Maatschappij

Cijfers - Vrije tijd

Hotels, hostels en bed and breakfasts telden de afgelopen jaren steeds meer overnachtingen. Hetzelfde geldt voor huisjesterreinen. Kamperen binnen Nederland werd echter niet vaker gedaan.
Het aantal kampeerterreinen is de afgelopen jaren ook teruggelopen, terwijl het aantal bedden in hotels en huisjes juist een stijgende trend kent.

Van alle overnachtingen in Nederland in 2016 werd 63 procent gedaan door Nederlandse gasten. In Noord-Holland lag de verhouding echter precies andersom: daar was het aandeel overnachtingen door buitenlandse gasten 65 procent. In Noord-Holland vinden ook de meeste overnachtingen plaats.

Nederlanders vieren vaker vakantie in de zomerperiode (van mei tot en met september) dan in de winterperiode (van oktober tot en met april). Sinds 1992 is het aantal wintervakanties gestegen van 8,8 miljoen naar 14,7 in 2016. Opvallend is dat het aantal wintervakanties in Nederland net zo hard groeit als het aantal wintervakanties in het buitenland. Het aantal buitenlandse vakanties in de zomer stijgt eveneens, van 7,3 miljoen in 1992 tot ruim 10,6 miljoen in 2016.

Voor zomervakanties binnen Nederland is er geen duidelijke toename, al was er rond de eeuwwisseling een opleving. Dit aantal ligt in 2016 net als in 1992 op ruim 10 miljoen, met een piek van ruim 12 miljoen vakanties in 2001.

Lees verder...

Nederlanders gaan de afgelopen 25 jaar steeds vaker op vakantie naar het buitenland. Lag het aantal vakanties in 1992 nog op 11,4 miljoen, in 2016 gaan Nederlanders bijna 18,0 miljoen keer naar het buitenland op vakantie. De auto is het meest gebruikte vervoermiddel, met een toename van bijna 3 miljoen autovakanties tot 9,7 miljoen in 2016. Het aantal vliegvakanties is in die periode meer dan verdrievoudigd van 2,1 miljoen in 1992 tot 6,8 miljoen in 2016.

Steeds meer Nederlanders hebben ten minste basisvaardigheden met computer en internet. Een groot deel bezit zelfs meer dan basale vaardigheden in ICT. Het percentage Nederlanders met weinig of geen vaardigheden is in 2016 afgenomen ten opzichte van 2015.
De percentages hebben betrekking op personen die in de drie maanden voorafgaand aan het onderzoek internet gebruikt hebben. Om die reden tellen ze niet op tot 100: niet iedereen heeft in die drie maanden internet gebruikt.

Smartphones en laptops waren in 2016 de meest gebruikte apparaten voor huishoudens om mee te internetten. Acht op de tien huishoudens heeft één of meerdere smartphones en drie kwart heeft een laptop. Vooral smartphones hebben de laatste jaren veel terrein gewonnen: in 2012 beschikte nog maar 50 procent van de huishoudens over één of meer smartphones.

In 2016 had 73 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder iets gekocht via internet, een toename van 9 procentpunten vergeleken met vier jaar eerder. Net als in voorgaande jaren werden online vooral kleding of sportartikelen, reizen en vakanties en kaartjes voor evenementen aangeschaft.

Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder heeft het afgelopen jaar vrijwilligerswerk gedaan. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen. Wel zetten zij zich voor verschillende soorten organisaties in: mannen zetten zich vooral in voor sportverenigingen, terwijl vrouwen vaker vrijwilligerswerk doen voor scholen en in de verzorging.

Ruim drie op de tien Nederlanders van 15 jaar of ouder hebben dagelijks contact met familieleden die niet bij hen in huis wonen. Een ongeveer even grote groep heeft dagelijks contact met vrienden. Met buren heeft 15 procent dagelijks contact, terwijl 12 procent zelden of nooit contact heeft met de buren. De frequentie van sociale contacten is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

Niets (blanco) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. Het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
* Voorlopige cijfers
** Nader voorlopige cijfers
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2014/’15-2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2014/’15 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is er toch achteraf een onvolkomenheid geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Dinsdag 16 oktober 2018

Economie – Cijfers bouwen en wonen

In de inleidende tekst zijn enkele percentages niet juist. De omzet van de burgerlijke en utiliteitsbouw is in 2016 9,4 procent en niet 9,2 procent. De omzet van de grond-, weg- en waterbouw ging 1,4 procent achteruit i.p.v. 1,0 procent. De omzet van kleine bedrijven steeg met gemiddeld 8,5 procent i.p.v. 8,6 procent.