Maatschappij

Cijfers - Vrije tijd

In 2017 verbleven 24,3 miljoen Nederlandse en 17,9 miljoen buitenlandse gasten in logiesaccommodaties in Nederland. Nederlandse gasten waren goed voor 67,5 miljoen overnachtingen in 2017, gasten uit het buitenland voor 44,2 miljoen overnachtingen.

Het aantal gasten dat in Nederlandse logies­accommodaties verbleef, is in 2017 gestegen naar 42 miljoen, een groei van bijna 9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dit is de sterkste groei sinds 2006. De groei van het toerisme wordt vooral gedragen door buitenlandse gasten. Het aantal buitenlandse gasten steeg met 13 procent vergeleken met 2016. Het binnenlandse toerisme nam met ruim 5 procent toe.

Net als het aantal gasten steeg ook het aantal overnachtingen in Nederlandse logiesaccommodaties, naar 111,7 miljoen (2017). De groei komt vooral door de stijging van het aantal overnachtingen in hotels, met bijna 10 procent. Maar ook het aantal overnachtingen op huisjesterreinen nam met ruim 5 procent toe. Gasten verbleven daarentegen minder nachten op kampeerterreinen. Het aantal overnachtingen op campings daalde met ruim 5 procent.

De meeste slaapplaatsen in logiesaccommodaties per vierkante kilometer landoppervlakte zijn te vinden in Zeeland en Noord-Holland. Het aanbod van slaapplaatsen is echter heel verschillend. In Zeeland is twee derde van het logiesaanbod op kampeerterreinen, terwijl het aanbod in Noord-Holland voor bijna de helft bestaat uit slaapplaatsen in hotels. Een groot deel van de hotelbedden staat in de regio Amsterdam.

Personen zijn aan het sporten in een fitnesscentrum. In Nederland zijn 2,25 miljoen mensen lid van een fitnesscentrum. Van alle leden van fitnesscentra is 12 procent jonger dan 18 jaar.

Een fitnesscentrum heeft gemiddeld ruim 1 100 leden. Het aantal leden varieert van zo’n 400 bij kleine fitnesscentra tot ruim 3 duizend bij grote fitnesscentra. In totaal hadden Nederlandse fitnesscentra 2,25 miljoen leden, waarvan 12 procent jonger dan 18 jaar. Bijna negen op de tien fitnessclubs biedt ook groepslessen aan. Een kwart van alle fitnesscentra doet dat niet (alleen) met een instructeur, maar ook via een beeldscherm.

Smartphones en laptops waren in 2017 de meest gebruikte apparaten om mee te internetten. Smartphones waren aanwezig in 85 procent van de huishoudens, laptops in 78 procent van de huishoudens. Vooral smartphones hebben de laatste jaren veel terrein gewonnen. In 2012 beschikte nog maar de helft van de huishoudens over één of meer smartphones. Huishoudens hebben ook vaker een tablet, smart tv of tv met een settopbox. In 2017 had twee derde van de huishoudens een tablet, bijna de helft had een smart tv of tv met settopbox.

Ouderen maken steeds vaker gebruik van sociale media. In 2017 zei 64 procent van de 65- tot 75-jarigen actief te zijn geweest op sociale media. Vijf jaar eerder was dat nog 24 procent. Ook het socialemediagebruik van 75-plussers neemt toe. Inmiddels maakt meer dan een derde van de 75-plussers gebruik van sociale media, tegen 5 procent in 2012. Van de jongeren maakt vrijwel iedereen gebruik van sociale media.

Meer dan drie kwart van de Nederlanders van 12 jaar of ouder kocht in 2017 iets via internet. Dit is een toename van 12 procentpunt vergeleken met vijf jaar eerder. Vooral kleding of sportartikelen, vakanties en kaartjes voor evenementen werden online aangeschaft. Op internet levensmiddelen of andere (dagelijkse) boodschappen bestellen nam de afgelopen jaren het meest toe.

Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder deed in 2017 vrijwilligerswerk. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen. Mannen en vrouwen zetten zich voor verschillende soorten organisaties in. Mannen zijn vooral actief voor sportverenigingen, vrouwen doen vaker vrijwilligerswerk voor scholen en in de verzorging.

Drie op de tien Nederlanders van 15 jaar of ouder hebben dagelijks contact met familieleden die niet bij hen in huis wonen. Een ongeveer even grote groep heeft dagelijks contact met vrienden. Met buren heeft 14 procent dagelijks contact, terwijl 12 procent zelden of nooit contact heeft met de buren. De frequentie van sociale contacten is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
- Nihil
- (Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0(0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets(blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2017-2018 2017 tot en met 2018
2017/2018 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2017 en eindigend in 2018
2015/’16-2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2015/’16 tot en met 2017/’18

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.