Arbeid en inkomen

Cijfers - Sociale zekerheid

Het aantal mensen met een bijstandsuitkering is sinds 2008 met 162 duizend toegenomen tot 506 duizend aan het eind van het derde kwartaal van 2016. Er zitten meer vrouwen in de bijstand dan mannen, maar bij mannen nam het aantal sinds 2008 sterker toe dan bij vrouwen. Begin 2008 zaten er nog 1,7 vrouwen voor elke man in de bijstand, dit is in het derde kwartaal van 2016 teruggelopen tot 1,3 vrouwen per man.

De groep personen die al vijf jaar of langer een bijstandsuitkering hebben, is afgenomen. In het derde kwartaal van 2008 maakten zij nog 48 procent uit van alle bijstandsontvangers, tegen 33 procent in het derde kwartaal van 2016. De helft van de bijstandsontvangers zit in het derde kwartaal van 2016 minder dan drie jaar in deze situatie.

Sinds het begin van de crisis eind 2008 is het aantal personen met een WW-uitkering voornamelijk gestegen, van bijna 150 duizend in september 2008 naar ruim 400 duizend eind 2014. In 2015 begon het aantal personen met een WW-uitkering weer te dalen. Eind september 2016 kwam het aantal uit op ruim 350 duizend.

Vanaf 2013 is de leeftijd voor de AOW-uitkering verhoogd. In 2016 is de AOW-leeftijd met drie maanden verhoogd en in de jaren daarvoor met steeds een maand. De gevolgen hiervan zijn terug te zien in de daling van het aantal mensen met een AOW-uitkering aan het begin van elk verslagjaar. Desondanks blijft het aantal personen dat AOW ontvangt stijgen, bij mannen iets meer dan bij vrouwen.

De Wet op de Arbeidsongeschikt­heidsverzekering (WAO) is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen vijf jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak. Het aantal mensen met een WAO-uitkering is daardoor flink gedaald, terwijl het aantal mensen met een WGA- of IVA-uitkering (beiden onderdeel van de WIA) is toegenomen.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

Niets (blanco) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. Het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
* Voorlopige cijfers
** Nader voorlopige cijfers
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 Het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2014/’15-2016/’17 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2014/’15 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is er toch achteraf een onvolkomenheid geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Dinsdag 16 oktober 2018

Economie – Cijfers bouwen en wonen

In de inleidende tekst zijn enkele percentages niet juist. De omzet van de burgerlijke en utiliteitsbouw is in 2016 9,4 procent en niet 9,2 procent. De omzet van de grond-, weg- en waterbouw ging 1,4 procent achteruit i.p.v. 1,0 procent. De omzet van kleine bedrijven steeg met gemiddeld 8,5 procent i.p.v. 8,6 procent.