Foto omschrijving: Een meet- en regelstation voor aardgas van Gasunie in Zevenaar

Inzet van de invoer in de Nederlandse economie

Auteurs: Timon Bohn, Robin Konietzny, Tom Notten

In deze figuur zien we waar de Nederlandse invoer van goederen en diensten in 2023 voor wordt gebruikt. De invoer kan direct bestemd zijn voor het buitenland (wederuitvoer), direct ten behoeve van binnenlandse bestedingen in Nederland of ten behoeve van verdere verwerking in Nederland (intermediaire invoer). Van deze laatste invoerstroom wordt ook aangeduid hoeveel invoer uiteindelijk bestemd is voor export en welk deel in Nederland wordt geconsumeerd. Intermediaire invoer €227,9 mld Intermediaire invoer €166,7 mld Verwerkt in binnenlandse bestedingen €73,2 mld Verwerkt in uitvoer €154,7 mld Direct voor binnenland €87,2 mld Direct voor buitenland €276,7 mld Invoer van goederen €591,8 mld Invoer van diensten €234,1 mld Verwerkt in binnenlandse bestedingen €62,0 mld Verwerkt in uitvoer €104,7 mld Direct voor binnenland €34,3 mld Direct voor buitenland €33,2 mld B e s t e mm i n g s v e r d e l i n g v an d e g oe d e r e n- e n d i e n s t e n i n v oe r , 2023*
Bestemmingsverdeling van de goederen- en diensteninvoer, 2023*
Intermediaire invoer Verwerkt in binnenlandse bestedingen Verwerkt in uitvoer Direct voor binnenland Direct voor buitenland
Invoer van goederen 591.8 mld euro 227.9 mld euro 73.2 mld euro 154.7 mld euro 87.2 mld euro 276.7 mld euro
Invoer van diensten 234.1 mld euro 166.7 mld euro 62.0 mld euro 104.7 mld euro 34.3 mld euro 33.2 mld euro

Door deelname aan internationale waardeketens is Nederland sterk verbonden met het buitenland. Nederland heeft een voorname positie als schakel in de wereldhandel, en met name in ketens binnen de Europese interne markt. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de herkomst en samenstelling van de Nederlandse invoerstroom in 2023. Hoe wordt deze invoer van goederen en diensten binnen de Nederlandse economie ingezet? Worden deze door bedrijven in Nederland verder verwerkt of verlaten deze het land weer zonder verdere verwerking in de vorm van wederuitvoer? Bedrijven in Nederland voeren doorgaans goederen en diensten in die efficiënter in het buitenland worden geproduceerd of niet in Nederland geproduceerd kunnen worden. Een aanzienlijk deel van deze goederen en diensten blijkt essentieel te zijn om (concurrerend) te kunnen exporteren.

7.1Belangrijkste bevindingen

Het gebruik van de invoer

  • De infographic aan het begin van dit hoofdstuk laat zien wat er gedaan wordt met de invoer die Nederland binnenkomt. In 2023 heeft Nederland voor 826 miljard euro aan goederen en diensten uit het buitenland ingevoerd. Van deze invoer bestond 591,8 miljard euro uit goederen en 234,1 miljard euro uit diensten.
  • Een aanzienlijk deel van de totale invoerwaarde van goederen en diensten (37 procent) vond ook in 2023 direct zijn weg naar het buitenland in de vorm van wederuitvoer. Daarbij gaat het voor het overgrote gedeelte om goederen. Ingevoerde goederen en diensten die rechtstreeks bestemd zijn voor binnenlandse bestedingen maakten respectievelijk 11 en 4 procent uit van de totale invoerwaarde. De intermediaire goederen- en diensteninvoer wordt door bedrijven in Nederland ingezet voor de productie van goederen en het leveren van diensten en hadden aandelen van respectievelijk 28 en 21 procent.
  • Ten opzichte van 2022 daalde de invoerwaarde van goederen en diensten met 45 miljard euro (–‍5 procent). Vooral de invoer van goederen kende een waardedaling van 58,4 miljard euro (–‍9 procent). De prijzen van de ingevoerde goederen daalden in 2023 met 6 procent ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl het volume met 3 procent afnam.

Samenstelling en herkomst van de goedereninvoer

  • Circa 47 procent van de goedereninvoer (276,7 miljard euro) was in 2023 bestemd voor wederuitvoer. De rechtstreekse goedereninvoer bestemd voor binnenlandse bestedingen, zoals huishoudelijke consumptie en bedrijfsinvesteringen, had een waarde van 87,2 miljard euro. De intermediaire goedereninvoer bedroeg 227,9 miljard euro in 2023. Hiervan werd 32 procent door bedrijven in Nederland verder verwerkt in goederen of diensten die worden afgezet op de binnenlandse markt. Dat betekent dat de overige 68 procent na verwerking in Nederland terechtkomt in het buitenland.
  • Aardolie en aardolieproducten vormden in 2023 de belangrijkste categorie bij de goedereninvoer bestemd voor wederuitvoer, gevolgd door diverse fabricaten. Bij de intermediaire goedereninvoer zijn aardolie en aardgas de goederengroepen met de hoogste invoerwaarde. De goedereninvoer voor direct gebruik in Nederland werd gedomineerd door voertuigen en aardgas.
  • Ingevoerde goederen bestemd voor wederuitvoer in 2023 waren voornamelijk afkomstig uit Duitsland en China. Voor de intermediaire goedereninvoer zijn Duitsland, de VS en België de belangrijkste partners. Bij de goedereninvoer bestemd voor binnenlandse bestedingen zijn dat Duitsland en België.
  • Na de sterke prijsstijgingen in 2022, volgden in 2023 voor de meeste bedrijfstakken prijsdalingen. Zo daalden de prijzen in de aardolie-industrie en de chemische industrie. In het algemeen geldt dat de prijsdalingen van 2023 relatief gering uitvielen in vergelijking met de prijsstijgingen van een jaar eerder.

Samenstelling en herkomst van de diensteninvoer

  • De rechtstreekse diensteninvoer bestemd voor binnenlandse bestedingen had een waarde van 34,3 miljard euro in 2023. De intermediaire diensteninvoer bedroeg 166,7 miljard euro in 2023. Hiervan werd 38 procent door bedrijven in ons land verder verwerkt in goederen of diensten die worden afgezet op de binnenlandse markt. Dat betekent dat de overige 62 procent na verwerking in Nederland terechtkomt in het buitenland.
  • Zakelijke diensten waren de grootste categorie bij de intermediaire diensteninvoer, waarvan 59 procent verder werd verwerkt in geëxporteerde goederen of diensten. De diensteninvoer voor direct gebruik in Nederland bestond voor 20,8 miljard euro uit reisverkeer en 5,9 miljard euro uit zakelijke diensten.
  • Voor de intermediaire diensteninvoer bleven de VS en het VK de belangrijkste partners. Diensten bestemd voor rechtstreekse binnenlandse bestedingen kwamen met name uit Duitsland en de VS.

Het belang van de invoer voor de Nederlandse uitvoer

  • In 2023 was het invoergehalte van de uitvoer 48,9 procent. In 2022 was dat nog 52,1 procent. De daling in het invoergehalte wordt mede verklaard door gedaalde invoerprijzen voor grondstoffen en brandstoffen.
  • De prijzen van ingevoerde goederen die zijn verwerkt in de uitvoer van Nederlandse makelij daalden in 2023 met 9,7 procent, terwijl de uitvoerprijzen minder daalden met 0,9 procent. Daardoor hield Nederland 2,3 eurocent meer over aan één euro export in 2023 vergeleken met 2022. De invoerprijzen van in de dienstenuitvoer verwerkte diensteninvoer stegen in lijn met de uitvoerprijzen van diensten.
  • De exportvolumes van Nederlandse makelij daalden in 2023 met 2,2 procent, waarbij het benodigde invoervolume van goederen ook daalde met 1,7 procent. De goedereninvoer die nodig was om de uitvoer van Nederlandse makelij te verwezenlijken in de periode 2021–2023 rapporteerde de sterkste prijsstijging, maar ook de sterkste volumedaling.

Internationale verwevenheid via Nederlandse in- en uitvoer

  • Nederland is een belangrijke spil in de intraregionale handel binnen de Europese interne markt. Een groot deel van de invoer die in de uitvoer werd verwerkt – 44,4 miljard euro, goed voor 12,4 procent van de totale invoer voor intermediair verbruik – kwam uit een van de 27 EU-lidstaten en ging naar een andere – of dezelfde – lidstaat.
  • Buiten de EU waren de Verenigde Staten (27,1 miljard euro) en het Verenigd Koninkrijk (14,8 miljard euro) opnieuw belangrijke partners voor de Nederlandse invoer die verwerkt wordt door bedrijven in Nederland.

De aan de uitvoer verbonden invoer verder ontrafeld

  • In 2023 was er in totaal 51,0 miljard euro aan invoer van grondstoffen en minerale brandstoffen en 17,5 miljard euro aan machines en vervoermaterieel nodig om de export te kunnen verwezenlijken. De EU is verantwoordelijk voor 45 procent van de goedereninvoer die nodig was voor de Nederlandse export. Bij de in de uitvoer verwerkte invoer van grondstoffen en minerale brandstoffen lag dit aandeel beduidend lager met 22 procent. Bij de andere categorieën lag het aandeel van de EU boven de 50 procent.
  • In 2023 was er in totaal 27,7 miljard euro aan invoer van zakelijke diensten en 13,8 miljard euro aan vervoersdiensten nodig om de export te kunnen verwezenlijken. Circa 53 procent van de geïmporteerde diensten was in 2023 afkomstig uit de EU. Net als bij de goederen ligt het aandeel van de EU bij de meeste dienstencategorieën boven de 50 procent. Alleen bij de royalty’s is het aandeel van de EU in de invoer gebruikt voor de uitvoer beduidend lager, namelijk 38 procent.

Leeswijzer

In paragraaf 7.2 beschrijven we de inzet van de Nederlandse invoer van goederen en diensten in 2023. Welke invoer is bestemd voor binnenlandse consumptie en welke voor wederuitvoer? En welke goederen en diensten worden ingezet in Nederlandse productieprocessen? Paragraaf 7.3 geeft meer details over de samenstelling en herkomst van de goedereninvoer. Paragraaf 7.4 doet datzelfde voor de invoer van diensten. Het belang van de invoer voor de Nederlandse uitvoer komt aan bod in paragraaf 7.5. Waren de veranderingen in de monetaire waarde van deze verwerkte invoer vooral een prijs- of volume-effect? In paragraaf 7.6 wordt gekeken welke invoer uit welk land verwerkt wordt in de export naar bepaalde (grote) handelspartners. Bijvoorbeeld, kwam de invoer vooral uit de EU of toch uit niet-EU-landen in 2023? De aan de export verbonden import wordt verder ontrafeld in paragraaf 7.7, waarbij een productdimensie wordt toegevoegd in de analyse van ingevoerde goederen en diensten verwerkt in de Nederlandse uitvoer.

7.2De verschillende invoerstromen

Deze paragraaf gaat in op de inzet van ingevoerde goederen en diensten in Nederland in 2023. Wat gebeurt er met deze invoer? Welk deel wordt gebruikt in Nederlandse productieprocessen? En welk gedeelte komt direct terecht bij huishoudens, bijvoorbeeld voor consumptie of investeringen, zoals de invoer van zonnepanelen die vervolgens op een koopwoning worden geïnstalleerd? Daarnaast wordt bekeken welk deel van de invoer vrijwel onbewerkt Nederland weer verlaat als wederuitvoer. Vanwege de sterke prijsschommelingen in de afgelopen jaren is, waar mogelijk, een onderscheid gemaakt tussen veranderingen in volume en prijs.

Belangrijk om te vermelden is dat dit hoofdstuk zich uitsluitend richt op de binnenlandse keten. Dat betekent dat de analyse enkel kijkt naar directe invoer en uitvoer tussen Nederland en het buitenland, en geen rekening houdt met indirecte invoerstromen of het land van oorsprong. Ook is het niet mogelijk om invoer bedoeld voor buitenlandse productie te meten wanneer we de invoer uitsplitsen naar land en goed. Dit betekent dat de totalen van de infographic, evenals die van tabel 7.2.1 en figuur 7.2.2, hoger liggen, aangezien deze cijfers ook buitenlandse productie omvatten.

Goedereninvoer daalde in 2023

In 2023 bereikte de invoer van goederen en diensten in Nederland een waarde van 826 miljard euro. Van de 826 miljard euro aan invoer bestond bijna 592 miljard euro uit goederen en ruim 234 miljard euro uit diensten, zie tabel 7.2.1. Vergeleken met 2022, daalde de invoerwaarde in 2023 met 45 miljard euro (–‍5 procent). De invoer van goederen kende een waardedaling van 58,4 miljard euro (–‍9 procent). De prijzen van de ingevoerde goederen daalden in 2023 met 6 procent ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl het volume met 2,7 procent afnam. Ter vergelijking: in 2022 nam het volume van de goedereninvoer nog toe met 1,6 procent. De invoerwaarde van diensten groeide overigens wel met 13,1 miljard euro (+‍6 procent).

7.2.1Bestemmingsverdeling van de goederen- en diensteninvoer, 2023*
Intermediaire invoer verwerkt voor binnenlandse bestedingen Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer Directe invoer voor binnenlandse bestedingen Invoer voor weder­uitvoer Totaal
mld euro
Invoer van goederen 73,2 154,7 87,2 276,7 591,8
Invoer van diensten 62,0 104,7 34,3 33,2 234,1
Totaal 135,1 259,4 121,5 309,9 826,0

Wederuitvoer blijft de grootste handelsstroom

Uit tabel 7.2.1 en de infographic aan het begin van dit hoofdstuk blijkt dat een groot deel van de ingevoerde goederen Nederland vrijwel onbewerkt weer verlaat als wederuitvoer. Een derde van de goedereninvoer was hiervoor bestemd. Figuur 7.2.2 toont aan dat het aandeel van de invoer voor wederuitvoer van goederen in 2021–2023 constant rond de 45 procent lag. Een voorbeeld van wederuitvoer is de invoer van een machine uit Spanje, die eigendom wordt van een bedrijf in Nederland en vervolgens in vrijwel onbewerkte staat wordt geëxporteerd naar een derde land, zoals België. Eerder onderzoek liet zien dat een groot deel van de import uit Azië wordt gebruikt voor wederuitvoer naar andere Europese landen (Franssen et al., 2020).

Ingevoerde diensten worden daarentegen weinig gebruikt voor wederuitvoer. In 2023 bedroeg de invoer voor wederuitvoer van diensten 33,2 miljard euro. Dat komt overeen met 4 procent van de gehele invoer en 14 procent van de diensteninvoer. Het gaat hierbij vooral om royalty’s en licenties die worden ontvangen door bijzondere financiële instellingen (BFI’s) die in Nederland gevestigd zijn. Deze instellingen beheren de rechten op intellectueel eigendom en dragen de ontvangen betalingen vrijwel direct af aan hun buitenlandse moederbedrijven (DNB, 2018).

7.2.2 Bestemmingsverdeling van de goederen- en dienstenimport (mld euro)
Stroom Intermediaire invoer verwerkt voor binnenlandse bestedingen Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen Invoer voor wederuitvoer
Goederen 2023*, Goederen 73,2 154,7 87,2 276,7
Goederen 2022, Goederen 79,1 173,2 97,1 300,8
Goederen 2021, Goederen 62,5 129,2 78,6 224,9
Diensten 2023*, Diensten 69,2 97,5 34,3 33,2
Diensten 2022, Diensten 60,1 99,6 31,4 29,9
Diensten 2021, Diensten 56,9 88,7 18,7 24,3

Invoer van goederen en diensten voor directe consumptie licht gedaald

Net als bij wederuitvoer ondergaan goederen- en dienstenstromen die direct bestemd zijn voor binnenlandse bestedingen weinig tot geen bewerking door bedrijven in Nederland. In 2023 werd voor 122 miljard euro aan goederen en diensten geïmporteerd die rechtstreeks werden gebruikt voor consumptie of investeringen door huishoudens, de overheid en bedrijven in Nederland. Een typisch voorbeeld is een tv die in Zuid-Korea is geproduceerd en wordt ingekocht door een detailhandel in Nederland die deze vervolgens verkoopt aan een Nederlandse consument. De invoer van goederen die direct naar binnenlandse bestedingen ging, bedroeg 87 miljard euro in 2023. Dit vertegenwoordigt een daling van rond 10 miljard euro (–‍10 procent) ten opzichte van 2022, maar is 11 procent meer dan in 2021.

Diensteninvoer steeds belangrijker

Terwijl de bestemmingsverdeling van de verschillende invoerstromen door de jaren heen nauwelijks veranderde, is er bij bepaalde stromen – die slechts een klein deel van de totale invoer vertegenwoordigen – wél een duidelijke groei te zien. Dit speelt vooral bij de invoer van diensten voor directe binnenlandse bestedingen. In 2023 kwam deze stroom uit op 34 miljard euro. Vergeleken met 2022 is dat een stijging van ongeveer 3 miljard euro, oftewel 10 procent. Ook uitgaven van Nederlandse toeristen in het buitenland worden gezien als binnenlandse bestedingen. Deze uitgaven hadden bovendien het grootste aandeel binnen deze categorie. Dit wordt duidelijk zichtbaar in het coronajaar 2021, toen de waarde van deze diensteninvoer slechts 19 miljard euro bedroeg. In 2022 was reizen weer beter mogelijk, wat leidde tot een stijging van bijna 70 procent ten opzichte van 2021.

Invoer van intermediaire diensten blijft stijgen

Ongeveer 48 procent van de totale invoer van goederen en diensten werd in 2023 ingezet voor verdere verwerking binnen bedrijven in Nederland. Deze zogenoemde intermediaire invoer bedroeg in totaal 395 miljard euro, waarvan 228 miljard euro aan goederen en 167 miljard euro aan diensten. Denk bijvoorbeeld aan een technologiebedrijf in Nederland dat een buitenlandse softwareontwikkelaar inschakelt om software te ontwikkelen. Deze software wordt vervolgens gebruikt in de vervaardiging van producten die bestemd zijn voor de binnenlandse markt. Van de verwerkte intermediaire goedereninvoer in 2023 ging ongeveer een derde (72 miljard euro) naar de binnenlandse markt en twee derde (155 miljard euro) naar het buitenland. Een voorbeeld hiervan is de invoer van elektronische onderdelen uit China, die in Nederland verder worden verwerkt in agrarische machines bestemd voor de export.

48% van de totale Nederlandse invoer was bestemd voor verdere verwerking door bedrijven in Nederland

De verhoudingen bij de intermediaire diensteninvoer waren vergelijkbaar: 62 miljard euro werd ingezet voor binnenlandse bestedingen en 105 miljard euro voor buitenlandse bestedingen. Denk hierbij aan groothandels in Nederland die buitenlandse transport­bedrijven inhuren voor logistieke diensten. In vergelijking met 2022 daalde de goedereninvoer die bestemd was voor verdere verwerking met 24 miljard euro (–‍10 procent), terwijl de diensteninvoer voor verwerking in Nederland juist toenam met 7 miljard euro (+‍4 procent). In paragrafen 7.5 tot en met 7.7 wordt hier dieper op ingegaan.

7.3Samenstelling en herkomst van de goedereninvoer

De infographic aan het begin van dit hoofdstuk laat zien dat de invoer van goederen voor wederuitvoer in 2023, zoals in eerdere jaren, de grootste invoerstroom in Nederland vormde. Deze bedroeg 277 miljard euro en vertegenwoordigde 35 procent van de totale invoerwaarde. Wanneer we kijken naar welke soort goederen het meest worden ingevoerd, zien we in figuur 7.3.1 dat ruwe aardolie en aardolieproducten met een invoerwaarde van 72 miljard euro, opnieuw de grootste importcategorie vormden in 2023. Ten opzichte van 2022 daalde de invoerwaarde van deze goederen met 11 miljard euro, een afname van 13 procent. Vergeleken met de jaren vóór 2022 ligt de invoer van ruwe aardolie en aardolieproducten echter nog steeds op een hoog niveau. In 2021 bedroeg de invoerwaarde circa 52 miljard euro. Deze sterke stijging ten opzichte van 2021 hangt samen met de oorlog in Oekraïne, die leidde tot flinke prijsstijgingen. Zie ook tabel 6.2.8 in hoofdstuk 6 van deze publicatie, waar de prijsmutaties van de export van Nederlandse makelij naar bedrijfstak worden weergegeven. Ook de invoer van diverse fabricaten en aardgas bleven op een hoog niveau met invoerwaardes van 57 en 39 miljard euro. Onder diverse fabricaten vallen onder andere kleding en meubelen. De invoer van elektrische apparaten bedroeg 35 miljard euro, waarvan circa 62 procent bestemd was voor wederuitvoer. In vergelijking met 2022 daalde de invoer van deze productgroep licht met 3 procent.

7.3.1 Bestemmingsverdeling van de goederenimport naar goederencategorie, top 10, 2023* (mld euro)
Product Intermediaire invoer verwerkt voor binnenlandse bestedingen Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen Invoer voor wederuitvoer
Ruwe aardolie en aardolieproducten 6,1 39,4 2,3 24,5
Diverse fabricaten 4,9 4,5 8,8 38,7
Aardgas 5,4 7,9 6,2 19,1
Elektrische apparaten 5 4,5 4 21,7
Voertuigen voor wegvervoer 2 3,8 14,4 4,8
Toestellen voor telecommunicatie en voor opnemen en weergeven van geluid 1,2 1,4 3,1 16,5
Medicinale en farmaceutische producten 2,2 0,7 3,8 14,2
Kantoor- en automatische gegevensverwerkende machines 1,8 2,4 4,9 11,1
Instrumenten en apparaten voor beroepsuitoefening, wetenschap 0,5 0,9 1,6 14,6
Diverse machines 1,6 2,3 4,2 9,3

Aardolie en aardgas van groot belang voor zowel export als binnenlandse productie

De invoer van goederen voor intermediair gebruik bereikte in 2023 een waarde van 191 miljard euro. Figuur 7.3.1 laat zien dat ruwe aardolie en aardolieproducten (46 miljard euro) en aardgas (13 miljard euro) de grootste categorieën waren binnen deze stroom. Ongeveer 85 procent van de ingevoerde aardolie die in Nederland wordt verwerkt, is bestemd voor exportdoeleinden, en de overige 15 procent voor binnenlandse consumptie. Intermediaire invoer van aardolie kan onder meer bestaan uit ruwe olie die wordt geraffineerd tot eindproducten, of wordt gebruikt als grondstof in de chemische industrie, bijvoorbeeld voor de productie van kunststoffen. Ook eindproducten als scheepsdiesel en kerosine vallen onder deze categorie (CBS, 2025b). Een andere relevante productgroep voor exportgerichte productie is de invoer van elektrische apparaten. In 2023 werd voor circa 10 miljard euro ingevoerd van intermediaire goederen van die productgroep, waarvan ongeveer 38 procent werd gebruikt in exportgerichte productieprocessen.

Voertuigen vooral bestemd voor directe binnenlandse consumptie

De rechtstreekse invoer van goederen voor binnenlands gebruik bedroeg in 2023 87 miljard euro, ofwel 11 procent van de totale invoer. Binnen deze categorie waren voertuigen voor wegvervoer de grootste groep, met een invoerwaarde van 14 miljard euro. Meer dan de helft van de geïmporteerde voertuigen, zoals personenauto’s en motorfietsen, is direct bedoeld voor Nederlandse consumenten en bedrijven (CBS, 2024d). Daarna volgden diverse fabricaten met 8,8 miljard euro, aardgas met 6,2 miljard euro en kantoormachines met 4,9 miljard euro.

Duitsland blijft belangrijkste herkomstland voor goedereninvoer

Uit tabel 7.3.2 blijkt dat Duitsland zijn positie als belangrijkste handelspartner van Nederland in 2023 aanhoudt. De goedereninvoer vanuit Duitsland had een totale waarde van 98 miljard euro. België en de VS volgden als tweede en derde invoerpartner. In totaal waren de 27 EU-lidstaten goed voor 49 procent van de Nederlandse goedereninvoer.

7.3.2Bestemmingsverdeling van de goedereninvoer naar landen(groep) van herkomst, 2023*
Intermediaire invoer verwerkt voor binnenlandse bestedingen Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer Directe invoer voor binnenlandse bestedingen Invoer voor weder­uitvoer Totaal
Landen en landengroepen mld euro
België 8,2 13,1 10,2 22,2 53,8
Duitsland 15,2 22,7 19,3 40,5 97,8
Overig EU 15,1 21,7 20,2 61,2 118,2
Oekraïne 0,2 0,5 0 0,5 1,2
Rusland 0,5 1,1 0,5 2,9 5,1
VK 2,3 6,6 3,0 15,1 27,0
Overig Europa 3,1 6,5 2,8 17,4 29,9
Afrika 1,9 7,3 1,7 6,7 17,7
VS 6,3 15,3 6,8 24,3 52,6
Overig Amerika 1,9 6,5 1,7 12,8 23,0
China 3,5 3,9 6,5 28,7 42,6
Overig Azië 5,3 14,8 8,7 39,4 68,1
Elders 3,4 4,3 6,5 25,5 39,8

EU-lidstaten leveren de helft van de intermediaire goedereninvoer

De invoer uit EU-lidstaten die wordt gebruikt voor verdere verwerking door bedrijven in Nederland, bedroeg in 2023 in totaal 96 miljard euro. Dat komt neer op 50 procent van de totale intermediaire goedereninvoer. Figuur 7.3.3 laat zien dat het aandeel van de EU (Duitsland, België en overige EU-landen) in 2021 boven de 50 procent lag, maar in 2022 daalde naar 48 procent. Dat het aandeel van de EU in 2023 weer uitkomt op 50 procent, is vooral te danken aan een groter aandeel van Duitse goederen, vooral industrieproducten. De invoer uit Duitsland maakte in 2021 ongeveer 20 procent uit van de totale goedereninvoer, daalde in 2022 naar 18 procent en steeg in 2023 weer naar 20 procent. Verder valt op dat de VS als toeleverancier van intermediaire goederen belangrijker wordt. Waar het aandeel in 2021 nog 6 procent bedroeg, is dat in 2023 bijna verdubbeld tot 11 procent (Konietzny et al., 2025). Vooral minerale brandstoffen droegen bij aan deze groei.

7.3.3 Aandelen van landen(groepen) in de goedereninvoer voor intermediair verbruik (%)
Land België Duitsland Overig EU Oekraïne Rusland VK Overig Europa Afrika VS Overig Amerika China Overig Azië Elders
2023* 11,1 19,8 19,2 0,4 0,8 4,7 5,0 4,8 11,3 4,4 3,9 10,5 4,0
2022 11,1 17,5 19,1 0,4 3,8 5,2 4,6 5,6 8,9 4,3 4,9 10,6 3,9
2021 11,7 19,8 19,4 0,8 6,4 5,6 5,2 3,4 6,4 3,5 5,5 9,3 3,1

De invoer van intermediaire goederen kan verder worden uitgesplitst naar bedrijfstakken. Uit tabel 7.3.4 blijkt dat de commerciële dienstverlening in 2023 voor 53,5 miljard euro aan intermediaire goederen heeft geïmporteerd, zoals een IT-dienstverlener die computers aanschaft. Andere belangrijke importerende bedrijfstakken zijn de voedings- en genotmiddelenindustrie, de aardolie-industrie en de chemische industrie. In kolommen 3 en 4 van tabel 7.3.4 worden de waardeveranderingen ten opzichte van het voorgaande jaar per bedrijfstak weergegeven. Voor de aardolie-industrie steeg de waarde van de invoer van intermediaire goederen met bijna 60 procent tussen 2021 en 2022, om vervolgens tussen 2022 en 2023 met meer dan 12 procent te dalen. Dit betekent echter niet automatisch dat ook het volume van de invoer sterk veranderde. Daarom zijn de waardeveranderingen verder uitgesplitst in volumeveranderingen (kolommen 5 en 6) en prijsveranderingen (kolommen 7 en 8).

Lichte prijsdalingen in 2022 na sterke stijgingen in 2021

De sterke stijging in de intermediaire invoerwaarde van de aardolie-industrie in 2022 is grotendeels toe te schrijven aan prijsontwikkelingen. Voor de machine-industrie is de waardestijging van 12 procent in 2023 daarentegen vooral te verklaren door een hoger invoervolume, terwijl de prijzen vrijwel gelijk bleven. De chemische industrie zag in 2023 een sterke daling in zowel volume (15 procent) als prijs (eveneens 15 procent), wat leidde tot een totale waardedaling van bijna 30 procent. Na de sterke prijsstijgingen in 2022 volgden in 2023 voor de meeste bedrijfstakken prijsdalingen, bijvoorbeeld een daling van 16 procent in de aardolie-industrie. Deze prijsdalingen vielen echter relatief gering uit in vergelijking met de prijsstijgingen van een jaar eerder (CBS, 2024b).

7.3.4Waarde-, volume- en prijsmutaties van de intermediaire goedereninvoer
Invoer 2023* Waardemutatie Volumemutatie Prijsmutatie
2022 2023* 2022 2023* 2022 2023*
Bedrijfstak mld euro %
Landbouw 3,8 33,6 –5,2 –12,5 2,9 52,7 –7,9
Bosbouw en visserij 0,1 –6,4 –15,7 –32,1 –11,8 37,8 –4,4
Delfstoffenwinning 0,3 47,8 –16,6 3,1 –12,2 43,4 –5,1
Voedings-, genot­middelen­industrie 38,5 32,3 –5,0 1,5 –4,1 30,4 –0,9
Textiel-, kleding-, lederindustrie 1,2 –3,9 –7,1 –19,4 –6,6 19,2 –0,5
Hout-, papier-, grafische industrie 5,0 10,4 –15,1 –12,9 –5,2 26,8 –10,4
Aardolie-industrie 36,8 58,8 –12,4 –2,3 4,3 62,5 –16,0
Chemische industrie 22,4 36,8 –28,0 –2,4 –15,2 40,1 –15,1
Farmaceutische industrie 2,6 –5,3 –13,6 –17,2 –8,0 14,3 –6,1
Rubber- en kunststof­product­industrie 2,8 9,5 –18,5 –9,1 –15,0 20,4 –4,1
Bouwmaterialen­industrie 1,6 25,1 –7,7 2,7 –10,5 21,8 3,2
Basismetaal­industrie 4,8 26,8 –17,2 –0,3 –5,0 27,1 –12,8
Metaalproducten­industrie 5,4 23,4 –14,6 –1,1 –0,4 24,7 –14,2
Elektrotechnische industrie 6,2 –4,2 –8,7 –12,5 –2,9 9,4 –5,9
Elektrische apparaten­industrie 4,2 7,4 –5,2 –5,3 –5,0 13,4 –0,2
Machine-industrie 14,1 25,1 11,9 12,4 11,5 11,3 0,3
Auto- en aanhangwagen­industrie 8,2 15,5 6,2 11,4 4,6 3,7 1,5
Overige transport­middelen­industrie 2,5 12 –11,9 0,9 –12,0 10,9 0,2
Meubelindustrie 1,1 15,4 –17,0 –2,9 –13,1 18,9 –4,5
Overige industrie en reparatie 2,9 24,0 3,4 9,6 6,1 13,1 –2,5
Commerciële dienstverlening 53,5 41,3 –7,8 1,2 –0,1 39,6 –7,7
Openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg 7,7 2,4 –2,8 –16,9 0,3 23,2 –3,1
Overig 2,2 27,8 –1,0 1,3 3,5 26,1 –4,4

7.4Samenstelling en herkomst van de diensteninvoer

In aansluiting op de voorgaande paragraaf richt deze paragraaf zich op de inzet, samenstelling en herkomst van de Nederlandse diensteninvoer. In 2023 vormden zakelijke diensten opnieuw de grootste categorie binnen de invoer van diensten, zoals weergegeven in figuur 7.4.1. De import van zakelijke diensten bedroeg 80 miljard euro: een stijging van 7 miljard euro ten opzichte van 2022, oftewel een groei van circa 10 procent. Van deze zakelijke diensten werd ongeveer 85 procent door bedrijven geïmporteerd ter ondersteuning van hun productieprocessen of dienstverlening. Dit omvat onder meer IT-diensten, onderzoek en ontwikkeling (R&D), en betalingen voor het gebruik van intellectueel eigendom (Bohn et al., 2022). 35 procent was bestemd voor binnenlandse bestedingen en 50 procent voor de export van goederen en diensten. Vervoersdiensten vormden de op één na grootste invoercategorie, met een waarde van 34 miljard euro, vergelijkbaar met de invoerwaarde in 2022. Vrijwel alle vervoersdiensten, 95 procent, werden ingezet voor intermediair verbruik. Op de derde plaats stonden royalty’s, zoals vergoedingen voor licenties en franchising, met een invoerwaarde van 32 miljard euro. Reisverkeer bezette de vierde positie met een invoerwaarde van 24 miljard euro, gevolgd door ICT-diensten op de vijfde plaats, met een invoerwaarde van 22 miljard euro.

7.4.1 Bestemmingsverdeling van de dienstenimport naar dienstencategorie, top 10, 2023* (mld euro)
Product Intermediaire invoer verwerkt voor binnenlandse bestedingen Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen Invoer voor wederuitvoer
Andere zakelijke
diensten
28,1 39,8 6,2 5,9
Vervoersdiensten 9,9 22,8 1,4 0,3
Gebruik intellectueel
eigendom
5,5 12,2 0,2 13,7
Reisverkeer 1,5 1,5 20,8 0
Telecommunicatie,
computerdiensten
8,9 9,2 3,9 0,4
Financiële
diensten
7,1 4,7 0,8 0,3
Industriële
diensten
2,7 4,2 0,2 0
Bouwdiensten 2,2 0,3 0,5 0
Onderhoud en
reparatie
1,3 1,5 0 0
Pers., cult. en
recreatieve diensten
1 0,8 0,3 0

Tabel 7.4.2 toont uit welke landen(groep) Nederland diensten invoert en op welke wijze deze diensten binnen de Nederlandse economie worden benut. In 2023 was de VS opnieuw de grootste leverancier van diensten, met een invoerwaarde van 41 miljard euro, gevolgd door het VK met 27 miljard euro en Duitsland met 26 miljard euro. Ten opzichte van 2022 nam de invoer uit de VS met 4 procent licht af. Voor Duitsland en de overige EU-landen waren er stijgingen van respectievelijk 10 en 8 procent. De gezamenlijke invoer uit de interne EU-markt bedroeg 116 miljard euro.

7.4.2Bestemmingsverdeling van de diensteninvoer naar landen(groep) van herkomst, 2023*
Intermediaire invoer verwerkt voor binnenlandse bestedingen Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer Directe invoer voor binnenlandse bestedingen Invoer voor weder­uitvoer Totaal
Landen en landengroepen mld euro
België 5,1 7,4 2,7 0,1 15,2
Duitsland 7,4 12,5 5,4 1,1 26,4
Overig EU27 21,0 36,9 12,6 3,6 74,0
Oekraïne 0 0,1 0 0 0,1
Rusland 0,1 0,2 0 0 0,3
VK 8,2 13,2 2,9 2,6 27,0
Overig Europa 2,0 3,4 1,7 0,9 8,0
Afrika 0,6 0,9 0,6 0,1 2,1
VS 9,3 17,7 3,0 10,7 40,7
Overig Amerika 2,2 3,5 0,8 0,7 7,3
China 0,6 0,9 0,6 0,1 2,2
Overig Azië 5,0 7,1 3,4 0,6 16,1

Figuur 7.4.3 geeft de verdeling weer van de intermediaire diensteninvoer per land of landengroep in de periode 2021–2023. In 2023 waren EU-landen goed voor 54 procent van deze invoer, een stijging van 4 procentpunt ten opzichte van 2021, toen dit aandeel 50 procent bedroeg. Binnen de groep overige EU-landen waren Ierland, Frankrijk en Polen de belangrijkste herkomstlanden. De toename van het EU-aandeel ging vooral ten koste van het aandeel van de VS en het VK, waarvan de aandelen tussen 2021 en 2023 daalden van 19 en 14 procent in 2021 naar 16 en 13 procent in 2023. Voor China en overige Aziatische landen veranderden de aandelen nauwelijks.

Invoer intellectueel eigendom vooral uit niet-EU-landen

Binnen de diensteninvoer uit EU-landen vormden zakelijke diensten en vervoersdiensten de grootste categorieën in 2023, met respectievelijk 34,6 miljard en 21,9 miljard euro aan invoerwaarde. Ook bij de invoer uit niet-EU-landen waren zakelijke diensten het meest prominent, met een invoerwaarde van 33,3 miljard euro. De voornaamste leveranciers hiervan waren het VK met 10,8 miljard euro en de VS met 8,9 miljard euro. Na zakelijke en vervoersdiensten vormde het gebruik van intellectueel eigendom de belangrijkste invoercategorie, met een totale waarde van 17,8 miljard euro. Binnen deze diensten­categorie leverden niet-EU-landen met 10,9 miljard euro meer aan Nederland dan EU-landen met 6,9 miljard euro. Deze diensten werden vooral geïmporteerd uit de VS (8,8 miljard). Ook speelde de VS, samen met het VK, een belangrijke rol bij de invoer van ICT-diensten, met respectievelijk 2,4 miljard euro en 2,6 miljard euro.

7.4.3 Aandelen van de landen(groepen) in de diensteninvoer voor intermediair verbruik (%)
Land België Duitsland Overig EU Oekraïne Rusland VK Overig Europa Afrika VS Overig Amerika China Overig Azië Elders
2023* 7,5 11,9 34,7 0,1 0,2 12,8 3,2 0,9 16,2 3,4 0,9 7,3 0,9
2022 7,7 11,5 33,7 0,1 0,2 13,3 2,9 0,8 16,7 3,7 1,3 7,2 0,8
2021 7,0 11,0 32,4 0,2 0,3 13,9 3,3 0,7 18,7 4,1 1,4 6,4 0,6

7.5Het invoergehalte van de Nederlandse uitvoer

De voorgaande paragrafen laten zien dat er veel invoer van goederen en diensten is verwerkt in de Nederlandse uitvoer. Nederlandse productieprocessen worden gekenmerkt door een hoog invoergehalte van de uitvoer, een belangrijk kenmerk van de integratie van een land in internationale waardeketens.

Afname invoergehalte van uitvoer in 2023 door gedaalde grondstof- en brandstofprijzen

In hoofdstuk 6 hebben we gezien dat de toegevoegde waarde of verdiensten per euro aan uitvoer van Nederlandse makelij gelijk waren aan 51,1 eurocent in 2023 (zie figuur 6.2.3). De overige 48,9 eurocent bestond uit geïmporteerde goederen en diensten die werden ingezet in het productieproces ten behoeve van de export. In andere woorden: het importgehalte van de uitvoer van Nederlandse makelij bedroeg gemiddeld 48,9 procent. In 2022 bedroegen de verdiensten aan één euro export gemiddeld 47,9 eurocent, en in 2021 50,8 eurocent. Exportverdiensten en gebruikte invoer in de uitvoer zijn in essentie communicerende vaten: als de verdiensten per euro export stijgen, dan daalt het invoergehalte van de uitvoer en vice versa; bij dalende verdiensten per euro export stijgt het invoergehalte van de uitvoer.

Tabel 7.5.1 toont de waardes van de goederen- en diensteninvoer die verwerkt zijn in de goederenuitvoer van Nederlandse makelij en de dienstenuitvoer in de periode van 2021 tot en met 2023. In 2023 daalde de goederenuitvoer van Nederlandse makelij vergeleken met 2022. Daarmee nam ook de benodigde goedereninvoer voor het verwezenlijken van deze uitvoerstroom af. In tabel 7.5.1 zien we dat over het geheel ongeveer vier vijfde van de benodigde invoer voor het verwezenlijken van de goederenuitvoer van Nederlandse makelij bestaat uit goederen. Bij de dienstenuitvoer is dat juist andersom. Tussen de 70 en 75 procent van de benodigde invoer die nodig is voor het verwezenlijken van de dienstenuitvoer bestaat uit diensteninvoer.noot1

7.5.1Samenstelling van de Nederlandse export
Bruto export Verdiensten Benodigde invoer
totaal goederen­invoer diensten­invoer
mln euro % mln euro %
Goederenexport van Nederlands makelij
2021 279 243 142 009 137 234 109 438 80 27 796 20
2022 334 568 160 092 174 476 144 098 83 30 378 17
2023* 324 535 165 878 158 658 127 878 81 30 780 19
Dienstenexport1)
2021 193 042 124 118 68 924 17 308 25 51 616 75
2022 239 625 154 528 85 097 25 919 30 59 178 70
2023* 256 119 168 023 88 096 24 418 28 63 678 72

1)Exclusief wederuitvoer van diensten (hoofdzakelijk royalty’s en licenties) en correcties voor herclassificatie.

Prijsdalingen van goederenuitvoer van Nederlandse makelij en benodigde goedereninvoer

Het afgenomen invoergehalte van de uitvoer van Nederlandse makelij in 2023 kan voornamelijk worden verklaard door prijsdalingen, zie tabel 7.5.2. In 2022 waren de uitvoerprijzen van Nederlandse makelij als gevolg van vraagherstel na de coronacrisis en de Russische inval in Oekraïne nog met 22,1 procent toegenomen. In 2023 namen de uitvoerprijzen van Nederlandse makelij af met 0,9 procent. De prijzen van benodigde goedereninvoer daalden met 9,7 procent, terwijl de prijzen van ingevoerde diensten die nodig waren voor deze uitvoer juist toenamen met 3,5 procent. De afgenomen invoerprijzen van de verwerkte goedereninvoer kwamen voornamelijk op het conto van gedaalde prijzen van grondstoffen en minerale brandstoffen. Nemen we de prijzen van ingevoerde goederen en diensten die zijn verwerkt in de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij samen, dan bedroeg de prijsdaling 7,4 procent. Zetten we daar de prijsstijging van de toegevoegde waarde naast, dan zien we dat die steeg met 6,4 procent. De prijsstijging van de toegevoegde waarde vertegenwoordigde onder andere de sterk gestegen loonkosten. Ondanks de prijsdaling in 2023 ligt de uitvoerprijs van goederen van Nederlandse makelij nog altijd 21 procent boven het prijsniveau van 2021. Wel zien we dat de totale prijsstijging in de periode 2021–2023 van zowel de benodigde invoer als de toegevoegde waarde niet veel verschilt van de stijging in uitvoerprijzen.

In tegenstelling tot de goederenuitvoer van Nederlandse makelij namen de prijzen van de dienstenuitvoer in 2023 toe ten opzichte van 2022, en wel met 6 procent. De prijzen van benodigde goedereninvoer verwerkt in de dienstenuitvoer waren afgenomen. De prijzen van verwerkte diensteninvoer en toegevoegde waarde waren daarentegen gestegen. Ook de prijzen van de dienstenuitvoer lagen boven het prijsniveau van 2021.

7.5.2Prijsmutaties van de samenstelling van de Nederlandse export
Bruto export Verdiensten Benodigde invoer
totaal goedereninvoer diensteninvoer
%
Goederenexport van Nederlands makelij
2022 22,1 13,8 30,9 37,3 7,3
2023* –0,9 6,4 –7,4 –9,7 3,5
2021–2023* 21,0 21,1 21,2 24,0 11,1
Dienstenexport1)
2022 7,6 5,4 11,7 29,1 5,5
2023* 6,0 8,2 1,9 –5,5 5,1
2021–2023* 14,1 14,0 13,8 22,0 10,9

1)Exclusief wederuitvoer van diensten (hoofdzakelijk royalty’s en licenties) en correcties voor herclassificatie.

Hoogste prijsstijging en sterkste volumedaling bij benodigde goedereninvoer voor goederenuitvoer

Terwijl de uitvoerprijzen van goederen van Nederlandse makelij in de periode 2021–2023 sterk stegen, namen de uitvoervolumes af. In 2023 lag de export van goederen van Nederlandse makelij gecorrigeerd voor inflatie 4,1 procent lager dan in 2021, zie tabel 7.5.3. Gecorrigeerd voor inflatie werd er ook 3,6 procent minder aan deze exportstroom verdiend. In 2023 was deze afname zelfs 2,6 procent, daarbij negatief bijdragend aan de groei van het Nederlandse bbp (CBS, 2024a). De benodigde goedereninvoer lag in de periode 2021–2023 5,7 procent lager en de benodigde diensteninvoer 0,2 procent. De goedereninvoer die nodig was om de uitvoer van Nederlandse makelij te verwezenlijken in de periode 2021–2023 rapporteerde de sterkste prijsstijging, maar ook de sterkste volumedaling.

Volumes van verdiensten aan dienstenexport stegen harder dan verwerkte invoervolumes

De dienstenuitvoer kende in de periode 2021–2023 wel een sterke volumestijging, voornamelijk gedreven door het herstel na de coronacrisis. Opvallend is dat de verdiensten gecorrigeerd voor inflatie harder stegen dan de exportvolumes. Met andere woorden, de reële groei van de toegevoegde waarde dankzij de export groeide harder dan de reële export. Logischerwijs stegen de benodigde invoervolumes voor het verwezenlijken van de dienstenuitvoer minder hard, hoewel er relatief meer goedereninvoer nodig was dan diensteninvoer.

7.5.3Volumemutaties van de samenstelling van de Nederlandse export
Bruto export Verdiensten Benodigde invoer
totaal goedereninvoer diensteninvoer
%
Goederenexport van Nederlands makelij
2022 –1,9 –1,0 –2,9 –4,1 1,9
2023* –2,2 –2,6 –1,8 –1,7 –2,1
2021–2023* –4,1 –3,6 –4,6 –5,7 –0,2
Dienstenexport1)
2022 15,4 18,1 10,5 16,0 8,6
2023* 0,9 0,4 1,6 –0,3 2,4
2021–2023* 16,4 18,6 12,3 15,7 11,2

1)Exclusief wederuitvoer van diensten (hoofdzakelijk royalty’s en licenties) en correcties voor herclassificatie.

7.6Internationale verwevenheid via Nederlandse in- en uitvoer

Waar komen de inputs voor de Nederlandse export eigenlijk vandaan? In deze paragraaf onderzoeken we de herkomst van de geïmporteerde goederen en diensten, en welke exportbestemming deze invoer na verwerking in Nederland uiteindelijk heeft. We focussen in het bijzonder op het relatieve belang van de EU – zowel als toeleverancier van inputs én als afzetmarkt van onze verwerkte invoer – en op belangrijke handelspartners.

Tabel 7.6.1 illustreert de onderlinge verwevenheid van de wereldeconomie via de Nederlandse keten in 2023. In hoeverre wordt de invoer van goederen en diensten uit het ene land (of regio) verder verwerkt in de uitvoer naar het andere land? Zo importeerden bedrijven in Nederland bijvoorbeeld in totaal voor 27,1 miljard euro aan goederen en diensten uit de VS, en daarvan bleek ongeveer 51 procent – 13,9 miljard euro – verwerkt te zijn in hun export naar de EU. Tegelijkertijd gebruikten bedrijven in Nederland voor 23,5 miljard euro aan invoer om goederen en diensten naar het Amerikaanse continent te kunnen exporteren. Van deze invoer was 46 procent afkomstig uit de EU – optelling van de rijen België, Duitsland en overig EU27 – en 21 procent vanuit het Amerikaanse continent zelf, en 15 procent uit Azië. De totale waarde van de invoer verwerkt in de Nederlandse uitvoer bedroeg 258,9 miljard euro. Dat komt overeen met de totale verwerkte invoerwaarde in de goederen- en dienstenexport zoals te zien was in tabel 7.5.1. Van 81,1 miljard euro aan invoer weten we niet waar deze vandaan komt, noch waar de uitvoer naartoe gaat waarvoor deze als input diende.noot2 Het grootste deel van landengroep ‘overige landen of onbekend’ betreft in- en/of uitvoer die niet gekoppeld kan worden aan een land, d.w.z. het land is onbekend. Het overige gedeelte van ‘overige landen of onbekend’ betreft vooral Australië en de rest van Oceanië, voor zover die cijfers bekend zijn. Vanwege kleine invoerwaardes zijn deze niet afzonderlijk in de tabel weergegeven.

Invoer die gebruikt wordt in de uitvoer, naar herkomst van de invoer en naar bestemming van de uitvoer. Het betreft cijfers over 2023. Herkomst van invoer Bestemming van uitvoer Europa Amerika Azië Overige landen of onbekend 2) Totaal EU27 Amerika Azië Totaal België Duitsland Overig EU27 Oekraïne Rusland Verenigde Staten Overig Amerika China Overig Azië 8,6 (9%) (55%) 1,8 (8%) (12%) 3,4 (14%) (12%) 5,5 (24%) (13%) 0,0 (0%) (7%) 0,1 (1%) (13%) 3,7 (16%) (14%) 1,1 (5%) (13%) 0,5 (2%) (14%) 3,0 (13%) (15%) 0,2 (1%) (0%) 2,2 (8%) (14%) 5,8 (21%) (21%) 6,3 (23%) (15%) 0,1 (0%) (11%) 0,1 (0%) (11%) 3,9 (14%) (14%) 1,0 (4%) (12%) 0,7 (3%) (19%) 2,9 (11%) (15%) 0,2 (1%) (0%) 3,0 (3%) (19%) 4,8 (4%) (17%) 8,5 (7%) (20%) 0,1 (0%) (17%) 0,2 (0%) (20%) 5,6 (5%) (21%) 1,7 (1%) (20%) 0,7 (1%) (18%) 3,8 (3%) (20%) 81,1 (70%) (99%) 15,6 (100%) 27,8 (100%) 42,4 (100%) 0,5 (100%) 1,2 (100%) 27,1 (100%) 8,5 (100%) 3,7 (100%) 19,5 (100%) 82,2 (100%) 258,9 (100%) 13,8 (15%) (50%) 22,1 (24%) (52%) 0,3 (0%) (65%) 0,7 (1%) (56%) 13,9 (15%) (51%) 4,7 (5%) (55%) 1,8 (2%) (48%) 9,8 (11%) (50%) 0,8 (1%) (1%) (10%) (13%) (24%) (53%) 92,6 (100%) 23,5 (100%) 27,1 (100%) 115,7 (100%) (8%) (14%) (27%) (0%) (3%) Verenigd Koninkrijk 2,0 (9%) (14%) 2,0 (7%) (14%) 3,0 (3%) (20%) 14,8 (100%) 7,7 (8%) (52%) (3%) Overig Europa 1,2 (5%) (14%) 1,1 (4%) (13%) 1,7 (1%) (20%) 8,4 (100%) 4,5 (5%) (53%) (3%) (12%) Afrika Afrika 1,0 (4%) (13%) 0,8 (3%) (11%) 1,6 (1%) (21%) 7,5 (100%) 4,1 (4%) (55%) (12%) (3%) (3%) (7%) (22%) (100%) 7.6.1 Invoer die wordt gebruikt in de uitvoer 1) , miljard euro, 2023* Goederen en Internationale Handel in Diensten kan een deel van de in- en/of uitvoerwaarde niet gekoppeld worden Bij de koppeling tussen de gegevens van de Nationale Rekeningen en de statistieken Internationale Handel in 2) De 'overige landen of onbekend' groep bestaat uit alle overige landen ter wereld inclusief een groep 'onbekend'. 1) Zowel goederen als diensten die verwerkt worden in de uitvoer worden in de tabel weergegeven. aan een land. 2)
7.6.1 Invoer die gebruikt wordt in de uitvoer1), miljard euro, 2023*
Naar EU27 Naar Amerika Naar Azië Naar overige landen of onbekend2) Naar alle landen
Europa
Invoer uit België 8.6 1.8 2.2 3.0 15.6
Invoer uit Duitsland 13.8 3.4 5.8 4.8 27.8
Invoer uit overig EU27 22.1 5.5 6.3 8.5 42.4
Invoer uit Oekraïne 0.3 0.0 0.1 0.1 0.5
Invoer uit Rusland 0.7 0.1 0.1 0.2 1.2
Invoer uit VK 7.7 2.0 2.0 3.0 14.8
Invoer uit overig Europa 4.5 1.2 1.1 1.7 8.4
Afrika
Invoer uit Afrika 4.1 1.0 0.8 1.6 7.5
Amerika
Invoer uit VS 13.9 3.7 3.9 5.6 27.1
Invoer uit overig Amerika 4.7 1.1 1.0 1.7 8.5
Azië
Invoer uit China 1.8 0.5 0.7 0.7 3.7
Invoer uit overig Azië 9.8 3.0 2.9 3.8 19.5
Invoer uit overige landen of onbekend2) 0.8 0.2 0.2 81.1 82.2
Invoer uit alle landen 92.6 23.5 27.1 115.7 258.9
¹⁾ Zowel goederen als diensten die verwerkt worden in de uitvoer worden in de tabel weergegeven.
2) De 'overige landen of onbekend' groep bestaat uit alle overige landen ter wereld inclusief een groep 'onbekend'. Bij de koppeling tussen de gegevens van de Nationale Rekeningen en de statistieken Internationale Handel in Goederen en Internationale Handel in Diensten kan een deel van de in- en/of uitvoerwaarde niet gekoppeld worden aan een land.

Europese productieketens nog steeds belangrijk, maar het belang van de EU als toeleverancier is gedaald

Tabel 7.6.2. laat dezelfde cijfers zien als in tabel 7.6.1, maar met de focus op het relatieve belang van de EU en op de ontwikkeling ten opzichte van een jaar eerder. Allereerst valt op dat Nederland een belangrijke rol heeft in de intraregionale handel binnen de Europese interne markt. Dit sluit aan bij eerder onderzoek van Baldwin & Lopez-Gonzalez (2015). Een aanzienlijk aandeel van de invoer die verwerkt was in de uitvoer, kwam uit de EU en ging naar een ander – of hetzelfde – EU-land. Het ging in 2023 om 44,4 miljard euro, wat overeenkomt met 12,4 procent van de totale invoer voor intermediair verbruik. Nederland voerde veel van de invoer vanuit de EU – 32 procent – in uit Duitsland. Dit was 1 procentpunt meer dan in 2022.noot3 Duitsland werd gevolgd door België met een aandeel van 19,3 procent in de totale invoer uit de EU. De gebruikte invoer uit alle EU-landen behalve Duitsland en België was samen goed voor de overige 49,7 procent. Het aandeel van de invoer uit het VK dat verwerkt werd in de uitvoer naar de EU was in 2023 ruim 8 procent.

7.6.2Invoer die wordt gebruikt in de uitvoer
Uitvoer naar
EU27 (zonder VK) niet-EU
mld euro % mld euro %
Invoer uit
2022
EU27 (zonder VK) 45,5 41,3
Niet-EU 52,7 133,7
2023*
EU27 (zonder VK) 44,4 41,3
Niet-EU 48,2 125,0
Verandering 2023* t.o.v. 2022
EU27 (zonder VK) –1,1 –2,4 0 0,1
Niet-EU –4,6 –8,7 –8,7 –6,5

Daling in de invoerwaarde verwerkt in uitvoer vooral toe te schrijven aan goederen

In paragraaf 7.5 kwam al naar voren dat de waarde van geïmporteerde goederen en diensten in verwerkte export in 2023 licht is gedaald. Zowel bij de uitvoer van Nederlandse makelij als de dienstenuitvoer was het de benodigde goedereninvoer die daalde, terwijl de benodigde diensteninvoer wel steeg. Dit had voornamelijk te maken met een daling in prijzen.

De waardedaling van de in de uitvoer verwerkte goedereninvoer kwam door een lagere invoerwaarde uit bijna alle regio’s en landen, die afzonderlijk worden weergegeven in tabel 7.6.1. Met name de goedereninvoer uit de restcategorie ‘overige landen of onbekend’ (–‍10 miljard euro ten opzichte van 2022), Rusland (–‍4,9 miljard euro), overig EU27 (–‍2,4 miljard), overig Azië (–‍1,7 miljard), Afrika (–‍1,5 miljard) en België (–‍1,5 miljard) droegen negatief bij. Het enige land of regio in tabel 7.6.1 met een stijging in de goedereninvoer verwerkt in de Nederlandse export was de VS (+‍2,4 miljard euro).

De diensteninvoer die verwerkt is in de export nam in 2023 vergeleken met 2022 wel toe. De grootste toename werd gerapporteerd door ‘overige landen of onbekend’ (+‍5,1 miljard euro), overig EU27 (+‍0,7 miljard), Duitsland (+‍0,5 miljard), de VS (+‍0,4 miljard) en België (+‍0,3 miljard). De dienstenuitvoer uit China nam daarentegen af (–‍0,3 miljard euro). Ook uit overig Amerika (–‍0,2 miljard) werden minder diensten geïmporteerd om te verwerken in de uitvoer.

Invoer van Amerikaanse grondstoffen en minerale brandstoffen voor de uitvoer toegenomen

De VS is de op één na belangrijkste partner voor de Nederlandse invoer die verwerkt wordt voor de uitvoer door bedrijven in Nederland. Deze invoer bedroeg 27,1 miljard euro en bestond uit 14 miljard euro aan goederen en 13,1 miljard euro aan diensten (Konietzny et al., 2025). Alleen uit Duitsland werd meer geïmporteerd voor het verwezenlijken van de export (27,8 miljard euro). De VS was goed voor 15 procent van de totale invoer verwerkt in de uitvoer in 2023. Dat was 2 procentpunt hoger dan in 2022 en 2021: in beide jaren 13 procent. Terwijl de totale invoer verwerkt voor de uitvoer in 2023 daalde, nam deze invoer uit de VS juist toe. Vergeleken met 2022 groeide de invoer uit de VS die werd verwerkt in de Nederlandse uitvoer met 2,8 miljard euro, oftewel 11 procent. In 2022 groeide deze invoer nog harder met 5,7 miljard euro of 30 procent ten opzichte van 2021.

Kijken we naar de samenstelling van de in de uitvoer verwerkte invoer uit de Verenigde Staten, dan zien we dat ruwe aardolie en aardolieproducten met een invoerwaarde van 6,8 miljard euro meer dan een kwart van deze invoer uitmaakten, zie figuur 7.6.3. In 2022 was dat nog 4,9 miljard euro en in 2021 maar 2,9 miljard euro (CBS, 2025b). Deze sterke stijging kan worden verklaard doordat Rusland is weggevallen als belangrijkste toeleverancier van ruwe aardolie. Als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne in 2022, heeft de EU – uit solidariteit met Oekraïne – vergaande restricties opgelegd aan de invoer van minerale brandstoffen uit Rusland (Europese Commissie, 2025). De VS heeft de positie van Rusland als belangrijkste toeleverancier van aardolie en aardolieproducten overgenomen. De oorlog deed de prijzen van ruwe aardolie op de wereldmarkt stijgen, waardoor de invoerwaarde uit de VS een extra stimulans kreeg. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de invoerprijzen in 2023 lager uitvielen dan in 2022 (CBS, 2025a).

7.6.3 Top 10 goederen- en diensteninvoer uit de VS bestemd voor verdere verwerking in de Nederlandse export (mln euro)
Categorie 2023* 2022
Ruwe aardolie en aardolieproducten 6819 4860
Royalty's 5319 5487
Andere zakelijke diensten 3644 3436
Aardgas en industriegas 3607 2887
Vervoersdiensten 1286 996
ICT-diensten 1017 1021
Gespecialiseerde machines 837 733
Financiële diensten 676 624
Industriële diensten 538 556
Organische chemische producten 440 575
Overige goederen en diensten 2880 3136

Andere belangrijke in de uitvoer verwerkte invoerproducten uit de VS waren vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom (20 procent van de invoerwaarde van goederen en diensten uit de VS verwerkt in de uitvoer), zakelijke diensten (13 procent) en aardgas (13 procent). Met name de invoer van aardgas is sterk gegroeid in 2023 ten opzichte van een jaar eerder – namelijk met 720 miljoen euro of 25 procent – ondanks dalende prijzen op de wereldmarkt. Vloeibaar gemaakt aardgas uit de VS compenseerde daarmee de sterke daling van de invoer van aardgas uit Rusland. De invoer van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom was daarentegen licht afgenomen, zowel qua waarde als qua aandeel. In 2022 was dit nog de belangrijkste categorie bij de invoer uit de VS verwerkt in de Nederlandse uitvoer. De export die tot stand kwam met behulp van verwerkte inputs uit de VS omvat een breed scala aan goederen en diensten. Het gaat daarbij onder meer om ruwe aardolie en aardolieproducten, maar ook om zakelijke en ICT-diensten. Bij ruwe aardolie en aardolieproducten betrof het voornamelijk geraffineerde aardolieproducten die het resultaat waren van raffinage van ruwe aardolie uit de VS. De invoer uit de VS verwerkt in de Nederlandse export ging met name naar Duitsland (16 procent), de VS zelf (8 procent), België (8 procent) en Frankrijk (6 procent).

7.7De aan de export verbonden import verder ontrafeld

Paragrafen 7.5 en 7.6 hebben vooral de macro-economische ontwikkelingen en de geografische verdeling van de invoer die verwerkt is in de Nederlandse uitvoer geanalyseerd. Naast dit perspectief is het ook relevant om in te zoomen op productniveau, zoals in de vorige paragraaf reeds gebeurde voor de Verenigde Staten. Zijn de macro-economische ontwikkelingen in 2023 vooral gerelateerd aan veranderingen in de invoerwaardes van bepaalde goederen (of diensten), bijvoorbeeld uit niet-EU-landen?noot4

Nederland voert vooral grondstoffen en minerale brandstoffen in voor de export

Figuur 7.7.1noot5 laat zien welke goederen uit welke landen in 2023 ingevoerd werden ten behoeve van de Nederlandse export. We laten in deze figuur wederuitvoer buiten beschouwing, omdat deze niet wordt ingezet in de Nederlandse economie. Ook goederen die niet toegewezen kunnen worden aan landen zijn niet meegenomen in deze analyse. Dit laatste betreft de ‘overige landen of onbekend’-’overige landen of onbekend’-stroom die in figuur 7.6.1 gepresenteerd is. We maken onderscheid naar vijf goederencategorieën, gebaseerd op de 1‑digit SITC-indeling.

In 2023 was er in totaal 51,0 miljard euro aan invoer van grondstoffen en minerale brandstoffen nodig om de export te kunnen verwezenlijken. Bedrijven in Nederland voerden 17,5 miljard euro aan machines en vervoermaterieel in die verwerkt werden in de uitvoer, gevolgd door 15,9 miljard euro aan industriële producten, 11,3 miljard euro aan voeding en dranken, en 10,2 miljard euro aan chemische producten.

In 2023 bedroeg de goedereninvoer die werd verwerkt in de uitvoer 105,8 miljard euro. In 2022 was dat nog 188,8 miljard euro, een afname van 12,9 miljard euro of 11 procent. De invoer van grondstoffen en minerale brandstoffen droeg met een afname van 7,8 miljard euro het meest bij aan de negatieve groei van de goedereninvoer die werd verwerkt in de uitvoer, gevolgd door chemische producten met 3,1 miljard euro en machines en vervoermaterieel met 2,1 miljard euro. Relatief gezien daalde de invoer van chemische producten het meest (–‍23 procent), gevolgd door grondstoffen en minerale brandstoffen (–‍13 procent). De goedereninvoer uit de EU is in 2023 minder hard gedaald (–‍7 procent) dan de goedereninvoer uit niet-EU-landen (–‍14 procent). Opvallend was de afname van de goedereninvoer die in de uitvoer is verwerkt uit China met 1,5 miljard euro (–‍30 procent).

7.7.1 Samenstelling goedereninvoer gebruikt voor de uitvoer, naar herkomst en goederencategorie, 2023
België Duitsland Overig EU-27 Oekraïne Rusland VK Overig Europa Afrika VS Overig Amerika China Overig Azië Rest
Grondstoffen en minerale brandstoffen 3273 2509 5164 65 966 3815 4563 5679 11042 4035 234 9214 406
Machines en vervoermaterieel 1470 6228 3352 4 6 579 334 29 1558 95 1548 2246 10
Industriële producten 2323 4844 4424 24 11 683 890 121 551 188 767 1021 18
Voeding en dranken 1727 3025 2828 341 23 188 144 920 104 947 94 754 231
Chemische producten 1889 2452 2043 5 35 689 146 80 753 600 358 1158 12
Totaal 10682 19058 17810 439 1041 5954 6077 6828 14009 5866 3000 14393 677

Minder dan de helft van de goedereninvoer bestemd voor export komt uit EU

De EU was ook in 2023 met afstand de belangrijkste importpartner van Nederland voor goederen. De 27 landen die de EU vormen, worden in figuur 7.7.1 weergegeven door Duitsland, België en Overig EU27. De EU-lidstaten blijken verantwoordelijk voor 45 procent van de goederenimport die nodig was voor de Nederlandse export. In 2022 was dat nog 43 procent. De stijging in het aandeel van de EU kan worden verklaard door de daling in prijzen van grondstoffen en minerale brandstoffen die piekten in 2022. Nederland importeert namelijk het merendeel van zijn grondstoffen en minerale brandstoffen uit niet-EU-landen.

45% van de goederenimport die nodig was voor de Nederlandse export was afkomstig uit de EU

De belangrijkste invoerpartner voor grondstoffen en minerale brandstoffen in 2023 die verwerkt werden in de uitvoer was de VS met een invoerwaarde van 11 miljard euro en een aandeel van 22 procent. De EU-lidstaten hadden een aandeel van 21 procent. Overig Azië, Afrika en overig Europa hadden aandelen van respectievelijk 18, 11 en 9 procent. Het aandeel van Rusland bedroeg in 2023 minder dan 2 procent. In 2022 was dat nog 10 procent en in 2021 zelfs meer dan 20 procent. De VS heeft de positie van Rusland als hoofdleverancier van minerale brandstoffen overgenomen, zie ook paragraaf 7.6.

Machines en vervoermaterieel waren de op één na belangrijkste categorie in de invoer van goederen die verwerkt worden in de uitvoer. Binnen deze categorie vallen ook halffabricaten en onderdelen van machines en vervoermaterieel. De belangrijkste toeleverancier van machines en vervoermaterieel was Duitsland met een aandeel van 35 procent. De EU in zijn geheel nam 63 procent van de invoer van deze categorie voor haar rekening. China was in 2023 goed voor 9 procent; in 2021 en 2022 was dat nog 12 procent. De invoerwaarde van machines en vervoermaterieel die verwerkt werden in de uitvoer is tussen 2022 en 2023 nog wel gestegen, maar minder hard dan de totale invoer van deze categorie. Ook het aandeel van overig Azië nam af van 15 procent in 2022 tot 13 procent in 2023. Vooral de invoer uit Japan (–‍131 miljoen euro) en Hongkong (–‍81 miljoen euro) is sterk gedaald. Dit kwam doordat er in 2023 fors minder auto-onderdelen uit Japan werden ingevoerd voor verwerking in de export, mogelijk doordat er in Nederland sinds 2023 geen personenauto’s meer van de lopende band rollen in de Nedcar autofabriek.

De invoer van industriële producten die verwerkt worden in de export wordt ook gedomineerd door EU-landen met een aandeel van 73 procent. Daarbij was Duitsland eveneens de grootste toeleverancier. Ook bij de invoer van voeding en dranken die zijn verwerkt in de export kwam het merendeel uit de EU met een aandeel van 67 procent. De invoer uit Oekraïne was goed voor 3 procent van het totaal in deze categorie. In 2021 – voor de Russische invasie – was dat nog ruim 6 procent. 62 procent van de chemische producten verwerkt in de uitvoer was eveneens afkomstig uit EU-landen, waarbij Duitsland en België de belangrijkste toeleveranciers waren.

Aandeel van EU in diensteninvoer verwerkt in de uitvoer toegenomen

Zoals uit paragraaf 7.5 bleek, importeert Nederland ook grote hoeveelheden diensten om de uitvoer te verwezenlijken. Liefst 53 procent van de totale verwerkte invoer in 2023 betrof diensten (120,1 miljard euro). Dat was 6 procentpunt meer dan het aandeel van ingevoerde diensten een jaar eerder. Deze ingevoerde diensten werden niet alleen gebruikt om de dienstenuitvoer te verwezenlijken – zoals software of adviesdiensten. Ook in de productie van diverse exportgoederen, zoals auto’s en machines, worden veel ondersteunende diensten ingezet. Dit fenomeen staat ook wel bekend als de ‘verdienstelijking’ van de industriële export en is gerelateerd aan de outsourcing van dienstenactiviteiten door industriële bedrijven (Bohn et al., 2022).

Figuur 7.7.2 toont de top 6 belangrijkste ingevoerde diensten die in 2023 nodig waren voor de Nederlandse export. De dienstencategorie andere zakelijke diensten stond op de eerste plek met een invoerwaarde van 27,7 miljard euro. Denk daarbij bijvoorbeeld aan managementadviesdiensten en R&D. De invoer van andere zakelijke diensten werd gevolgd door de invoer van vervoersdiensten met 13,8 miljard euro. De invoer van royalty’s bedroeg 10,6 miljard euro. Dit zijn vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom. De invoer van ICT-diensten had een waarde van 8,0 miljard euro.

De invoer van financiële diensten (+‍10 procent) en andere zakelijke diensten (+‍9 procent) is in 2023 relatief het sterkst gestegen ten opzichte van 2022, terwijl de invoer van vervoersdiensten daalde (–‍7 procent). De diensteninvoer uit de EU is in 2023 veel harder gestegen (+‍7 procent) dan de diensteninvoer uit niet-EU-landen (+‍2 procent). Opvallend was de afname van de diensteninvoer uit China (–‍30 procent). Nederland importeerde voornamelijk minder vervoersdiensten (–‍49 procent).

Het aandeel van de verwerkte diensteninvoer afkomstig uit de EU was licht gestegen in 2023 ten opzichte van 2022, en bedroeg 53 procent (+‍1 procentpunt). Net als bij de goederen lag het aandeel van de EU bij de meeste dienstencategorieën boven de 50 procent. Alleen bij de royalty’s was het aandeel van de EU in de invoer gebruikt voor de uitvoer beduidend lager (38 procent). Dit komt door de dominantie van de VS in de invoer van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom. Het aandeel van de EU in de invoer verwerkt in de uitvoer voor financiële diensten is sterk toegenomen (+‍10 procentpunt).

7.7.2 Samenstelling diensteninvoer gebruikt voor de uitvoer, naar herkomst en dienstencategorie, 2023
België Duitsland Overig EU-27 Oekraïne Rusland VK Overig Europa Afrika VS Overig Amerika China Overig Azië Rest
Andere zakelijke diensten 1608 3241 9063 7 57 4445 711 255 3644 1261 346 2680 430
Vervoersdiensten 1505 1879 5522 29 32 816 767 278 1286 572 196 820 92
Royalty's 163 483 3463 0 2 486 287 16 5319 286 13 119 4
ICT-diensten 449 979 2689 3 10 1230 243 34 1017 285 24 957 57
Overige diensten 533 1558 2488 1 18 1227 235 34 1112 105 32 292 36
Financiële diensten 658 571 1349 0 22 598 125 18 676 92 57 227 49
Totaal 4916 8711 24573 40 142 8801 2368 635 13053 2600 668 5095 667

7.8Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Baldwin, R., & Lopez-Gonzalez, J. (2015). Supply-chain Trade: A Portrait of Global Patterns and Several Testable Hypotheses. The World Economy, 38(11), 1682–1721.

Bohn, T., Notten, T., Prenen, L., & Wong, K. F. (2022). Diensten in dozen: de rol van indirecte dienstenexport. In D. Herbers & J. Rooyakkers (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2022, tweede editie: Dienstenhandel: Ontwikkelingen en belemmeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Bohn, T., Konietzny, R., & Notten, T. (2024). Inzet van de invoer in de Nederlandse economie. In S. Creemers, M. Houben-van Herten & R. Voncken (Reds.), Nederland Handelsland 2024: Export, import & investeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2024a, 9 december). Export van Nederlandse makelij droeg negatief bij aan groei bbp in 2023. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 24 mei 2025.

CBS (2024b, 31 oktober). Prijzen internationale goederenhandel dalen in 2024 steeds minder hard. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

CBS (2024c, 23 mei). Revisiepublicatie nationale rekeningen, verslagjaar 2021. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 24 mei 2025.

CBS (2024d, 5 juli). Wegvoertuigen meest geïmporteerde product voor direct gebruik. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

CBS (2025a, 30 juni). Producentenprijzen (PPI); afzet-, invoer-, verbruiksprijzen, index 2021=100. [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 20 mei 2025.

CBS (2025b, 14 mei). Vooral import van olie, gas en diensten uit de VS. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 24 mei 2025.

Europese Commissie (2025, 24 februari). Sanctie op energie. Geraadpleegd op 20 mei 2025.

Franssen, L., Lemmers, O., Prenen, L., & Wong, K. F. (2020). Het Verenigd Koninkrijk afhankelijker van Europese Unie dan eerder gedacht. Economische Statistische Berichten105(4786), 268–271.

Konietzny, R., Notten, T., & Prenen, L. (2025). De verwevenheid van Nederland met de Verenigde Staten in internationale waardeketens. In S. Creemers & R. Voncken (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2025, eerste editie: Verenigde Staten. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Noten

Om een niet-vertekend beeld van de invoersamenstelling van de dienstenuitvoer te geven wijkt de gerapporteerde dienstenuitvoer in tabel 7.5.1 af van de dienstenuitvoer in de Nationale Rekeningen zoals gerapporteerd in hoofdstuk 6. In de recente revisie van de Nationale Rekeningen zijn namelijk zowel de in- als uitvoer van diensten opwaarts bijgesteld. Dit is voor een groot deel het gevolg van bijstellingen in de in- en uitvoer van royalty’s en licenties, zie CBS (2024c). De dienstenuitvoer zoals gerapporteerd door de Nationale Rekeningen bedroeg 268 279 miljoen euro in 2023.

Door opwaartse bijstellingen van de in- en uitvoer van diensten door de revisie van de Nationale Rekeningen, zijn ook de stromen gegroeid waarvan herkomst en bestemming onbekend zijn. Dit in vergelijking met de cijfers uit de vorige publicatie (Bohn et al., 2024), die nog op de oude, niet-herziene cijfers waren gebaseerd.

In Bohn et al. (2024) waar cijfers van voor de revisie gebruikt werden, was het belang van de EU zowel absoluut als relatief groter. De stroom van niet-EU naar niet-EU is veel groter na revisie, als gevolg van de stroom van ‘overige landen of onbekend’ naar ‘overige landen of onbekend’ die veel groter is geworden.

Een nauwkeurigere uitsplitsing van de besproken goederencategorieën in deze paragraaf (op SITC-2 niveau) is ook beschikbaar in de tabellenset die terug te vinden is op de landingspagina van deze publicatie.

De cijfers in dit hoofdstuk zijn verkregen door de gegevens van de Nationale Rekeningen met die van de statistieken Internationale Handel in Goederen en Internationale Handel in Diensten te combineren, en hierbij worden de cijfers van de Nationale Rekeningen als leidend beschouwd. Door verschillen in definities en methoden wijken deze cijfers af van de overige randtotalen zoals gepresenteerd op StatLine of in de overige hoofdstukken van deze publicatie.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nieke Aerts

Arjen Berkenbos (DNB)

Melle Bijlsma (DNB)

Timon Bohn

Sarah Creemers

Jurriaan Eggelte (DNB)

Robin Konietzny

Dio Limpens

Tom Notten

Shalane Pijnenburg

Mauro Pinna

Leen Prenen

Pascal Ramaekers

Janneke Rooyakkers

Anne Maaike Stienstra (DNB)

Fons Verkerk (DNB)

Christiaan Visser

Roger Voncken

Manon Weusten

Redactie

Sarah Creemers

Janneke Rooyakkers

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van Nederland Handelsland:

Deirdre Bosch

Anniek Erkens

Loe Franssen

Jan-Pieter Heijmans

Marjolijn Jaarsma

Tim Peeters

Davey Poulissen

Stef Weijers

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Jan Pieter Barendse

Diederik Berghuijs

Vasant Bhoendi

Tom Harmsen

Jeroen Jacobs

Ries Kamphof

Judith Kikkert

Harry Oldersma