Maatschappij

Cijfers - Verkeer

Het aantal personenauto’s neemt nog steeds toe. Begin 2017 telde Nederland 8,2 miljoen personenauto’s, een miljoen meer dan tien jaar geleden. Ook het aantal motor- en bromfietsen blijft stijgen. De afgelopen tien jaar steeg het aantal motor- en bromfietsen met bijna 500 duizend tot 1,8 miljoen in 2017. Het aantal bedrijfsvoertuigen is nagenoeg onveranderd.

Ruim 53 procent van alle bedrijfsbestelauto’s stond in 2015 op naam van bouwbedrijven of bedrijven binnen de groot- en detailhandel. Ten opzichte van 2009 is het aantal bestelauto’s op naam van bedrijven binnen deze branches gedaald. Bedrijven in de verhuur en overige zakelijke dienstverlening en landbouwbedrijven hadden in 2015 juist meer bestelauto’s op naam staan.

Het aantal voertuigen met een bromfietskenteken, zoals brommers, snorfietsen en brommobielen, is in vergelijking met andere motorvoertuigen, zoals auto’s en motorfietsen, de afgelopen jaren sterk gestegen. Dit komt vooral door de toegenomen populariteit van de snorfiets. Sinds 2012 telt Nederland meer snorfietsen dan brommers. Begin 2017 waren er zo’n 200 duizend meer snorfietsen dan brommers.

Verandering in bevolking, autobezit en autokilometers in 2005-2015 per leeftijdsgroep. Personen van 18 tot 30 jaar bevolking +8procent, autobezit per duizend personen -8 procent, kilometer per inwoner -11 procent. Personen van 30 tot 50 jaar bevolking -11 procent, autobezit per duizend personen +3 procent, kilometer per inwoner -1 procent. Personen van 50 tot 65 jaar bevolking +13 procent, autobezit per duizend personen +12 procent, kilometer per inwoner +6 procent. Personen van 65 tot 75 jaar bevolking +39 procent, autobezit per duizend personen +21 procent, kilometer per inwoner +20 procent. Personen van 75 jaar of ouder bevolking +24 procent, autobezit per duizend personen +36 procent, kilometer per inwoner +39 procent.

Particulieren reden 91 miljard kilometer met hun personenauto’s in 2015. Dit is een stijging van 6 procent ten opzichte van 2005. De afstand die 65-plussers aflegden met hun auto’s nam in deze periode het sterkst toe, met 68 procent tot 14,2 miljard kilometer. Het aantal autokilometers dat jongvolwassen van 18 tot 30 jaar maakten daalde juist in deze periode met 4 procent tot 10,6 miljard kilometer.

Gemiddeld werd in 2015 met elektrische personenauto’s 16,3 duizend afgelegd, met plug-in hybrides 17,4 duizend kilometer. Deze auto’s werden voornamelijk gebruikt door bedrijven: 85 procent van de stekkerauto’s werd bedrijfsmatig ingezet. Ook personenauto’s  op aardgas en diesel zijn vaak in bezit van bedrijven. Deze auto’s reden gemiddeld de meeste kilometers, te weten ruim 26 duizend en 23 duizend kilometer per jaar. Het minst werd gereden met auto’s op LPG en benzine.

Regionaal zijn er grote verschillen in het aantal voertuigen dat gemiddeld per uur op de rijkswegen rijdt. In de regio Utrecht, waar de rijkswegen A1, A2, A12, A27 en A28 liggen, reden in 2016 elk uur gemiddeld 4 286 personenauto’s, vrachtvoertuigen, bussen of motorfietsen. Daarmee is dit de drukste regio van Nederland. Het is hier op de wegen ruim 16-maal zo druk als in de regio Delfzijl en omgeving, de meest voertuigluwe regio.

De Volkswagen Golf en Volkswagen Polo zijn de meest voorkomende automodellen bij autobezitters tot 30 jaar. Ook bij 65-plussers zijn deze Volkswagens populair, maar deze groep rijdt nog vaker in een Renault Megane Scenic of een Toyota Yaris.

Van de Nederlandse bevolking van 17 jaar of ouder heeft 80 procent een autorijbewijs. Ruim 90 procent van de 50- tot 60-jarigen bezit een rijbewijs, het meest van alle leeftijdsgroepen. Jongeren onder de 30 en 75-plussers hebben minder vaak een rijbewijs.

Het aantal passagiers dat van of naar de Nederlandse luchthavens vliegt, neemt al jaren toe.
Waar in 2016 bijna 70,3 miljoen passagiers in- en uitcheckten, waren dit er tien jaar eerder 48,6 miljoen. Mede door de opkomst van prijsvechters wordt het passagiersvervoer binnen Europa steeds belangrijker.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

Niets (blanco) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. Het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
* Voorlopige cijfers
** Nader voorlopige cijfers
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2014/’15-2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2014/’15 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is er toch achteraf een onvolkomenheid geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Dinsdag 16 oktober 2018

Economie – Cijfers bouwen en wonen

In de inleidende tekst zijn enkele percentages niet juist. De omzet van de burgerlijke en utiliteitsbouw is in 2016 9,4 procent en niet 9,2 procent. De omzet van de grond-, weg- en waterbouw ging 1,4 procent achteruit i.p.v. 1,0 procent. De omzet van kleine bedrijven steeg met gemiddeld 8,5 procent i.p.v. 8,6 procent.