 43,745 | 16,575 | 4,69 |
| 31-8-2020 | 77,485 | 38,935 | 14,65 | 4,125 |
| 30-9-2020 | 82,475 | 39,005 | 14,21 | 3,87 |
| 18-1-2021 | 115,785 | 48,555 | 14,66 | 3,43 |
| 28-2-2021 | 123,58 | 54,005 | 17,61 | 4,215 |
| 4-6-2021 | 121,555 | 51,305 | 15,31 | 3,41 |
| 3-9-2021 | 131,545 | 52,32 | 15,33 | 3,3 |
| 31-12-2021 | 130,4 | 51,42 | 14,83 | 3,12 |
| 30-6-2022 | 135,495 | 51,745 | 14,735 | 2,995 |
| Bron: CBS, Belastingdienst | ||||
Het uitstaande uitgestelde bedrag hangt samen met het aantal bedrijven met openstaand uitstel van belastingbetaling. Met de toename van het aantal bedrijven met een openstaande belastingschuld van 2020 naar 2021 steeg ook de omvang van de totale openstaande belastingschuld. Op het meest recente peilmoment, 30 juni 2022, stond nog een belastingschuld open van 20,8 miljard euro.
| Uitstaand bedrag (mln euro) | |
|---|---|
| 12-6-2020 | 9,837 |
| 31-7-2020 | 11,339 |
| 31-8-2020 | 9,782 |
| 30-9-2020 | 9,031 |
| 18-1-2021 | 13,229 |
| 28-2-2021 | 16,843 |
| 4-6-2021 | 17,375 |
| 3-9-2021 | 19,454 |
| 31-12-2021 | 19,159 |
| 30-6-2022 | 20,845 |
| Bron: CBS, Belastingdienst | |
Uitstel naar type belasting
Bij aanvraag van uitstel van bijvoorbeeld inkomstenbelasting werd ook gelijktijdig uitstel verleend voor bijdrage zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffing en omzetbelasting, en omgekeerd. Vooral eenmanszaken en bedrijven met twee tot tien werkzame personen hebben uitstel van bijdrage zorgverzekeringswet en inkomstenbelasting gekregen. Bij het uitstel van betaling voor loonheffingen en vennootschapsbelasting, gaat het vooral om bedrijven met minstens tien werkzame personen.
| 1 wp | 2 tot 10 wp | 10 tot 50 wp | 50 wp of meer | |
|---|---|---|---|---|
| Inkomstenbelasting | 60,4 | 21,0 | 3,3 | 0,1 |
| Bijdrage zorgverzekeringswet | 67,0 | 24,0 | 3,5 | 0,0 |
| Vennootschapsbelasting | 13,3 | 25,9 | 50,9 | 51,4 |
| Loonheffingen | 15,5 | 71,9 | 89,5 | 90,1 |
| Omzetbelasting (btw) | 70,2 | 83,2 | 78,0 | 70,0 |
| Bron: CBS, Belastingdienst | ||||
4.5Gecombineerd gebruik meerdere regelingen
Bedrijven konden tijdens de coronacrisis veelal aanspraak maken op meerdere soorten steun, bijvoorbeeld door twee of meer verschillende regelingen te gebruiken op hetzelfde moment of door tijdens verschillende steunrondes andere soorten regelingen te gebruiken. Van de bedrijven die gebruik maakten van minstens een van de vier grote regelingen, maakte bijna twee vijfde gebruik van twee of meer verschillende typen steun. De overige drie vijfde deed tijdens de crisis beroep op slechts één grote regeling.
In deze paragraaf wordt specifieker ingegaan op dit gecombineerd gebruik. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijven met één werkzame persoon en bedrijven met twee of meer werkzame personen, omdat de verschillende regelingen verschillende doelgroepen hebben. Het gecombineerd gebruik van de meest gebruikte soorten steunmaatregelen wordt uitgelicht. Voor bedrijven met één werkzame persoon zijn dat de vastelastenregelingen, de Tozo (de regeling specifiek bedoeld voor zelfstandig ondernemers) en het uitstel van belastingbetaling. Voor bedrijven met twee of meer werkzame personen zijn dat de NOW (de loonkostenregelingen, specifiek bedoeld voor bedrijven met werknemers), de vastelastenregelingen en het uitstel van belastingbetaling.
Bedrijven met één werkzame persoon maakten meestal gebruik van maar één van de grote regelingen. Gebruik van enkel Tozo kwam het vaakst voor, namelijk bij 39 procent van de eenmanszaken die een beroep deden op een grote steunmaatregel (170 duizend bedrijven). Bij de tweede groep – bedrijven met twee of meer werkzame personen – komt gecombineerd gebruik van drie grote steunmaatregelen van alle mogelijke combinaties juist het meest voor. De verschillen tussen de combinaties zijn hier kleiner. Een vijfde van de bedrijven met minstens één grote coronasteunmaatregel maakte aanspraak op alle drie de grote betreffende regelingen. Het gaat om 44 duizend bedrijven. Van de eenmanszaken maakten 22 duizend bedrijven (5 procent) aanspraak op drie grote regelingen.
een vastelastenregeling of uitstel van belastingbetaling)Verberg tabel4.5.1 Gecombineerd gebruik grote coronasteunmaatregelen, bedrijven met één wp (% bedrijven met één werkzame persoon die gebruik maken van de Tozo,
een vastelastenregeling of uitstel van belastingbetaling)
| Aandeel bedrijven | |
|---|---|
| Een grote regeling | . |
| Enkel Tozo | 39,2 |
| Enkel uitstel van belastingbetaling | 23,3 |
| Enkel een vastelastenregeling | 10,1 |
| Twee grote regelingen | . |
| Tozo en uitstel van belastingbetaling | 9,9 |
| Tozo en een vastelastenregeling | 9 |
| Een vastelastenregeling en uitstel van belastingbetaling | 3,4 |
| Drie grote regelingen | . |
| Tozo, een vastelastenregeling en uitstel van belastingbetaling | 5,1 |
| Bron: CBS, RVO, Belastingdienst | |
de NOW, een vastelastenregeling of uitstel van belastingbetaling)Verberg tabel4.5.2 Gecombineerd gebruik grote coronasteunmaatregelen, bedrijven met twee of meer wp (% bedrijven met twee of meer werkzame personen die gebruik maken van
de NOW, een vastelastenregeling of uitstel van belastingbetaling)
| Aandeel bedrijven | |
|---|---|
| Een grote regeling | . |
| Enkel een vastelastenregeling | 18,2 |
| Enkel uitstel van belastingbetaling | 14,7 |
| Enkel NOW | 12,5 |
| Twee grote regelingen | . |
| NOW en een vastelastenregeling | 16,5 |
| NOW en uitstel van belastingbetaling | 10,5 |
| Een vastelastenregeling en uitstel van belastingbetaling | 5,2 |
| Drie grote regelingen | . |
| NOW, een vastelastenregeling en uitstel van belastingbetaling | 22,3 |
| Bron: CBS, RVO, UWV, Belastingdienst | |
Noten
Bedragen naar bedrijfstak zijn alleen beschikbaar voor gekoppelde bedrijfseenheden. Het totaal over alle bedrijfstakken is dan ook iets kleiner dan het totale regelingsbedrag zoals genoemd in hoofdstuk 3.
Bedragen naar bedrijfstak zijn alleen beschikbaar voor gekoppelde bedrijfseenheden. Het totaal over alle bedrijfstakken is dan ook iets kleiner dan het totale regelingsbedrag zoals genoemd in hoofdstuk 3.