Fysiek seksueel geweld

Bij fysiek seksueel geweld gaat het om alle vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag waarbij lichamelijk contact plaatsvond, variërend van ongewenste aanrakingen tot verkrachting. Dit fysieke seksuele geweld kan gebeuren binnen of buiten de huiselijke kring.

8.1Slachtofferschap fysiek seksueel geweld

In 2022 gaf 9 procent van de 16‑plussers aan in de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel geweld. Dit percentage is iets hoger dan in 2020, toen 8 procent aangaf slachtoffer te zijn geweest in de afgelopen vijf jaar. Vier procent zei in 2022 dat ze in de afgelopen 12 maanden fysiek seksueel geweld hebben meegemaakt.noot1 Dit is vergelijkbaar met 2020 (3 procent). In 2022 ging het omgerekend om bijna 510 duizend personen.

Ongewenst op een seksuele manier aangeraakt worden komt het vaakst voor (3 procent), gevolgd door ongewenst zoenen (1 procent). Seksuele handelingen zoals aftrekken, geslachtsgemeenschap en orale of anale seks worden minder vaak genoemd.

8.1.1 Slachtoffers fysiek seksueel geweld in afgelopen 12 maanden1) (% personen van 16 jaar of ouder)
2022 2020
Fysiek seksueel geweld totaal 3,5 3,3
Waarbij het volgende gebeurde: . .
Aanraken op seksuele manier 2,9 2,5
Ongewenst zoenen 1,4 1,3
Aftrekken of vingeren 0,5 0,3
Geslachtsgemeenschap 0,4 0,3
Orale seks 0,2 0,2
Anale seks 0,2 0,1
Gedwongen prostitutie 0 0
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Slachtoffers fysiek seksueel geweld naar kenmerken

Jongeren (met name 18- tot 24‑jarigen) worden vaker slachtoffer van fysiek seksueel geweld dan ouderen, en vrouwen vaker dan mannen. Jonge vrouwen maken dit het vaakst mee: 21 procent van de vrouwen in de leeftijd van 18 tot 24 jaar heeft in de afgelopen 12 maanden fysiek seksueel geweld meegemaakt (zie ook tabel 1b in bijlage A). Dit is vijf keer zo vaak als hun mannelijke leeftijdgenoten.

Heteroseksuele personen maken minder vaak fysiek seksueel geweld mee dan personen met een andere seksuele oriëntatie. Biseksuele vrouwen worden het vaakst slachtoffer: 17 procent van hen was in het afgelopen jaar slachtoffer van fysiek seksueel geweld; van de homoseksuele vrouwen en heteroseksuele vrouwen was dit 4 procent.

Alleenstaanden en alleenstaande ouders zijn vaker slachtoffer van fysiek seksueel geweld dan mensen met een partner, ongeacht of er kinderen in het huishouden zijn (zie ook tabel 1b in bijlage A).

8.1.2 Slachtoffers fysiek seksueel geweld in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2022 (% personen van 16 jaar of ouder)
2022
Totaal, 3,5
Geslacht Vrouwen, Geslacht 5,4
Geslacht Mannen, Geslacht 1,6
Leeftijd 16 tot 18 jaar, Leeftijd 10,1
Leeftijd 18 tot 24 jaar, Leeftijd 12,3
Leeftijd 24 tot 45 jaar, Leeftijd 4,4
Leeftijd 45 tot 65 jaar, Leeftijd 1,9
Leeftijd 65 jaar of ouder, Leeftijd 0,5
Seksuele oriëntatie Homoseksuele mannen, Seksuele oriëntatie 5,2
Seksuele oriëntatie Homoseksuele vrouwen, Seksuele oriëntatie 4,3
Seksuele oriëntatie Biseksuele mannen, Seksuele oriëntatie 8,6
Seksuele oriëntatie Biseksuele vrouwen, Seksuele oriëntatie 17,2
Seksuele oriëntatie Hetero mannen, Seksuele oriëntatie 1,2
Seksuele oriëntatie Hetero vrouwen, Seksuele oriëntatie 4,4
Bron: CBS, WODC

Aantal vormen van fysiek seksueel geweld

Twee derde van de personen die in de afgelopen 12 maanden slachtoffer zijn geweest van fysiek seksueel geweld hebben één vorm meegemaakt. Bij 27 procent ging het om twee of drie van de onderzochte vormen en bij 7 procent om meer dan drie.

8.1.3 Aantal vormen van fysiek seksueel geweld, 2022
2022
1 vorm 65,9
2 of 3 vormen 27,4
4 tot 7 vormen 6,6
Bron: CBS, WODC

8.2Structureel fysiek seksueel geweld

Bij 6 procent van de slachtoffers in de afgelopen 12 maanden had het fysieke seksuele geweld een structureel karakter, dat wil zeggen dat ze dit ten minste één keer per maand meemaakten (zie ook tabel 2 in bijlage A). Omgerekend gaat het om 30 duizend personen; dit is 0,2 procent van de totale bevolking van 16 jaar en ouder. De meesten van hen gaven aan dat het maandelijks (3 procent) of wekelijks (3 procent) gebeurde en minder dan een half procent zei dat het (bijna) elke dag plaatsvond.

8.2.1 Structureel fysiek seksueel geweld1) 2), 2022 (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)
(Bijna) dagelijks Wekelijks Maandelijks
Fysiek seksueel geweld totaal 0,1 2,6 3,4
Waarbij het volgende gebeurde: . . .
Aanraken op seksuele manier 0,1 2,5 4,2
Geslachtsgemeenschap 0,0 0,0 5,7
Aftrekken of vingeren 0,0 2,2 2,7
Ongewenst zoenen 0,2 3,6 0,4
Bron: CBS, WODC
1)Meerdere antwoorden mogelijk.
2)De voorvallen 'orale seks', 'anale seks' en 'gedwongen prostitutie' ontbreken i.v.m. te weinig waarnemingen.

8.3Plegers fysiek seksueel geweld

Een op de tien slachtoffers zegt dat fysiek seksueel geweld is gebruikt door de partner. Ruim drie kwart van de slachtoffers (78 procent) heeft fysiek seksueel geweld ervaren door personen buiten de huiselijke kring. Bij 15 procent gebeurde het alleen door personen binnen de huiselijke kring, en bij 4 procent door personen zowel binnen als buiten de eigen kring. De plegers zijn meestal van het mannelijk geslacht: 79 procent van de slachtoffers werd slachtoffer door een man (of meerdere mannen), 15 procent door een vrouw (of meerdere vrouwen).noot2 Drie procent had zowel met mannelijke als met vrouwelijke plegers te maken en 3 procent heeft niet aangegeven wie de pleger was (zie ook tabel 3 in bijlage A).

Binnen de huiselijke kring zei een op de tien slachtoffers dat fysiek seksueel geweld is gebruikt door de partner. Buiten de huiselijke kring gaven drie op de tien slachtoffers aan dat het fysiek seksueel geweld gepleegd werd door een onbekende (29 procent). Daarnaast kenden de slachtoffers de pleger vaak uit het uitgaansleven (26 procent). Verder werden nieuwe dates (13 procent) of goede vrienden (11 procent) relatief vaak genoemd. Drie procent van de slachtoffers gaf aan dat het fysieke seksuele geweld gepleegd is door iemand in een hogere hiërarchische positie buiten de huiselijke kring, zoals een leidinggevende, docent, coach of religieus leider.

8.3.1 Plegers fysiek seksueel geweld1), 2022 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
2022
Binnen huiselijke kring .
mannelijke partner 8,7
mannelijke ex-partner 5,5
vrouwelijke partner 1,6
vrouwelijke ex-partner 1,0
vader 0,4
moeder 0,3
broer 0,0
zus 0,0
zoon 0,0
dochter 0,0
ander mannelijke familielid 1,4
ander vrouwelijke familielid 0,7
geen antwoord 0,6
Buiten huiselijke kring .
Een onbekende 28,6
Iemand die ik ken van uitgaan of een feestje 25,7
Een date/iemand die ik net ontmoet had 13,3
Een goede vriend(in) 11,1
Een collega 9,6
Een medeleerling of medestudent 5,0
Iemand met wie al seks gehad, zonder relatie 4,5
Een online kennis, niet in het echt ontmoet 2,3
Mijn leidinggevende 1,9
Een teamgenoot 1,6
Mijn coach of trainer 1,1
Een docent 0,6
Mijn arts of zorgverlener 0,1
Een religieus leider 0,0
Iemand anders dan bovengenoemde 11,9
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Aan slachtoffers van geweld waarbij seksuele handelingennoot3 werden gepleegd, is gevraagd wat de pleger deed voordat het gebeurde, dus welke pressiemiddelen werden aangewend. In de meeste gevallen ging het om aandringen of zeuren; dit werd door twee derde (66 procent) van de slachtoffers genoemd. Bij ruim een op de vijf slachtoffers werd er misbruik van gemaakt dat het slachtoffer zelf onder invloed van alcohol of drugs was toen het gebeurde (22 procent), of werd de pleger agressief (22 procent). Een op de tien werd gedrogeerd (10 procent) en bij een vergelijkbaar deel was er sprake van gebruik van geweld (11 procent) of van chantage (11 procent). Bij 4 procent van de slachtoffers werd gedreigd met geweld.

8.3.2 Pressiemiddelen fysiek seksueel geweld1) 2), 2022 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
2022
Aandringen of zeuren 65,9
Misbruik ervan maken dat slachtoffer onder invloed alcohol/drugs is 22,4
Boos worden 21,6
Geweld gebruiken 10,9
Chanteren 10,8
Drogeren 10,4
Dreigen met geweld 3,7
Anders 25,5
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.
2) Exclusief de voorvallen ongewenst aanraken op een seksuele manier en ongewenst zoenen.

8.4Reactie en gevolgen fysiek seksueel geweld

Op het moment van de ervaring met fysiek seksueel geweld was de meest voorkomende reactienoot4 ‘wegdraaien’: meer dan 4 op de 10 slachtoffers (44 procent) zeggen instinctief het hoofd of lichaam te hebben weggedraaid. Andere naar verhouding vaak voorkomende reacties waren wachten tot het voorbij was (34 procent), bevriezen (31 procent), schreeuwen of duidelijk ‘nee’ zeggen (29 procent), overhalen te stoppen (21 procent) en duwen of vechten (15 procent).

8.4.1 Reactie op fysiek seksueel geweld1), 2022 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
2022
Draaide mijn hoofd of lichaam weg 43,6
Wachtte tot het voorbij was 33,7
Bevroor 30,5
Zei duidelijk 'nee' of schreeuwde 28,9
Probeerde de ander over te halen te stoppen 20,8
Duwde of vocht 14,6
Probeerde te vluchten 8,0
Huilde 4,6
Deed iets anders 21,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Bijna 4 op de 10 slachtoffers (38 procent) gaven aan dat het fysieke seksuele geweld gevolgen heeft gehad. Vrouwen gaven dit vaker aan dan mannen, respectievelijk 42 en 24 procent. Het meest genoemd werden psychische problemen (27 procent), gevolgd door seksuele problemen (16 procent), relatieproblemen (12 procent) en lichamelijke problemen (7 procent).

Wanneer enkel de ongewenste ervaringen met aftrekken of vingeren, orale seks, geslachtsgemeenschap, anale seks of gedwongen prostitutie worden beschouwd (dus exclusief aanraken op een seksuele manier en ongewenst zoenen), blijkt dat die grotere gevolgen hebben: zeven op de tien slachtoffers (71 procent) hiervan zei gevolgen te ondervinden. Ook hierbij werden psychische problemen (52 procent) het vaakst genoemd, gevolgd door seksuele problemen (43 procent), relatieproblemen (40 procent) en lichamelijke problemen (19 procent).

8.4.2 Gevolgen fysiek seksueel geweld1), 2022 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
2022
Heeft gevolgen gehad 37,8
.
Psychische problemen 27,2
Seksuele problemen 15,6
Relatieproblemen 11,5
Lichamelijke problemen 7,0
Andere problemen met werk en/of opleiding 3,7
Kon (een tijdje) niet meer werken 1,4
Problemen met (een deel van) familie 1,2
Werd zwanger 0,0
Andere problemen 6,5
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

8.5Praten over fysiek seksueel geweld

Zeven op de tien slachtoffers van fysiek seksueel geweld hebben met iemand gesproken over hun ervaringen. Meestal praatte men met een vriend of vriendin (49 procent), gevolgd door de partner (25 procent) of een ander gezins- of familielid (12 procent). Door ruim 10 procent van de slachtoffers van fysiek seksueel geweld werd professionele hulpverlening ingeschakeld. De meesten van hen praatten met een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker (10 procent). Minder dan 1 procent heeft met iemand van Veilig Thuis of met iemand van het Centrum Seksueel Geweld gepraat. Met de politie heeft 1 procent gesproken en heeft 1 procent aangifte gedaan.

8.5.1 Gepraat over fysiek seksueel geweld1), 2022 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
2022
Met iemand gepraat 70,9
.
Vriend/vriendin 48,6
Partner 25,1
Ander gezins- of familielid 12,0
Hulpverlener (bijv. (huis)arts, psycholoog) 9,6
Politie 0,9
Hulpverlener Centrum Seksueel Geweld 0,6
Medewerker Veilig Thuis 0,1
Met iemand anders 7,3
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Noten

Indien een respondent de vraag over slachtofferschap bij een item niet heeft ingevuld wordt verondersteld dat hij/zij dit item niet heeft meegemaakt. Deze veronderstelling zal niet altijd juist zijn omdat sommige slachtoffers om hun moverende redenen die vragen niet hebben willen of kunnen beantwoorden. Wanneer degenen die de vragen niet beantwoord hebben als slachtoffer worden meegeteld, zou het slachtofferpercentage voor fysiek seksueel geweld in de afgelopen 5 jaar 12 procent bedragen, en het slachtofferschap in de afgelopen 12 maanden 6 procent. Zie ook de Onderzoeksverantwoording (in paragraaf 4 het aandachtspunt Ontbrekende waarden).

Bij vrouwelijke slachtoffers is de pleger bijna altijd een man (94 procent). Bij mannelijke slachtoffers is de pleger vaker een vrouw dan een man (62 tegen 28 procent).

Hiermee worden bedoeld tegen de eigen wil aftrekken of vingeren, orale seks, geslachtsgemeenschap, anale seks, en gedwongen prostitutie. Tegen de eigen wil aanraken op een seksuele manier en tegen de eigen wil zoenen blijven buiten beschouwing.

Vanwege de fysieke component bij deze vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag is ook gevraagd naar de reactie van het slachtoffer op het geweld. Het kan gaan om fight-, flight- en/of freeze-reacties. Hoe iemand ook reageert op het geweld, het moge duidelijk zijn dat het nooit de schuld van het slachtoffer is.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs (allen CBS)

drs. M.M.P Akkermans

drs. E.L.J. Derksen

dr. J.G. Kloosterman

dr. E.A.L.M.G Moons

dr. M. Wingen

Begeleidingscommissie

em. prof. dr. W.M.A. Vanwesenbeeck (UU; tevens voorzitter)

dr. D. van de Bongardt (EUR)

H. de Kat LLM (Ministerie van VWS; tot 1 juli 2022 lid))

J. van Rooden MSc (Ministerie van VWS; vanaf 1 juli 2022 lid)

dr. I. Schwabe (TiU)

prof. dr. M.J. Steketee (Verwey-Jonker Instituut, leerstoel Erasmus Universiteit)

S.J. Tjalsma MSc LLM (Ministerie van JenV)

dr. L.M. van der Knaap (WODC)