Maatschappij

Trends

Vitale 65-plussers

Nederland telt steeds meer 65-plussers: op 1 januari 2017 waren 3,2 miljoen Nederlanders 65 jaar of ouder, ruim 1 miljoen meer dan twintig jaar eerder. De sterke groei van het aantal 65-plussers is het effect van de naoorlogse babyboom, die liep tot 1955. De kinderen die toen geboren zijn, zijn inmiddels bijna allemaal de 65 is gepasseerd. De 65-plusser van nu is relatief gezond en fit, leeft langer dan 65-plussers vroeger en staat volop in het leven.

Nederland telde in 2017 meer 65-plussers dan twee decennia daarvoor. Het aantal mensen van 65 jaar of ouder nam in deze twintig jaar met 50 procent toe van 2,1 miljoen naar 3,2 miljoen mensen. De totale Nederlandse bevolking groeide in deze periode met 10 procent veel minder hard. Was in 1997 nog ruim 13 procent van de Nederlanders 65 jaar of ouder, twee decennia later was dit ruim 18 procent. Vrouwen waren net als twintig jaar terug oververtegenwoordigd onder de groep 65-plussers. Dit verschil wordt echter kleiner, doordat mannen tegenwoordig ook vaker ouder worden. De gemiddelde leeftijd van 65-plussers bleef met ruim 74 jaar ongeveer hetzelfde als twintig jaar eerder.

Vaker oud in goede gezondheid

Mannen en vrouwen worden steeds ouder. In 2015 had een 65-jarige man een levensverwachting van bijna 19 jaar; een 65-jarige vrouw had nog ruim 21 jaar in het verschiet. Twintig jaar geleden was de levensverwachting op 65-jarige leeftijd nog 15 jaar (mannen) en ruim 19 jaar (vrouwen). Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen is tegenwoordig dus kleiner. Wel bereiken vrouwen nog steeds hogere leeftijden dan mannen. Het kleinere verschil in levensverwachting tussen beide seksen, hangt samen met het feit dat het verschil in aantal rokende mannen en rokende vrouwen steeds kleiner is geworden. Naast het feit dat 65-jarigen ouder worden, neemt ook de levensverwachting in goed ervaren gezondheid toe. Vooral mannen hebben de afgelopen twee decennia gezondheidswinst geboekt. Gemiddeld kregen zij er drie gezonde jaren bij, terwijl voor vrouwen het aantal gezonde jaren toenam met twee jaar. De levensverwachting zonder lichamelijke gebreken nam nog meer toe dan de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid.

Mannen en vrouwen van 65 jaar hebben hun ziektevrije levensverwachting wel iets zien dalen. Daar zijn verschillende mogelijke verklaringen voor. Zo kunnen verbeterde en op jongere leeftijden uitgevoerde screeningsprogramma’s ertoe leiden dat meer mensen zich bewust zijn van aandoeningen die ze hebben. Door betere behandelmethoden leven mensen ook langer met een aandoening. Maar ook komen sommige ziekten, zoals diabetes, simpelweg meer voor dan twintig jaar geleden. De chronisch zieke 65-plussers geven anno 2016 het vaakst aan te maken te hebben met een te hoge bloeddruk of gewrichtsslijtage.

Langer zelfstandig wonen

Ouderen leven niet alleen steeds langer, ze leven ook langer zelfstandig en minder vaak in een verpleeg- of verzorgingstehuis. Begin deze eeuw woonde 81 procent van de 75-plussers zelfstandig, in 2017 was dat bijna 88 procent. Ruim 617 duizend 75-plussers woonden samen en nog eens 530 duizend woonden alleen. Tot de leeftijd van 80 jaar wonen relatief weinig ouderen in een tehuis. Echter, ook het aandeel 80-plussers in tehuizen neemt al jaren af. In 1997 woonde 23 procent van de 80-plussers in een verpleeg- of verzorgingstehuis, 20 jaar later was dat nog geen 12 procent. De afname heeft zich ook bij jongere leeftijdscategorieën voorgedaan.

Tegenwoordig hebben 65-plussers ook vaker een eigen koopwoning. Eind jaren negentig had ongeveer een op de drie ouderen een eigen woning. In 2008 was dit al 45 procent, en anno 2015 bezit de helft van de 65-plushuishoudens een eigen woning. Zes op de tien babyboomers hebben een eigen huis, tegen vier op de tien 75-plussers.

Sportieve 65-plussers

De 65-plusser van nu is sportief. Bijna 16 procent van de 65- tot 75-jarigen had in 2016 een abonnement op een fitnesscentrum, zwembad of andere sportaanbieder en ruim 15 procent was lid van een sportvereniging. Van alle Nederlanders van 4 jaar en ouder had 20 procent een sportabonnement en was ruim 24 procent lid van een sportvereniging. Van de 75-plussers sport een kwart nog wekelijks, en van de 65- tot 75-jarigen ruim 4 op de 10. Mensen in laatstgenoemde leeftijdscategorie voldoen ook het vaakst van alle Nederlanders aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (meer dan 77 procent). Ook zitten 65-plussers vaak op de fiets: 65- tot 75-jarigen fietsen gemiddeld bijna 2,6 kilometer per dag. Alleen tieners en jongeren tot 25 jaar maken meer fietskilometers per dag.

De gemiddelde fietsafstand per persoon per dag in 2015 bedraagt voor personen van 12 tot 18 jaar 6,2 kilometer, personen van 18 tot 25 jaar 2,7 kilometer, personen van 25 tot 35 jaar 2,2 kilometer, personen van 35 tot 50 jaar 2,3 kilometer, personen van 50 tot 65 jaar 2,6 kilometer, personen van 65 tot 75 jaar 2,6 kilometer en personen van 75 jaar of ouder 1,4 kilometer.

Meer grijs op de weg

Nederland telde begin 2017 bijna 1,7 miljoen auto’s waarvan de eigenaar 65 jaar of ouder is.
Dat zijn 675 duizend meer auto’s dan tien jaar eerder. Daarmee bezitten 65-plussers bijna 68 procent van de personenauto’s die er de afgelopen tien jaar in Nederland bijkwamen. Achter deze forse groei van het aantal auto’s zit niet alleen een groter aantal 65-plussers, maar ook een stijging van het autobezit. Zo nam onder 65-plussers het autobezit toe van 420 auto’s per duizend personen begin 2007 naar 528 per duizend begin 2017.

Autobezit en autogebruik zijn dus meer gemeengoed geworden onder 65-plussers. Met name vrouwen van 65 jaar of ouder hebben nu vaker een rijbewijs dan vroeger. Er is echter nog steeds een groot verschil in autobezit tussen mannen en vrouwen: zo’n drie kwart van de mannen van 65-plus heeft een auto op naam staan, tegenover een kwart van de vrouwen. En de meest gekozen kleur door autobezitters van 65 jaar en ouder? Grijs.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

Niets (blanco) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. Het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
* Voorlopige cijfers
** Nader voorlopige cijfers
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2014/’15-2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2014/’15 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is er toch achteraf een onvolkomenheid geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Dinsdag 16 oktober 2018

Economie – Cijfers bouwen en wonen

In de inleidende tekst zijn enkele percentages niet juist. De omzet van de burgerlijke en utiliteitsbouw is in 2016 9,4 procent en niet 9,2 procent. De omzet van de grond-, weg- en waterbouw ging 1,4 procent achteruit i.p.v. 1,0 procent. De omzet van kleine bedrijven steeg met gemiddeld 8,5 procent i.p.v. 8,6 procent.