Foto omschrijving: Een vrachtwagen vervoert een ASML chip machine in de Verenigde Staten

Nederlandse verdiensten aan de export

Auteurs: Leen Prenen, Roger Voncken

Nederland hield in 2023 376 miljard euro over aan de export. Hiervan kwam 166 miljard euro tot stand dankzij de export van goederen van Nederlandse makelij, 42 miljard euro dankzij wederuitvoer van goederen en 168 miljard euro dankzij dienstenexport. Nederlandse exportverdiensten (2023*) Totale export Nederland € 0,40 Wederuitvoer € 0,12 € 352 mld € 42 mld Goederen NL makelij € 0,51 € 325 mld € 166 mld Dienstenexport € 0,63 € 268 mld € 168 mld Exportverdiensten Toegevoegde waarde per euro export Exportwaarde € 376 mld € 945 mld
Nederlandse exportverdiensten (2023*)
Goederen NL makelij Wederuitvoer Diensten Totaal
Exportwaarde 325 mld euro 352 mld euro 268 mld euro 945 mld euro
Toegevoegde waarde per euro export 0,51 euro 0,12 euro 0,63 euro 0,40 euro
Exportverdiensten 166 mld euro 42 mld euro 168 mld euro 376 mld euro

Export levert Nederland veel op. Ruim een derde van onze welvaart is te danken aan de uitvoer van goederen en diensten. Ook veel banen hangen samen met export: van havenarbeider tot IT’er. Maar hoeveel verdienden we daar in 2023 aan, en wie precies? In dit hoofdstuk laten we zien wat de export Nederland in 2023 opleverde, hoe dat zich ontwikkelde ten opzichte van eerdere jaren, én welke bedrijfstakken, landen en producten het belangrijkst waren. Ook gaan we in op de mensen achter de export. Hoeveel mannen en vrouwen danken hun werk aan de export? In welke bedrijfstakken werken zij, in welke beroepen, met welk contracttype, en wat is hun opleidingsniveau?

6.1Belangrijkste bevindingen

Bijdrage van de export aan het bbp

  • De Nederlandse export van goederen en diensten bedroeg in 2023 945,2 miljard euro. Dat is 1,4 procent minder dan in 2022.
  • De waarde van de goederenexport daalde met 4 procent. De waarde van de wederuitvoer daalde daarbij meer (bijna 5 procent) dan de exportwaarde van Nederlandse makelij (3 procent). Zowel volume- als prijsdalingen liggen hieraan ten grondslag.
  • De exportwaarde van diensten nam in 2023 juist toe ten opzichte van 2022: met bijna 6 procent tot een waarde van 268,3 miljard euro. Dit kwam vooral door prijsstijgingen.
  • Ondanks de afgenomen totale bruto exportwaarde, waren de verdiensten aan de export in 2023 375,9 miljard euro: bijna 6 procent meer dan een jaar eerder.
  • Na een daling in de exportverdiensten per euro bruto export in 2022, stijgen in 2023 de relatieve exportverdiensten van zowel Nederlandse makelij, wederuitvoer als diensten opnieuw tot respectievelijk 51, 12 en 63 cent per euro export.
  • 35,2 procent van het Nederlandse bbp werd in 2023 verdiend door export van goederen en diensten, een lichte daling ten opzichte van 2022 (35,7 procent).
  • In 2023 groeide het bbp van Nederland met amper 0,08 procent. De lagere productie en afgenomen export van aardgas speelde hierin een grote rol. Ook was er een afname van de groei in bedrijfstakken zoals de chemische industrie, landbouw en metaalindustrie.
  • Bedrijfstakken die traditioneel veel verdienen aan de export zijn de industrie, zakelijke dienstverlening en de handel. Zij zagen hun verdiensten in 2023 verder groeien. De delfstoffenwinning, chemische industrie en aardolie-industrie zagen een terugloop in hun verdiensten. Deze afname hangt samen met een normalisering van de uitzonderlijk hoge prijzen in 2022.
  • De gespecialiseerde machines blijven de grootste categorie in de export van Nederlandse makelij. Ten opzichte van een jaar eerder groeiden de verdiensten aan de gespecialiseerde machines afkomstig uit Nederland met 22 procent in 2023.
  • Nederland verdiende het meest aan de export naar Duitsland, het VK, de VS, België en Frankrijk. Na een afname in 2022 nam het belang van China als exportbestemming in 2023 weer toe.

Werkgelegenheid die samenhangt met de export

  • In Nederland is 31,4 procent van de werkgelegenheid (oftewel 2,6 miljoen voltijdbanen) te relateren aan de export. Het gaat daarbij om 1,2 miljoen directe en 1,4 miljoen indirecte voltijdbanen. Daarmee was het belang van de buitenlandse afzetmarkt in 2023 even groot als in 2022.
  • In 2023 leverden kapitaalintensieve bedrijfstakken zoals de industrie en delfstoffen­winning een relatief grote bijdrage aan de exportverdiensten, terwijl hun aandeel in de exportgerelateerde werkgelegenheid beperkt bleef. De delfstoffenwinning was goed voor 2,3 procent van de totale exportverdiensten, de export leverde er weinig banen op.
  • In arbeidsintensieve bedrijfstakken wordt aanzienlijk meer werkgelegenheid gecreëerd door de export: in de zakelijke dienstverlening leidt export tot 29,1 procent van de totale werkgelegenheid. In de landbouw, bosbouw en visserij leverde de export verhoudings­gewijs meer werkgelegenheid op dan verdiensten. Bij de andere bedrijfstakken zijn de aandelen vergelijkbaar.
  • In de zakelijke dienstverlening en in de handel wordt relatief veel indirecte werkgelegen­heid gegenereerd dankzij export, door als toeleverancier van exporterende bedrijven op te treden. Binnen de industrie werken juist veel mensen direct voor de export.
  • Net als bij de exportverdiensten wordt de top 5 van exportbestemmingen die voor de werkgelegenheid zorgen, gevormd door Duitsland, het VK, de VS, België en Frankrijk.
  • De meeste uren voor de export worden gemaakt door werknemers in bedrijfs­economische en administratieve beroepen, gevolgd door technische en commerciële beroepen. Binnen de agrarische beroepen wordt relatief gezien het grootste aandeel uren (52 procent van alle uren door agrarische beroepen) aan export besteed. Ook bij transport- en logistiekberoepen en ICT-beroepen is dit aandeel relatief hoog.
  • Mannen, lager opgeleiden en zelfstandigen maken relatief de meeste uren ten behoeve van de export.

Databronnen

  • In dit hoofdstuk maken we gebruik van de cijfers van de Nationale Rekeningen van het CBS. Hiermee is het mogelijk inzicht te geven in de daadwerkelijke economische opbrengst van de export. De gegevens uit de Nationale Rekeningen zijn op het moment van schrijven beschikbaar tot en met 2023.
  • Bij de Nationale Rekeningen staat het concept van eigendomsoverdracht centraal. Dit zijn goederentransacties waarbij een bedrijf of persoon gevestigd in Nederland het economisch eigendom van de goederen overdraagt aan een bedrijf of persoon gevestigd in het buitenland, en omgekeerd.
  • Mede hierdoor verschillen de cijfers in dit hoofdstuk van de cijfers die gerapporteerd zijn in hoofdstuk 2 en 3. Daar werd uitgegaan van het concept van grensoverschrijding. Bij dit concept staan de goederenbewegingen die fysiek de Nederlandse landsgrenzen passeren centraal, zonder dat hierbij altijd sprake is van eigendomsoverdracht.

Revisie Nationale Rekeningen

Eens in de vijf jaar vindt een revisie van de Nationale Rekeningen plaats, in lijn met het beleid van de Europese Commissie. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de Nationale Rekeningen. Om reeksbreuken te voorkomen worden ook de voorafgaande definitieve jaren herzien, waardoor cijfers van vorige edities van Nederland Handelsland afwijken van deze publicatie. Om de verschillen inzichtelijk te maken laten we in dit hoofdstuk daarom bewust niet alleen de cijfers van het meest recente verslagjaar zien, maar ook van eerdere jaren.

Internationale handel volgens grensoverschrijding en eigendomsoverdracht

Bedrijven – en daarmee ook landen – zijn geïntegreerd in internationale waardeketens. Vanuit bedrijfseconomisch perspectief is dat vaak een rendabele keuze. Op macro-economisch niveau kan dit echter leiden tot economische afhankelijkheden die minder wenselijk zijn. Zulke afhankelijkheden zijn met traditionele handelsstatistieken moeilijk te identificeren.

Traditionele exportcijfers gaan uit van het principe van grensoverschrijding. Ze kijken welke goederen Nederland fysiek binnenkomen of verlaten. Deze cijfers zeggen iets over de omvang en richting van de handelsstromen, maar ze laten niet direct zien hoeveel Nederland onder de streep overhoudt aan de handel met andere landen. Er wordt immers geen rekening gehouden met de kosten die gepaard gaan met productie en handel, zoals ingevoerde grondstoffen, en met de winst die uiteindelijk in Nederland blijft.

In dit hoofdstuk maken we daarom gebruik van de cijfers van de Nationale Rekeningen van het CBS. Bij de Nationale Rekeningen staat het concept van eigendomsoverdracht centraal, wat betekent dat bepaalde transacties in het buitenland tot de Nederlandse in- en uitvoer kunnen worden gerekend, ook als de verhandelde goederen niet fysiek in Nederland zijn geweest. Hiermee is het wel mogelijk inzicht te geven in de daadwerkelijke economische opbrengst van de export naar andere landen.

Mede hierdoor verschillen de cijfers in dit hoofdstuk van de cijfers die gerapporteerd zijn in hoofdstuk 2 en 3 van deze publicatie, waarbij er wordt uitgegaan van het concept van grensoverschrijding. Op het moment van schrijven is 2023 het meest recente volledige jaar waarover data beschikbaar is bij de Nationale Rekeningen. Voor meer informatie over de verschillende concepten binnen de internationale handel, zie CBS (2025a).

Leeswijzer

Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd. In paragraaf 6.2 bekijken we hoeveel Nederland in 2023 verdiende aan de export. We laten zien hoe groot het aandeel van export is in het Nederlandse bbp en welke typen exportstromen daar het meeste aan bijdragen. Daarna maken we het concreter: welke bedrijfstakken en producten zorgen voor die verdiensten, en welke landen zijn in dat opzicht onze belangrijkste afnemers? Paragraaf 6.3 draait om de mensen achter de export. Hoeveel banen hangen ermee samen, en in welke bedrijfstakken? We kijken naar directe en indirecte werkgelegenheid, uitgesplitst naar type export. Ook analyseren we hoeveel uren Nederlandse werkenden besteden aan export, en wat hen kenmerkt.

6.2Bijdrage van de export aan het bbp

De Nederlandse exportwaarde daalt

In 2023 exporteerde Nederland voor 945,2 miljard euro aan goederen en diensten. Dat is een daling van 1,4 procent ten opzichte van een jaar eerder, zie figuur 6.2.1.

De totale uitvoer van goederen bedroeg 676,9 miljard euro in 2023. Hierbij kunnen we een onderscheid maken tussen goederen van Nederlandse makelij en wederuitvoer. Bedrijven in Nederland exporteerden voor 324,5 miljard euro aan Nederlandse makelij. Dit zijn goederen die in Nederland geproduceerd zijn of in ons land een significante bewerking hebben ondergaan. Wederuitvoer betreft goederen die door bedrijven in Nederland zijn geïmporteerd, maar vrijwel onbewerkt weer zijn uitgevoerd. Tijdens hun verblijf in Nederland zijn deze goederen wel (tijdelijk) eigendom van een bedrijf in ons land. In 2023 had de wederuitvoer een waarde van 352,4 miljard euro. In vergelijking met 2022 daalde de waarde van de goederenexport met 4,0 procent. De waarde van de wederuitvoer daalde daarbij meer (4,9 procent) dan de exportwaarde van Nederlandse makelij (3,0 procent).

De exportwaarde van diensten nam in 2023 juist toe ten opzichte van een jaar eerder: met 5,9 procent tot een waarde van 268,3 miljard euro. Er is sprake van Nederlandse diensten­export wanneer iemand in Nederland betaald wordt voor geleverde diensten aan iemand die in het buitenland gevestigd is. Denk bijvoorbeeld aan een ingenieur in Nederland die advies geeft aan een bedrijf in China over bouwwerkzaamheden. We spreken dan over Nederlandse export van ingenieursdiensten naar China. Ook betalingen voor bijvoorbeeld intellectueel eigendom – ook wel royalty’s genoemd – en betalingen voor softwarelicenties vallen onder de dienstenhandel (CBS, 2017).

6.2.1 Bruto exportwaarde per exportcategorie (mld euro)
jaar Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
2023* 324,5 352,4 268,3
2022 334,6 370,6 253,3
2021 279,2 281,0 210,5

Goederenexport daalt door zowel volume- als prijsdalingen …

Een toename of afname van handelswaarden betekent niet automatisch dat er ook respectievelijk meer of minder verhandeld wordt. De handelswaarde is immers het resultaat van de hoeveelheid goederen en diensten die men exporteert en de prijs die men hiervoor ontvangt. Tabel 6.2.2 laat zien dat de afname van de totale Nederlandse exportwaarde in 2023 een direct gevolg is van zowel een volumeafname als prijsdalingen, van respectievelijk 0,5 en 0,9 procent. Maar er zijn duidelijke verschillen per exportstroom.

Ten opzichte van een jaar eerder was er in 2023 sprake van een prijsdaling bij de goederenexport, en dan met name bij goederen bestemd voor wederuitvoer. Het wederuitvoervolume groeide in 2023 minimaal, terwijl er minder goederen van Nederlandse makelij naar het buitenland geëxporteerd werden. Dit staat in schril contrast met 2022. Dat jaar kenmerkte zich door sterke waardestijgingen van de goederenexport veroorzaakt door sterke prijsstijgingen van zowel consumentengoederen (CBS, 2025b) als van industriële producten (CBS, 2025c).

… dienstenexport groeit met name door prijsstijgingen

De waardestijging van de Nederlandse dienstenexport kwam in 2023 grotendeels op conto van prijsstijgingen. In 2023 waren diensten gemiddeld 5,2 procent duurder dan een jaar eerder, terwijl het volume toenam met 0,6 procent. Dus zelfs na de sterke volume- en prijsstijgingen van een jaar eerder bleef de dienstenexport in 2023 op alle vlakken groeien, zij het niet in dezelfde mate.

6.2.2Waarde, volume- en prijsmutaties van de export
2022 2023*
waarde­mutatie volume­mutatie prijs­mutatie waarde­mutatie volume­mutatie prijs­mutatie
Type export %
Uitvoer van goederen en diensten 24,4 4,4 19,1 –1,4 –0,5 –0,9
Goederenuitvoer 25,9 1,6 23,9 –4,0 –1,0 –3,1
Uitvoer van Nederlandse makelij 19,8 –1,9 22,1 –3,0 –2,2 –0,9
Wederuitvoer 31,9 5,1 25,5 –4,9 0,1 –5,0
Dienstenuitvoer 20,3 11,9 7,5 5,9 0,6 5,2

Prijsveranderingen kunnen veel oorzaken hebben: bijvoorbeeld toegenomen kosten van grondstoffen, arbeid en/of transport, wisselkoersschommelingen, veranderingen in internationale vraag en aanbod, en – recentelijk volop in de aandacht – invoerheffingen of exportrestricties. Deze prijsveranderingen kunnen ook weer gevolgen hebben voor de volumeontwikkeling. Bij stijgende prijzen kan de gevraagde hoeveelheid afnemen – zeker als er goede alternatieven zijn. Soms stijgt het volume ook tijdelijk, omdat buitenlandse afnemers voorraad aanleggen bij verwachte prijsstijgingen of onzekerheid, en andersom kunnen kopers juist aankopen uitstellen als ze verwachten dat de prijzen gaan dalen.

5,9% verdiende Nederland meer aan de export in 2023 t.o.v. een jaar eerder

Nederland verdiende meer aan de export, ondanks dalende exportwaarde

In 2023 daalde dus de Nederlandse exportwaarde. Wat betekende dat voor onze exportverdiensten? Aan de 945,2 miljard euro aan goederen en diensten die Nederland in 2023 exporteerde, verdiende ons land 375,9 miljard euro. Dit noemen we ook de toegevoegde waarde die de export genereerde. Dat betekent dat bedrijven in Nederland aan iedere euro bruto export gemiddeld 40 cent verdienden. In 2022 was dat nog 37 cent, en verdiende ons land in totaal 355,0 miljard euro aan de export van goederen en diensten. Ten opzichte van een jaar eerder verdiende Nederland in 2023 dus 5,9 procent meer aan de export ondanks de afgenomen totale bruto exportwaarde.

Aan elke euro dienstenexport houden we steeds meer over

We verdienen niet aan iedere euro bruto export evenveel. Figuur 6.2.3 laat zien dat de dienstenexport in 2023 bijna 63 eurocent per euro opleverde en de export van Nederlandse producten 51 eurocent. Aan één euro export van Nederlandse makelij verdienden we in 2023 3,2 eurocent meer dan in 2022. Dat komt omdat de prijzen van ingevoerde grondstoffen en brandstoffen zijn gedaald, waardoor ook het importgehalte van de uitvoer is gedaald, zie ook hoofdstuk 7 van deze publicatie. Door de goedkopere invoer was er in 2023 minder invoerwaarde nodig om de uitvoer te verwezenlijken. De bijdrage van wederuitvoer is veel beperkter. Er is immers relatief veel import nodig om deze export te verwezenlijken, waardoor we ook aanzienlijk minder verdienden aan deze exportstroom. In 2023 was dat 12 eurocent voor elke euro wederuitvoer. Omdat wederuitvoer in termen van waarde wel de grootste exportstroom was, leverde dat nog steeds 42 miljard euro op voor bedrijven in Nederland.

De export van diensten leverde steeds meer op: van bijna 59 eurocent in 2021 tot bijna 63 eurocent in 2023. Aan de export van goederen hielden bedrijven in Nederland in 2023 – gemiddeld genomen – iets meer over dan een jaar eerder. Dat gold zowel voor de goederen van Nederlandse bodem als de goederen bestemd voor wederuitvoer.

6.2.3 Verdiensten per euro export, naar type export (cent per euro export)
type 2021 2022 2023*
Uitvoer van Nederlandse makelij 50,8 47,9 51,1
Wederuitvoer 13,3 10,9 11,9
Uitvoer van diensten 58,9 61,0 62,6

Exportkrimp drukt groei bbp

Het Nederlandse bbp is naast de verdiensten aan de export van goederen en diensten ook opgebouwd uit de verdiensten aan binnenlandse bestedingen. Binnenlandse bestedingen vertegenwoordigen de vraag naar goederen en diensten binnen Nederland en bestaan uit de consumptieve uitgaves van huishoudens en overheid, investeringen en voorraadmutaties.

Het aandeel van de totale exportverdiensten in het bbp was 35,7 procent in 2022 en 35,2 procent in 2023.

In 2022 profiteerde de economie van een sterke inhaalslag na de coronajaren. Die tijdelijke impuls was in 2023 uitgewerkt. In 2022 was de inflatie met gemiddeld 10 procent uitzonderlijk hoog, maar veel huishoudens en bedrijven konden die prijsstijging toen nog tijdelijk opvangen (Schovers, 2023). In 2023 werden de structurele gevolgen van de afgenomen koopkracht sterker gevoeld, ondanks dat de inflatie daalde naar 3,8 procent (CBS, 2025d). In 2023 groeide het bbp van Nederland weliswaar opnieuw, maar die groei bleef minimaal met 0,08 procent. Figuur 6.2.4 toont dat de binnenlandse bestedingen voor 0,42 procentpunt positief bijdroegen en de dienstenexport voor 0,07 procentpunt. Dit waren ook de motoren achter de groei van het Nederlandse bbp in 2022. De bijdrage van Nederlandse makelij in de uitvoer daalde, waarbij de lagere productie en afgenomen export van aardgas een grote rol speelde. Ook was er een afname van de groei in bedrijfstakken zoals de chemische industrie, landbouw en metaalindustrie (CBS, 2024). De wederuitvoer had geen bijdrage in de verandering van het bbp.

6.2.4 Bijdrage van de uitvoer aan de economische groei (%-punt bbp-groei)
Jaar Binnenlandse bestedingen Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Dienstenuitvoer
2022 2,721 -0,156 -0,075 2,517
2023* 0,42 -0,415 -0,001 0,070

Ruim driekwart van de verdiensten van de industrie dankzij de export

Er bestaan grote verschillen in de mate waarin Nederlandse bedrijfstakken verdienen aan het binnenland of buitenland, zie tabel 6.2.5. De weergegeven exportverdiensten omvatten niet alleen de verdiensten aan de directe export, maar ook de verdiensten die een bedrijfstak op indirecte wijze genereert: als toeleverancier aan exporterende bedrijfstakken.

Niet geheel verrassend was de publieke sector het meest afhankelijk van binnenlandse bestedingen, in termen van verdiensten. Slechts 2,5 procent van hun verdiensten in 2023 kwam voort uit de export van goederen en diensten. Het openbaar bestuur, onderwijs en de gezondheidszorg verdiende tevens met 204,7 miljard euro verreweg het meest aan het binnenland. Ook voor de bouw en de cultuur- en recreatiesector waren de binnenlandse bestedingen een zeer belangrijke bron van verdiensten.

De Nederlandse industrie, de zakelijke dienstverlening, en handel verdienden in absolute termen het meest aan de export van goederen en diensten. Deze drie bedrijfstakken waren samen goed voor bijna twee derde van de Nederlandse exportverdiensten. De delfstoffen­winning, industrie, en landbouw, bosbouw en visserij waren het sterkst afhankelijk van het buitenland wat betreft hun verdiensten.

6.2.5Toegevoegde waarde per bedrijfstak, uitgesplitst naar binnenlands en buitenlands, 2023*
Binnenlandse bestedingen Export Aandeel export in totale toegevoegde waarde
mld euro %
Openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg 204,7 5,3 2,5
Zakelijke dienstverlening 75,5 86,1 53,3
Financiële dienstverlening, verhuur en handel van onroerend goed 106,6 27,6 20,6
Handel 61,3 65,2 51,5
Industrie 29,2 88,3 75,2
Vervoer en opslag 14,5 30,3 67,7
Informatie en communicatie 22,7 24,3 51,8
Bouwnijverheid 44,6 4,6 9,4
Energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer 15,3 9,7 38,8
Horeca 15,5 4,4 22,1
Cultuur, recreatie en overige diensten 20,9 3,3 13,6
Delfstoffenwinning 2,5 8,7 77,9
Landbouw, bosbouw en visserij 5,6 13,4 70,6

Vervoer en opslag, en delfstoffenwinning zien verdiensten aan export teruglopen

In figuur 6.2.6 focussen we ons op de bedrijfstakken die in 2023 minstens de helft van hun verdiensten uit de export haalden. We maken hierbij een onderscheid naar de verschillende exportstromen: goederen van Nederlandse makelij, goederen bestemd voor wederuitvoer en de dienstenexport. Daarnaast laten we de ontwikkeling van de exportverdiensten zien sinds 2021.

Vijf van de zeven bedrijfstakken die minstens de helft van hun verdiensten uit de export halen, zagen in 2023 de verdiensten stijgen ten opzichte van een jaar eerder. Alleen de vervoersector en de delfstoffenwinning rapporteerden minder exportverdiensten. De sterke groei van de exportverdiensten van de delfstoffenwinning in 2022 kwam voor een belangrijk deel door de gestegen prijzen van minerale brandstoffen (Prenen et al., 2024). Verder toont de figuur dat de industrie in grote mate aan de export van Nederlandse goederen verdiende, de handel voor een belangrijk gedeelte aan de wederuitvoer en de dienstverlenende bedrijfstakken – niet geheel verrassend – aan de export van diensten. Vervoer en opslag en de zakelijke dienstverlening houden meer over aan de wederuitvoer van goederen dan de industrie.

6.2.6 Bedrijfstakken met de meeste toegevoegde waarde door de export (mld euro)
Bedrijfstak Jaar Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
Industrie 2023*, Industrie 74,6 1,5 12,2
Industrie 2022, Industrie 67,3 1,3 10,7
Industrie 2021, Industrie 64,8 1,3 8,1
Zakelijke
dienstverlening
2023*, Zakelijke
dienstverlening
18,5 5,4 62,2
Zakelijke
dienstverlening
2022, Zakelijke
dienstverlening
17,6 4,9 55,7
Zakelijke
dienstverlening
2021, Zakelijke
dienstverlening
16,2 4,7 46,9
Handel 2023*, Handel 27,8 25,1 12,3
Handel 2022, Handel 27,1 24,2 11,4
Handel 2021, Handel 25,9 23,4 11
Vervoer en
opslag
2023*, Vervoer en
opslag
6,0 3,7 20,7
Vervoer en
opslag
2022, Vervoer en
opslag
5,8 3,6 22,9
Vervoer en
opslag
2021, Vervoer en
opslag
5,1 3,1 17,1
Informatie en
communicatie
2023*, Informatie en
communicatie
3,3 1,2 19,8
Informatie en
communicatie
2022, Informatie en
communicatie
3,1 1,1 19,1
Informatie en
communicatie
2021, Informatie en
communicatie
3,0 1,1 15,1
Landbouw,
bosbouw
en visserij
2023*, Landbouw,
bosbouw
en visserij
12,6 0,3 0,6
Landbouw,
bosbouw
en visserij
2022, Landbouw,
bosbouw
en visserij
11,3 0,3 0,5
Landbouw,
bosbouw
en visserij
2021, Landbouw,
bosbouw
en visserij
11,1 0,2 0,3
Delfstoffen-
winning
2023*, Delfstoffen-
winning
7,2 0,2 1,3
Delfstoffen-
winning
2022, Delfstoffen-
winning
12,4 0,2 1,3
Delfstoffen-
winning
2021, Delfstoffen-
winning
4,6 0,1 0,7

De machine-industrie en voedings- en genotsmiddelen­industrie verdienen het meest aan de export van Nederlandse makelij

In figuur 6.2.7 zoomen we verder in op de verdiensten die de industrie genereerde door binnenlandse bestedingen en de export. Tabel 6.2.5 toonde eerder al aan dat in 2023 driekwart van de verdiensten van de industrie kwam door de directe en indirecte export van goederen en diensten. Dit belang blijkt ook uit figuur 6.2.7.

De machine-industrie en de voedings- en genotsmiddelenindustrie verdienden het meest aan de export, en dan met name aan export van goederen van Nederlandse makelij. In absolute termen verdienden deze industriële branches binnen de industrie ook het meest aan binnenlandse bestedingen. De twee kleinste industriële branches – in termen van toegevoegde waarde – zijn het meest afhankelijk van binnenlandse verdiensten.

De uitvoer van diensten speelde bij de meeste industriële branches een beperkte rol, behalve voor de farmaceutische industrie en de overige industrie en reparatie. Wederuitvoer van goederen vormde bij geen enkele Nederlandse industriële branche een belangrijk onderdeel van het verdienmodel.

Verdiensten van de chemische industrie fors gedaald

In 2022 stond de chemische industrie nog op de derde plaats in figuur 6.2.7, met een totale toegevoegde waarde van 15 miljard euro. Deze industrietak heeft traditioneel een hoog energieverbruik en kreeg te maken met fors stijgende invoerprijzen — zo namen de prijzen van ingevoerde goederen voor de chemische industrie met maar liefst 40 procent toe (zie hoofdstuk 7). Daarnaast werd deze branche geconfronteerd met teruglopende investeringen en concurrentie uit het buitenland (Schalkwijk, 2025). Dit alles resulteerde in een dalende productiecapaciteit (CBS, 2025e), wat leidde tot een afname van zowel het exportvolume als de bijbehorende opbrengsten in 2023.

6.2.7 Verdiensten per industriële branche, 2023* (mld euro)
A66_2digit Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten Binnenlandse bestedingen
Machine-industrie 17,4 0,2 1,5 5,0
Voedings-, genotmiddelenindustrie 14,6 0,2 1,0 7,3
Metaalproductenindustrie 4,5 0,2 1,2 4,1
Farmaceutische industrie 5,4 0,1 2,8 0,5
Elektrotechnische industrie 5,5 0,1 0,5 1,5
Chemische industrie 6,1 0,1 0,5 0,6
Overige industrie en reparatie 2,6 0,2 2,8 1,6
Hout-, papier-, grafische industrie 2,5 0,1 0,7 2,1
Auto- en aanhangwagenindustrie 3,2 0,0 0,1 0,7
Elektrische apparatenindustrie 3,0 0,1 0,3 0,5
Rubber- en kunststofproductindustrie 2,4 0,0 0,2 1,1
Bouwmaterialenindustrie 0,9 0,0 0,1 1,7
Aardolie-industrie 1,9 0,0 0,1 0,2
Basismetaalindustrie 1,7 0,0 0,1 0,3
Meubelindustrie 0,6 0,0 0,0 1,3
Overige transportmiddelenindustrie 1,4 0,0 0,2 0,3
Textiel-, kleding-, lederindustrie 0,9 0,0 0,1 0,4

Eerdere prijsstijgingen deels gecorrigeerd in 2023, maar niet bij alle bedrijfstakken

Eerder – in tabel 6.2.2 – hebben we gezien dat de afname van de totale Nederlandse exportwaarde in 2023 een direct gevolg is van zowel een volumeafname als prijsdalingen, van respectievelijk 0,5 procent en 0,9 procent. Er was daarbij een duidelijk verschil tussen de goederen- en dienstenexport. Bij goederen nam het volume van de export af met 1 procent, en de prijzen daalden gemiddeld met ruim 3 procent. Het volume van de dienstenexport nam juist toe met 0,6 procent, terwijl de prijzen in totaal met 5,2 procent stegen.

Met dit in het achterhoofd, hoe kunnen we de exportverdiensten van de verschillende bedrijfstakken in Nederland dan interpreteren? In tabel 6.2.8 staan de waarde-, volume- en prijsmutaties van de export in 2022 en 2023 weergegeven ten opzichte van een jaar eerder. Het gaat hierbij enkel om de export van goederen die in Nederland gemaakt zijn, waardoor de focus automatisch weer gaat naar de Nederlandse industrie.

Het jaar 2022 kenmerkte zich door sterke prijsstijgingen (CBS, 2025d). Deze uitzonderlijke prijsstijgingen waren het gevolg van een zeldzame combinatie van mondiale economische en geopolitieke factoren, waarbij de energiecrisis, de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, en de aanhoudende verstoringen in wereldwijde toeleveringsketens de belangrijkste waren. Dit leidde tot hogere kosten in vrijwel alle bedrijfstakken, die grotendeels werden doorberekend in de exportprijzen. In 2023 vond hierop deels een correctie plaats, en dan met name bij de bedrijfstakken met de hoogste prijsstijgingen een jaar eerder. Denk bijvoorbeeld aan de delfstoffenwinning en de aardolie-industrie. Maar ook de voedings- en genotmiddelenindustrie, hout-, papier en grafische industrie, chemische industrie, commerciële dienstverlening, en overige industrie en reparatie kenden in 2022 prijsstijgingen van meer dan 20 procent en vervolgens prijsdalingen in 2023 – alhoewel van een andere ordegrootte. Bij andere bedrijfstakken bleef de prijs toenemen, zoals het geval was bij de landbouw, textiel-, kleding- en lederindustrie en elektrische apparatenindustrie.

Daar waar prijsontwikkelingen vaak beïnvloed worden door inflatie en grondstofprijzen, geven volumeontwikkelingen een beter beeld van de echte economische activiteiten en hoe de handel zich daadwerkelijk heeft ontwikkeld in de verschillende bedrijfstakken. De Nederlandse bosbouw en visserij, delfstoffenwinning, hout-, papier en grafische industrie, chemische industrie, bouwmaterialenindustrie, meubelindustrie en de restcategorie ‘overig’ – met daarin niet-commerciële en persoonlijke dienstverlening, inclusief instellingen buiten het marktmechanisme – kenden in 2023 allemaal een volumeafname van hun export van minstens 10 procent ten opzichte van een jaar eerder. De delfstoffenwinning spande hierbij de kroon met een afname van het exportvolume van 31,7 procent. Dat kwam mede doordat de totale gasproductie van Nederland in 2023 afnam met een derde ten opzichte van een jaar eerder: voor een belangrijk deel vanwege het terugbrengen van de productie uit het gasveld van Groningen (Ministerie van Klimaat en Groene Groei, 2024). Hierdoor daalt ook de export van het Groningse laagcalorisch gas naar onze buurlanden tot nagenoeg nul aan het einde van dit decennium (Gasunie, 2024). De Nederlandse machine-industrie en auto- en aanhangwagenindustrie, daarentegen, zagen hun exportvolume in 2023 toenemen met respectievelijk 16,0 en 10,5 procent.

6.2.8Waarde-, volume- en prijsmutaties van de export van Nederlandse makelijk naar bedrijfstak
2022 2023*
waarde­mutatie volume­mutatie prijs­mutatie waarde­mutatie volume­mutatie prijs­mutatie
Bedrijfstak %
Landbouw –1,6 –8,7 7,7 8,1 –1,4 9,6
Bosbouw en visserij –16,9 –28,7 16,5 –20,8 –11,8 –10,2
Delfstoffen­winning 134,9 –24,9 212,8 –46,6 –31,7 –21,8
Voedings-, genotmiddelen­industrie 23,9 0,2 23,7 –0,1 –5,6 5,8
Textiel-, kleding-, lederindustrie –12,3 –18,4 7,4 3,8 –4,4 8,7
Hout-, papier-, grafische industrie 10,8 –10,6 23,8 –15,7 –12,8 –3,3
Aardolie-industrie 66,1 –1,9 69,2 –8,6 8,1 –15,4
Chemische industrie 20,1 –4,8 26,2 –20,1 –13 –8,1
Farmaceutische industrie 8,3 4,8 3,3 –2,7 –6,5 4,0
Rubber- en kunststof­product­industrie 5,6 –9,6 16,8 –8,4 –8,1 –0,3
Bouwmaterialen­industrie 13,3 3,9 9,0 –5,6 –12,6 8,1
Basismetaal­industrie 19,1 –3,9 24,0 –15,9 –7,6 –8,9
Metaal­producten­industrie 10,1 –4,4 15,2 0,8 2,0 –1,2
Elektrotechnische industrie 7,3 –2,0 9,6 –3,2 –6,5 3,6
Elektrische apparaten­industrie 7,2 0,4 6,7 8,6 1,9 6,6
Machine-industrie 8,8 5,3 3,3 21,0 16,0 4,3
Auto- en aanhang­wagen­industrie 14,6 8,3 5,8 15,2 10,5 4,2
Overige transport­middelen­industrie 3,1 –0,5 3,6 10,3 5,4 4,6
Meubel­industrie 8,0 –2,7 11,0 –11,0 –12,4 1,6
Overige industrie en reparatie 1,4 0,8 0,5 15,5 11,2 3,9
Commerciële dienst­verlening 24,6 –4,0 29,9 –0,5 3,1 –3,5
Openbaar bestuur, onderwijs, gezondheids­zorg 20,7 –2,0 23,3 –5,9 0,3 –6,2
Overig 47,8 42,4 3,8 –19,9 –16,9 –3,5

Export van gespecialiseerde machines levert Nederland het meeste op

Figuur 6.2.9 laat de belangrijkste vijftien goederensoorten zien in 2023, wat betreft exportverdiensten van producten van Nederlandse makelij. De figuur toont tevens de totale exportwaarde, waardoor inzichtelijk wordt hoeveel toegevoegde waarde een product genereert ten opzichte van de totale exportwaarde.

Van alle goederen van Nederlandse makelij leverde de export van gespecialiseerde machines het meest op in 2023. Deze categorie omvat onder meer apparatuur voor de halfgeleider­industrie, landbouwmachines, medische apparaten en installaties voor de voedings­middelen­industrie. Ten opzichte van een jaar eerder groeiden de verdiensten aan de gespecialiseerde machines afkomstig uit Nederland met 22 procent in 2023. Deze verdiensten maakten 65 procent uit van de bruto exportwaarde. Aardgas, ruwe dierlijke en plantaardige producten, en groenten en fruit leverden relatief de meeste verdiensten op per bruto exportwaarde. Aardgas is zeer lucratief omdat het rechtstreeks uit de Nederlandse bodem komt, waardoor voor deze export weinig import nodig is.

Ruwe aardolie en aardolieproducten zijn qua waarde het belangrijkste exportproduct van Nederlandse makelij. Deze producten leveren echter relatief weinig verdiensten op. Dat komt omdat er veel import nodig is voor deze export. Nederland produceert immers nauwelijks aardolie en moet deze vrijwel volledig importeren. De aardolie wordt vervolgens in ons land verwerkt in raffinaderijen tot bijvoorbeeld brandstoffen en grondstoffen voor de chemische industrie. Ook voor kunststof is relatief veel import nodig.

6.2.9 Toegevoegde waarde in de exportwaarde van Nederlandse makelij voor de top 15 goederen (mld euro)
SITC2 Jaar Toegevoegde waarde Bruto exportwaarde
Gespecialiseerde
machines
2023*, Gespecialiseerde
machines
19,4 10,6
Gespecialiseerde
machines
2022, Gespecialiseerde
machines
15,9 9,5
Gespecialiseerde
machines
2021, Gespecialiseerde
machines
14,8 7,7
Groenten en
fruit
2023*, Groenten en
fruit
7,9 3,7
Groenten en
fruit
2022, Groenten en
fruit
6,3 3,6
Groenten en
fruit
2021, Groenten en
fruit
6,1 2,8
Voertuigen voor
wegvervoer
2023*, Voertuigen voor
wegvervoer
7,5 6,4
Voertuigen voor
wegvervoer
2022, Voertuigen voor
wegvervoer
6,7 6,1
Voertuigen voor
wegvervoer
2021, Voertuigen voor
wegvervoer
6,1 5,2
Ruwe dierlijke en
plantaardige producten
2023*, Ruwe dierlijke en
plantaardige producten
7,1 2,8
Ruwe dierlijke en
plantaardige producten
2022, Ruwe dierlijke en
plantaardige producten
6,8 3,1
Ruwe dierlijke en
plantaardige producten
2021, Ruwe dierlijke en
plantaardige producten
8,1 2,8
Diverse machines 2023*, Diverse machines 6,8 3,4
Diverse machines 2022, Diverse machines 5,4 2,9
Diverse machines 2021, Diverse machines 5,4 2,7
Ruwe aardolie en
aardolieproducten
2023*, Ruwe aardolie en
aardolieproducten
6,3 33,8
Ruwe aardolie en
aardolieproducten
2022, Ruwe aardolie en
aardolieproducten
7,5 37
Ruwe aardolie en
aardolieproducten
2021, Ruwe aardolie en
aardolieproducten
4,4 22,2
Zuivelproducten en
eieren
2023*, Zuivelproducten en
eieren
6,0 3,6
Zuivelproducten en
eieren
2022, Zuivelproducten en
eieren
5,6 4,1
Zuivelproducten en
eieren
2021, Zuivelproducten en
eieren
4,1 2,9
Vlees en
vleesproducten
2023*, Vlees en
vleesproducten
5,1 3,7
Vlees en
vleesproducten
2022, Vlees en
vleesproducten
4,7 4,0
Vlees en
vleesproducten
2021, Vlees en
vleesproducten
4,2 3,4
Elektrische
apparaten
2023*, Elektrische
apparaten
4,6 3,7
Elektrische
apparaten
2022, Elektrische
apparaten
4 3,6
Elektrische
apparaten
2021, Elektrische
apparaten
3,3 3,2
Aardgas 2023*, Aardgas 4,2 0,6
Aardgas 2022, Aardgas 8,1 0,8
Aardgas 2021, Aardgas 3,2 0,7
Medicinale en
farmaceutische
producten
2023*, Medicinale en
farmaceutische
producten
4,1 2,1
Medicinale en
farmaceutische
producten
2022, Medicinale en
farmaceutische
producten
3,4 1,9
Medicinale en
farmaceutische
producten
2021, Medicinale en
farmaceutische
producten
3,1 1,7
Diverse fabricaten 2023*, Diverse fabricaten 3,9 2,2
Diverse fabricaten 2022, Diverse fabricaten 3,4 2,3
Diverse fabricaten 2021, Diverse fabricaten 3,7 2,2
Metaalwaren 2023*, Metaalwaren 3,8 2,2
Metaalwaren 2022, Metaalwaren 3,5 2,3
Metaalwaren 2021, Metaalwaren 3,3 2
Kunststof in
primaire vormen
2023*, Kunststof in
primaire vormen
3,1 4,8
Kunststof in
primaire vormen
2022, Kunststof in
primaire vormen
3,8 6,6
Kunststof in
primaire vormen
2021, Kunststof in
primaire vormen
3,9 4,9
Andere chemische
producten
2023*, Andere chemische
producten
2,8 2,6
Andere chemische
producten
2022, Andere chemische
producten
2,9 3,1
Andere chemische
producten
2021, Andere chemische
producten
2,7 2,7

Nederlandse export blijft het meest verdienen aan Duitsland, het VK en de VS

Eerder hebben we gezien dat de Nederlandse exportverdiensten in 2023 zijn toegenomen met 5,9 procent tot 376 miljard euro. Maar aan welke landen verdienden bedrijven in Nederland het meest? Figuur 6.2.10 laat de bestemmingen zien waarvan de verdiensten aan de export het grootst waren in 2023.

Al jaren is Duitsland het land waar Nederland de meeste exportverdiensten aan overhoudt. In 2023 was dat 57,3 miljard euro. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten maken de top 3 compleet. De Nederlandse verdiensten groeiden in 2023 bij vrijwel alle belangrijke exportbestemmingen ten opzichte van 2022. Van de tien belangrijkste landen – in termen van exportverdiensten – daalden alleen de verdiensten naar Zwitserland, als gevolg van een daling van de verdiensten aan de dienstenexport, vooral in de industriële diensten en de zeevaart. In totaal waren de EU-landen verantwoordelijk voor 57 procent van de Nederlandse exportverdiensten, wat overeenkomt met 214 miljard euro.

Naar Duitsland stegen de Nederlandse exportverdiensten in 2023 met 1,6 procent ten opzichte van een jaar eerder. De gedaalde verdiensten aan goederen van Nederlandse makelij – vooral aardgas – werden ruimschoots gecompenseerd door de gestegen verdiensten aan de dienstenuitvoer naar onze oosterburen – vooral reisverkeer en technische of aan de handel verbonden diensten. Van de getoonde landen groeiden de export­verdiensten naar China het hardst. Hoewel het in absolute termen om minder hoge bedragen ging, groeiden de Nederlandse exportverdiensten naar China met maar liefst 38,3 procent ten opzichte van 2022. Tegen de algehele trend in, kwam dit hoofdzakelijk door hogere exportverdiensten aan producten van Nederlandse bodem. Het betrof hier vooral de export van gespecialiseerde machines. Net voordat de exportrestricties op chipmachines ingingen, exporteerde Nederland eind 2023 voor een groot bedrag aan chipmachines naar China (Bloomberg, 2024). Met een groei van meer dan 10 procent vielen ook de export­verdiensten naar het Verenigd Koninkrijk en Spanje op.

6.2.10 Top 10 bestemmingen op basis van exportverdiensten (mld euro)
land Jaar Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
Duitsland 2023*, Duitsland 25,2 7,3 24,8
Duitsland 2022, Duitsland 26,8 7,3 22,3
Duitsland 2021, Duitsland 22,1 6,9 17,7
VK 2023*, VK 10,5 2,8 18,3
VK 2022, VK 9,8 2,2 16,5
VK 2021, VK 9,1 2,3 15,6
VS 2023*, VS 9,3 2,7 16,7
VS 2022, VS 8,4 2,4 16,0
VS 2021, VS 7,1 2,3 15,3
België 2023*, België 12,5 2,8 10,4
België 2022, België 13,0 2,8 9,6
België 2021, België 11,6 2,7 7,9
Frankrijk 2023*, Frankrijk 8,8 3,2 10,7
Frankrijk 2022, Frankrijk 8,9 3,1 9,4
Frankrijk 2021, Frankrijk 7,7 2,9 6,7
Zwitserland 2023*, Zwitserland 1,9 0,7 9,6
Zwitserland 2022, Zwitserland 1,7 0,7 10,1
Zwitserland 2021, Zwitserland 1,6 0,7 6,9
Ierland 2023*, Ierland 1,7 0,6 9,4
Ierland 2022, Ierland 1,0 0,6 9,8
Ierland 2021, Ierland 0,9 0,5 7,8
China 2023*, China 7,5 1,7 2,0
China 2022, China 4,8 1,3 2,0
China 2021, China 4,7 1,7 2,0
Italië 2023*, Italië 4,2 1,8 4,7
Italië 2022, Italië 4,3 1,7 4,1
Italië 2021, Italië 4,1 1,7 3,1
Spanje 2023*, Spanje 3,4 1,7 4,3
Spanje 2022, Spanje 3,1 1,6 3,7
Spanje 2021, Spanje 2,9 1,4 3,0

6.3Werkgelegenheid die samenhangt met de export

1,2 miljoen directe en 1,4 miljoen indirecte voltijdbanen dankzij export in 2023, uitgesplitst naar goederen van Nederlandse makelij, wederuitvoer en dienstenexport. 6.3.1 Werkgelegenheid (vte) dankzij export (2023*) 451 dzd 2,6 mln Wederuitvoer 721 dzd 60 dzd Dienstenexport Goederen NL makelij 523 dzd Dienstenexport 628 dzd Goederen NL makelij 1,2 mln Directe voltijdbanen exporterende branche 1,4 mln Indirecte voltijdbanen leveranciers, inputs Voltijdbanen dankzij export Wederuitvoer 230 dzd
6.3.1 Werkgelegenheid (vte) dankzij export (2023*)
Goederen NL makelij Wederuitvoer Diensten Totaal
Directe voltijdbanen 451 dzd 60 dzd 721 dzd 1,2 mln
Indirecte voltijdbanen 628 dzd 230 dzd 523 dzd 1,4 mln

Export creëert ook werkgelegenheid, direct én indirect

Export is van groot belang voor de Nederlandse economie. Het zorgt niet alleen voor toegevoegde waarde, het creëert ook veel banen. Achter elk Nederlands exportproduct schuilt namelijk een netwerk van werk. Niet alleen in de fabriek of op het kantoor dat direct zaken doet met het buitenland, maar ook bij toeleveranciers, transporteurs en dienstverleners. Een scheepslading machines naar Canada? Dat betekent ook werk voor de boekhouder, de chauffeur, de producent van smeermiddelen en de ontwikkelaar van technische onderdelen. Zo zorgt export ook indirect bij niet-exporterende bedrijven voor werkgelegenheid.

Directe en indirecte werkgelegenheid wordt gemeten aan de hand van het bedrijf waarvoor iemand werkt, en of dat bedrijf wel of niet exporteert. Een boekhouder werkzaam voor een exporterend bedrijf wordt dus meegerekend bij de directe werkgelegenheid, terwijl de boekhouder bij een ondersteunend – maar niet exporterend – bedrijf bij de indirecte werkgelegenheid gerekend wordt.

Figuur 6.3.1 laat zien dat de werkgelegenheid dankzij de export van goederen en diensten uit ruim 2,6 miljoen voltijdbanen (vte) bestond in 2023, waarvan ruim 1,2 miljoen directe banen en bijna 1,4 miljoen indirecte. Dat komt neer op 31,4 procent van de totale Nederlandse werkgelegenheid. Daarmee was het belang van de buitenlandse afzetmarkt in 2023 even groot als in 2022. Het grootste deel van de exportbanen was dus niet bij het bedrijf dat de grens over gaat, maar bij de ondersteunende keten eromheen.

31,4% van Nederlandse werkgelegenheid door export van goederen en diensten

Zakelijke dienstverlening creëert relatief veel werkgelegenheid dankzij export

De werkgelegenheid die de export van goederen en diensten oplevert, is sterk verbonden met de toegevoegde waarde die deze export oplevert. In figuur 6.3.2 staan weer de bedrijfstakken die in 2023 minstens de helft van hun toegevoegde waarde verdienden met export.

Het aandeel dat de Nederlandse industrie in 2023 innam in de totale toegevoegde waarde dankzij export is aanzienlijk groter dan de werkgelegenheid die het oplevert. Datzelfde geldt voor een andere kapitaalintensieve bedrijfstak: de delfstoffenwinning. Deze bedrijfstak creëerde relatief weinig werkgelegenheid dankzij de export, terwijl het in dat jaar toch verantwoordelijk was voor 2,3 procent van de totale exportverdiensten.

Het produceren van diensten is doorgaans arbeidsintensiever. Dat zien we ook terug bij de zakelijke diensterverlening. Deze bedrijfstak verdiende bijna net zoveel aan de export als de industrie, maar creëerde tegelijkertijd aanzienlijk meer werkgelegenheid: 29,1 procent van de totale werkgelegenheid door export. De agrarische sector leverde verhoudingsgewijs meer werkgelegenheid op dankzij de export, afgezet tegen de totale verdiensten. Bij de andere bedrijfstakken zijn de aandelen vergelijkbaar.

6.3.2 Aandeel in totale toegevoegde waarde en werkgelegenheid dankzij export (%)
NLHL_H6 Jaar Totale toegevoegde waarde dankzij export Totale werkgelegenheid dankzij export
Industrie 2023*, Industrie 23,8 19,5
Industrie 2022, Industrie 22,6 19
Industrie 2021, Industrie 24,7 19,8
Zakelijke
dienstverlening
2023*, Zakelijke
dienstverlening
23,2 29,1
Zakelijke
dienstverlening
2022, Zakelijke
dienstverlening
22,3 29,6
Zakelijke
dienstverlening
2021, Zakelijke
dienstverlening
22,6 29
Handel 2023*, Handel 17,6 17,3
Handel 2022, Handel 17,9 17,4
Handel 2021, Handel 20,1 17,8
Vervoer en
opslag
2023*, Vervoer en
opslag
8,2 9,1
Vervoer en
opslag
2022, Vervoer en
opslag
9,2 9,3
Vervoer en
opslag
2021, Vervoer en
opslag
8,4 9,4
Informatie en
communicatie
2023*, Informatie en
communicatie
6,6 7,2
Informatie en
communicatie
2022, Informatie en
communicatie
6,7 7,2
Informatie en
communicatie
2021, Informatie en
communicatie
6,4 6,7
Landbouw,
bosbouw en
visserij
2023*, Landbouw,
bosbouw en
visserij
3,6 4,9
Landbouw,
bosbouw en
visserij
2022, Landbouw,
bosbouw en
visserij
3,5 5
Landbouw,
bosbouw en
visserij
2021, Landbouw,
bosbouw en
visserij
3,9 5,6
Delfstoffen-
winning
2023*, Delfstoffen-
winning
2,3 0,2
Delfstoffen-
winning
2022, Delfstoffen-
winning
4 0,2
Delfstoffen-
winning
2021, Delfstoffen-
winning
1,8 0,2

Vooral indirecte banen dankzij export bij de zakelijke dienstverlening

Figuur 6.3.3 toont de werkgelegenheid van diezelfde bedrijfstakken naar exportstroom en type, direct of indirect. Omdat de export nauwelijks bijdraagt aan de werkgelegenheid in de delfstoffenwinning, is deze categorie weggelaten.

Bij de zakelijke dienstverlening zien we dat vooral de dienstenexport veel banen oplevert die indirect verbonden zijn aan de export – van boekhouding en marketing tot juridisch advies. In 2023 betrof dit 486 duizend banen, van de in totaal 759 duizend banen die bij de zakelijke dienstverlening verbonden zijn aan de export.

In de industrie was het beeld omgekeerd: daar waren juist veel banen direct verbonden aan de export, meestal bij de export van goederen van Nederlandse makelij. De handel had weer een ander profiel: export zorgde hier vooral voor werk bij bedrijven die niet zelf produceren – zoals transportbedrijven of groothandelaren – waar ook wederuitvoer belangrijk is.

6.3.3 Werkgelegenheid dankzij export naar bedrijfstak, 2023* (1 000 vte)
categorie Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten Directe werkgelegenheid Indirecte werkgelegenheid
Zakelijke dienstverlening . . . . .
Uitvoer 206,7 49,8 502,8 . .
Werkgelegenheid . . . 273 486,3
Industrie . . . . .
Uitvoer 425,7 10,3 73,6 . .
Werkgelegenheid . . . 380,1 129,5
Handel . . . . .
Uitvoer 171,4 168,2 111,5 . .
Werkgelegenheid . . . 141,4 309,7
Vervoer en opslag . . . . .
Uitvoer 53,8 33,4 151,8 . .
Werkgelegenheid . . . 111,8 127,2
Informatie en communicatie . . . . .
Uitvoer 27 10 150,3 . .
Werkgelegenheid . . . 99,7 87,5
Landbouw, bosbouw
en visserij
. . . . .
Uitvoer 119 2,8 5,1 . .
Werkgelegenheid . . . 68,5 58,4

Export naar Duitsland zorgt voor meeste banen

Eerder – in figuur 6.2.10 – hebben we gezien hoeveel bedrijven in Nederland verdienden aan de export van goederen en diensten naar verschillende bestemmingen in 2023. Hoe zit dat met de werkgelegenheid?

Figuur 6.3.4 laat zien dat dezelfde tien landen prijken op de lijst met landen waar de meeste werkgelegenheid wordt gecreëerd dankzij de export. Logischerwijs is de werkgelegenheid sterk verbonden aan de landen waar we het meest aan verdienen – ook naar exportstroom. De top 10 is dan ook exact hetzelfde. Alleen Italië en China wisselen van plek. Aan de export naar Duitsland hield Nederland de meeste werkgelegenheid over: namelijk ruim 407 duizend vte. Dat zijn er 5 300 meer dan in 2022: een stijging van 1,4 procent. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten maakten de top 3 compleet. Terwijl de exportverdiensten naar de VS stegen in 2023, daalde de exportgerelateerde werkgelegen­heid. Deze daling deed zich voornamelijk voor bij de financiële dienstverlening (Konietzny et al., 2025).

6.3.4 Top 10 landen met werkgelegenheid dankzij de export (1000 vte)
land Jaar Uitvoer van Nederlandse makelij Wederuitvoer Uitvoer van diensten
Duitsland 2023*, Duitsland 162,0 50,3 194,9
Duitsland 2022, Duitsland 165,8 51,3 184,8
Duitsland 2021, Duitsland 171,3 51,1 159
VK 2023*, VK 73,7 19,3 139,6
VK 2022, VK 71,9 15,5 134,0
VK 2021, VK 73,9 17,3 138,3
VS 2023*, VS 59,6 18,9 117,3
VS 2022, VS 56,9 17,1 121,3
VS 2021, VS 52,4 17,2 136,3
België 2023*, België 84,2 19,7 81,1
België 2022, België 84,6 20,1 78,8
België 2021, België 86,3 20,4 69,7
Frankrijk 2023*, Frankrijk 59,3 22,3 75,1
Frankrijk 2022, Frankrijk 59,5 21,9 71,9
Frankrijk 2021, Frankrijk 61,0 21,9 57,5
Zwitserland 2023*, Zwitserland 13,5 4,8 72,0
Zwitserland 2022, Zwitserland 12,6 5,2 76,3
Zwitserland 2021, Zwitserland 12,6 5,2 57,5
Ierland 2023*, Ierland 11,2 3,9 72,9
Ierland 2022, Ierland 7,7 4,1 79,8
Ierland 2021, Ierland 7,6 3,5 69,2
Italië 2023*, Italië 28,4 12,4 32,4
Italië 2022, Italië 28,3 12,4 29,8
Italië 2021, Italië 30,7 12,4 26,2
China 2023*, China 46,4 11,6 14,9
China 2022, China 34,1 9,4 16,0
China 2021, China 35,6 12,2 16,3
Spanje 2023*, Spanje 24,1 11,7 28,9
Spanje 2022, Spanje 22,7 11,4 26,0
Spanje 2021, Spanje 23,1 10,3 22,9

Meeste exportgerelateerde uren in bedrijfseconomische en administratieve beroepen en technische beroepen

Door exportgegevens per bedrijfstak te koppelen aan persoonskenmerken van werknemers binnen die bedrijfstakken, kunnen we de werkgelegenheid die aan export te danken is in kaart brengen per beroep, geslacht, type contract en opleidingsniveau. Hoewel deze persoonsgegevens gebaseerd zijn op gewerkte uren per week in plaats van vte, blijft de interpretatie hetzelfde.

In lijn met 2022, werd in 2023 30 procent van alle gepresteerde uren ingezet voor de export. Figuur 6.3.5 toont hoe deze uren zijn verdeeld over de verschillende beroepsklassen. In Nederland werken de meeste mensen in bedrijfseconomische en administratieve beroepen. Denk hierbij aan accountants, financiële specialisten, secretaresses en transportplanners. Daarna volgen de technische beroepen waaronder ingenieurs, bouwarbeiders, machinemonteurs en assemblagemedewerkers, maar ook bakkers en slagers (ROA & CBS, 2014). In deze beroepsklassen wordt bovendien een relatief groot aantal uren ingezet voor activiteiten die de export ondersteunen. Logischerwijs is er amper exportgerelateerde arbeid bij de beroepen die vooral op de binnenlandse markt zijn gericht, zoals zorgmedewerkers en leerkrachten. In de landbouw, een bedrijfstak die veel export heeft, wordt meer dan de helft van de uren gewerkt voor de export.

6.3.5 Uren besteed door de Nederlandse beroepsbevolking voor binnen- en buitenland, per beroep, 2023* (mln uren)
beroep t.b.v. binnenlandse bestedingen t.b.v. uitvoer
Bedrijfseconomische en
administratieve beroepen
37,1 20,7
Technische
beroepen
31,0 17,9
Zorg en welzijn
beroepen
37,3 2,4
Commerciële
beroepen
20,34 11,74
Managers 13,5 8,5
Pedagogische
beroepen
18,7 1,2
ICT-
beroepen
10,7 7,9
Dienstverlenende
beroepen
14,6 3,8
Transport en
logistiek
beroepen
9,2 8,4
Openbaar bestuur,
veiligheid en
juridische beroepen
9,6 1,8
Creatieve en
taalkundige
beroepen
4,6 3,2
Agrarische
beroepen
2,9 3,2
Overig 0,7 0,6

Vooral mannen met een vast contract werken voor de export

Figuur 6.3.6 laat zien dat mannen structureel een groter aandeel van hun gewerkte uren inzetten voor export dan vrouwen, ongeacht het type dienstverband. Dit verschil is het grootst bij mensen met een vast contract. Bij mannen met een contract voor onbepaalde tijd gaat 37 procent van hun gewerkte uren naar het realiseren van export, tegenover slechts 20 procent bij vrouwen met een vergelijkbaar contract.

Deze verschillen kunnen deels worden verklaard door de bedrijfstakken en beroepen waarin mannen en vrouwen werkzaam zijn. Mannen zijn vaker vertegenwoordigd in technische en industriële beroepen, waar productie en dienstverlening vaak exportgericht zijn. Vrouwen zijn daarentegen meer actief in de zorg, het onderwijs en in administratieve beroepen, die hoofdzakelijk op de binnenlandse markt gericht zijn. Ook bij zelfstandigen zien we deze trend terug: mannelijke zelfstandigen besteden relatief meer uren aan export (37 procent) dan vrouwelijke zelfstandigen (27 procent).

6.3.6 Type werkverband dat samenhangt met de export, naar geslacht, 2023* (mln uren)
dienstverb t.b.v. binnenlandse bestedingen t.b.v. uitvoer
Vrouwen . .
Contract voor
bepaalde tijd
24,4 6,5
Contract voor
onbepaalde tijd
60,6 14,7
Zelfstandige 12,1 4,6
Mannen . .
Contract voor
bepaalde tijd
22,8 11,8
Contract voor
onbepaalde tijd
65,2 38,4
Zelfstandige 25,4 15,1

Relatief hoogste aandeel exportarbeid bij lager opgeleiden

Hoewel hoger opgeleiden meer uren voor de export maken in absolute zin, besteden lager opgeleiden relatief een groter deel van hun werktijd aan export. Het beeld in figuur 6.3.7 is hetzelfde gebleven als in 2022. Bij lager opgeleide mannen is circa 38 procent van de gewerkte uren bestemd voor export, terwijl dit bij hoger opgeleide mannen daalt naar 35 procent. Ook bij vrouwen geldt deze trend: lager opgeleide vrouwen besteden ruim 25 procent van hun uren aan exportgerelateerde activiteiten, tegen ongeveer 21 procent bij hoger opgeleide vrouwen.

6.3.7 Opleidingsniveau van de Nederlandse beroepsbevolking dat samenhangt met de export, naar geslacht, 2023* (mln uren)
Opleiding t.b.v. binnenlandse bestedingen t.b.v. uitvoer
Vrouwen . .
Lager
opgeleid
12,5 4,2
Middelbaar
opgeleid
35,6 8,7
Hoger
opgeleid
48,9 12,9
Mannen . .
Lager
opgeleid
21,6 13,4
Middelbaar
opgeleid
44,4 26,0
Hoger
opgeleid
47,3 26,0

6.4Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Bloomberg (2024, 22 januari). China Buys Near-Record $40 Billion of Chip Gear to Beat US Curbs. Bloomberg News. Geraadpleegd op 11 juni 2025.

CBS (2017). Internationaliseringsmonitor 2017, tweede kwartaal: Internationale handel in diensten. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2024, 9 december). Export van Nederlandse makelij droeg negatief bij aan groei bbp in 2023. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 10 juni 2025.

CBS (2025a). Statistiek Internationale handel in goederen volgens eigendomsoverdracht en grensoverschrijding. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2025b). Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100. [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 mei 2025.

CBS (2025c). Producentenprijzen (PPI); afzet-, invoer-, verbruiksprijzen, index 2021=100. [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 mei 2025.

CBS (2025d, 14 januari). Inflatie 3,3 procent in 2024. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 25 juni 2025.

CBS (2025f). Conjunctuurenquête Nederland; bedrijfstakken (SBI 2008). [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

Gasunie (2024). Jaarverslag 2023: Bestuursverslag. Gasunie transport services.

Konietzny, R., Notten, T., & Prenen, L. (2025). De verwevenheid van Nederland met de Verenigde Staten in internationale waardeketens. In S. Creemers & R. Voncken (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2025, eerste editie: Verenigde Staten. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Ministerie van Klimaat en Groene Groei (2024). Delfstoffen en aardwarmte in Nederland. Een overzicht van opsporings- en winningsactiviteiten en ondergrondse opslag. Directoraat-Generaal Groningen en Ondergrond.

Prenen, L., Rooyakkers, J., & Notten, T. (2024). Nederlandse verdiensten aan de export. In S. Creemers, M. Houben-van Herten & R. Voncken (Reds.), Nederland Handelsland 2024: Export, import & investeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.

ROA & CBS (2014). Beroepenindeling ROA-CBS 2014. Research Centre for Education and the Labour Market & Centraal Bureau voor de Statistiek.

Schalkwijk, E. (2025). Dit zijn de vijf bedrijven waar ontslagen vallen in de Rotterdamse haven. Rijnmond. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

Schovers, R. (2023, 4 mei). De gevolgen van de hoge inflatie in 2022. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nieke Aerts

Arjen Berkenbos (DNB)

Melle Bijlsma (DNB)

Timon Bohn

Sarah Creemers

Jurriaan Eggelte (DNB)

Robin Konietzny

Dio Limpens

Tom Notten

Shalane Pijnenburg

Mauro Pinna

Leen Prenen

Pascal Ramaekers

Janneke Rooyakkers

Anne Maaike Stienstra (DNB)

Fons Verkerk (DNB)

Christiaan Visser

Roger Voncken

Manon Weusten

Redactie

Sarah Creemers

Janneke Rooyakkers

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van Nederland Handelsland:

Deirdre Bosch

Anniek Erkens

Loe Franssen

Jan-Pieter Heijmans

Marjolijn Jaarsma

Tim Peeters

Davey Poulissen

Stef Weijers

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Jan Pieter Barendse

Diederik Berghuijs

Vasant Bhoendi

Tom Harmsen

Jeroen Jacobs

Ries Kamphof

Judith Kikkert

Harry Oldersma