Editie 2021Editie 2021

Foto omschrijving: Musje eet vliegend stukje brood uit een hand

Hoe gaat het met de verschillende diersoorten?

De fauna van land en zoet water in Nederland ging tussen 1990 en 2019 met iets meer dan 1 procent vooruit. Per soortgroepnoot1 zijn er wel grote verschillen. Over de hele linie gaat het merendeel van de soorten die op het land leven in aantal achteruit, zoals dagvlinders (26 soorten achteruit, 15 vooruit). Soortgroepen van zoet water gaan gemiddeld juist vooruit. Zo zijn 36 soorten libellen in verspreiding toegenomen, terwijl 11 soorten achteruitgingen.

Hoe gaat het met de verschillende diersoorten?AmfibieënReptielenHoeveel soorten namentoe in populatie Hoeveel soorten namenaf in populatie Hoeveel soorten bleven gelijk in populatie 961133Legenda726920Vogels
VissenVlindersLibellen1136911118261510Zoogdieren1578

Het CBS berekent trends in de omvang van de populatie en het verspreidingsgebied van een groot aantal planten- en diersoorten uit de Nederlandse natuur. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van waarnemingen die voornamelijk verzameld zijn door vrijwilligers, maar deels ook door professionele waarnemers. Door de trends in samenhang te bekijken ontstaat een redelijk compleet beeld van de toestand en de ontwikkeling van de Nederlandse natuur.

Fauna van land en zoet water licht toegenomen

De indicator ‘fauna van land en zoet water’ (ook wel de Nederlandse Living Planet Index of LPInoot2)‍ geeft de gemiddelde trend weer van 351 in Nederland voorkomende soorten broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders, libellen, zoogdieren en zoetwatervissen. In de periode 1990–2019 is deze index met iets meer dan 1 procent toegenomen. In de laatste twaalf jaar is deze stabiel, maar per type natuurgebied zijn er verschillende ontwikkelingen. Zo zijn de kenmerkende diersoorten van heide, duinen en agrarisch gebied gemiddeld achteruit gegaan en die van bos, zoet water en moerassen juist toegenomen.

Fauna van land en zoetwater (trend 1990=100)
Waarneming Trend Onzekerheid trend (low) Onzekerheid trend (high)
1990 102 100 95 − 105 95 − 105
1991 98 99 95 − 103 95 − 103
1992 101 98 95 − 101 95 − 101
1993 95 98 95 − 100 95 − 100
1994 92 97 95 − 100 95 − 100
1995 98 97 95 − 99 95 − 99
1996 95 97 95 − 99 95 − 99
1997 98 97 95 − 99 95 − 99
1998 99 98 95 − 100 95 − 100
1999 96 98 96 − 101 96 − 101
2000 101 99 97 − 101 97 − 101
2001 97 100 98 − 102 98 − 102
2002 102 101 98 − 103 98 − 103
2003 104 102 99 − 104 99 − 104
2004 101 102 100 − 104 100 − 104
2005 105 103 101 − 105 101 − 105
2006 104 103 101 − 105 101 − 105
2007 102 104 102 − 106 102 − 106
2008 101 104 102 − 106 102 − 106
2009 108 105 102 − 106 102 − 106
2010 106 105 103 − 106 103 − 106
2011 106 105 103 − 106 103 − 106
2012 100 105 103 − 106 103 − 106
2013 104 105 103 − 106 103 − 106
2014 107 104 103 − 106 103 − 106
2015 104 104 102 − 105 102 − 105
2016 103 103 102 − 105 102 − 105
2017 105 103 101 − 104 101 − 104
2018 102 102 100 − 104 100 − 104
2019 101 101 99 − 104 99 − 104
Bron: CBS, NEM (Soortenorganisaties)

Minder vlinders, meer libellen

Naast verschillen tussen natuurgebieden zijn er ook grote verschillen tussen soortgroepen. De soortgroepen waarvan de meeste soorten gebonden zijn aan land zijn de afgelopen dertig jaar gemiddeld achteruitgegaan, terwijl soortgroepen die vooral aan zoetwater gebonden zijn in deze periode gemiddeld juist vooruit zijn gegaan. Zo is de aantalstrend van dagvlinders (land) gehalveerd ten opzichte van 1992. Vlindersoorten als boswitje, bruin blauwtje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder en veenhooibeestje kennen een dalende trend. De verspreiding van libellennoot3 (zoetwater) is met ongeveer 50 procent toegenomen sinds 1992, al neemt de trend de laatste jaren wel weer af. Van typisch zuidelijke soorten zoals zuidelijke oeverlibel, zuidelijke keizerlibel, zuidelijke glazenmaker, vuurlibel en zwervende heidelibel neemt de verspreiding nog toe.

Dagvlinders en libellen (trend 1992=100)
Waarneming libellen Trend libellen Onzekerheid trend libellen (low) Onzekerheid trend libellen (high) Waarneming vlinders Trend vlinders Onzekerheid trend vlinders (low) Onzekerheid trend vlinders (high)
1992 104 105 95 − 116 95 − 116 116 100 91 − 110 91 − 110
1993 100 110 102 − 118 102 − 118 89 92 86 − 99 86 − 99
1994 110 115 108 − 122 108 − 122 64 85 80 − 90 80 − 90
1995 119 120 114 − 125 114 − 125 89 80 76 − 83 76 − 83
1996 127 125 120 − 130 120 − 130 79 75 72 − 78 72 − 78
1997 141 131 127 − 136 127 − 136 72 71 69 − 74 69 − 74
1998 139 137 133 − 141 133 − 141 71 68 66 − 71 66 − 71
1999 139 143 138 − 147 138 − 147 52 66 63 − 68 63 − 68
2000 146 150 146 − 153 146 − 153 69 64 61 − 66 61 − 66
2001 144 156 153 − 161 153 − 161 51 62 60 − 64 60 − 64
2002 160 163 159 − 166 159 − 166 67 61 59 − 63 59 − 63
2003 182 169 166 − 173 166 − 173 76 60 58 − 62 58 − 62
2004 174 175 173 − 178 173 − 178 58 59 58 − 61 58 − 61
2005 175 181 178 − 183 178 − 183 63 59 58 − 61 58 − 61
2006 192 184 181 − 187 181 − 187 61 59 58 − 61 58 − 61
2007 198 187 185 − 189 185 − 189 46 59 58 − 61 58 − 61
2008 194 188 187 − 191 187 − 191 45 59 58 − 60 58 − 60
2009 190 189 187 − 191 187 − 191 73 59 58 − 61 58 − 61
2010 186 189 187 − 191 187 − 191 74 59 58 − 61 58 − 61
2011 178 188 185 − 189 185 − 189 65 60 58 − 61 58 − 61
2012 185 186 183 − 189 183 − 189 45 60 59 − 62 59 − 62
2013 182 185 183 − 187 183 − 187 68 60 59 − 61 59 − 61
2014 177 185 183 − 187 183 − 187 69 59 58 − 60 58 − 60
2015 185 185 183 − 187 183 − 187 54 58 56 − 59 56 − 59
2016 178 184 183 − 185 183 − 185 49 56 55 − 58 55 − 58
2017 179 184 183 − 185 183 − 185 66 54 53 − 55 53 − 55
2018 191 184 183 − 185 183 − 185 56 52 51 − 53 51 − 53
2019 186 185 183 − 187 183 − 187 46 50 49 − 51 49 − 51
28 188 185 183 − 187 183 − 187 45 47 46 − 48 46 − 48
Bron: CBS, NEM (Vlinderstichting)

De vragen

Noten

Soortgroep

Een soortgroep is een groep soorten behorende tot dezelfde klasse (bijvoorbeeld vogels, zoogdieren, vlinders).

Living Planet Index (LPI)

Plantensoorten, maar ook diersoorten die voorkomen in zoutwater (zeevissen, fauna van de zeebodem) zijn nog niet meegenomen in deze indicator. Daarom betreft de LPI van Nederland feitelijk de fauna van land en zoet water.

Libellen

Voor libellen zijn momenteel geen (betrouwbare) aantalstrends voorhanden: de trends in verspreiding worden gezien als de beste manier om de populatieontwikkeling te beschrijven wanneer geen trends in aantallen beschikbaar zijn.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Concept & beeldredactie

Irene van Kuik

Infographics

Janneke Hendriks

Richard Jollie

Hendrik Zuidhoek

Redactie

Ronald van der Bie

Annelie Hakkenes-Tuinman

Michel van Kooten

Sidney Vergouw

Paul de Winden

Karolien van Wijk

Gert Jan Wijma

Vertaling

Frans Dinnissen

Gaby de Vet

Eindredactie

Elma Wobma

Dank aan alle CBS-collega’s die hebben bijgedragen aan deze editie