Foto omschrijving: ALMERE - Bouwvakkers aan het werk in de nieuwbouw aan de Noorwegenkade in de wijk Almere Poort in Almere.

Regionale economische ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt de regionale economische groei van 2018 beschreven en de economische ontwikkelingen in de periode 2017–2018. Welke regio groeide het hardst en welke regio’s bleven achter?

2.1Economie Flevoland groeide het hardst

De Nederlandse economie groeide in 2018 met 2,6 procent. De handel, de bedrijfstak met de hoogste toegevoegde waarde, droeg hier met een bovengemiddelde groei aan bij. Ook in de bedrijfstakken verhuur en overige zakelijke diensten, industrie, en de bouwnijverheid groeide de toegevoegde waarde sterk. In de landbouw en de delfstoffenwinning nam de toegevoegde waarde juist af. De krimp in de delfstoffenwinning zorgde net als in eerdere jaren voor een drukkend effect op de economische groei; exclusief de delfstoffenwinning groeide de Nederlandse economie met 2,8 procent.

De economie van de provincie Flevoland groeide in 2018 met 3,3 procent het sterkst. Daarmee stootte de economie van Flevoland die van Utrecht van de eerste plek als snelste groeier. In 2017 groeide de economie van Utrecht met 4,8 procent het sterkst maar in 2018 nam de groei af naar 2,8 procent. Ook in Noord-Holland groeide de economie sterk. Hoewel in deze provincie de groei afnam in vergelijking met 2017, groeide de economie nog met 3,2 procent. Groningen was de enige provincie waar in 2018 sprake was van economische krimp. De toegevoegde waarde kromp hier met 1 procent. Dit heeft te maken met het dichtdraaien van de gaskraan en de bijbehorende krimp van de toegevoegde waarde van de delfstoffenwinning. Ook de groei in Friesland en Drenthe werd gedrukt door de delfstoffenwinning, maar in mindere mate dan in Groningen.

In Flevoland is de handel een relatief grote bedrijfstak. De sterke groei van deze bedrijfstak droeg dan ook aanzienlijk bij aan de economische groei. Daarnaast profiteerde deze provincie ook van groei in de bedrijfstak verhuur en overige zakelijke diensten. Ook in Noord-Holland werd de economische groei gedreven door de bedrijfstakken handel en verhuur en overige zakelijke diensten. Daarnaast droegen ook de bouw en de industrie bij aan de bovengemiddelde groei in Noord-Holland.

Van de vier grote steden groeide in 2018 de economie van Amsterdam met 3,4 procent het sterkst, gevolgd door Utrecht en Den Haag. Rotterdam volgde net daarachter met een groei van 2,6 procent. In 2017 was de groei nog het grootst in Utrecht. Voor Amsterdam en Utrecht zijn de bedrijfstakken financiële dienstverlening, handel en specialistische zakelijke diensten belangrijk. De ontwikkelingen van deze bedrijfstakken lopen tussen deze twee steden niet substantieel uiteen. In zowel Amsterdam als Utrecht kromp in 2018 de toegevoegde waarde in de financiële dienstverlening maar nam deze toe in de handel en specialistische zakelijke diensten. Een groter verschil in groei zien we in de bedrijfstak verhuur en handel in onroerend goed. In deze bedrijfstak bedroeg de groei in Amsterdam 6,9 procent tegenover een groei van 4,5 procent in Utrecht.

In Den Haag sloeg de economische krimp van 0,6 procent in 2017 om in een groei van 2,7 procent in 2018. De omslag wordt deels veroorzaakt door groei in specialistische zakelijke diensten en gezondheids- en welzijnszorg, bedrijfstakken die in 2017 nog krimp vertoonden. In Rotterdam nam de economische groei in 2018 licht toe naar 2,6 procent. De belangrijke bedrijfstak vervoer en opslag laat met 2,7 procent een lagere groei zien dan in 2017 (4,5 procent). Dit wordt gecompenseerd door hogere groei in andere bedrijfstakken zoals handel, industrie, en specialistische zakelijke diensten. Met name de groei in de specialistische zakelijke diensten is aanzienlijk: in 2017 nam de toegevoegde waarde nog af met 0,4 procent maar in 2018 nam dit toe met 3,6 procent.

Verschillen in productiestructuur tussen regio’s

Bedrijfstakken kunnen in meer of mindere mate vertegenwoordigd zijn in een bepaalde regio en daar dus in meer of mindere mate bijdragen aan het bruto regionaal product. Zo zijn de financiële dienstverlening en de bedrijfstak informatie en communicatie in Amsterdam veel groter dan gemiddeld in Nederland. In Den Haag speelt de publieke sector een grote rol en in Rotterdam de bedrijfstak handel, vervoer en horeca. Daarnaast is het aandeel van de nijverheid in het zuiden van Nederland (vooral industrie) en in Groningen (vooral delfstoffenwinning) groot.

De opbouw van Flevoland, Utrecht, Gelderland en Zuid-Holland lijkt meer op het Nederlands gemiddelde met daarin een belangrijk aandeel van de publieke sector en de bedrijfstak handel, vervoer en horeca.

2.2Almere en Zuidwest-Friesland sterkste groeiers, krimp in Groningen

Een fijnmazigere opdeling dan provincies is de COROP-plusindeling. Zuidwest-Friesland was de regio met de grootste groei (5,3 procent). De groei wordt echter deels veroorzaakt door een gemeentelijke herindeling: een deel van de gemeente Littenseradeel is overgegaan van COROP-plusgebied Noord-Friesland naar COROP-plusgebied Zuidwest-Friesland. Verder groeide de bedrijfstak handel, die belangrijk is voor Zuidwest-Friesland, sterk in 2018.

Ook de economie van de COROP-plusgebieden Almere en Haarlemmermeer groeiden in 2018 met respectievelijk 4,5 en 3,9 procent bovengemiddeld. In Almere zijn met name de verhuur en overige zakelijke diensten en de handel sterke groeiers. In Haarlemmermeer zijn dit vervoer en opslag, handel, en verhuur en overige zakelijke diensten.

In 2018 kromp de economie in Noord-Friesland, Oost-Groningen en Overig Groningen. Net als in 2017 kwam de krimp in Noord-Friesland en Overig Groningen voor een belangrijk deel door het dichtdraaien van de gaskraan. In Overig Groningen is de delfstoffenwinning nog steeds de belangrijkste bedrijfstak. In Oost-Groningen werd de krimp veroorzaakt door een gemeentelijke herindeling. Hierbij is de gemeente Menterwolde opgenomen in de nieuwe gemeente Midden-Groningen en daarmee overgeplaatst van COROP-plusgebied Oost-Groningen naar Overig Groningen.

Hoe wordt het bruto regionaal product bepaald?

De nationale totalen voor indicatoren zoals productie, toegevoegde waarde en arbeidsvolume worden zo goed mogelijk regionaal toebedeeld. De regionale rekeningen worden waar mogelijk op basis van microdata samengesteld, waarbij de regionale cijfers zo worden aangepast dat ze aansluiten op de totalen uit de nationale rekeningen. Als microdata niet beschikbaar zijn, dan worden de nationale totalen verdeeld op basis van indicatoren. Hierbij wordt veelal gebruik gemaakt van arbeidsgegevens. Vanuit het bronmateriaal wordt per bedrijfsgroep een raming gemaakt van de variabelen per regio. De ontwikkeling van de variabelen worden per bedrijfsgroep en per regio beoordeeld op plausibiliteit en op de aansluiting met de nationale cijfers. Hierbij wordt ook informatie uit externe bronnen gebruikt.

2.3Ondernemersvertrouwen neemt af in bijna alle provincies

Gegevens over de regionale economische groei in 2019 zijn nog niet beschikbaar, maar cijfers over het ondernemersvertrouwen wel. Het ondernemersvertrouwen is een stemmingsindicator voor het bedrijfsleven die sterk samenhangt met de economische groei. In de afgelopen vier kwartalen is het ondernemersvertrouwen in nagenoeg alle provincies afgenomen. De enige provincie die hierop een uitzondering vormt is Groningen. Hier nam het vertrouwen juist toe van –5,8 in het derde kwartaal van 2018 naar 5,3 in het derde kwartaal van 2019.

Het niveau van het ondernemersvertrouwen was in het derde kwartaal van 2019 het hoogst in Noord-Holland. De indicator had daar een waarde van 12,8. De ondernemers in Noord-Holland waren wel minder optimistisch dan een jaar eerder, toen het ondernemersvertrouwen in deze provincie 18,0 bedroeg. De Noord-Hollandse ondernemers waren minder positief over zowel de toekomstige omzet als over het economisch klimaat en de omzetontwikkeling in de voorgaande drie maanden.

De grootste verslechtering van het sentiment vond plaats in Limburg, waar het ondernemersvertrouwen afnam van 14,8 in het derde kwartaal van 2018 naar 3,8 in het derde kwartaal van 2019. Daarmee is het ondernemersvertrouwen in Limburg het laagst van alle provincies. Vooral over de ontwikkeling van het economisch klimaat waren de Limburgse ondernemers niet zo positief.

Ook in Gelderland nam het ondernemersvertrouwen fors af. In deze provincie daalde de sentimentsindicator van 19,1 in het derde kwartaal van 2018 naar 10,1 in het derde kwartaal van 2019. Het oordeel over de ontwikkeling van het economisch klimaat verslechterde in Gelderland sneller dan gemiddeld.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Redactie

Annelie Hakkenes-Tuinman

Lieneke Hoeksma

Michel van Kooten

Hans Langenberg

Sidney Vergouw

Hoofdstuk 1

Lieneke Hoeksma

Hoofdstuk 2

Joy Sie Cheung

Jaap Jansen

Hoofdstuk 3

Edgar Angus

Mark Ramaekers

Hoofdstuk 4

Lolke Schakel

Maartje Tummers

Robert de Vries

Hoofdstuk 5

Sidney Vergouw

Hoofdstuk 6

Harry Bierings

Myrte ter Horst

Beeldredactie

Irene van Kuik

Karolien van Wijk