Economie

Cijfers - Energie

Het verbruik van elektriciteit is de laatste jaren vrij stabiel rond 120 miljard kWh. Het elektriciteitsverbruik in Nederland was het hoogst in 2008 (124 miljard kWh). Door onder andere de financiële crisis van 2008, de geringe economische groei daarna en besparingseffecten van bijvoorbeeld nieuwe energiezuinige apparaten is dat niveau sindsdien niet meer bereikt. Fluctuaties in de productie hangen samen met ontwikkelingen op de internationale elektriciteits­markt.

Het totale verbruik van elektriciteit wordt berekend als de som van de binnenlandse productie en het invoersaldo (invoer minus uitvoer).

Lees verder...

Steenkool wordt gebruikt voor productie van elektriciteit en ijzer en staal. Het verbruik van steenkool voor de productie van elektriciteit is de laatste jaren sterk toegenomen door het geleidelijk in gebruik nemen van nieuwe kolencentrales. Door het stilzetten van drie oude centrales is het verbruik in 2016 weer wat gedaald. Het verbruik van steenkool voor de ijzer- en staalproductie is vrij stabiel.

De winning van aardgas is de laatste jaren fors gedaald. Vanwege veiligheidsrisico’s door aardbevingen in Groningen als gevolg van de gaswinning heeft het kabinet het productieplafond stapsgewijs teruggeschroefd. Dit heeft een grote invloed op de aardgasbaten van de overheid. De baten staan verder onder druk door de dalende aardgasprijs.

Het gemiddeld jaarlijks aardgasverbruik van een woning vertoont vanaf 2004 een dalende trend. Het werkelijke verbruik is deels afhankelijk van de gemiddelde buitentemperatuur en vertoont daardoor een grillig verloop. Gecorrigeerd voor temperatuurverschillen tussen de jaren zien we een afname van circa 25 procent over deze periode.

Deze afname is een gevolg van onder meer energiebesparende maatregelen, energiezuinige nieuwbouw, en een toename van alternatieve warmtebronnen voor verwarming, zoals stadsverwarming en warmtepompen.

Lees verder...

De productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind, biomassa, zon- en waterkracht stijgt. De productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is in 2016 met 15 procent gestegen ten opzichte van 2015. Het nieuwe windmolenpark op zee bij Schiermonnikoog met een capaciteit van 600 megawatt heeft hier in belangrijke mate aan bijgedragen. Bijna 13 procent van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland werd in 2016 duurzaam opgewekt. Een jaar eerder was dat nog 11 procent.

Ten opzichte van 2006 is het verbruik van autogas door het wegverkeer met ongeveer 50 procent gedaald in 2016. Een belangrijke reden is dat het aantal auto’s dat op LPG rijdt sinds 2003 gehalveerd is. Net als in 2015 is er in 2016 sprake van een stijgend benzineverbruik. Aan de ene kant worden de verkochte benzineauto’s al jaren zuiniger. Anderzijds worden dankzij de aantrekkende economie meer kilometers gereden. De laatste jaren stabiliseert het dieselverbruik.

Door de sterke stijging van het vliegverkeer is het kerosineverbruik naar recordhoogte gestegen. Er werd in 2016 ruim 2,5 procent meer getankt dan in 2015. Dit betrof vrijwel uitsluitend brandstof voor het internationale vliegverkeer. Schiphol vervult een hub-functie waardoor er veel tussenlandingen zijn waarbij vliegtuigen opnieuw tanken. De hoeveelheid energie die de vliegtuigen tanken in Nederland komt overeen met 165 PJ. Dat is bijna evenveel als de getankte hoeveelheid benzine door auto’s.

De producentenprijzen van energiedragers zijn de laatste jaren gedaald. Aardgas is in 2016 het sterkst in prijs gedaald, en wel met 30 procent. De ontwikkeling van de prijs van elektriciteit wordt beïnvloed door de kolen- en gasprijs, omdat veel elektriciteit uit kolen en gas gemaakt wordt. Bij de producentenprijs gaat het om de prijs van goederen die beschikbaar zijn voor binnenlands verbruik. Dit is de prijs die producenten of importeurs hebben gekregen voor het geleverde energieproduct.

Deze prijzen staan onder invloed van ontwikkelingen op Europese en mondiale schaal en kunnen daarom sterk fluctueren.

Lees verder...

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

Niets (blanco) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. Het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
* Voorlopige cijfers
** Nader voorlopige cijfers
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2014/’15-2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2014/’15 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is er toch achteraf een onvolkomenheid geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Dinsdag 16 oktober 2018

Economie – Cijfers bouwen en wonen

In de inleidende tekst zijn enkele percentages niet juist. De omzet van de burgerlijke en utiliteitsbouw is in 2016 9,4 procent en niet 9,2 procent. De omzet van de grond-, weg- en waterbouw ging 1,4 procent achteruit i.p.v. 1,0 procent. De omzet van kleine bedrijven steeg met gemiddeld 8,5 procent i.p.v. 8,6 procent.