Foto omschrijving: 2 Personen, Arbeid, arbeiders, bedrijfskleding, bekwaam, beroep, beschermende bedrijfskleding, Hoogovens

Arbeidsmarkt

In dit hoofdstuk wordt de arbeidsmarkt van de diverse provincies en de grote steden besproken. Er wordt ingegaan op de ontwikkeling van de werkgelegenheid, de werkloosheid en de spanning op de arbeidsmarkt. Ook wordt de arbeidsparticipatie per gemeente behandeld.

3.1Werkgelegenheid

Naast het bruto binnenlandsproduct (bbp) groeide in 2018 ook de werkgelegenheid, met 2,6 procent. Dit is een toename van 193 duizend arbeidsjaren. In 2017 groeide de werkgelegenheid nog met 156 duizend arbeidsjaren.

De werkgelegenheid groeide in alle provincies met 2,4 procent of meer ten opzichte van 2017. Noord-Brabant had met 2,8 procent de grootste relatieve toename gevolgd door Noord-Holland Zuid-Holland en Limburg met een groei van 2,7 procent. Zeeland kende samen met Flevoland absoluut gezien de kleinste toename in arbeidsjaren. Er kwamen slechts 3 600 arbeidsjaren bij. Daarbij is het wel zo dat Zeeland sinds jaren het laagste werkloosheidspercentage kent van alle provincies.

3.1.2Totaal werkzame personen

2015 2016 2017* 2018* groei 2018 t.o.v. 2017
x 1 000 absoluut %
Nederland 8 807,6 8 943,2 9 142,5 9 366,9 224,4 2,5
 
Provincie
Groningen 277,1 284,4 292,0 298,9 6,9 2,4
Friesland 297,5 303,1 307,4 314,3 6,9 2,2
Drenthe 226,1 223,9 228,7 234,1 5,4 2,4
Overijssel 584,5 596,2 613,2 628,4 15,2 2,5
Flevoland 169,9 170,8 175,4 179,7 4,3 2,5
Gelderland 1 017,2 1 033,0 1 053,7 1 079,1 25,4 2,4
Utrecht 730,5 739,9 766,7 785,3 18,6 2,4
Noord-Holland 1 608,5 1 632,1 1 659,6 1 700,3 14,7 2,5
Zuid-Holland 1 803,9 1 841,4 1 875,4 1 922,4 47,0 2,5
Zeeland 179,2 180,9 182,4 186,7 4,3 2,4
Noord-Brabant 1 355,3 1 376,3 1 412,0 1 448,8 36,8 2,6
Limburg 554,7 559,7 574,4 589,0 14,6 2,5

Bron:CBS

3.1.3Zelfstandigen

2015 2016 2017* 2018* groei 2018 t.o.v. 2017
x 1 000 absoluut %
Nederland 1 492,2 1 517,9 1 526,5 1 537,5 11 0,7
 
Provincie
Groningen 49,4 50,0 50,3 50,6 0,3 0,6
Friesland 65,1 65,7 66,0 66,5 0,5 0,8
Drenthe 43,8 44,3 44,5 44,8 0,3 0,7
Overijssel 98,3 98,9 99,4 100,1 0,7 0,7
Flevoland 34,2 34,9 35,1 35,3 0,2 0,6
Gelderland 181,5 185,0 186,0 187,3 1,3 0,7
Utrecht 111,4 114,4 115,1 116,0 0,9 0,8
Noord-Holland 267,1 273,4 275,2 277,4 2,2 0,8
Zuid-Holland 286,5 293,2 294,8 297,0 2,2 0,7
Zeeland 37,9 38,3 38,4 38,7 0,3 0,8
Noord-Brabant 223,8 226,6 227,9 229,5 1,6 0,7
Limburg 93,3 93,3 93,7 94,4 0,7 0,7

Bron:CBS

Behalve in arbeidsjaren kan de werkgelegenheid ook worden weergegeven in het aantal werkzame personen. In totaal waren in 2018 ruim 9,3 miljoen personen werkzaam in Nederland. Dat zijn er bijna 225 duizend personen meer dan een jaar eerder. De sterkste stijging in absolute aantallen was in Zuid-Holland. Relatief gezien groeide het aantal werkzame personen het sterkst in Noord-Brabant en het minst in Friesland.

Bijna 84 procent van de werkzame personen in Nederland werkte in 2018 in loondienst. De overigen zijn zelfstandigen. De groei van het aantal zelfstandigen was in 2018 met 0,7 procent een stuk kleiner dan die van het totaal aantal werkzame personen. In Noord-Holland was de groei van het aantal zelfstandigen zowel absoluut als relatief het grootste en in Flevoland het kleinst.

De ontwikkeling van het aantal zelfstandigen kan ook gemeten worden ten opzichte van de ontwikkeling van het totaal aantal werkzame personen. Van de toename in werkzame personen in 2018 was 4,9 procent een zelfstandige. In Friesland was dit percentage met 7,2 procent het hoogst. Ook in Noord-Holland lag dit percentage met 5,4 procent boven het Nederlands gemiddeld. In Noord-Brabant en Overijssel was de toename van het aantal werkzame personen het minst vaak een zelfstandige, namelijk 4,6 procent.

Het aandeel zelfstandigen ten opzichte van het totaal aantal werkzame personen lag in Nederland op 16,4 procent. In Friesland en Zeeland zijn er relatief veel zelfstandigen. In Utrecht en Zuid-Holland werken relatief veel mensen in loondienst.

3.2Werkloosheid

Een werkloze is een persoon zonder betaald werk, die recent naar werk heeft gezocht en daarvoor direct beschikbaar is. In 2018 telde Nederland 350 duizend werklozen, 88 duizend minder dan in 2017. De werkloosheid bedroeg 3,8 procent van de beroepsbevolking.

De werkloosheid daalde in 2018 in alle Nederlandse provincies. In Groningen was de werkloosheid het hoogst: 5,1 procent van de beroepsbevolking was daar werkloos. De werkloosheid was ook relatief hoog in Friesland, Flevoland en Zuid-Holland. In 2017 kenden deze provincies ook al een relatief hoge werkloosheid. Zeeland is al vanaf 2009 de provincie met het laagste werkloosheidspercentage.

Ook het werkloosheidspercentage van de vier grote gemeenten nam af in 2018. De werkloosheid was met 4,0 procent het laagst in Utrecht. De werkloosheid daalde het sterkst in de gemeente Den Haag, van 7,2 procent in 2017 naar 5,2 procent van de beroepsbevolking in 2018. De daling van de werkloosheid was ook relatief groot in Rotterdam (–1,9 procentpunt). Ondanks deze daling was de werkloosheid in deze gemeente net als in voorgaande jaren nog altijd het hoogst (6,2 procent in 2018).

De regionale verschillen in werkloosheid in Nederland hangen in belangrijke mate samen met de demografische samenstelling en het onderwijsniveau van de bevolking. De hoge werkloosheid in Rotterdam hangt bijvoorbeeld samen met het relatief lage aandeel hoogopgeleiden in deze gemeente (CBS, augustus 2015).

De werkloosheid in Nederland en de afzonderlijke provincies was lager dan gemiddeld in de Europese Unie. De werkloosheid was wel hoger dan bijvoorbeeld in Tsjechië (2,2 procent) en buurland Duitsland (3,4 procent), de landen met de laagste werkloosheid binnen de EU. Nederland bezette plaats vijf op de ranglijst van laagste werkloosheid in de EU. In 2017 stond Nederland nog op de zesde plaats. De Nederlandse werkloosheid was in 2018 vergelijkbaar met de werkloosheid in Hongarije en Malta (beide 3,7 procent) en Polen (3,9 procent). Griekenland kende binnen de EU de hoogste werkloosheid (19,3 procent).

3.2.1Werkloze beroepsbevolking

2013 2014 2015 2016 2017 2018
  % beroepsbevolking
Provincie
Groningen 8,1 8,5 8,5 7,4 6,2 5,1
Friesland 7,9 8,0 7,3 6,3 5,2 4,2
Drenthe 7,2 7,3 7,0 6,1 4,9 3,9
Overijssel 7,2 7,1 6,7 6,3 4,9 3,8
Flevoland 8,9 9,3 7,7 7,2 5,6 4,2
Gelderland 6,7 7,0 6,4 5,7 4,5 3,6
Utrecht 6,5 6,5 6,4 5,2 4,2 3,5
Noord-Holland 7,3 7,2 6,5 5,7 4,8 3,9
Zuid-Holland 8,0 8,3 7,8 6,9 5,5 4,2
Zeeland 5,7 5,5 5,5 4,4 3,6 3,0
Noord-Brabant 6,7 7,1 6,5 5,5 4,4 3,4
Limburg 7,1 7,3 6,6 5,5 4,7 3,6
 
Gemeente
Amsterdam 8,9 8,5 7,7 6,7 5,7 4,8
Den Haag 9,9 10,9 10,1 8,8 7,2 5,2
Rotterdam 12,3 12,6 12,0 11,2 8,1 6,2
Utrecht 7,2 7,6 7,3 6,0 4,6 4,0
 
Nederland 7,3 7,4 6,9 6,0 4,9 3,8
Europese Unie (28 landen) 10,8 10,2 9,4 8,6 7,6 6,8

Bron:CBS, Eurostat

Sinds 2013 neemt de spanning op de arbeidsmarkt toe. Die spanning komt tot uiting in de verhouding tussen het aantal werklozen en het aantal vacatures. Hoe minder werklozen er zijn tegenover elke vacature, hoe hoger de spanning is. In 2013 waren er nog zevenmaal zoveel werklozen als vacatures. De arbeidsmarkt was toen ruim. Doordat de werkloosheid afnam en het aantal vacatures sterk groeide, waren er in 2018 gemiddeld 1,4 werklozen per openstaande vacature.

In de periode 2013–2018 nam de spanning in alle twaalf provincies toe. In 2018 was de spanning op de arbeidsmarkt het hoogst in de provincies Utrecht en Zeeland met gemiddeld 1,1 werkloze per openstaande vacature en het laagst in Groningen met gemiddeld 2,2 werklozen per openstaande vacature.

3.2.2Spanning op de arbeidsmarkt

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Nederland 4,6 6,8 6,1 4,7 3,5 2,2 1,4
 
Provincie
Groningen 7,0 9,8 7,1 7,1 5,3 3,3 2,2
Friesland 7,0 10,6 7,6 7,1 5,2 3,1 2,0
Drenthe 5,8 8,4 5,8 6,0 4,5 2,9 1,7
Overijssel 4,9 7,6 6,1 5,0 3,9 2,3 1,4
Flevoland 7,0 10,1 7,1 6,4 5,3 3,0 1,9
Gelderland 4,5 6,9 6,4 4,8 3,6 2,2 1,4
Utrecht 3,3 4,7 4,3 3,4 2,4 1,6 1,1
Noord-Holland 4,0 5,8 5,4 3,7 2,7 1,8 1,3
Zuid-Holland 5,2 7,3 7,2 5,4 4,0 2,5 1,6
Zeeland 4,0 6,4 3,7 4,5 3,1 1,7 1,1
Noord-Brabant 4,2 6,4 6,1 4,6 3,2 2,0 1,2
Limburg 4,6 7,1 6,3 4,9 3,3 2,2 1,4

Bron:CBS

3.3Arbeidsdeelname

In 2018 hadden twee op de drie Nederlanders van 15 tot 75 jaar betaald werk. Inmiddels kennen bijna alle Nederlandse gemeenten een hogere arbeidsparticipatie dan in 2014, toen de crisis op haar hoogtepunt was en de arbeidsdeelname laag.

Net als in 2017 was de zogenoemde nettoarbeidsparticipatienoot1 in 2018 het laagst in het uiterste zuiden en noordoosten van Nederland. Dit zijn gebieden met relatief veel ouderen die gemiddeld minder vaak betaald werk hebben. In vijf gemeenten was de arbeidsdeelname lager dan 61,0 procent. Het betreft Vaals, Kerkrade, Heerlen, Westerwolde en Oldambt. De hoogste arbeidsparticipatie hadden de gemeenten Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Urk (respectievelijk 73,7, 73,8 en 75,2 procent).

Noten

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Redactie

Annelie Hakkenes-Tuinman

Lieneke Hoeksma

Michel van Kooten

Hans Langenberg

Sidney Vergouw

Hoofdstuk 1

Lieneke Hoeksma

Hoofdstuk 2

Joy Sie Cheung

Jaap Jansen

Hoofdstuk 3

Edgar Angus

Mark Ramaekers

Hoofdstuk 4

Lolke Schakel

Maartje Tummers

Robert de Vries

Hoofdstuk 5

Sidney Vergouw

Hoofdstuk 6

Harry Bierings

Myrte ter Horst

Beeldredactie

Irene van Kuik

Karolien van Wijk