Foto omschrijving: Bloemenveiling Royal FloraHolland.

Arbeidsmarkt

In dit hoofdstuk wordt de arbeidsmarkt van de provincies en de grote steden besproken. Er wordt ingegaan op de werkgelegenheidsontwikkeling, de ontwikkeling van de werkloosheid en de spanning op de arbeidsmarkt. Ook komt de arbeidsparticipatie per gemeente aan bod.

3.1Werkgelegenheid

Naast het bruto binnenlandsproduct groeide in 2019 ook de werkgelegenheid, met 2,3 procent. Dit is een toename van 173 duizend arbeidsjaren. In 2018 groeide de werkgelegenheid nog met ruim 222 duizend arbeidsjaren.

3.1.1 Arbeidsjaren (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Regio 2019* 2018*
Nederland 2,3 3,0
. .
Utrecht 2,4 2,8
Gelderland 2,3 2,7
Noord-Holland 2,3 4,1
Zuid-Holland 2,3 2,6
Noord-Brabant 2,3 3,0
Flevoland 2,3 3,7
Zeeland 2,3 3,5
Overijssel 2,2 3,6
Fryslân 2,2 2,8
Drenthe 2,2 1,9
Limburg 2,1 2,8
Groningen 2,0 1,7
* voorlopige cijfers

De werkgelegenheid groeide in alle provincies met 2 procent of meer ten opzichte van 2018. Utrecht had met 2,4 procent de grootste relatieve toename. Zeeland kent samen met Flevoland absoluut gezien de kleinste toename in arbeidsjaren: in beide provincies kwamen er slechts 3,3 duizend arbeidsjaren bij. Daarbij is het wel zo dat Zeeland sinds jaren het laagste werkloosheidspercentage kent van alle provincies. Uit nu beschikbare lange tijdreeksen vanaf 1995 blijkt dat er de afgelopen 25 jaar grote verschillen zijn tussen provincies in de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Zo groeide de werkgelegenheid in de periode 1995–2019 in Nederland totaal met ruim 30 procent. Er zijn echter grote provinciale verschillen die terug te leiden zijn naar de verschillen in de economische structuur van de provincies. Zo is de provincie Groningen veelal agrarisch en steeg de werkgelegenheid in die periode met slechts 12 procent. In de kleinste provincie Flevoland, met de aanwezigheid van veel leasebedrijven, nam de werkgelegenheid met bijna 68 procent toe. De provincie Utrecht kende mede door de aanwezigheid van veel financiële instellingen een groei van ruim 40 procent.

3.1.2Werkzame personen

1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017 2018* 2019* groei 2019 t.o.v. 2018 groei 2019 t.o.v. 1995
x 1 000 absoluut % absoluut %
Nederland 7 271,0 8 202,0 8 340,0 8 777,0 8 807,6 8 943,2 9 156,9 9 395,9 9 575,6 179,7 1,9 2 304,6 31,7
 
Groningen 260,3 270,9 269 278,6 277,1 284,4 291,8 296,5 301,6 5,1 1,7 41,3 15,9
Fryslân 251,9 279,6 284,6 305,6 297,5 303,1 307,5 314,4 320,3 5,9 1,9 68,4 27,2
Drenthe 196,5 211,2 220,1 229,8 226,1 223,9 229 233,8 238 4,2 1,8 41,5 21,1
Overijssel 491 532,7 536,9 592,6 584,5 596,2 614 634,7 646,7 12 1,9 155,7 31,7
Flevoland 109,7 136,9 153,2 174,1 169,9 170,8 175,9 182,7 186,2 3,5 1,9 76,5 69,7
Gelderland 825,9 918,7 952,1 1 027,8 1 017,2 1 033 1 055,4 1 080,9 1 102,2 21,3 2,0 276,3 33,5
Utrecht 577,4 674,6 690,9 727,1 730,5 739,9 767,7 790,1 805,9 15,8 2,0 228,5 39,6
Noord-Holland 1 301 1 507,6 1 506,4 1 523,4 1 608,5 1 632,1 1 662,5 1 714,9 1 747,8 32,9 1,9 446,8 34,3
Zuid-Holland 1 552,3 1 747,2 1 779,2 1 829,7 1 803,9 1 841,4 1 880,5 1 924,2 1 961,3 37,1 1,9 409,0 26,3
Zeeland 155,2 162,4 169,4 180,7 179,2 180,9 182,7 187,8 191,4 3,6 1,9 36,2 23,3
Noord-Brabant 1 056,3 1 219,1 1 245 1 344,7 1 355,3 1 376,3 1 412,6 1 446,6 1 474,3 27,7 1,9 418,0 39,6
Limburg 490,4 538,2 530 559,7 554,7 559,7 574,3 586,5 597 10,5 1,8 106,6 21,7

Bron:CBS

3.1.3Zelfstandigen

1995 2000 2005 2010 2015 2016 2017 2018* 2019* groei 2019 t.o.v. 2018 groei 2019 t.o.v. 1995
  x 1 000 absoluut % absoluut %
Nederland 1 318 1 261 1 281 1 379 1 492,2 1 517,9 1 541,7 1 566,6 1 581,4 14,8 0,9 263,4 20,0
 
Groningen 57,9 48,2 45,8 46,7 49,4 50 50,1 50,9 51,3 0,4 0,8 –6,6 –11,4
Fryslân 64,6 62,8 59,9 61,2 65,1 65,7 66,1 67,1 67,5 0,4 0,6 2,9 4,5
Drenthe 42,6 38,3 39,8 42,8 43,8 44,3 45 45,6 46 0,4 0,9 3,4 8,0
Overijssel 98,5 89,1 85,8 93,5 98,3 98,9 100,3 101,7 102,5 0,8 0,8 4 4,1
Flevoland 25,5 26,6 29 31,2 34,2 34,9 35,7 36,3 36,5 0,2 0,6 11 43,1
Gelderland 153,8 144,3 153,1 169 181,5 185 187,9 190,8 192,5 1,7 0,9 38,7 25,2
Utrecht 80,4 81,3 91,3 99,5 111,4 114,4 116,2 118,2 119,5 1,3 1,1 39,1 48,6
Noord-Holland 231,2 229,3 228 237 267,1 273,4 278,4 283,4 286,6 3,2 1,1 55,4 24,0
Zuid-Holland 247,5 239,3 242,3 261 286,5 293,2 300,6 305,6 308,8 3,2 1,0 61,3 24,8
Zeeland 34,3 32,3 32,8 36 37,9 38,3 38,8 39,3 39,5 0,2 0,5 5,2 15,2
Noord-Brabant 188,5 183,8 191,5 210,7 223,8 226,6 228,9 232,5 234,7 2,2 0,9 46,2 24,5
Limburg 93,1 85,8 81,6 90,4 93,3 93,3 93,8 95,2 96 0,8 0,8 2,9 3,1

Bron:CBS

Behalve in arbeidsjaren kan de werkgelegenheid ook worden weergegeven in het aantal werkzame personen. In totaal waren in 2019 ruim 9,5 miljoen personen werkzaam in Nederland. Dat zijn er bijna 180 duizend meer dan een jaar eerder. De sterkste stijging in absolute aantallen was in Zuid-Holland. Relatief gezien groeide het aantal werkzame personen het sterkst in Gelderland en Utrecht, in Groningen was de groei het laagst.

Bijna 84 procent van de werkzame personen in Nederland werkte in 2019 in loondienst, de rest zijn zelfstandigen. De groei van het aantal zelfstandigen was in 2019 met 0,9 procent een stuk kleiner dan die van het totaal aantal werkzame personen (1,9 procent). In Noord-Holland was de groei van het aantal zelfstandigen zowel absoluut als relatief het grootste en in Flevoland het kleinst.

Met de nu beschikbare tijdreeks vanaf 1995 is ook de groei ten opzichte van 2019 te zien. Het totaal aantal zelfstandigen steeg in bovenstaande periode met 20 procent. Utrecht kent de grootste stijging met 48,6 procent en Limburg de kleinste stijging met slechts 3,1 procent.

De ontwikkeling van het aantal zelfstandigen kan ook gemeten worden ten opzichte van de ontwikkeling van het totaal aantal werkzame personen. In 2019 was voor heel Nederland 8,2 procent van de toename in werkzame personen een zelfstandige. In Noord-Holland was dit percentage met 9,7 procent het hoogst. Ook in Drenthe lag dit percentage met 9,5 procent boven het Nederlands gemiddeld. In Flevoland en Zeeland was de toename van het aantal werkzame personen het minst vaak een zelfstandige, namelijk respectievelijk 5,7 procent en 5,6 procent.

3.1.4 Werkzame personen, 2019* (%)
Regio Zelfstandigen Werknemers
Nederland 16,5 83,5
. .
Fryslân 21,1 78,9
Zeeland 20,6 79,4
Flevoland 19,6 80,4
Drenthe 19,3 80,7
Gelderland 17,5 82,5
Groningen 17,0 83,0
Noord-Holland 16,4 83,6
Limburg 16,1 83,9
Noord-Brabant 15,9 84,1
Overijssel 15,8 84,2
Zuid-Holland 15,7 84,3
Utrecht 14,8 85,2
* voorlopige cijfers

Het aandeel zelfstandigen ten opzichte van het totaal aantal werkzame personen lag in Nederland op 16,5 procent. Met iets boven de 20 procent zijn er in Friesland en Zeeland relatief veel zelfstandigen. In Utrecht en Zuid-Holland werken relatief veel mensen in loondienst.

3.2Werkloosheid

Een werkloze is een persoon zonder betaald werk, die recent naar werk heeft gezocht en daarvoor direct beschikbaar is. In 2019 telde Nederland 314 duizend werklozen, 36 duizend minder dan in 2018. De werkloosheid bedroeg 3,4 procent van de beroepsbevolking.

De werkloosheid daalde in 2019 in alle Nederlandse provincies. In Groningen was de werkloosheid het hoogst: 4,4 procent van de beroepsbevolking was daar werkloos. De werkloosheid was ook relatief hoog in Friesland, Noord-Holland, Flevoland en Zuid-Holland. Zeeland is al vanaf 2009 de provincie met het laagste werkloosheidspercentage.

Ook het werkloosheidspercentage van de vier grote gemeenten nam af in 2019. De werkloosheid was met 3,5 procent het laagst in Utrecht. De werkloosheid daalde het sterkst in de gemeente Amsterdam, van 4,8 procent in 2018 naar 4,2 procent van de beroepsbevolking in 2019. De daling was ook relatief groot in Utrecht (–0,5 procentpunt). De werkloosheid was net als in voorgaande jaren het hoogst in Rotterdam (5,9 procent in 2019).

De regionale verschillen in werkloosheid in Nederland hangen in belangrijke mate samen met de demografische samenstelling en het onderwijsniveau van de bevolking. De hoge werkloosheid in Rotterdam hangt bijvoorbeeld samen met het relatief lage aandeel hoogopgeleiden in deze gemeente (CBS, augustus 2015).

De werkloosheid in Nederland en de afzonderlijke provincies was lager dan in de Europese Unie gemiddeld. De werkloosheid was wel hoger dan bijvoorbeeld in Tsjechië (2,0 procent) en buurland Duitsland (3,2 procent), de landen met de laagste werkloosheid binnen de EU. Nederland deelde met een werkloosheid van 3,4 procent plaats 4 op de ranglijst van laagste werkloosheid in de EU met Hongarije en Malta. In 2018 stond Nederland op de vijfde plaats. Griekenland kende binnen de EU de hoogste werkloosheid (17,3 procent).

3.2.1Werkloze beroepsbevolking

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Nederland 7,3 7,4 6,9 6,0 4,9 3,8 3,4
 
Groningen 8,1 8,5 8,5 7,4 6,2 5,1 4,4
Fryslân 7,9 8,0 7,3 6,3 5,2 4,2 3,4
Drenthe 7,2 7,3 7,0 6,1 4,9 3,9 2,9
Overijssel 7,2 7,1 6,7 6,3 4,9 3,8 3,2
Flevoland 8,9 9,3 7,7 7,2 5,6 4,2 3,6
Gelderland 6,7 7,0 6,4 5,7 4,5 3,6 3,0
Utrecht 6,5 6,5 6,4 5,2 4,2 3,5 3,0
Noord-Holland 7,3 7,2 6,5 5,7 4,8 3,9 3,4
Zuid-Holland 8,0 8,3 7,8 6,9 5,5 4,2 3,9
Zeeland 5,7 5,5 5,5 4,4 3,6 3,0 2,8
Noord-Brabant 6,7 7,1 6,5 5,5 4,4 3,4 3,2
Limburg 7,1 7,3 6,6 5,5 4,7 3,6 3,2
 
Amsterdam 8,9 8,5 7,7 6,7 5,7 4,8 4,2
Den Haag 9,9 10,9 10,1 8,8 7,2 5,2 5,1
Rotterdam 12,3 12,6 12,0 11,2 8,1 6,2 5,9
Utrecht 7,2 7,6 7,3 6,0 4,6 4,0 3,5
 
Europese Unie (28 landen) 10,8 10,2 9,4 8,6 7,6 6,8 6,3

Bron:CBS, Eurostat

Sinds 2013 nam de spanning op de arbeidsmarkt toe. Die spanning komt tot uiting in de verhouding tussen het aantal werklozen en het aantal vacatures. Hoe minder werklozen er zijn tegenover elke vacature, hoe hoger de spanning is. In 2013 waren er nog zevenmaal zoveel werklozen als vacatures. De arbeidsmarkt was toen ruim. Doordat de werkloosheid afnam en het aantal vacatures sterk groeide, waren er in 2019 gemiddeld 1,1 werklozen per openstaande vacature.

In de periode 2013–2019 is de spanning in alle twaalf provincies toegenomen. In 2019 was de spanning op de arbeidsmarkt het hoogst in de provincie Utrecht met gemiddeld 0,8 werkloze per openstaande vacature en het laagst in Groningen met gemiddeld 1,8 werklozen per openstaande vacature.

3.2.2Spanning op de arbeidsmarkt

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Nederland 6,8 6,1 4,7 3,5 2,2 1,4 1,1
 
Groningen 9,8 7,1 7,1 5,3 3,3 2,2 1,8
Fryslân 10,6 7,6 7,1 5,2 3,1 2,0 1,5
Drenthe 8,4 5,8 6,0 4,5 2,9 1,7 1,2
Overijssel 7,6 6,1 5,0 3,9 2,3 1,4 1,1
Flevoland 10,1 7,1 6,4 5,3 3,0 1,9 1,5
Gelderland 6,9 6,4 4,8 3,6 2,2 1,4 1,1
Utrecht 4,7 4,3 3,4 2,4 1,6 1,1 0,8
Noord-Holland 5,8 5,4 3,7 2,7 1,8 1,3 1,0
Zuid-Holland 7,3 7,2 5,4 4,0 2,5 1,6 1,3
Zeeland 6,4 3,7 4,5 3,1 1,7 1,1 1,0
Noord-Brabant 6,4 6,1 4,6 3,2 2,0 1,2 1,0
Limburg 7,1 6,3 4,9 3,3 2,2 1,4 1,1

Bron:CBS

3.3Arbeidsdeelname

In 2019 hadden bijna 7 op de 10 Nederlanders van 15 tot 75 jaar betaald werk. Alle Nederlandse gemeenten kennen een hogere arbeidsparticipatie dan in 2014, toen de crisis op haar hoogtepunt was en de arbeidsdeelname laag.

Net als in 2018 was de zogenoemde nettoarbeidsparticipatienoot1 in 2019 het laagst in het uiterste zuiden en noordoosten van Nederland. Dit zijn gebieden met relatief veel ouderen die gemiddeld minder vaak betaald werk hebben. Zes gemeenten hebben een arbeidsdeelname lager dan 62,0 procent: Vaals, Heerlen, Kerkrade, Westerwolde, Maastricht en Oldambt. De hoogste arbeidsparticipatie kennen de gemeenten Lansingerland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Urk (respectievelijk 74,5, 74,5, 74,8 en 75,8 procent).

3.3.1 Nettoarbeidsparticipatie per gemeente, 2019
Gemeente Netto arbeidsparticipatie
Aa en Hunze 66,5
Aalsmeer 73,6
Aalten 70,1
Achtkarspelen 68,5
Alblasserdam 70,7
Albrandswaard 72,9
Alkmaar 69,7
Almelo 66,5
Almere 70
Alphen aan den Rijn 70,1
Alphen-Chaam 69,9
Altena 71,9
Ameland 70,1
Amersfoort 73,1
Amstelveen 69,8
Amsterdam 69
Apeldoorn 68,6
Appingedam 64,2
Arnhem 66,4
Assen 68
Asten 70,3
Baarle-Nassau 64,9
Baarn 68,4
Barendrecht 73,2
Barneveld 72,5
Beek (L.) 66,7
Beekdaelen 66,1
Beemster 70,9
Beesel 69
Berg en Dal 66,3
Bergeijk 70,9
Bergen (L.) 67,9
Bergen (NH.) 63,8
Bergen op Zoom 66,6
Berkelland 67,2
Bernheze 71,6
Best 73
Beuningen 70,8
Beverwijk 70,5
De Bilt 68,5
Bladel 71,8
Blaricum 66,2
Bloemendaal 67,4
Bodegraven-Reeuwijk 71,4
Boekel 72,3
Borger-Odoorn 65,3
Borne 70,5
Borsele 72
Boxmeer 70,3
Boxtel 69,6
Breda 70,6
Brielle 70,7
Bronckhorst 68,9
Brummen 67,9
Brunssum 63,6
Bunnik 71,9
Bunschoten 73,4
Buren 69,9
Capelle aan den IJssel 66,8
Castricum 70,7
Coevorden 65,4
Cranendonck 68,4
Cuijk 70,1
Culemborg 70,2
Dalfsen 72,4
Dantumadiel 67,1
Delft 66,8
Delfzijl 62,3
Deurne 70,4
Deventer 69,3
Diemen 68,6
Dinkelland 71,8
Doesburg 63,9
Doetinchem 68,3
Dongen 71,8
Dordrecht 66,5
Drechterland 70,1
Drimmelen 70,2
Dronten 70,7
Druten 70,7
Duiven 71,3
Echt-Susteren 66,3
Edam-Volendam 71
Ede 69,4
Eemnes 70,1
Eersel 72,3
Eijsden-Margraten 69,3
Eindhoven 69,9
Elburg 71,2
Emmen 63,2
Enkhuizen 67,9
Enschede 64
Epe 67
Ermelo 69,5
Etten-Leur 69,9
De Fryske Marren 69,2
Geertruidenberg 71,7
Geldrop-Mierlo 68,9
Gemert-Bakel 71,1
Gennep 69,2
Gilze en Rijen 71,3
Goeree-Overflakkee 70,1
Goes 68,3
Goirle 69,7
Gooise Meren 70,3
Gorinchem 70,1
Gouda 68,9
Grave 70,1
's-Gravenhage (gemeente) 64,9
Groningen (gemeente) 65,5
Gulpen-Wittem 64,6
Haaksbergen 68,4
Haaren 71,6
Haarlem 71,1
Haarlemmermeer 72,1
Halderberge 68,7
Hardenberg 70,7
Harderwijk 70
Hardinxveld-Giessendam 72,9
Harlingen 65,9
Hattem 70,7
Heemskerk 70,3
Heemstede 69,1
Heerde 69,5
Heerenveen 68,8
Heerhugowaard 71
Heerlen 61,2
Heeze-Leende 68,9
Heiloo 68,6
Den Helder 65,8
Hellendoorn 71,7
Hellevoetsluis 67,6
Helmond 68,2
Hendrik-Ido-Ambacht 73,2
Hengelo (O.) 68,4
's-Hertogenbosch 71,4
Heumen 69,8
Heusden 71
Hillegom 72,2
Hilvarenbeek 72,1
Hilversum 68,7
Hoeksche Waard 70
Hof van Twente 70
Het Hogeland 64,6
Hollands Kroon 70,5
Hoogeveen 68,4
Hoorn 68,3
Horst aan de Maas 73,5
Houten 74
Huizen 67,8
Hulst 63,3
IJsselstein 72
Kaag en Braassem 72,5
Kampen 72,6
Kapelle 71,9
Katwijk 73
Kerkrade 61,3
Koggenland 72,1
Krimpen aan den IJssel 68,9
Krimpenerwaard 70,1
Laarbeek 70,4
Landerd 70,9
Landgraaf 64,1
Landsmeer 69,6
Langedijk 70,4
Lansingerland 74,5
Laren (NH.) 64,9
Leeuwarden 67,3
Leiden 69,3
Leiderdorp 69,5
Leidschendam-Voorburg 67,5
Lelystad 64,9
Leudal 69,7
Leusden 71
Lingewaard 70,9
Lisse 71,6
Lochem 67,9
Loon op Zand 70,8
Lopik 72,3
Loppersum 66,5
Losser 67,2
Maasdriel 70,8
Maasgouw 66,5
Maassluis 67,2
Maastricht 61,8
Medemblik 69
Meerssen 67,1
Meierijstad 71,5
Meppel 70
Middelburg (Z.) 68,2
Midden-Delfland 74,5
Midden-Drenthe 69
Midden-Groningen 64,8
Mill en Sint Hubert 71,7
Moerdijk 70,4
Molenlanden 71,9
Montferland 67,5
Montfoort 72,8
Mook en Middelaar 67,5
Neder-Betuwe 71,3
Nederweert 70,8
Nieuwegein 68,3
Nieuwkoop 72,9
Nijkerk 71,4
Nijmegen 67,7
Nissewaard 67,4
Noardeast-Fryslân 67,8
Noord-Beveland 65,8
Noordenveld 66,9
Noordoostpolder 70,9
Noordwijk 71
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 68,5
Nunspeet 70,5
Oegstgeest 71,7
Oirschot 71,5
Oisterwijk 70,4
Oldambt 61,9
Oldebroek 69,8
Oldenzaal 69,3
Olst-Wijhe 70,9
Ommen 69,6
Oost Gelre 71,1
Oosterhout 68,9
Ooststellingwerf 67,3
Oostzaan 71,7
Opmeer 70,8
Opsterland 69,6
Oss 69,2
Oude IJsselstreek 66,8
Ouder-Amstel 69,5
Oudewater 71,7
Overbetuwe 71,4
Papendrecht 70,7
Peel en Maas 72,5
Pekela 64,5
Pijnacker-Nootdorp 74,8
Purmerend 68,6
Putten 71,5
Raalte 72,5
Reimerswaal 70,9
Renkum 66,6
Renswoude 74,4
Reusel-De Mierden 71,5
Rheden 64,7
Rhenen 69,5
Ridderkerk 68,3
Rijssen-Holten 72,7
Rijswijk (ZH.) 66,4
Roerdalen 66,5
Roermond 66,5
De Ronde Venen 71,5
Roosendaal 66,4
Rotterdam 63,7
Rozendaal 69,5
Rucphen 66,3
Schagen 69,7
Scherpenzeel 72,4
Schiedam 66,9
Schiermonnikoog 66,9
Schouwen-Duiveland 67,6
Simpelveld 65,6
Sint Anthonis 72
Sint-Michielsgestel 71,1
Sittard-Geleen 63,1
Sliedrecht 70,1
Sluis 63,5
Smallingerland 68
Soest 68,2
Someren 71,8
Son en Breugel 72,2
Stadskanaal 64,8
Staphorst 73,9
Stede Broec 69,3
Steenbergen 69,8
Steenwijkerland 69,1
Stein (L.) 65,6
Stichtse Vecht 71,3
Súdwest-Fryslân 69,1
Terneuzen 65,1
Terschelling 68,7
Texel 66,3
Teylingen 73,8
Tholen 70,1
Tiel 68,3
Tilburg 69,9
Tubbergen 73,1
Twenterand 69,2
Tynaarlo 68,3
Tytsjerksteradiel 68,7
Uden 70,2
Uitgeest 74,1
Uithoorn 72,1
Urk 75,8
Utrecht (gemeente) 73,7
Utrechtse Heuvelrug 68,6
Vaals 54,4
Valkenburg aan de Geul 65,8
Valkenswaard 67,4
Veendam 64,7
Veenendaal 71,4
Veere 68,8
Veldhoven 72
Velsen 69,5
Venlo 67,2
Venray 71,2
Vijfheerenlanden 70,9
Vlaardingen 67,2
Vlieland 71,1
Vlissingen 65,9
Voerendaal 67,2
Voorschoten 69,7
Voorst 69,2
Vught 71,8
Waadhoeke 67,5
Waalre 71,5
Waalwijk 70,4
Waddinxveen 71,4
Wageningen 66,4
Wassenaar 64,8
Waterland 68,7
Weert 67,8
Weesp 69,7
West Betuwe 71,1
West Maas en Waal 70,1
Westerkwartier 69,5
Westerveld 66,2
Westervoort 68,8
Westerwolde 61,3
Westland 73,4
Weststellingwerf 67,6
Westvoorne 68,3
Wierden 72
Wijchen 69,2
Wijdemeren 69,4
Wijk bij Duurstede 70,8
Winterswijk 67,8
Woensdrecht 66
Woerden 71,8
De Wolden 69,9
Wormerland 70,3
Woudenberg 73,4
Zaanstad 68,5
Zaltbommel 71,8
Zandvoort 65,6
Zeewolde 73,3
Zeist 68,4
Zevenaar 65,5
Zoetermeer 68,3
Zoeterwoude 73,1
Zuidplas 73,2
Zundert 69,7
Zutphen 66,3
Zwartewaterland 73,4
Zwijndrecht 67,5
Zwolle 71,9

Noten

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Edgar Angus

Charlotte Brand

Paul Couzy

Annelie Hakkenes-Tuinman

Lieneke Hoeksma

Richard Jollie

Michel van Kooten

Hans Langenberg

Nico Mens

Mark Ramaekers

Luuk Schreven

Sidney Vergouw

Lona Verkooijen

Karolien van Wijk