Maatschappij

Cijfers - Cultuur

De inkomsten van musea in Nederland bestonden in 2015 voor 24 procent uit Rijkssubsidies, 18 procent uit gemeentelijke subsidies, 5 procent uit overige subsidies, 3 procent uit sponsoring, 6 procent uit winkel en  horeca, 16 procent uit publieke en private middelen, 20 procent uit entree en 8 procent uit overige inkomsten.

In 2015 waren overheidssubsidies de belangrijkste inkomstenbron van Nederlandse musea. De afgelopen tien jaar is het aandeel van de subsidies wel sterk teruggelopen: in 2005 bestond nog bijna twee derde van de inkomsten uit subsidies, in 2015 was dat 47 procent. Eigen inkomsten uit entreekaartjes, museumwinkels en horeca, en publieke en private bijdragen, zoals giften en goede doelen, worden steeds belangrijker voor musea.

De economische crisis die eind 2008 begon zorgde ervoor dat er minder toeristen naar Nederland kwamen. Na 2009 nam het aandeel buitenlandse bezoeken aan Nederlandse musea geleidelijk weer toe tot 28 procent van het totaal aantal bezoeken in 2015. Deze toename gaat samen met de stijging van het aantal buitenlandse toeristen dat Nederland bezoekt. Van deze groei profiteren vooral de grote musea.

Het aantal bezoeken aan professionele podiumkunstvoorstellingen lag in 2015 6 procent hoger dan in 2012. In dezelfde periode namen ook de publieksgebonden inkomsten van de 337 podia toe: in 2015 lagen deze baten uit entree, garderobe en merchandising 13 procent hoger dan in 2012.

In 2015 telden de 156 openbare bibliotheken zo’n 3,8 miljoen leden; waarvan 61 procent jongeren. Bibliotheken hebben de laatste jaren een bredere functie gekregen dan alleen het uitlenen van boeken: in 2015 organiseerden zij ook zo’n 81,5 duizend activiteiten op het gebied van laaggeletterdheid en educatie.

Het aandeel volwassenen dat zich tot een kerkelijke gezindte rekent is in de loop der jaren steeds kleiner geworden. In 2004 gold dat nog voor 59 procent van de bevolking van 18 jaar of ouder, terwijl dat aandeel in 2015 is gedaald tot de helft.

Jongeren rekenen zichzelf beduidend minder vaak tot een kerkelijke gezindte dan ouderen. In 2015 gaven zes op de tien jongeren aan niet tot een kerkelijke gezindte te behoren, tegenover drie op de tien 75-plussers. Van de gelovigen geven de meesten aan rooms-katholiek te zijn.

Mannen zijn vaker geïnteresseerd in politiek dan vrouwen. In 2016 had 57 procent van de mannen interesse in politiek tegen 42 procent van de vrouwen. De politieke interesse is sinds 2012 licht gedaald, zowel bij mannen als bij vrouwen.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

Niets (blanco) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. Het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
* Voorlopige cijfers
** Nader voorlopige cijfers
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2014/’15-2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2014/’15 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is er toch achteraf een onvolkomenheid geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Dinsdag 16 oktober 2018

Economie – Cijfers bouwen en wonen

In de inleidende tekst zijn enkele percentages niet juist. De omzet van de burgerlijke en utiliteitsbouw is in 2016 9,4 procent en niet 9,2 procent. De omzet van de grond-, weg- en waterbouw ging 1,4 procent achteruit i.p.v. 1,0 procent. De omzet van kleine bedrijven steeg met gemiddeld 8,5 procent i.p.v. 8,6 procent.